Allard Pierson

Allard Pierson in verbouwing

Herinneringen zijn er om te koesteren en soms wil je ze herbeleven, zoals het struinen langs de vitrinekasten in het Allard Pierson met de ontelbare kleine en grote artefacten uit het verre verleden. Dat kan niet meer. Dat is, net als mijn herinneringen, gelukkig verleden tijd.

Allard Pierson
Beeld: via Allard Pierson

Na de perspresentatie over de nieuwe tentoonstelling ‘Bes, kleine god in het Oude Egypte‘, raakte ik nog even in gesprek met Wim Hupperetz, de directeur van het Allard Pierson, over de verbouwing en de andere inzichten rond het tentoonstellen van objecten die inmiddels al in enkele zalen hebben geleid tot een veel toegankelijkere opstelling dan die uit het verleden. We raakten aan de praat over hoe het museum er vroeger uitzag en ook over het feit dat ik niet de enige ben die daar nog steeds prettige herinneringen aan heeft. Herinneringen aan de in schemerlicht gehulde ruimtes, de krakende vloeren, de honderden objecten die overal en nergens opgesteld stonden. De kartonnetjes met daarop kleine, vergeelde papiertjes geplakt waarop met hamertypemachine de naam en overige objectinformatie getikt was. Maar ook de gipszolder, de plek met afgietsels van een paar honderd beelden uit het Oude Egypte, Oude Griekenland en de Romeinse tijd. Beelden die je anders nooit met eigen ogen in hun werkelijke vorm kon aanschouwen omdat ze elders in musea stonden of al lang verdwenen. Je kwam daar overigens niet zonder speciale begeleiding, in mijn geval met mijn docenten tekenen van de middelbare school.

Dat alles is gelukkig veranderd. De gipszolder wordt toegankelijk voor publiek vertelde Hupperetz, en in het verleden gesloten doorgangen en trapopgangen worden weer of zijn al weer geopend. Een kleine blik achter de schermen en een korte rondleiding langs de al vernieuwde zalen op de eerste (of tweede? dat is altijd lastig met souterrain-achtige verdiepingen) verdieping met ramen die niet verduisterd zijn, laten een opstelling zien die veel toegankelijker is dan vroeger en daarmee ook veel interessanter.

Er zijn mensen die zweren bij de oude manier van opstellen, en als je mijn nostalgische gevoelens zou meenemen kun je denken dat ik daar ook naar zou smachten. Toch is dat niet zo. De reden dat ik de oude opstelling leuk vond, kwam omdat ik ooit het museum binnen kwam met mijn docenten als verhalenvertellers. We liepen wel langs al die opstellingen met al die kaartjes, maar zij stonden stil bij slechts enkele objecten en vertelden vervolgens een verhaal. Een verhaal waardoor je daar een extra gevoel bij kreeg en je het daarom tien of twintig jaar later nog steeds leuk vind om langs diezelfde kasten te lopen, maar wat moeten al die mensen dan zonder goede verhalenvertellers of zonder geïnteresseerde medebezoekers? Heel weinig inderdaad.

Van verhalen moeten we het hebben en die verhalen worden gemaakt door wetenschappers met kennis van zaken, kennis over hoe dat verleden vermoedelijk in elkaar zat. Wetenschap die ook steeds weer een beetje bijgesteld wordt bij nieuw vergaarde kennis. Wat dat betreft is het mooi dat die verhalen steeds toegankelijker tentoongesteld worden. Ik ben heel benieuwd hoe het museum in zijn voltooide vorm zal overkomen, maar ook onaf is het nog steeds prettig, zoals de semi-permanente opstelling in het souterrain over de zeventiende eeuw, cartografie en de ontwikkeling van de exacte wetenschappen.

Bes, een Egyptische god voor alledag

Bes, een Egyptische god voor alledag

Een huis-tuin-en-keukengod met een uitgestoken tong, dikke buik, meestal naakt, getooid met verenkroon en soms een luipaardvel, af en toe met grote piemel maar zonder groot verhaal. Daar hoor je over het algemeen weinig over. Dat kan ook anders, dacht het Allard Pierson Museum samen met enkele andere Europese musea.

Dansende Bes, foto: Allard Pierson

We kennen allemaal de Egyptische elitecultuur, de bekende afbeeldingen en standbeelden van farao’s en goden als Re (ook wel Ra), Isis, Osiris en Horus. Statig, onbewogen en strak. De ‘huisgod’ Bes doet hier niet aan mee en laat zien dat het leven van alledag gaat over plezier maken, kinderen krijgen, enge monsters verslaan, de erotiek beschermen, drinkgelagen en wat al niet meer waar je bescherming of ondersteuning voor nodig hebt.

