Lieve lachgaslurkers

Lieve lachgaslurkers

Met regelmaat ren ik een rondje langs het Nieuwe Meer, mooi hoor. Soms over het asfalt, soms door het bos. En daar lag het weer, aan het eind van het onverharde pad waar een rood-wit paaltje de toegang tot groot verkeer verhindert en al jaren een geel bord staat “Tijdelijk afgesloten vanwege schade aan de natuur en ter voorkoming van verdere schade”. Daar, daar lag weer wat overbleef van de nacht ervoor. Ballonnetjes, leeg frisdrankflesje, leeg Capri Sonne-pakje.

Lachgas ballonetjes park natuur
Lachgasballonnetjes.

Ballonnetjes in vrolijke kleurtjes, prachtig voor feestjes, binnenkort vermoedelijk verboden. Ze lossen namelijk niet op, vergaan niet. Blijven eeuwig rondslingeren. Tenzij iemand ze opruimt. Gelukkig gebeurt dat vaak, maar niemand weet hoeveel van die plastic rommel, soms samen met lachgaspatronen, uiteindelijk rond blijft slingeren.

En dat terwijl de dichtstbijzijnde prullenbak echt niet heel ver weg is.

Nog bonter is het parkeerplaatsje bij Tennispark Jaagpad: de ballonnetjes naast de prullenbak. Nul erin. Nada. Je krijgt een roesje van zo’n ballon, maar dat mikken zo lastig wordt…

De bottom line is gewoon: gooi je zooi weg. Zo lastig is het niet. Het kan niemand iets schelen als je lekker aan je ballon wil hangen. Het drugsinfoteam geeft je keurig informatie hoe en wat.

Gelukkig rijdt er met grote regelmaat een wagen van Pantar rond, die halen je troep weg, als het niet al weggeblazen is door de wind, ergens in het water ligt of op een plek ligt waar ze niet komen. Gek worden ze ervan, zei een van de mannen van zo’n vuilophaalwagen met een GTA V-parodie-t-shirt aan.

Het Medusa-hoofd van Gian Lorenzo Bernini (rond 1640), in bruikleen van de Musei Capitolini.

Rijksmuseum na lockdown

Tussen 10:00 en 10:15 konden we het Rijksmuseum betreden. Binnengaan, een voor een, op anderhalve meter afstand. “Hoe voelt u zich vandaag?” vraagt een jonge suppoost. Goed. Prima, niks aan de hand. Treed binnen. Scan je eigen tijdslotkaartje en museumjaarkaart in een apparaat waarin een geprint kaartje eigenlijk niet goed past.

‘s Lands schatkamer van voorbije eeuwen is weer open voor publiek, 2 juni 2020 weer voor het eerst. De tentoonstelling ‘Caravaggio – Bernini, Barok in Rome’ is er nog. Ik wilde er eigenlijk de laatste dag voor de lockdown naartoe, maar besloot niet te gaan omdat ik me niet prettig voelde bij het idee met honderden mensen opgehokt te staan in een tentoonstellingszaal. Grappig dat ik nu een van de eersten ben die weer mag genieten van al dat moois.

Rijksmuseum vlak na 'intelligente lockdown' in Nederland
Rijksmuseum vlak na ‘intelligente lockdown’ in Nederland, foto 31 maart 2020

Ondanks dat we een vroeg tijdslot hebben, staat er toch een rij bij de entree van de tentoonstelling zelf. Een andere suppoost zei al: kijk anders eerst even in de eregalerij! Maar nee, dat is te min hè, dat is voor toeristen. Dus een half uur wachten, want dat is waar we voor kwamen; het beroemde licht van de agressieve Italiaan, het gehak in marmer van de lieveling van meerdere Pausen, hun tijdgenoten en volgelingen.

Onwennig, minstens twee meter afstand houdend staan we in een op het eerste gezicht nog korte rij. Dat bleek bedrog, want voordat je bij de Philipsvleugel bént, ben je nog zeker vijftig meter onderweg.

Het wachten gaf de mogelijkheid eens heel goed naar alles te kijken. Wat voor wandcontactdozen het Rijks nu eigenlijk heeft, maar ook naar de normaal onopvallende ornamentjes tot voor het eerst eens goed bekijken wat voor Renaissancemuur in de Philipsvleugel staat. Of het bestuderen van de houten trap naar de eerste verdieping, het kunstwerk Shylight van Studio Drift, het porselein in de vitrines en uiteindelijk de tentoonstelling zelf.

Velen luchtig gekleed en toch ‘een bepaald type’ dat daar rondstruinde. In doodse stilte bewoog iedereen zich om elkaar heen in een wonderlijke en krampachtig aandoende dans. Toch ben ik er zeker van dat ik anders nooit de kop van Medusa van Bernini zo uitvoerig en langdurig had bestudeerd als nu. En inderdaad, een magistraal beeld dat weergeeft het moment waarop Medusa van mooie blonde vrouw verandert in een monster met slangenhaar.

