Het warme Noorden

Het warme Noorden

Transportschepen op de Noordpool en aardbeien op Groenland? De gevaren van klimaatverandering zijn welbekend. Maar welke mogelijkheden biedt een ijsvrije Noordpool? Tegenlicht zocht het uit.

Artikel "Het Warme Noorden", VPRO Gids #46
Artikel “Het Warme Noorden”, VPRO Gids #46

‘Investeren in het Noordpoolgebied kent nog een hoog risico,’ zegt Maarten Loonen, universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Toch wordt er veel naar het Noordpoolgebied gekeken. Ook door Nederland.’ Laurence Smith, de schrijver van het boek The world in 2050 en geografieprofessor aan de UCLA in Californië, beaamt dat: ‘Het Arctisch gebied blijft op de korte termijn een gevaarlijke en afgelegen regio, maar op de lange termijn kan er een hoop veranderen, waaronder meer menselijke bewoners in het Arctisch gebied.’

Steden zullen op de lange termijn steeds rijker worden en de vraag naar grondstoffen zal explosief blijven toenemen. Gemondialiseerde markten en klimaatverandering zullen allemaal bijdragen aan meer menselijke activiteit in de Arctische regio met meer mijnbouw, visserij, toerisme, scheepvaart en winning van olie en gas. Smith ziet tegen 2050 zelfs de eerste Canadese universiteit boven de zestigste breedtegraad verrijzen.

In de aflevering ‘Het warme Noorden’ gaat VPRO Tegenlicht gaat zondag in op de toekomstige potentie van de regio. Aan het woord komt onder meer de Noorse ondernemer Felix Tschudi, die in 2010 als eerste een niet-Russisch schip liet varen via de transarctische zeeroute. We zien Chinezen op IJsland druk bezig met plannen voor hotels en golfresorts en het in gebruik nemen van een ambassade met plek voor 500 man, terwijl ze door Noorwegen juist weer angstvallig buiten de deur worden gehouden. En VPRO Tegenlicht volgt voormalig president van Groenland Aleqa Hammond, op zoek naar de bodemschatten die het land rijk is. Want bij het terugtrekken van het landijs op Groenland hoort ook het vrijkomen van bewerkbaar land en toegang tot meer delfstoffen.

Zeerechtverdrag
Het economisch belang van de regio verschijnt steeds meer op de politieke agenda van de landen buiten het Arctisch gebied. In 2013 voeren reeds 44 containerschepen in het hoge Noorden, al volgden hiervan nog slechts negentien de hele transarctische route. Desalniettemin lijken de mogelijkheden schier eindeloos, iets dat zorgt voor meer kapers op de kust, niet in de laatste plaats bij de verdeling van de Noordpool en het gebied daaromheen midden in de Noordelijke IJszee. ‘Die verdeling wordt nu opgehangen aan Unclos, het vn-zeerechtverdrag,’ zegt Loonen, ‘Daarin staat beschreven wat landen zich kunnen toe-eigenen en waar ze recht op hebben. Standaard is dat de 200-mijlzone. Ook staat in Unclos dat de landen gebruik mogen maken van de afstand waarover het continentale plat zich uitstrekt voor de kust.’

Dat laatste gebied is moeilijk te definiëren en daarom wordt er nu veel tijd besteed aan het in kaart brengen van de zeebodem, legt Loonen uit. Rusland zegt nog steeds alles te kunnen claimen tot aan de geografische noordpool, waarbij een van hun argumenten is dat zij verantwoordelijkheid nemen voor het gebied en hulpposten bouwen – wat in feite militaire bases zijn. Ook Canada doet dat. Zo probeert ieder land in de buurt van de noordpool meer activiteit te laten zien om vervolgens het gebied te kunnen claimen.

Brengt dat geen risico op conflicten met zich? Smith denkt van niet: ‘Binnen de territoriumdrift van verschillende landen is het Arctisch gebied geen nieuw conflictgebied, aangezien de onafhankelijkheid van de landen onbetwist is. De Noordelijke IJszee zelf valt onder het vn-zeerechtverdrag. Conflict in het Arctisch gebied lijkt mij daarom niet heel waarschijnlijk, al heeft de recente geopolitieke spanning tussen Rusland en het Westen de relaties zeker bevroren wat betreft samenwerkingsprojecten in het poolgebied.’

Moeras
Bedrijvigheid zal in het hoge Noorden vooral plaatsvinden op het water en zich toespitsen op het vervoer van olie, gas en goederen. Sommige bestaande havens kunnen daardoor uitgroeien tot belangrijke mainports. Ook al bestaande havens proberen hun belang te behouden, op de Tweede Maasvlakte in Rotterdam staan niet voor niets al enkele opslagtanks voor vloeibaar gas (LNG). Nu nog voor LNG uit het Midden-Oosten, in de toekomst wellicht uit het hoge Noorden.

Heel veel extra activiteit op het land buiten de al bestaande havens en zuidelijke delen verwachten Smith en Loonen niet, omdat de bodem zonder permafrost bestaat uit zompig turf en moeras. Op dit moment is het grootste deel van de infrastructuur en gebouwen afhankelijk van die altijd bevroren ondergrond. Nu al klagen de inwoners op Groenland dat transport minder makkelijk is door de wegvallende zeeijsverbindingen in het voorjaar, iets waar ook dieren veel last van hebben.

