Vondelparkbank als schaduw in de sneeuw

Vondelparkbank als sneeuw voor de zon
Vondelparkbank als sneeuw voor de zon

Woensdag dertien maart, een korte sneeuwbui in Amsterdam zorgt voor een zeer tijdelijk wit kleed. Behalve dan waar de zon er even net niet bij kan.

Stinkende krochten

Onlangs werd het 22 graden Celsius buiten, namelijk afgelopen weekend (2 april 2011). Het Vondelpark stroomde over van de mensen die allemaal vrijelijk hun waar achterlieten voor de schoonmakers. Roodverbrande gezichten waren het gevolg en menigeen zal de zaterdagavond vroeger naar bed zijn gegaan dan normaal omdat de combinatie zon, niet eten en stiekem van de witte wijn lurken een bepaald effect op het gemoed hebben.

Dat velen ineens besluiten snel het melkwit van de huid weg te branden, geeft anderen weer de zogenaamde lentekriebels. Deuren en ramen worden opengezet en de was vindt voor het eerst weer de weg naar buiten om knisperend hard te worden. Weinig momenten zijn zo fijn als het liggen onder een vers, door de frisse lentebries gesteven laken.

Na een dergelijke exercitie van de lakens in de buitenlucht ruiken ze ook heerlijk. Of in ieder geval anders. Tja, geuren. Stofjes die de binnenzijde van je neus beroeren. Ook wij met onze inferieure neusjes hebben een geurenassociatiegeheugen waar je u tegen kunt zeggen. Dat van mij is in vergelijking tot velen nog krachtiger ontwikkeld. Ach, iedereen heeft zo z n ding he. Het is alleen niet altijd even prettig.

Ik zat fijn op mijn balkon op deze niet onaardige dag. Af en toe kreeg ik echter een zweem van een bepaalde geur in mijn neus. Een lucht die ik ken van vroeger, de tijd dat ik bij vriendjes speelde waar de ouders iets andere voedingsgewoonten hadden dan de mijne. De vader veelal aan de zware shag en moeder aan de sherry. Meubels van zwaar eiken met lederen bekleding en bruine plavuizen. Ook begin jaren 90 al hevig gedateerd.

De geur van oudbakken frituurvet, verschraald bier en algehele onfrisheid werd blijkbaar af en toe door de lichte bries richting mij op het balkon geblazen. Het meest verbazingwekkende voor mij is dat er blijkbaar mensen zijn die nooit, maar dan ook nooit een deur openzetten bij een buitentemperatuur lager dan een graadje of 20…

smelly church stuff...
(foto: Eye of the Tiber (?) )

Sommige mensen denken dat een beetje wierook verlossing biedt…

Toeristenkiekjes

Er zijn nog nooit zoveel toeristenkiekjes geschoten door de inwoners van Amsterdam zelf. Daar ben ik van overtuigd. Al twee dagen loop, fiets of fietsloop ik door Amsterdam met een gevoel van kindse tevredenheid. Alles ziet er anders uit. Overal stop ik om te kijken, te ruiken en te luisteren naar de doffe stilte. Met verbazing neem ik de stad in me op. Wat een ontzettend mooie stad is dat mini-metropooltje aan de Amstel eigenlijk.

Sneeuw en prachtig strijklicht. Alles wat nodig is om de normale wereld anders te laten lijken dan ze zich normaal voordoet. Een moment voor de normaal zo gehaaste bewoner om af te remmen. Zelfs de Stopera ziet er aardig uit. Alleen de toneeltoren ontsiert, maar een kniesoor die daar vandaag op let.

De sneeuw kwam gisteren. De hele dag. Honderden kilometers file in het hele land, soms tot wel zeventig kilometer aan toe. In de stad was daar gelukkig niets van te merken. De stevige stappers onder gebonden en hop, de straat op. En lopen. Door Oud-Zuid (okok, Zuid tegenwoordig). De Koninginneweg is eigenlijk best een statige straat, zo zonder auto’s. En er zitten zelfs allerlei kleine zaakjes! Grappig om dat te constateren, ik fiets er toch vrijwel dagelijks doorheen. Af en toe lopen kan zo zijn voordelen hebben.

Zo stiefelde ik verder door het gebied tussen de Willemsparkweg en de De Lairessestraat. Het zit daar helemaal vol met van alles en nogwat. Zelfs ik werd ertoe overgehaald om ineens een impulsaankoop te doen: Bonbons. De eerste keer in mijn leven dat ik zelf een dergelijk product heb aangeschaft. En ze blijken nog erg lekker ook, die bruine blokjes van Ge van Avezaath.

Na zoveel stappen in de sneeuw, voelt men dat wel na een tijdje, waarna ik me genesteld heb achter een kop warme chocolademelk (met slagroom) in het Concertgebouw Café. Ook weer zo’n eerste keer. Ik was echt nog nooit in dat etablissement geweest. Het trok me nooit aan, dat uitzicht over die rare hoek bij het Concertgebouwplein en de Van Baerlestraat. En wederom, zo zonder veel auto’s en vrijwel geen trams en bussen een uitzicht! Het staat er eigenlijk vol met mooie panden uit het eind van de negentiende eeuw…

Uiteindelijk bleek het Vondelpark toch wel het slagroomtoefje op de taart. Rennen door de 20 centimeter sneeuw. Heerlijk. Beetje linke soep die bevroren vijvers, dat weer wel. Je zou er zo over verder rennen.