De tentoonstelling zelf staat vol met extreem uitgewerkte borst- en andere beelden, prachtige barokke schilderijen en veel meer, maar dit is geen recensie van de tentoonstelling, dit is kijken naar de mensen. De werknemers van het Rijks. Allemaal blij, bijna verlicht.

‘Een vat van vluchtende zielen’, Tu Wei-cheng

Zo sprak ik kort met twee medewerkers van de Caravaggio – Bernini-shop en het geluk straalde er vanaf. Gewoon weer bezig zijn met bezoekers, mensen die nog niet helemaal weten hoe ze nou elkaar moeten ontwijken, Hoe lang ze naar een kunstwerk kunnen kijken zonder dat té lang te doen. En gewoon weer een gesprek met andere mensen. Andere individuen.

Nog even via de Waller-collectie gegaan met prachtige prenten (veel meer tijd voor nemen, komt binnenkort), nog een vluchtige blik in het Aziatisch Paviljoen waar ook nieuwe werken te zien zijn, zoals ‘Een vat van vluchtende zielen’ van de Taiwanese kunstenaar Tu Wei-cheng en het begin van fotografie in Indonesië.

En dan, dan naar de eregalerij. Die plek waar je normaal niet komt. Te snobistisch? Te veel toeristen? Nou, nu niet. Praktisch geen ziel te bekennen, behalve de suppoosten en de onderzoekers aan de Nachtwacht in hun glazen kooi, of eigenlijk ‘Operatie Nachtwacht‘.

Voor het eerst kun je zonder mensen die kleine Vermeers op centimeters afstand bekijken. En de Van Steens, die moet je sowieso centimeter voor centimeter langsgaan om alles te zien.

‘t Voelde als een incourante maandagochtend, maar dan de hele dag. Een vreemde gewaarwording, maar een dikke aanrader aan eenieder die nu tijd wil maken om eens de werken te bekijken waar je normaal misschien van denkt: ja, die kennen we wel. Maar ken je ze wel in het echt?

ps, dit geldt natuurlijk voor alle musea in het land die open zijn, pak dat momentje!

Bomen in Amsterdam

Bomen in Amsterdam

Een van de leukere ontdekkingen die ik de afgelopen tijd deed, was de online kaartfunctie van de gemeente Amsterdam. En nee, ‘s lands hoofdstad is niet de enige met zo’n systeem, maar ik woon er nou eenmaal.

Van al die verschillende interessantere kaarten is de bomenkaart op dit moment voor mij het interessantst, ik wandel immers heel wat af. Praktisch elke boom op gemeentegrond is opgetekend in dit systeem met Nederlandse boomnaam, boomnummer, soortnaam, boomtype, boomhoogte, plantjaar, eigenaar en beheerder.

De kaart is te vinden op maps.amsterdam.nl/bomen en zo leer je al snel dat er niet een soort iep in de stad staat, maar heel wat verschillende soorten. In de buurt van mijn kantoor aan de Wibaustraat vinden we al de gewone iep, Hollandse iep, veldiep en Huntindon-iep. Maar ook de gewone plataan, kersen, zomereiken, dubbelbloemige paardenkastanjes, lijsterbessen, Canadese populieren, gewone esdoorns, valse acacia’s. Nou ja, ga zo maar door.

De oude begraafplaats Huis te Vraag vlakbij de Schinkel blijkt ook een verzamelplaats van meer dan overgroeide grafstenen. De vele verschillende kleuren stippen laten al duidelijk zien dat de verscheidenheid aan begroeiing groot is. Niet alleen dubbelbloemige paardenkastanjes, maar ook een witte paardenkastanje, ruwe, papier-, en zachte berk (ik had geen idee van het verschil), taxus’, beuken bruin en groen, lindes. Veel.

Locatie Huis te Vraag, bron: maps.amsterdam.nl

De gemeente heeft uiteraard ook een eigen verhaal. 270.000 bomen staan geregistreerd dus lang niet alles. Het Amsterdamse Bos staat in de Gemeente Amstelveen, dus daar zijn niet alle 150.000 bomen geregistreerd, al zijn de bomen wel weer van Amsterdam. In totaal schat de gemeente dat er één boom per inwoner is.

Rondstruinen met die kaartfunctie op je mobiel maakt ook je directe leefomgeving weer een stukje interessanter. :)

Wibautpark, links dubbelbloemige paardenkastantje, midden is onbekend en rechts een zomereik
“Take off head phones”

“Take off head phones”

Zaterdag veertien maart 2020, hardloopschoenen aan, shorts, oud windjack, 1GB grote iRiver-mp3-speler in de zak, oortelefoontjes, geen telefoon, sleutels en gaan. Rennen, een stukje van heen en weer zo’n 4,8 kilometer langs het Jaagpad, onder de A10 Ring Zuid door langs het Nieuwe Meer tot een punt waar nu narcissen groeien aan de waterkant en dan weer terug. ‘Uit de Nieuwe Wereld’ van Dvořák speelt. Rent lekker, fijne cadens. Dan weer opzwepend en dan weer rust. Gedachteloos ren ik langs de woonboten, hou de sluis links, de ochtendzon schijnt nog onder het viaduct door en dan is daar ruimte, het donkere water dat de blauwe lucht reflecteert. Een enkele gans die kort gras graast. Graast een gans? Steeds iets verder. Langs enkele straatlantaarns het voetpad parallel aan het water op. Hier geen straatverlichting meer, maar dat is ook niet meer nodig nu het al vroeg licht wordt.