‘Wereldwijde klimaatverandering wordt in het Arctisch gebied versterkt door verschillende mechanismen, vooral de zogenoemde albedo-feedback,’ zegt Smith. ‘Die zorgt ervoor dat door minder sneeuw- en ijsbedekking van land en zee de donkere ondergrond meer zonlicht absorbeert, wat voor een snellere opwarming rond de pool zorgt.’

Modelstudies
Wat dat precies voor gevolgen gaat krijgen, is lastig te zeggen. Loonen: ‘We weten dat het onstuimiger zal worden en dat er meer neerslag gaat vallen. Misschien is de ijskap in 2050 voor een groot deel verdwenen, maar dat zijn allemaal voorspellingen op basis van modelstudies. Het is in ieder geval zeker dat de ijskap op de Noordelijke IJszee de komende decennia in de winter nog aan zal groeien tot de grootte die hij nu heeft. De Noordpool wordt geen lieflijke atol, het zal een ruig gebied blijven, donker, koud, stormachtig en klimatologisch steeds slechter voorspelbaar. Je kunt makkelijk zeggen: het ijs is weg, nu kunnen we er naartoe, maar ik zeg altijd: als je daar in de winter bent, ga je dood. Daarom ga ik ook alleen ’s zomers. Er wordt soms gedaan alsof het een poldertje is waar je zo naartoe gaat. Het is joekelsgroot! Vijftien miljoen vierkante kilometer ijs bedekt de Noordelijke IJszee in de winter!’

Tegenlicht laat zich daar niet door weerhouden en onderzoekt hoe je aardbeien kunt verbouwen op Groenland, een golfparcours aan kunt leggen op IJsland en of de Groenlandse aardappelteelt ooit kan concurreren met die in Nederland.

Dit artikel verscheen ook in de VPRO Gids #46 en staat ook op het wetenschapsportaal van de NPO.

De Tegenlichtuizending gaat dieper in de op de materie.

Van uitstoot naar brandstof

Van uitstoot naar brandstof

Zonne- en windenergie opslaan door brandstof te maken uit CO2. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar het kan echt.

De papieren versie
De papieren versie

‘Het meest belachelijke idee is toch wel het opslaan van een afvalproduct. Hergebruik direct! Maak die kringloop! Cradle-to-cradle!’ aldus een energieke Richard van de Sanden, directeur van het Nederlands instituut voor fundamenteel energieonderzoek DIFFER. Hij heeft het over CO2, de bekendste en belangrijkste veroorzaker van opwarming van de aarde. Het broeikasgas onder de grond opslaan vindt hij dus domheid ten top. Wat kunnen we er dan wel mee? Daarover gaat Labyrint TV deze week.

Uitzending: CO2 als brandstof

Read more

Stedelijke ontwikkeling volgt eenvoudige patronen

Stedelijke ontwikkeling volgt eenvoudige patronen

Een stad is een soort sociaal reactievat dat zich gedraagt volgens eenvoudige, universele wiskundige wetten. Een nieuwe studie laat zien dat bestaande vergelijkingen van steden met organismen, mierenkolonies of andersoortige netwerken niet opgaan.

Hoe de nieuwe inzichten tot stand kwamen, beschrijft natuurkundige Luis Bettencourt van het Amerikaanse Santa Fe Institute deze week in het tijdschrift Science.

Toch blijkt dat hoe verschillend steden eruit zien en hoe complex ze ook worden, steden zich wiskundig houden aan vrij simpele universele wetten.

Nutsvoorzieningen
Bettencourt keek via verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals natuurkunde, economie, sociologie en biologie, naar de ontwikkeling van steden. Daarnaast maakte hij gebruik van de enorme hoeveelheid verzamelde data van verschillende netwerken, zoals van nutsvoorzieningen en mobiele telefoons.

“Mensen hebben met het ontstaan van steden een totaal nieuw soort complex systeem gecreëerd,” legt Bettencourt in Science uit. “Ze onwikkelden intuïtief de beste manier om sociale netwerken in tijd en ruimte te plaatsen en ze ook nog te laten groeien en ontwikkelen zonder te moeten stoppen.”

Omdat al die steden zo verschillen, van mega-metropool zoals Tokyo tot een klein stadje in Zweden, lijkt het heel lastig uit te vinden wat voor universele wetten eraan ten grondslag liggen.

Optimale stad
Door juist te kijken naar wat steden nu écht zijn, blijkt dat ze niet zozeer uit agglomeraties mensen bestaan, maar dat het agglomeraties van de verbindingen tussen mensen zijn. Alle andere eigenschappen, de wegen om elkaar te bereiken, de dichtheid die daarvoor nodig is, de economische producten en de ideeën die mensen samen bedenken, komen uit die verbindingen voort.

Het door Bettencourt opgestelde theoretische model suggereert dat een optimale stad bestaat als we de meeste sociale interactie hebben en daarbij ook het hoogste sociale en economische rendement. Daarbij moeten de kosten van spullen en voor het met elkaar in contact komen niet te hoog worden.

