Gratis geld! Nu! (En waarom je bank verdwijnt)

Gratis geld! Nu! (En waarom je bank verdwijnt)

Zo klonk het jaren geleden in mijn oren: je kon gewoon met je computer gratis geld ‘maken’. Bitcoins heetten die dingen. Hoe het precies werkte, interesseerde me eerst niet zo veel. Toch begon het al snel te kriebelen: dit is meer dan alleen maar goudzoeken.

Het is ergens eind 2011, een rustige tijd van het jaar. Donker, maar er is een lichtpuntje: je kunt zomaar gratis geld maken op je eigen computer! Wel wat vaag, maar toch. Ik downloadde een programmaatje en… Niets. 0.00000000 BTC bleef er staan. Stom. Programma weer verwijderd.

Een jaar later, weer december, weer tijd over. Aha! Dat programmaatje was niet waarmee je geld kon maken, daarvoor had je een ander programma nodig. En jawel, ik zette mijn eerste schreden op het pad van de miners. Ofwel de goudzoekers van onze tijd. Snel ging het niet en een Bitcoin, want daar hebben we het natuurlijk over, was te weinig waard om mijn computer daarvoor drie keer zoveel energie te laten verstoken. Ik wist toen in weken computertijd iets van 2,5 euro, een 0.00nogwat BTC, bij elkaar te sprokkelen.

Nu zijn er misschien een aantal woorden voorbij gekomen die je niet kent: miner, Bitcoin en BTC. Dat is niet erg, want het zijn ook vrij nieuwe woorden. Voor ik ze verder uitdiep, even terug naar mijn gepruts in 2012. Want dat was het. Ik had drie woorden opgevangen: ‘zelf geld maken’, en dat bleek voldoende om me aan te zetten allemaal regels code te kopiëren van internet om zo mijn videokaart (dat ding wat normaal beelden op je beeldscherm tovert) te laten rekenen, aan transacties die gedaan zijn op blokken van de blockchain van Bitcoin.

Mythische bedenker

Maar wat ik deed, dat was me eigenlijk volstrekt onduidelijk. En dat terwijl het toch echt uitgelegd staat in het artikel dat Satoshi Nakamoto, het pseudoniem van de nog steeds onbekende bedenker van Bitcoin, schreef in 2008. De titel van het artikel is: “Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System“. De eerste zin van dat artikel luidt: ‘Een pure, peer-to-peer-versie van elektronisch contant geld dat online betalingen mogelijk maakt die direct van de ene naar de andere partij gestuurd worden zonder eerst via een financieel instituut te gaan.’

Deze eerste zin is voor de gemiddelde leek, wat praktisch iedereen toen was, lastig om te doorgronden, ondanks dat de woorden op zich niet onbegrijpelijk zijn. Waarom zou je geen financieel instituut meer willen? Behalve dan een enkele libertariër die het liefst alle instituten de nek omdraait. En wat heeft peer-to-peer-technologie ermee te maken, iets wat de meesten alleen kennen van het downloaden van films. Daarna gaat het verder met termen als: ‘digitale handtekeningen’, ‘voorkomen van dubbel-uitgeven’, ‘timestamps’, ‘transacties die gehasht* moeten worden’,  ‘proof-of-work’, ‘langste keten’, ‘cpu-kracht’, ‘aanvallers voor zijn’, ‘nodes*‘, ‘berichten die worden uitgezonden’. Veel terminologie is op zich voor mensen die iets meer met computers doen niet onbekend, maar de combinatie daarvan, daarin zit hem de genialiteit van het Bitcoin-netwerk. Het lost namelijk het ontbreken van een vertrouwde derde partij op en het probleem dat digitale zaken makkelijk gekopieerd kunnen worden, iets wat zeker met elektronisch geld geen overbodige luxe is.

Wat is Bitcoin?

