Disruptive

Disruptive

Hét techwoord van de afgelopen jaren is disruptive […]. Ontwrichting op alle vlakken. Vaak websites en dergelijke die één ding doen binnen een bepaald gebied. Binnen dat gebied moet dat bedrijf zo snel mogelijk alleenheerser worden. Weinig echt vernieuwende tech en veel blaat.* Veelal gaan ze over dingen die slimme jongens (m/v) met een goed stel hersens en een al dan niet afgemaakte studie met een paar vriendjes uit de mouw kunnen schudden. En al snel met hulp van een heleboel geld als ze toevallig op het goede moment op de goede plek zijn. Daar moeten we allemaal in mee, heel snel ook! Europa wil die boot niet missen, dat zou toch jammer zijn.

disruptive

Ondertussen is er een onderzoeks- en technologiegebied waarin Europa (als we nog even zo territoriaal willen denken) heel hard de boot aan het missen is. Een gebied met een stuk minder sex-appeal, minder hippe laptops of andere gadgets en, misschien in de ogen van buitenstaanders, bijna saai: gentechnologieën.

Elk stukje research naar gentech wordt hier steevast gekaapt door een tegenlobby die zo sterk is dat we binnenkort niet alleen meer museale steden hebben om toeristen te trekken. Nee, binnenkort zijn we zélf een museaal ras. Achtergebleven door angsten die ‘ons’ al snel uit de genetische manipulatieachtbaan gooiden. Al is binnenkort natuurlijk een relatief begrip.

De naam van het bedrijf ga ik niet noemen, maar zoeken op de woorden ‘broccoli’ en ‘eigendom’ laten weinig te raden over. Het gaat hier om een variant met een hogere stam, waardoor telen makkelijker is dan bij ‘natuurlijke’ broccoli. Gewoon uitgedokterd in het lab.*

Uiteraard moeten we niet klakkeloos alles maar gaan doen, alleen is het verantwoordelijk omgaan met dingen waarmee je praktisch alles kunt niet ‘s mans beste eigenschap.

Daarom moet er discussie zijn over dit soort dingen. Het onderzoeksgebied is ook eigenlijk te breed. Te groot, te moeilijk te vangen in een paar woorden. Met een kleine ingreep ervoor zorgen dat iemand geen kind krijgt met een bepaald syndroom vinden velen nu al wel prima, want stel je nou voor dat je zelf… Terwijl aan de andere kant juist die menselijke diversiteit ervoor zorgt dat er mensen zijn die sommige dingen fantastisch kunnen en sommige dingen niet. Stel dat je elke vrucht waarin een mogelijke autistische afwijking gevonden wordt, maar met het badwater wegspoelt, terwijl daaruit nou juist ook weer vaak de meest geniale typetjes voortkomen, is dat dan handig? Niet voordat alles daarover uitentreuren is uitgeplozen en we weten hoe dat werkt.

Juist dat iets dergelijks als genetische selectie nu in rudimentaire vorm al kán, maakt dat we niet met de hakken in het zand moeten gaan staan. Praat, discussieer, doe. Maak er kunst over. Maak er kunst mee. Denk breder en niet alleen vanuit ‘de’ economie of bedrijfskundig perspectief. Kijk samen met filosofen, historici, kunstenaars naar waar we toe in staat zouden kunnen zijn, wat er zou moeten kunnen en waar we vraagtekens bij moeten zetten.

Ondertussen ontdekken we historische lijnen in onze levens en die van dieren en planten door oud genetisch materiaal te onderzoeken. De geschiedenis wordt niet alleen meer geschreven door oude geschriften, kleitabletten of grottekeningen. Neen, die wordt gecombineerd met genetische kennis, zoals het mitochondriaal DNA dat alleen via de moeder overgedragen wordt. Ineens blijkt dat je familie enkele generaties geleden in een flinke hongerperiode zat…

Weinig technologieën zijn zo ontwrichtend als het enorme scala aan gentechnologieën en alles wat daar weer mee te maken heeft. Misschien moet je het eigenlijk al breder trekken: nanotechnologieën in het algemeen. Daar drijft een steeds groter deel van de innovatie op, al moeten we niet vergeten dat de tijdspanne vaker over 50+ jaar gaat dan vijf. De tech waar we ons zo blind op staren is helaas die van de harde, snelle Euro’s en werelddominantie. Met een chat-app.

