Waarom een megafietsendeelbedrijf het einde van oude fysieke bedrijven betekent

Waarom een megafietsendeelbedrijf het einde van oude fysieke bedrijven betekent

De Japanse multinational SoftBank wil naar verluid investeren in een Chinees fietsdeelnetwerk Ofo. Die laatste kreeg al eerder honderden miljoenen binnen via Alibaba en nog wat Chinese firma’s en Ofo is niet de enige die met fietsendelen bezig is.

Ondertussen in Nederland, of moet ik zeggen Europa, heeft elk stadje z’n eigen schatje. Vélib in Parijs, Bicing in Barcelona en ga zo maar door. Tegenwoordig heeft elke zichzelf respecterende stad een fietsdeelsysteem. Amsterdam heeft sinds kort Flickbike, Rotterdam Gobike en natuurlijk de aloude OV Fiets, vrij alomtegenwoordig op en rond treinstations.

De grote verschillen zitten hem vooral in hoe ziet de fiets eruit: als een of andere halve brommer of gewoon een fiets? En het verschil in stallen: moet het apparaat in een speciaal fietsenrek of kun je hem gewoon neerzetten zoals je met een fiets gewend bent (in Nederland dan).

Mijn persoonlijke voorkeur gaat uiteraard uit naar dat laatste.

Dat is toch prachtig, zul je zeggen, overal fietsen! Weg met die stinkapparaten (brommer/auto/scooter). Regent het hard? Trammetje stad in. Terug zonder regen: fietsje naar huis. Deelauto te ver weg? Deelfiets er naartoe en hop, de elektrische bolide in. Zoiets.

Nu is Amsterdam natuurlijk een microstad. nog geen miljoen mensen woont er permanent. Maar vergelijk het met de plannen van Ofo: het bedrijf wil aan het eind van 2017 (het is nu juli 2017) 20 miljoen fietsen hebben in 200 steden in 20 landen over de hele wereld. Volgens Crunchbase heeft het daarvoor al 1,3 miljard dollar opgehaald.

De alomtegenwoordigheid en de monopolie-maximalisatie van bedrijven op internet dringt nu steeds sterker door in de fysieke wereld. Was het kort geleden nog zo dat een monopolist met een ‘winner takes all’ mentaliteit voornamelijk in het digitale domein bestond, komt dat nu met zo’n wereldwijde fietsendeler wel heel snel dichtbij. Niet dat honderdduizenden bekende merken allemaal vallen onder slechts een paar grote, soms zelfs zeer onbekende, namen, nu is het wél dat ene bedrijf dat alles veroverend is. Vergelijk het met on-offline diensten als Uber en Airbnb. Er is slechts ruimte voor vergelijkbare diensten binnen een niche, zoals YouTube vs. Vimeo.

Met een Ofo en z’n enorme hoeveelheid cash to burn zit er niet veel anders op voor andere fietsendelers dan opgeslokt te worden of een interessante niche binnen het fietsdelen te worden. Hopelijk voor de paar Europese, lokale initiatieven valt dat niet al te negatief uit.

Ruimte delen

Ruimte delen

Schermafdruk van 2016-01-05 20-20-49Locatie: Nieuwe Spiegelstraat met als acteurs auto’s, fietsers, voetgangers, brommers en scooters. Breedte van de straat: verdomd smal voor een straat waar alles tegelijk door mag, al geldt voor auto’s een eenrichtingsregel.

Scène 1:

Range Rover, type: ik-kom-nooit-maar-dan-ook-nooit op iets met zand of modder terecht. 2,2 meter breed. Aantal inzittenden: één.

