Het woord ‘wetenschap’

Het woord ‘wetenschap’

Wetenschap. Dat woord wat lange tijd zorgde voor bewondering. Of juist afschuw. Een woord zo alomvattend dat er geen fatsoenlijk synoniem voor is. Toch lijkt het woord steeds meer synoniem met de bèta-kant van de wetenschappen.

Jaren geleden ontwierp ik proeven voor de Nationale Wetenschapsquiz. Supergaaf. Wat een enorm toffe job. Op een geheime locatie allerlei gekke dingen in elkaar klussen. Amanuensis voor heel het land. Naast het uitzoek- en rekenwerk veel handwerk, zoals solderen, tekenen, zagen, schroeven, testen, dingen laten ontploffen, gekke stoffen mengen. Alles.

Dat klinkt allemaal als een gebbetje, een grap, maar het is bloedserieus. Tot die ene historie-vraag. Vraag zes:

Vraag 6: Waardoor is de Engelse wijnbouw te gronde gegaan? *

  1. Doordat in de dertiende eeuw het drinken van wijn verboden werd
  2. Door de kleine ijstijd
  3. Door de huwelijken van Engelse koningen

Het antwoord op de vraag speelt tussen de dertiende en de zestiende eeuw, ver voor het bestaan van het Koninkrijk Groot Brittannië. En ondanks dat er heel wat verschillende vlaggen vlagden voordat het Koninkrijk daadwerkelijk bestond, was de witte vlag met het rode Sint-Joriskruis de staatsvlag:

Flag_of_England.svg
Vlag van Engeland

In de uitzending zou de échte amanuensis op een schoolbord van vilt vlaggen en beeltenissen van de verschillende hoofdrolspelers laten zien. Mooi, dacht ik, dan kunnen we zo die enorme wirwar van staatjes en staten, monarchen en wat al niet meer, op het bord laten zien. Het is ten slotte de wetenschapsquiz, daar kijken kritische mensen naar, die snappen dat! Die vinden dat zelfs leuk!

Union Jack
Union Jack, nationale vlag van het Verenigd Koninkrijk

Helaas, ondanks een pleidooi mijnerzijds voor het gebruik van zoveel mogelijk historisch correct beeldmateriaal mocht het niet baten. Het werd de bekende Union Jack die in gebruik is sinds 1801 om Engeland uit te beelden, dat herkende namelijk iedereen. Het laatste kan ik wel beamen, maar het bleef toch voelen als nederlaag voor de geschiedkundige kant van de zaak. Ook wetenschap.

Fast forward naar nu, augustus 2014. Het is nog zomer, dus Zomergasten mag niet ontbreken. Een echte bèta-wetenschapper krijgt een avond lang de mogelijkheid haar TV-avond samen te stellen. Ionica Smeets zorgt samen met Wilfried de Jong voor een grotendeels interessante en vermakelijke avond (althans voor mij). Toch kwam er op een bepaald moment weer zo’n wetenschaps-momentje voorbij, met als reactie daarop natuurlijk direct vele tweets, zoals:

Smeets zegt rond de waterval** aan tweets tijdens de uitzending het volgende (≅ 01:33:00): “Bèta’s missen aansluiting bij de intellectuele cultuur, missen wat empathie. (…) De andere kant is veel erger, de intellectuelen, de alfa’s dat die niks snappen van wetenschap, terwijl eigenlijk onze hele welvaart en levensverwachting en alles wat we hebben te danken hebben aan de wetenschap. (…) Dat er weinig politici zijn die iets snappen van wetenschap (…) ”

Bij de politici gaat het vooral over statistiek en ondanks dat ik zelf verre van een statisticus ben, moet je je toch te allen tijde bewust zijn van hoe dat soort dingen werken, ook zonder parate kennis. Het zou direct bellen moeten doen rinkelen, ook als je er geen hout van snapt. Welvaart ga ik me in één zin niet aan wagen en levensverwachting, dat is technisch zeker een bèta-verdienste.

Wat ze bedoelt snap ik wel, het zorgt er helaas wel voor dat het woord wetenschap alleen nog maar gelijk staat aan bèta-onderzoek. Onderzoek binnen de alfa-studies is ten tijde van crisis wellicht deels een luxe, maar de scheiding wordt ook steeds minder duidelijk. Historisch onderzoek met behulp van ver gevorderde inzichten binnen de genetica bijvoorbeeld. Aan de andere kant komt de basis van dergelijk onderzoek – in ieder geval nu nog – grotendeels uit de ‘echte’ alfa-hoek.