Bes heeft geen groot verhaal en komt in veel verschillende gedaanten voor en is in die zin niet voor een gat te vangen, vandaar dat de Egyptologie al deze op elkaar lijkende figuren Bes genoemd heeft. De vrouwelijke vorm heet Besset.

De tentoonstelling in het Allard Pierson neemt de bezoeker mee langs verschillende gedaanten van de huisgod en geeft er een eigen draai aan door ons direct te verwelkomen met een animatiefilm die laat zien dat het figuur nog steeds prima in te passen is in onze hedendaagse omgeving. Als stripfiguur doet Bes het ook goed.

Een van de grootste objecten in de tentoonstelling is een replica van een kraambed. Dit bed heeft zes poten en de poten zijn allen in de vorm van een Bes-figuur. Dat is niet zo vreemd, want Bes beschermt ook de bevallende vrouw. Het bed is gemaakt naar voorbeeld van bekende afbeeldingen hoe een kraambed er uitzag. Achter het bed staan in een aparte vitrine nog twee echte poten.

Veel van de figuurtjes zijn blauw of laten nog resten zien van blauwe verf, gebruikt om het kwaad af te weren. Niet alleen de blauwe kleur moet het kwaad keren, ook de uitgestoken tong is afschrikwekkend voor demonen.

Zijn dwergvorm is wat vreemd en doet denken aan mensen met dwerggroei. Dit is symbolisch, want baby’s die geboren werden met dwerggroei overleefden het vaak niet. Zij die het wel overleefden kregen in het latere leven over het algemeen een hoge status in de Egyptische maatschappij.

Een veelvoorkomend voorwerp in de tentoonstelling is de zogenaamde stèle, een tablet van steen of hout met een daarin uitgehouwen of uitgesneden voorstelling om speciale plaatsen te markeren. Stèles kwam je ook veel tegen bij de mensen thuis, onder andere om zich te beschermen tegen slangen en schorpioenen. Door het veelvuldig aanraken van de stèle op een specifieke plek, door de god te ‘aaien’, hebben de meeste stèlae een afgesleten plek. Een mooie stèle in de tentoonstelling laat Toetoe als sfinx zien die vecht tegen Bes. De sfinx heeft een rammenkop in zijn nek, een cobra als staart en messen op de poten om aan te geven dat hij zich niet makkelijk gewonnen zal geven. Bes bevecht dit alles met een zwaard.

Een van de tentoonstellingsruimtes is speciaal gericht op het feestbeest Bes. Een bekend verhaal in de Egyptische mythologie gaat bijvoorbeeld over de ‘verwijdering en verzoening’ tussen de zonnegod Re en zijn dochter Hathor. Hathor houdt van muziek, drank en feest en vlucht na een ruzie met Ra naar Nubië. Om haar terug te halen, verleidt Bes haar met drank en muziek, waarna Bes dienaar van Hathor is geworden. Zo zijn er beeltenissen van Bes te vinden met een dubbele fluit en met biervaatjes. Wellicht is het niet zo vreemd dat feesteiland Ibiza heet zoals het heet: Ibiza is afgeleid van Bes.

Na het feestbeest komt de ‘peepshow’ langs. Hier is Bes’ fallus nog een stuk aanweziger dan anders, tot en met kloppende aders toe. Soms moet Bes echter in dubbelvorm de fallus van een ander ondersteunen. De erotische kant van de god en ook van Besset wordt hier in ieder geval niet onder stoelen of banken geschoven.

Maar niet alleen in Egypte was de god populair. Buiten Egypte vind je dus overblijfselen op Ibiza en ook in Soedan, dat vroeger bij Egypte hoorde. Ook in het huidige Italië kom je Bes tegen en dat is niet zo vreemd, aangezeien de Romeinen hem probleemloos omarmden nadat Egypte bij het Rijk ingelijfd was, zo kom je Bes onder andere tegen op de wapenrusting van Romeinse centurio’s.

In totaal gaat de tentoonstelling over meer dan 4000 jaar aan Bes(achtige) afbeeldingen, te beginnen in het Oude Rijk (vanaf 2543 voor Christus) tot de Romeinse periode 284 na Christus. Hiermee krijgen ook wij als gewone mensen een beter beeld van het Egypte van alledag. Misschien vinden sommigen dat jammer en houden ze het liever bij piramides en grote paleizen waar nog wat resten van overeind staan, ik vind dit in ieder geval een welkome aanvulling.

