Complex en nooit af: proof-of-stake

Complex en nooit af: proof-of-stake

Dit artikel verscheen in juli 2021 op Tweakers

Ethereum maakt zich op om over te gaan naar ethereum 2, een pittige transitie van proof-of-work naar proof-of-stake en daarmee een van de grootste experimenten in de cryptovalutawereld. Wat gaat er precies gebeuren en vooral: waarom?

Het doublespending-probleem

‘Klik’. Met een hoop geratel komt de Polaroid-foto uit het apparaat. Even wachten en het beeld verschijnt. Aardig als je bent, geef je de foto aan de geportretteerde. Je enige eigen herinnering aan dit moment staat in je geheugen gegrift. Misschien herinner je het moment weer als je de foto in iets verkleurde staat terugziet bij de ander thuis, gevangen onder een koelkastmagneet. Zulke analoge zaken zijn bij tijd en wijle populair en vaak kostbaar. Je betaalt vijf euro voor een foto op een uitgaansavond, misschien met een roos erbij; een uniek momentje dat niet is na te bootsen.

Uniciteit in het analoge leven is normaal, op internet is het lastig

Een foto wil je misschien juist wél graag delen en daarvoor is onze digitale wereld ideaal, maar met digitaal geld wil je dat het juist niet gebeurt. Analoog geld, althans de briefjes en muntjes, werkt heel goed tegen kopiëren. Je weet zeker dat je zelf het briefje van 50 euro niet meer hebt als de ander het in handen heeft.

We weten ook allemaal heel zeker dat als je een keten aan bits kopieert, hij precies gelijk is aan de originele keten. Dit is een prachtige en unieke eigenschap van onze digitale wereld, maar het zorgt al een halve eeuw voor kopzorgen als je iets niet een-op-een wil kopiëren, dus als je zeker wil weten dat iets niet ook nog aan een ander kan worden gegeven door het te kopiëren, zoals dat briefje van 50 euro.

Dat probleem waarbij de 50 euro gewoon vaker kan worden uitgegeven, heet in jargon het double-spending problem​.

Een eerlijk systeem

We kunnen dat tegengaan door arbiters in te zetten om databases bij te houden van wie wat heeft, zoals banken. Of je je daar nu wel of niet veilig bij voelt, is niet zo relevant voor dit verhaal. Wel relevant is de vraag of het mogelijk zou zijn om in het digitale domein een systeem te ontwikkelen waarmee je zonder derde partij onze analoge een-op-een-uitwisseling kunt uitvoeren in de digitale wereld. Kunnen we iets verzinnen waarmee we honderd procent zeker kunnen vaststellen dat Esma iets geeft aan Jeroen en ook zeker weten dat de transactie wordt uitgevoerd? Weten we dan ook zeker dat Esma het niet stiekem nog een keer kan uitgeven? En weten we zeker dat het systeem eerlijk is?

Het tweede probleem is op te lossen met asymmetrische cryptografie, zoals we dagelijks op internet toepassen met https-verbindingen. Het derde probleem – het oplossen zonder derde partij – is lastiger op te lossen. Hoe zorg je ervoor dat het systeem altijd je transactie doorvoert en je transactie niet terugdraait? En wat doe je om te voorkomen dat de transactie niet verandert? Iets zal moeten bepalen wanneer een transactie geldig is en daar moet iedereen het over eens zijn; er moet dus consensus over bestaan.

“Het eerste waar je misschien aan denkt is: één persoon, één stem. Je zou zeven miljard mensen op aarde allemaal één stem per persoon willen geven, maar dan moet je ze wel nauwkeurig identificeren, anders kan iemand miljoenen of miljarden pseudoniemen aanmaken”, aldus Bert Slagter, medeoprichter van kennisplatform LekkerCryptisch.nl. “In de digitale wereld kun je zeggen: één cpu, één stem. Maar zoals je pseudoniemen kunt aanmaken in de fysieke wereld, kun je onbeperkt virtuele machines aanmaken die je onevenredig veel stemrecht geven”, vervolgt hij. Hoe los je dat laatste dan op? Hoe zorg je ervoor dat je niet kunt samenspannen waardoor één entiteit disproportioneel veel invloed kan uitoefenen?

Sinds medio jaren tachtig van de twintigste eeuw passeerden heel wat systemen de revue die ervoor moesten zorgen dat bij gedistribueerde computersystemen de juiste informatie wordt opgeslagen, ook als niet alle onderdelen van het netwerk zijn te vertrouwen. Dit heet ook wel het Byzantijnse generalenprobleem en systemen die het probleem oplossen noemt men Byzantine fault tolerant of BFT. Toch faalden al die ideeën voor toepassing op open systemen. Altijd bleek wel ergens een fundamentele zwakheid te bestaan.

“Het Byzantijnse generalenprobleem is een kernprobleem in distributed computing”, zegt Davide Grossi, adjunct-hoogleraar bij het Bernoulli Institute aan de RuG. “Het probleem was wel opgelost voor gesloten systemen met centrale coördinatie, voor Satoshi Nakamoto langskwam. Die protocollen, zoals Practical BFT, zijn robuust tegen foute deelnemers, maar tot maximaal een derde van het totaal aantal deelnemers. Bij een gedistribueerde database wil je dat alle deelnemers een waarde in die database overeenkomen, je wil overeenstemming over de inhoud. Als je controle hebt over de deelnemers in een systeem, spelen de incentives niet echt een rol. Als je geen controle hebt over deelnemers moet je ze overtuigen om deel te nemen in het systeem en dat doen op een eerlijke manier: incentives worden centraal in het systeem.”

Nakamoto-consensus

Met de komst van de bitcoinblockchain kwam daar verandering in en ging speltheorie (game theory) een rol spelen. In de wetenschap kreeg deze ontwikkeling de naam ‘Nakamoto-consensus’. Daarmee wordt gedoeld op het gebruik van proof-of-work om de juiste incentives in te bakken in een consensusprotocol voor open peer-to-peer-netwerken.

Grossi: “Dit was heel innovatief en origineel, juist omdat het een oplossing is voor het Byzantijns generalenprobleem in een open systeem waarin niemand controle heeft over wie deelneemt, wie wanneer komt en wie wanneer gaat.”

De zwakheden rond BFT in open systemen bleken dus op te lossen met Nakamoto-consensus. In feite gebeurt dat door iets uit de analoge wereld op te offeren. Slagter: “Bij proof-of-work, het systeem achter bitcoin, wordt energie opgeofferd. Maar je kunt ook andere systemen verzinnen waarbij iets in de fysieke, natuurkundige wereld wordt verankerd. Dit doe je omdat je zaken uit de echte wereld niet eeuwig kunt kopiëren en plakken, wat je in de digitale wereld wel kunt. Dat is dus het idee van proof-of-work.”

Slagter legt uit dat proof-of-stake iets vergelijkbaars probeert te doen, door iets te verzinnen dat niet is te kopiëren. In het geval van proof-of-stake is dat dus vermogen of stake. “Het zorgt er wel voor dat proof-of-stake heel complex is. Daarom duurt de transitie van het ethereumnetwerk naar ethereum 2 ook zo lang. Er zijn overduidelijke aanvalsmogelijkheden die je op allerlei manieren moet zien tegen te gaan. In bitcoin is dat al sinds 2009 getest in echte-wereldomstandigheden waarbij je niet alleen kúnt aanvallen, maar zelfs verzocht wordt om aan te vallen.”

Grossi zegt daarover dat van alle decentrale consensussystemen, want daar gaat het immers om, proof-of-work van bitcoin op dit moment het enige is waarvan je proefondervindelijk vast kunt stellen dat het extreem veilig is: “We hebben in de praktijk gezien dat het proof-of-work-systeem werkt voor de grootschalige, gedecentraliseerde systemen van bitcoin en ethereum. Voor proof-of-stake is er nog niet zo’n praktisch bewijs en de variatie is enorm.”

Hij haalt de whitepaper van bitcoin aan. “Dit was gewoon een whitepaper op internet, waarvan er dagelijks talloze verschijnen. Academici houden dan in eerste instantie wat afstand, waardoor het pas later in de academische wereld wordt opgenomen. Er is zoveel dat niet peer reviewed is, je kunt niet alles constant bijhouden. Onderzoek doen kost tijd en je hebt er geld voor nodig. Dat duurt allemaal lang. Aan de andere kant is bitcoin nu al jaren in de echte wereld getest.”

De grote vraag is: zou je ook met een ander systeem tot een vergelijkbare veiligheid en onwrikbaarheid kunnen komen? Is er een systeem waar iedereen aan mee kan doen en waar je niemand voor hoeft te vertrouwen? Een systeem waar niemand op eigen houtje de regels van kan veranderen waardoor jouw geld of digitale eigendomscertificaat van een foto ineens weg is of onbereikbaar wordt? Is er iets anders dat we nu nog niet kunnen bedenken?

Misschien is dat laatste wel een proof-of-stake-variant. Dat betreft een groot experiment. “Proof-of-stake is in die zin een containerbegrip”, zegt Slagter. “Je kunt op heel veel manieren met proof-of-stake aan de slag. In de meeste gevallen betekent dit dat toch altijd ergens iets of iemand aan de touwtjes moet trekken. Iets zal ervoor moeten zorgen dat het systeem eerlijk blijft, want anders wint de groep met de grootste stake altijd. Of we zoiets kunnen bouwen? Dat moet nog blijken. Het grootste pos-experiment moet overigens nog beginnen en is al jaren in voorbereiding: de overstap van ethereum naar ethereum 2.”

Spooksteden met leegstaande huizen

Waarom is het dan nu nog niet duidelijk of proof-of-stake minstens net zo veilig kan zijn als proof-of-work? Dat komt doordat er nog geen enkel ander proof-of-stake-netwerk bestaat waar zoveel van afhangt als bij de proof-of-work-netwerken van bitcoin en ethereum.

Slagter: “Het is eigenlijk heel interessant dat ethereum is begonnen als proof-of-work-netwerk en als het goed is binnenkort overgaat naar proof-of-stake. Het had nooit zo’n mooie verdeling van de munten gehad als het als proof-of-stake was begonnen.”

Hij verwijst naar blockchains die andere consensusmechanismen dan proof-of-work gebruiken. “Al die grote blockchains, de cardano’s van deze wereld, zijn spooksteden met een half miljoen leegstaande huizen. Ze zijn helemaal nog niet blootgesteld aan de grote boze buitenwereld. Daarom denk ik dat ethereum 2 de eerste proof-of-stake-chain wordt die écht serieus op de proef gesteld gaat worden.”

En dat is volgens Slagter iets dat vaak vergeten wordt. “Je kunt van alles simuleren aan die netwerken, zoals hoe ze zouden werken, maar de proof-of-the-pudding is alleen mogelijk in een permissionless publieke situatie waarin iedereen jarenlang ongehinderd zijn gang kan gaan.”

Grossi onderschrijft dat met een verwijzing naar de bekende 51-procentsaanval die mogelijk zou zijn bij proof-of-work: “Het is wel gebeurd dat mining pools tijdelijk meer dan die 51 procent hadden, maar er gebeurde natuurlijk niets. Er zijn ook wel theoretische modellen die aangeven dat je het met minder zou kunnen bereiken, maar of die modellen echt werken weten we niet. Het is zo complex dat er meer onderzoek nodig is.”

