Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

De markt voor kaartjes voor evenementen of ticketingmarkt is al jaren ziek. Mensen klagen over idiote bedragen die gevraagd worden voor kaartjes die doorverkocht worden door bedrijven en platformen als Seatwave en Viagogo, gewoon via Marktplaats of andere kanalen. Voor de gewone concertganger is het een ondoorgrondelijke wereld van bedrijfjes en bedrijven die elkaar allemaal douceurtjes kunnen toestoppen.

Het Nederlandse bedrijf GUTS Tickets wil die impasse doorbreken met een combinatie van een app en hetzogenaamde GET-protocol, dat draait op de blockchain van Ethereum. Na het systeem een jaar lang uitvoerig te hebben getest met onder andere de verkoop van kaartjes voor voorstellingen van cabaretier Jochem Myjer, is 2018 voor GUTS het jaar waarin de seinen op groen staan om in ieder geval de eerste 50.000 kaartjes via het échte systeem te gaan verkopen. En het is pas januari.

Toch zal bij sommigen de vraag naar boven komen: waarom heb je hier een blockchain voor nodig? Het tegengaan van fraude kan toch ook op andere manieren, zoals met een centraal orgaan wat frauduleuze transacties moet onderscheppen? Daar is Frans Twisk, mede-oprichter en frontend developer van GUTS, het niet mee eens. Althans, niet als je staat voor een open en transparant systeem.

“Voor veel zaken hoef je geen blockchain te gebruiken, maar als je open en transparant wil zijn, is een blockchain heel praktisch, zeker bij iets als tickets”, zegt Twisk in een gesprek samen met blockchain-ontwikkelaar Kasper Keunen in het nieuwe onderkomen van GUTS aan de Piet Heinkade in Amsterdam.

“Wij komen niet uit de ticketingmarkt en we zitten er nu een jaar in en ik ben nog steeds verbaasd over de corruptie. Bedrijven hebben halve monopolies en die kunnen daar gewoon misbruik van maken”, zegt Twisk.

Zijn mede-oprichter, advocaat Maarten Bloemers hoorde medio 2015 in een radioprogramma voor het eerst over secundaire ticketing en frauduleuze praktijken. Bloemers had al vanuit de advocatuur interesse in blockchains omdat die voor minder papierwerk kunnen zorgen. Uiteindelijk maakte hij samen met zakenpartner Tom Roetgering een proof of concept voor een ticketing-systeem dat een blockchain gebruikt op een hackathon in Oekraïne.

GUTS was geboren, inclusief de basis voor een open en transparant systeem. Zo’n systeem is in eerste instantie vooral interessant voor artiesten, legt ontwikkelaar Keunen uit. “Artiesten geven veel om hun fans, die willen dat hun fans niet te veel betalen. Uiteindelijk vullen artiesten een theater of concertzaal, niet het gebouw zelf”, zegt hij.

Maar niet alleen de artiest is belangrijk, de hele keten moet anders, alleen wel zonder dat de artiest, het theater of de klant daar veel van merkt. Volgens beiden gaat het om een zeer conservatieve markt en wil niemand veel verandering.

Keunen trekt het wat breder naar de hele markt die bezig is met het ontwikkelen van op blockchains gebaseerde applicaties. “Heel veel bedrijven die iets met blockchains ontwikkelen, zijn heel idealistisch. Alles moet anders, van A tot Z. Ik denk dat wij veel dichter bij de venues blijven die al 40 jaar op een bepaalde manier werken en die echt niet veel zaken anders willen doen.”

Ook eindgebruikers zitten vaak niet op verandering te wachten. Keunen geeft een voorbeeld van een gebruiker die een foto met zijn smartphone had gemaakt van zijn computerscherm waar letterlijk in de QR-code staat dat kopiëren geen zin heeft. “Volgens de klant was het geen kopietje, maar een foto”, vertelt Keunen. “De klant had ook een echte kopie bij zich, namelijk een kopie van zijn laptopscherm, dat geeft al aan hoe erg mensen vastzitten in hun oude concept van ‘ik kan het printen en dan is het goed'”.

De eindgebruikers hoeven ook niet te weten dat ze ergens onderliggend in het systeem met een blockchain werken, al is het wel mogelijk het Ethereum-adres te vinden en je eigen transactie en die van eventuele doorverkoop terug te vinden in de blockchain van Ethereum, via Etherscan bijvoorbeeld.