Uiteindelijk doen steden iets heel speciaals als ze groeien: ze balanceren het maken van zowel grotere als compactere sociale netwerken die mensen ertoe zet nieuwe dingen te leren, te specialiseren en van elkaar afhankelijk te zijn. Daarbij breidt de grootte en kwaliteit van de infrastructuur zich uit.

optimal city
Bettencourt, “The origins of scaling in cities”, DOI: 10.1126/science.1235823

Het bijzondere is dat niemand in die groeiende netwerken meer moeite hoeft te doen om met elkaar te blijven samenwerken.

Beleidsmakers
Al die verschillende factoren zijn van belang voor beleidsmakers en planners. Om de sociale reactoren goed te laten werken, moeten planners denken in hoe positieve sociale interactie te bevorderen met lage kosten, bijvoorbeeld bij mobiliteit en energie. Een stad kent daarnaast ook problemen, zoals criminaliteit en segregatie, maar door bijvoorbeeld beter transport, zijn dergelijke problemen te verminderen.

Dus wat is een stad? Bettencourt denkt dat de enige metafoor die in de buurt komt een vorm van stellaire fysica is: “Een stad is eigenlijk een soort sociale reactor, daarom lijkt een stad meer op een ster dan bijvoorbeeld een mierenkolonie. Het trekt mensen aan en versnelt sociale interactie en sociale opbrengst op een manier analoog aan hoe een ster materie comprimeert en een ster ‘brandt’ feller en sneller hoe groter die is,”

“Snelle verstedelijking is het snelste, meest intense sociale fenomeen wat de mensheid ooit is overkomen,” zegt Bettencourt. “We beginnen nu langzaam te begrijpen waarom verstedelijking overal plaatsvindt en wat het uiteindelijk voor onze soort en voor de planeet betekent.”

Eerder gepubliceerd op nu.nl met nog een doel om het in combinatie met andere artikelen om te werken naar een groter, verhaal. Hopelijk is daar binnenkort eens tijd voor…

nu.nl – Braziliaanse inheemsen delen DNA met Polynesiërs

Stukjes Polynesisch DNA zijn onverwachts ontdekt in de botten van uitgestorven inheemse Zuid-Amerikanen die in de binnenlanden van Brazilië leefden.

Dat schrijven moleculaire genetici van de Federale Universiteit van Minas Gerais uit Brazilië deze maand in het tijdschrift PNAS.

De ontdekking roept verschillende vragen op, waaronder hoe dit mogelijk is. Had dit te maken met slavenhandel of met lange zeereizen van de oude Polynesiërs?

Om het DNA te bemachtigen, gebruikten de genetici DNA uit de tanden van veertien verschillende schedels van de in de negentiende eeuw uitgeroeide Botokuden uit een museumcollectie in Rio de Janeiro.

Mitochondriaal DNA
Door mitochondriaal DNA (mtDNA) uit het binnenste van de tanden te gebruiken, konden de wetenschappers uitsluiten dat er vervuiling van buiten in het materiaal zat. In twee van de veertien schedels bleek een mitochondriale lijn te zitten die typisch is voor Polynesië.

De onderzoekers geven wel aan dat de spannendste hypothese waarschijnlijk niet waar is, namelijk dat voorouders van de Botokuden ooit, voordat het Amerikaanse continent bevolkt werd zo’n vijftien- tot twintigduizend jaar geleden, met de Polynesiërs in contact waren geweest. Het mtDNA gevonden in de Botokuden-overblijfselen lijkt te recent om dit te staven.

Europeanen
Een andere mogelijke verklaring is dat voordat de Europeanen kwamen, de Polynesiërs al ooit aan de westkust van Zuid-Amerika geland waren, maar dat ze dan ook de hoge Andes over getrokken zouden zijn, lijkt vrij onwaarschijnlijk.

Twee andere mogelijkheden liggen na de aankomst van de Europeanen, waarbij ongeveer 2000 Polynesiërs in Peru te werk gesteld werden rond het midden van de negentiende eeuw, maar er is geen bewijs dat de slaven ook naar Brazilië werden getransporteerd.

Slaven
De meest logische verklaring lijkt te liggen bij de ongeveer 120.000 slaven die tussen 1817 en 1843 van Madagaskar naar Brazilië zijn vervoerd. Een deel van die slaven werd te werk gesteld in de buurt van het leefgebied van de Botokuden.

In hun conclusie geven de wetenschappers aan dat er op dit moment niet genoeg bewijs is voor een van de hypotheses. Verdere studies op moleculair niveau kunnen misschien ooit de reizen die de bevolking van het Amerikaanse continent maakte om er te komen, preciezer ontrafelen.

Bron: http://www.nu.nl/wetenschap/3391323/braziliaanse-inheemsen-delen-dna-met-polynesiers.html

Nano-ethische kwesties

Nano-ethische kwesties

Van veel nanotechnieken weten we nu al dat ze ons leven gaan veranderen. ‘Dus moeten we nu ook bedenken wat we aanvaardbaar vinden.’