Kort samengevat is het op dit moment als volgt: zowel bitcoin als ethereum gebruikt proof-of-work. Daardoor zijn beide heel veilig, met het verschil dat ethereum een virtuele machine in zich heeft, iets dat voor de werking van proof-of-work bij ethereum niet heel veel uitmaakt. Wel kijken de ontwikkelaars van beide netwerken heel verschillend naar de wereld, zeker als het om ideeën rond ‘bestuur’ of governance gaat.

Beide netwerken zijn decentraal en vertegenwoordigen een enorme waarde waar velen graag de hand op zouden willen leggen, dit in tegenstelling tot duizenden andere blockchain(achtige) projecten die eigenlijk niet veel anders zijn dan een soort spooksteden met heel veel huizen, maar zonder inwoners. Het grote proof-of-stake-experiment – althans, eentje waar een bepaalde visie achter schuilt – gaat hopelijk binnenkort beginnen met ethereum 2 of eth2 (zie uitleg proof-of-stake onderaan).

De overgang naar ethereum 2

De overgang van ethereum naar ethereum 2 of serenity staat al jaren in de steigers. Om een klein tipje van de sluier op te lichten, spreken we met Diederik Loerakker, onderzoeker bij de Ethereum Foundation, via Telegram-spraakchat. Het project is enorm complex en moet niet alleen voor de al vanaf het prille begin beloofde overstap naar proof-of-stake zorgen, maar ook voor een totaal nieuwe opzet van het hele ethereum-netwerk.

Vitalik Buterin, een van de oprichters van ethereum, schrijft al vroeg over proof-of-stake in Bitcoin Magazine waar hij sinds 2011 als redacteur en mede-oprichter aan verbonden is. Dan gaat het nog om de vraag wat er mogelijk is bovenop het bitcoinprotocol, zoals colored coins, en wat daar in zijn ogen aan schort.

In januari 2014, vlak na het uitkomen van de Ethereum Whitepaper en daags voor het aankondigen van een geldophaalronde voor het project, schrijft hij een groot artikel in Bitcoin Magazine, met de titel ‘Ethereum: a next-generation cryptocurrency and decentralized application platform’. Net als in de oudste versies van de Whitepaper drukt hij daar de wens uit om op zoek te gaan naar andere consensusprotocollen. Proof-of-stake ziet er in de ogen van de ontwikkelaars het meest veelbelovend uit, maar ethereum zal in eerste instantie een proof-of-work-systeem gebruiken waar minder makkelijk asics voor moeten zijn te bouwen dan voor bitcoin.

Redenen om over te gaan op proof-of-stake zijn in eerste instantie de verwachte betere veiligheid, het verlagen van de beloning van iemand die staked, en de mogelijkheden voor coördinatie of governance. In de oudste versies van de whitepaper staat al dat het gaat om een ‘mogelijke overgang naar een verbeterd ethereum-netwerk in een ethereum 2’.

De munteenheid ether van het netwerk kan tot nu toe oneindig worden bijgedrukt, waardoor de prijs in het begin stabieler zou moeten zijn dan die van munten met een eindige hoeveelheid, zoals bitcoin met 21 miljoen stuks. Door mensen hun ether te laten staken in plaats van miners te laten draaien waarbij energie moet worden betaald, gaat de beloning naar beneden. Daarom komt er minder ether in omloop en dit kan zelfs naar nul gaan. De verwachting van Slagter is dat het een factor 10 minder wordt. Dit betekent minder inflatie en een stabielere munt.

Ether zelf wordt dan een zogenaamde productive asset, ofwel iets met rendement, vergelijkbaar met aandelen, obligaties en vastgoed die respectievelijk dividend, rente en huurinkomsten opleveren. Dat maakt ethereum mogelijk interessanter voor traditionele beleggers.

Een ander belangrijk punt is dat er coördinatie nodig is voor sharding en dan is een proof-of-stake-systeem veel makkelijker voor je governance, iets dat heel lastig is bij een proof-of-work-systeem.

Je ziet: het is al lang de wens om over te gaan naar een ander consensusprotocol. Als dit allemaal lukt in een live-productieomgeving en jarenlang goed gaat, is dit zeer interessant.

Het is Diederiks eerste interview in lange tijd in het Nederlands. Hij formuleert behoedzaam en verontschuldigt zich af en toe voor het niet kunnen vinden van een Nederlands equivalent van een woord. Inmiddels woont hij al een kleine vier jaar niet meer in Nederland en voor de coronapandemie was hij een digital nomad.

De weg naar eth2 duurt al lang. Sommigen dachten dat van veel uitstel wel afstel zou komen, maar de overgang lijkt binnenkort echt plaats te vinden. De upgrade verloopt in drie fases. Inmiddels is fase 0 gepasseerd en zitten we in fase 1. “Fase 0 is inmiddels een oude term”, verbetert Diederik. “We gaan nu naar een execution en consensus layer. Dan praten we dus over eth1 en eth2. Dat laatste model staat los van eth1 en testen we nu al meer dan een jaar met proof-of-stake. Uiteindelijk moet eth1 worden samengevoegd met eth2 als eigen shard in het netwerk.”

Dat laatste, een shard, is van belang voor het oplossen van het zogenaamde data-availability-probleem waar elke blockchain mee kampt. “Data moet altijd beschikbaar zijn en nu moet je alles zelf downloaden om dat te verifiëren. Als je dat verticaal wil schalen, kom je op dingen als Binance Chain of Polygon. Ze vergroten de capaciteit, maar het wordt steeds moeilijker om alles in sync te houden.”

Sharding: synchroon en toegankelijk

Sharding, legt Diederik uit, is een manier om alle data gesynchroniseerd en altijd toegankelijk te houden zonder dat je het netwerk zelf hoeft te vertrouwen. “Met sharding kun je zo splitten dat je toch niet alles zelf hoeft te downloaden en te verifiëren, zolang de data parallel kan worden geverifieerd door een deel van het netwerk. Op die manier kun je horizontaal schalen.”

Data-toegankelijkheid in een blockchainnetwerk is van ultiem belang, omdat je niet kunt hebben dat de eindgebruiker ineens niet meer bij zijn eigen bezit kan komen. Om dit te kunnen voorzien, krijgt eth2 64 data-shards naast wat we kennen als de huidige eth1-blockchain.

Eth2 heeft een heel scala aan nieuwe onderdelen. Die onderdelen samen moeten zorgen voor een aantal zaken: data-availability, grotere snelheid van transacties en een proof-of-stake-model dat veilig én decentraal genoeg is.

Bron: website Vitalik Buterin

De grotere hoeveelheid data per seconde kunnen verwerken is van belang omdat ethereum zichzelf ziet als ‘wereldcomputer’ waar de smart contracts, of relatief simpele computerprogramma’s, rap uitgevoerd moeten kunnen worden in de Ethereum Virtual Machine of EVM. Die data, of eigenlijk de state van de data, moet snel kunnen worden verwerkt en weggeschreven. In het nieuwe proof-of-stake-model moet elke twaalf seconden een nieuw block kunnen worden gemaakt. Dat zou betekenen dat het netwerk van nu van gemiddeld 4KB per seconde naar 1,4MB per seconde gaat, met behulp van de in totaal 64 data-shards, iets dat in theorie kan worden uitgebreid.

Een onderdeel van de keten hebben we nog besproken, de beaconchain. “De beaconchain is een soort commandocentrum voor het nieuwe netwerk, waar als het ware de getuigschriften of attestaties van de shards op worden vastgelegd. Het is de systeem-chain die alle balansen, confirmaties van shard-data en finality bijhoudt. Finality is een extra ‘gadget’, een onderdeel van het protocol om iets permanent vast te leggen met voldoende attestaties. De transacties in het huidige eth1 krijgen eerst een plaats in deze beaconchain, totdat sharding volledig uitgerold is.”

Validators in commissies gehusseld

Nu hebben we het wel gehad over de dataverwerkingssnelheid, het wegschrijven van de data en hoe de systemen er min of meer uitzien, maar wie zorgt voor het maken van de blokken? Wat zorgt ervoor dat de eth2-blockchain wordt gevormd? Daar zorgen de zogenaamde validators voor. Die validators worden willekeurig of random gekozen, op dit moment met behulp van Randao. Elke validator moet 32 ether vastzetten in het systeem om mee te mogen doen. Dat is dus de stake die het je (tijdelijk) kost: deze 32 ether kun je niet gebruiken als ze vaststaan.

Je kunt inmiddels natuurlijk al heel veel ether hebben verzameld door te minen met het proof-of-worksysteem waar ethereum nu nog op draait. Zo zou je heel vaak 32 ether kunnen staken en zo alsnog een meerderheid in het netwerk kunnen krijgen? De rijksten in het netwerk krijgen immers het vaakst een blok toebedeeld.

“Nee, dat is niet zo”, zegt Diederik. “Er zijn nu al 200.000 validators en die worden verdeeld over de shards. Elke zes minuten worden ze door elkaar gehusseld en opnieuw verdeeld over 64 shards.”

Hij legt kort uit dat die validators in committees worden gesplitst. Die committees bestaan uit minstens 128 validators per stuk, met een theoretisch minimum van 111. Die validators dragen zowel bij aan de beaconchain als aan de shards.

Die 64 shards hebben allemaal een eigen consensus en er is geen ‘race tussen de security-modellen’ van die verschillende shards. De shards zijn gelijk, en security voor een shard hangt niet af van de ander. De validators worden elk zes minuten, een ‘epoch, in een committee gehouden. Daarna worden ze weer willekeurig door elkaar gehusseld. Op die manier moet het systeem zo decentraal mogelijk blijven.

“We zitten nu in fase 0 waarin we de committees al hebben, samen met een nieuwe networkstack om de informatie te verspreiden. Voor 64 shards zijn 64 committees nodig en 32 slots per epoch doen ieder een taak. Elke 12 seconden een slot, deel die 190.000 validators door 32. Dat is dus de hoeveelheid validators die elke 12 seconden een attestatie maken. Dat is veel, maar nog maar voldoende voor volledige capaciteit met 262.144 validators, ofwel 32 x 64 x 128.”

Er is één stap die we hebben overgeslagen: layer 2 die deze shard-data gebruikt. Een voorbeeld hiervan zijn optimistic rollups. “Met data-availability kun je een honest majority assumption omzetten in een honest minority assumption. Als je iets uitstelt of tijdelijk weglegt en zegt: goed, de data is te verkrijgen, dan kun je later met de data aantonen dat de verkeerde data zijn vastgelegd. Dit is het fundament voor optimistic rollups.”

Kort gezegd: een rollup neemt het executie-model weg en je hebt alleen die data-availability nodig. “Zolang iedereen toegang heeft tot die data, kun je layer 2-modellen maken die je vastlegt met de data die je veilig stelt met de layer 1-data.” Layer 1 is wat het protocol aanbiedt: data en executie, maar wel gelimiteerd en duur. Layer 2 maakt applicaties toegankelijk door dit te optimaliseren, maar toch voldoende te gebruiken om geen nieuwe security-aannames te maken. Een optimistic rollup optimaliseert via executie buiten het protocol, terwijl data met dezelfde security vaststaat voor het geval er twijfel bestaat over de resultaten.

Een veelzijdig blockchainsysteem

Het is niet mogelijk om alle onderdelen van het eth2-proces mee te nemen. Wel is duidelijk dat het om zeer complexe materie gaat en dat geeft meer risico op fouten. De fase-0-chain draait nu al een jaar en moet ‘super solid’ worden.