24 fietsers, zestien tegen de rijrichting van de auto in, acht fietsen dezelfde kant als de auto op. Onder de fietsers bevinden zich een bakfiets en vijf met een krat voorop waarvan één met een zwaarbeladen krat. Verder zijn er nog drie fietsen die een extra persoon op een bagagedrager vervoeren. Ook zitten er nog drie toeristen tussen op huurfietsen en waarschijnlijk nog twee Airbnb-ende toeristen die de fietsen van het huuradres geleend hebben. Lastig, moeilijk herkenbaar. Dan blijven er tien ‘gewone’ fietsen over. Althans, het is natuurlijk ook nog eens spits, dus het gros van de fietsers is gehaast  en weet niet van inhouden.

Het is relatief rustig. Er is maar één scooter te bekennen met twee langharige blonde Amsterdam Zuid-meisjes erop. Het is een brommer-scooter, want ze dragen helmpjes.

Aan voetgangers ook geen gebrek en vreemd genoeg is het toch een aantal mensen gelukt enkele fietsen op het smalle trottoir te ‘parkeren’. Ook staat er nog een steiger voor een pand waardoor voetgangers structureel de rijbaan opstappen.

De witte Range Rover bevindt zich in eerste instantie nog op de Spiegelgracht, dus ondanks de drukte in de Nieuwe Spiegelstraat is het nog redelijk te doen. De snelle jongens (m/v) op de fiets met spits-haast knallen overal redelijk soepel doorheen. De scooter valt ook nog wel mee, want de ruimte is op zich voldoende voor smal gemotoriseerd verkeer. Tot de witte Oud-Zuid-patjepeeërbak  zich in het straatbeeld duwt. De  bakfiets en de twee vermoedelijke Airbnb-toeristen voor zich die niet echt de kunst van het recht sturen hebben begrepen. Achter de auto proppen de overige vijf fietsers zich de straat in.

Natuurlijk is het heel vervelend dat de Airbnb-toeristen niet echt snappen hoe het verkeer in Amsterdam werkt. De Range Rover hangt er geïrriteerd achter. Ondertussen naderen de zestien zich in tegenovergestelde richting bewegende fietsen allemaal gestaag de auto. Het zwaarbeladen krat weet zich ternauwernood langs de wagen te manoeuvreren om vervolgens wel een woordenwisseling te krijgen met iemand die langs de steiger probeert te komen. Fietsers met korte lontjes achter de auto proberen de bak in te halen. Niet zo gek met die trage, slingerende, bemutste fietsers ervoor.

Scène 2

De t-splitsing met de Herengracht is bereikt en de auto slaat naar rechts af. De scooter draait naar links, het smalle fietspaadje op richting Leidsestraat. Daar past de scooter weer eigenlijk niet en de bakfiets is ook niet zo handig. Uiteraard staan er toeristen midden op het fietspad, foto’s te nemen van onbeduidende dingen, zoals elkaar.

Scène 3

Waar is Jerry Springer als je hem nodig hebt om de moraal van het verhaal uit te leggen? Ah, vandaar, hij laat verstek gaan bij lastige dingen. De moraal van het verhaal is natuurlijk: ruimte delen. Met in 2014 14,4 miljoen toeristen in de stad, een groeiende bevolking en nog net zo veel ruimte als voorheen, lijkt het niet meer dan logisch dat er gezocht wordt naar manieren om het voor iedereen zo praktisch en prettig mogelijk te maken. Auto’s hebben nooit echt goed gepast in de stad, zeker niet met het steeds breder worden van die apparaten. Aangezien zelfs de gemiddelde ‘Mini’ tegenwoordig praktisch twee meter breed is, vergelijkbaar met een terreinwagen van Mitsubishi, de Outlander bijvoorbeeld, zouden er toch eens belletjes moeten gaan rinkelen.

De ene kant schreeuwt: veiligheid! Terwijl deze joekels het voor heel veel anderen beduidend onveiliger maken. Is de verwachting dat we binnenkort ook lopend over straat gaan met een helm op omdat die apparaten steeds hoger, breder en zwaarder worden? Lijkt me vrij absurd. Als iedereen die nog een auto wil hebben, in kleine, lichte wagentjes rondrijdt, ben je in een keer van veel problemen af. De jongere generatie lijkt zich toch steeds minder in auto’s te interesseren en die vinden een Car2Go-abonnementje wel prima (1,66 meter breed zo’n elektrieke Smart).