Is de Nederlandse taal iets te verwijten in dezen? Is Ionica iets te verwijten? Grappig genoeg laat ze in de uitzending een filmpje zien over een ananas in de tekenfilmserie Sponge Bob. De ananas in kwestie is niet juist getekend, niet volgens de rij van Fibonacci!

De dame in het filmpje laat zien dat er iets niet klopt. Het is een natuurlijk feit, maar het is de wiskundige die zich ergert. Eigenlijk een beetje zoals ik me nu aan een definitie-kwestie erger.

Terug naar wetenschap. Wetenschap is niet gelijk aan science in het Engels (wetenschap ≠ science). De laatste editie van Van Dale stelt bij de vertaling Nederlands – Engel: exacte wetenschap = science. Letteren zijn de humanities. Algemene wetenschap beoefenen is practice science. Andersom is science binnen de Engelse taal zelf – althans volgens de Oxford Advance Learner’s Dictionary – knowledge about the structure and behaviour of the natural and physical world, based on facts that you can prove, for example by experiments maar de tweede, derde en vierde definitie geeft het woord weer meer algemeenheid, waaronder ook arts  en humanities vallen.

De Dikke Van Dale geeft in het Nederlands vijf verschillende definities, waarvan de eerste getuigd van een keurig poldermodel (het weten van, de kennis, bekendheid met iets). De derde definitie gaat in op exacte wetenschappen en bij de vierde komt de rest van de wetenschappen aan het woord.

Misschien loopt het daar wel spaak tussen de échte bèta’s, van die mensen die dingen doen die gewoon kloppen, geen axioma’s, geen dogma’s, niets van dat alles: het klopt. Of niet. Dat het een lastige vraag is, laat voor mij in ieder geval een antwoord van het genootschap Onze Taal op een tweet van mij zien (toen ik nog de snelle hypothese had dat hoe wij ‘wetenschap’ nu gebruiken een soort van ‘hertaling’ van het Engelse science was):

Wellicht moeten we gewoon weer eens naar de Verenigde Staten kijken en het woord academia gaan gebruiken…

 

* Antwoord:

De teloorgang van de Engelse wijnbouw werd ingezet door het huwelijk van Hendrik de Tweede met Eleanora van Aquitanië in 1152. Deze verbintenis bracht de Engelsen voor het eerst in contact met Franse wijnen. De genadeklap voor de Engelse wijnbouw was het stiekeme huwelijk van Hendrik de Achtste met Anna Boleyn in 1533. Paus Clemens VII weigerde het huwelijk te erkennen omdat Hendrik ook nog getrouwd was met Catherina van Aragon. In 1534 was de breuk met de kerk van Rome een feit. Hendrik sloot de katholieke kloosters in het land. Omdat het grootste deel van de wijngaarden in Engeland bij kloosters hoorde, hield met de sluiting van de kloosters ook de Engelse wijnbouw op te bestaan.

** Ze ziet geen tweets tijdens de uitzending (althans, niet voor zover mij bekend)

Van uitstoot naar brandstof

Van uitstoot naar brandstof

Zonne- en windenergie opslaan door brandstof te maken uit CO2. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar het kan echt.

De papieren versie
De papieren versie

‘Het meest belachelijke idee is toch wel het opslaan van een afvalproduct. Hergebruik direct! Maak die kringloop! Cradle-to-cradle!’ aldus een energieke Richard van de Sanden, directeur van het Nederlands instituut voor fundamenteel energieonderzoek DIFFER. Hij heeft het over CO2, de bekendste en belangrijkste veroorzaker van opwarming van de aarde. Het broeikasgas onder de grond opslaan vindt hij dus domheid ten top. Wat kunnen we er dan wel mee? Daarover gaat Labyrint TV deze week.

Uitzending: CO2 als brandstof

Read more

Nano-ethische kwesties

Nano-ethische kwesties

Van veel nanotechnieken weten we nu al dat ze ons leven gaan veranderen. ‘Dus moeten we nu ook bedenken wat we aanvaardbaar vinden.’