Dan weet je nu wat het is, die Bitcoin en de achterliggende techniek die niet veel later tot blockchain omgedoopt werd: digitaal vertrouwen, dat is het. We stellen ons als mens niet snel de vraag hoe iemand te vertrouwen, als mens weten we hoe dat werkt: je staat naast een ander mens. Die andere persoon geeft je 20 euro. Dan weet je 100 procent zeker dat je die 20 euro hebt gekregen. Dit is heel lastig uit te voeren op internet, maar het is oh zo nodig. Dus in plaats van te vragen hoe het werkt, had ik moeten vragen: welk probleem lost [de] blockchain, of toen nog Bitcoin, op?

‘Bitcoin is geen systeem van krediet, of schuld. Het is ook geen bedrijf of wat dan ook. Het is digitaal contant geld met een eigen waarde zonder dat daar een derde partij voor nodig is. Direct, zonder tussenkomst van anderen.’ Zo legt Andreas Antonopoulos, een van de voorvechters van Bitcoin van het eerste uur, het graag uit in zijn talks. Hij stelt het heel simpel: het wordt steeds moeilijker dingen met contant geld te betalen en tussen elke betaling zit een bedrijf of een keten aan bedrijven. Bij Bitcoin is dat niet het geval. Niemand kan een bitcointransactie tegenhouden. Ook niet als er een regering of bedrijf is die wil dat die transactie niet plaatsvindt om wat voor reden dan ook. Het gaat Antonopoulos in eerste instantie om vrijheid en dat we ons zeer bewust moeten zijn van de vrijheid die we inleveren door ons over te leveren aan zo veel derde partijen die met ons geld omgaan en onze privacy. Partijen die we allemaal vertrouwen, totdat het misgaat of een regime sterk van karakter verandert. En dat dit ook bij ons kan gebeuren, is helaas zeer goed duidelijk geworden met de verkiezing van Trump.

Zo dacht ik zelf dus nog niet na over blockchain in het begin, namelijk het oplossen van de vertrouwenskwestie. Toch was me al snel duidelijk dat het meer was dan geld alleen. Klein voorbeeld: wat ik heel gaaf vond en vind, is dat elke transactie op internet te volgen is. Je kunt elke transactie die ooit gedaan is inzien op de blockchain. Dat is waar ik begon. Dat wilde ik snappen, maar achteraf had dit geen betekenis zonder begrip van online vertrouwen tussen onbekende partijen.

 

De Wiebelende Cijfertjes: Forex Trading Kraken

Fast foward naar nu

Inmiddels zijn we een jaar of vijf verder en hebben honderden ouderwetse bedrijven zich gebogen over de gebruiksmogelijkheden van blockchains. Daarnaast zijn er duizenden nieuwe bedrijven, bedrijfjes en instellingen ontstaan die bezig zijn met blockchains en sommige van die ontwikkelingen zullen uiteindelijk heel belangrijk worden voor ons normale stervelingen. Alles wordt verbonden. Alles.

Laat dit rustig op je inwerken. Alles is toch al verbonden? Ja, heel veel is al verbonden en met het Internet of Things wordt dat steeds meer. Maar de ijskast laten betalen aan de supermarkt vergt nog heel wat stappen, al te beginnen in welk land je woont, welke stad, welke supermarkt je gebruikt, wat voor betalingen die accepteert, etc. etc. Via blockchaintechnologie, ja ik gooi hem er gewoon in, kan dat in de toekomst zonder gedoe. De hele transactie, dus ook de boodschappen zelf, kunnen eraan gekoppeld worden. En die weer aan andere benodigde transacties, zoals directe verrekening van btw en accijns. De grootgrutter hoeft de btw-boekhouding niet meer te doen, dat gaat rechtstreeks naar de schatkist. En niet alleen dat, stel de parkeertijd van de zelfrijdende bestelbus die de goederen bezorgt kan zo bijgehouden worden om vervolgens via een microtransactie naar de gemeente parkeergeld te betalen. Ah, de gemeente. En het rijk. En wat al niet meer. Alles is in die zin te automatiseren en dat klinkt sommigen misschien als muziek in de oren: niet meer zelf nadenken, alles door het systeem laten doen.

