Dingen maken kost geld, ook digitaal

Of waarom NFT’s kostbare krengen zijn

Na in het verleden wat geëxperimenteerd te hebben met NFT’s in de vorm van kittige katjes en inmiddels bijna anderhalf jaar geleden een collectible kocht van de eigen Blockdam-meetupgroep met het Is It Copernicus?-project had ik wel eens zin wat dingetjes te ver-NFT-en. Vooral ook om te leren wat nu de mogelijkheden zijn.

Het bleek een kostbare grap. Het ging om een gescande polaroidfoto die dan, mocht die ooit geveild worden, in fysiek bezit zou moeten geraken van de gelukkige koper, per briefpost of iets dergelijks. Eerst probeerde ik het platform Rarible. Waarom? Omdat je daar dus hun eigen RARI-tokens krijgt als je dingen op hun platform zet, leuk lokkertje. 

NFT-je-polaroid

Mijn eerste poging: een NFT aanmaken van een plaatje van een polaroidfoto en dan via hun eigen Rarible-platform. Dat lijkt dus gratis, maar kost je 0,075 eth, althans met een gasprijs van rond de 100 gwei. Even voor de duidelijkheid: gwei is een honderd miljoenste ether (de munteenheid van het ethereumnetwerk, ‘eth’), dus 0,075 eth is 75 miljoen gwei. Een aardig kostbaar smart contract om die token aan te maken. Omgerekend zo’n 225 euro. 

De andere optie is om een NFT te maken als echte losse ERC721-token. Ik ga even niet uitleggen hoe dat zit, maar dat is een echte nieuwe eigen niet-fungibele token. Met andere woorden: de NFT zit dan niet in een smart contract van Rarible. Dat mocht 0,71123 ether kosten, als in 2361 euro! 

Oi. Dat is net helemaal wat veel. 

Maar het platform doet daar wat aan. Het verdeelt zo’n 41.000 RARI-tokens per week onder de actieve gebruikers. Zeg, je krijgt er 10 voor een activiteit is dat zo’n 225 euro op moment van schrijven, voldoende om de gaskosten te dekken voor het maken van een token binnen de Rarible-omgeving.

Goed, even kort klagen op Twitter, dat hoort er ook bij. Vervolgens wees @RutgervZ me er terecht op dat een MP3-tje downloaden vroeger ook een uur tijd kostte. Dingen veranderen op den duur. Of het nou de beste vergelijking is, dat is niet eens zo belangrijk. Het zette me wel aan het denken.

Dingen kosten geld. Of tijd. Of materiaal. Of een combinatie van dat alles. In onze analoge wereld is dat zo. “Voor niets gaat de zon op” is ook alleen de komende kleine vijf miljard jaar nog maar waar. 

Zomaar gratis dingen op internet zetten, dat zorgde voor een hoop lol, maar ook een hoop problemen: het is te makkelijk en je betaalt uiteindelijk toch wel, maar dan met data over jezelf. Hou je je spullen in eigen hand, dan kost je dat dus geld. Net zoals wanneer je een eigen website host. Dat kun je thuis in de meterkast doen, dan kost het hardware, tijd, een internetverbinding en energie. Doe je dat elders, dan kost het geld voor de huur van de hardware, verbinding en tijd.

Zo gezien is het helemaal niet zo gek dat een NFT maken geld kost. Het kost immers rekenkracht voor het ethereumnetwerk om het smart contract uit te voeren dat zorgt voor het hele proces van vastleggen op de ethereumblockchain en dat is op dit moment gewoon duur. Ten eerste omdat het redelijk druk is op het netwerk en ten tweede omdat ether, de munteenheid van het netwerk, tegenwoordig ook duur is. 0,1 eth was in juni vorig jaar nog 20 euro. Nu heb je het al over 331 euro. 

Een token maken via OpenSea dan maar, dat leek wel aardig te doen bij relatief lage gasfees, maar nog steeds is het redelijk kostbaar. Dus dat doe je dan niet. Kijken kijken, niet kopen.