*Uiteraard vragen dingen die zo snel wereldomvattend moeten zijn om veel innovatie rond bijvoorbeeld netwerkschaalbaarheid, maar als je zover bent, koop je dat ‘gewoon’ in.
*Al werd die broccoli verkregen door.. ‘ouderwets’ kruisen. Duurt vooral heel lang en zorgt voor veel meer fouten

Pracht van Carthago in Leids RMO

Pracht van Carthago in Leids RMO

Carthago RMO Leiden

Meer foto’s op Flickr

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden opende donderdag 27 november een nieuwe tentoonstelling over de antieke havenstad ‘Carthago‘ in het huidige Tunesië. Dat land heeft er ook belang bij: het wil onder andere van het imago ‘zon, zee en strand’ af.* Begrijpelijk, cultuurtoeristen brengen een stuk meer op, zo weten we in Amsterdam.

De tentoonstellingsruimte ontsluit zich aan de bezoeker in de ronde vorm van de oude haven van Carthago. De haven kon in de hoogtijdagen 170 schepen herbergen en huisvestte een droogdok in het cirkelvormige centrum. In het hedendaagse Tunis is het ronde deel een plein met een kleine tempel.

De opzet van de tentoonstelling is stratigrafisch, ofwel de oudste vondsten liggen op de benedenverdieping. Navraag leerde dat er heel wat gepuzzeld was van te voren of de tentoonstelling chronologisch, thematisch of misschien op nog andere wijze ingericht moest worden. Gelukkig werd dat chronologisch, zeker voor iemand die de geschiedenis misschien niet kent.

Toch was chronologisch niet per se makkelijk, iets dat vooral komt door de kleine hoeveelheid overgebleven fysieke voorwerpen van voor de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.). Om ook beeld bij dit verhaal te maken, gebruikten de tentoonstellingsmakers beelden aan de hand van Europese, vaak negentiende eeuwse voorstellingen, beschrijvingen en schetsen.

De objecten komen onder andere uit het museum zelf, maar er staan verschillende topstukken uit het Musée National du Bardo en Musée National de Carthage uit Tunis, uit het Parijse Louvre, uit het Londense British Museum en verschillende andere Nederlandse musea.

We krijgen een introductie over de Nederlandse militair ingenieur Jean-Émile Humbert (1771-1839) die in 1796 in Tunesië aankwam. Hij zou de vestingwerken moderniseren, maar daarnaast was hij amateur-archeoloog. Humbert verzamelde veel Punische en Romeinse oudheden en verscheepte die met toestemming naar Nederland.

Carthago RMO Leiden

Schetsboeken van de Engelse Lord Byron (1788-1824) liggen in de tentoonstellingsruimte. Deze Engelse poëet vereeuwigde het vroeg 19de eeuwse Tunesië op zijn reizen.

Via videopresentaties worden de locaties met de huidige stand van zaken ter plaatse vergeleken. Prettig, vooral omdat ik er zelf nooit geweest ben.

Veel voorwerpen komen uit graven, iets wat niet heel vreemd is. Zo liggen er rituele scheermessen: men moest ten slotte schoon en rein over naar de nadere zijde.

In het midden van de eerste ruimte ligt volgens conservator Pieter ter Keurs de allermooiste sarcofaag(deksel) uit de 4de eeuw voor Christus die er bestaat. Het is inderdaad een schitterend werk. Leiden kreeg de dame in bruikleen, in het museum in Tunis ligt de heer. De sarcofaag laat al zien dat de stad een smeltkroes van culturen geweest moet zijn. Het marmer kwam uit Griekenland en werd waarschijnlijk door een Griek bewerkt. Het bevat Egyptische elementen, maar ook Etruskische.