In een stiller stuk van de Dvořáks meesterwerk valt mij ineens op dat de vogels fluiten, en niet zo’n beetje ook. Kwinkelerende meesjes, roepen van vogels die ik niet thuis kan brengen, klepperende spechten. Spreeuwen die over de door en door vochtige grond van het Jaagpadbos hippen, af en toe hun snavel in de grond stekend. Het hele stuk hang ik de oortjes om mijn nek, niet meer terug in mijn gehoorgangen. De terugweg neem ik door het bos zelf, het valt nog mee. Het pad is vochtig, maar niet té nat. Vogels schrikken af en toe op en laten duidelijk merken dat er iets rondloopt dat er niet hoort, zo’n grote donkergele kanarie, de kleur van het Agu-windjack. Het laatste stukje bos is meer plas dan pad, maar er is een olifantenpaadje omheen.

Terug bij de straatlantaarns valt me iets op. Op vier van de zeven straatlantaarns voor je weer onder het viaduct doorgaat, zit iets. Letters. Het idee zal zijn dat als ze aanstaan, dat ze de letters op de grond projecteren, althans, dat vermoed ik. Het laatste woord, zal ik later begrijpen, is ‘phones’ op de paal het dichtst bij het Jaagpadbos. De volgende draagt ‘head’, de daaropvolgende ‘off’ en de laatste die eigenlijk de eerste is ‘take’. Waarom het er staat weet ik niet, iets erover vinden kan ik niet. Ik interpreteer het als: luister eens naar de wereld om je heen. “Take off head phones”.

Geen telefoon meenemen is heel rustig, maar dan heb je ook geen camera mee. Het kan overigens ook een aanklacht zijn tegen de veelvuldig overvliegende vliegtuigen, al is het nu met SARS-CoV-2 een stuk rustiger.
De zuidelijke Citroëngarage aan het Stadionplein in Amsterdam, tegenwoordig Move Amsterdam (28 januari 2020)

Datahonger, ook als je ergens fysiek bent

28 januari, Grijs, wind, regen. Niet heel koud. Hoog tijd om de Move Amsterdam te bezoeken in de oudste van de twee recent gerenoveerde voormalige Citroëngarages aan het Stadionplein. Waarom? Omdat ik in de Amsterdam-editie van de NRC las dat het allemaal heel mooi opgeknapt is en ik er praktisch om de hoek woon. En natuurlijk omdat ik bezig ben met onderzoek naar mobiliteit in de stad.

Terwijl ik mijn fiets tegen een nietje zet, wordt ondertussen een felgroene Lamborghini uitgeladen om in de voormalige garage onderdeel van een tentoonstelling te worden. Pardon, experience.

Bij binnenkomst in Move zie je direct wat blikvangers. Een kunstwerk, of installatie, van Studio Drift dat eerder in het Stedelijk Museum hing en beweegt als een soort rog of platvis. Een tot bol gevormde oude VW Kever, een iconische Porsche, al weet ik het typenummer niet direct, een visueel niet bijster aantrekkelijk futuristisch karretje en een jongedame met iPad die me binnen gaat laten.

Of toch niet?

De experience is gratis toegankelijk, maar je moet wel je gegevens afstaan. “Als u even uw gegevens invult, krijgt u daarna een e-mail met het kaartje, maar die kunt u verwijderen, want u bent er al.”

Ik begin met het invullen van mijn voornaam in het daarvoor bedoelde veld, begin te twijfelen en vraag of het echt móet. De velden voor-, achternaam en e-mailadres zijn zelfs verplicht, zo duidt het rode sterretje in de rechterbovenhoek van de velden. Ik had natuurlijk naar hun AVG-implementatie moeten vragen, maar dat bedacht ik op dat moment niet.

Intussen was een grote deur opengegaan om de groene Lambo binnen te laten, of was het toch een Ferrari? Lastig voor mij als niet-kenner zonder het merkje aan de voorzijde te kunnen zien.

Intussen spoedde de baliemedewerkster zonder balie zich naar de balie, op zoek naar iemand met meer zeggenschap in het hiërarchisch systeem van de beveiliging. Toevallig komt een iets oudere mevrouw net aangelopen met een streepje meer op het revers. Dat is fijn, want bij de balie was niemand bij machte een uitspraak te doen over het voorval. De vriendelijke dame begroet mij, geheel volgens allerlei conventies, met vriendelijke blik en uitgestoken hand, die ik uiteraard beantwoord en schud.