Uiteraard proberen mensen allerlei dingen uit om het goedkoper te maken. Een van de opties is naar een ander netwerk gaan of een tweede laag bovenop/gekoppeld aan ethereum, zoals Polygon en dan lijkt het vooralsnog gratis om je item voor de handel neer te zetten. Althans, het plaatsen van de listing ;)

Het laat je in ieder geval over een paar belangrijke zaken nadenken, zoals: wat wil je eigenlijk? Is het belangrijk dat je NFT echt helemaal alleen op z’n eigen contractadres op de ethereumblockchain staat? Of maakt het je misschien niet zoveel uit? In dat laatste geval kun je prima uit de voeten met experimentelere oplossingen of een bijna centralistische oplossing van een tussenpartij als OpenSea, Rarible of een van de vele andere. 

De andere zaak waar je over na moet denken is: het is leuk om ergens even snel iets neer te kwakken en dat ‘kunst’ te noemen, of ‘collectible’ of iets anders. Maar misschien moet je er gewoon eerst eens beter over nadenken. Bouw eerst maar eens een collectie, iets dat misschien wel waarde kan hebben in de toekomst. Voor jezelf met emotionele waarde en wellicht ooit nog een stukje geldelijke waarde. Je weet maar nooit. 

Dat museumidee waar ik samen met iemand anders al een tijdje mee rondloop moet misschien nog maar even wachten tot we daar mensen met verstand van zaken voor hebben…

ps, vraag me niet waarom OpenSea-links doorgestreept weergegeven worden door WordPress…

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Iedereen die al een tijdje met Bitcoins bezig is, heeft wel eens gehoord van de pogingen om snellere, goedkopere en makkelijkere betalingen in een tweede laag bovenop Bitcoin te bouwen in de vorm van het Lightning Network of LN. Dat werkt inmiddels best aardig, als je een beetje oplet.

Blockstream

Zou ik nu een Lightning-wallet aanbevelen aan iemand met weinig tot geen kennis van Bitcoin of cryptovaluta in het algemeen? Mijn antwoord is eigenlijk: ja! Het werkt gewoon. Wel met de mededeling dat als hun LN-bezittingen boven een bepaald bedrag komen, dat ze dan een deel naar een echte bitcoinwallet moeten overhevelen natuurlijk (iets wat over niet al te lange tijd natuurlijk gewoon binnen elke normale wallet geïntegreerd is).

Inmiddels zijn er verschillende wallets die het voor de eindgebruiker gewoon heel makkelijk maken, zoals de Wallet of Satoshi of Breez Wallet. Dit soort wallets wordt niet echt gewaardeerd door de purist die alles in eigen hand wil houden, maar je kunt ook mij eigenlijk niet vragen om een channel te openen met mijn eigen node thuis. Althans, dat kan ik niet binnen 5 minuten en na die 5 minuten moet je ook nog wachten op minstens één bevestiging van het bitcoinnetwerk voor je storting. Nou ja, je bent in ieder geval een half uur verder en dat is niet zo praktisch.

Het komt er in het kort op neer dat wallet-providers zoals Satoshi of Breez al vast een channel voor je bekostigd hebben, waardoor je gewoon direct Lightning-betalingen kunt ontvangen. Bij ‘normale’ LN-wallets moet je eerst een miniplukje bitcoins naar je wallet sturen, bijvoorbeeld het equivalent van 10 euro, dan moet je met die 0.00xx bitcoin het channel funden. Dan moet je wachten tot de transactie daadwerkelijk op het mainnet, dus het gewone bitcoinnetwerk, bevestigd is en pas daarna kun je LN-betaling ontvangen of versturen.

Begrijp me niet verkeerd, ik beleef er plezier aan om zo’n tweede variant te proberen, bijvoorbeeld met de Eclair-wallet*, maar dat is meer om te leren dan dat ik iemand vraag zo een betaling te ontvangen. Eigenlijk wil je gewoon precies dit: je installeert een LN-wallet, iemand stuurt je een LN-betaling en je hebt direct wat satoshi’s (de kleinste bitcoin-eenheid) op je wallet staan.