Carthago RMO Leiden

De rijke elite liet veel na. Dat stukje rijkdom spreidt het museum ook ten toon.

Carthago RMO Leiden

Aan het eind van de zaal, ligt een bijzonder stuk: een Punische scheepsram, slechts vier jaar geleden opgevist en mét gebruikssporen. De ram wordt omlijst door een tekening die de verbeelding moet helpen een beeld te krijgen bij het type schip waar de ram aan vast zat.

Carthago RMO Leiden
Het Punisch harnas uit de 3de of 2de eeuw v.Chr. sluit de eerste zaal af.

De zaal op de tweede verdieping heeft eenzelfde opzet en vertelt het verhaal van de Romeinen tot aan de komst van de christelijke tijd. Vooral de vermenging van culturen wordt duidelijk in de verschillende sculpturen.

Naast de schitterende marmeren beelden uit Romeins Carthago, zijn ook bronzen en marmeren beelden van een in 125 v.Chr. gezonken schip te zien.

Carthago RMO Leiden

Deze bijzondere vondst bestaat uit beelden geproduceerd in Griekenland met bestemming Italië. Het schip was waarschijnlijk door een storm afgedreven en zonk bij een plaatsje zo’n zestig kilometer van Tunis. De schat werd in 1907 ontdekt door Griekse sponsduikers.

Carthago RMO Leiden

Een heerlijk tentoonstellingsonderdeel, vooral omdat het zo onverwacht is: het grootste gedeelte van de bronzen uit welke tijd dan ook, werd in de loop der eeuwen omgesmolten…

Tegenover dit bronzen geweld staan nog vier prachtige marmeren beelden. Dat deze nog zo gaaf zijn, hebben we te danken aan mensen die ze tijdig wisten te verstoppen voor de beeldenstorm van de christenen.

Carthago RMO Leiden

Na nog wat aandacht voor de vroeg-christelijke tijd, sluit de tentoonstelling met een replica van een mozaïek ‘La dame de Carthage’. De replica is een geschenk van het Institut Nationale du Patrimoine uit Tunis.

Carthago RMO Leiden

*en natuurlijk dat het er gevaarlijk zou zijn

Als er iets technisch of historisch niet klopt, laat dat dan graag weten via de mail of in de comments, dan zet ik het recht

Het warme Noorden

Het warme Noorden

Transportschepen op de Noordpool en aardbeien op Groenland? De gevaren van klimaatverandering zijn welbekend. Maar welke mogelijkheden biedt een ijsvrije Noordpool? Tegenlicht zocht het uit.

Artikel "Het Warme Noorden", VPRO Gids #46
Artikel “Het Warme Noorden”, VPRO Gids #46

‘Investeren in het Noordpoolgebied kent nog een hoog risico,’ zegt Maarten Loonen, universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Toch wordt er veel naar het Noordpoolgebied gekeken. Ook door Nederland.’ Laurence Smith, de schrijver van het boek The world in 2050 en geografieprofessor aan de UCLA in Californië, beaamt dat: ‘Het Arctisch gebied blijft op de korte termijn een gevaarlijke en afgelegen regio, maar op de lange termijn kan er een hoop veranderen, waaronder meer menselijke bewoners in het Arctisch gebied.’

Steden zullen op de lange termijn steeds rijker worden en de vraag naar grondstoffen zal explosief blijven toenemen. Gemondialiseerde markten en klimaatverandering zullen allemaal bijdragen aan meer menselijke activiteit in de Arctische regio met meer mijnbouw, visserij, toerisme, scheepvaart en winning van olie en gas. Smith ziet tegen 2050 zelfs de eerste Canadese universiteit boven de zestigste breedtegraad verrijzen.