IMG_20150927_154708.jpg
Links een opklapbaar ‘krat’. Het bestaat!

Het ruimteprobleem houdt helaas niet op bij auto’s. Niet dat het aantal plekken voor fietsen enorm zou toenemen bij het verdwijnen van veel auto’s uit het straatbeeld, het blijft zo dat men het liefst zo dicht mogelijk ergens bij in de buurt parkeert. Dat kan best, maar dan moet het wel blijven passen. Kratten voorop zijn dan wel heel grote boosdoeners. Niet als ze inklapbaar zijn en de breedte van een standaard bagagedrager krijgen, maar wel in de grote plastic-kratvorm. Afgezien van een enkeling, proberen de meesten de fiets-met-krat in een fietsenrek te proppen. Dan wordt de eis ineens: maak fietsenrekken met plek voor kratten, terwijl op die manier de herwonnen ruimte ineens opgeslokt gaat worden door te ruim bemeten fietsen? Lijkt me dat zoiets andersom werkt.

 

 

Duurzaam Amsterdam: al het fossiel de deur uit

Duurzaam Amsterdam: al het fossiel de deur uit

Alle met fossiele brandstoffen aangedreven apparaten zo snel mogelijk de stad uit. Daar zou zo’n kleine stad als Amsterdam in rap tempo aan kunnen werken. Zijn daar werkelijk nog argumenten voor nodig? Toevallig bericht het Parool van maandag 28 september over een groot longartsencongres in de stad: het is op sommige plekken slecht toeven voor mensen met longproblemen. Er wordt zelfs een gezonde route aangegeven. Via het Vondelpark. Gelukkig mag ik dagelijks een groot deel van mijn fietsroute van zo’n 7 kilometer van zuid naar noord via het park laten lopen. En vice versa, al nijg ik vaak voor de route ‘binnenstad onder het museum door’ voor de terugweg. Het oog wil ook wat.

Als niet-ochtendmens ben je ‘s ochtends wat gevoeliger voor de omgeving. Geluiden komen harder binnen en ergernis openbaart zich sneller. Praktisch elke ochtend vanaf het moment dat je het Vondelpark verlaat bij die onmogelijke stoplichten bij de kruising met de Stadhouderskade, begint het al. Zeker als je na achten op de fiets gekropen bent. Kilometers langzaam rijdend verkeer staan voor de stoplichten op de kade te wachten. Grote bussen die later in een parkeergarage onder het Museumplein moeten parkeren. Vrachtauto’s formaatje ‘ruim bemeten’ en natuurlijk vol met veel te grote auto’s, allen bevolkt met één persoon. Daarna richting Marnixstraat, die heeft ten slotte de minste stoplichten, naar de Westerdoksdijkpont. Al is de Marnixstraat relatief rustig qua autoverkeer, blijft het verbazingwekkend hoeveel scooters er rondrijden. Nee, geen elektrische scooters inderdaad. En hoe lang die lucht blijft hangen…

Elektrische vrachtboot

Bangkok 17 augustus 2008 | Krijn Soeteman
Bangkok: met heel veel taxi’s wordt het op den duur ook best krap…

Amsterdam is klein. Heel petieterig klein. Waarom heeft die lobby die de grachten weer wilde gebruiken voor vervoer met elektrische boten het nooit gehaald? Waar is dat schip gestrand? Waarom mogen grote vrachtauto’s de stad in? Waarom zulke grote bussen? Waarom van die enorme, veel te brede auto’s (die en passant ook nog veel gevaarlijke situaties voor fietsers opleveren in smalle straten zoals de Spiegelstraat)?*