De papieren versie
De papieren versie

‘Stel je voor dat je bij de drogist voor €14,95 een geslachtstest koopt, zoals je nu een zwangerschapstest haalt. Dan burgert zoiets ineens heel snel in. Daar moet je als ethicus nu echt over meedenken, midden in het debat staan en niet vanaf de zijlijn toekijken.’ Peter-Paul Verbeek, techniekfilosoof aan de Universiteit Twente, laat direct een dilemma zien: vinden we dat dit mag, aan het begin van je zwangerschap achterhalen of je een jongen of een meisje krijgt? Met toekomstige Lab-on-a-Chip-technieken zal het mogelijk zijn.

Uitzending: Embryo-on-a-Chip

Read more

Nanosupermarkt: speculatieve Nano-producten

Nanosupermarkt:

Zo hard en toch te bewerken: diamant

Ergens in mijn achterhoofd heb ik het me meer dan eens afgevraagd: hoe kan het toch dat diamant te bewerken is, terwijl we hier te maken hebben met het hardste natuurlijke materiaal op Aarde? Toch doen we dat nu al zo’n 600 jaar op vrijwel dezelfde manier: met wat speciale gereedschappen en vooral met fingerspitzengefühl en een goed oor. De edelsteen is alleen maar goed te bewerken in een bepaalde richting en dat luistert nogal nauw. Alleen waarom? Nu is de werking van het mechanisme op atomaire schaal uitgeplozen.
225663
Diamantbewerking kan alleen plaatsvinden door de steen in een bepaalde hoek te snijden of te slijpen en dan ook nog alleen met diamant zelf.1 Om een diamant te slijpen gebruikt men een gietijzeren schijf bezaaid met fijne diamantjes en olie. De buitenrand van de schijf draait met 30 meter per seconde. Voor een geoefende diamantair is het mogelijk te horen en voelen hoe hij de steen moet houden om te kunnen slijpen, want de steen is alleen maar slijpbaar in bepaalde richtingen.

Onderzoekers van het Fraunhofer Instituut in Duitsland hebben een wetenschappelijke verklaring gevonden voor deze al eeuwen empirisch bewezen anisotropie, namelijk: “Als een diamant geslepen wordt, is het slijpoppervlak niet langer diamant.” Door de hoge wrijvingssnelheid tussen een ruwe diamant en de diamantstukjes in het slijpwiel onstaat er een totaal andere “glas-achtige koolstoffase” aan het oppervlak van de steen door een mechanochemisch proces. De snelheid waarmee deze materiaalfase verschijnt hangt af van de oriëntatie van de kristallen in een ruwe diamant: een anisotroop materiaal (waarbij de materiaaleigenschappen niet in alle richtingen gelijk zijn).

Het nieuwe materiaal aan het oppervlak van de diamant wordt er op twee manieren afgepeld. Ten eerste door het snel ronddraaiende wiel waardoor er steeds deeltjes afgeschraapt worden. Maar veel interessanter is de tweede reden: de O2 moleculen uit de lucht binden met de C-atomen om samen te komen tot… CO2

De belangrijke uitkomst van het onderzoek – wanneer ontstaat de gewenste situatie en waardoor – kwam voort uit analyses waarbij men keek naar wat er kwantummechanisch plaatsvindt tussen de bindingen van de atomen tijdens het breken van de verbindingen.

De analyses hebben een werkbaar model opgeleverd waarbij de processen te berekenen zijn en er zo toch weer een onduidelijke zaak uit het verleden verhelderd is.

Met een wetenschappelijke basis voor het anisotrope verschijnsel in diamant is het onderzoeksveld van de tribologie (wrijvingskunde: gedrag van contactvlakken) weer een puzzelstukje rijker.

1FYI: Sinds midden jaren ’80 van de vorige eeuw zijn er ook anderehardere materialen vervaardigd en synthetische diamanten worden sinds 1953 gemaakt.

 

Bron: http://www.sciencedaily.c…/2010/11/101129111742.htm

Touchscreens van koolstofnanobuisjes?