Alle transparantie ten spijt, je zou nog steeds een kaartje kunnen doorverkopen met cash geld of gewoon een bankoverschrijving en dan is het ‘dag met je handje’ naar alle transparantie. Daar is uiteraard ook over nagedacht.

Werking GUTS-app met GET-protocol (bron)

Om te voorkomen dat je een kaartje kunt kopiëren, krijgt elke klant een speciale QR-code in zijn GUTS Ticket-app. Die QR-code verandert de hele tijd, totdat het kaartje gescand is bij binnenkomst van het theater of de concertlocatie. Het is dus niet mogelijk een kopie te maken van de QR-code, want die geldt maar zeer korte tijd. De app zelf is op dit moment nog alleen een voor smartphones geoptimaliseerde web-app, maar er worden ook losse iOS- en Android-apps ontwikkeld.

Mensen die hun kaartje willen doorverkopen, blijven daarom ook binnen het systeem van GUTS. Het eigenaarschap van het kaartje wordt via de blockchain doorgegeven aan de nieuwe eigenaar na verkoop. Omdat de app aan de telefoon zelf verbonden is, en daarmee het kaartje ook, is fraude praktisch niet mogelijk. Tenzij je de telefoon erbij verkoopt. De gevallen waarin dat lucratief is, bestaan misschien, maar dat zijn echt uitzonderingen.

Zoals al eerder aangegeven, ontwikkelde GUTS niet alleen een app, maar ook een protocol, namelijk GET, een token op de blockchain van Ethereum. Hoe dat verder werkt, laten we hier even buiten beschouwing, maar het GET, of Guaranteed Enterance Token, is een zogenaamd ‘smart contract’ op de Ethereum-blockchain, door iedereen in te zien.

Om het smart ticketing protocol te gebruiken, koopt de organisator van een evenement een aantal GET. Die tokens worden voor het achterliggende protocol gebruikt. De organisator hoeft hiervoor niets te weten van blockchains of crypto-wisselbeurzen.

Dat laatste geldt uiteraard ook voor de gebruikers, die ziet nooit iets wat met blockchains te maken heeft. Toch krijgt elke gebruiker GUTS bij het gebruiken van de app feitelijk een Ethereum-adres waarmee hij via de blockchain zijn eigenaarschap van de tickets krijgt. Klinkt ingewikkeld, maar valt op zich erg mee. Het is alsof iemand een veredelde spreadsheet gebruikt om ieders kaartje bij te houden, inclusief de eventuele doorverkoop.

Uiteindelijk moet het GET-protocol opengesteld worden voor derden, zodat die ook apps kunnen bouwen die ermee samenwerken. Dat is het volgende doel van het bedrijf: het vervolmaken van GET en zo hopelijk de hele kaartjesbranche een beetje eerlijker te maken.

GUTS is niet het enige bedrijf dat zich bezighoudt met ticketing in/op een blockchain, maar vooralsnog wel de enige met een werkend product én klanten die bekend zijn. De andere twee bekende namen in de blockchainwereld zijn Aventus en Blocktix, maar beide zitten nog ruim in de alpha-fase; Aventus heeft een werkend testnet zonder bruikbare ‘voorkant’ voor gebruikers en Blocktix zegt evenementen te gaan hosten, maar die organiseren ze dan voor het gemak ook zelf. Beide bedrijven hebben met hun ico’s of initial coin offerings significante bedragen opgehaald, respectievelijk 23,5 en 40 miljoen dollar. Op zich geeft GUTS ook geld weten op te halen met een ico, maar met  zo’n 3,5 miljoen euro heeft het bedrijf een stuk minder ruimte om jaren ‘het perfecte’ product te ontwikkelen en moet men gewoon aan de slag.

Dit is deel 1 in een serie over blockchaintoepassingen van publieke blockchains. Deel 2 gaat over Giveth, een decentrale, altruïstische organisatie.

Update 23 maart 2018: waar nu Seatwave en Viagogo in de lead staat, stond Ticketmaster. Dit was onjuist omdat zelf Ticketmaster geen kaarten doorverkoopt en daarom aangepast.

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

De Amsterdamse March for Science eindigde in een rondje-om-de-Museumpleinvijver, maar dat weerhield de organisatoren en vele vrijwilligers er niet van een feest van de wetenschap neer te zetten. Vlak voor een van ‘s lands bekendste gebouwen en het meest gefotografeerde attribuut van de stad, het Rijksmuseum en het I Amsterdam-logo, mocht de organisatie twee tenten en een podium plaatsen.

