Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Tien jaar is lang. De meeste mensen hebben echt geen idee meer wat er op deze dag tien jaar geleden gebeurde. Mijn agenda, eentje ergens in een datacentrum van Google, wel. Ik deed niets waar ik een agenda voor nodig had, het was een zaterdag. De dag ervoor had ik een overleg in vergaderruimte vier, de dag erna een feestje.

Het nieuws deze dagen gaat over Facebook, het verwijderen van je Facebook-account en een bekende Nederlander die afgelopen zondag in Zondag met Lubach opriep tot het verwijderen van je account. Daarnaast zijn er wat wereldbranden, aangewakkerd door heethoofdige Twitteraars met als stip op 1: de Amerikaanse president.

Verder verwijderen verzekeraars en andere instanties ineens en masse de gewraakte Facebook Pixel, een enkele pixel op een webpagina die bedrijven en instanties helpt met het volgen van hun gebruikers over het hele grote boze internet, behalve in China. De pixel verschaft ook een schat aan informatie aan de producent ervan: Facebook.

Een week is overigens niet zo lang. Een week geleden zat ik in de trein naar Groningen voor een hackathon rond blockchains. Een blockchain is iets met Bitcoin, maar in het geval van de hackathon ging het vooral over alle afgeleiden. Je kon er niet betalen met bitcoin, dat was misschien een beetje jammer. Die digitale munt volgt overigens ook goed, net als de Facebook pixel of Google Analytics, zelfs zo goed dat de munt mogelijk niet compatibel zou zijn met de aanstaande Europese privacyverordening: de Algemene Verordening Gegevensbescherming of GDPR (General Data Protection Regulation).

Wat hebben al deze zaken met elkaar gemeen? Heel veel: het volgen van personen en het schenden van privacy. Het klinkt allemaal heel complex, maar het is niet alsof het prompt voor onze neus staat. We zijn alleen wat langzaam in het herkennen van negatieve gevolgen van privacyschending.

Dat laatste is niet zo gek: tien jaar is lang, voor een kind is tien jaar iets wat oneindig lijkt. Voor een 72-jarige is het wellicht kort. Een kwestie van perspectief.

Het is ook niet zo dat privacy, en vooral het volgen en alles bijhouden over mensen zonder dat zij zich direct bewust zijn wat er gevolgd wordt, niet al heel lang op de radar staat. Het staat er al sinds het begin van internet, maar toen was dat alleen nog voor nerds, vonden mensen toen.

Mijn persoonlijke ergernis ging in het verleden overigens vooral over flashy advertenties en dat zorgde voor het installeren van adblockers, en passant zorgde dat voor extra veiligheid tijdens het surfen. Dat was vermoedelijk ergens in 2002 ontdekte ik een kleine twee jaar terug toen een speciaal soort blocker uitkwam: een adblocker die alle advertenties en andere zaken op internet blokkeert die zich niet aan bepaalde regels houden. In de tussentijd heb ik slechts enkele keren nog een advertentie gezien. Bijzonder interessant.

De waarschuwingen zijn ook al jaren niet van de lucht, en toch doen we elke keer weer alsof het ons verbaast: diensten die gratis zijn, zijn niet gratis. Zolang niemand in de broncode mee kan kijken, weet je niet of er iets niet in de haak is. Zo simpel ligt het al heel lang. Daar is nog wel wat nuance bij aan te brengen, maar dan zou ik nu een boek moeten schrijven. Dat red ik niet.

Toch wil ieder bedrijf, iedere instelling en zelfs veel particuliere webgebruikers weten wat er op hun websites of met hun apps gebeurt. Dat volgen kan makkelijk: er zijn zat gratis diensten die dat aanbieden. Maar de meesten geven ook steeds een stukje informatie weg aan iets buiten de basisdienst. Als een site advertenties gebruikt is de mogelijkheid dat er nog meer data weglekken naar steeds onbekendere en onduidelijkere diensten.

