Piece of Berlin Wall in Verdun

Verdun en de citadel

Het stadje Verdun aan de Maas is bij veel Nederlanders niet veel meer dan ‘iets waar het allemaal heel erg was in de Eerste Wereldoorlog’. Alles draait om dat punt in de geschiedenis met als bekendste blikvanger een groot bolwerk waar veel hoogwaardigheidsbekleders uit de jaren 10 van de 20ste eeuw langskwamen om iets over die vreselijke oorlog te vinden.

De Citadel van Verdun is dan ook een van de belangrijkste gebouwen met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog of la Grande Guerre en tevens de grootste bezienswaardigheid van de stad. Voor ons dus een plek om te bezoeken en een paar geocaches aan de buitenzijde van het verdedigingswerk te zoeken.

Om binnen te mogen was het coronatestbewijs nodig waarvan de QR-code gecheckt werd bij de deur. Een man met slecht gebit, kleine, vierkante bril met Mondriaanachtige kleuren en zittend in een rolstoel mocht niet naar binnen want hij had geen testbewijs. Hij prevelde iets Frans en iets dat veel weg had van ‘ausweis’. Het voelde wat ongepast, ook al heb ik zeker het gevoel dat zo’n testsamenleving onder een constant vergrootglas moet liggen, want als je zo’n samenleving te lang in stand houdt… voor je het weet is het normaal. Waarom dan toch ongepast? Omdat het in niets te vergelijken is met het uitmoorden van miljoenen mannen tussen de 20 en 30 jaar oud om een conflict waar me eigenlijk alle logische redenen nog steeds volstrekt onduidelijk van zijn.

Augmented reality

Terug naar la Citadelle Souterraine ofwel ondergrondse citadel. Eigenlijk hadden we geen idee hoe en wat. Met een soort ‘hoe ging dat vroeger ook al weer?’ volgen we gewoon bordjes naar bezienswaardigheden om daar nog enigszins verrast te worden. De entreeprijs leek relatief hoog voor een dergelijke bezienswaardigheid, 15 euro per volwassene. Maar het wachten op je kaartje heeft dan ook voordelen: je kunt eens rustig lezen wat op de elektronische informatieborden verschijnt. Een uur duurt het bezoek en het is tussen de 7 en 12 graden; neem een trui mee dus. En je beweegt niet, waardoor je ook niet warm blijft. Ah, de reden komt ook langs, het is een réalité augmentée-ervaring, dat verklaart de prijs Je krijgt dus een groot ding op je hoofd dat extra beelden over de werkelijkheid projecteert.

Je volgt de levens van vier soldaten die in de citadel aankomen en daar verschillende zaken beleven. Je loopt niet zelf, maar zit in een karretje dat een bepaald spoor volgt. Het is er koud en vochtig. Je kunt je bijna niet voorstellen dat het ooit een locatie was met stromend water, verwarming en licht, want ja, het is er verder ook pikdonker. Als je bang bent dat het karretje uitvalt, zorg dat je iets zaklamperigs met opgeladen batterij meeneemt. Het ziet er overigens allemaal niet uit alsof er niet nagedacht zou zijn over eventuele calamiteiten en hoe daarmee om te gaan.

Na het volgen van de verschillende verhalen wordt je aan het eind getrakteerd op alle verdragen die gesloten zijn. Het lijkt me toch nog steeds bizar dat je begint met zoiets. Dat daar de Tweede Wereldoorlog nog op volgde voelt helemaal bizar eigenlijk.

Rondje om de citadel

Of je nu wel of niet aan geocaching doet, een rondje om de citadel is zeker een aanrader. Loop ook eens de vaak bijna niet zichtbare paadjes in die richting de hoge muren van het verdedigingswerk gaan. Je komt soms pareltjes van vegetatie tegen die opkruipen tegen de vestingswanden.

Een aanrader dus, als de mussen niet van het dak vallen, want ik kan me voorstellen dat het erg heet kan zijn bij hoge temperaturen in de diepe gracht (heet dat zo, ook zonder water?) rond de citadel.

Centre Mondial de la Paix

Nu wilde ik eigenlijk een stukje schrijven over de deplorabele staat van het Centre Mondial de la Paix. Waar Mitterand en Kohl ooit handjes schudden en waar een stukje Berlijnse muur in de tuin staat. En waar op het voorplein een tentoonstelling over de Weimarrepubliek te zien is, ook nog zo’n knusse periode in de Europese geschiedenis.

Om de hoek de kathedraal van Notre Dame met een crypte, die vrijwel geheel herbouwd is al vind je vast her en der een stukje terug uit de begintijd in 990. Gek genoeg zit er in de kathedraal dan weer een aantal zijkapellen die wel heel oud lijken, ook de interieurs, maar ik vond niet veel informatie in de kerk zelf. Vergeet ook de kloostergang niet met in het gras een bijna barok aandoende beeldgroep van de annunciatie, maar ik geloof dat het paar toch uit de 12de eeuw is.

Aangezien we niet in Verdun verbleven, was even teruggaan en meer informatie opscharrelen of gewoon nog een paar betere foto’s maken helaas geen optie.

100 kilometer per uur

100 kilometer per uur

De discussie over het terugbrengen van de maximumsnelheid in Nederland neemt bij tijd en wijle rare vormen aan, terwijl mensen inmiddels minder hard rijden dan vroeger. Op een enkeling na.