Waarom durft de stad niet rigoureus te zijn en te zeggen: we wonen en werken in een aardige stad die heel veel schoner is dan vroeger. Heck, we zwemmen zelfs in de grachten tegenwoordig. Maar de stad kan nog veel schoner en bovendien veel prettiger om in te leven. Een stad die een voorbeeld kan zijn voor andere oude steden in Europa die te kampen hebben met luchtvervuiling en wat al niet meer. Als zelfs Parijs zondag 27 september al autoloos kon zijn…

Times Square autovrij

Je krijgt de stad die je plant, zoals ook het Project for Public Spaces onlangs al blogde in het licht van het autovrij maken van Times Square in New York: “If you plan cities for cars and traffic, you get cars and traffic. If you plan for people and places, you get people and places.”

Dat zou nou een prettige quote zijn voor het eind van het verhaal. Maar wat moet er dan met al die mensen die wel afhankelijk zijn van scooter, auto of vrachtwagen? Scooters lijkt me duidelijk: als doorge-evolueerd, dik ding kan de scooterrijder heel makkelijk terug naar waar het apparaat zijn roots vindt, althans de helmloze versie: naar de fiets met hulpmotor in de vorm van een e-bike. Zijn we direct af van die te brede en te zware apparaten en van een heleboel stank. De auto. Tja, weg ermee is wat makkelijk gezegd en als monopolist Car2Go niet ineens uit Noord vertrokken was en er verder niet veel andere serieuze spelers op de autodeelmarkt zijn, is het nog wat lastig. Maar de auto kan in veel bijna alle gevallen veel kleiner. Vierkante koekblikjes met laag vermogen die precies zijn wat ze zijn: vervoer. Kijk voor de grap eens naar Tokio of zo. Daar zijn ook de vrachtautootjes in de stad klein. Waar de boel overgeslagen wordt, geen idee, maar grote vrachtwagens zijn zeldzaam in de grote Japanse steden. Bussen, ook klein. Klein en veel met veel stops zodat niemand nog een auto nodig heeft. En de eeuwig terugkerende fiets niet te vergeten. Steeds meer grote steden omarmen hem en wij blijven zelf tussen wal en schip hangen.

Zones en verboden

Oh ja, en die grachten dan? Tuurlijk, dat is ook niet over een nacht ijs. En eerst moet het gros van die auto’s langs de waterkant weg. Dan is het slechts een kwestie van tijd voordat de eerste slimme boten op ingenieuze wijze aan de kades kunnen laden en lossen.

Helaas blijven we steken bij wassen neuzen als een verbod op dieselauto’s van voor 2001 en eeuwig gesteggel over wel of geen 30 kilometerzone voor de hele binnenstad.

Overigens, wie denkt dat nadenken over duurzame steden iets is wat pas in de jaren ’70 van de twintigste eeuw opkwam: dat beeld klopt niet. De eerste zoektochten naar duurzame steden kwamen al op aan het eind van de negentiende eeuw tijdens de grootscheepse industrialisatie, zoals de Garden Cities of To-Morrow in het door vervuiling geplaagde Verenigd Koninkrijk.

*Fietsers met grote kratten voorop doen ook goed mee aan ruimteverspilling, maar dat nu even terzijde.

Fietser afsnijden

Fietser afsnijden

“Met je kind!” De verontwaardigde uitroep komt uit de mond van een scooterrijdster met grote zonnebril en een muts, net nadat ze een vrouw met zuigeling afsneed. De scooterrijdster lijkt met haar uitspraak als doel te hebben om aan te geven dat ze het niet eens is met hoe de vrouw haar kind blootstelt aan vermijdbaar gevaar. Ze lijkt aan de omgeving te willen laten zien dat ze, ondanks haar gedrag, zo een lesje wil leren aan de moeder. De verontwaardiging heeft veel weg van wat iemand zou zeggen tegen een hoogzwangere vrouw die zich volgiet met drank, ondertussen een sigaret tussen haar lippen heeft met nog wat sporen coke rond de neus.