De papieren versie
De papieren versie

‘Stel je voor dat je bij de drogist voor €14,95 een geslachtstest koopt, zoals je nu een zwangerschapstest haalt. Dan burgert zoiets ineens heel snel in. Daar moet je als ethicus nu echt over meedenken, midden in het debat staan en niet vanaf de zijlijn toekijken.’ Peter-Paul Verbeek, techniekfilosoof aan de Universiteit Twente, laat direct een dilemma zien: vinden we dat dit mag, aan het begin van je zwangerschap achterhalen of je een jongen of een meisje krijgt? Met toekomstige Lab-on-a-Chip-technieken zal het mogelijk zijn.

Uitzending: Embryo-on-a-Chip

Read more

Mini Maker Faire Groningen

Mini Maker Faire Groningen 2012
Met laser gesneden/gezaagd bord bij ingang van de eerste officiële Groningse Mini Maker Faire 2012

Nu is het de Maker Faire in Groningen die het landelijke nieuws haalt. Ruim een eeuw eerder kon je verschillende interessante lokale projecten vinden in de provincie met diezelfde naam die het grootste gedeelte van het land nog moest ontberen, namelijk projecten die later bekend zouden worden onder nutsvoorzieningen. Zoals Uithuizen met een gasbedrijf in 1905, Middelstum met z’n eigen elektriciteitscentrale in 1910 en iets eerder Groningen stad met een eigen waterleidingbedrijf in 1881. Ja, die provincie was er als de kippen bij.

Herhaalt die geschiedenis zich nu? Is het kleinschalige enthousiasme en vooral ook doorzettingsvermogen, een voorbode voor wat komen gaat? Dat zou toch prettig zijn. Een wereld waar we lokaal mens zijn met toch een wereldwijde markt, alleen dan een markt van ideeën en niet zozeer een markt van fysieke objecten, want die maak je thuis. Of anders ergens in de buurt. En als het niet in de buurt kan, dan moet het wel heel raar lopen wil dat écht niet kunnen. En als het kan, maar het is er nog niet, dan regel je het toch zelf? Of met iemand. En die kan dan weer aan de andere kant van de wereld wonen.

Zover is het nog niet. Nog lang niet? Dat is twijfelachtig. Maar terug naar Groningen en de eerste officiële Mini Maker Faire op het Europese vaste land.

Impressie
Veel blanke mannen en in iets minder grote hoeveelheden de dito vrouw. Praktische schoenen – werkschoenen. Broek-met-van-die-zakken-aan-de-zijkant. Daarnaast allerlei pluimage, veel kinderen die zich vergapen aan grappen die uit te halen zijn met… alles eigenlijk.

Materiaal van de toekomst: hout, voor de bulk. Verder elektronica om de boel slimmer te maken en kunststoffen van ‘bioplastic’. Handig, want afbreekbaar. Verder ook vast wat niet-afbreekbare kunststoffen, maar een kniesoor die daar nu al over gaat zeuren.

Verwerkingsmethoden: van al eeuwen bekend tot vrij nieuw. Hamer, spijker, schoef en boor. Ze zijn er allemaal nog. Daarnaast nu dus de 3D-printer in allerlei vormen en met vele verschillende printmogelijkheden. En is de 3D-printer er voor het kleine, fijne werk, voor radertjes en ander klein spul, de dingen zelf zitten vaak in een omkisting van hout. En dat hout, dat ziet er heel erg strak uit. Zo strak doet mijn figuurzaag van de timmerclub dat niet!

Laser-snijden
Het antwoord op de vraag hoe te zagen dezer dagen is vrij simpel en komt uit de metaalindustrie: de laser cutter. Met laser cutting is vrijwel elke twee-dimensionale vorm uit een plaat hout te krijgen. En nu de nieuwigheid er nog niet vanaf is, is ook de donkere verkleuring van het verbrande hout langs de randen nog een optisch mooi gegeven, al zal die verkleuring snel de weg van de afgeronde ‘web 1.0’ randjes van oud photoshop-werk volgen.

Allemaal inspirerende zaken, waarbij ik toch niet echt een bevredigend antwoord heb gekregen op de vraag waarom men zo graag met de open-source gedachte te koop loopt en die gedachte ook aan iedereen uitlegt, terwijl er bijna geen andere OS-en dan Windows of OSX te bewonderen waren. Ok, in een klein hoekje in het Pomphuis was ruimte voor verschillende Linux-desktops waarachter verscheidene pubers kunsten vertoonden met zo snel mogelijk dingen op de command line typen. En kom nou niet met het argument dat de command line nog zo hard nodig is bij populaire distro’s. Wel Blender, Inkscape en Gimp gebruiken, maar dat toch op een Win-compu.

Voor mij waren de ‘Talks’ het interessantst, al heb ik ze niet allemaal gevolgd. Binnen de opzet van het festival hadden die misschien een betere plek mogen krijgen, vooral ook omdat de ruimte vlak naast de grote, lawaaiige werkplaats lag. Aan de andere kant was het wel heel toegankelijk op deze manier: het was niet zo’n zaaltje waar je eigenlijk niet naar binnen durfde.