In de aflevering ‘Het warme Noorden’ gaat VPRO Tegenlicht gaat zondag in op de toekomstige potentie van de regio. Aan het woord komt onder meer de Noorse ondernemer Felix Tschudi, die in 2010 als eerste een niet-Russisch schip liet varen via de transarctische zeeroute. We zien Chinezen op IJsland druk bezig met plannen voor hotels en golfresorts en het in gebruik nemen van een ambassade met plek voor 500 man, terwijl ze door Noorwegen juist weer angstvallig buiten de deur worden gehouden. En VPRO Tegenlicht volgt voormalig president van Groenland Aleqa Hammond, op zoek naar de bodemschatten die het land rijk is. Want bij het terugtrekken van het landijs op Groenland hoort ook het vrijkomen van bewerkbaar land en toegang tot meer delfstoffen.

Zeerechtverdrag
Het economisch belang van de regio verschijnt steeds meer op de politieke agenda van de landen buiten het Arctisch gebied. In 2013 voeren reeds 44 containerschepen in het hoge Noorden, al volgden hiervan nog slechts negentien de hele transarctische route. Desalniettemin lijken de mogelijkheden schier eindeloos, iets dat zorgt voor meer kapers op de kust, niet in de laatste plaats bij de verdeling van de Noordpool en het gebied daaromheen midden in de Noordelijke IJszee. ‘Die verdeling wordt nu opgehangen aan Unclos, het vn-zeerechtverdrag,’ zegt Loonen, ‘Daarin staat beschreven wat landen zich kunnen toe-eigenen en waar ze recht op hebben. Standaard is dat de 200-mijlzone. Ook staat in Unclos dat de landen gebruik mogen maken van de afstand waarover het continentale plat zich uitstrekt voor de kust.’

Dat laatste gebied is moeilijk te definiëren en daarom wordt er nu veel tijd besteed aan het in kaart brengen van de zeebodem, legt Loonen uit. Rusland zegt nog steeds alles te kunnen claimen tot aan de geografische noordpool, waarbij een van hun argumenten is dat zij verantwoordelijkheid nemen voor het gebied en hulpposten bouwen – wat in feite militaire bases zijn. Ook Canada doet dat. Zo probeert ieder land in de buurt van de noordpool meer activiteit te laten zien om vervolgens het gebied te kunnen claimen.

Brengt dat geen risico op conflicten met zich? Smith denkt van niet: ‘Binnen de territoriumdrift van verschillende landen is het Arctisch gebied geen nieuw conflictgebied, aangezien de onafhankelijkheid van de landen onbetwist is. De Noordelijke IJszee zelf valt onder het vn-zeerechtverdrag. Conflict in het Arctisch gebied lijkt mij daarom niet heel waarschijnlijk, al heeft de recente geopolitieke spanning tussen Rusland en het Westen de relaties zeker bevroren wat betreft samenwerkingsprojecten in het poolgebied.’

Moeras
Bedrijvigheid zal in het hoge Noorden vooral plaatsvinden op het water en zich toespitsen op het vervoer van olie, gas en goederen. Sommige bestaande havens kunnen daardoor uitgroeien tot belangrijke mainports. Ook al bestaande havens proberen hun belang te behouden, op de Tweede Maasvlakte in Rotterdam staan niet voor niets al enkele opslagtanks voor vloeibaar gas (LNG). Nu nog voor LNG uit het Midden-Oosten, in de toekomst wellicht uit het hoge Noorden.

Heel veel extra activiteit op het land buiten de al bestaande havens en zuidelijke delen verwachten Smith en Loonen niet, omdat de bodem zonder permafrost bestaat uit zompig turf en moeras. Op dit moment is het grootste deel van de infrastructuur en gebouwen afhankelijk van die altijd bevroren ondergrond. Nu al klagen de inwoners op Groenland dat transport minder makkelijk is door de wegvallende zeeijsverbindingen in het voorjaar, iets waar ook dieren veel last van hebben.