Iedereen begrijpt, of zou moeten begrijpen, dat LN bedoeld is voor kleine bedragen en dat je daar geen grote hoeveelheden bitcoins mee moet willen stallen, althans op dit moment nog niet. Veel payment-providers die bijvoorbeeld betaalterminals in winkels hebben, willen graag over niet al te lange tijd volledig over op LN-betalingen, want dat scheelt een hoop voor zowel klant als winkel.

Over dat laatste: mijn persoonlijke ervaring onlangs (19 oktober 2019) bij een meetup van De Bitcoin Show was erg positief: ik heb alles met LN betaald en dat ging als een trein. Soms duurde het genereren van de QR-code op de oudere iPad nog het langst. In de laatste aflevering (Central Bankers Revolt) van de show werd gezegd dat 50 procent van de meetup-bezoekers met LN betaalde en 50 met het bitcoinhoofdnetwerk. Oh, en nog wat met pin en contant, maar daar hebben we het nu niet over ;)

Waar zien jullie nog meer goede gebruiksmogelijkheden voor het LN-netwerk?

* Let ook op de nieuwe wallet van Eclair, Phoenix!

Barista

Barista

Knotje, tattoos, bril met opvallend montuur, zorgvuldig gestylde gezichtsbeharing. Roestvrijstalen opgietkan-met-zwanenhals in de hand. Voor zich een potje of kopje met daaronder een weegschaaltje. Het gewicht is goed, de beringde linkerhand verplaatst het kopje met porseleinen filterhouder van de weegschaal naar de toontbank. Het weegschaaltje kan het gewicht van het water niet aan en is ook niet waterdicht. Dat is niet zo handig, maar hij is heel precies. Dat is heel belangrijk. Een vloeiende beweging. Het water glijdt in een mooie, strakke straal uit de tuit van de kan. Niet meer dan 96 graden, liefst rond de negentig en vooral geen geklater. Uitschenken met een waterkoker is uit den boze; dan stort het water zich er met veel te veel geweld in. De vers gemalen koffie moet mooi ronddolen in het filter. Daarna roeren met een houten staaf of spatel. Even. Rustig. Wachten. Weer wat water opschenken en weer even wachten. Daarna de kopjes met niet te dikke rand, anders smaakt het niet. Ruik dat aroma, proef die lichte zuren en mooie bitters.

Twee schepjes

Tattooloos, knotjesloos en speciale-schenkkanloos stroomt het net van de kook zijnde water in het papieren filter, in vorm gehouden door slechts een bruin aangeslagen – maar verder niet vieze – plastic koffiefilterhouder. Twee schepjes voor mij. Dan is het goed. Sommigen willen een half schepje meer of minder. Prima, kost niet veel moeite. Misschien voor de efficiency nog een keer een tweede filterhoudertje erbij kopen. Kan ik in één ruk doorgieten, alsof het naast elkaar staande shot-glaasjes zijn.

Van een kwalitatief goede koffie kan ik al jaren genieten. Wat voor vorm de koffie ook heeft. Een French Press of een perculator. Een hydrocompresso of een gewoon filter. Op sommige plekken presteren ze het zelfs goede koffie te zetten in van die grote koffiezetters-met-filter. Het luistert nauw. Te veel koffie, dan wordt het bitter en ondrinkbaar sterk. Te weinig? Tja, dan is het niets.

Gewoon gemalen koffie in een kopje gooien en dan heet water erbij. Even wachten en niet de laatste slok te actief nemen. Een potje op een kopje met wat licht-gezoete koffie zoals in veel landen in het Verre Oosten. Prima te drinken. Of is dat net zoiets als dat die goedkope wijn in Frankrijk echt heerlijk was maar thuis toch niet zo?

Van die Civet-katten-koffie... Overschat?
Van die Civet-katten-koffie… Overschat?