Daarna moet eth2 een blockchainsysteem zijn waar heel veel op kan en dat zeer veelzijdig is. Het is heel iets anders dan de bitcoinblockchain waarbij de relatief simpele opzet van het netwerk juist de grote kracht is. Dat daar bovenop heel wat te programmeren valt, doet hier niet aan af. De grote test voor ethereum komt dus als het goed is ergens in 2021 of 2022, en misschien nog wel later.

Op den duur zullen bepaalde protocollen van eth2 misschien weer moeten worden aangepast met behulp van soft forks om het geheel zo decentraal mogelijk te houden. De variatie voor proof-of-stake-gebaseerde systemen is dan ook heel veel groter dan voor proof-of-work. Dat is zowel een kracht als een gevaar.

Ondertussen hebben de meesten geen weet van de werking achter de schermen. Toch zou een beetje meer kennis bij beleids- en opiniemakers niet misstaan om zo door allerlei marketingtermen van blockchain(achtige) bedrijven heen te kunnen prikken. Gouden bergen worden beloofd en we weten allemaal hoe dat gaat; denk maar aan de eerste grote internetbubbel of de eerste grote ico-bubbel rond allerlei onzinmuntjes. Nu is iets vergelijkbaars aan de hand rond DeFi of decentralized finance.

Gelukkig bouwen velen voort op al die protocollen die onze decentrale digitale levensgemeenschap kunnen versterken en meer eigenheid kunnen geven. Minder kopiëren, meer zoals het echte leven. Creatieven binnen alle werkvelden, van IT-ers tot kunstschilders, werken vrolijk verder aan ons digitale ecosysteem. Steeds meer digitale kunst en andere vormen van unicititeit op internet vinden hun weg naar de ‘gewone’ mens. Het is bijna net zo uniek als een polaroidfoto.

Polaroid gemaakt met een Polaroid SX-70 Land Camera en het spel Mario Kart 8 en ge-nft’d

Wat is proof-of-stake eigenlijk?

Zonder centrale controle is het niet mogelijk nodes in een netwerk te controleren op hun kwaliteiten. Om toch zekerheid te krijgen over de juistheid van de opgeslagen informatie in zo’n systeem, is een ‘consensusmechanisme’ nodig. Dat mechanisme zorgt ervoor dat alle nodes in zo’n netwerk samen kunnen bepalen wat wel of niet waar is. Om te zorgen voor eerlijke nodes, moet het voor een node iets kosten als er wordt valsgespeeld.

Het consensusmodel van bitcoin gebruikt hiervoor energie. Om energie te verkrijgen, moet je moeite doen, vaak in de vorm van het betalen van geld. Betaal je niet, dan heb je geen energie en kun je niet meedoen in het netwerk om kans te maken op een klein beetje bitcoin. Dit systeem heet proof-of-work. Veel blockchainsystemen maken hiervan gebruik.

Proof-of-stake is een consensusmodel dat deelnemers vraagt om een deel van hun bezittingen te investeren in het netwerk. Dit betekent over het algemeen het vastzetten van een bepaald deel van het vermogen, zodat de node in kwestie kan worden gekozen om de volgende te zijn om een block in de blockchain te mogen maken. Met het maken van dat block wordt vervolgens een klein beetje verdiend.

In essentie betekent het: hoe groter je stake, hoe meer kans je hebt om een block te mogen toevoegen aan de blockchain in kwestie. Behalve het staken van het vermogen, hoef je niks te doen. Dit leidt in essentie tot het steeds rijker worden van de rijken. Ook zorgt het voor meer centralisatie van macht en de kans om als rijke node meer macht uit te oefenen op de regels in het netwerk.

Om dit tegen te gaan, zijn veel proof-of-stake-systemen voorzien van maatregelen om toch zo decentraal mogelijk te blijven opereren. Dit zorgt ervoor dat pos-systemen een stuk complexer zijn dan pow-systemen.

Eerder gepubliceerd op Tweakers.net

Nft’s, een zoektoch naar eigenaarschap op internet

Dit artikel verscheen in april 2021 op Tweakers.

Laten zien dat je iets bezit, een ander laten weten dat jij de eigenaar bent, eigenaar van iets unieks: daar zijn we als mens heel goed in; we houden ervan. Een uniek olieverfschilderij van Rembrandt, de eerste of juist laatste afdruk van een exclusieve foto of een gesigneerd album in gelimiteerde oplage van je favoriete band. In de echte wereld zijn we gewend dat eigenlijk alles uniek is, het een iets unieker dan het ander. Volledige uitwisselbaarheid of fungibiliteit, zoals met geld, dat is pas een bijzondere eigenschap.

In onze digitale wereld, ons ecosysteem dat bestaat uit enen en nullen, onze vrijplaats waar alles kan wat in het echt niet kan, daar is het heel lastig om zaken uniek te maken. Hoe ben je er zeker van dat iets niet gekopieerd is en niet ook bij duizenden anderen is? Dat kun je oplossen met een timestamp of tijdstempel. Als je die dan ook nog vastlegt op een zwaar beveiligd netwerk als de bitcoinblockchain, dan ben je helemaal klaar. Leg een hash van je contract, plaatje of document met een timestamp vast door het te ondertekenen met een geheime sleutel van de eigenaar en niemand anders kan er nog wat mee doen. Klaar.

Wil de mens een timestamp als bewijsje, als reçuutje? Nee blijkt, we willen meer, ook digitaal. In sommige landen is het zelfs volstrekt normaal om na een ruzie met je geliefde een digitaal stickerpack met bloemetjes te sturen. Zelfs een stickerpack voor een begrafenis is oké. Gamers herkennen dat gevoel van digitaal bezit ook en dat sijpelt nu langzaam door naar de gewonemensenwereld. Dat verklaart de recente aandacht voor non-fungible tokens of nft’s. Wat is zo’n non-fungible token en hoe maak je zo’n ding eigenlijk? Deels is het een kwestie van gevoel, maar gelukkig is er ook een technische kant die je gewoon in code kunt stoppen. Gevoel beveiligd door keiharde cryptografie.

Timestamps

Timestamps worden al heel lang toegepast, een blockchain met een goed consensusmechanisme zorgt er hooguit voor dat je zeker weet dat die timestamp in de toekomst niet kan worden aangepast en dat dus niemand iets kan wijzigen. Dat wordt ook al lang gedaan met behulp van bijvoorbeeld de bitcoinblockchain of sidechains daar bovenop of andere blockchains, zoals die van ethereum of eosio. Het Nederlandse NRC begon niet zo lang geleden met het timestampen van zijn berichten via WordProof, een Nederlandse start-up die in het afgelopen jaar een innovatieprijs won in de blockchain for social good-wedstrijd van de EU. Die timestamps kun je, samen met de verwijzing naar de eosio-blockchain, terugvinden in de bron van de berichten van die krant. De krant past dit toe om zo onder andere de betrouwbaarheid richting zoekmachines te vergroten.

Dat is slechts een timestamp, zonder verdere eigenschappen, behalve een hash. Na een eventuele wijziging moet het artikel opnieuw een stempel krijgen. Technisch solide, maar weinig franje.

Iets unieks bezitten, daar begonnen we dit verhaal mee. In de Tweakers-podcast van 11 maart ging het ook over nft’s. Jur en Wout verbaasden zich over die nieuwe blockchaingekkigheid met dingen als NBA Topshots, korte videootjes van belangrijke momenten in de footballgeschiedenis, die je kunt kopen als nft. En dat je daar niet eens de rechten op hebt; je koopt alleen de bragging rights en ‘daar is die hele handel op gebaseerd!’ roept een verbolgen Jur vervolgens uit.

Daarin lijken nft’s soms precies op het fysieke leven. Al jaren zijn er koekblikken, placemats en schorten met afbeeldingen van Rembrandts Nachtwacht te krijgen. Als je diep in de buidel tast, kun je van steeds meer kunstwerken 3d-geprinte, fysieke exemplaren krijgen, voor de leek op afstand niet van echt te onderscheiden. Toch vinden de meesten dat het werk in het museum meer waard is. Hoe laat je zien dat jij het enige echte hebt?

In de kunstwereld is het vastleggen van eigenaarschap, echtheid en herkomst al lang een gewoonte, iets wat in Nederland begon bij het opkomen van de kunsthandel in de zeventiende eeuw. De fase van experimenteren met het vastleggen van de herkomst op verschillende blockchains is ook al een tijdje voorbij. Het gaat dan om een digitaal bewijs dat bij elke keer dat een fysiek kunstwerk van eigenaar wisselt, ook de digitale token van eigenaar verandert. Letterlijk gaat het van het ene, vaak ethereum-, adres naar het andere, al zullen de meeste kunstbezitters daar geen weet van hebben omdat het achter de schermen van bedrijven als Artory gebeurt. Ook gerenommeerde veilinghuizen en andere kunsthandelaren maken gebruik van dat soort diensten, maar vooralsnog ging het slechts om het vastleggen van voorheen analoge contracten in een beter te volgen digitale vorm.

Waarom staan nft’s dan nu ineens zo in de belangstelling? Dat komt doordat Christie’s, een traditioneel kunstveilinghuis, ineens een nft ging veilen. Dat leidde direct tot een hype en veel bekendheid. Dat leidt weer tot hoge prijzen en in de nabije toekomst vermoedelijk veel tranen, maar het heeft ook tot gevolg dat een hele nieuwe groep aan de slag gaat met het onderzoeken van hoe je gebruik kunt maken van dit soort digitale tokens.

Een nft van 69 miljoen dollar

Christie’s deed in maart 2021 een stevige duit in het zakje rond digitale kunst; het verkocht een kunstwerk als nft via zijn platform. Kunstenaar Beeple stelde de nft genaamd ‘Everydays: the first 5000 days’ samen uit vijfduizend dagelijkse werkjes. Onder het Beeple-pseudoniem maakte Michael Winkelmann vijfduizend dagen achter elkaar, dus zo’n dertien jaar, elke dag een prentje. Dat begon heel knullig en eindigde best aardig. De veiling ging van start met een openingsbod van 100 dollar en sloot uiteindelijk op 11 maart met een bod van 69 miljoen dollar. De werkjes kon je overigens al eerder krijgen als losse nft’s.

De in de cryptovalutawereld bekende Justin Sun, oprichter van onder andere Tron, wilde het kunstwerk koste wat het kost hebben, maar werd op het laatste moment met een miljoentje of wat overtroefd door de eigenaar van nft-tokeninvesteringsvehikel MetaPurse, die zich MetaKovan noemt.

Op de site van Christie’s is het walletadres te zien, evenals het smartcontractadres, waarmee je in principe tot in lengte van dagen het werk moet kunnen volgen. Verder verwijst het smart contract naar een hash op het Interplanetary File System, die weer verwijst naar de plek waar het ruim 300MB grote werk opgeslagen is, al is daar het laatste woord op Twitter nog niet over gezegd.

Is dit kunstwerk nu dan in het bezit van de koper? Wie heeft het copyright? Dat hangt helemaal af van de afspraken die er vervolgens gemaakt zijn. In geval van de Topshots-serie heb je alleen de rechten op de token die je zelf bezit, niet op het videootje. Toch leidt dit tot digitale schaarste, ook al kan iedereen nog steeds hetzelfde beeld naar voren halen op het eigen scherm.

Bij de huidige hype lijkt het ook belangrijk om te laten zien dat je behoort tot de nieuwe rijken, de nouveau riche van de cryptovalutawereld. De bedragen liegen er niet om. Zo werd de eerste tweet van Jack Dorsey voor 2,5 miljoen dollar geveild als nft. Dat riep direct veel vragen op: waar gaat het hier om? Zo kun je alles wel nft’en.