Het is een fijne kleine tentoonstelling waardoor de Egyptenaar van weleer misschien dichter bij de ‘gewone mens’ komt te staan. Een groot deel van de stukken in de tentoonstelling komt uit de collectie van het Allard Pierson, maar ook uit de musea die meewerkten aan de tentoonstelling, namelijk het Museum August Kestner in Hannover en de NY Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Ook zijn er stukken uit Khartoem in Soedan, uit Aberdeen, uit Leipzig en uit Hildesheim.

Wie al een tijdje niet in het museum is geweest, zal zien dat de oude vitrinekasten met kleine witte kaartjes niet meer op de eerste verdieping staan en dat hier nu de ontvangstruimte is. Boven op de tweede verdieping is al een deel van de collectie uitgestald op andere wijze en de ramen aan de voorzijde zijn open. Volgend jaar juni moet het af zijn, ik ben in ieder geval benieuwd hoe het geheel er uit gaat zien.

De tentoonstelling loopt van 18 oktober 2019 tot en met 8 maart 2020

Alle foto’s, behalve de Dansende Bes, zijn gemaakt door mijzelf

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)

De Biro en twitterhaat

Woensdag 13 maart was er een interessante fittie richting Biro’s (van die kleine elektrische wagentjes) op twitter. Ik snap het wel, het zijn irritante, snelle, kleine, handige, wendbare karretjes die alom op de stoep worden gegooid en zo veel ergernis opwekken. Ook racen ze vaak overal tussendoor, ook op fietspaden, en zorgen zo regelmatig voor dubieuze situaties. Vaak zit er ook nog een jong ding (m/v) in dat waarschijnlijk prima kan fietsen. Een prachtige cocktail om chagrijnig om te worden. Oh ja, ze zijn ook nog eens duur.

Dat waren mobiele telefoons ook ooit lang geleden. Je was een patser als je zo’n ding bij je had, laat staan er ook nog mee belde. Belachelijk. Iedereen herinnert zich het filmpje uit 1999 waar Frans Bromet de ‘normale’ mens vraagt naar zijn mening.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)
Biro voor Soho House in Amsterdam

Nu heeft iedereen een smartphone, op een enkele persoon na die door velen voor zonderling uitgemaakt wordt. Vaste lijnen zijn inmiddels praktisch verdwenen en bestaan alleen nog in getal omdat internetaanbieders vaste aansluitingen koppelverkopen met hun diensten.

Wederom naar de Biro. Laten we een stap terug doen en even afstand nemen. Wat zijn de grootste ruimtevreters op de weg in de stad? Juist. De auto (ook de elektrische), het bestelbusje, de vrachtauto en de touringcar. Die laatste drie daar klagen velen regelmatig over, maar die eerste lijkt er steeds goed vanaf te komen.

Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

De markt voor kaartjes voor evenementen of ticketingmarkt is al jaren ziek. Mensen klagen over idiote bedragen die gevraagd worden voor kaartjes die doorverkocht worden door bedrijven en platformen als Seatwave en Viagogo, gewoon via Marktplaats of andere kanalen. Voor de gewone concertganger is het een ondoorgrondelijke wereld van bedrijfjes en bedrijven die elkaar allemaal douceurtjes kunnen toestoppen.

Het Nederlandse bedrijf GUTS Tickets wil die impasse doorbreken met een combinatie van een app en hetzogenaamde GET-protocol, dat draait op de blockchain van Ethereum. Na het systeem een jaar lang uitvoerig te hebben getest met onder andere de verkoop van kaartjes voor voorstellingen van cabaretier Jochem Myjer, is 2018 voor GUTS het jaar waarin de seinen op groen staan om in ieder geval de eerste 50.000 kaartjes via het échte systeem te gaan verkopen. En het is pas januari.

Toch zal bij sommigen de vraag naar boven komen: waarom heb je hier een blockchain voor nodig? Het tegengaan van fraude kan toch ook op andere manieren, zoals met een centraal orgaan wat frauduleuze transacties moet onderscheppen? Daar is Frans Twisk, mede-oprichter en frontend developer van GUTS, het niet mee eens. Althans, niet als je staat voor een open en transparant systeem.