De over de hele wereld georganiseerde mars kreeg in korte tijd grote bekendheid, niet in de laatste plaats door het aantreden van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de combinatie met Earth Day. Het Nederlandse initiatief leek vooral binnen de wetenschappelijke community grote populariteit te genieten. Delegaties van verschillende wetenschapsinstituten togen bepakt met spandoeken en borden met allerlei leuzen naar de hoofdstad.

Wetenschapsmarkt

Het officiële startsein voor de mars-die-eigenlijk-een-wetenschapsmarkt-was, werd zaterdagmiddag 22 april om half een gegeven vanaf het podium dat vlak naast het fietspad over het Museumplein stond, met de rug naar de Paulus Potterstraat. In eerste instantie werkte het weer niet erg mee met wat druppels regen en een koude wind, waardoor de paar honderd geïnteresseerden zich in een van de twee witte tenten op het plein verzamelden. Uiteindelijk zouden er een kleine 2000 belangstellenden langskomen volgens de organisatie.

In beide tenten had het publiek de mogelijkheid vragen te stellen over uiteenlopende wetenschappelijke disciplines en mee te doen aan korte workshops of experimenten. Het geheel deed aan als een science center of wetenschapsmuseum-op-locatie.

Dat laatste kwam mede door de opstelling van het stadsbestuur van Amsterdam. Dat wilde geen toestemming verlenen voor een mars door de stad in verband met andere evenementen en de veiligheid. Een andere mars die zich in ieder geval ook op het Museumplein liet zien, was die van de jaarlijkse herdenking van de Armeense Genocide.

Borden en leuzen

Het meest in het oog springende onderdeel van de minimars rond de vijver bestond uit alle borden met leuzen die menigeen niet direct zou begrijpen. Dat hoefde ook niet. Doel van de borden en van de organisatie was natuurlijk het starten van een dialoog met het publiek en eventuele ‘wetenschapsontkenners’, al liepen er niet echt veel verstokte ontkenners van wetenschappelijk onderzoek rond. Uiteraard vond omroep PowNed het nodig om die ene ontkenner en harde schreeuwer te willen interviewen en niet de mensen van Skepsis die er praktisch naast stonden, maar zo gaat dat helaas nog steeds bij de gemiddelde omroep: ‘gekkies zoeken’ is een groot goed.

De vraag hoe om te gaan met mensen die alles ontkennen wat met bepaald onderzoek te maken heeft, zoals vaccinaties, klimaatverandering of gentech, kon niemand goed beantwoorden, tenzij een diepe zucht daaronder valt. Nee, daar is waarschijnlijk weinig aan te doen. Maar het feit dat zo veel wetenschappers en sympathisanten zich op deze wijze uiten, laat hopelijk toch enkele ontkenners zich achter de oren krabben. In Amsterdam zorgde het in ieder geval voor een saamhorige middag tussen over het algemeen gelijkgestemden.

Plakjes kat

En anders zorgden een in plakjes gesneden kat van het Utrechts Universiteitsmuseum, speciale workshops voor kinderen over wetenschap van Mini Professors, ijsjes van het KNAW, telescopen van het Anton Pannekoek-instituut, de verschillende talks op het podium en de kleurrijke, over het algemeen zeer internationale, bezoekers voor een prettige middag.

De uitsmijter van de mars rond de vijver was aardig, maar vermoedelijk weinig impactvol. Mocht de mars in de toekomst weer eens gehouden worden – en we hopen natuurlijk dat dit niet nodig is – dan graag écht een lange mars door de stad.

Ruimte delen

Ruimte delen

Schermafdruk van 2016-01-05 20-20-49Locatie: Nieuwe Spiegelstraat met als acteurs auto’s, fietsers, voetgangers, brommers en scooters. Breedte van de straat: verdomd smal voor een straat waar alles tegelijk door mag, al geldt voor auto’s een eenrichtingsregel.

Scène 1:

Range Rover, type: ik-kom-nooit-maar-dan-ook-nooit op iets met zand of modder terecht. 2,2 meter breed. Aantal inzittenden: één.