‘Wereldwijde klimaatverandering wordt in het Arctisch gebied versterkt door verschillende mechanismen, vooral de zogenoemde albedo-feedback,’ zegt Smith. ‘Die zorgt ervoor dat door minder sneeuw- en ijsbedekking van land en zee de donkere ondergrond meer zonlicht absorbeert, wat voor een snellere opwarming rond de pool zorgt.’

Modelstudies
Wat dat precies voor gevolgen gaat krijgen, is lastig te zeggen. Loonen: ‘We weten dat het onstuimiger zal worden en dat er meer neerslag gaat vallen. Misschien is de ijskap in 2050 voor een groot deel verdwenen, maar dat zijn allemaal voorspellingen op basis van modelstudies. Het is in ieder geval zeker dat de ijskap op de Noordelijke IJszee de komende decennia in de winter nog aan zal groeien tot de grootte die hij nu heeft. De Noordpool wordt geen lieflijke atol, het zal een ruig gebied blijven, donker, koud, stormachtig en klimatologisch steeds slechter voorspelbaar. Je kunt makkelijk zeggen: het ijs is weg, nu kunnen we er naartoe, maar ik zeg altijd: als je daar in de winter bent, ga je dood. Daarom ga ik ook alleen ’s zomers. Er wordt soms gedaan alsof het een poldertje is waar je zo naartoe gaat. Het is joekelsgroot! Vijftien miljoen vierkante kilometer ijs bedekt de Noordelijke IJszee in de winter!’

Tegenlicht laat zich daar niet door weerhouden en onderzoekt hoe je aardbeien kunt verbouwen op Groenland, een golfparcours aan kunt leggen op IJsland en of de Groenlandse aardappelteelt ooit kan concurreren met die in Nederland.

Dit artikel verscheen ook in de VPRO Gids #46 en staat ook op het wetenschapsportaal van de NPO.

De Tegenlichtuizending gaat dieper in de op de materie.

Het woord ‘wetenschap’

Het woord ‘wetenschap’

Wetenschap. Dat woord wat lange tijd zorgde voor bewondering. Of juist afschuw. Een woord zo alomvattend dat er geen fatsoenlijk synoniem voor is. Toch lijkt het woord steeds meer synoniem met de bèta-kant van de wetenschappen.

Jaren geleden ontwierp ik proeven voor de Nationale Wetenschapsquiz. Supergaaf. Wat een enorm toffe job. Op een geheime locatie allerlei gekke dingen in elkaar klussen. Amanuensis voor heel het land. Naast het uitzoek- en rekenwerk veel handwerk, zoals solderen, tekenen, zagen, schroeven, testen, dingen laten ontploffen, gekke stoffen mengen. Alles.

Dat klinkt allemaal als een gebbetje, een grap, maar het is bloedserieus. Tot die ene historie-vraag. Vraag zes:

Vraag 6: Waardoor is de Engelse wijnbouw te gronde gegaan? *

  1. Doordat in de dertiende eeuw het drinken van wijn verboden werd
  2. Door de kleine ijstijd
  3. Door de huwelijken van Engelse koningen

Het antwoord op de vraag speelt tussen de dertiende en de zestiende eeuw, ver voor het bestaan van het Koninkrijk Groot Brittannië. En ondanks dat er heel wat verschillende vlaggen vlagden voordat het Koninkrijk daadwerkelijk bestond, was de witte vlag met het rode Sint-Joriskruis de staatsvlag:

Flag_of_England.svg
Vlag van Engeland

In de uitzending zou de échte amanuensis op een schoolbord van vilt vlaggen en beeltenissen van de verschillende hoofdrolspelers laten zien. Mooi, dacht ik, dan kunnen we zo die enorme wirwar van staatjes en staten, monarchen en wat al niet meer, op het bord laten zien. Het is ten slotte de wetenschapsquiz, daar kijken kritische mensen naar, die snappen dat! Die vinden dat zelfs leuk!