Ergens in de wandelgangen pikte ik nog op dat mensen het jammer vonden dat het niet meer in ‘het westen’ plaatsvond. Tja, als ik me dan een voorstelling maak van hoe het nou zou zijn als dit op het Westergasterrein zou plaatsvinden. Direct gekaapt door de bakfietsmaffia, de ‘biologische, ik ben zo gezellig’-koks, de ‘experience’ zou leidend zijn, niet het echte verhaal. De ‘talks’ zouden ook op een hoog plan getild worden; TED moet het zijn! De mensen zouden ook rondlopen op UGGS (of wat er nu hip is).

Ik denk dat het pas doordringt in Amsterdam als het híp is. Dus wie loopt er nou eigenlijk achter?

Interview: Nancy Schoenmakers

Exhibition in the Fashion Hotel. For the coming two months the hotel is showing fashion photos by Nancy Schoenmakers. She is an ’almost thirty years old’ photographer from The Netherlands. She has been nominated for different awards and has exhibited her work in many different galleries and expo’s. I had the chance to catch her for an interview in advance of her latest exhibition.

Why Fashion Photography?
“I’ve always been involved in photography in addition to my teachers training. The art school in Utrecht is engaged to documentary photography, but I soon found out that it was not really my thing. I like to direct a story. After Utrecht I enrolled onto the Royal Academy in The Hague in the third year for commercial photography, which is fashion and advertising. I did an internship at Petrovsky and Ramone, two leading fashion photographers of our time. They’ve been very inspiring. Then I went to New York, did lots of different things there and by the time I got back, I was graduated. Thats three years ago already!” (giggles).

And then suddenly your own exhibition.
“Going away for a while and do some shoots elsewhere felt good. Also the idea that the best work would be in an exhibition is a good incentive“

So you knew in advance the best California-work would be exhibited?
“Indeed! And also five older works. Things go very fast now and I shoot a lot. During the NY Fashion week I also photographed shows there. An interesting experience!“

The glimpse of the photo’s I’ve seen showed me mainly outdoor photography, am I right?
“Yes. I like it very much. But I couldn’t show much of the photos, as they aren’t officially published yet. So there are a few teasers. Did you see the youtube-video? “

Yes.
“Then you could see a bit of what the outdoor locations in California looked like! I love shooting outside very much, I find it exciting and I also like it to go abroad to shoot because everything is new, everything is so refreshing… I only worked with local people. I love the dynamic image very much and work with many movements. I do not work with tripods, I feel too limited. I shoot mostly out of hand“

What feeling did you want to give us with the images?
“My vision of beauty (…) and a story in the pictures, which I want to tell.”

Do you have a direction where you want to grow?
“I think I make a step at a time. Ambition never ceases. I would like to work for international magazines and shoot major advertising campaigns. “

Which brings me to a question on the way you work: did the online world change that?
“Well, Internet is just very convenient. You can mail or Skype agencies and interesting people. Without the Internet it would be impossible. Then you had to go there, make local contacts, etc. This is simply faster.”

And has it affected your photography?
“Well, many people call themselves a photographer and put their pictures online. And besides that you see a hundred thousand images, everyone takes pictures and puts them on facebook or somewhere else. It all goes much faster, but I think it has many advantages.”

Do you think it is important that you worked with analogous photos?
“Pooh.. Now I’m thinking of the people who never experienced it. I think it’s good that I’ve been there. It is important that the young generation knows where photography comes from.”

One more thing: do you have a signature in your image?
“I asked a few people how they would describe my work. Eye-catching, feminine, colourful, fresh, daring, edgy, although I sometimes wonder if it’s all that. I don’t know. My work is very much in your face. It’s not romantic. But I’m not so busy with those questions. I shoot the way I shoot. That’s my pen, a part of me. When I look at other hobbies: I am a singer, I make music in a band. I love loud music and stuff.”

Ha, in a band, what’s the name?
“An electro-pop-rock-punk band. We’re called “Inspect My Gadget”. Haha! But yes, it is difficult, now I’m back, but I was just gone for two months. Now the base player is pregnant, so every time there\’s something in between.”

Thank you for your time! I am looking forward to the exhibition. Is it in one space or throughout the hotel?
“Yes, it is spread through the hotel and people can also buy work!”

More: Nancy Schoenmakers

This interview was published online on http://zero20.nl, April 2011. The initial idea was to make it part of a series, but then I got a ‘normal’ job… 
Werkende IBM 604 uit 1948

Werkende IBM 604 uit 1948

(English: below) Enkele jaren geleden kreeg ik de mogelijkheid naar een alleraardigst museum in het Duitse Sindelfingen af te reizen om opnamen te maken van een oude computer: een IBM 604. Het IBM-museum draait op oud-werknemers van de lokale IBM-fabriek. De heren (dames ben ik er niet tegengekomen, behalve de ‘vrouw van’ die de koffie maakte) schuifelden rustig door de met bruin tapijt ingelegde ruimte. Alles ademde rust uit, totdat we voor de opnamen de computer – de Electronic Calculating Punch – aanzetten.