Een willekeurige verzekeraar, die overigens sinds vandaag geen Facebook Pixel meer plaatst

Laten we het probleem eerst kleiner maken: overheidswebsites en alle sites die te maken hebben met diensten rond ons als mens, zoals verzekeraars en nutsbedrijven, hebben niets van doen met advertenties op hun site. Ook zijn er opensource trackers die op eigen platforms te installeren zijn, zonder dat er data met andere partijen gedeeld hoeven worden.

Kort gezegd: je mag verwachten dat het Privacy Badger-tekentje (of Ghostery of welke blocker je dan ook gebruikt) geen rode cijfertjes laat zien bij gebruik van de betreffende site. Lastiger te controleren, maar dat zou ook moeten gelden voor apps op telefoons van dergelijke instanties.

En ooit, hopelijk in de toekomst, komt er een tijd waarin we wel over onze eigen data kunnen beschikken, decentraal opgeslagen zonder dat één persoon, bedrijf of instantie daar iets mee kan, tenzij jij dat wil.

Tot die tijd blijft het waarschijnlijk dweilen met de kraan open.

Ps, dan kom je er dus achter dat een WordPress plugin genaamd JetPack ook steeds weer zaken aanpast, waardoor mijn eigen site ook ineens weer Twitter, Facebook en andere trackers heeft. Hoe dat nu weer te fixen: daar moet ik weer even induiken.

Pps, embedden van bepaalde zaken als video’s via bijvoorbeeld YouTube kan ook via een Do Not Track-functie, bij YouTube wordt de link dan: youtube-nocookie.com

Facebook: stats on positive and negative posts

Facebook: stats on positive and negative posts

Last Friday (June 27) I noticed a post on Scoop.it by the Dutch TV programme ‘Tegenlicht’. The headline read “Facebook tinkered with users’ feeds for a massive psychology experiment”. Maybe nice to use for a science section of a large Dutch news website. Research is research.

Quickly I skimmed the article on Avclub.com where scoop.it pointed to. Maybe interesting. Maybe not.

Click. The article itself on PNAS. I am not a statistician, but I learned when P < 0.05 than it is statistically significant.*

Scrolling through the article, I see some significant values, but the conclusion reads:

“Although these data provide, to our knowledge, some of the first experimental evidence to support the controversial claims that emotions can spread throughout a network, the effect sizes from the manipulations are small (as small as d = 0.001). These effects nonetheless matter given that the manipulation of the independent variable (presence of emotion in the News Feed) was minimal whereas the dependent variable (people’s emotional expressions) is difficult to influence given the range of daily experiences that influence mood (10). More importantly, given the massive scale of social networks such as Facebook, even small effects can have large aggregated consequences (14, 15): For example, the well-documented connection between emotions and physical well-being suggests the importance of these findings for public health. Online messages influence our experience of emotions, which may affect a variety of offline behaviors. And after all, an effect size of d = 0.001 at Facebook’s scale is not negligible: In early 2013, this would have corresponded to hundreds of thousands of emotion expressions in status updates per day.”

And, even more important in my case, the publication date:

Published online before print June 2, 2014, doi:10.1073/pnas.1320040111

PNAS June 17, 2014 vol. 111 no. 248788-8790

This means it’s been roaming on the Internet since the second of June. Ah well, let’s just skip it, I probably just missed it.

Not. Everybody missed it. And in my humble opinion, it shouldn’t have caused the amount of attention it received since this weekend. It’s interesting, seeing how things work behind the scenes of one of the largest empires Earth has ever seen, but this is just a glimpse and a tiny one.

Why is the world so surprised? It makes no sense at all. It would be surprising if companies which use data and can manipulate it, would not use it, for better or worse.

In this case its results were published. Openly.

640px-Open_Access_logo_PLoS_white.svg
Open Access Logo

The question which should be addressed is the following: why is it not mandatory that companies which aren’t ‘companies’ in the old sense of the word, because they serve the world in a way public institutions would, have to list their experiments openly. All experiments. Just like universities and other knowledge institutions (should) do.

Open Access.

*or at least should be, considering all variables are ok, etc. etc.

