Treinfietsen

Treinfietsen

Geen fiets in de trein. Eerst besef je niet dat het normaal is, zoiets waarvan je pas merkt dat het een gemis is als het niet meer mag. De fiets in de trein.

Misschien is juist dit het moment te bedenken wat aan het fiets-in-de-trein-systeem beter kan. Het moment van bezinning nu iedereen het openbaar vervoer links laat liggen.

Een voorstel: kom met een fietswagon. Een fietsenstalling op wielen. Na de spits enkele keren per dag via de lange intercitytrajecten tijdens de zomermaanden, zo tussen begin maart en half november.

Het geeft autolozen de mogelijkheid makkelijker verder met de fiets in eigen land te gaan. Of naar Duitsland waar fietswagons in bepaalde gebieden al lang standaard zijn. Vroeger zag je ze ook in de intercity naar Berlijn, geen HSL trouwens, gewoon die boemel. Of Belgiƫ, daar zijn ze ook.

Geef autobezitters de mogelijkheid hun rubber te verwisselen voor staal, de ijzeren weg van het ruimtetechnisch efficiƫntere OV.

Critici zullen zeggen dat er een prachtig OV-fietsennetwerk is, dat je je eigen fiets niet nodig hebt. Dat is ook zo! De OV-fiets is ideaal in veel gevallen, voor dat korte, kleine stukje in de stad van een kilometer of wat. Ook is ie nog eens bijna de helft goedkoper dan een fietskaartje voor de fiets-in-de-trein. Maar voor de fietsvakantieganger, fietstoerist, vermoeide toerfietser, door slecht weer overvallen fietser-net-te-ver-van-huis en wat nog meer, is de OV-fiets niet toereikend.

Of gewoon voor de niet-tegenwindfietser, de fietser die het “wind-mee systeem” (sic) gebruikt, beschreven door Bob den Uyl in zijn handleiding voor de rusteloze zwerver ‘Wat fietst daar?

Wat fietst daar? Bob den Uyl, eerste druk, 1970

Met tegenwind fietsen doet volgens Den Uyl zoveel af aan het genot van de toerfietser dat het beter is zo lang mogelijk met de wind mee te fietsen, om dan de trein terug te nemen. De ‘handleiding’ staat overigens vol met meer interessante observaties over ons Nederlandse fietsgedrag, zoals dat we zweren bij een zware gietijzeren fiets in plaats van een lichte toervariant, alsof de Nederlander nog niet doorheeft dat er inmiddels ook lichtere materialen bestaan.

Den Uyl heeft wel een bijzondere hoop, in een tijd waarin het fietsen juist sterk afnam door autobezit, dat voor zijn eigen fietsgenot de rest van de mensen in de auto blijft zitten, anders wordt het te druk op ‘s lands wegen.