De eerste hype

Eind 2017 was er een iets minder bekende hype rond nft’s met de zogenaamde Cryptokitties. Ze bestaan nog, maar zijn veel minder waard dan toen. Het is eigenlijk een spel en door je katjes met elkaar te laten ‘paren’ of ‘siren’, kun je nieuwe katjes krijgen. Je kunt je katjes verkopen of veilen, of verhuren om te laten paren. Dit kan allemaal door een destijds nieuwe standaard die was toegevoegd aan ethereum: de ERC-721-standaard. Door aan dit specifieke type smart contract bepaalde eigenschappen toe te kennen, had elk katje een unieke verschijningsvorm.

Een ERC721-token bevat wat data, heeft een eigenaar en kan weer van eigenaar veranderen. De data kan uit verschillende zaken bestaan, zoals een token-URI die verwijst naar een externe opslaglocatie van bijvoorbeeld het plaatje of de video. Meestal is dat een centraal beheerde server, maar het kan ook op het IPFS zijn. Het is niet eens verplicht om een hash van die data te maken, waarmee je in ieder geval nog iets van uniciteit kunt meegeven. Eigenlijk is het niet veel meer dan een timestamp met wat meer informatie. Om eventueel rechten over te dragen, zul je vooralsnog andere systemen moeten gebruiken, bijvoorbeeld met een ander smart contract of iets in de fysieke wereld.

Inmiddels bestaat ook de ERC-1155-standaard, een enkel contract om verschillende tokens te beheren, zoals in-game items die op zich uniek zijn, maar wel een klasse van items vormen. Of de zogenaamde composables onder ERC-998 voor combinaties tussen fungibele en niet-fungibele tokens. Daarnaast zijn het natuurlijk niet alleen op ethereum gebaseerde systemen, maar er zijn ook andere systemen actief, zoals Cosmos en natuurlijk de Colored Coins op bitcoin.

De meeste nft’s zijn plaatjes of video’s, maar sommige zijn als nft ‘geboren’ door een smart contract een actie uit te laten voeren en daarmee nft’s te creëren, zoals Cryptokitties en de CryptoPunks. Andere items die je als nft kunt zien, zijn items in games, van kleding in Fortnite tot Gods Unchained-kaarten. Ook zaken als domeinnamen zou je onder nft’s kunnen scharen.

Mick de Graaf, ethereumdeveloper, is al jaren bezig met smart contracts. Hij geeft aan dat het heel fijn is dat er standaarden zijn gekomen voor nft’s, omdat je anders geen applicaties om de tokens heen kunt bouwen, zoals een marktplaats. “Je had vroeger bijvoorbeeld de Cryptopunks en Mooncats. Die worden nu gewrapt in ERC721-tokens. Dat wrappen kun je dan doen door zelf een contract in Solidity te schrijven, maar makkelijker is het om bestaande contracten om te werken voor je eigen doel, zoals van OpenZeppelin.”

De Graaf legt uit dat iedereen voordat er standaarden bestonden, zijn eigen implementaties schreef. Daardoor was het lastig om nft’s in verschillende wallets of andere plaatsen weer te geven of te gebruiken. “Met de standaard zijn bepaalde dingen veel makkelijker geworden”, zegt hij. “Denk aan het versturen van tokens en iemand anders toestaan een token van jou te versturen. Dat kan bijvoorbeeld als je een derde applicatie hebt om een token te verkopen. Dan hou je hem wel zelf in bezit, maar als de token dan verkocht wordt, swapt de applicatie het geld voor de nft. Maar denk ook aan metadata: welk stukje hoort bij jouw token? Zoals het verwijzen naar een URI of URL, dat heeft een standaardformat waarin je kunt zien wat het plaatje is en wat de attributen zijn. Nu wordt vaak naar een IPFS-link doorverwezen. De vraag is natuurlijk: hoeveel eigenaarschap heb je als de URI naar een centrale locatie verwijst?”

Toch is het verdwijnen van bestanden geen enorm probleem volgens De Graaf. “Als niemand het meer host, is het weg, net als bij een torrent: als niemand meer seedt, is het weg. Als je echter de originele afbeelding hebt en die weer host, dan wordt die weer gekoppeld aan dezelfde hash, waardoor de afbeelding terug is. De verwijzingen zelf verdwijnen niet. Kwestie van rechtermuisknop, opslaan en als je het er een jaar later weer opzet, is het er weer.”

Iets dat waarde heeft, blijft volgens hem dan ook wel bestaan. “Als je Rollercoaster Tycoon uit 2001 wil downloaden via een torrent, lukt je dat ook nog steeds. Als het toch al geen waarde heeft en je zelf geen back-up hebt, tja, dan verdwijnt het wel. Is toch ook wel iets moois, die vergankelijkheid.”

“Als ik zelf een nft zou willen maken, zou ik dat bij iets als OpenZeppelin doen. Daar staan contracten en die kun je verder zelf samenstellen. Mensen die minder verstand hebben van smart contracts, maar die een plaatje willen koppelen, kunnen dat met iets als OpenSea of Raribles. Vergeet trouwens niet dat als je zelf een smart contract maakt en uitrolt, je er daarna niets meer aan kunt veranderen.” Het ‘minder verstand van hebben’ is overigens betrekkelijk. Je moet wel iets met web3-apps kunnen, zoals Metamask als browserextensie en tokens als ether.

“Als je naar de toekomst kijkt, kun je natuurlijk alles tokenizen. Je kunt hypotheken verpakken, hele wallets tokenizen, beleggingspakketten enzovoort. Voordat je het weet, zit je bij de credit default swaps. Aan de andere kant: je kunt wel alles volgen wat er gebeurt. Dit in tegenstelling tot wat er in de traditionele financiële wereld gebeurt.” De meeste tokens ‘leven’ op dit moment op de ethereumblockchain, maar de tokenstandaarden worden ook door andere chains gebruikt. Zo is het mogelijk om ook tokens via bridges van de ene naar de andere chain te verplaatsen.

Een andere plek waar nft’s hun praktische nut kunnen bewijzen, is in de concertkaartjesbranche. Kasper Keunen, ontwikkelaar bij Guts Tickets en van het achterliggende GET-protocol: “Nft’s in de ticketbranche zijn een uitkomst. Je kunt van alles koppelen aan een ticket. Zo kun je bijvoorbeeld programmeren dat royalty’s uitgekeerd worden aan de artiest voor tickets die worden doorverkocht op de tweedehandsmarkt. Je kunt bijvoorbeeld programmeren dat twintig procent van de doorverkoopopbrengst naar de artiest gaat. Zo hou je de bron van inkomsten bij de artiest zelf. Daarnaast kan een nft maar bij één persoon op z’n wallet staan, in tegenstelling tot een ERC20-token, die in principe uitwisselbaar is. Dan creëer je bijvoorbeeld een QR-code die de ticketeigenaar op z’n telefoon kan laten zien en laten scannen bij de ingang van een concertzaal. Die QR-code kun je encrypten met de eigenaar van de nft, de ticketkoper dus. Je kunt dan heel makkelijk bewijzen dat jij de eigenaar van de nft bent. Makkelijk en inzichtelijk, daarom zijn nft’s heel handig voor tickets.”

Keunen zegt wel dat royalty’s op zich niet via een blockchain moeten, maar dat het wel makkelijk is voor het verhandelen op secundaire markten, zoals OpenSea. Om ticketscalping tegen te gaan, kunnen de tickets waar Guts nu mee bezig is, niet doorverkocht worden via open markten voordat ze gebruikt zijn. Na gebruik kunnen ze wel via open markten verhandeld worden als collectibles.

“Het voordeel van die ERC721-standaard is dat wij zelf geen systeem hoeven te bouwen om dat te verhandelen, wat we wel moesten met ons huidige systeem, dat gebruikmaakt van de ERC20-standaard”, zegt hij. Wel zijn er zijn nog veel uitdagingen voor de start-up, want uiteindelijk kun je niet van iedereen verlangen dat ze met een wallet met ether of stablecoins rondlopen. “Je moet wel met de Adyens van de wereld kunnen samenwerken voor betalingen.”

De ethereumblockchain is niet heilig voor Guts. “We gebruiken verschillende blockchains, afhankelijk van onze wensen. Zo zijn we nu de mogelijkheden van Polygon aan het testen, een plasmachain van ethereum. Ze hebben ethereum geforkt met heel veel bridges naar ethereum. Je kunt dus dezelfde adressen en contracten gebruiken, maar het is wel gecentraliseerd. Dat kan in ons soort markt; we gebruiken wat we nodig hebben.”

Guts Tickets werkt veel in Zuid-Korea en volgens Keunen is de Koreaanse markt met K-Pop helemaal in de ban van digitale tokens. “Ze zijn daar zo digital native, daar wordt echt alles een token. Mensen kijken daar ook heel anders naar bezit, iets wat nu ook hier enigszins lijkt door te dringen.”

Op dit moment is het nog veel experimenteren met de technische aanpak van bepaalde zaken, zoals tokenomics, crowdfunding, artiesten, venues en alles wat er verder bij komt kijken. Op den duur kun je aan een nft-kaartje van alles koppelen, zoals eerder dan de rest toegang krijgen tot een album dat uitkomt. Of een meet-and-greet met de artiest, of korting in de toekomst. Voor de artiest is het fijn dat hij veel directer contact heeft met zijn fanbase.

Ieder maakt zijn eigen tokens

Deze ‘prachtige’ NFT is gemaakt van een Instagram-foto op Rarible.

Door de interoperabiliteit van de tokens kun je ze makkelijk op allerlei plekken verhandelen, terwijl je ze ook rechtstreeks aan elkaar kunt ‘overmaken’, al kun je daar wel paal en perk aan stellen in je smart contracts.

Misschien is het interessantste aan nft’s dat iedereen zonder al te veel problemen z’n eigen tokens kan maken. Dat hebben we echter eerder gehoord met de komst van internet en websites. Het maken van een nft kan dus door zelf een smart contract te maken of door gestandaardiseerde processen te doorlopen bij verschillende marktplaatsen die zelf natuurlijk weer voordeel hebben bij meer tokens. Je merkt al: nft’s zijn lastig te doorgronden, omdat ze op het snijvlak van heel veel verschillende systemen opereren, waaronder iets dat slecht in cijfertjes te vatten is: gevoel. De een vindt voetbalplaatjes heel gaaf, de ander zal zijn neus daarvoor ophalen en zweert bij Pokémon. Was de Amiibo eigenlijk niet een soort fysieke nft als je hem koppelde met je Wii?

Daarnaast kan het een soort van standaardvehikel worden voor het verkopen van normale, alledaagse items in de vorm van – buzzword – digital twins. Daarbij blijft het altijd de vraag: hoe koppel je de digitale wereld aan de fysieke? Als je die auto verkoopt, waarom verplaats je dan niet gewoon de eigenaarstoken naar de wallet van de nieuwe eigenaar? Daar heb je geen tussenhandel meer voor nodig. Koppel ook alle papieren eraan en klaar. Die belofte werd echter ook gedaan bij de vorige blockchainhype. Vergeet ook niet het bezit van bijvoorbeeld virtuele locaties in virtuele werelden of onderdelen daarvan, of musea met virtuele kunst: alles zit als een matroesjka in elkaar.