“Voor veel zaken hoef je geen blockchain te gebruiken, maar als je open en transparant wil zijn, is een blockchain heel praktisch, zeker bij iets als tickets”, zegt Twisk in een gesprek samen met blockchain-ontwikkelaar Kasper Keunen in het nieuwe onderkomen van GUTS aan de Piet Heinkade in Amsterdam.

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

De Amsterdamse March for Science eindigde in een rondje-om-de-Museumpleinvijver, maar dat weerhield de organisatoren en vele vrijwilligers er niet van een feest van de wetenschap neer te zetten. Vlak voor een van ‘s lands bekendste gebouwen en het meest gefotografeerde attribuut van de stad, het Rijksmuseum en het I Amsterdam-logo, mocht de organisatie twee tenten en een podium plaatsen.

De over de hele wereld georganiseerde mars kreeg in korte tijd grote bekendheid, niet in de laatste plaats door het aantreden van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de combinatie met Earth Day. Het Nederlandse initiatief leek vooral binnen de wetenschappelijke community grote populariteit te genieten. Delegaties van verschillende wetenschapsinstituten togen bepakt met spandoeken en borden met allerlei leuzen naar de hoofdstad.

Wetenschapsmarkt

Het officiële startsein voor de mars-die-eigenlijk-een-wetenschapsmarkt-was, werd zaterdagmiddag 22 april om half een gegeven vanaf het podium dat vlak naast het fietspad over het Museumplein stond, met de rug naar de Paulus Potterstraat. In eerste instantie werkte het weer niet erg mee met wat druppels regen en een koude wind, waardoor de paar honderd geïnteresseerden zich in een van de twee witte tenten op het plein verzamelden. Uiteindelijk zouden er een kleine 2000 belangstellenden langskomen volgens de organisatie.

In beide tenten had het publiek de mogelijkheid vragen te stellen over uiteenlopende wetenschappelijke disciplines en mee te doen aan korte workshops of experimenten. Het geheel deed aan als een science center of wetenschapsmuseum-op-locatie.

Dat laatste kwam mede door de opstelling van het stadsbestuur van Amsterdam. Dat wilde geen toestemming verlenen voor een mars door de stad in verband met andere evenementen en de veiligheid. Een andere mars die zich in ieder geval ook op het Museumplein liet zien, was die van de jaarlijkse herdenking van de Armeense Genocide.

Borden en leuzen

Het meest in het oog springende onderdeel van de minimars rond de vijver bestond uit alle borden met leuzen die menigeen niet direct zou begrijpen. Dat hoefde ook niet. Doel van de borden en van de organisatie was natuurlijk het starten van een dialoog met het publiek en eventuele ‘wetenschapsontkenners’, al liepen er niet echt veel verstokte ontkenners van wetenschappelijk onderzoek rond. Uiteraard vond omroep PowNed het nodig om die ene ontkenner en harde schreeuwer te willen interviewen en niet de mensen van Skepsis die er praktisch naast stonden, maar zo gaat dat helaas nog steeds bij de gemiddelde omroep: ‘gekkies zoeken’ is een groot goed.

De vraag hoe om te gaan met mensen die alles ontkennen wat met bepaald onderzoek te maken heeft, zoals vaccinaties, klimaatverandering of gentech, kon niemand goed beantwoorden, tenzij een diepe zucht daaronder valt. Nee, daar is waarschijnlijk weinig aan te doen. Maar het feit dat zo veel wetenschappers en sympathisanten zich op deze wijze uiten, laat hopelijk toch enkele ontkenners zich achter de oren krabben. In Amsterdam zorgde het in ieder geval voor een saamhorige middag tussen over het algemeen gelijkgestemden.

Plakjes kat

En anders zorgden een in plakjes gesneden kat van het Utrechts Universiteitsmuseum, speciale workshops voor kinderen over wetenschap van Mini Professors, ijsjes van het KNAW, telescopen van het Anton Pannekoek-instituut, de verschillende talks op het podium en de kleurrijke, over het algemeen zeer internationale, bezoekers voor een prettige middag.

De uitsmijter van de mars rond de vijver was aardig, maar vermoedelijk weinig impactvol. Mocht de mars in de toekomst weer eens gehouden worden – en we hopen natuurlijk dat dit niet nodig is – dan graag écht een lange mars door de stad.