Er is een compromis, geeft ze aan: ik schrijf mijn gegevens op een briefje dat weer verscheurd wordt als ik ga. Hoezo is dat nodig? vraag ik. Het gaat toch alleen om aantallen? Nee, de holding schrijft dat voor, er werken immers veel meer mensen in het gebouw.

Omdat ik soms heel erg statements moet maken, bedank ik en verlaat het pand zonder ooit zeker te weten of het nou inderdaad een Lambhorgini of Ferrari is die vlak na mijn weinig dramatische aftocht naar binnen gereden werd.

Eenmaal buiten gaat het stortregenen.

De zuidelijke Citroëngarage, tegenwoordig Move Amsterdam, aan het Stadionplein

* Uiteraard kom ik ooit terug, maar dan met een eigen kaartje, aangemaakt met een fake e-mailadres. ‘Ook Joost van den Vondel bezocht de experience!’

Allard Pierson

Allard Pierson in verbouwing

Herinneringen zijn er om te koesteren en soms wil je ze herbeleven, zoals het struinen langs de vitrinekasten in het Allard Pierson met de ontelbare kleine en grote artefacten uit het verre verleden. Dat kan niet meer. Dat is, net als mijn herinneringen, gelukkig verleden tijd.

Allard Pierson
Beeld: via Allard Pierson

Na de perspresentatie over de nieuwe tentoonstelling ‘Bes, kleine god in het Oude Egypte‘, raakte ik nog even in gesprek met Wim Hupperetz, de directeur van het Allard Pierson, over de verbouwing en de andere inzichten rond het tentoonstellen van objecten die inmiddels al in enkele zalen hebben geleid tot een veel toegankelijkere opstelling dan die uit het verleden. We raakten aan de praat over hoe het museum er vroeger uitzag en ook over het feit dat ik niet de enige ben die daar nog steeds prettige herinneringen aan heeft. Herinneringen aan de in schemerlicht gehulde ruimtes, de krakende vloeren, de honderden objecten die overal en nergens opgesteld stonden. De kartonnetjes met daarop kleine, vergeelde papiertjes geplakt waarop met hamertypemachine de naam en overige objectinformatie getikt was. Maar ook de gipszolder, de plek met afgietsels van een paar honderd beelden uit het Oude Egypte, Oude Griekenland en de Romeinse tijd. Beelden die je anders nooit met eigen ogen in hun werkelijke vorm kon aanschouwen omdat ze elders in musea stonden of al lang verdwenen. Je kwam daar overigens niet zonder speciale begeleiding, in mijn geval met mijn docenten tekenen van de middelbare school.

Dat alles is gelukkig veranderd. De gipszolder wordt toegankelijk voor publiek vertelde Hupperetz, en in het verleden gesloten doorgangen en trapopgangen worden weer of zijn al weer geopend. Een kleine blik achter de schermen en een korte rondleiding langs de al vernieuwde zalen op de eerste (of tweede? dat is altijd lastig met souterrain-achtige verdiepingen) verdieping met ramen die niet verduisterd zijn, laten een opstelling zien die veel toegankelijker is dan vroeger en daarmee ook veel interessanter.

Er zijn mensen die zweren bij de oude manier van opstellen, en als je mijn nostalgische gevoelens zou meenemen kun je denken dat ik daar ook naar zou smachten. Toch is dat niet zo. De reden dat ik de oude opstelling leuk vond, kwam omdat ik ooit het museum binnen kwam met mijn docenten als verhalenvertellers. We liepen wel langs al die opstellingen met al die kaartjes, maar zij stonden stil bij slechts enkele objecten en vertelden vervolgens een verhaal. Een verhaal waardoor je daar een extra gevoel bij kreeg en je het daarom tien of twintig jaar later nog steeds leuk vind om langs diezelfde kasten te lopen, maar wat moeten al die mensen dan zonder goede verhalenvertellers of zonder geïnteresseerde medebezoekers? Heel weinig inderdaad.

Van verhalen moeten we het hebben en die verhalen worden gemaakt door wetenschappers met kennis van zaken, kennis over hoe dat verleden vermoedelijk in elkaar zat. Wetenschap die ook steeds weer een beetje bijgesteld wordt bij nieuw vergaarde kennis. Wat dat betreft is het mooi dat die verhalen steeds toegankelijker tentoongesteld worden. Ik ben heel benieuwd hoe het museum in zijn voltooide vorm zal overkomen, maar ook onaf is het nog steeds prettig, zoals de semi-permanente opstelling in het souterrain over de zeventiende eeuw, cartografie en de ontwikkeling van de exacte wetenschappen.

Bes, een Egyptische god voor alledag

Bes, een Egyptische god voor alledag

Een huis-tuin-en-keukengod met een uitgestoken tong, dikke buik, meestal naakt, getooid met verenkroon en soms een luipaardvel, af en toe met grote piemel maar zonder groot verhaal. Daar hoor je over het algemeen weinig over. Dat kan ook anders, dacht het Allard Pierson Museum samen met enkele andere Europese musea.

