Christie’s verkoopt ‘onvervangbaar’ digitaal kunstwerk

Christie’s verkoopt ‘onvervangbaar’ digitaal kunstwerk

Veilinghuis Christie’s heeft sinds 25 februari 2021 iets bijzonders in de etalage staan: een digitaal kunstwerk als non-fungible token of NFT. Ofwel een onvervangbaar digitaal kunstwerk. Alsof je de verfstreken van de Rembrandt kunt voelen omdat je de eigenaar bent. Maar dan digitaal. Iedereen kan ernaar kijken, alleen de eigenaar kan er verder iets mee doen. Of het per ongeluk kwijtraken.

Waar is dat kunstwerk dan? Het is vastgelegd op een blockchain, in dit geval die van Ethereum. Het beeldende deel is elders vastgelegd. Boeiend? Ja, voor digitale kunstenaars en de daaropvolgende bezitters van die kunst is dat zeker boeiend en misschien ook wel voor fysieke kunst. Maar voor ik daar verder op inga, eerst het kunstwerk zelf.

Everydays: the first 5000 days

De kunstenaar met artiestennaam Beeple begon op 1 mei 2007 met het plaatsen van een digitaal ‘kunst’werkje online. Zie ook een interview met Beeple, of Mike Winkelmann, zelf. Hij hield dat werkjes maken 5000 dagen lang vol tot 7 januari 2021, ofwel 13,5 jaar lang. Al die kunstwerkjes zijn samen in een groot digitaal beeld gevangen. De werkjes zelf heten ‘EVERYDAYS’, het totale werk heet ‘EVERYDAYS: THE FIRST 5000 DAYS’, iets dat mij sterk doet denken aan ‘Debt: the first 5,000 years’ van wijlen antropoloog David Graeber. Of die verwijzing ook zo bedoeld is, weet ik overigens niet.i

De artiest Beeple is een bekende bij bepaalde groepen op internet. Wat interessant is aan dit werk is dat de vooruitgang van de kunstenaar goed zichtbaar is. Ergens voelt het een beetje als een ready made, denk aan Marcel Duchamp met zijn pispot in het museum.

Het eerste plaatje dat Beeple maakte, is een balpenschets van zijn ‘Uncle Jim’ die hij als nickname ‘Uber Jay’ meegaf. Het is interessant de ontwikkeling van de kunstenaar te bestuderen. Doordat hij elke dag een plaat maakt, is het ook een document van de tijd. Later in het proces gaat Beeple in 3D werken en maakt steeds meer politiek beladen cartoons die ook allemaal per stuk te koop zijn (of waren) via beeple-collect.com als NFT’s.

Bij Christie’s wordt nu het werk met alle 5000 afbeeldingen geveild met een startbod van 100 dollar. Op moment van schrijven (vijf uur later) staat dat bedrag op 1,8 miljoen dollar. Internettijd is wat dat betreft anders, zeker als crypto-enthousiastelingen zich ermee gaan bemoeien. De nouveau riches van nu.

Digitale kunst en eigenaarschap

Digitale kunst bestaat al sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw. Het bestaat in zeer veel vormen met elk hun eigen voor- en nadelen. Een groot nadeel dat vrijwel alle digitale goederen delen is dat eigenaarschap vastleggen erg lastig is: kopiëren is immers wel heel makkelijk. Een één-op-één kopie is zo geregeld, zeker van beeld, geluid of een videogame. Hoe bewijs je dan dat jij de eigenaar bent van het digitale goed? Door te bewijzen dat je de juiste sleutel hebt. Dat systeem bestaat al langer, maar sinds de komst van Bitcoin, een waardelaag op internet, is het ook voor iedereen bereikbaar en door niemand te stoppen. Alleen zijn bitcoins geen niet-fungibele tokens maar juist fungibel, ofwel onderling inwisselbaar. De ene bitcoin is net zoveel waard als de andere, een klein stukje daarvan ook, net als bij gewoon geld. Bij kunst wil je die inwisselbare eigenschap liever niet.