Ruimte delen

Ruimte delen

Schermafdruk van 2016-01-05 20-20-49Locatie: Nieuwe Spiegelstraat met als acteurs auto’s, fietsers, voetgangers, brommers en scooters. Breedte van de straat: verdomd smal voor een straat waar alles tegelijk door mag, al geldt voor auto’s een eenrichtingsregel.

Scène 1:

Range Rover, type: ik-kom-nooit-maar-dan-ook-nooit op iets met zand of modder terecht. 2,2 meter breed. Aantal inzittenden: één.

24 fietsers, zestien tegen de rijrichting van de auto in, acht fietsen dezelfde kant als de auto op. Onder de fietsers bevinden zich een bakfiets en vijf met een krat voorop waarvan één met een zwaarbeladen krat. Verder zijn er nog drie fietsen die een extra persoon op een bagagedrager vervoeren. Ook zitten er nog drie toeristen tussen op huurfietsen en waarschijnlijk nog twee Airbnb-ende toeristen die de fietsen van het huuradres geleend hebben. Lastig, moeilijk herkenbaar. Dan blijven er tien ‘gewone’ fietsen over. Althans, het is natuurlijk ook nog eens spits, dus het gros van de fietsers is gehaast  en weet niet van inhouden.

Het is relatief rustig. Er is maar één scooter te bekennen met twee langharige blonde Amsterdam Zuid-meisjes erop. Het is een brommer-scooter, want ze dragen helmpjes.

Aan voetgangers ook geen gebrek en vreemd genoeg is het toch een aantal mensen gelukt enkele fietsen op het smalle trottoir te ‘parkeren’. Ook staat er nog een steiger voor een pand waardoor voetgangers structureel de rijbaan opstappen.

De witte Range Rover bevindt zich in eerste instantie nog op de Spiegelgracht, dus ondanks de drukte in de Nieuwe Spiegelstraat is het nog redelijk te doen. De snelle jongens (m/v) op de fiets met spits-haast knallen overal redelijk soepel doorheen. De scooter valt ook nog wel mee, want de ruimte is op zich voldoende voor smal gemotoriseerd verkeer. Tot de witte Oud-Zuid-patjepeeërbak  zich in het straatbeeld duwt. De  bakfiets en de twee vermoedelijke Airbnb-toeristen voor zich die niet echt de kunst van het recht sturen hebben begrepen. Achter de auto proppen de overige vijf fietsers zich de straat in.

Natuurlijk is het heel vervelend dat de Airbnb-toeristen niet echt snappen hoe het verkeer in Amsterdam werkt. De Range Rover hangt er geïrriteerd achter. Ondertussen naderen de zestien zich in tegenovergestelde richting bewegende fietsen allemaal gestaag de auto. Het zwaarbeladen krat weet zich ternauwernood langs de wagen te manoeuvreren om vervolgens wel een woordenwisseling te krijgen met iemand die langs de steiger probeert te komen. Fietsers met korte lontjes achter de auto proberen de bak in te halen. Niet zo gek met die trage, slingerende, bemutste fietsers ervoor.

Scène 2

De t-splitsing met de Herengracht is bereikt en de auto slaat naar rechts af. De scooter draait naar links, het smalle fietspaadje op richting Leidsestraat. Daar past de scooter weer eigenlijk niet en de bakfiets is ook niet zo handig. Uiteraard staan er toeristen midden op het fietspad, foto’s te nemen van onbeduidende dingen, zoals elkaar.

Scène 3

Waar is Jerry Springer als je hem nodig hebt om de moraal van het verhaal uit te leggen? Ah, vandaar, hij laat verstek gaan bij lastige dingen. De moraal van het verhaal is natuurlijk: ruimte delen. Met in 2014 14,4 miljoen toeristen in de stad, een groeiende bevolking en nog net zo veel ruimte als voorheen, lijkt het niet meer dan logisch dat er gezocht wordt naar manieren om het voor iedereen zo praktisch en prettig mogelijk te maken. Auto’s hebben nooit echt goed gepast in de stad, zeker niet met het steeds breder worden van die apparaten. Aangezien zelfs de gemiddelde ‘Mini’ tegenwoordig praktisch twee meter breed is, vergelijkbaar met een terreinwagen van Mitsubishi, de Outlander bijvoorbeeld, zouden er toch eens belletjes moeten gaan rinkelen.