“Met je kind!” echoot nog enkele dagen na in mijn hoofd, zeker als ik langs het plaats delict fiets. Mogelijk fietst de vrouw nu rond met groot schuldgevoel omdat zij het kind in gevaar bracht, hoe onterecht de scootermutsopmerking ook. Nee, het is de opeenstapeling van heel veel kleine dingen achter elkaar tijdens dat korte moment. De vrouw met het kind sorteerde voor op het vrijliggende fietspad aan de overzijde van het Marnixbad. Heel druk was het niet. Haar hoofd had zich al meermalen naar links gedraaid om zich ervan te verzekeren dat er geen toevallig achteropkomende auto haar leven en dat van het kind zou verkorten. De weg was vrij. Enkele fietsers haalden haar aan de rechterkant in want haar intenties waren overduidelijk. Ze stak geen hand uit, maar dat is misschien zelfs te billijken als je van een vrijliggend fietspad met een gewicht voorop de lagergelegen rijbaan opgaat. Vallen zit dan in een klein hoekje.

Bijna uit het niets racet er een bemutste en bezonnebrilde snorscooter met hoge snelheid over het fietspad. De scootertrijdster neemt niet de rechterkant van de fiets om in te halen. Dat kan ook niet, want daar fiets ik op dat moment. Het lijkt de bestuurder van dit zware gemotorisieerde gevaarte dan blijkbaar een goed plan van het fietspad de rijbaan op te knallen om vervolgens met hoge snelheid de vrouw met kind af te snijden en direct daarna een straat naar rechts in te slaan, het hoofd te draaien en het kortstondige publiek te trakteren op een korte zin met een niet mis te verstane intonatie: “Met je kind!”

Peak Fietskrat

Peak Fietskrat

Of de fixie als openbareruimteredder

Spatbordloos en soms zelfs remloos (dan zijn het ineens doortrappers of ‘fixies’) racen hipster-achtige typetjes samen met de kidults (oudere-jongere variant van de hipster) met net iets te hoge snelheid door de stad. Op hun rug een tas van één of ander in vergetelheid geraakt rugzakmerk.

Daar word ik blij van. Erg blij zelfs. Al zorgt de hipster-achtige vaak vanuit een verkeerde nostalgie voor de terugkomst van onzinnige gebruiksvoorwerpen, dit fietskratloze vervoermiddel is daar zeker niet één van.

Het fietskrat, ruimtevreter in elk fietsenrek (‘Dan moeten ze maar grotere fietsenrekken bouwen!’ ‘Van welke ruimte,’ vraag ik dan). Jaren terug ingevoerd door de voorloper van de hipster. Heel lang heeft het geduurd, maar ineens, zo’n zeven jaar geleden, werd het ding normaler. Nu is er rond veel openbare gelegenheden geen enkel plekje meer te vinden waar die zware krengen niet om de schaarse ruimte vechten.

Maar er gloort hoop! Peak Fietskrat is al bijna in zicht! De voorlopers, de stoere jonge mensen uit het verleden die ooit het fietskrat introduceerden, zijn niet meer. Hun vervanging: magere, met allerlei textielsoorten behangen jong-volwassenen die zo’n belemmering in de bewegingsvrijheid met geen mogelijkheid kunnen verdragen.

Ruimte in de fietsenstalling door minder fietskratten
Peak Fietskrat

Zoals ik net al zei, peak fietskrat zal wellicht nog even op zich laten wachten, al kan het ineens snel gaan met het verdwijnen van een trend.

Waarom denk ik dat we tegen het hoogtepunt aanlopen? Die verklaring is vrij simpel: toen de eerste racefietsframes al meer dan negen jaar geleden omgebouwd werden tot fixies, ofwel fietsen-zonder-rem-maar-met-vastzittend-tandwiel-waardoor-je-anders-moet-leren-remmen, waren het dingen voor een soort van fiets-elite, mensen die heel graag gek doen met hun tweewieler.