Al vroeg in het bestaan van bitcoin zagen zogenaamde colored coins het levenslicht, een heel simpele versie van NFT’s bovenop de bitcoin-blockchain. Het duurde nog tot de komst van de ethereum-blockchain voordat zich een ware mini-hausse zou ontwikkelen rond de eerste echt bekende NFT’s: CryptoKitties. Dit kon vooral gebeuren omdat er een speciale standaard was ontwikkeld die het maken van NFT’s makkelijk maakte, vergelijk het met de komst van de verftube die aan de basis stond van het impressionisme: ineens hoefde je niet meer de verf te mengen op moment van gebruik, maar kon je het voorbereiden en in een tube stoppen. Hierdoor kon je de verf veel makkelijker meenemen naar buiten en zo makkelijk overal schilderen. Vergelijk dat met zo’n tokenstandaard die voor een kleine hype in NFT’s zorgde. Op het hoogtepunt werden astronomische bedragen neergeteld voor sommige katjes. Founder Cat #18 verwisselde bijvoorbeeld van eigenaar voor 253 ether (de munteenheid van het ethereumnetwerk, omgerekend in september 2018 110.000 dollar).

Vervolgens stortte alles wat met blockchains te maken had in, althans voor het grote publiek. Achter de schermen werd lustig doorgewerkt aan protocollen, ideeën, en wat al niet meer.

NFT-markten

NFT’s zijn dus vooral uniek, zoals vrijwel alles in ons analoge leven. Zelfs je telefoon is uniek, al hebben 100.000 mensen dezelfde; wat erop staat maakt dat die telefoon echt niet van iemand anders is. Je vingerafdruk maakt hem volledig van jou. Net als de geheime sleutel waar alleen de bezitter van de NFT over beschikt. Verkoop je de token? Dan zorg je er met de geheime sleutel voor dat je de token over kunt dragen aan iemand anders. Daarna kan alleen die persoon er nog wat mee, jij niet meer. Een beetje vergelijkbaar met het verkopen van je telefoon: alleen jij kunt hem ontgrendelen om de data te wissen en het weer tijdelijk tot niks meer dan een product te maken. Na de verkoop personaliseert de nieuwe eigenaar de telefoon en is die weer verworden tot een uniek apparaatje.

Je kunt je voorstellen: daar is een markt voor. Er is een enorme markt voor unieke items, voor digitale kunst. Maar de grootste markt is vermoedelijk die voor items in videogames, al neemt die markt nog steeds geen vlucht buiten de gameplatforms zelf. Eigenaren van gamestudio’s geven die macht niet bepaald makkelijk uit handen.

Inmiddels zijn er heel wat online handelshuizen voor digitale kunst, zoals OpenSea en MakersPlace. Maar technisch gezien zijn die niet nodig, ze zijn vooral handig om de kunst te vinden, te verhandelen en inmiddels ook om zelf NFT’s aan te maken. En nu dus voor het eerst (voor zover mij bekend) wordt zo’n NFT door een oudewereldveilinghuis verhandeld.

Daarnaast wordt steeds meer fysieke kunst ook als NFT opgeslagen, zoals via Artory waar Christie’s ook gebruik van maakt. Ik heb overigens wat moeite met fysieke zaken koppelen aan blockchains door er een zogenaamde ‘digital twin’ van te maken, maar het is wel handig voor het volgen van eigenaarschap. Het maakt het mogelijk lastig om in de toekomst kunst te verkopen waarvan de eigenaar de geheime sleutel niet bezit om het kunstwerk daadwerkelijk over te dragen.