Dansende Bes, foto: Allard Pierson

We kennen allemaal de Egyptische elitecultuur, de bekende afbeeldingen en standbeelden van farao’s en goden als Re (ook wel Ra), Isis, Osiris en Horus. Statig, onbewogen en strak. De ‘huisgod’ Bes doet hier niet aan mee en laat zien dat het leven van alledag gaat over plezier maken, kinderen krijgen, enge monsters verslaan, de erotiek beschermen, drinkgelagen en wat al niet meer waar je bescherming of ondersteuning voor nodig hebt.

Bes heeft geen groot verhaal en komt in veel verschillende gedaanten voor en is in die zin niet voor een gat te vangen, vandaar dat de Egyptologie al deze op elkaar lijkende figuren Bes genoemd heeft. De vrouwelijke vorm heet Besset.

De tentoonstelling in het Allard Pierson neemt de bezoeker mee langs verschillende gedaanten van de huisgod en geeft er een eigen draai aan door ons direct te verwelkomen met een animatiefilm die laat zien dat het figuur nog steeds prima in te passen is in onze hedendaagse omgeving. Als stripfiguur doet Bes het ook goed.

Een van de grootste objecten in de tentoonstelling is een replica van een kraambed. Dit bed heeft zes poten en de poten zijn allen in de vorm van een Bes-figuur. Dat is niet zo vreemd, want Bes beschermt ook de bevallende vrouw. Het bed is gemaakt naar voorbeeld van bekende afbeeldingen hoe een kraambed er uitzag. Achter het bed staan in een aparte vitrine nog twee echte poten.

Veel van de figuurtjes zijn blauw of laten nog resten zien van blauwe verf, gebruikt om het kwaad af te weren. Niet alleen de blauwe kleur moet het kwaad keren, ook de uitgestoken tong is afschrikwekkend voor demonen.

Zijn dwergvorm is wat vreemd en doet denken aan mensen met dwerggroei. Dit is symbolisch, want baby’s die geboren werden met dwerggroei overleefden het vaak niet. Zij die het wel overleefden kregen in het latere leven over het algemeen een hoge status in de Egyptische maatschappij.

Een veelvoorkomend voorwerp in de tentoonstelling is de zogenaamde stèle, een tablet van steen of hout met een daarin uitgehouwen of uitgesneden voorstelling om speciale plaatsen te markeren. Stèles kwam je ook veel tegen bij de mensen thuis, onder andere om zich te beschermen tegen slangen en schorpioenen. Door het veelvuldig aanraken van de stèle op een specifieke plek, door de god te ‘aaien’, hebben de meeste stèlae een afgesleten plek. Een mooie stèle in de tentoonstelling laat Toetoe als sfinx zien die vecht tegen Bes. De sfinx heeft een rammenkop in zijn nek, een cobra als staart en messen op de poten om aan te geven dat hij zich niet makkelijk gewonnen zal geven. Bes bevecht dit alles met een zwaard.

Een van de tentoonstellingsruimtes is speciaal gericht op het feestbeest Bes. Een bekend verhaal in de Egyptische mythologie gaat bijvoorbeeld over de ‘verwijdering en verzoening’ tussen de zonnegod Re en zijn dochter Hathor. Hathor houdt van muziek, drank en feest en vlucht na een ruzie met Ra naar Nubië. Om haar terug te halen, verleidt Bes haar met drank en muziek, waarna Bes dienaar van Hathor is geworden. Zo zijn er beeltenissen van Bes te vinden met een dubbele fluit en met biervaatjes. Wellicht is het niet zo vreemd dat feesteiland Ibiza heet zoals het heet: Ibiza is afgeleid van Bes.

Na het feestbeest komt de ‘peepshow’ langs. Hier is Bes’ fallus nog een stuk aanweziger dan anders, tot en met kloppende aders toe. Soms moet Bes echter in dubbelvorm de fallus van een ander ondersteunen. De erotische kant van de god en ook van Besset wordt hier in ieder geval niet onder stoelen of banken geschoven.

Maar niet alleen in Egypte was de god populair. Buiten Egypte vind je dus overblijfselen op Ibiza en ook in Soedan, dat vroeger bij Egypte hoorde. Ook in het huidige Italië kom je Bes tegen en dat is niet zo vreemd, aangezeien de Romeinen hem probleemloos omarmden nadat Egypte bij het Rijk ingelijfd was, zo kom je Bes onder andere tegen op de wapenrusting van Romeinse centurio’s.

In totaal gaat de tentoonstelling over meer dan 4000 jaar aan Bes(achtige) afbeeldingen, te beginnen in het Oude Rijk (vanaf 2543 voor Christus) tot de Romeinse periode 284 na Christus. Hiermee krijgen ook wij als gewone mensen een beter beeld van het Egypte van alledag. Misschien vinden sommigen dat jammer en houden ze het liever bij piramides en grote paleizen waar nog wat resten van overeind staan, ik vind dit in ieder geval een welkome aanvulling.