Maar het idee van ‘geen banken meer nodig om iemand via internet te betalen, alsof je cash gebruikt’, wordt zo wel heel snel overboord gegooid. De mens is dan überhaupt niet meer nodig voor transacties. Zo kun je zelfs volledig autonome bedrijven oprichten waar naderhand geen mens meer aan te pas komt. Dat zorgde tot nu toe overigens voor een paar grote zeperds, maar het kán.

Ponzi’s en louche zaakjes

Als ik dit zo opschrijf, begrijp ik heel goed waarom ik niet begreep waarom het zo interessant was. Wel voelde ik een bepaalde kriebel, iets in je achterhoofd dat aangeeft: hier is iets mee. De meesten in mijn omgeving vonden dat ik naar een ouderwetse Ponzi aan het kijken was, ofwel klinkklare oplichting. Mensen associeerden Bitcoin met duistere zaakjes en daarmee was de kous af. Pas veel later kwam ik in contact met mensen die er dieper inzaten en ook echt met bepaalde toepassingen bezig waren die heel veel verder gingen dan hopen of je Bitcoin of vergelijkbare cryptomunt meer geld waard werd.

En toch wist nooit iemand uit te leggen waarom dat idee van die blockchain zo ontzettend ingenieus en interessant is. Dat lag ook zeker aan het feit dat ik nooit de goede vraag stelde, maar alleen de eerder genoemde  ‘hoe werkt het’-vraag. Dat laatste was misschien ook niet zo gek. In die begintijd sprak ik nooit met mensen die de waaromvraag nog moesten stellen. Ik vermoed zelfs dat velen daar eigenlijk niet zo mee bezig waren. Het was dan ook een turbulente tijd met bijzonder interessante types, soms zelf met ruzies die tot ouderwets handgemeen leidden.

Nu we de waaromvraag beantwoord hebben, komt de volgende stap: het begrijpen hoe diep dit op onze levens kan ingrijpen. Begrijp me niet verkeerd: ik denk dat er heel veel praktische kanten zitten aan het gebruik van deze technologie en afgeleiden daarvan. Wel maak ik me zorgen om de gretigheid waarmee bepaalde regeringen de technologie omarmen. Estland was er vroeg mee, maar nu wil Dubai als eerste een volledig op de blockchain gebaseerd systeem hebben om het land te besturen. Laten we uitgaan van nobele intenties, maar met even verder denken kan het aardig grimmig worden.

Toekomst

Voordat iedereen nu bang wordt voor blockchaintechnologie: laten we vooral in gesprek blijven over wat we zien als wellicht mooie ideeën en plannen en wat niet. Bitcoin werd bedacht om transparant te zijn en als we in die gedachte verder gaan, dan kan een idee met voldoende openheid veel praktische voordelen opleveren.

Zo is er een bedrijf in Nederland dat huizen koopt met meerdere eigenaren en vervolgens verhuurt en de huurpenningen verdeelt onder de verschillende huiseigenaren. Er zijn vergevorderde plannen om journalisten via een bepaalde blockchain veiliger hun werk te laten doen in landen waar het niet zo nauw genomen wordt met censuur en erger. Of het idee om donaties aan daklozen te doen via een blockchain zodat de donateurs weten dat het geld niet aan de strijkstok blijft hangen maar terechtkomt bij de mensen waar het voor bedoeld is. Of voor een eerlijkere verdeling van voedsel. Of een veiliger internet-of-things. Of een betere afhandeling van rechten van musici en andere rechthebbenden. Of worden er een soort van banken opgericht waarbij iedereen een rekeningnummer kan aanmaken. Iedereen, zonder dat je daar iets van legitimatie voor nodig hebt. Direct. En je kunt ook nog wisselen tussen allerlei munten en ‘normale’ valuta. Ja, het gaat best rap.