De ene kant schreeuwt: veiligheid! Terwijl deze joekels het voor heel veel anderen beduidend onveiliger maken. Is de verwachting dat we binnenkort ook lopend over straat gaan met een helm op omdat die apparaten steeds hoger, breder en zwaarder worden? Lijkt me vrij absurd. Als iedereen die nog een auto wil hebben, in kleine, lichte wagentjes rondrijdt, ben je in een keer van veel problemen af. De jongere generatie lijkt zich toch steeds minder in auto’s te interesseren en die vinden een Car2Go-abonnementje wel prima (1,66 meter breed zo’n elektrieke Smart).

IMG_20150927_154708.jpg
Links een opklapbaar ‘krat’. Het bestaat!

Het ruimteprobleem houdt helaas niet op bij auto’s. Niet dat het aantal plekken voor fietsen enorm zou toenemen bij het verdwijnen van veel auto’s uit het straatbeeld, het blijft zo dat men het liefst zo dicht mogelijk ergens bij in de buurt parkeert. Dat kan best, maar dan moet het wel blijven passen. Kratten voorop zijn dan wel heel grote boosdoeners. Niet als ze inklapbaar zijn en de breedte van een standaard bagagedrager krijgen, maar wel in de grote plastic-kratvorm. Afgezien van een enkeling, proberen de meesten de fiets-met-krat in een fietsenrek te proppen. Dan wordt de eis ineens: maak fietsenrekken met plek voor kratten, terwijl op die manier de herwonnen ruimte ineens opgeslokt gaat worden door te ruim bemeten fietsen? Lijkt me dat zoiets andersom werkt.

 

 

De achterkant van… het Slangenpand

De achterkant van… het Slangenpand

Het gelijk zit aan de achterkant. Soms. Heel soms is er even de ruimte voor een kijkje binnen in de stad naar zaken die anders onzichtbaar zijn. Voor het oog verborgen door huis en haard. Tot, heel soms, een optrekje verdwijnt. Meestal om plaats te maken voor een nieuw gebouw. Af en toe voor nieuwe openbare ruimte, maar ach. Wat doet het er toe. Dit is de achterzijde van waar ooit verschillende gekraakte panden stonden met als beroemdheid het Slangenpand, verlaten door door de bewoners op 22 maart 2015. Het belendende zaaltje in een garage dat vaak dienstdeed als een bioscoopje is helemaal niet meer. En al wat er tussen zat. Zondag 1 november 2015:

En uiteraard hoe het er in het nabije verleden uitzag. Augustus 2015 en juli 2009, bron Google Maps:

 

Bangkok 17 augustus 2008 | Krijn Soeteman

Duurzaam Amsterdam: al het fossiel de deur uit

Alle met fossiele brandstoffen aangedreven apparaten zo snel mogelijk de stad uit. Daar zou zo’n kleine stad als Amsterdam in rap tempo aan kunnen werken. Zijn daar werkelijk nog argumenten voor nodig? Toevallig bericht het Parool van maandag 28 september over een groot longartsencongres in de stad: het is op sommige plekken slecht toeven voor mensen met longproblemen. Er wordt zelfs een gezonde route aangegeven. Via het Vondelpark. Gelukkig mag ik dagelijks een groot deel van mijn fietsroute van zo’n 7 kilometer van zuid naar noord via het park laten lopen. En vice versa, al nijg ik vaak voor de route ‘binnenstad onder het museum door’ voor de terugweg. Het oog wil ook wat.

Als niet-ochtendmens ben je ‘s ochtends wat gevoeliger voor de omgeving. Geluiden komen harder binnen en ergernis openbaart zich sneller. Praktisch elke ochtend vanaf het moment dat je het Vondelpark verlaat bij die onmogelijke stoplichten bij de kruising met de Stadhouderskade, begint het al. Zeker als je na achten op de fiets gekropen bent. Kilometers langzaam rijdend verkeer staan voor de stoplichten op de kade te wachten. Grote bussen die later in een parkeergarage onder het Museumplein moeten parkeren. Vrachtauto’s formaatje ‘ruim bemeten’ en natuurlijk vol met veel te grote auto’s, allen bevolkt met één persoon. Daarna richting Marnixstraat, die heeft ten slotte de minste stoplichten, naar de Westerdoksdijkpont. Al is de Marnixstraat relatief rustig qua autoverkeer, blijft het verbazingwekkend hoeveel scooters er rondrijden. Nee, geen elektrische scooters inderdaad. En hoe lang die lucht blijft hangen…

Elektrische vrachtboot

Bangkok 17 augustus 2008 | Krijn Soeteman
Bangkok: met heel veel taxi’s wordt het op den duur ook best krap…