24 fietsers, zestien tegen de rijrichting van de auto in, acht fietsen dezelfde kant als de auto op. Onder de fietsers bevinden zich een bakfiets en vijf met een krat voorop waarvan één met een zwaarbeladen krat. Verder zijn er nog drie fietsen die een extra persoon op een bagagedrager vervoeren. Ook zitten er nog drie toeristen tussen op huurfietsen en waarschijnlijk nog twee Airbnb-ende toeristen die de fietsen van het huuradres geleend hebben. Lastig, moeilijk herkenbaar. Dan blijven er tien ‘gewone’ fietsen over. Althans, het is natuurlijk ook nog eens spits, dus het gros van de fietsers is gehaast  en weet niet van inhouden.

Het is relatief rustig. Er is maar één scooter te bekennen met twee langharige blonde Amsterdam Zuid-meisjes erop. Het is een brommer-scooter, want ze dragen helmpjes.

Aan voetgangers ook geen gebrek en vreemd genoeg is het toch een aantal mensen gelukt enkele fietsen op het smalle trottoir te ‘parkeren’. Ook staat er nog een steiger voor een pand waardoor voetgangers structureel de rijbaan opstappen.

De witte Range Rover bevindt zich in eerste instantie nog op de Spiegelgracht, dus ondanks de drukte in de Nieuwe Spiegelstraat is het nog redelijk te doen. De snelle jongens (m/v) op de fiets met spits-haast knallen overal redelijk soepel doorheen. De scooter valt ook nog wel mee, want de ruimte is op zich voldoende voor smal gemotoriseerd verkeer. Tot de witte Oud-Zuid-patjepeeërbak  zich in het straatbeeld duwt. De  bakfiets en de twee vermoedelijke Airbnb-toeristen voor zich die niet echt de kunst van het recht sturen hebben begrepen. Achter de auto proppen de overige vijf fietsers zich de straat in.

Natuurlijk is het heel vervelend dat de Airbnb-toeristen niet echt snappen hoe het verkeer in Amsterdam werkt. De Range Rover hangt er geïrriteerd achter. Ondertussen naderen de zestien zich in tegenovergestelde richting bewegende fietsen allemaal gestaag de auto. Het zwaarbeladen krat weet zich ternauwernood langs de wagen te manoeuvreren om vervolgens wel een woordenwisseling te krijgen met iemand die langs de steiger probeert te komen. Fietsers met korte lontjes achter de auto proberen de bak in te halen. Niet zo gek met die trage, slingerende, bemutste fietsers ervoor.

Scène 2

De t-splitsing met de Herengracht is bereikt en de auto slaat naar rechts af. De scooter draait naar links, het smalle fietspaadje op richting Leidsestraat. Daar past de scooter weer eigenlijk niet en de bakfiets is ook niet zo handig. Uiteraard staan er toeristen midden op het fietspad, foto’s te nemen van onbeduidende dingen, zoals elkaar.

Scène 3

Waar is Jerry Springer als je hem nodig hebt om de moraal van het verhaal uit te leggen? Ah, vandaar, hij laat verstek gaan bij lastige dingen. De moraal van het verhaal is natuurlijk: ruimte delen. Met in 2014 14,4 miljoen toeristen in de stad, een groeiende bevolking en nog net zo veel ruimte als voorheen, lijkt het niet meer dan logisch dat er gezocht wordt naar manieren om het voor iedereen zo praktisch en prettig mogelijk te maken. Auto’s hebben nooit echt goed gepast in de stad, zeker niet met het steeds breder worden van die apparaten. Aangezien zelfs de gemiddelde ‘Mini’ tegenwoordig praktisch twee meter breed is, vergelijkbaar met een terreinwagen van Mitsubishi, de Outlander bijvoorbeeld, zouden er toch eens belletjes moeten gaan rinkelen.

De ene kant schreeuwt: veiligheid! Terwijl deze joekels het voor heel veel anderen beduidend onveiliger maken. Is de verwachting dat we binnenkort ook lopend over straat gaan met een helm op omdat die apparaten steeds hoger, breder en zwaarder worden? Lijkt me vrij absurd. Als iedereen die nog een auto wil hebben, in kleine, lichte wagentjes rondrijdt, ben je in een keer van veel problemen af. De jongere generatie lijkt zich toch steeds minder in auto’s te interesseren en die vinden een Car2Go-abonnementje wel prima (1,66 meter breed zo’n elektrieke Smart).