Maar eerlijk is eerlijk: lang niet alles moet in een blockchain gepropt worden. Nu is de tijd te experimenteren en fouten te maken. En die worden gemaakt. Veel, heel veel. Maar in mijn ogen: liever nu dan als we alles er zomaar klakkeloos mee op willen lossen.

* Hash: toegevoegd aan Dikke Van Dale in 2009
* Node: voorlopig toegevoegd aan Dikke Van Dale 2017

De kaping van de deeleconomie

De kaping van de deeleconomie

IMG_20140811_171852Delen met anderen voor het grotere goed, het kan. De term werd de afgelopen jaren echter handig gekaapt door bedrijven die heel iets anders voor ogen hebben dan een wereld waarin gelijkheid een rol speelt, namelijk werelddominantie.

Het klinkt zo nobel: wij bieden een platform waardoor u een zakcentje kunt bijverdienen. Wij romen een klein percentage af voor de kosten aan onze kant en dat is het. Alles koek en ei, niks aan de hand.

Dat gaat in redelijke harmonie zolang de schaal ook redelijk blijft, ware het niet dat alles wat met internet te maken heeft, in principe de potentie heeft wereldwijd omarmd te worden.

Daardoor worden de zakken van dergelijke conglomeraten in spe diep. Heel diep, soms zelfs al voor ze werkelijk bestaansrecht hebben. En de macht groot. Heel groot. Geen persoon, geen klein bedrijf, geen gemeente en zelfs hele landen kunnen daar niet tegenop.

Ook dan gaat het in eerste instantie nog wel goed, totdat ergens in de niet eens zo verre toekomst zich een heel ander beeld zal gaan ontvouwen – als we de ingeslagen weg blijven volgen.

Als voorbeeld Airbnb. Ooit begonnen als een soort van alternatief voor couchsurfing. Couchsurfing betekent: ik bied een bank of bed aan waar je gratis op kunt slapen. Daarvoor vraag ik als bank-deler wel een klein stukje van je sociale zelf. Met gesloten beurs kan er zo over de hele wereld geslapen worden.

Veel mensen hebben geen zin in dat sociale deel en zo kregen steeds meer deel-je-extra-slaapkamer-voor-een-klein-bedrag-websites, waaronder het Silicon Valleyneese Airbnb en het Berlijnse Wimdu, steeds meer gebruikers. Voor een klein bedrag koop je de noodzaak de eigenaar van de slaapplek te vermaken, af. Of je huurt gewoon het hele huis, dan ben je ook klaar.

Nog steeds niet een heel groot probleem. Kamerverhuur bestaat al zolang er geld is.

Het verschil zit weer in schaal. Iedereen kan over de hele wereld probleemloos en snel een kamer huren via Airbnb. Die kamer kan van iedereen zijn die een extraatje wil verdienen. Iedereen zonder dat daar heel veel extra moeite voor gedaan hoeft te worden.

Een klein deel van dat extraatje, tussen de zes en twaalf procent voor de huurder en drie procent voor de verhuurder,  gaat naar de paar duizend werknemers die Airbnb heeft en overige bedrijfskosten, zoals het serverpark (op moment van schrijven is het onduidelijk, laatste cijfers zijn van maart 2014, vlak voor een investeringsronde waarmee 475 miljoen dollar werd binnengehaald; toen 1200 werknemers). Daarnaast gaat een deel van de inkomsten van de verhuurder weer op aan kleine bedrijfjes die stads-afhankelijk opereren. Die bedrijfjes regelen dingen als sleuteloverdragers en schoonmakers.

Tot zover ‘gun’ ik de CEO’s, CFO’s en andere Chiefs nog een klein extraatje. Je mag best iets meer verdienen als je chef bent van iets heel groots. Toch?