(Een iets betere versie in een soort van HD: Working IBM 604 computer)

Een stevige 3 Kilowatt trekt het apparaat, samen met de kaartlezer/maker No. 521. In totaal weegt het geheel net zoveel als een kleine auto: zo’n 1000 kilo. De hoeveelheid energie die het ding gebruikt is me niet helemaal duidelijk geworden, aangezien de oudere heer die ons rondleidde, vertelde dat het ding zo’n 3000 Watt afneemt en andere lectuur het heeft over 7,59 Kva, wat neerkomt op een vergelijkbaar aantal Watt. Maar goed, 1100 vacuümbuizen trekken heel wat natuurlijk.

De Gigahertzen die ons qua snelheid nu al in telefoons om onze oren vliegen, bestonden nog in geen velden op wegen: 50 Kilohertz . Met deze snelheid kon een programma afgewerkt worden van maximaal 60 stappen. Applicaties werden geladen via het zogenaamde ‘plugboard’, maar dat wordt in het filmpje keurig uitgelegd.

——————-

Some years ago I got the opportunity to visit a charming museum in the German city of Sindelfingen to film an old computer: an IBM 604, sold from 1948 till approximately 1952. The museum runs on former IBM employees of the local IBM plant. The gentlemen (I have not encountered any ladies, except for the one making coffee) shuffled quietly through the room with a brown carpet. Everything breathed peace, until we started filming the computer: the Electronic Calculating Punch.

The sturdy 3 Kilowatt device, along with the card reader/maker No. 521, weighing as much as a small car: about 1000 kilo’s (1949 pounds). The amount of energy the thing needs, is not entirely clear to me, as the older gentleman who led us around told us that the apparatus uses about 3000 watts, but other findings on the Internet tell me it needs about 7,59 Kva. Anyway, 1100 vacuum tubes need a lot of power I guess.

As our phones are equiped with processing power topping a Gigahertz these days, this thing has a whopping… 50 kilohertz. At this rate, it could process 60 steps. Applications were loaded through the so-called ‘plug board’, but that is neatly explained in the movie.

Science Center NEMO heeft een exemplaar van deze computer in bruikleen via het Computer Museum van de Universiteit van Amsterdam. Deze computer was – in niet functionerende staat – onderdeel van een tijdelijke tentoonstelling in NEMO. Omdat ik het belangrijk vind dat men een idee kan hebben van hoe een computer vroeger functioneerde, heb ik gevraagd aan NEMO of ze het filmpje online wilden plaatsen en dat hebben ze gedaan. Dank daarvoor!
 
Science Center NEMO has a sample of this computer on loan from the Computer Museum of the University of Amsterdam. This computer was – in non-functioning state – part of a temporary exhibition at NEMO. Because I think it is important that one can have an idea of how a computer previously functioned, I asked whether NEMO wanted to post the video online and they did. Thanks for that!

Museumnacht bij de Bijzondere Collecties van de UvA

AMSTERDAM – Op zaterdag 5 november vindt de twaalfde Amsterdamse Museumnacht plaats. De Universiteit van Amsterdam is goed vertegenwoordigd tijdens dit evenement. De  Bijzonder Collecties van de UvA draagt hier zijn steentje aan bij met een programma rond de tentoonstelling ‘De ontdekking van de mens.Anatomie verbeeld‘. Een gesprek en rondleiding met de directeur van UvA Erfgoed Steph Scholten.

‘Spierenman’, uit: Andreas Vesalius, De humani corporis fabrica, 1543

‘We hebben hier echt een mega-collectie, iets van 25 kilometer plank zeg ik altijd maar, al weten we dat niet helemaal zeker,’ vertelt Scholten  enthousiast. ‘Met zoveel collecties is er altijd wel een nieuwe tentoonstelling in te richten over de meest uiteenlopende onderwerpen. We hebben hier bijvoorbeeld al sinds 1855 een van de belangrijkste medisch historische bibliotheken ter wereld, namelijk die van de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).’

‘Voor dit onderwerp was niet echt een hele concrete aanleiding. We wilden al heel lang een keer iets doen met anatomie en de mens. Toevallig heeft het AMC Museum Vrolik waar nu verbouwd wordt. Zo konden we er een ontzettend interessante en leuke combinatie van maken. De historische medische boeken,, de preparatencollectie (de Vrolik-collectie, red.) en met een laag die ik er zelf aan toegevoegd heb, namelijk de vraag: wat doen mensen nou eigenlijk altijd met dat onderzoek naar het menselijk lichaam en het steeds in kleinere stukjes knippen, de zoektocht naar onszelf?’

‘Tijdens de Museumnacht zijn er ook speedlezingen van een aantal toppers uit de wetenschap. Onder andere van neurobioloog Dick Swaab over de hersenen en kunst en van psychiater Damiaan Denys. Wat die laatste precies gaat vertellen weet ik nog niet.’

Ondertussen is de koffie gearriveerd in het mooie ruime café in het souterrain van het statige pand aan de Oude Turfmarkt. Tijdens de Museumnacht zal het museumcafé de plaats zijn waar het  gezelschapsspel Dokter Bibber gespeeld kan worden worden. Omdat het onderwerp de inwendige mens op bijzondere wijze belicht, zijn er aan de bar vele – gezonde – hapjes en drankjes te krijgen, maar ook gewoon bier van de tap. Later op de avond gaan de tafels aan de kant en komen de DJ’s van The G-Team optreden.