De eerste serieuze pogingen van de afgelopen tijd om de fysieke en tokenwereld te combineren, leveren lessen op voor de toekomst. De band Kings of Leon verkocht onlangs zijn album ‘When you see yourself’ als nft met als extra dat je dan een fysiek stuk vinyl opgestuurd krijgt. The New York Times verkocht een column voor 350 (!) ether, al gaat dat geld naar een goed doel. Zo zullen er tal van experimenten plaatsvinden waarvan een deel zal falen, een deel verder evolueert tot iets dat beter past en een deel zal bestaan uit speculatie.

Dit artikel verscheen op 9 april 2021 op Tweakers samen met een apart onderdeel om zélf een NFT te maken.

Christie’s verkoopt ‘onvervangbaar’ digitaal kunstwerk

Christie’s verkoopt ‘onvervangbaar’ digitaal kunstwerk

Veilinghuis Christie’s heeft sinds 25 februari 2021 iets bijzonders in de etalage staan: een digitaal kunstwerk als non-fungible token of NFT. Ofwel een onvervangbaar digitaal kunstwerk. Alsof je de verfstreken van de Rembrandt kunt voelen omdat je de eigenaar bent. Maar dan digitaal. Iedereen kan ernaar kijken, alleen de eigenaar kan er verder iets mee doen. Of het per ongeluk kwijtraken.

Waar is dat kunstwerk dan? Het is vastgelegd op een blockchain, in dit geval die van Ethereum. Het beeldende deel is elders vastgelegd. Boeiend? Ja, voor digitale kunstenaars en de daaropvolgende bezitters van die kunst is dat zeker boeiend en misschien ook wel voor fysieke kunst. Maar voor ik daar verder op inga, eerst het kunstwerk zelf.

Everydays: the first 5000 days

De kunstenaar met artiestennaam Beeple begon op 1 mei 2007 met het plaatsen van een digitaal ‘kunst’werkje online. Zie ook een interview met Beeple, of Mike Winkelmann, zelf. Hij hield dat werkjes maken 5000 dagen lang vol tot 7 januari 2021, ofwel 13,5 jaar lang. Al die kunstwerkjes zijn samen in een groot digitaal beeld gevangen. De werkjes zelf heten ‘EVERYDAYS’, het totale werk heet ‘EVERYDAYS: THE FIRST 5000 DAYS’, iets dat mij sterk doet denken aan ‘Debt: the first 5,000 years’ van wijlen antropoloog David Graeber. Of die verwijzing ook zo bedoeld is, weet ik overigens niet.i

De artiest Beeple is een bekende bij bepaalde groepen op internet. Wat interessant is aan dit werk is dat de vooruitgang van de kunstenaar goed zichtbaar is. Ergens voelt het een beetje als een ready made, denk aan Marcel Duchamp met zijn pispot in het museum.

Het eerste plaatje dat Beeple maakte, is een balpenschets van zijn ‘Uncle Jim’ die hij als nickname ‘Uber Jay’ meegaf. Het is interessant de ontwikkeling van de kunstenaar te bestuderen. Doordat hij elke dag een plaat maakt, is het ook een document van de tijd. Later in het proces gaat Beeple in 3D werken en maakt steeds meer politiek beladen cartoons die ook allemaal per stuk te koop zijn (of waren) via beeple-collect.com als NFT’s.

Bij Christie’s wordt nu het werk met alle 5000 afbeeldingen geveild met een startbod van 100 dollar. Op moment van schrijven (vijf uur later) staat dat bedrag op 1,8 miljoen dollar. Internettijd is wat dat betreft anders, zeker als crypto-enthousiastelingen zich ermee gaan bemoeien. De nouveau riches van nu.

Digitale kunst en eigenaarschap

Digitale kunst bestaat al sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw. Het bestaat in zeer veel vormen met elk hun eigen voor- en nadelen. Een groot nadeel dat vrijwel alle digitale goederen delen is dat eigenaarschap vastleggen erg lastig is: kopiëren is immers wel heel makkelijk. Een één-op-één kopie is zo geregeld, zeker van beeld, geluid of een videogame. Hoe bewijs je dan dat jij de eigenaar bent van het digitale goed? Door te bewijzen dat je de juiste sleutel hebt. Dat systeem bestaat al langer, maar sinds de komst van Bitcoin, een waardelaag op internet, is het ook voor iedereen bereikbaar en door niemand te stoppen. Alleen zijn bitcoins geen niet-fungibele tokens maar juist fungibel, ofwel onderling inwisselbaar. De ene bitcoin is net zoveel waard als de andere, een klein stukje daarvan ook, net als bij gewoon geld. Bij kunst wil je die inwisselbare eigenschap liever niet.

Al vroeg in het bestaan van bitcoin zagen zogenaamde colored coins het levenslicht, een heel simpele versie van NFT’s bovenop de bitcoin-blockchain. Het duurde nog tot de komst van de ethereum-blockchain voordat zich een ware mini-hausse zou ontwikkelen rond de eerste echt bekende NFT’s: CryptoKitties. Dit kon vooral gebeuren omdat er een speciale standaard was ontwikkeld die het maken van NFT’s makkelijk maakte, vergelijk het met de komst van de verftube die aan de basis stond van het impressionisme: ineens hoefde je niet meer de verf te mengen op moment van gebruik, maar kon je het voorbereiden en in een tube stoppen. Hierdoor kon je de verf veel makkelijker meenemen naar buiten en zo makkelijk overal schilderen. Vergelijk dat met zo’n tokenstandaard die voor een kleine hype in NFT’s zorgde. Op het hoogtepunt werden astronomische bedragen neergeteld voor sommige katjes. Founder Cat #18 verwisselde bijvoorbeeld van eigenaar voor 253 ether (de munteenheid van het ethereumnetwerk, omgerekend in september 2018 110.000 dollar).

Vervolgens stortte alles wat met blockchains te maken had in, althans voor het grote publiek. Achter de schermen werd lustig doorgewerkt aan protocollen, ideeën, en wat al niet meer.

NFT-markten

NFT’s zijn dus vooral uniek, zoals vrijwel alles in ons analoge leven. Zelfs je telefoon is uniek, al hebben 100.000 mensen dezelfde; wat erop staat maakt dat die telefoon echt niet van iemand anders is. Je vingerafdruk maakt hem volledig van jou. Net als de geheime sleutel waar alleen de bezitter van de NFT over beschikt. Verkoop je de token? Dan zorg je er met de geheime sleutel voor dat je de token over kunt dragen aan iemand anders. Daarna kan alleen die persoon er nog wat mee, jij niet meer. Een beetje vergelijkbaar met het verkopen van je telefoon: alleen jij kunt hem ontgrendelen om de data te wissen en het weer tijdelijk tot niks meer dan een product te maken. Na de verkoop personaliseert de nieuwe eigenaar de telefoon en is die weer verworden tot een uniek apparaatje.

Je kunt je voorstellen: daar is een markt voor. Er is een enorme markt voor unieke items, voor digitale kunst. Maar de grootste markt is vermoedelijk die voor items in videogames, al neemt die markt nog steeds geen vlucht buiten de gameplatforms zelf. Eigenaren van gamestudio’s geven die macht niet bepaald makkelijk uit handen.

Inmiddels zijn er heel wat online handelshuizen voor digitale kunst, zoals OpenSea en MakersPlace. Maar technisch gezien zijn die niet nodig, ze zijn vooral handig om de kunst te vinden, te verhandelen en inmiddels ook om zelf NFT’s aan te maken. En nu dus voor het eerst (voor zover mij bekend) wordt zo’n NFT door een oudewereldveilinghuis verhandeld.

Daarnaast wordt steeds meer fysieke kunst ook als NFT opgeslagen, zoals via Artory waar Christie’s ook gebruik van maakt. Ik heb overigens wat moeite met fysieke zaken koppelen aan blockchains door er een zogenaamde ‘digital twin’ van te maken, maar het is wel handig voor het volgen van eigenaarschap. Het maakt het mogelijk lastig om in de toekomst kunst te verkopen waarvan de eigenaar de geheime sleutel niet bezit om het kunstwerk daadwerkelijk over te dragen.

Typische zaken

EVERYDAYS: THE FIRST 5000 DAYS is een project dat bestaat op de ethereum-blockchain. Je kunt het zelfs met ether kopen bij Christie’s, maar dan zijn er wel wat bijzondere restricties waarbij cryptovalutafanaten de wenkbrauwen zullen optrekken: de ether in kwestie moet van een account komen van een zogenaamde cryptowallet in beheer van bepaalde Amerikaanse bedrijven, zoals Coinbase, Gemini Trust of Paxos. Dat geeft de mogelijkheid te bewijzen dat jij de bezitter van de ether in kwestie bent en dat gaat mijnsinziens in tegen het hele idee van een open internet. Aan de andere kant kan de nieuwe eigenaar van het werk het weer doorverkopen zonder dergelijke restricties.

Van het bestaan van het 5000 DAYS-project had ik nog niet gehoord voordat ik vandaag per ongeluk in een NFT-tokenbabbel terechtkwam op Clubhouse. En in die club zaten niet de minsten, waaronder CZ, de oprichter van Binance, het grootste cryptovalutahandelshuis. Hij zat daar niet voor niets, hij was zelf nog maar net begonnen met het ontdekken van NFT’s wist hij te melden. Maar aangezien de zogenaamde Binance Smart Chain grotendeels een exacte kopie is van ethereum en daar al heel wat gaande is met NFT’s, denk ik dat hij daar niet voor het laatst mee in aanraking komt…

Eerder maakte ik een podcast over een ander NFT-project ‘Is It Copernicus’. Een project met de vraag of het kunst is, of juist iets om van te leren.

i Aangezien het werk veel politiek beeld bevat, zou het me niks verbazen. Graeber werd onder andere bekend bij het grote publiek door zijn betrokkenheid bij de Occupy Wallstreet-beweging en het boek ‘Bullshit jobs’

Boek: Cryptovaluta voor Dummies

Boek: Cryptovaluta voor Dummies

Cryptovaluta voor Dummies, door Krijn Soeteman
Cryptovaluta voor Dummies

Vanaf 23 november is mijn boek ‘Cryptovaluta voor Dummies‘ verkrijgbaar (ook experimenteel via OpenBazaar * en per 12 april 2019 in het Duits als Kryptowährungen für Dummies)! Druk 2 is inmiddels ook verkrijgbaar (30 maart 2021) en via deze site ook met Lightning-bitcoin te krijgen.

Voor mij zijn cryptovaluta, en bitcoin in het bijzonder, door het werken aan dit boek nog interessanter geworden dan ze al waren. Toch moeten we niet vergeten dat het nog een groot experiment is, waarvan niemand de uitkomst kan voorspellen.

Waar heb ik het allemaal over in het boek? Natuurlijk komen bekende munten langs, zoals bitcoin, ethereum, litecoin, stellar en wat al niet meer. Daarnaast, of eigenlijk eerst, heb ik het over de geschiedenis van geld en waarom bitcoin zo bijzonder is. Dat heeft meer met goud te maken dan je misschien in eerste instantie zou denken.

Vervolgens duiken we diep in de achterliggende gedachtes achter ethereum en de komst van smart contracts, waarna er een enorme hausse van nieuwe tokens en cryptovaluta opkwam.

Maar ook: hoe gebruik je nou een wallet bij ethereum? Hoe zit dat met al die combinaties van websites, decentrale applicaties, (hardware)-wallets en wat al niet meer. Je zult ook zien dat het er misschien lastig uitziet, maar dat het eigenlijk best meevalt (en ga er vooral zelf mee aan de slag, daar leer je het meest van).