Nu enkele jaren verder zien we al een tijd mensen nep-fixies bouwen of ze zelfs gewoon kopen. Het zal niet lang meer duren of een minder sportieve variant met lichte spatborden en wellicht iets minder ver voorovergebogen zit zal het daglicht zien en de ‘normalere’ stadsfietser wil ook zo’n ding.

Dus, rugzak/tasmakers: zoek uw oude ontwerpen maar weer op, maak ze desnoods iets ergonomischer dan 25 jaar geleden en voor je het weet is er weer ruimte in het fietsenrek!

Hét probleem met de stadsfiets(er)

Hét probleem met de stadsfiets(er)

De stadsfiets is de stad ontgroeid. Hij of zij is te groot. Vooral de voorgevel is kolossaal. De fiets past niet meer in een rek en ook niet meer op het pad. De stadsfiets is een monsterlijk gedrocht.

Vooral het vrouwelijk deel van de Amsterdamse bewoners binnen de ring maakt zich er schuldig aan. Een rugtas? Een fietstas? Nee, dat hoort niet bij het muntwater-cappuccino-lurkend-yoga-end deel der stadsnatie. Je slot om de zadelpen wikkelen is ook niet meer van deze tijd: in de bak ermee! En ook nog fijn fietsend telefoneren, wat het geheel met die onmogelijke hutkoffer voorop nog instabieler maakt.

Vergeet ook niet de duo’s op de vrij smalle vrijliggende fietspaden. Gezellig beppend naast elkaar (m/v) met zo’n leuk roze of zwart ding op dezelfde hoogte naast elkaar. Toch al enkele keren haast mis zien gaan met een hoop gegiechel. Tot de winter de straten weer lekker glad maakt…

Begrijp me overigens niet verkeerd: de fiets is de meest haalbare redding voor veel grote steden, maar laten we dan in ieder geval het goede voorbeeld geven en intelligente oplossingen verzinnen.

Waar ging het mis? Bij het afschaffen van bepaalde wet- en regelgeving rond de fiets begin jaren ’90? Toen de mountainbike eerst nog illegaal zonder wit achterspatbord op de openbare weg verscheen? Neen, wetten rond maximale breedte zijn er wel, maar niet zeer specifiek. Dat is maar goed ook, er zijn namelijk genoeg mensen die wél extra ruimte nodig hebben. Iets met kinderen of bepaalde beroepen.

Het gaat dus mis bij het hardnekkig überindividualisme: “Ik heb een fiets en ik moet álles mogen met mijn fiets, ongeacht hoe en wat en of ik anderen daarmee tot last ben. Ik ben Ik.”

En ze zijn tot last: eerst waren het enkele fietsen-met-bakjes-voorop, nu zijn daar allerhande varianten bijgekomen, waarvan de meesten steunen op een zeer brede voorbagagedrager die, in tegenstelling tot de ‘ouderwetse’ voorbagagedrager, onmogelijk in een normaal fietsenrek past. Als dan een paar van die fietsen het rek bevolken, past de rest er niet meer bij. Read more

Parool: “Tijd voor een handige stadsfiets”

Parool: “Tijd voor een handige stadsfiets”

Artikel Parool 3 september 2013
Artikel Parool 3 september 2013

Vandaag verscheen in het Parool een stuk van mijn hand over de stadfietser en de door hem (m/v) gebruikte stadsfiets. Ingegeven door een al misschien wel jarenlange steeds verder oplopende ergernis, kroop ik afgelopen week in de pen om daadwerkelijk het papier op te zoeken voor mijn mening in plaats van in een blog of een rant op Facebook, Twitter of een van die andere online babbelboxen.

Uiteraard vertel ik hier niet bij dat enkele (=2) van mijn buren hun fiets over het algemeen keurig buiten het rek parkeren. Ook niet dat er mensen zijn die afneembare mandjes hebben en ook niet dat er enkele merken in het recente verleden zijn begonnen met wél handige stadsfietsen.