Typische zaken

EVERYDAYS: THE FIRST 5000 DAYS is een project dat bestaat op de ethereum-blockchain. Je kunt het zelfs met ether kopen bij Christie’s, maar dan zijn er wel wat bijzondere restricties waarbij cryptovalutafanaten de wenkbrauwen zullen optrekken: de ether in kwestie moet van een account komen van een zogenaamde cryptowallet in beheer van bepaalde Amerikaanse bedrijven, zoals Coinbase, Gemini Trust of Paxos. Dat geeft de mogelijkheid te bewijzen dat jij de bezitter van de ether in kwestie bent en dat gaat mijnsinziens in tegen het hele idee van een open internet. Aan de andere kant kan de nieuwe eigenaar van het werk het weer doorverkopen zonder dergelijke restricties.

Van het bestaan van het 5000 DAYS-project had ik nog niet gehoord voordat ik vandaag per ongeluk in een NFT-tokenbabbel terechtkwam op Clubhouse. En in die club zaten niet de minsten, waaronder CZ, de oprichter van Binance, het grootste cryptovalutahandelshuis. Hij zat daar niet voor niets, hij was zelf nog maar net begonnen met het ontdekken van NFT’s wist hij te melden. Maar aangezien de zogenaamde Binance Smart Chain grotendeels een exacte kopie is van ethereum en daar al heel wat gaande is met NFT’s, denk ik dat hij daar niet voor het laatst mee in aanraking komt…

Eerder maakte ik een podcast over een ander NFT-project ‘Is It Copernicus’. Een project met de vraag of het kunst is, of juist iets om van te leren.

i Aangezien het werk veel politiek beeld bevat, zou het me niks verbazen. Graeber werd onder andere bekend bij het grote publiek door zijn betrokkenheid bij de Occupy Wallstreet-beweging en het boek ‘Bullshit jobs’

ArtZuid: Beeld in tien delen

ArtZuid: Beeld in tien delen

Een opvallend werk op ArtZuid, vooral omdat het eerst niet zo opvalt tussen het nu zo frisse groen: “Beeld in tien delen” van Leo de Vries.

Leo de Vries, Beeld in tien delen
Leo de Vries, Beeld in tien delen, steen, 1970

De beeldengroep is voor de argeloze fietser of wandelaar in eerste instantie niet heel opvallend. Juist het passeren zorgt voor het effect: ineens heb je een gevoel iets heel bekends te zien. Enkele seconden later is dat gevoel weer weg en zijn de stenen weer een eigen vorm.

Mijn eerste indruk was dat ik enkele van de bekende Moai van Paaseiland in mijn ooghoek zag en dat is precies wat de kunstenaar volgens het bordje bedoelde. Toch fijn dat het ook zonder bordje duidelijk werd.

Een mooie, saaie straat, die Apollolaan…

De Apollolaan. Mooi en saai. Net iets te veel stoplichten om een beetje door te kunnen karren op je fietsje. Gelukkig zijn er dingen die af en toe iets, al is het maar tijdelijk, interessanter maken. In dit geval is dat ArtZuid. Ineens wil je dat de stoplichten iets langer op rood staan.

Het is toch spijtig dat er zo weinig met interessante kunst in de openbare ruimte gebeurt in Nederland, al is ook duidelijk waarom: de meeste objecten zullen op veel plekken slechts een kort leven beschoren zijn.

Maar een korte omweg via het reservaat is nu in ieder geval aan te raden.

Zitten op een Amsterdammertje

Zitten op een Amsterdammertje. Zou het ooit? Ik moet denken aan Joop Klepzeiker, een stripantiheld uit het begin van de jaren ’90. Ik zie de enorme schoolagenda’s onder dezelfde naam weer voor me waarin vrouwen in nietsverhullende kleding en netkousen het puberbrein op hol moesten brengen. De strip speelde zich af op en rond de Wallen en de metafoor die de alom aanwezige Amsterdammertjes uitbeeldden, was niet te missen.

De tijd gaat verder. Plannen om ze af te schaffen! Dat mocht toch niet gebeuren. Ze staan er nog steeds. Wie heeft er niet ooit eens ruzie mee gehad. De trappers van de fiets, de bumper van de auto of gewoon per ongeluk over het hoofd gezien. Toch schreeuwde iedereen moord en brand bij het idee van weghalen.