Touchscreens hebben al een lange weg afgelgd sinds de jaren ’70. In eerste instantie werd het prototype van het resistieve scherm ontwikkeld, maar het duurde lang voordat dit type scherm ook echt in gebruik genomen werd. De eerste commerciële schermen hadden infrarood LED-jes in de zijranden zitten om de plaats te bepalen. Deze schermen werden (worden) vooral gebruikt op plaatsen waar een toetsenbord of muis onhandig was, bijvoorbeeld in de (zware) industrie, achter de kassa of de kaartjesautomaat voor de trein.
224607

De restitieve schermen zie je veel bij handheld devices en werken door twee lagen die elkaar net niet raken, op elkaar te drukken. Voor dit soort schermen zijn er twee technieken: Wire Resistive en de Digital Matrix. De 5-Wire Resistive techniek werd als eerste bedacht. Hierbij bestaat de onderste laag uit vier punten die spanning afvoeren en de bovenste laag is de spanningsbron. Als er dan op de bovenste laag gedrukt wordt, kan er door spanningsverschil tussen de vier punten op de bodem berekend worden waar het drukpunt zich bevindt. De Digital Matrix techniek is preciezer. Er wordt een raster in de onder- en bovenlaag ge-etst. De verschillende kolommen en rijen worden dan apart verbonden.

Het capacitieve scherm is op dit moment de populairste consumentenuitvoering en zit voornamelijk in telefoons (ja, en iPads, Slates, etc.). Het werkt namelijk heel goed met vingers en andere organische materialen. Dit komt doordat je vinger een beetje van de spanning wegvoert. Hierdoor treed er verandering van de capaciteit op en kan de plaats bepaald worden. (zie ook uitleg bij de NWQ Junior van 2009, vanaf 15:00 minuten :) ) Groot bijkomend voordeel is ook dat de schermen erg goed werken voor multitouchtoepassingen.
224608
Alleen, hoe kan het dat die ‘glazen’ plaatjes toch iets doen met elektriciteit? Glas is toch een isolator? Of zitten er allemaal superdunne metalen draadjes in de schermen verwerkt? Nee, op de schermen zit een film van metaal. Om precies te zijn van het metallische mengsel indium-tin-oxide, ofwel ITO. De bijzondere eigenschap van dit materiaal is dat het geen fotonen opneemt, waardoor het licht doorlaat. Normale metalen nemen vrijwel alle fotonen op doordat er veel vrije elektronen in metalen zitten die aangeslagen worden door de fotonen. Electroden van ITO zitten bijvoorbeeld ook in de pixels van LCD-panelen en in zonnecellen.

Je voelt al nattigheid: indium, ooit van gehoord? De kans is groot van niet. Waar komt het dan vandaan? Indium is een bijproduct van tin-, lood-, ijzer- en koperwinning. Het is moeilijk ‘los’ te maken uit het afval wat ontstaat bij de verwerking van de ertsen en wordt daarom vaak ook helemaal niet gewonnen. De huidige productie is zo klein dat met de bekende winbare volumes we nog hooguit zo’n tien jaar voort kunnen.*
224609
Nu wordt er naarstig gezocht naar alternatieven, waarbij de meeste alternatieven toch nog gebruik maken van (mogelijk) schaarse metalen of combinaties daarvan. Toch is er een element dat niet over het hoofd gezien mag worden: Koolstof. het tot buisjes gevormde molecuul kan op nanoschaal heel veel interessante eigenschappen hebben waarmee sinds de ontdekking van de koolstofnanobuisjes (ofwel Carbon Nanotubes, CNT’s) in 1991 nog steeds nieuwe vindingen gedaan worden.

Onlangs presenteerde een Taiwanees bedrijf drie verschillende touchscreens van CNT’s, waarbij een van de oplossingen nog steeds ITO’s nodig heeft. De eerste oplossing is een restitief CNT-scherm. De tweede methode is een hybride oplossing met een CNT en ITO laag en de derde manier is een capacitief CNT-scherm. Alle methoden bieden multitouchmogelijkheden.
224610
Het eerste en laatste scherm bieden ‘slechts’ ondersteuning voor 2 vingerige invoer, terwijl het CNT/ITO scherm maximaal vijf punten kan detecteren, Al met al is een zogenaamd ‘ITO-loze’ oplossing nog niet zaligmakend. Maar dat de metaalloze koolstofoplossing de meest duurzame is, staat volgens mij wel vast.