Links een vooraanzicht, midden en rechts bovenaanzichten met resp. de maten in centimeters.
Links een vooraanzicht, midden en rechts bovenaanzichten met resp. de maten in centimeters.

Een van die merken was bijvoorbeeld VANMOOF, maar helaas begonnen die ook een tijdje terug met het leveren van accessoires in de vorm van.. jawel een bakje voorop. Allerhande andere populaire, technisch gezien ranke fietsen, zoals fixies en vergelijkbare vintage racefietsdingetjes, zijn ook niet erg groot natuurlijk maar niet erg gebruiksvriendelijk voor de gemiddelde fietser.

Verder speel ik nogal op de man met een bepaald type vrouw. En als je erop let zie je inderdaad meer vrouwen met oversized fietsen. Toch is er één ding wat het extra vervelend maakt: vrouwen lijken wel altijd. ALTIJD. te bellen. Telefoon in de hand en stuur in de andere. Dat maakt het misschien een graadje erger dan de meeste mannen met een bakkie voorop..

Het Gele Fietsje op de Wibautstraat

Al maanden staat het gele vouwfietsje bij het oude Volkskrantgebouw aan de Wibautstraat in Amsterdam. Zo triest, het vaalgele roestige ros. Eerst stond ie nog vast aan een nietje, het kabelslot om de onderste roestvrijstalen stang. De tiewraps van het blauwe metalen boodschappenmandje voorop steeds verder verteerd door de meedogenloze straling van de zon.

Het gele fietsje, 13 december 2012
Het gele fietsje, 13 december 2012

Eigenlijk stond ie niet eens echt vast. Steeds verplaatste de metgezel van een reiziger van plek naar plek, maar nooit was ie ver. De eerste foto is van 13 december 2012. De tweede van gisteren, 20 februari 2013. De zwarte bandjes nog steeds niet zacht. Het kabelslot nog steeds op dezelfde wijze om de zadelpen gewikkeld.

Het gele fietsje, 20 februari 2013
Het gele fietsje, 20 februari 2013

En nog steeds niet gejat.

Hema: de fietslampjesscam?

Zo’n 5 jaar geleden kocht ik inductiefietslampjes bij de HEMA. Eén jaar en elf maanden geleden schreef ik daar al een positief stuk over: Fietverlichting zonder batterijen. Ze doen het nog steeds.

Nu postte een vriend van mij het volgende op Facebook op de Hema-pagina:

Hema, dit is echt belachelijk. Ga ik gisteren naar jullie winkel om knoopbatterijen te kopen voor mijn fietslampjes, zijn deze 2 euro per stuk (van het type die in jullie fietslampjes zitten). Nu verkopen jullie 2 fietslampjes inclusief, jawel, 4 van deze knoopbatterijen voor slechts 3 euro. Goede deal. Zeker wanneer je met je duurzame en verantwoorde voornemens komt om nieuwe knoopbatterijen te kopen voor je fietslampjes. Deze kosten bij jullie 2 euro pér stuk. Dat wil zeggen dat ik 5 euro dúúrder uit ben wanneer ik duurzaam en verantwoord bij jullie probeer te zijn. Is dat nou Écht Hema?

Het stuk verdween binnen twee minuten. Weggehaald door een nog niet zo goed ingewerkte Social Media-stagiair? Een overijverige marketingpipo? Iets anders?

Gelukkig maakte de betreffende vriend van mij een screenshot van de pagina mét de post*:

Hema haalt kritiek weg van Facebook-pagina
Hema haalt kritiek weg van Facebook-pagina

Het verbaasde me al dat de duurzame inductieverlichting zo snel uit de winkel verdween en dat de hele stad zo langzamerhand vol ligt met verloren of kapotte fietslampjes (van vele verschillende aanbieders uiteraard). Waarschijnlijk is de duurzame verlichting niet duurzaam genoeg voor de Britse investeringsmaatschappij: vier keer per jaar één of meerdere lampjes verliezen is toch ten minste vier keer per jaar weer twaalf geïnvesteerde euro’s die zorgen voor een hogere omzet. Blijkbaar kan de waarschijnlijk hogere winstmarge op inductieverlichting zelfs daar geen verlichting in brengen.. Helaas. Duurzaamheid duurt lang.