Vroeger reed ik altijd hard, niet dat ik vaak té hard reed, want dat kon – en kan – mijn klassieke auto vaker niet dan wel. Dat zo hard mogelijk rijden had ook te maken met de snelheid van de andere auto’s die vaak hoog lag en een beetje meekomen is ook niet zo gek. Inmiddels is op een groot deel van de Nederlandse snelwegen 100 km/h de maximum snelheid, in een aantal gevallen is na zeven uur ‘s avonds 130 toegestaan en op een deel van de snelwegen mag je sowieso 130, al komt ook af en toe 120 voor. Volgens Rijkswaterstaat rijdt men over het algemeen langzamer dan 130 als het is toegestaan.

De reden van het terugbrengen van de maximum snelheid heeft in eerste instantie te maken met het terugdringen van de stikstofuitstoot, want blijkbaar wil iedereen altijd vooral zo hard mogelijk rijden. Veilig Verkeer Nederland vindt het in ieder geval ook niet zo gek, het zou wel eens kunnen zorgen voor een stuk minder (dodelijke) ongevallen. Berekeningen laten ook zien dat het tijdsverschil zo nihil is, dat je er op dat vlak waarschijnlijk weinig meer dan enkele minuten op de lange afstand van merkt.

Win-win, toch? Iedereen wat minder opgefokt op de weg en bijkans ook nog minder stikstof, al zou dat laatste over niet al te lange tijd wel eens achterhaald kunnen zijn met de komst van een groter elektriek wagenpark (als de geleverde elektriciteit niet uit een kolencentrale komt bijvoorbeeld).

Spraakmakers

Onlangs luisterde ik naar het programma Spraakmakers op Radio 1 en werd om de oren geslagen met een aantal mensen die vond dat ‘de Nederlander’ altijd iets te hard wil rijden. Zeker als de snelweg leeg is. Die ‘de Nederlander’ wilde van alles, maar vooral niet ‘betutteld’ worden. Het was allemaal maar belachelijk en sloeg nergens op. Alleen Ed Nijpels verdedigde het terugbrengen van de snelheid. Een verkeerspsycholoog was bang dat mensen zich lastig aan de maximum snelheid kunnen houden ‘als de A2 leeg voor je ligt’.

Nou kun je natuurlijk gaan schermen met boetes, met dat het allemaal niet zo erg is en binnenkort helemaal niet meer met zuinigere of elektrische auto’s. Of dat je als het rustig is zo hard mogelijk wil rijden. Volgens mij is dit echt allemaal zo achterhaald. Met mijn niet-zo-snelle-auto (een 2CV6) haal ik tegenwoordig vaker mensen in op de snelweg dan vroeger. Niet omdat ik zoveel harder ben gaan rijden, maar omdat de rest langzamer is gaan rijden (ik ook overigens, rijdt zuiniger en een stuk rustiger).

Dat laatste, langzamer en rustiger rijden door andere mensen, lijkt me ook volkomen logisch. Moderne auto’s rijden veel relaxter. Je hebt bijna altijd cruise control en ook de liefde voor handmatig schakelen lijkt bij de meeste mensen inmiddels bekoeld. Als je nu iets langzamer moet rijden, hoef je niet meer terug te schakelen of juist weer op te schakelen als je weer sneller moet. Je laat gewoon je gas los en trapt misschien wat op de rem.

Het rijdt onvoorstelbaar veel zuiniger om iets langzamer te rijden dan 120. Onlangs reed ik, wel met 130 (gps-snelheid), in twee etappes naar Zuid-Frankrijk in een relatief zuinige Volkswagen Up. Gemiddeld iets van 5,9 liter per 100 kilometer of zo. Op de terugweg had ik én geen zin meer in péages én geen zin meer in jakkeren. Een tandje terug, wat in Frankrijk betekent dat je of 90 of 110 kilometer per uur mag. De cruise control op de 90 (gps-snelheid) of iets hoger rond de 100 en een verbruik van 4,3 liter op 100 kilometer. Hmm… En de tijden van de autonavigatie bleven gewoon heel aardig kloppen, ook op plekken waar je 130 mocht en daar met een gangetje van 110 rijden (wat iets minder zuinig is, maar nog steeds ruim onder de 5 l/100km).

Eigenlijk denk ik dat als de auto ook nog adaptive cruise control (waardoor ie automatisch afstand houdt) of gewoon praktisch zelfrijdend is, het me echt geen fluit meer uitmaakt of ik nou 90, 104 of 130 rijd.

Duitsland

In Duitsland valt mij en met mij vele anderen op dat die ‘unlimited speed’ (zoals ik dat vroeger noemde) niet vaak meer gehaald wordt. Een enkele keer knalt een groot slagschip uit het hogere segment van de Mercedes-, Audi of BMW-stal nog wel eens langs je met duidelijk snelheden boven de 150km/h, maar die adviessnelheid van 130 wordt daar ook niet vaak meer overschreden.

Om een heel lang verhaal kort te maken, ik denk dat alle argumenten voor 130 rijden langzaam vanzelf verdwijnen omdat het gevoel van snelheid zo anders is in moderne auto’s met allerhande voordelen zoals cruise control. Als ik dan terugdenk aan auto’s zonder cruisecontrol en ik mag er gens maximaal 80 of 100, dan vind ik dat ook lastig. Die voet blijkt dan ineens zwaar, maar met moderne voordelen, pas de problème.

Als we dan en passant ook nog eens slimmere systemen zouden ontwikkelen waardoor (te) grote auto’s steden niet meer in hoeven en onze mobiliteit naar de toekomst inrichten, nou ja, waarom zou je dan nog moeilijk doen over die schamele, vaak fictieve 30 km/h?