Bron: New Scientist (NL-vertaling), Tech-On!Wikipedia en Trinity College

* Er is nogal tegenstrijdige informatie te vinden op Internet met betrekking tot de winning van indium. Beweringen dat Canada momenteel de grootste producent van het goedje is, omdat Chinese fabrieken de moeite niet nemen het te winnen. Aan de andere kant zal China wel het meeste hebben, maar het blijkbaar niet produceren… Daarnaast zou er wereldwijd relatief meer indium zijn dan zilver, maar toch veel lastiger winbaar, waardoor het dus duurder is

Nanogeneratoren sterk genoeg om LCD-display aan te sturen

Al jaren horen we geluiden dat onze gadgets binnenkort met onze kleren zullen worden geïntegreerd, maar waar komt al die energie toch vandaan? De zoektocht naar lokale energie wordt hoe langer hoe belangrijker. Bij lokale elektriciteit schieten computers voorzien van opwindmechanismes en natuurlijk de aloude knijpkat mij het eerst te binnen. Voor al deze grote apparaten is nog een significante hoeveelheid energie nodig, maar er zijn ook heel veel dingen die een stuk minder power consumeren. Waar zijn die beloofde spullen die zonder directe menselijke interventie toch energie kunnen opwekken?
Nanodraadjes
Mogelijk bieden bosjes nano-draadjes in de nabije toekomst een oplossing. Het is gelukt om met behulp van nanodraadjes van zinkoxide een nanogenerator te maken die door samendrukking en weer loslaten een enkel knipperend cijfer op een LCD-display kan laten verschijnen en om een LEDje te laten knipperen. Deze zogenaamde onregelmatige beweging kan natuurlijk ook energie opwekken van een hartslag, de stappen van een wandelaar, het bewegen van de stof van je t-shirt of van de trillingen die opgewekt worden door een zware machine.
elektrisch schema nanogenerator
De werking berust op een oud principe: het piëzo-elektrisch effect. De uitwerking van dit effect kent iedereen van de gasaansteker met zo’n vonkje. Maar hoe krijg je het dan zo klein en ook nog effectief? Dat laatste was de uitdaging van dit onderzoek. De werkzaamheid van het systeem kende men al uit eerdereonderzoeken. Toen liet men de nanodraadjes groeien op een stijf substraat met een metalen elektrode bovenop. Deze manier van laten groeien en in elkaar zetten was alleen nogal lastig en tijdrovend. De opgewekte hoeveelheid energie was daardoor ook veel te klein.

Nu laat men de draadjes op een andere manier groeien, namelijk een conische vorm. De draadjes kunnen dan geoogst worden door ze simpel af te snijden en daarna in een alcoholoplossing te doen. De oplossing met de draadjes wordt dan op een dunne metalen elektrode en een flexibele film van een polymeer gedruppeld. Alcohol laten drogen verdampen en de laag is klaar. Op die manier kan men vrij makkelijk laag voor laag werken en de onderzoekers denken dat het makkelijk omgezet kan worden naar industriële productietechnieken.

Op dit moment is de hoeveelheid opgewekte elektriciteit nog niet voldoende om een pacemaker of misschien zelfs een mp3-speler op te laden, maar de ontwikkeling is sinds 2005 zo snel gegaan dat men denkt binnen vijf jaar wel zo ver te zijn. We wachten af.

Bron: Eurekalert.org
*Filmpje*
Extra nano-info: Nanometing.nl

MMORPG-spelers, Hommels en verzamelen, wat hebben die met elkaar te maken?

Erg weinig. En toch is er iets wat hen bindt, namelijk het verzamelen van bepaalde stoffen. Voor het gros van de bij-achtigen is nectar verzamelen een belangrijk onderdeel van het levensonderhoud. Voor de gemiddelde WoW-speler is verzamelen ook erg belangrijk, al is het maar voor XP. Gathering naar metalen en dergelijke om wat stukjes metaal te leren smelten, mengsels te leren maken of wat dan ook… Daar zijn allerhande addons voor die daarbij helpen.

Waarom hebben we (de spelers) die hulp dan nodig? Omdat we vergeten waar de hotspots zitten als we die niet ergens noteren. Het zou ook fijn zijn als we de kortste route tussen de verschillende nodes weten te vinden. Een recent onderzoek met hommels laat zien dat de diertjes met slechts miniscule hersentjes ter grootte van een graszaadje schijnbaar probleemloos die verzamelproblemen oplossen. De suggesties die uit het onderzoek naar voren komen laten zelfs ruimte voor computer scientists om er misschien lering uit te trekken.