Het is een fijne kleine tentoonstelling waardoor de Egyptenaar van weleer misschien dichter bij de ‘gewone mens’ komt te staan. Een groot deel van de stukken in de tentoonstelling komt uit de collectie van het Allard Pierson, maar ook uit de musea die meewerkten aan de tentoonstelling, namelijk het Museum August Kestner in Hannover en de NY Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Ook zijn er stukken uit Khartoem in Soedan, uit Aberdeen, uit Leipzig en uit Hildesheim.

Wie al een tijdje niet in het museum is geweest, zal zien dat de oude vitrinekasten met kleine witte kaartjes niet meer op de eerste verdieping staan en dat hier nu de ontvangstruimte is. Boven op de tweede verdieping is al een deel van de collectie uitgestald op andere wijze en de ramen aan de voorzijde zijn open. Volgend jaar juni moet het af zijn, ik ben in ieder geval benieuwd hoe het geheel er uit gaat zien.

De tentoonstelling loopt van 18 oktober 2019 tot en met 8 maart 2020

Alle foto’s, behalve de Dansende Bes, zijn gemaakt door mijzelf

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)

De Biro en twitterhaat

Woensdag 13 maart was er een interessante fittie richting Biro’s (van die kleine elektrische wagentjes) op twitter. Ik snap het wel, het zijn irritante, snelle, kleine, handige, wendbare karretjes die alom op de stoep worden gegooid en zo veel ergernis opwekken. Ook racen ze vaak overal tussendoor, ook op fietspaden, en zorgen zo regelmatig voor dubieuze situaties. Vaak zit er ook nog een jong ding (m/v) in dat waarschijnlijk prima kan fietsen. Een prachtige cocktail om chagrijnig om te worden. Oh ja, ze zijn ook nog eens duur.

Dat waren mobiele telefoons ook ooit lang geleden. Je was een patser als je zo’n ding bij je had, laat staan er ook nog mee belde. Belachelijk. Iedereen herinnert zich het filmpje uit 1999 waar Frans Bromet de ‘normale’ mens vraagt naar zijn mening.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)
Biro voor Soho House in Amsterdam

Nu heeft iedereen een smartphone, op een enkele persoon na die door velen voor zonderling uitgemaakt wordt. Vaste lijnen zijn inmiddels praktisch verdwenen en bestaan alleen nog in getal omdat internetaanbieders vaste aansluitingen koppelverkopen met hun diensten.

Wederom naar de Biro. Laten we een stap terug doen en even afstand nemen. Wat zijn de grootste ruimtevreters op de weg in de stad? Juist. De auto (ook de elektrische), het bestelbusje, de vrachtauto en de touringcar. Die laatste drie daar klagen velen regelmatig over, maar die eerste lijkt er steeds goed vanaf te komen.

Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

De markt voor kaartjes voor evenementen of ticketingmarkt is al jaren ziek. Mensen klagen over idiote bedragen die gevraagd worden voor kaartjes die doorverkocht worden door bedrijven en platformen als Seatwave en Viagogo, gewoon via Marktplaats of andere kanalen. Voor de gewone concertganger is het een ondoorgrondelijke wereld van bedrijfjes en bedrijven die elkaar allemaal douceurtjes kunnen toestoppen.

Het Nederlandse bedrijf GUTS Tickets wil die impasse doorbreken met een combinatie van een app en hetzogenaamde GET-protocol, dat draait op de blockchain van Ethereum. Na het systeem een jaar lang uitvoerig te hebben getest met onder andere de verkoop van kaartjes voor voorstellingen van cabaretier Jochem Myjer, is 2018 voor GUTS het jaar waarin de seinen op groen staan om in ieder geval de eerste 50.000 kaartjes via het échte systeem te gaan verkopen. En het is pas januari.

Toch zal bij sommigen de vraag naar boven komen: waarom heb je hier een blockchain voor nodig? Het tegengaan van fraude kan toch ook op andere manieren, zoals met een centraal orgaan wat frauduleuze transacties moet onderscheppen? Daar is Frans Twisk, mede-oprichter en frontend developer van GUTS, het niet mee eens. Althans, niet als je staat voor een open en transparant systeem.

“Voor veel zaken hoef je geen blockchain te gebruiken, maar als je open en transparant wil zijn, is een blockchain heel praktisch, zeker bij iets als tickets”, zegt Twisk in een gesprek samen met blockchain-ontwikkelaar Kasper Keunen in het nieuwe onderkomen van GUTS aan de Piet Heinkade in Amsterdam.

“Wij komen niet uit de ticketingmarkt en we zitten er nu een jaar in en ik ben nog steeds verbaasd over de corruptie. Bedrijven hebben halve monopolies en die kunnen daar gewoon misbruik van maken”, zegt Twisk.

Zijn mede-oprichter, advocaat Maarten Bloemers hoorde medio 2015 in een radioprogramma voor het eerst over secundaire ticketing en frauduleuze praktijken. Bloemers had al vanuit de advocatuur interesse in blockchains omdat die voor minder papierwerk kunnen zorgen. Uiteindelijk maakte hij samen met zakenpartner Tom Roetgering een proof of concept voor een ticketing-systeem dat een blockchain gebruikt op een hackathon in Oekraïne.