IMG_20150927_154708.jpg
Links een opklapbaar ‘krat’. Het bestaat!

Het ruimteprobleem houdt helaas niet op bij auto’s. Niet dat het aantal plekken voor fietsen enorm zou toenemen bij het verdwijnen van veel auto’s uit het straatbeeld, het blijft zo dat men het liefst zo dicht mogelijk ergens bij in de buurt parkeert. Dat kan best, maar dan moet het wel blijven passen. Kratten voorop zijn dan wel heel grote boosdoeners. Niet als ze inklapbaar zijn en de breedte van een standaard bagagedrager krijgen, maar wel in de grote plastic-kratvorm. Afgezien van een enkeling, proberen de meesten de fiets-met-krat in een fietsenrek te proppen. Dan wordt de eis ineens: maak fietsenrekken met plek voor kratten, terwijl op die manier de herwonnen ruimte ineens opgeslokt gaat worden door te ruim bemeten fietsen? Lijkt me dat zoiets andersom werkt.

 

 

De achterkant van… het Slangenpand

De achterkant van… het Slangenpand

Het gelijk zit aan de achterkant. Soms. Heel soms is er even de ruimte voor een kijkje binnen in de stad naar zaken die anders onzichtbaar zijn. Voor het oog verborgen door huis en haard. Tot, heel soms, een optrekje verdwijnt. Meestal om plaats te maken voor een nieuw gebouw. Af en toe voor nieuwe openbare ruimte, maar ach. Wat doet het er toe. Dit is de achterzijde van waar ooit verschillende gekraakte panden stonden met als beroemdheid het Slangenpand, verlaten door door de bewoners op 22 maart 2015. Het belendende zaaltje in een garage dat vaak dienstdeed als een bioscoopje is helemaal niet meer. En al wat er tussen zat. Zondag 1 november 2015:

En uiteraard hoe het er in het nabije verleden uitzag. Augustus 2015 en juli 2009, bron Google Maps:

 

Duurzaam Amsterdam: al het fossiel de deur uit

Duurzaam Amsterdam: al het fossiel de deur uit

Alle met fossiele brandstoffen aangedreven apparaten zo snel mogelijk de stad uit. Daar zou zo’n kleine stad als Amsterdam in rap tempo aan kunnen werken. Zijn daar werkelijk nog argumenten voor nodig? Toevallig bericht het Parool van maandag 28 september over een groot longartsencongres in de stad: het is op sommige plekken slecht toeven voor mensen met longproblemen. Er wordt zelfs een gezonde route aangegeven. Via het Vondelpark. Gelukkig mag ik dagelijks een groot deel van mijn fietsroute van zo’n 7 kilometer van zuid naar noord via het park laten lopen. En vice versa, al nijg ik vaak voor de route ‘binnenstad onder het museum door’ voor de terugweg. Het oog wil ook wat.

Als niet-ochtendmens ben je ‘s ochtends wat gevoeliger voor de omgeving. Geluiden komen harder binnen en ergernis openbaart zich sneller. Praktisch elke ochtend vanaf het moment dat je het Vondelpark verlaat bij die onmogelijke stoplichten bij de kruising met de Stadhouderskade, begint het al. Zeker als je na achten op de fiets gekropen bent. Kilometers langzaam rijdend verkeer staan voor de stoplichten op de kade te wachten. Grote bussen die later in een parkeergarage onder het Museumplein moeten parkeren. Vrachtauto’s formaatje ‘ruim bemeten’ en natuurlijk vol met veel te grote auto’s, allen bevolkt met één persoon. Daarna richting Marnixstraat, die heeft ten slotte de minste stoplichten, naar de Westerdoksdijkpont. Al is de Marnixstraat relatief rustig qua autoverkeer, blijft het verbazingwekkend hoeveel scooters er rondrijden. Nee, geen elektrische scooters inderdaad. En hoe lang die lucht blijft hangen…

Elektrische vrachtboot

Bangkok 17 augustus 2008 | Krijn Soeteman
Bangkok: met heel veel taxi’s wordt het op den duur ook best krap…

Amsterdam is klein. Heel petieterig klein. Waarom heeft die lobby die de grachten weer wilde gebruiken voor vervoer met elektrische boten het nooit gehaald? Waar is dat schip gestrand? Waarom mogen grote vrachtauto’s de stad in? Waarom zulke grote bussen? Waarom van die enorme, veel te brede auto’s (die en passant ook nog veel gevaarlijke situaties voor fietsers opleveren in smalle straten zoals de Spiegelstraat)?*