Een rondgang door de tentoonstelling laat heel wat bijzondere boeken zien. Ook zijn er veel potten met lichaamsdelen op sterk water, ‘gewone’ skeletten en ook kunstobjecten. Alles heeft met het lichaam te maken. Na binnenkomst in de tentoonstellingsruimte moeten de ogen even wennen aan hoe donker het is. Als dan eenmaal de opengeslagen historische boeken achter glas goed te zien zijn, lijken sommigen wel van die “pop-up boeken”, maar dan met mensfiguren. De figuren zijn uit meerdere lagen opgebouwd en door het wegvouwen van de verschillende lagen, ‘kruip’ je de figuur in.

‘Door het goed kijken naar het lichaam en door het uit elkaar te halen leerden mensen in de zestiende en in de zeventiende eeuw steeds meer over het menselijk lichaam. Tekenen is heel belangrijk voor het goed observeren, want als je een lijk openmaakt, dan zie je niet veel in en daarom is observeren zo belangrijk.’ Scholten  wijst op heel veel schitterende boeken, onder andere van Vesalius (1514 – 1564) en Aletta Jacobs (1854 – 1929), de bekende eerste Nederlandse vrouwelijke arts. Ook bijzondere drukken van werken van Descartes en Darwin ontbreken niet.

‘Tijdens de Museumnacht is er nog iets bijzonders, want bezoekers kunnen in kleine groepjes mee naar de onderzoekzaal en zelf onder begeleiding boeken van dichtbij bekijken.’ Scholten legt verder uit dat het niet meer gebruikelijk is om met witte stoffen handschoentjes oude werken te bekijken. Goed gewassen handen hebben veel meer gevoel dan met een handschoen er omheen, waardoor er uiteindelijk minder stuk gaat. Overigens mogen de bezoekers in de onderzoekszaal heel dichtbij komen, aanraken zal er niet inzitten.

‘Het is heel frappant hoe de ontlede lichamen lijken te poseren op de prenten. Ze staan netjes in een klassieke houding, terwijl hun huid van het skelet gestroopt is en alle organen zichtbaar zijn. Als je dan iets verder kijkt, staan ze vaak ook nog in een landschappelijke omgeving, zoals toen gebruikelijk was om portretten in te projecteren.’ (denk aan de Mona Lisa, maar dan zonder huid).

Niet alleen tekenen was heel belangrijk. Ontleden van lichamen en het op sterk water zetten was een kunst op zich. Er is ook een kinderhoofdje op alcohol te zien waarvan het vermoeden bestaat dat het door Frederik Ruysch (1638-1731) geprepareerd is. Tsaar Peter de Grote was zo onder de indruk van het werk van deze arts, dat hij vrijwel alle door Ruysch vervaardigde preparaten meenam naar Rusland en die zijn daar nog steeds.

Aan de buitenkant lijkt het niet zo, maar de Bijzondere Collecties zijn binnenin verbonden met het Allard Piersonmuseum, ook een onderdeel van UvA Erfgoed. Het Allard Pierson is ook open tijdens de Museumnacht en zeker de moeite van een bezoek waard. Hier is nu een tentoonstelling over de Etrusken.

Het laatste stukje tentoonstelling bevindt zich buiten de drie ‘normale’ tentoontstellingsruimtes. Hier is plaats voor experiment. ‘Dit is het erfgoedlab. Het is experimenteel en dat hoort ook helemaal bij een instituut als de UvA. We zijn geen museum in de traditionele zin, er moet ruimte zijn voor experiment en dingen hoeven dan ook niet altijd heel gelikt te zijn. Hier bijvoorbeeld, waar je zelf 3D-beelden kunt ‘vasthouden’ in een virtuele ruimte.’

Verscheen donderdag 3 november 2011 in Spits! op de pagina van Museumactueel.nl

NS Kortingskaarten – Dag Voordeelurenabonnement

De Nederlandse Spoorwegen werkte zonder veel ruchtbaarheid aan nieuwe kortingskaarten. En ondanks dat daar enkele interessante oplossingen bij zaten, was er ook kritiek. Die kritiek kwam van verschillende organisaties uit het LOCOV1. De oude abonnementen en kortingskaarten waren te simpel volgens de NS en men bedacht zich dat het handig zou zijn om zes verschillende opties te introduceren. Ondanks dat men zich kan gaan afvragen of het praktisch is mensen zoveel verschillende keuzes met deels overlappende voor- of nadelen te geven, leek het in ieder geval een handreiking naar de reiziger, die door de verschillende belangenorganisaties positief werd ontvangen.

Het heikel punt bij de nieuwe abonnementsvormen is het voortbestaan van of – zoals nu blijkt – het afschaffen van het Voordeelurenabonnement (VDU) in de oude vertrouwde vorm. Het VDU gaf recht op korting tussen 9:00 uur ‘s ochtends en 6:30 de volgende ochtend. De reiziger kon 2,5 uur per dag niet genieten van de 40% korting. Erg haalbaar en goed planbaar voor de regelmatige reiziger: soms had je ‘pech’ en moest je echt voor negen uur weg, maar de rest van de dag kon je makkelijk plannen.