WoW Gatherer
Screenshot World of Warcraft: WoW Gatherer

Om te voorkomen dat er mensen zijn die nu een trage herfsthommel willen gaan vangen om er vervolgens elektroden op te plakken om de hersenactiviteit te meten, lijkt het niet onverstandig eerst het onderzoek uit de doeken te doen. De vraag die onderzoekers zich stelden aan twee Londense universiteiten was of ze (de hommels) gewoon in de volgorde waarin de bloemen(velden) ontdekt werden, bleven vliegen of bleek het complexer en veranderden ze hun foerageergedrag? Het antwoord is waarschijnlijk al te raden: ze veranderen hun gedrag.

Klinkt logisch, zal men denken. Misschien doet het ‘Travelling Salesman Problem‘ een belletje rinkelen. Bij dit wiskundige probleem moet een hypothetische verkoper heel veel verschillende adressen afgaan en hier de meest efficiënte route bij bedenken. Dit kan met veel verschillende punten een computer voor lange tijd aan het rekenen zetten. Een computer (ok, het algoritme) lost dit vooralsnog op door de lengtes van de verschillende afstanden te berekenen en die allemaal met elkaar te gaan vergelijken om dan uiteindelijk op de snelste route uit te komen. Een hommel doet dit blijkbaar ook. Maar dan zonder TomTom.

Hommel
Foto: hommel

De uitvoer van het onderzoek werd gedaan door computergestuurde ‘bloemen’ neer te zetten in verschillende bloemenvelden. Deze nepbloemen werden voorzien van een lekkere suikeroplossing die op afstand bediend kon worden (het beestje kon zich er niet constant aan tegoed doen, de lekkernij was op den duur ‘leeg’). Eerst met slechts een nepbloem in een veldje, daarna werden in meerdere veldjes nepbloemen aangezet. Wat bleek: bij het in verschillende volgorde aanzetten van de bloemen bleven de diertjes voor het grootste gedeelte erg logisch rondjes vliegen. Ook na een of enkele overnachtingen.

Wat zit er dan voor ons in om dat allemaal uit te zoeken? Leuk om te weten dat dieren die het echt nodig hebben om zo min mogelijk energie te verspillen evolutionair ‘bedacht’ hebben hoe dat in hun kleine breintjes te… Ja, dat dus. Daar kunnen we als mens met onze netwerkmaatschappij en onze constante stroom van goederenverplaatsingen misschien best wat van leren. Misschien kunnen we als we beter begrijpen hoe het breintje werkt, onze systemen daarop aanpassen. Een soort van evolutionair algoritme. Daarom sluit ik af met een quote van een van de onderzoekers, Dr. Raine: “Despite their tiny brains bees are capable of extraordinary feats of behaviour. We need to understand how they can solve the Travelling Salesman Problem without a computer. What short-cuts do they use?”

Bron: Science Daily en The American Naturalist

Coderende wetenschappers: plaag of zegen?

Onlangs verschenen twee opinieblogs op de site van Nature over coderende wetenschappers. Het schijnt een waar drama te zijn, de onderzoekers denken dat ze het zelf wel kunnen of – wat vaker voor lijkt te komen – wegens tijd/geld/mens-gebrek het zelf dan maar even doen, want ach. Het hoeft toch maar een keer gebruikt te worden voor dat specifieke project. Vind zelf het wiel maar nog een keer uit.

Natuurlijk is het zo dat veel onderzoeksprojecten een specifieke dataset moeten verwerken die niet met een ander programma te verwerken is. Ook kan het zo lijken dat een dataset prima te verwerken is met een bestaand programma gemaakt door onderzoeksgroep X. Misschien even een klein stukje veranderen… De documentatie is misschien wat onduidelijk of helemaal niet aanwezig, maar ach, het lijkt toch wel op wat we nodig hebben.