Waarom durft de stad niet rigoureus te zijn en te zeggen: we wonen en werken in een aardige stad die heel veel schoner is dan vroeger. Heck, we zwemmen zelfs in de grachten tegenwoordig. Maar de stad kan nog veel schoner en bovendien veel prettiger om in te leven. Een stad die een voorbeeld kan zijn voor andere oude steden in Europa die te kampen hebben met luchtvervuiling en wat al niet meer. Als zelfs Parijs zondag 27 september al autoloos kon zijn…

Times Square autovrij

Je krijgt de stad die je plant, zoals ook het Project for Public Spaces onlangs al blogde in het licht van het autovrij maken van Times Square in New York: “If you plan cities for cars and traffic, you get cars and traffic. If you plan for people and places, you get people and places.”

Dat zou nou een prettige quote zijn voor het eind van het verhaal. Maar wat moet er dan met al die mensen die wel afhankelijk zijn van scooter, auto of vrachtwagen? Scooters lijkt me duidelijk: als doorge-evolueerd, dik ding kan de scooterrijder heel makkelijk terug naar waar het apparaat zijn roots vindt, althans de helmloze versie: naar de fiets met hulpmotor in de vorm van een e-bike. Zijn we direct af van die te brede en te zware apparaten en van een heleboel stank. De auto. Tja, weg ermee is wat makkelijk gezegd en als monopolist Car2Go niet ineens uit Noord vertrokken was en er verder niet veel andere serieuze spelers op de autodeelmarkt zijn, is het nog wat lastig. Maar de auto kan in veel bijna alle gevallen veel kleiner. Vierkante koekblikjes met laag vermogen die precies zijn wat ze zijn: vervoer. Kijk voor de grap eens naar Tokio of zo. Daar zijn ook de vrachtautootjes in de stad klein. Waar de boel overgeslagen wordt, geen idee, maar grote vrachtwagens zijn zeldzaam in de grote Japanse steden. Bussen, ook klein. Klein en veel met veel stops zodat niemand nog een auto nodig heeft. En de eeuwig terugkerende fiets niet te vergeten. Steeds meer grote steden omarmen hem en wij blijven zelf tussen wal en schip hangen.

Zones en verboden

Oh ja, en die grachten dan? Tuurlijk, dat is ook niet over een nacht ijs. En eerst moet het gros van die auto’s langs de waterkant weg. Dan is het slechts een kwestie van tijd voordat de eerste slimme boten op ingenieuze wijze aan de kades kunnen laden en lossen.

Helaas blijven we steken bij wassen neuzen als een verbod op dieselauto’s van voor 2001 en eeuwig gesteggel over wel of geen 30 kilometerzone voor de hele binnenstad.

Overigens, wie denkt dat nadenken over duurzame steden iets is wat pas in de jaren ’70 van de twintigste eeuw opkwam: dat beeld klopt niet. De eerste zoektochten naar duurzame steden kwamen al op aan het eind van de negentiende eeuw tijdens de grootscheepse industrialisatie, zoals de Garden Cities of To-Morrow in het door vervuiling geplaagde Verenigd Koninkrijk.

*Fietsers met grote kratten voorop doen ook goed mee aan ruimteverspilling, maar dat nu even terzijde.

Uit de toon: een paal met bord

Uit de toon: een paal met bord

Brug 415 over het Zuider Amstelkanaal in de Parnassusweg met haar mooie bruggenhoofden. Gehouwen door Hildo Krop begin jaren ’40 van de twintigste eeuw. Aan de ene kant de ‘Muze’ en aan de overzijde ‘Ode aan Berlage’ met drie kunstenaars die in de jaren ’30 overleden. Richard Roland Holst met palet en penseel, Mendes da Costa met hamer en beitel en Berlage met driehoek en tekenliniaal. Het hele gebied richting stad straalt een een soort berustende allure uit. Beetje saai misschien.

