Vondelparkbank als schaduw in de sneeuw

Vondelparkbank als sneeuw voor de zon
Vondelparkbank als sneeuw voor de zon

Woensdag dertien maart, een korte sneeuwbui in Amsterdam zorgt voor een zeer tijdelijk wit kleed. Behalve dan waar de zon er even net niet bij kan.

Als diamanten schitterend

Twaalf maart. Een straffe noordooster blaast over het land. Hemel strakblauw en temperatuur iets onder nul. De zon laat het zwarte, door rietkragen omgeven water schitteren en glinsteren. De golfjes op het water van de plas zijn kort en klein, precies zoals het meertje zelf. Een paar centimeter, hoger komen de golfjes niet.

De grijsbruine rietstengels buigen mee in de wind met een enkele halm die verderop in de plas ooit voedzame veengrond onder de voeten vond. Vooral de eenzame pluimen zijn mooi. Opgeheven door een klein kransje van aangegroeid ijs lijken ze boven het water te zweven. Het klotsende water tegen de stengels van de wuivende halmen zorgde voor opspattende waterdruppeltjes. Langzaam vormden die druppeltjes een soort horizontale ijspegels, helemaal rondom de stengel.

Zonlicht weerkaatst in de tientallen stukjes ijs, vastgevroren aan de halmen. Als diamanten schitterend, gestikt op een zilveren gewaad. Allemaal tegelijk dezelfde kant op. Het ritme van de wind. Dan weer iets harder, dan weer even bedrieglijke rust.

En dan ben je er al weer voorbij. Weer die trein door dat kleine stukje onbebouwde randstad.

 

 

 

In je laarzen door de modder

In de trein langs Veertigmorgen, het Naardermeer en de Wijde Blik. Alle schakeringen bruin. Het dunne laagje ijs op het zwarte water. De rietkragen, het veen. Een enkele kale boom. Dat alles badend in de felle winterzon. Een enkele roofvogel schiet door de lucht. Ploeterende ganzen aan de waterkant. Hadden ze toch maar verder zuidwaarts moeten vliegen.

Delfs blauw en dan de Wijde Blik?

Vanuit de te warme coupé met kille, grijswitte wanden en helblauw meubilair krijg ik een onweerstaanbare drang om naar buiten te gaan. Laarzen aan en banjeren door de rietlanden en de half ondergelopen weilanden. Te struinen door het kreupelhout en te zien wat het gebladerte vanaf het voorjaar weer allemaal verbergt.

De koude droge lucht inademen. Geen telefoon of andere zaken in mijn zakken. Gewoon, zo’n rugzak mee met een thermosfles en een stel bruine boterhammen met kaas. En natuurlijk een koek gevuld met amandelspijs. Een stroopwafel mag ook.

Verrekijker mee. Kompas. Al is het maar voor het idee. Een kaart, misschien?

En daar is de ringdijk al weer. Einde leegte. Keurige jaren-tachtigbouw aan de Naardense kant. Bussum. Bussum zuid. Hilversum Noord. Uitstappen. Uitchecken.

Weg droom?

Of ben ik het die wegdroomt. Mijn geest verlangt naar een tijd waarvan ik me afvraag of die ooit echt bestond. Het klinkt zo absurd simpel. Zo simpel dat het in Nederland vrijwel niet haalbaar is zonder regels te breken.

Gelukkig is er een officiële weg naar een officiële vogelspothut. Kun je lekker met je verrekijker, bruine bammetjes en thermosfles net doen alsof.

Headers #3

Header #3
Header #3
Late afternoon, somewhere around Christmas 2010. No, a Brownie camera has no time stamp option.
Late afternoon, December 2010.

This photo, shot using a (1927?) Kodak Brownie No. 2 Hawk-Eye Model B, shows the entrance of a small industrial zone in the middle of the Amsterdam Zuid area, just behind the Haarlemmermeerstation.


Grotere kaart bekijken

Doelloos zout?

Zout strooien tegen gladheid. Praktisch, veilig, nuttig in het drukke verkeer. En toch kan ik niet altijd begrijpen waarom er soms gestrooid wordt, zeker niet bij kraakhelder vriesweer.

“Het kan zijn dat mist opvriest, dus strooien we preventief.”

Preventief mijn fietsketting van een laag roest voorzien zul je bedoelen. Of zorgen voor een vervroegd autopensioen, maar de grondmist die op kan vriezen ontstaat voor zover ik weet als de grond kouder is dan de lucht en dat lijkt me een beetje vreemd als de temperatuur voor het eerst een eindje onder nul komt en tegen het eind van de nacht de laagste temperatuur bereikt.

Alle gestrooide paden en wegen deze ochtend waren dan ook vochtig, omdat zout vocht aantrekt uit de lucht en het zout zal zelf ook niet kurkdroog geweest zijn. Daarom stopte je vroeger rijst in de zoutstrooier, zodat het zout niet zou gaan klonteren. Alle niet-gestrooide parallelwegen waren deze ochtend dan ook kurkdroog, zoals dat over het algemeen is met kraakhelder vriesweer.