Barman

Het is een vak, goede koffie. Maar waarom gebruiken we daar het italiaanse woord voor barman voor? Veel koffie in Italië is trouwens helemaal niet te drinken, zeker niet die van dat lieve oude baasje in dat kleine barretje in het dito dorpje met z’n veel te hete kopjes en verbrande koffie. Het enige wat die koffie nog drinkbaar maakt, is uiteindelijk de scheut grappa die hij er voor tien luttele centen extra nog bij gooit..

Een barman (m/v) is iemand die dranken bereidt, althans volgens onze woordenboeken. Een barista is iemand die barman is, althans volgens verschillende geraadpleegde woordenboeken Italiaans/Nederlands. Het is bijna beledigend dat iemand die zich in het noorden van Europa en in Noord-Amerika barista noemt, zich alleen mag bezighouden met ‘de kunst van koffie’. En eigenlijk tegenwoordig vaker met de kunst van het maken van een soort warme chocolademelk met koffiesmaak of zoet ijsje wat niet veel meer met koffie te maken heeft.

Nee, geef mij in Nederland maar een barman of -vrouw, in Engeland een bartender, in Italië een barista, in Duitsland een Barmann, in Spanje een camarero en op Mars iets heel anders. Als ie maar goede koffie maakt, een goed pilsje kan tappen en weet hoe glazen te poleren.

Pand op de hoek

Pand op de hoek

image

Dit pand waar sinds 1985 een van de grootste Amsterdamse boekhandels huist, moet nodig een opknapbeurt krijgen. Om te beginnen de ramen en kozijnen. Wat er ook inkomt, de meesten hopen op ‘iets met boeken’, kunststof kozijnen met spiegelglas zijn nooit mooi geweest. Hierdoor stoot het eerder bezoekers af dan dat het mensen aantrekt. Zeker mensen die niet bekend zijn met de inhoud. Zeer spijtig.

Voorstel: ‘iets met boeken’ heeft tegenwoordig waarschijnlijk ook ‘iets met horeca’ nodig. Herstel de oude luister door de kozijnen en ramen te vervangen en maak ‘iets met horeca’ op de derde en vierde verdieping, aan het raam. Alles wat met boeken te maken heeft, heeft geen daglicht nodig, dus plaats dat in het deel zonder uitzicht (niet per se zonder daglicht).

Een schitterend uitzicht op de Herengracht en de Leidsestraat vanaf de vierde verdieping. Dat deel wordt nu (voor zover mij bekend) gebruikt voor kantoren en opslag. Daar valt heel wat uit te halen. Het hoeft zelfs helemaal niet allemaal horeca te zijn. Je kunt er nissen creëren waar mensen een boek kunnen lezen. Je kunt consoles neerzetten waarmee de knieperds of de praktische mens een scan kan maken van een streepjescode om zo direct de elektronische versie van het boek te kopen.. Nou ja, noem maar op.

Laten we hopen dat er niet nummer honderdmiljoen van een of andere bekende, saaie keten in komt. Slechts de toekomst en een zak met geld kunnen dat bepalen…

Edit: op 18 maart 2014 werden verscheidene Polare-winkels door Novamedia overgenomen. De winkels gaan weer onder de oude namen verder, in Amsterdam wordt Polare dus weer Scheltema.

Een mooie, saaie straat, die Apollolaan…

De Apollolaan. Mooi en saai. Net iets te veel stoplichten om een beetje door te kunnen karren op je fietsje. Gelukkig zijn er dingen die af en toe iets, al is het maar tijdelijk, interessanter maken. In dit geval is dat ArtZuid. Ineens wil je dat de stoplichten iets langer op rood staan.

Het is toch spijtig dat er zo weinig met interessante kunst in de openbare ruimte gebeurt in Nederland, al is ook duidelijk waarom: de meeste objecten zullen op veel plekken slechts een kort leven beschoren zijn.

Maar een korte omweg via het reservaat is nu in ieder geval aan te raden.

Nieuw terras, scheve lantaarnpaal

Grijze lantaarnpaal. Scheef.
Grijze lantaarnpaal. Scheef.