Het bekendste voorbeeld is de rel die er ontstond rond het IPCC en de gelekte e-mails van de Climatic Research Unit (CRU) inzake klimaatverandering. De hackers (en de halve wereld daarna) dachten dat er data gemanipuleerd was. Dit bleek gelukkig niet zo te zijn na een grondig onderzoek. Het laat wel zien dat er redenen zijn voor ongerustheid rond onderzoeksresultaten, wat onder andere blijkt uit de volgende, weinig geruststellende zin van ene Harry van het CRU uit een van de e-mails:

“Yup, my awful programming strikes again,”

Hij probeerde bepaalde code aan te passen voor de verwerking van data van een weerstation in Mexico.

Belangrijke stappen in het proces van softwareontwikkeling zijn natuurlijk terug te vinden bij de professionele devvers: documentatie, versiecontrole, test de software en deel met anderen. Dat laatste heeft vele voordelen, namelijk dat je het inzichtelijk moet maken en er ook feedback op krijgt.

Maar het belangrijkste is toch wel: opleiding. Iedere wetenschapper zou toch tenminste een basiscursus programmeren gehad moeten hebben, zelfs als men zelf nooit een programma hoeft te schrijven. Ok, iedereen heeft wel eens een webpagina in elkaar ‘ge-html-d’, maar daar kom je er niet mee. Een deel zal met wat basic programmeertalen hebben gepield in zijn leven en dat is genoeg voor de spreekwoordelijke klok, alleen die klepel…

Een oplossing die aangedragen wordt is wederom: delen. Gedeelde code geeft niet de onderzoeksresultaten weer en mocht men daar bang voor zijn, kan de code gepubliceerd worden samen met de publicatie zelf. Als je bang bent dat mensen je op (schoonheids)foutjes zullen wijzen, ach, dat is dan alleen maar fijn en zorgt er misschien zelfs voor dat je later iets niet terug hoeft te trekken omdat het niet klopte. Daarbij komt: je staat toch achter het onderzoek, dus zou je ook moeten staan achter de gebruikte programma’s.

Open Source heeft in korte tijd heel wat wakker geschud in deze wereld en processen versneld en verbeterd, Open Access Science is toch al een goede eerste stap.

Daarna maar eens beginnen met de cursus “Hoe leg ik mijn ingewikkelde resultaten uit aan het publiek zonder dat die er hun eigen fantastische interpretaties op loslaten?” Maar dat is een ander onderwerp…

Bron: Computational science: …Error en Publish your computer code: it is good enough, beiden van de Nature-site

Botox lekt door, onder andere de hersenen in

Om de buitenzijde van het lichaam strak te trekken, gebruikt men vaak botox. Scheelt snijden en dus dure kliniekuren. Het voordeel van dit giftige goedje zou zijn dat het blijft zitten op de plek waar het ingespoten is.

Botuline Toxine blijkt via zenuwvezels naar de hersens door te kunnen ‘lekken’. Wat voor effect dit kan hebben, is nog onbekend. Maar, waarom heeft men dit niet eerder ontdekt? En hoe heeft men dit proces dan nu wel gezien?

De sterkst natuurlijk voorkomende gifstof inspuiten om er van buiten mooier uit te zien, klinkt als Russische roulette. Maar men onderzocht in de jaren zeventig van de twintigste eeuw of dit inderdaad zo zou zijn. Neen, botuline bleef waar het zat. Men labelde de botox met jood-125 en volgde zo de wandeling van botuline door het lichaam. Dat bleef dus zitten waar het zat.

Wat deed men dan nu? Omdat botox zo krachtig is zijn er slechts enkele moleculen nodig om bepaalde neurotransmitters te vernielen. In dit geval volgde men het reilen en zeilen van een proteïne SNAP-25. Dus niet het kijken naar waar de kogel (de botuline) blijft, maar wat er door veroorzaakt wordt (kapot SNAP-25) bekijken. Dat had dus wel zin.

Onderzoek op ratten, door ze in verschillende spieren botox in te spuiten, liet zien dat overblijfselen van SNAP-25 te vinden waren in de stam van de hersenen en in naastgelegen spierweefsel.

Vooralsnog wordt botox niet als gevaarlijk bestempeld. Het heeft, voor zover bekend, één dode opgeleverd in 30 jaar gebruik. En misschien heeft het zelfs positieve effecten. Onderzoek zal dat weer uit moeten wijzen.

(Bron: doi:10.1523/JNEUROSCI.0375-08.2008)