Zou er een andere reden zijn voor het strooien van zout? Met een horrorwinter in het vooruitzicht heeft de gemeente zoveel zout aangeschaft en nu wil men er mee spelen. Ik snap dat wel, dat je wil spelen met nieuwe spullen, maar was dit de afgelopen twee vroege ochtenden niet een beetje raar? Het kan nog steeds dat het zout weer nodig is om onze 24-uurs economie niet vast te laten lopen alsof we zand in de radertjes hebben gestrooid

Ps, ik heb het hier over de wegen. Niet over de verraderlijke punten waar iedereen wel een keer per ongeluk onderuit gaat, namelijk bruggen en viaducten, maar daar heb je geen strooiwagens voor nodig, slechts alleen de gele bakken naast de brughoofden waar iemand heel specifiek op die ene plek gladheid kan bestrijden als dat nodig is.

De rondvaartboot die alles…

21 dec. 2010/ Op deze ochtend van de kortste dag van het jaar fietste ik vanaf de Spiegelstraat de Herengracht op richting Amstel. Links naast me hoorde ik een vreemd geluid. Een ritmisch gekraak. Krrrrtakketakkkrrrtakketakkrrr. Nog niet helemaal echt wakker let ik er in eerste instantie niet op, want ondanks de vroege wekker om de maansverduistering te bekijken (die niet te zien was wegens iets met sneeuw) heb ik blijkbaar daglicht nodig om echt aan te gaan.

Na een van de hoge bruggen met gevaar voor onderuitgaan overwonnen te hebben, keek ik toch eens naar links. En jawel, daar was ie: de rondvaartboot die alles kapot maakt. Het ijs, weliswaar besneeuwd en vast van ondeugedelijke kwaliteit, werd doorklieft op hoge snelheid door een rondvaartboot.

Heb er maar even een kiekje van geknipt met het telefototoestel. Mocht het ijs dus blijven liggen en op den duur dik genoeg worden voor schaatsen, dan heeft u hier de boosdoener van de hobbelige kwaliteit in de Herengracht.

Toeristenkiekjes

Er zijn nog nooit zoveel toeristenkiekjes geschoten door de inwoners van Amsterdam zelf. Daar ben ik van overtuigd. Al twee dagen loop, fiets of fietsloop ik door Amsterdam met een gevoel van kindse tevredenheid. Alles ziet er anders uit. Overal stop ik om te kijken, te ruiken en te luisteren naar de doffe stilte. Met verbazing neem ik de stad in me op. Wat een ontzettend mooie stad is dat mini-metropooltje aan de Amstel eigenlijk.

Sneeuw en prachtig strijklicht. Alles wat nodig is om de normale wereld anders te laten lijken dan ze zich normaal voordoet. Een moment voor de normaal zo gehaaste bewoner om af te remmen. Zelfs de Stopera ziet er aardig uit. Alleen de toneeltoren ontsiert, maar een kniesoor die daar vandaag op let.

De sneeuw kwam gisteren. De hele dag. Honderden kilometers file in het hele land, soms tot wel zeventig kilometer aan toe. In de stad was daar gelukkig niets van te merken. De stevige stappers onder gebonden en hop, de straat op. En lopen. Door Oud-Zuid (okok, Zuid tegenwoordig). De Koninginneweg is eigenlijk best een statige straat, zo zonder auto’s. En er zitten zelfs allerlei kleine zaakjes! Grappig om dat te constateren, ik fiets er toch vrijwel dagelijks doorheen. Af en toe lopen kan zo zijn voordelen hebben.

Zo stiefelde ik verder door het gebied tussen de Willemsparkweg en de De Lairessestraat. Het zit daar helemaal vol met van alles en nogwat. Zelfs ik werd ertoe overgehaald om ineens een impulsaankoop te doen: Bonbons. De eerste keer in mijn leven dat ik zelf een dergelijk product heb aangeschaft. En ze blijken nog erg lekker ook, die bruine blokjes van Ge van Avezaath.

Na zoveel stappen in de sneeuw, voelt men dat wel na een tijdje, waarna ik me genesteld heb achter een kop warme chocolademelk (met slagroom) in het Concertgebouw Café. Ook weer zo’n eerste keer. Ik was echt nog nooit in dat etablissement geweest. Het trok me nooit aan, dat uitzicht over die rare hoek bij het Concertgebouwplein en de Van Baerlestraat. En wederom, zo zonder veel auto’s en vrijwel geen trams en bussen een uitzicht! Het staat er eigenlijk vol met mooie panden uit het eind van de negentiende eeuw…

Uiteindelijk bleek het Vondelpark toch wel het slagroomtoefje op de taart. Rennen door de 20 centimeter sneeuw. Heerlijk. Beetje linke soep die bevroren vijvers, dat weer wel. Je zou er zo over verder rennen.