Ze staan er dus nog steeds. Sommige kroegbazen zullen ze af en toe in proberen te zetten als extra barkruk door er iets op te zetten. Maar dat mag niet van de welstandscommissie, of de politie, of iemand anders. Nee, het is afrastering: hierbuiten mag u niet lopen, hierbinnen mag u niet fietsen. Anders wordt u beboet. Niet dat het ooit gebeurt, maar toch. Regels zijn regels.

Gelukkig zijn er andere Europeanen, Italianen in dit geval, die altijd fietsen tegen die vermaledijde paaltjes zien staan. En de zadels van de fietsen die er net bovenuit torenen. Ze maakten een mooie combinatie van het Amsterdammertje en de fiets en noemden het een ‘zitpaaltje‘. Ziehier de eerste test in de publieke ruimte op de brug over de Keizersgracht tussen de Leliegracht:

 

Café de Nichtlamp (of Nicht Lamp)

Of “Café de Nightlamp”, aldus museum Boijmans van Beuningen in de grote overzichtstentoonstelling over Kees van Dongen. Een ernstige fout of ben ik gewoon niet goed in het lezen van de Nederlandse taal uit het begin van de 20ste eeuw? Oordeel zelf:

Kees van Dongen - Café de Nichtlamp
Kees van Dongen – Café de Nichtlamp

Het bewuste bordje

 

Mijns inziens is dit een ernstige fout. Bijna Geschiedvervalsing. Kan ik de betreffende tentoonstelling nu nog wel vertrouwen? Kloppen er meer dingen niet? Hebben we te maken met een snel opgezette copy-paste tentoonstelling? Hoe is het gesteld met de andere teksten? Hoe zorgvuldig was het onderzoek eigenlijk?

De tentoonstelling is nu bijna afgelopen en ik ben nog niets op internet tegengekomen over falende inhoud of niet kloppende teksten. Ik kom eigenlijk niets anders tegen dan het gekopieerde persbericht of bewerkingen daarvan. Na acht pagina’s googlen op de tentoonstelling zelf, eindelijk iets anders tegen dan het persbericht, namelijk twee blogberichten en die komen ook nog van dezelfde blog.

Terug naar mijn queeste: een  Google-actie op “Cafe de Nichtlamp” en “Cafe de Nightlamp“. In het eerste geval twee resultaten en bij het tweede slechts een. Met mijn post erbij resp. drie en twee. De los geschreven varianten dan? “nicht lamp”: nul hits en met het correct gespelde “night lamp” heel veel nachtlampjes. Dat wel.

Naar hoeveel invloed Google heeft bij waarheidsvinding deed Ewoud Sanders eind 2007 een klein onderzoekje in de NRC. Hij ging aan de slag met “ik word” en “ik wordt”. Toentertijd was het al erg verwarrend welke van de twee won, nu is het zo dat als je “ik wordt” zonder aanhalingstekens invult, hierbij de meeste resultaten gevonden zullen worden (25 miljoen tegen 20,5 miljoen). Voor de twijfelende schrijver staat hier: “ik wordt is goed, want het levert meer resultaten op”.

Dit geeft aan hoe bezwaarlijk het is zo’n ogenschijnlijk kleine fout niet recht te zetten. Het grote aantal tentoonstellingsbezoekers zal er toe leiden dat er tijdelijk een Van Dongen-run is. Hierbij gaan voornamelijk ijverige pensionado’s zoeken naar informatie. Dit gaat geprint een ordner in om bewaard te worden voor het nageslacht. Voor je het weet staan bij de weinige resultaten rond dit kleine werkje, de resultaten met de verkeerde titel bovenaan. En, zoals men weet, bovenaan staan telt.

In het geval van dit kleine werk staat de titel gelukkig erg goed leesbaar op het raam van het café geschilderd. In de toekomst zal het zoeken naar de ware titel in dit geval waarschijnlijk weinig problemen opleveren als iemand het ergens ooit zal gebruiken. Maar toch.