GUTS was geboren, inclusief de basis voor een open en transparant systeem. Zo’n systeem is in eerste instantie vooral interessant voor artiesten, legt ontwikkelaar Keunen uit. “Artiesten geven veel om hun fans, die willen dat hun fans niet te veel betalen. Uiteindelijk vullen artiesten een theater of concertzaal, niet het gebouw zelf”, zegt hij.

Maar niet alleen de artiest is belangrijk, de hele keten moet anders, alleen wel zonder dat de artiest, het theater of de klant daar veel van merkt. Volgens beiden gaat het om een zeer conservatieve markt en wil niemand veel verandering.

Keunen trekt het wat breder naar de hele markt die bezig is met het ontwikkelen van op blockchains gebaseerde applicaties. “Heel veel bedrijven die iets met blockchains ontwikkelen, zijn heel idealistisch. Alles moet anders, van A tot Z. Ik denk dat wij veel dichter bij de venues blijven die al 40 jaar op een bepaalde manier werken en die echt niet veel zaken anders willen doen.”

Ook eindgebruikers zitten vaak niet op verandering te wachten. Keunen geeft een voorbeeld van een gebruiker die een foto met zijn smartphone had gemaakt van zijn computerscherm waar letterlijk in de QR-code staat dat kopiëren geen zin heeft. “Volgens de klant was het geen kopietje, maar een foto”, vertelt Keunen. “De klant had ook een echte kopie bij zich, namelijk een kopie van zijn laptopscherm, dat geeft al aan hoe erg mensen vastzitten in hun oude concept van ‘ik kan het printen en dan is het goed'”.

De eindgebruikers hoeven ook niet te weten dat ze ergens onderliggend in het systeem met een blockchain werken, al is het wel mogelijk het Ethereum-adres te vinden en je eigen transactie en die van eventuele doorverkoop terug te vinden in de blockchain van Ethereum, via Etherscan bijvoorbeeld.

Alle transparantie ten spijt, je zou nog steeds een kaartje kunnen doorverkopen met cash geld of gewoon een bankoverschrijving en dan is het ‘dag met je handje’ naar alle transparantie. Daar is uiteraard ook over nagedacht.

Werking GUTS-app met GET-protocol (bron)

Om te voorkomen dat je een kaartje kunt kopiëren, krijgt elke klant een speciale QR-code in zijn GUTS Ticket-app. Die QR-code verandert de hele tijd, totdat het kaartje gescand is bij binnenkomst van het theater of de concertlocatie. Het is dus niet mogelijk een kopie te maken van de QR-code, want die geldt maar zeer korte tijd. De app zelf is op dit moment nog alleen een voor smartphones geoptimaliseerde web-app, maar er worden ook losse iOS- en Android-apps ontwikkeld.

Mensen die hun kaartje willen doorverkopen, blijven daarom ook binnen het systeem van GUTS. Het eigenaarschap van het kaartje wordt via de blockchain doorgegeven aan de nieuwe eigenaar na verkoop. Omdat de app aan de telefoon zelf verbonden is, en daarmee het kaartje ook, is fraude praktisch niet mogelijk. Tenzij je de telefoon erbij verkoopt. De gevallen waarin dat lucratief is, bestaan misschien, maar dat zijn echt uitzonderingen.

Zoals al eerder aangegeven, ontwikkelde GUTS niet alleen een app, maar ook een protocol, namelijk GET, een token op de blockchain van Ethereum. Hoe dat verder werkt, laten we hier even buiten beschouwing, maar het GET, of Guaranteed Enterance Token, is een zogenaamd ‘smart contract’ op de Ethereum-blockchain, door iedereen in te zien.

Om het smart ticketing protocol te gebruiken, koopt de organisator van een evenement een aantal GET. Die tokens worden voor het achterliggende protocol gebruikt. De organisator hoeft hiervoor niets te weten van blockchains of crypto-wisselbeurzen.

Dat laatste geldt uiteraard ook voor de gebruikers, die ziet nooit iets wat met blockchains te maken heeft. Toch krijgt elke gebruiker GUTS bij het gebruiken van de app feitelijk een Ethereum-adres waarmee hij via de blockchain zijn eigenaarschap van de tickets krijgt. Klinkt ingewikkeld, maar valt op zich erg mee. Het is alsof iemand een veredelde spreadsheet gebruikt om ieders kaartje bij te houden, inclusief de eventuele doorverkoop.

Uiteindelijk moet het GET-protocol opengesteld worden voor derden, zodat die ook apps kunnen bouwen die ermee samenwerken. Dat is het volgende doel van het bedrijf: het vervolmaken van GET en zo hopelijk de hele kaartjesbranche een beetje eerlijker te maken.