Maar nu niet meer! Er staat een houten paaltje met een bordje. Het valt gezellig uit de toon. Het is bedoeld om in een park te staan, maar nu is het even de weg kwijt. Het is voor van die mensen die een rondje rennen om ‘de conditie erin te houden’. Het is met de beste bedoelingen. Echt. Rode stippen op de betonnen vierkante straattegels leiden ernaartoe. Om de zoveel meter een stip. Anders raak je de weg kwijt. Of weet je niet zeker meer of je wel precies tien kilometer gerend hebt. Hier moet de renner naar rechts als je ‘met de klok meerent’. Of naar links voor de tegendraadsen. Het bordje toont de route door het zuidelijk Amsterdam. Moeilijk is de route niet: volg de Zuider Amstel, ga met de klok mee vier keer écht naar rechts en op den duur ben je weer waar je begon. Zo gaat dat met rondjes die niet over een cirkelvormig circuit gaan.

Toch moest voorkomen worden dat er iets mis kan gaan. Daar was dus een bordje voor nodig vond iemand. Of een commissie, dat is waarschijnlijker. Een uitleg erbij over hoe je dat rondje moet rennen. Iemand kan toch overal willen beginnen? Niks aan de hand? Wel hier. Op deze plek. Hier is het gek. Waarom nou zo’n bordje. Waarom niet een die wel in dat fragiele straatbeeld past dat moet opboksen tegen wat er aanpalend aan de Parnassusweg richting het zuiden ligt. Er kan best een bordje staan om mensen te helpen hoe de extra belasting op de kniegewrichten richting te geven, al rennen al die types met smartphone en tracking-app. Maar de keuze is op z’n zachtst gezegd ‘apart’.

En ja, er staat nog iets naast. Een prullenbak. Vol. Of het handig is prullenbakken te plaatsen en of deze hier per ongeluk ook niet uit de toon valt, daar valt over te praten. Ondanks alles toch minder dan de nieuwe houten richtinggever.

6481723019_004c450dfb_o
Die aan de andere zijde, de Ode aan Berlage

Fietser afsnijden

Fietser afsnijden

“Met je kind!” De verontwaardigde uitroep komt uit de mond van een scooterrijdster met grote zonnebril en een muts, net nadat ze een vrouw met zuigeling afsneed. De scooterrijdster lijkt met haar uitspraak als doel te hebben om aan te geven dat ze het niet eens is met hoe de vrouw haar kind blootstelt aan vermijdbaar gevaar. Ze lijkt aan de omgeving te willen laten zien dat ze, ondanks haar gedrag, zo een lesje wil leren aan de moeder. De verontwaardiging heeft veel weg van wat iemand zou zeggen tegen een hoogzwangere vrouw die zich volgiet met drank, ondertussen een sigaret tussen haar lippen heeft met nog wat sporen coke rond de neus.

“Met je kind!” echoot nog enkele dagen na in mijn hoofd, zeker als ik langs het plaats delict fiets. Mogelijk fietst de vrouw nu rond met groot schuldgevoel omdat zij het kind in gevaar bracht, hoe onterecht de scootermutsopmerking ook. Nee, het is de opeenstapeling van heel veel kleine dingen achter elkaar tijdens dat korte moment. De vrouw met het kind sorteerde voor op het vrijliggende fietspad aan de overzijde van het Marnixbad. Heel druk was het niet. Haar hoofd had zich al meermalen naar links gedraaid om zich ervan te verzekeren dat er geen toevallig achteropkomende auto haar leven en dat van het kind zou verkorten. De weg was vrij. Enkele fietsers haalden haar aan de rechterkant in want haar intenties waren overduidelijk. Ze stak geen hand uit, maar dat is misschien zelfs te billijken als je van een vrijliggend fietspad met een gewicht voorop de lagergelegen rijbaan opgaat. Vallen zit dan in een klein hoekje.

Bijna uit het niets racet er een bemutste en bezonnebrilde snorscooter met hoge snelheid over het fietspad. De scootertrijdster neemt niet de rechterkant van de fiets om in te halen. Dat kan ook niet, want daar fiets ik op dat moment. Het lijkt de bestuurder van dit zware gemotorisieerde gevaarte dan blijkbaar een goed plan van het fietspad de rijbaan op te knallen om vervolgens met hoge snelheid de vrouw met kind af te snijden en direct daarna een straat naar rechts in te slaan, het hoofd te draaien en het kortstondige publiek te trakteren op een korte zin met een niet mis te verstane intonatie: “Met je kind!”

Headers #8

Headers #8

Header #8
Header #8
Jaagpad under Ringweg A10 Amsterdam
Jaagpad under Ringweg A10 Amsterdam

Foto: Krijn Soeteman
Date: March 2014
Camera: Kodak Brownie Hawkeye model 2

I used this header for the site for approximately seven months, until November 4, 2014.