Uiteraard kan ook het kopje ‘geld verdienen met cryptovaluta’ niet ontbreken. En nee, dat is geen beleggingsadvies, slechts een overzicht.

Het is veel te veel om op te noemen in een korte samenvatting, maar binnenkort kun je er zelf doorheen bladeren in de boekhandel!

* OpenBazaar is was een p2p-marktplaats, waardoor de verkoper zelf ook online moest zijn. Ik heb het boek erop gezet omdat ik vind dat een boek over cryptovaluta ook met cryptovaluta verkrijgbaar moet zijn (al vraagt het om een omweg).  Nu is er gelukkig heel wat veranderd sinds de laatste paar incarnaties van dit systeem en kun je ook iets kopen als de verkoper offline is. Net als cryptovaluta zelf, is het een experiment, wel een interessant experiment in mijn ogen. Helaas is OpenBazaar ermee gestopt, vandaar dat de link is verwijderd.

Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik

Op naar het Ethereum Community Castle

Dromen zonder zorgen; een verslag van EtcCC 2018 in Parijs

“De gemiddelde leeftijd, ergens tussen de 25 en dertig?” schat iemand tijdens de koffie in een grote hoge ruimte in het Conservatoire des arts et métiers in Parijs. “Het valt hier nog mee, met veertig gaat het nog”, zegt iemand anders. “Bij Defcon in de VS ben je dan echt bejaard.”

(aan het eind van dit artikel staat een korte uitleg over het belang van publieke blockchains)

Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik
Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik

De licht vervallen maar toch statige locatie in het derde arrondissement van Parijs is het decor voor een conferentie rond een gemeenschap die, ondanks haar leeftijd, steeds meer invloed heeft op internet. En niet alleen daar. Ook in de hoofden van mensen. Deze gemeenschap, of beter gezegd: community, heeft zich los weten te weken van bestaande structuren op een manier die nog een stapje verder gaat dan het vroege internet: ze creëert waarde op een manier die nog niet eerder gezien is. Op die manier is er geld. Veel virtueel geld.

De groep mensen waartussen ik me bevind, is dan ook bezig met een bijzondere laag op internet, namelijk de transactielaag. Het stelt ze in staat om contracten op te stellen die zonder afhankelijk te zijn van banken en overheden tot stand komen, waaronder het verzorgen van vertrouwen tussen elkaar volstrekt onbekende partijen en daarmee van onschatbaar belang. Wat deze laag allemaal gaat brengen zal de toekomst leren, maar een belangrijk onderwerp als online identiteit die enkele honderden miljoenen mensen zonder papieren een status geeft, wordt al naarstig onderzocht. Buiten kijf staat dat veel van de projecten zullen falen en roemloos ten onder zullen gaan. Dat weet iedereen op de conferentie en niemand maakt zich er druk om.

Via Julien Bouteloup van flyingcarpet.network. Spot me zeg maar ;-)
Via Julien Bouteloup van flyingcarpet.network

Jong, onstuimig, onafhankelijk en gewend aan online leven, zonder centrale partijen of bazen. Ze zijn elkaars baas, medewerker en opdrachtgever tegelijk. Virtueel geld in de vorm van ether stroomt tussen de partijen. Dat en veel meer bindt deze gemêleerde, voornamelijk uit mannen bestaande, groep. De verschillende collegezalen of amphithéâtres puilen de komende dagen bij sommige van de in totaal 130 sprekers uit, zeker als de bedenker van de Ethereum-blockchain een verhaal houdt. Geen gezellig verhaal van een ceo die even zijn klantjes lekker komt maken. Nee, een diep-technisch verhaal zonder opsmuk. En ceo is hij, Vitalik Buterin, ook al niet.

Thailand

Op de ochtend van donderdag 8 maart loop ik via de Rue Saint-Martin richting het Conservatoire des arts et métiers of Cnam. Het begint om negen uur en kwart voor negen aankomen leek me ruim op tijd. Dat bleek uiteraard een verkeerde inschatting en sluit achteraan een lange rij. Later hoor ik dat er in totaal 650 mensen een kaartje kochten. Sprekers en andere genodigden worden door enigszins gestresste vrijwilligers van de Franse Ethereum-association Asseth uit de rij geplukt. Een vermakelijk gezicht.

Vrijwel direct kom ik in gesprek met iemand met een beduidend gezondere teint in vergelijking tot velen. Nee, hij woont niet meer in Frankrijk, maar ging ooit naar Thailand en bleef plakken. Er is trouwens een hele crypto-community in Thailand op het eiland waar hij woont. Eigenlijk begrijpt hij niet waarom we allemaal hier in dat koude Europa blijven hangen waar je schoenen moet dragen en een lange broek.

Menu
Menu

De organisatie is chaotisch maar geen onvertogen woord. Wegwijzers zijn er ook niet en niemand lijkt te weten waar wat is. Het grote binnenplein van het Cnam krioelt van de zoekenden waarbij de eerste levensbehoefte koffie lijkt. Dat blijkt wel goed geregeld: een zaal met cassettenplafond is omgetoverd tot kantine met een petit-déjeuner. Verschillende warmtekanonnen zorgen voor net iets te veel warmte. Wat onhandig stuntelt iedereen met de grote koffiecontainers en papieren kopjes en wat nou eigenlijk de regels zijn. Niemand lijkt nog heel erg op zijn gemak, maar iedereen weet dat je wel contact moet maken op een conferentie. Een jongen met een rond brilletje en vlassig, naar achter getrokken haar spreekt me aan. Wat ik doe. Tja, wat doe ik hier eigenlijk? Ik ben geen ontwikkelaar of programmeur, maar slechts al lange tijd geïnteresseerd volger van verschillende blockchainprojecten. Ik zeg dat me was verteld dat om Ethereum en de community te begrijpen, je naar dit evenement moest komen. Niet in de laatste plaats omdat dit de leukste en interessantste Ethereum-conferentie in de wereld is volgens de verhalen. Dus, tja, nieuwsgierig als ik ben.

Hij blijkt iets te doen waarvan ik echt nog nooit gehoord heb. Nou ja, als hij het uitlegt denk ik: logisch. Ja, dat is zeker nodig. Het gaat om een Next Generation Ethereum Virtual Machine Smart Fuzzer. Eigenlijk voel ik me gewoon onvoorstelbaar dom en onwetend. Later kom ik erachter dat ook ontwikkelaars zelf soms met hun oren zitten te klapperen tijdens sommige sessies. Sommige mensen zijn gewoon hypergespecialiseerd.

Ik probeer voornamelijk voordrachten op te zoeken waarvan ik denk die te kunnen volgen. Privacy- en identiteitsmanagement bijvoorbeeld. Of zaken rond ‘public goods’ wat over het algemeen gaat om non-profits en ‘blockchain for good’. Als ik die eerste dag denk dat ik vast wat op kan steken bij een applicatie-ontwikkelworkshop, blijkt vooral dat ik heel veel klokken ooit hoorde luiden, maar dat je er toch echt eerst in moet verdiepen. Jup, ik weet het. Graag zou ik daar eens tijd voor maken.

Nicolas Joseph Cugnot, Via Wikipedia
‘Auto’ van Nicolas Joseph Cugnot uit 1771, Via Wikipedia

In het kader van: even een luchtje scheppen, loop ik om het gebouw heen richting het Musée Arts & Métiers, daar bij die kleine versie van het Amerikaanse vrijheidsbeeld, het voorontwerp van Eiffel. Hier blijkt de organisatie ook een ruimte te gebruiken. Na het bijwonen van een sessie in een zaal helemaal weggestopt achter in het museum, loop ik terug richting de uitgang. Daar krijg ik een soort van aha-erlebnis: het eerste object waar ik langskom na de sessie is een door stoom aangedreven ‘auto’ uit 1771 van Nicolas Joseph Cugnot. De auto lijkt een metafoor voor de conferentie: het is allemaal nog heel pril en iedereen is enthousiast en gelooft erin.

Aan het eind van de middag ben ik helemaal gesloopt. Iets te veel koffie gehad en naar iets te veel zaken geluisterd die misschien niet helemaal aan mij besteed zijn. Misschien wilde ik te veel. Een wat verloren gevoel maakt zich meester en ga alleen terug naar het appartement waar ik verblijf. Eerst via de Franprix, een kleine supermarkt voor de alleenstaande Parijzenaar. Wat voorgewassen sla, een tomaat, een aardappel en een stukje entrecote. En een flesje rood. Thuisgekomen maak ik mijn potje klaar, drink een glas. Schoenen uit en boekje lezen? Nee, hop! Je bent hier verdorie voor een community conference, niet voor een retraite voor het schrijven van je eerste boek!

Sociaal irl

Het is een kwartiertje lopen is naar een bar die omgedoopt is tot ‘community bar’. Het is er druk en de meeste aanwezigen hebben wel iets aan waaruit op te maken dat ze iets met Ethereum doen. T-shirts en petjes met het Ethereum-logo of andere verwante zaken. Al snel blijkt er meer te zijn dan alleen maar talks. Het gezelschap is gemêleerd: studenten, geïnteresseerden, zoekenden naar vervanging voor hun huidige baan, ‘serial entrepreneurs’ die later ook gewoon vrijwilliger blijken. Het goudgele verbroederingsvocht vloeit met mate, misschien niet in de laatste plaats omdat de bar betalingen met pin of creditcard pas accepteert boven de 20 euro. En dan moet je dus contant geld hebben. Een mooie tegenstelling met allemaal van die techies.

De daaropvolgende dagen bestaan voor mij uit iets minder talks volgen en meer koffie en thee drinken met andere mensen uit de community. Over schaalbaarheid, op dit moment klinkt alles prachtig, maar bij iets te veel transacties loopt het netwerk vast. Over governance, ofwel bestuur, regels en gedragscodes. Maar ook over crypto-spelletjes, goede doelen, het zorgen voor betere beloning van mensen in arme delen van de wereld, over ethische zaken, decentrale opslag van data, het checken van feiten en het vastleggen van wetenschappelijke publicaties. En beseffen dat wat ze doen echt geen magie is. Het is gewoon code schrijven. ‘Slimme’ contracten maken. Het lastige voor de buitenwereld is het decentrale. Iets wat je moet voelen en waar de meesten van boven de 30 niet mee zijn opgegroeid. Het is dus niet zozeer een technische kwestie maar een denkwijze. Een decentrale denkwijze.

Oracles

Een interessante observatie is dat veel van de ideeën en toepassingen uitgaan van een wereld waarin onwaarheden het af zullen leggen tegen de waarheid. Daar zit dan ook een belangrijke moeilijkheid: hoe koppel je de echte wereld aan de decentrale digitale? Dat gaat via zogenaamde oracles. Een oracle kan van alles zijn, maar de meest in het oog springende is de mens zelf. We gaan er hierbij vanuit dat de meesten eerlijk zullen zijn en zo de oneerlijke eruit zullen filteren. De community denkt in die zin vaak vrij binair. Als je daar vervolgens over in gesprek gaat, dan ontkent overigens niemand die mogelijkheid. Daarom is er ook een sterke roep om mensen die niet alleen code kunnen kloppen, maar de hele ontwikkeling in een breder perspectief kunnen plaatsen.