Union Jack
Union Jack, nationale vlag van het Verenigd Koninkrijk

Helaas, ondanks een pleidooi mijnerzijds voor het gebruik van zoveel mogelijk historisch correct beeldmateriaal mocht het niet baten. Het werd de bekende Union Jack die in gebruik is sinds 1801 om Engeland uit te beelden, dat herkende namelijk iedereen. Het laatste kan ik wel beamen, maar het bleef toch voelen als nederlaag voor de geschiedkundige kant van de zaak. Ook wetenschap.

Fast forward naar nu, augustus 2014. Het is nog zomer, dus Zomergasten mag niet ontbreken. Een echte bèta-wetenschapper krijgt een avond lang de mogelijkheid haar TV-avond samen te stellen. Ionica Smeets zorgt samen met Wilfried de Jong voor een grotendeels interessante en vermakelijke avond (althans voor mij). Toch kwam er op een bepaald moment weer zo’n wetenschaps-momentje voorbij, met als reactie daarop natuurlijk direct vele tweets, zoals:

Smeets zegt rond de waterval** aan tweets tijdens de uitzending het volgende (≅ 01:33:00): “Bèta’s missen aansluiting bij de intellectuele cultuur, missen wat empathie. (…) De andere kant is veel erger, de intellectuelen, de alfa’s dat die niks snappen van wetenschap, terwijl eigenlijk onze hele welvaart en levensverwachting en alles wat we hebben te danken hebben aan de wetenschap. (…) Dat er weinig politici zijn die iets snappen van wetenschap (…) ”

Bij de politici gaat het vooral over statistiek en ondanks dat ik zelf verre van een statisticus ben, moet je je toch te allen tijde bewust zijn van hoe dat soort dingen werken, ook zonder parate kennis. Het zou direct bellen moeten doen rinkelen, ook als je er geen hout van snapt. Welvaart ga ik me in één zin niet aan wagen en levensverwachting, dat is technisch zeker een bèta-verdienste.

Wat ze bedoelt snap ik wel, het zorgt er helaas wel voor dat het woord wetenschap alleen nog maar gelijk staat aan bèta-onderzoek. Onderzoek binnen de alfa-studies is ten tijde van crisis wellicht deels een luxe, maar de scheiding wordt ook steeds minder duidelijk. Historisch onderzoek met behulp van ver gevorderde inzichten binnen de genetica bijvoorbeeld. Aan de andere kant komt de basis van dergelijk onderzoek – in ieder geval nu nog – grotendeels uit de ‘echte’ alfa-hoek.

Is de Nederlandse taal iets te verwijten in dezen? Is Ionica iets te verwijten? Grappig genoeg laat ze in de uitzending een filmpje zien over een ananas in de tekenfilmserie Sponge Bob. De ananas in kwestie is niet juist getekend, niet volgens de rij van Fibonacci!

De dame in het filmpje laat zien dat er iets niet klopt. Het is een natuurlijk feit, maar het is de wiskundige die zich ergert. Eigenlijk een beetje zoals ik me nu aan een definitie-kwestie erger.

Terug naar wetenschap. Wetenschap is niet gelijk aan science in het Engels (wetenschap ≠ science). De laatste editie van Van Dale stelt bij de vertaling Nederlands – Engel: exacte wetenschap = science. Letteren zijn de humanities. Algemene wetenschap beoefenen is practice science. Andersom is science binnen de Engelse taal zelf – althans volgens de Oxford Advance Learner’s Dictionary – knowledge about the structure and behaviour of the natural and physical world, based on facts that you can prove, for example by experiments maar de tweede, derde en vierde definitie geeft het woord weer meer algemeenheid, waaronder ook arts  en humanities vallen.

De Dikke Van Dale geeft in het Nederlands vijf verschillende definities, waarvan de eerste getuigd van een keurig poldermodel (het weten van, de kennis, bekendheid met iets). De derde definitie gaat in op exacte wetenschappen en bij de vierde komt de rest van de wetenschappen aan het woord.