Het VDU is nu weg. Er is een ander type voor in de plaats gekomen voor 50 euro per jaar: 40% korting in de daluren, dat betekent: tussen 6:30 en 9:00 uur én tussen 16:00 en 18:30 geen korting. Er is wel een abonnementsvorm (Altijd Voordeel) waarbij men een korting van 20% geniet in de spitsuren en daarbuiten 40%, maar dit abonnement kost 25 euro per maand. Het ‘oude’ abonnement was 60 euro per jaar en lijkt nog het meest op het Dal Voordeel. Klinkt verwarrend lijkt me.

Het advies uit de brief van het LOCOV is af te zien van het introduceren van een avondspitsbeperking bij de directe opvolger van het VDU-abonnement omdat de VDU-formule zo succesvol is, mede door zijn eenvoud. Als men dit advies niet wil overnemen, wil men in ieder geval meer evenwicht in de prijsverhoudingen zien dan die het geval waren tijdens het schrijven van de betreffende brief. Naar nu blijkt is aan geen van beide adviezen gehoor gegeven.

Het invoeren van de ‘avondspits’ is iets waardoor mensen ineens moeten gaan rekenen met een ‘Dal Voordeel’ abonnement. Als voorbeeld neem ik de regelmatige reiziger die reist wanneer hij dat wil. Niet de trajectreiziger (die heeft waarschijnlijk toch al een trajectkaart), niet de 65-plusser, niet de student, niet een kind, niet een van die makkelijk indeelbare groepen, nee, gewoon een reiziger, een nomade tussen steden. Dat type wat al sinds het inleveren van zijn OV-studentenkaart een VDU heeft. Dat type, wat nooit de trein uit gegaan is omdat hij een leasebak onder zijn kont kreeg. Het enige waar deze reiziger rekening mee hoefde te houden met het oude VDU abonnement is de ochtend, wil hij vroeg reizen, dan is het duidelijk. Maar deze reiziger kan besluiten een trein om 15:06 ‘s middags te nemen of om 18:18 of om 22:28 of om 10:12. Deze reiziger gebruikt waarschijnlijk ook een OV-fiets en alles wat er verder mee te maken heeft. Ze schikken zich makkelijk naar drukte, rust, vertraging of ander ongemak. Die reiziger wordt ineens een avondspits in de maag gesplitst.

De avondspits bestaat. Op de weg vooral. Maar ook bij uitval van een trein. Aan de andere kant is het arrogant om te denken dat de avondspits over heel het land zo vol is als bijvoorbeeld tussen Utrecht en Amsterdam. Als je om 17:46 in de rechtstreekse trein naar Den Haag stapt in Groningen, dan ben je verzekerd van een zitplaats. Het is zelfs niet heel erg vol. 2 uur en 36 minuten later sta je dan om acht voor half negen midden in Den Haag op het Centraal Station. In die tijd betaal je de volle mep van 23,40 terwijl als je om 15:46 vertrekt en je het grootste gedeelte van de tijd tijdens die mooi bedachte avondspits in de trein gaat zitten, ben je om 18:22 in Den Haag terwijl je slechts 14,40 lichter bent met je 40% korting. Nu had je ook kunnen kiezen die kaart die 25 euro per maand kost te nemen, zodat je 20% korting kreeg en voor 18,80… Aan de andere kant, was het misschien voordeliger geweest om een Weekend Vrij abonnement te nemen?

Het hiermee bezig zijn, is zo onbevredigend dat het voor de meeste mensen al snel het verkeerde keelgat in zal schieten. Het eerste advies van het LOCOV “Zie af van het introduceren van een avondspitsbeperking bij de directe opvolger van het VDU-abonnement. De VDU-formule is – mede door zijn eenvoud – dusdanig succesvol, dat de NS hier niet aan zou moeten willen tornen.” zou toch echt ter harte genomen moeten zijn.

Helaas is dat laatste niet zo. Over een klein jaar moeten de kaarten geevalueerd worden door een aangenomen motie Van Gent (motienr. 32404 – nr. 42) . Ik kan geen koffiedik kijken, maar ik geloof niet dat er veel huidige VDU-houders over zullen stappen. Wel denk ik dat er nieuwe reizigers bijkomen met de andere abonnementen. Helaas lijkt de reiziger die de trein gebruiken als allerhande vervoermiddel er het meest bekaaid af te komen.3

1Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer: Ministerie van Verkeer en Waterstaat, NS, Prorail, ANWB, Consumentenbond, Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad Nederland, Fietsersbond, Landelijke Studentenvakbond, Ouderenorganisaties CSO en ROVER.
2http://www.rover.nl/downloads/Locovadvies_NS_portfolio.pdf –> NIEUWE LINK via Locov.nl
3Volgens de Abonnementenwijzer krijg ik het advies mijn huidige abonnement te behouden, tja.. dat had ik ook al kunnen bedenken of anders het Weekend Vrij abonnement, wat dus 40 euro per maand kost, terwijl mijn huidige abo 60 per jaar kost