Terug naar de noemer, de deeleconomie waar betrekkelijk weinig verdeeld wordt. De ‘verdeler’, dat is de eigenlijke winnaar. Door zijn schaal is de verdeler al snel alleenheerser. Voor veel inversteerders natuurlijk een fijn vooruitzicht: ik stop verschillende miljoenen in verschillende mogelijke verdeel-en-heersbedrijven en er hoeft er maar één te zijn die het redt.*

De natte droom voor aanhangers van het libertarisme en sommige bezitters van grootkapitaal. In eerste instantie lijkt daadwerkelijk iedereen te kunnen profiteren, alleen leidt het precies tot de concentratie van alles bij één en de rest prutst wat onderin de marge. Precies waarvoor de voorloper van het spelletje Monopoly ooit werd bedacht, namelijk om te laten zien hoe slecht het was om één iemand te laten ‘winnen’, al werd het spel pas populair toen dat winnen als prettige component werd neergezet.**

Vat krijgen op de totale impact onder invloed van internet en ongebreideld kapitalisme (het schaalprobleem: tot welke schaal werkt een systeem nog goed?) is vooralsnog niet makkelijk, al zijn er wel steeds meer aanwijzingen die een mogelijke toekomst laten formuleren. Helaas is die op deze wijze niet heel rooskleurig: middenklasse verdwijnt en alleen enkele goedbetaalde banen blijven over, verder is de mens niet echt meer nodig, behalve in – heden ten dage – slecht betaalde banen onderaan de ladder en een enkeling helemaal bovenaan: de programmeurs, enkele technici, een uitverkoren creatieveling, managers en bazen.***

Kijk eens rond en zie vrijwel elke actie uitgevoerd worden door machinerie of bedenk welke actie een machine of robot heel goed zou kunnen. Er is niets te gek. Alles waarover geschreven is, bijna alle science fiction, zal zich in de betrekkelijk nabije toekomst waarschijnlijk manifesteren. Alleen de utopische, schijnbaar geldloze wereld op het Starship Enterprise lijkt nog verdomd ver weg. Ondertussen deed de animatieserie The Jetsons uit het begin van de jaren ’60 van de twintigste eeuw ons ook geloven in een toekomst waarin robotica vrijwel alle werk doet (later herhaald in de Pixar-film WALL-E) en iedereen een prettig (?) leven leidt. George Jetson werkt slechts één uur per dag, twee dagen per week.

Of we blij zouden worden van een wereld waarin een levensvervulling vrijwel volledig verdwenen is en alleen entertainment overblijft, dat is een andere discussie. Wel lijkt het zo te zijn dat er steeds minder werkelijk nuttig werk overblijft. In de hogere echelons van het bedrijfsleven lijkt men dat door een overschot aan managers nog te maskeren, daaronder wordt het al steeds meer zichtbaar met voorbeelden te over. Was het voorheen nodig een hoop kennis te hebben van bepaalde processen om een vak uit te oefenen – bankier op een lokaal kantoor bijvoorbeeld, is dat laatste nu vaak niet meer dan het controleren van een handeling, uitgevoerd via een programma. Wat overblijft zijn kantoren vol betrekkelijk slecht betaalde mensen die slechts programmatuur controleren en een enkele keer nog iets moeten invoeren.

De tegenstanders van dergelijke pessimistische gedachten stellen vaak dat ‘creativiteit’ nooit door computers geëvenaard kan worden. Grappig, de werkelijke creativiteit de afgelopen jaren lijkt steeds op een kopie van een kopie van een kopie. Al moet gezegd worden: om al die steeds groter wordende systemen ook echt goed te laten werken, daarvoor is heel wat creativiteit nodig: de onzichtbare techniek áchter de zo ‘gevierde’ bedenkers van ‘nieuwe’ oplossingen. Alleen zet je daar geen miljoenen mensen mee aan het werk. Sowieso wordt vaak vergeten wat er allemaal al kon toen internet min of meer begon door te dringen tot het grote publiek. Streaming VPRO kinderseries kijken kon al in 1999. Ergens in 1998 was iFilm een grote filmpjesdeelsite, al ging daar tijdens de eerste dotcom-bubble al iets mis (toen 100 miljoen nog als een groot bedrag klonk).