Jérôme sluit af, via Adrian Brink
Jérôme sluit af, via Adrian Brink

De laatste afsluitende voordracht is van Jérôme de Tychey, voorzitter van Asseth, ofwel de Franse stichting ter promotie van Ethereum. Cijfers van het evenement: 650 bezoekers, 130 sprekers, 80 studenten, 50 vrijwilligers en ‘piraten’ ofwel niet-betalende bezoekers. Hij sluit af met een interessant voorstel: Eth, de afkorting van de Ethereum-munt, blijkt een plaatsje in noord-Frankrijk. Het blijkt ook een kasteel te hebben: Chateau d’Eth. Jérômes voorstel is geld in te zamelen om het kasteel te kopen en EthCC om te dopen van Ethereum Community Conference naar Ethereum Community Castle. Voor alles dat nodig is, feesten, partijen, bijeenkomsten, wijn en IoT-vogelnestjes. Helaas bleek het kasteel niet te koop. Maar er is genoeg geld voor in de community, dat is een ding wat zeker is.

Om de drie dagen in stijl te eindigen, is er een feest in een fotostudio elders in Parijs met open bar. Een wonderlijke combinatie: jong, energiek, niet het type nerd van zeg 20 jaar geleden. Slechts een enkeling is nog ‘klassiek’ te dik, bleek en onverzorgd met van die tanden half opgelost door de cola. Een deel is vermoedelijk zeer vermogend. Dat geeft vreemde combinaties en vooral ook een rare verhouding. Dat is niet hoe de wereld de afgelopen 60 jaar was ingedeeld. Tenzij je uit een rijke familie kwam, had je als jongere over het algemeen geen geld. Die verhoudingen liggen hier ineens heel anders. Maar niet alleen het geld, ook de kennis ligt hier bij extreem jonge mensen. Mensen die zich als een vis in het water voelen in een gedecentraliseerde wereld. Die mensen vieren hier nu een feestje, worden studentikoos dronken en gaan morgen vrolijk verder met onafhankelijk van oude mensen hun eigen wereldbeeld scheppen. Een wereld waarin een veertigjarige praktisch bejaard is. Ondanks mijn plezier, het vele wat ik heb geleerd en de bijna onbevangen community die open lijkt te staan voor iedereen, weet ik niet zo goed hoe ik moet omgaan met mensen die in code macht zien en daar alles mee willen instellen. Uiteindelijk zijn we nog allemaal van vlees en bloed. Kunnen we in goede en slechte zin worden beïnvloed en ligt corruptie en criminaliteit zo dicht bij de successen die ze vieren. Maar ook je wereldbeeld, dat verandert bij ouder worden. Je krijgt andere inzichten, andere gevoelens. Dat lijkt bij het grootste deel van deze groep allemaal nog niet aan de orde.

In de Thalys terug naar Amsterdam de volgende dag kan ik niet anders constateren dan dat ik met gemengde gevoelens terugkijk op een enerverend en interessant evenement dat ik niet had willen missen.

Het belang van de publieke blockchain #blockchain 101

Vaak krijg ik de vraag waarom blockchains, en bitcoin in het bijzonder, zo interessant zijn. De meesten zien alleen gouden bergen of het tegenovergestelde daarvan. Natuurlijk is de financiële component niet onbelangrijk. Het is zelfs de reden waarom miners of de computes die het netwerk in stand houden überhaupt rekenkracht willen geven aan het netwerk: ze krijgen cryptogeld  voor hun moeite.

Waarom was bitcoin zo’n interessante uitvinding? Het zorgde voor een manier van waarde overmaken aan iemand anders zonder dat daar een vertrouwde derde partij tussen hoeft te zitten zoals een bank. Volledig, rechtstreeks van persoon tot persoon. Hoe werkt dat in praktijk? Als ik iemand 20 euro geef en die persoon pakt het briefje, weet die persoon 100 procent zeker dat ik die 20 euro niet meer heb. Diezelfde zekerheid wil je online ook hebben. Daar is tientallen jaren onderzoek naar gedaan en de onbekende bedenker van Bitcoin, Satoshi Nakamoto, combineerde een aantal al bekende technieken met wat we tegenwoordig de ‘blockchain’ noemen. Daarmee loste deze persoon/groep personen een heel ingewikkeld probleem op.

Er zat nog iets anders bij: namelijk dat het een openen, decentraal netwerk betreft om transacties te doen met een timestamp. Transacties in het netwerk kunnen niet naar het verleden toe veranderd worden, waardoor alles vaststaat. Je kunt dus achteraf geen transactie wijzigen, met andere woorden: je kunt geen fraude plegen.

Nu klinkt dat allemaal wel logisch, maar waarom is het dan belangrijk en waarom steken zo veel mensen er zo veel tijd in zoals al die mensen op die gave conferentie? Omdat het écht zin heeft. Ik geef hier een kort voorbeeld:

Stel, je heb bepaalde belangrijke grondstoffen en die wil je verkopen, zeg koffie. Ik verkoop mijn koffiebonen en ik koppel die verkoop aan een transactie in een blockchain. Ik koppel 100 kilogram koffiebonen voor bedrag X aan een transactie. De boel wordt gekocht door een handelaar die de boel naar Europa vervoert via een netwerk van handelaren. In Europa zit een koffie-maffia. Daar wil iemand dat er 50 kg koffie van gemaakt wordt en zo de boel belazeren. Nu kun je heel makkelijk ergens in zo’n keten van handelaren iemand vinden die van die 100 kg wel 50 wil maken en als ie dat niet wil, zet je een pistool tegen zijn hoofd. Maar ik heb de koffiebonen aan een transactie in een blockchain gekoppeld. Iedereen kan zien dat ik er 100 kg ingestopt heb. Tussenpersoon C kan nu 10 pistolen op zich gericht zien, hij kan nooit die 100 kg in het verleden wijzigen. Omdat dit technisch onmogelijk is, begrijpt iedereen dat je niemand onder druk kunt zetten om iets te doen wat niet kan. Ergo: weg pistolen.

Iedereen begrijpt dat dit een simplistisch voorbeeld is, maar je kunt je wel direct voorstellen waarom een gedecentraliseerde database die niemand in naar het verleden toe kan aanpassen geen gek idee is.

Ook gepubliceerd op Medium in iets andere vorm

Gedecentraliseerd en volledig transparant: een andere tak van sport

Gedecentraliseerd en volledig transparant: een andere tak van sport

Je bent decentraal, mensen voeren werk voor je uit, je ontvangt donaties en je bent volledig transparant. Wat ben je dan? Een decentrale, altruïstische gemeenschap of DAC (waarbij gemeenschap de c van community is). Dat moet even indalen zo’n idee. Het is zelfs misschien een beetje gek. Maar het is ook heel interessant. Hoe kun je zoiets opbouwen? En bouw je eigenlijk wel wat op?

Om te begrijpen hoe zo DAC eruit kan zien, sprak ik met Satya van Heummen over Giveth in het Rotterdamse café Engels vlak om de hoek van Rotterdam Centraal.

Slimme contracten

De puristen onder ons vinden dat het woord ‘smart contract’ of slim contract de lading niet echt dekt, maar bij gebrek aan beter, houden we het hierop. Zo’n slim contract is in feite niet veel anders dan een computerprogramma waarin bepaalde regels gevolgd worden, zoals als/dan, en/of/etc. Aan al die informatie kan weer informatie van buiten toegevoegd worden via oracles ofwel systemen die een verbinding verzorgen tussen de wereld buiten de blockchain en die daarbinnen. Een oracle kan bijvoorbeeld een controleur zijn van een huis dat verhuurd wordt via een smart contract. De controleur geeft dan aan dat er geen kopjes stuk waren, maar wel drie borden, dus dat die kosten van de borg afgehaald moeten worden.

Nu voel je waarschijnlijk al een klein beetje aan wat een smart contract is: het is een soort computerprogramma dat bepaalde taken uitvoert of kan laten uitvoeren. Ook krijgt het programma input van buiten via oracles.

Een smart contract op een publieke blockchain als die van Ethereum kan door iedereen worden ingezien en iedereen kan in principe informatie toevoegen en het gebruiken. Alleen zou het een mooie boel worden als iedereen het programma kan gebruiken en eeuwig kan laten draaien. Dan loopt het netwerk vast. Daarom moet voor het uitvoeren van de applicatie een klein beetje geld betaald worden. Op het Ethereum-netwerk heet dat ‘gas’ en gas betaal je met ether, de munteenheid van Ethereum.

Giveth

Ik omschrijf Giveth in eerste instantie als een bedrijf. ‘Donaties aan bedrijven’ noem ik het zelfs. Satya verbetert me snel: “we zijn ook geen bedrijf, we zijn een open source-project, wij krijgen donaties uit de crypto-wereld om twee redenen. Ten eerste omdat we dit project doen en ten tweede omdat we open source-technologie maken, smart contracts.”

Dit betekent dus dat Giveth en andere ‘bedrijven’ waar Satya aan meewerkt, hun code met iedereen delen. Niemand hoeft voor hun noeste arbeid te betalen en toch is hun werk heel belangrijk. Daar geven anderen vanuit de crypto-wereld graag wat geld voor, in dit geval in de vorm van ether.

Een belangrijk smart contact van onder andere ontwikkelaars van Giveth is bijvoorbeeld het Minime-token, een kloonbaar smart contract wat meer dan een miljard dollar aan ico-geld heeft opgehaald in de afgelopen tijd. Voor de goede orde: dat geld is dus niet opgehaald door de mensen van Giveth, maar door mensen die een kloon maakten van dat specifieke smart contract en dat voor hun eigen doeleinden inzetten. Een bekende Minime-token is bijvoorbeeld Aragon ook bekend als ANT.

Het zal duidelijk zijn dat veel mensen erg blij zijn met de ontwikkelde code. Daar krijgt Giveth onder andere donaties voor, maar ze helpen ook mee met de White Hackers-groep om ernstige hacks in de ethereum wereld tegen te gaan en daarbij geld te redden, regelmatig met succes.

Deze manier van werken druist in tegen alles wat we in de westerse wereld geleerd hebben de afgelopen 70 tot 120 jaar, dat het ook niet vreemd is dat mensen moeite hebben om het aan te voelen of te begrijpen.

Blockchain-charitybijeenkomst

Giveth was onlangs bij een grote charity-bijeenkomst van Amnesty in Londen waar iedereen uit de goededoelenwereld rondliep. Grootste probleem: blockchains gebruiken voor transparantie kan heel handig zijn voor dergelijke organisaties, maar die kunnen dat allemaal niet zelf ontwikkelen, terwijl iedereen het voordeel ziet. Het ermee starten is lastig. Giveth laat zien hoe dat kan en biedt een platform om te gaan experimenteren. Meer delen binnen de charity-wereld zou volgens Satya goed zijn. Het is bijvoorbeeld binnen de Ethereum-community heel normaal om alle code te delen. Problemen worden collectief aangepakt en iedereen kan meehelpen aan de verbetering van de code.

De open source-gedachte bevindt zich voor een groot deel nog louter bij coders, maar Giveth gebruikt het veel breder. Ook videofilmpjes, vertalingen en teksten worden via hun systeem vergoed. Uiteindelijk is het de bedoeling dat iedereen charities kan draaien via hun smart contract, maar zover is het nog niet.

Dat laatste heeft helaas te maken met de capaciteit van het Ethereum-netwerk en de bijbehorende kosten. Op een bepaald moment kostte het uitvoeren van de  smart contracts die Giveth gebruikt voor het transparant maken van iedere donatie, enkele honderden euro’s per keer door de hoge fees.