The ultimate laziness: Flying Blue advertising program too difficult (or not)

The ultimate laziness: Flying Blue advertising program too difficult (or not)

Mr. Miles, Flying BlueAt present, there is an on-line game by the Royal Dutch airlines KLM with a world traveller. This traveller is called Mr. Miles and he flies damn fast around the world. If you catch him, you register for a draw for some nice prices. It’s not a difficult game and yet many complain that it’s “too difficult” or even that it’s ‘fake’.

What is this ultimate laziness? I don’t know whether I win something big, but what I know is I already earned a few hundred miles. And it’s not  a very difficult game either: follow his twitter account: @FlyingBlueMrM, and you’ll have your first miles in no time!

Mr. Miles travels quickly. Very quickly, which means he is in a ‘place’ for a very short time: a few seconds to a few minutes. If he tweets a riddle, it’s necessary to act as soon as possible by clicking the right location at the Mr. Miles-site. How hard can it be?

Hidden puzzles
It should even be possible to figure out where he stays between the tweets, but I’ve not succeeded in doing that. Perhaps the hidden puzzles – if any – are just too difficult for me.

FlyingBlue-MrMiles-Contest-1

Nevertheless I caught the guy a few times now and it’s not very difficult. No, even very simple: in your Twitter options you can switch on notifications for when a user tweets something. Very easy. You hear ‘ploing’ and immediately go to the site and click the right location. It’ll cost you 45 seconds or less.

Nokia Game
When I started this game I hoped it would consist of difficult riddles and puzzles. Finally a real tricky on-line game again! Something like the legendary 1999 Nokia Game.

The Nokia Game was called an Alternate Reality Game (ARG) and very hard, especially the first one of ’99. I believe I even finished as one of the final 800 players. I ‘finished’ at position 249. But back then it was a very different story: a dial-up modem, hints in real world newspapers, magazines and TV programmes. You even had to play online between certain specific time frames! (Oh please computer-with-windows-98 or modem or both: don’t lock, crash or whatever!)

Unfortunately Mr. Miles doesn’t even come close to the Nokia Game. It’s just a regular lottery, although you have to catch Mr. Miles at least once to participate in the draws for the prizes, like the coveted platinum card or 500,000 miles. But even that seems too difficult for many, if I may believe the Twitter and Facebook comments.

 

The Game

Dinsdag 3 januari 2012, 16:06. De eerste post die ik op ‘mijn’ newsfeed op Facebook kan terugvinden met als titel “The Game”. De post van A.S. nodigt iedereen uit om te zoeken naar dé hit die op nummer 1 stond in de geldende hitlijst van jouw land in de week van je geboorte.

Stom. Ik doe het niet.

The Game:
1) Discover the #1 single in your country of origin in the week you were born
2) Find it on YouTube
3) Post it on your Facebook page without shame

De tweede persoon in mijn news feed, H.P., komt met ‘zijn’ hitje een kleine anderhalf uur later.

Nog steeds stom. Ik doe het niet.

Jaja, zoek maar uit wie dit is!

Uiteindelijk post ik rond kwart over een woensdagmiddag zelf maar eens een link naar een nummer dat blijkbaar op de hoogste plek van de Top 40 mocht staan in een van de warmste weken van mijn geboortejaar. “Post it on your Facebook page without shame,” was helaas wel nodig als ‘advies’ (en het nog posten ook).

Enkele uren later ontdekt het gros van de mensen bij mij op het kantoor van Bureau Wibaut deze grap en gaat iedereen naarstig op zoek naar het nummertje dat mogelijk klonk toen ze hun eerste (a-) muzikale tonen uit hun keeltjes ten gehore brachten aan moeder en vroedvrouw.

Maar dat soort nummertjes maken geen babies.

Welk nummer stond op een negen maanden vóór de geboorte?

Al met al is het een verdomd stom spelletje, maar het niet doen kost bijna net zoveel tijd. Googlen op “wiki <geboortejaar> <top 40>” is voldoende. Op die manier helpt iedereen mee om een lange top eind jaren zeventig/jaren tachtig op mijn Facebook-news feed te krijgen.

Eigenlijk best gezellig, zo’n time machine.

(tijdens het schrijven van dit stukje hadden al 28 mensen dit als FB-update gegeven)