Met dat laatste hoef je als start-up niet meer aan te komen. Als je toekomstperspectief niet is dat je binnen een paar jaar toch niet minstens negen nullen kunt schrijven, dan investeert niemand meer in je in Silicon Valley. Dat de meesten überhaupt niets doen dan opbranden voor er ooit iets moois uitkwam, laat maar zien dat er weinig werkelijke creativiteit rondzingt.

Er leeft nu rond de 7 miljard mensen op deze aardkloot. Steeds minder mensen hoeven werkelijk iets te doen. Het is een illusie dat iedereen die heel creatief is iets kan oprichten en daar werkelijk iets mee kan verdienen. De rush in de creatievere steden van (betrekkelijk) jonge mensen om dan maar ‘iets’ ambachtelijks te beginnen, spreekt boekdelen. De meeste creativiteit lijkt zich zelfs niet te kunnen ontstijgen aan het recyclen van nog veel oudere dingen. Vintage heet het dan. Ben benieuwd hoe we web 1.0 gaan hergebruiken en of dat ook ambachtelijke banen oplevert, gezellig je site weer volledig handmatig in elkaar HMTL-en?

Feitelijk hoeven die mensen niets te doen. Er is geen nut. Het is niet dat mensen die oude meuk nodig hebben, nee, ze halen het ter vervanging van eerder voor veel minder geld gekocht Ikea-spul. Zonder eigen vocabulaire wordt alles maar gekopieerd. Ondertussen schreeuwt iedereen over copyright of andere rechten of nieuwe vormen van recht. Nog niet heel lang geleden heette dat ‘onderwijs’ en daarvoor viel dat delen van kennis onder ‘in de leer gaan bij’. Waar blijven de gedeelde algoritmes die nu bepalen hoe we de wereld zien? Nee, daar mag niemand wat van weten.

In die zin klopt het ook wel: er is steeds minder nodig om een leven te leiden, althans, zaken die direct zichtbaar zijn. De datacentra, daar heeft niemand weet van (op een kleine groep mensen die daar iets doet wat onzichtbaar is voor het gros van de mensen).

De vraag die zich opdringt is hoe je dan om moet gaan met bedrijven of onderdelen daarvan die groter zijn dan vele landen bij elkaar. Is het nog te billijken dat het nog een bedrijf is of heet? Wanneer is iets een voorziening? Wanneer is iets te groot om één niet democratisch gekozen bestuur te hebben? Wanneer komt de maat van de mens weer terug in ons leven?

Het is voor al die conglomeraten van belang dat iedereen net voldoende overhoudt om iets uit te kunnen geven. De vraag is: waarmee gaan de meesten dat dan verdienen terwijl we in principe constant gekluisterd moeten zitten aan de verschillende infusen van vermaak? Of is het gebruik van ons als verdienmodel al voldoende? “Wij voeren u een beetje, en u geeft terug.”

 
* Eerste investering Airbnb (2008): 20.000 dollar, laatste investering (2014) 475.000.000 dollar
** Volgens de overlevering zou het in 1903 bedachte spel The Landlord’s Game vooral bedoeld zijn om het morele verval te laten zien
*** Voor het gemak hebben we het maar even niet over 3D printen, iets wat ook begon als iets waarbij enthousiastelingen ontwerpen delen. Iets als Uber(pop) heeft zelfs nooit ontkend direct over te gaan op chauffeurloze auto’s als die toegelaten worden op de weg (interessant genoeg zijn heel veel mensen daar dan weer verbaasd over)
Welkom Ubuntu Edge: smartphone en PC in één

Welkom Ubuntu Edge: smartphone en PC in één

Met de Ubuntu Edge telefoon gaf Canonical zichzelf een pittige opdracht: breng 32 miljoen dollar middels crowdfunding bij elkaar en bouw dan een telefoon. Of dat ambitieuze doel gehaald wordt, lijkt op dit moment weinig reëel met nog negen dagen te gaan (en de teller rond zo’n dertig procent van het totaalbedrag).