Amsterdam is klein. Heel petieterig klein. Waarom heeft die lobby die de grachten weer wilde gebruiken voor vervoer met elektrische boten het nooit gehaald? Waar is dat schip gestrand? Waarom mogen grote vrachtauto’s de stad in? Waarom zulke grote bussen? Waarom van die enorme, veel te brede auto’s (die en passant ook nog veel gevaarlijke situaties voor fietsers opleveren in smalle straten zoals de Spiegelstraat)?*

Waarom durft de stad niet rigoureus te zijn en te zeggen: we wonen en werken in een aardige stad die heel veel schoner is dan vroeger. Heck, we zwemmen zelfs in de grachten tegenwoordig. Maar de stad kan nog veel schoner en bovendien veel prettiger om in te leven. Een stad die een voorbeeld kan zijn voor andere oude steden in Europa die te kampen hebben met luchtvervuiling en wat al niet meer. Als zelfs Parijs zondag 27 september al autoloos kon zijn…

Times Square autovrij

Je krijgt de stad die je plant, zoals ook het Project for Public Spaces onlangs al blogde in het licht van het autovrij maken van Times Square in New York: “If you plan cities for cars and traffic, you get cars and traffic. If you plan for people and places, you get people and places.”

Dat zou nou een prettige quote zijn voor het eind van het verhaal. Maar wat moet er dan met al die mensen die wel afhankelijk zijn van scooter, auto of vrachtwagen? Scooters lijkt me duidelijk: als doorge-evolueerd, dik ding kan de scooterrijder heel makkelijk terug naar waar het apparaat zijn roots vindt, althans de helmloze versie: naar de fiets met hulpmotor in de vorm van een e-bike. Zijn we direct af van die te brede en te zware apparaten en van een heleboel stank. De auto. Tja, weg ermee is wat makkelijk gezegd en als monopolist Car2Go niet ineens uit Noord vertrokken was en er verder niet veel andere serieuze spelers op de autodeelmarkt zijn, is het nog wat lastig. Maar de auto kan in veel bijna alle gevallen veel kleiner. Vierkante koekblikjes met laag vermogen die precies zijn wat ze zijn: vervoer. Kijk voor de grap eens naar Tokio of zo. Daar zijn ook de vrachtautootjes in de stad klein. Waar de boel overgeslagen wordt, geen idee, maar grote vrachtwagens zijn zeldzaam in de grote Japanse steden. Bussen, ook klein. Klein en veel met veel stops zodat niemand nog een auto nodig heeft. En de eeuwig terugkerende fiets niet te vergeten. Steeds meer grote steden omarmen hem en wij blijven zelf tussen wal en schip hangen.

Zones en verboden

Oh ja, en die grachten dan? Tuurlijk, dat is ook niet over een nacht ijs. En eerst moet het gros van die auto’s langs de waterkant weg. Dan is het slechts een kwestie van tijd voordat de eerste slimme boten op ingenieuze wijze aan de kades kunnen laden en lossen.

Helaas blijven we steken bij wassen neuzen als een verbod op dieselauto’s van voor 2001 en eeuwig gesteggel over wel of geen 30 kilometerzone voor de hele binnenstad.

Overigens, wie denkt dat nadenken over duurzame steden iets is wat pas in de jaren ’70 van de twintigste eeuw opkwam: dat beeld klopt niet. De eerste zoektochten naar duurzame steden kwamen al op aan het eind van de negentiende eeuw tijdens de grootscheepse industrialisatie, zoals de Garden Cities of To-Morrow in het door vervuiling geplaagde Verenigd Koninkrijk.

*Fietsers met grote kratten voorop doen ook goed mee aan ruimteverspilling, maar dat nu even terzijde.

Uit de toon: een paal met bord

Uit de toon: een paal met bord

Brug 415 over het Zuider Amstelkanaal in de Parnassusweg met haar mooie bruggenhoofden. Gehouwen door Hildo Krop begin jaren ’40 van de twintigste eeuw. Aan de ene kant de ‘Muze’ en aan de overzijde ‘Ode aan Berlage’ met drie kunstenaars die in de jaren ’30 overleden. Richard Roland Holst met palet en penseel, Mendes da Costa met hamer en beitel en Berlage met driehoek en tekenliniaal. Het hele gebied richting stad straalt een een soort berustende allure uit. Beetje saai misschien.