* Sowieso aan te raden om van sommige pagina’s screenshots te maken, zeker bij zeer dynamische pages. Bijvoorbeeld met de addon Fireshot voor Chrome(ium) of Firefox (werkt helaas nog niet op Linux of Mac)

Fietsterreur: het bakje-aan-de-voorkant

Ik hou van de fiets. Echt. Zeker in de stad. Snel, vrijwel geruisloos en altijd de mogelijkheid ergens tussendoor te glippen om dan weer met piepende banden tot stilstand te komen, een ‘uie‘ te maken, nog een snelle ruk om de laatste krappe hoek de andere kant op te zwenken, om vervolgens precies op de goede plek tot stilstand te komen.

Dit kan, met een fiets zónder bakje-aan-de-voorkant. Er kan nog heel veel meer met een fiets zonder bakje-aan-de-voorkant. Maar vooral is de fiets zonder bakje-aan-de-voorkant geen sta-in-de-weg bij parkeren of ongeleid projectiel in de drukke ochtendspits-op-de-fiets.

De fiets mét bakje-aan-de-voorkant is alles wat een fiets zonder niet is. Een fiets met bakje past niet in het rek. De fiets met bakje is minder wendbaar in gekke situaties. De fiets met bakje lijkt soms aan de voorkant wel zwaarder dan de bestuurder van het ding. De fiets met bakje is kortom een asociaal, gevaarlijk apparaat.

Tegenwoordig is het steeds meer mode om een kind met helm uit te voeren op de fiets. Misschien best slim, kinderen schijnen in tegenstelling tot volwassenen topzwaar te zijn, waardoor ze sneller bovenop hun hoofd terechtkomen. Maar, waarom zie ik er steeds meer fietsen met een achterlijk grote, roze bak voorop hun kinderfiets? Volgens mij kun je beter de bak weghalen en geen helm opzetten dan…

Nog zo’n fijn voorbeeld hier in ‘Zuid’. De Koninginneweg heeft een tramrails en die zit in de weg, dat komt mede door de enorme hoeveelheid geparkeerde, te brede Range Rovers (ze zijn er nog steeds, crisis of niet), maar ook door naast elkaar fietsende pubermeisjes (het zijn beduidend meer meisjes met een bakje-aan-de-voorkant dan jongens). Onlangs reed er weer eens zo’n stel blonde mutsjes voor me, beiden met formaat BAK voorop. Ineens moest mutsje rechts uitwijken voor iets onverwachts, maar dat kon niet, want het linker popje zat met haar bak in de weg van de andere bak. Gelukkig gingen ze niet op hun plaat, maar het scheelde niet veel.

De stad slibt dicht met geparkeerde fietsen. Op zich worden elk jaar meer kilometers per persoon in Amsterdam afgelegd op de fiets, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat die mensen die nu meer fietsen, vroeger geen fiets hadden. Het lijkt dus een ruimte-probleem, veroorzaakt door iets waar je paal en perk aan zou kunnen stellen. Dat laatste lijkt alleen niet te mogen in onze tijd van ‘vrijheid’ en ‘vrije keuze’. Toch zou ik er voor willen pleiten een maximum breedte in te voeren voor dingen voorop een fiets, uitgezonderd de échte bakfiets, want die dient soms nog wel een nuttig doel. En voor al die bakjes-voorop-de-fiets-voorstanders: neem een fietstas (of een rugtas).

Edit: ik kreeg de opmerking dat iemand verbaasd was dat ik hier niet al eerder op ingegaan was. Dat was ik zeker! Namelijk hier: ‘De fiets en het bakje