GUTS is niet het enige bedrijf dat zich bezighoudt met ticketing in/op een blockchain, maar vooralsnog wel de enige met een werkend product én klanten die bekend zijn. De andere twee bekende namen in de blockchainwereld zijn Aventus en Blocktix, maar beide zitten nog ruim in de alpha-fase; Aventus heeft een werkend testnet zonder bruikbare ‘voorkant’ voor gebruikers en Blocktix zegt evenementen te gaan hosten, maar die organiseren ze dan voor het gemak ook zelf. Beide bedrijven hebben met hun ico’s of initial coin offerings significante bedragen opgehaald, respectievelijk 23,5 en 40 miljoen dollar. Op zich geeft GUTS ook geld weten op te halen met een ico, maar met  zo’n 3,5 miljoen euro heeft het bedrijf een stuk minder ruimte om jaren ‘het perfecte’ product te ontwikkelen en moet men gewoon aan de slag.

Dit is deel 1 in een serie over blockchaintoepassingen van publieke blockchains. Deel 2 gaat over Giveth, een decentrale, altruïstische organisatie.

Update 23 maart 2018: waar nu Seatwave en Viagogo in de lead staat, stond Ticketmaster. Dit was onjuist omdat zelf Ticketmaster geen kaarten doorverkoopt en daarom aangepast.

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

De Amsterdamse March for Science eindigde in een rondje-om-de-Museumpleinvijver, maar dat weerhield de organisatoren en vele vrijwilligers er niet van een feest van de wetenschap neer te zetten. Vlak voor een van ‘s lands bekendste gebouwen en het meest gefotografeerde attribuut van de stad, het Rijksmuseum en het I Amsterdam-logo, mocht de organisatie twee tenten en een podium plaatsen.

De over de hele wereld georganiseerde mars kreeg in korte tijd grote bekendheid, niet in de laatste plaats door het aantreden van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de combinatie met Earth Day. Het Nederlandse initiatief leek vooral binnen de wetenschappelijke community grote populariteit te genieten. Delegaties van verschillende wetenschapsinstituten togen bepakt met spandoeken en borden met allerlei leuzen naar de hoofdstad.

Wetenschapsmarkt

Het officiële startsein voor de mars-die-eigenlijk-een-wetenschapsmarkt-was, werd zaterdagmiddag 22 april om half een gegeven vanaf het podium dat vlak naast het fietspad over het Museumplein stond, met de rug naar de Paulus Potterstraat. In eerste instantie werkte het weer niet erg mee met wat druppels regen en een koude wind, waardoor de paar honderd geïnteresseerden zich in een van de twee witte tenten op het plein verzamelden. Uiteindelijk zouden er een kleine 2000 belangstellenden langskomen volgens de organisatie.

In beide tenten had het publiek de mogelijkheid vragen te stellen over uiteenlopende wetenschappelijke disciplines en mee te doen aan korte workshops of experimenten. Het geheel deed aan als een science center of wetenschapsmuseum-op-locatie.

Dat laatste kwam mede door de opstelling van het stadsbestuur van Amsterdam. Dat wilde geen toestemming verlenen voor een mars door de stad in verband met andere evenementen en de veiligheid. Een andere mars die zich in ieder geval ook op het Museumplein liet zien, was die van de jaarlijkse herdenking van de Armeense Genocide.

Borden en leuzen

Het meest in het oog springende onderdeel van de minimars rond de vijver bestond uit alle borden met leuzen die menigeen niet direct zou begrijpen. Dat hoefde ook niet. Doel van de borden en van de organisatie was natuurlijk het starten van een dialoog met het publiek en eventuele ‘wetenschapsontkenners’, al liepen er niet echt veel verstokte ontkenners van wetenschappelijk onderzoek rond. Uiteraard vond omroep PowNed het nodig om die ene ontkenner en harde schreeuwer te willen interviewen en niet de mensen van Skepsis die er praktisch naast stonden, maar zo gaat dat helaas nog steeds bij de gemiddelde omroep: ‘gekkies zoeken’ is een groot goed.

De vraag hoe om te gaan met mensen die alles ontkennen wat met bepaald onderzoek te maken heeft, zoals vaccinaties, klimaatverandering of gentech, kon niemand goed beantwoorden, tenzij een diepe zucht daaronder valt. Nee, daar is waarschijnlijk weinig aan te doen. Maar het feit dat zo veel wetenschappers en sympathisanten zich op deze wijze uiten, laat hopelijk toch enkele ontkenners zich achter de oren krabben. In Amsterdam zorgde het in ieder geval voor een saamhorige middag tussen over het algemeen gelijkgestemden.

Plakjes kat

En anders zorgden een in plakjes gesneden kat van het Utrechts Universiteitsmuseum, speciale workshops voor kinderen over wetenschap van Mini Professors, ijsjes van het KNAW, telescopen van het Anton Pannekoek-instituut, de verschillende talks op het podium en de kleurrijke, over het algemeen zeer internationale, bezoekers voor een prettige middag.

De uitsmijter van de mars rond de vijver was aardig, maar vermoedelijk weinig impactvol. Mocht de mars in de toekomst weer eens gehouden worden – en we hopen natuurlijk dat dit niet nodig is – dan graag écht een lange mars door de stad.