Giveth-contract

Het smart contract van Giveth werkt momenteel door de hoge kosten nu – tijdelijk – via een testnet van Ethereum. Betalingen gaan wel via de normale blockchain, maar die moeten nu anders verwerkt worden. Geen ideale situatie, maar het is even niet anders geeft Satya aan.

Giveth ziet zichzelf als zijn eigen showcase: “We krijgen zelf donaties en die proberen we helemaal transparant te besteden. We zetten al onze taken op de blockchain en voor elke taak krijg je een van te voren bepaalde hoeveelheid ether, dat is gezamenlijk bepaald. Vervolgens is dan iemand anders reviewer. Die moet de taak checken door een transactie naar het contract te maken. Als het goedgekeurd is, kan ik mijn geld claimen en de hele wereld kan dat zien. Iedereen kan precies zien wat er wordt gedaan en dat staat voor eeuwig op de blockchain”, zegt Satya.

Toch vraag ik me af of het niet vervelend is als je hele hebben en houden op de blockchain open en bloot voor iedereen zichtbaar is. Satya: “Dat is wel een andere manier van denken ja, maar het is ook zo: wij krijgen donaties van mensen en wij hebben verantwoordelijkheid om met die donaties om te gaan. Eigenlijk is Giveth zijn eigen showcase, een extreem geval om te laten zien dat het kan, maar waarvan niemand verwacht dat elke charity zo ver gaat.”

Ondanks dat bestaande goede doelen (nog) niet zo ver zullen gaan, is het in Satya’s ogen een goede zaak. Wel geeft hij een voorbeeld dat hij zelf van een goededoelenorganisatie kreeg met betrekking tot donateurs die het belang van sommige zaken niet in zullen zien: “Als je donateurs vraagt welke vogels we moeten redden, dan is het antwoord: de mooie vogels”.

Met Giveth als extreem voorbeeld, zal het ergens in het midden uitkomen. Er zit veel geld in crypto en mensen willen dat aan goede doelen geven en voor charities is het kostenefficiënt om gelden te verdelen. Uiteindelijk zal transparantie geëist worden van gevers. Aan geïnteresseerden geen gebrek, maar daarvoor moet het systeem eerst uit bèta zijn.

Dan rest er nog één vraag: wat bouwen al die ontwikkelaars dan op? Wellicht hoop, hoop op een betere en transparantere toekomst.

Deel 1 in deze serie: Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

Het ontstaan van een nieuw soort ‘geldmachines’: de ICO

Het ontstaan van een nieuw soort ‘geldmachines’: de ICO

Met cryptovaluta’s ontstond veel nieuwe bedrijvigheid op internet. Via ingenieuze netwerken kunnen gebruikers geld maken door te ‘minen’ of door te handelen of er gewoon mee te sparen. Bitcoin was de eerste. Na vele andere cryptovaluta’s of alt coins kwam enkele jaren later een soort Bitcoin 2.0 voorbij, namelijk Ethereum. Die laatste is een platform met een blockchain, de achterliggende techniek van onder andere Bitcoin, waar meer op kan dan op de tot dan toe ontwikkelde blockchains.

De ‘spelletjes’ die op de Ethereum-blockchain gespeeld kunnen worden zijn ingewikkelder, tot complete, zij het simpele, computerprogramma’s. Sinds enkele maanden is er daarom een nieuw spel: het uitbrengen in eigen beheer van een eigen munt of token door nieuwe bedrijfjes waarmee ze investeringsgeld binnen willen halen. Dit kunnen ze doen door een eigen blockchain te bouwen, maar het kan ook heel makkelijk bovenop de Ethereum-blockchain. Dat laatste is sinds enige tijd heel populair en maakt sommigen in één klap wel erg vermogend (al was investeren in Ether en een jaartje wachten misschien nog wel slimmer). Dit systeem heet een initial coin offering of ICO, ergens vergelijkbaar met een IPO, ofwel initial public offering of beursintroductie in het Nederlands.

Een ICO is in eerste instantie niets anders dan een manier om geld op te halen met een cryptotoken die in de nabije toekomst uitgegeven zal worden. Aan het bedrijf of de groep die de nieuwe token of munt introduceert, wordt een hoeveelheid aan meer gebruikelijke crypto’s met relatief stabiele tegenwaarde in fiat geld gedoneerd. De gulle gever krijgt hier geen aandelen voor maar slechts tokens die een bepaalde waarde vertegenwoordigen. De gever krijgt die tokens door te investeren via Bitcoin, Ether of welke andere munt de ICO-aanbieder ook maar wil accepteren.

De eerste keer dat ik de term ICO hoorde, is vermoedelijk iets voor de ICO van het Wings-platform geweest, in november 2016. Wings is een platform om te voorspellen hoeveel een ICO vermoedelijk op zal brengen, ook wel prediction market. Hierdoor kunnen de ‘voorspellers’ weer geld verdienen doordat een deel van de opbrengst van de ICO wordt uitgekeerd aan, jawel de beste voorspellers. De gebruikers van het platform worden geacht informatie in te winnen over de projecten waar ze een hoeveelheid Wings-tokens aanhangen en de gedachte is dat de mediaan van het geheel een goede voorspeller is van wat de betreffende ICO op zal brengen.

Op dit moment betekent dat: alles wat maar mogelijk is. De meeste ICO’s hebben een verborgen of bekend maximum met betrekking tot de maximale hoeveelheid te investeren geld of cryptovaluta, zoals Bitcoin, Ether of dollar en op dit moment wordt dat bij goed onderbouwde munten vaak gehaald.

Wat is nou het lastige van deze materie? Waarom moeten investeerders hiervan op de hoogte zijn? Om de doodsimpele reden dat het potentieel interessant kan zijn, maar ook om de valkuilen in te zien. Dat laatste is misschien wel van een groter belang voor de mensen met briljante ideeën die op een dergelijke manier hun op een blockchain gebaseerde techniek aan de man willen brengen.

Het is lastig een hoofdreden aan te wijzen waarom er zo’n enorme interesse in ICO’s is op dit moment. Een eerste grote ICO, maar toen wist ik nog niet van dat woord, werd medio 2016 gehouden met het The DAO-platform. Kort gezegd moest dat een investeringsplatform worden waarbij investeerders zelf konden aanwijzen waar geld in de vorm van die specifieke munt naartoe moest. Helaas zat er een fout in het ‘smart contract’ of computerprogramma wat op de Ethereum-blockchain draaide, waardoor er heel veel geld gestolen kon worden van de investeerders. Voor een uitleg van wat daar gebeurde, verwijs ik naar een achtergrondartikel op Tweakers. Op dat moment was Ether iets van 12 euro per stuk waard om even bijna de 20 euro aan te tikken. Daarna kelderde dat weer een eind naar beneden om in januari van 2017 ergens de 7,50 euro aan te tikken.

Om de bekende onduidelijke redenen van de crypto-wereld (pun intended) steeg de tegenwaarde van Ether ten opzichte van de Euro zeer sterk in 2017. In mei werd ruim boven de 300 euro per munt afgetikt. Ook Bitcoin maakte in dezelfde tijd een enorme stijging door en vele andere alt-coins deden datzelfde. Prachtig natuurlijk: je investeerde in een ICO met je Ether, de nieuwe munt ‘Pietjes Prachtige Munt’ wordt voor een laag bedrag verkocht en enkele weken later is die ineens zes keer over de kop en verkopen maar.

Volledig ongereguleerd kunnen allerlei vroeg-rijke bitcoinmiljonairs (en ethermiljonairs, etc.) hun crypto’s ergens anders kwijt zonder hun nieuwe rijkdom aan wat voor belastingdienst dan ook op te hoeven geven door het in te wisselen in fiat pecunia (overigens verwacht de Nederlandse belastingdienst dat bezitters van cryptovaluta het equivalent van de munt op 1 januari opgeven als bezit). Of mensen die een gokje willen wagen kunnen met hun spaarcentjes aan de slag zonder dat ze eerst bij een investeringsbank langs hoeven met hun paspoort of wat dan ook. Heerlijk ongereguleerd, al verwacht iedereen ‘in het wereldje’ dat er op den duur ergens regulering vandaan zal komen. Op dit moment zorgt het vooral voor heel veel copy-cats en een enkele, wel nuttige innovatie.

Toch zit er een mooie kant aan deze nieuwe goudkoorts in dit onbekende ‘wilde westen’. Stel je hebt een briljant plan voor een bepaalde invulling van blockchain-technologie en daar heb je na een tijd ploeteren echt een goed uitgewerkt idee voor. Helemaal uitgedacht met een tijdspad en vermoedelijk een white paper waarmee je je legitimiteit wil aantonen.

Nu moet het echt gebeuren: je hebt programmeurs nodig, liefst ook nog wat mensen die iets anders kunnen dan in code denken, er is geld voor apparatuur nodig, etc. Wil je een paar jaar vooruit plannen zonder dat je daadwerkelijk omzet verwacht te draaien, dan is daar wel wat kapitaal voor nodig. Hoe doe je dat? Even naar een zogenaamde venture capitalist stappen in een investeringsronde is niet heel makkelijk. Zeker niet als je hele ecosysteem ook nog open source by design is. Zie maar geld los te peuteren. Dat is dus nu wél te doen bínnen het eigen ecosysteem van cryptovaluta’s.

En dan is er nog een voordeel: de mensen die geld investeren, krijgen geen andelen in je bedrijf. De investeerder krijgt slechts digitale tokens of crypto-geld. Interessant genoeg zijn die tokens vaak ook weer te gebruiken om diensten van de dienst te gebruiken (veel diensten binnen die zogenaamde gedecentraliseerde applicaties of dApps functioneren door de specifieke tokens). Als de tokens eenmaal in bezit zijn, kunnen ze ook weer verhandeld worden buiten het ecosysteem van die dApps, juist omdat ze weer geen aandeel representeren in zo’n bedrijf.

Laat dit allemaal rustig bezinken. Het is pas het allereerste begin, al zal het grootste deel van de basis nu al uitgedacht worden. Zelf hoop ik dat ook andersoortige projecten, zoals meer goededoelenprojecten of projecten die juist zoveel baat hebben bij de vrijheid die het huidige blockchainecosysteem biedt(afhankelijk van welke je gebruikt of zelf maakt natuurlijk), niet volledig zullen onder sneeuwen in deze ‘Gold Rush’.

Gedenkwaardige ICO’s (alle bedragen zijn equivalenten van dat moment in dollars, bijvoorbeeld: 1 bitcoin was toen 250 dollar waard; 300.000 bitcoin opgehaald x 250 = 75 miljoen dollar):

Ethereum (1 bitcoin was goed voor 2000 ether, juli 2014): > 15 miljoen dollar

The DAO (afhankelijk moment van kopen, mei 2016: 1 ether was goed voor 100 DAO: ~ 130 miljoen dollar)

Bancor (draait op Ethereum, 12 juni 2017, door vastlopen netwerk liep de ICO 3 uur in plaats van te stoppen na de maximale cap en werd 153 miljoen dollar opgehaald met 396.720 ether)

Zie voor een overzicht van de meeste ICO’s dit Screenshot van Smith & Crown op 13 juli 2017, een adviesbureau rond crypto’s.

disclaimer: dit is geen beleggingsadvies. Zelf heb ik geen grote belangen in welke cryptovaluta dan ook, al is het onmogelijk de systemen te doorgronden zonder er zelf mee te spelen. Ook ben ik op moment van schrijven niet gelieerd aan een bedrijf dat zich actief bezighoudt met blockchain-gebaseerde technologie.