Maar nu niet meer! Er staat een houten paaltje met een bordje. Het valt gezellig uit de toon. Het is bedoeld om in een park te staan, maar nu is het even de weg kwijt. Het is voor van die mensen die een rondje rennen om ‘de conditie erin te houden’. Het is met de beste bedoelingen. Echt. Rode stippen op de betonnen vierkante straattegels leiden ernaartoe. Om de zoveel meter een stip. Anders raak je de weg kwijt. Of weet je niet zeker meer of je wel precies tien kilometer gerend hebt. Hier moet de renner naar rechts als je ‘met de klok meerent’. Of naar links voor de tegendraadsen. Het bordje toont de route door het zuidelijk Amsterdam. Moeilijk is de route niet: volg de Zuider Amstel, ga met de klok mee vier keer écht naar rechts en op den duur ben je weer waar je begon. Zo gaat dat met rondjes die niet over een cirkelvormig circuit gaan.

Toch moest voorkomen worden dat er iets mis kan gaan. Daar was dus een bordje voor nodig vond iemand. Of een commissie, dat is waarschijnlijker. Een uitleg erbij over hoe je dat rondje moet rennen. Iemand kan toch overal willen beginnen? Niks aan de hand? Wel hier. Op deze plek. Hier is het gek. Waarom nou zo’n bordje. Waarom niet een die wel in dat fragiele straatbeeld past dat moet opboksen tegen wat er aanpalend aan de Parnassusweg richting het zuiden ligt. Er kan best een bordje staan om mensen te helpen hoe de extra belasting op de kniegewrichten richting te geven, al rennen al die types met smartphone en tracking-app. Maar de keuze is op z’n zachtst gezegd ‘apart’.

En ja, er staat nog iets naast. Een prullenbak. Vol. Of het handig is prullenbakken te plaatsen en of deze hier per ongeluk ook niet uit de toon valt, daar valt over te praten. Ondanks alles toch minder dan de nieuwe houten richtinggever.

6481723019_004c450dfb_o
Die aan de andere zijde, de Ode aan Berlage

Fietser afsnijden

Fietser afsnijden

“Met je kind!” De verontwaardigde uitroep komt uit de mond van een scooterrijdster met grote zonnebril en een muts, net nadat ze een vrouw met zuigeling afsneed. De scooterrijdster lijkt met haar uitspraak als doel te hebben om aan te geven dat ze het niet eens is met hoe de vrouw haar kind blootstelt aan vermijdbaar gevaar. Ze lijkt aan de omgeving te willen laten zien dat ze, ondanks haar gedrag, zo een lesje wil leren aan de moeder. De verontwaardiging heeft veel weg van wat iemand zou zeggen tegen een hoogzwangere vrouw die zich volgiet met drank, ondertussen een sigaret tussen haar lippen heeft met nog wat sporen coke rond de neus.

“Met je kind!” echoot nog enkele dagen na in mijn hoofd, zeker als ik langs het plaats delict fiets. Mogelijk fietst de vrouw nu rond met groot schuldgevoel omdat zij het kind in gevaar bracht, hoe onterecht de scootermutsopmerking ook. Nee, het is de opeenstapeling van heel veel kleine dingen achter elkaar tijdens dat korte moment. De vrouw met het kind sorteerde voor op het vrijliggende fietspad aan de overzijde van het Marnixbad. Heel druk was het niet. Haar hoofd had zich al meermalen naar links gedraaid om zich ervan te verzekeren dat er geen toevallig achteropkomende auto haar leven en dat van het kind zou verkorten. De weg was vrij. Enkele fietsers haalden haar aan de rechterkant in want haar intenties waren overduidelijk. Ze stak geen hand uit, maar dat is misschien zelfs te billijken als je van een vrijliggend fietspad met een gewicht voorop de lagergelegen rijbaan opgaat. Vallen zit dan in een klein hoekje.

Bijna uit het niets racet er een bemutste en bezonnebrilde snorscooter met hoge snelheid over het fietspad. De scootertrijdster neemt niet de rechterkant van de fiets om in te halen. Dat kan ook niet, want daar fiets ik op dat moment. Het lijkt de bestuurder van dit zware gemotorisieerde gevaarte dan blijkbaar een goed plan van het fietspad de rijbaan op te knallen om vervolgens met hoge snelheid de vrouw met kind af te snijden en direct daarna een straat naar rechts in te slaan, het hoofd te draaien en het kortstondige publiek te trakteren op een korte zin met een niet mis te verstane intonatie: “Met je kind!”