The Brownie has some lens distortions which I like. It’s also hardly possible to know exactly what you shoot, so there’s quite a large error margin. Apparently I left the camera for a long time before I shot this photo, as it’s quite dusty. I always turn the wheel so the next photo can be taken immediately (and so you know you’re not shooting over another pic). This means that when you leave it for a while, dust will aggregate on the film. Hence: dust!


View Larger Map

From Volkskrantgebouw to Volkshotel

From Volkskrantgebouw to Volkshotel

The Volkshotel in the former building of the Volkskrant, still one of the largest newspapers in The Netherlands, transformed during the past year (and the years before that) into an almost new building.

I’ve been experimenting with many different (old) camera’s the past few years. It turned out I took quite a few pictures before, during and (almost) after the make over of the once modern building since I became a member of Bureau Wibautin the Broedplaats** in the VK-building.

Used cameras: Nexus 4, Polaroid (SX-70 and 600), Kodak Brownie model 2, Agfa Rekord II, Venaret

There’s a big disadvantage using a scanner for Polaroids: the tiny layer of plastic shielding the picture from the outside world is thick enough to make the picture look out of focus or just a bit unsharp..

* Bureau Wibaut, a collective of journalists and other media-producing people
** Broedplaats: artist run initiative, a place where rents are relatively low and creativity is high

HowTo: walk or cycle in Amsterdam*, a tourist guide

HowTo: walk or cycle in Amsterdam*, a tourist guide

The rules of thumb are pretty simple:
Walk
  • If you want to cross a street, start walking, but do not change speed or direction. The Dutch cyclist will always try not to hit to avoid you. The cyclist cannot avoid you when you stop at once in the middle of the street because you got scared. Now the trajectory which was formed beforehand in the cyclist’s brain, is wrong and the cyclist may hit you after all.
  • If you look up to admire the beauty of the canal houses, do not fall of the pavement (many do, true!).
  • Do not walk on the road, this is the part of the street which usually contains Dutch clinkers in older cities, including motor traffic (a few cars, a lorry here and there, some scooters and cyclists)
Cycle
  • You’re a tourist. You know nothing of the Dutch unwritten rules of cycling. Don’t try to act like your Dutch, which means: when Dutchies cycle in the opposite direction on a cycling path (which is not allowed) they do it because they can. When you try to cycle in the opposite direction, you usually don’t do it the right way. And explaining ‘the right way’ is just not possible.
  • Cycling on the pavement is often done by Dutchies, but – apart from the fact that it’s pretty annoying – this is not allowed either. You’ll never learn to do it the ‘right’ way (personally I dislike pavement-bikers very much, unless I do it myself)
  • If you rented an airbnb-like place or stay at a friends house and you’re allowed to use the beaten up Dutch bikes, please add a red flag or something telling Dutch road users you’re a tourist. Remember, you’re in disguise now. Rental bikes say: this is someone who probably hardly ever cycles. Keep distance, maybe ring your bell.
  • You should Not ring the bell. It’s for warning signals only, not a toy (which means: when you’re in a scary situation, ring it!)
From left to middle: pannier, front racks, front basket, child seat,
From left to middle: pannier, front racks, front basket, child seat,

Well, that was quite a list. How to lock your bike and other stuff will probably be explained by your bike rental shop.

Why those ‘rules’? It’s fairly simple. When I cycle through the stunningly beautiful city centre of Amsterdam I cycle pretty fast. I can’t help it. My daily regular cycling schedule to and from the office totals at least 11 kilometres**. Any other one way cycling trip usually adds about 5 km to that amount (so if I go and have a drink in the city, I’ve cycled about 21 km that day). Not only when the Sun is shining or when there is a pretty strong breeze. No, everyday. Sun, rain, snow, cold, warm, dark, light, dusk or dawn. It doesn’t make a difference.

But then, always around: tourists. During the holiday season they are as ubiquitous as the bikes. Hopefully this blog helped you understand how the local cyclist feels and thinks and keep you out of trouble!

Have a pleasant stay!

* Or any other city with many cyclists
** Miles, miles. Please! The US, Birma and Libya use the Imperial System. The rest uses SI (France: Système international d’unités) or International System of Units. OK, one time and one only: 11 km = 6.835 miles.