17 maart 2013. Het pleintje voor het Vlaamse cultuurhuis De Brakke Grond, heeft een verandering ondergaan: de fontein is weg. Dat is jammer. Nu heeft de gast zittend op het terras of voor het raam van het belendende café een vrijwel onbelemmerd zicht op een van de meest afgrijselijke gebouwen in het Amsterdamse centrum.*

Weliswaar was het waterkunstwerk niet een heel monumentaal geval, maar toch een fontein en daar zijn er in de Nederlandse steden sowieso al te weinig van. De watercascade op het plein droeg de naam “ReNESsance-fontein” en was gehakt uit graniet. Maar hij is weg, die kabelende waterstroom. Reden: een nieuw hotel. Hotel V. Het hotel wil namelijk ook een terras en misschien heeft het ook met wettelijke vluchtwegverplichtingen te maken, al is dat slechts gissen.

Nu is er een nieuwe ouwe blikvanger: de scheve lantaarnpaal. Volgens de site van de Gemeente Amsterdam staat het ding daar niet, want het armatuur heet: “Traditionele verlichting Haarlemmerstraat”. Dat is geen naam natuurlijk! Vergeten en scheefgezakt. Helaas. Hij viel toch al een beetje weg, die grijze paal, staat ie ook al niet in het officiële beleidsplan van de gemeente tot 2015. Maar je weet het nooit, misschien wordt ie nog meegenomen voor het plan van 2015 tot 2025?

Kunstenaar:Colton, Adam. Straatnaam:Nes 45, op plein voor Vlaams Cultureel Centrum, Theater De Brakke Grond. Materiaal: Gezaagd graniet. Jaar van plaatsing: 1991. Omschrijving: Waterplastiek: een halfronde vorm met treden waaruit water stroomt naar een in de bestrating uitgeholde granieten goot.
Kunstenaar: Colton, Adam. Straatnaam: Nes 45, op plein voor Vlaams Cultureel Centrum, Theater De Brakke Grond. Materiaal: Gezaagd graniet. Jaar van plaatsing: 1991.
Omschrijving: Waterplastiek: een halfronde vorm met treden waaruit water stroomt naar een in de bestrating uitgeholde granieten goot. (foto: Gemeente Amsterdam)

* Vaak vind ik iets niet lelijk of zelfs afgrijselijk. Voor bijna alles valt wel ergens goedkeuring te vinden, maar dit gebouw…

Het pleintje aan de Nieuwe Weteringstraat

De Nieuwe Weteringstraat loopt achter het gebouw van de Autoriteit Financiële Markten, AFM, langs. Bijkans een van de lelijkste gebouwen in de omgeving van het Weteringcircuit. Dat mag bijna een prijs winnen, want er dingen wel meer bouwsels mee naar die twijfelachtige eer.

Toch openbaart zich daar een naamloos pleintje. Met een beetje creativiteit zou het zelfs een aangenaam stil plekje midden in de stad kunnen zijn. Als de zomer zindert, is daar koelte te vinden.

Nu is het helaas net niets. De vier prunussen (vermoed ik, zo zonder blad beetje lastig te zien) staan in redelijk verzorgde perkjes. De fietsen, daar kijk ik toch liever naar dan de auto’s aan de AFM-zijde van de straat. Maar dan de lantaarnpalen. Leuk die historiserende meuk, maar niet op een plek als dit. Hier hoort, als we binnen het Amsterdamse lantaarnpalenbeleid blijven, een model “Mast 1924” met “Holbeinarmatuur” (dat is dan weer uit 1954) of, nog moderner, de conische mast met “armatuur Friso Kramer”.

Helaas is het Amsterdamse lantaarnpaalplaatsbeleid niet gericht op de plek zelf, maar op de ring waar de paal zich bevindt. Dit pleintje ter grootte van een ruime patio, ligt duidelijk nog binnen het gebied met de naam “Centrum”. Historiserende palen dus.

Pleintje aan Nieuwe Weteringstraat
Pleintje aan Nieuwe Weteringstraat