Ubuntu Edge: smartphone en PC in één.
Ubuntu Edge: smartphone en PC in één.

Toch zet Canonical met het concept van de Ubuntu Edge voor het eerst sinds lange tijd weer eens een echte belangrijke verandering in telefoonland in de schijnwerpers, namelijk een apparaat dat functioneert als hub voor alle* computationele activiteiten.

Canonical is echt niet de eerste die over een hybride all-in-one computer denkt. Het is voor zover ik weet wel de eerste die ook daadwerkelijk een visie heeft voor één besturingssysteem en één interface op alle momenteel bestaande apparaten – of beter form factors (tablets, phablets, telefoon, desktops, laptops, etc.).

De Edge is in je broekzak een smartphone, maar thuis of op kantoor is het die veelzijdige desktop door het ding aan te sluiten op een beeldscherm en een (bluetooth) muis en toetsenbord.

Ik denk dat dit een blik op de nabije toekomst is: kleine apparaten die net zo krachtig zijn als een gemiddelde laptop. Ook kun je al die apparaatjes gebruiken als all-purpose computer, maar ook als simplistisch ding, zoals de huidige smartphones.

Door middel van gestandaardiseerde (online) applicaties, via HTML5 of QT, wordt ook de noodzaak (eh, cashcow) van verschillende incarnaties van apps overbodig.**

Ik hoop dat dit project slaagt, dan heb ik eindelijk een apparaat wat voldoet aan mijn toekomstbeeld. Maar ook als het niet lukt, dan heeft het Ubuntu en Canonical in ieder geval een hoop naamsbekendheid bij een groter publiek gegeven en daarmee misschien ook potentiële partners voor het verwezenlijken van deze visie?

De tijd zal het leren, maar aangezien ik toch echt wel eens een nieuwe telefoon kan gebruiken, pledge nog even een dag of negen mee!

Het betalen gaat overigens via Paypal, mocht je een Credit Card aan je account gekoppeld hebben, dan werkt betalen boven een bepaald bedrag alleen als je CC geverifieerd is, m.a.w. in het geval van een pledge voor een telefoon)

Verzending is binnen de EU, dus er komen geen extra invoerrechten overheen!

Nog even de specs natuurlijk:

  • Dual boot Ubuntu mobile OS en Android
  • Volledig geïntegreerde Ubuntu desktop PC (gedockt)
  • Snelste multi-core CPU, 4GB RAM, 128GB opslag
  • Micro-SIM
  • 4.5in 1,280 x 720 HD sapphire crystal display
  • 8mp achterzijde-camera, 2mp voorzijde-camera
  • Dual-LTE, dual-band 802.11n Wi-Fi, Bluetooth 4, NFC
  • GPS, accelerometer, gyro, nabijheids-sensor, kompas, barometer
  • Stereo speakers met HD audio, dual-mic opname, Active Noise Cancellation
  • 11-pin connector providing simultaneous MHL and USB OTG
  • 3.5mm jack
  • Silicon-anode Li-Ion batterij
  • 64 x 9 x 124mm

* Ok, waarschijnlijk laat iets als lokale videobewerking nog even op zich wachten en functioneren als supercomputer zal ook lastig zijn…
** Er staan heel wat nieuwe besturingssystemen voor smartphones e.d. te trappelen in de coulissen en allen maken in ieder geval gebruik van HTML5 apps (FirfoxOS, Tizen, Jolla, om er maar een paar te noemen), maar het zijn allemaal vooralsnog smartphone-besturingssystemen en niet gericht op breder gebruik

Edit: zeer uitgebreid artikel over Ubuntu, Shuttleworth, de Edge en andere Canonical-zaken: http://arstechnica.com/information-technology/2013/08/why-ubuntus-creator-still-invests-his-fortune-in-an-unprofitable-company/