Misschien loopt het daar wel spaak tussen de échte bèta’s, van die mensen die dingen doen die gewoon kloppen, geen axioma’s, geen dogma’s, niets van dat alles: het klopt. Of niet. Dat het een lastige vraag is, laat voor mij in ieder geval een antwoord van het genootschap Onze Taal op een tweet van mij zien (toen ik nog de snelle hypothese had dat hoe wij ‘wetenschap’ nu gebruiken een soort van ‘hertaling’ van het Engelse science was):

Wellicht moeten we gewoon weer eens naar de Verenigde Staten kijken en het woord academia gaan gebruiken…

 

* Antwoord:

De teloorgang van de Engelse wijnbouw werd ingezet door het huwelijk van Hendrik de Tweede met Eleanora van Aquitanië in 1152. Deze verbintenis bracht de Engelsen voor het eerst in contact met Franse wijnen. De genadeklap voor de Engelse wijnbouw was het stiekeme huwelijk van Hendrik de Achtste met Anna Boleyn in 1533. Paus Clemens VII weigerde het huwelijk te erkennen omdat Hendrik ook nog getrouwd was met Catherina van Aragon. In 1534 was de breuk met de kerk van Rome een feit. Hendrik sloot de katholieke kloosters in het land. Omdat het grootste deel van de wijngaarden in Engeland bij kloosters hoorde, hield met de sluiting van de kloosters ook de Engelse wijnbouw op te bestaan.

** Ze ziet geen tweets tijdens de uitzending (althans, niet voor zover mij bekend)

Facebook: stats on positive and negative posts

Facebook: stats on positive and negative posts

Last Friday (June 27) I noticed a post on Scoop.it by the Dutch TV programme ‘Tegenlicht’. The headline read “Facebook tinkered with users’ feeds for a massive psychology experiment”. Maybe nice to use for a science section of a large Dutch news website. Research is research.

Quickly I skimmed the article on Avclub.com where scoop.it pointed to. Maybe interesting. Maybe not.

Click. The article itself on PNAS. I am not a statistician, but I learned when P < 0.05 than it is statistically significant.*

Scrolling through the article, I see some significant values, but the conclusion reads:

“Although these data provide, to our knowledge, some of the first experimental evidence to support the controversial claims that emotions can spread throughout a network, the effect sizes from the manipulations are small (as small as d = 0.001). These effects nonetheless matter given that the manipulation of the independent variable (presence of emotion in the News Feed) was minimal whereas the dependent variable (people’s emotional expressions) is difficult to influence given the range of daily experiences that influence mood (10). More importantly, given the massive scale of social networks such as Facebook, even small effects can have large aggregated consequences (14, 15): For example, the well-documented connection between emotions and physical well-being suggests the importance of these findings for public health. Online messages influence our experience of emotions, which may affect a variety of offline behaviors. And after all, an effect size of d = 0.001 at Facebook’s scale is not negligible: In early 2013, this would have corresponded to hundreds of thousands of emotion expressions in status updates per day.”

And, even more important in my case, the publication date:

Published online before print June 2, 2014, doi:10.1073/pnas.1320040111

PNAS June 17, 2014 vol. 111 no. 248788-8790

This means it’s been roaming on the Internet since the second of June. Ah well, let’s just skip it, I probably just missed it.

Not. Everybody missed it. And in my humble opinion, it shouldn’t have caused the amount of attention it received since this weekend. It’s interesting, seeing how things work behind the scenes of one of the largest empires Earth has ever seen, but this is just a glimpse and a tiny one.

Why is the world so surprised? It makes no sense at all. It would be surprising if companies which use data and can manipulate it, would not use it, for better or worse.

In this case its results were published. Openly.

640px-Open_Access_logo_PLoS_white.svg
Open Access Logo

The question which should be addressed is the following: why is it not mandatory that companies which aren’t ‘companies’ in the old sense of the word, because they serve the world in a way public institutions would, have to list their experiments openly. All experiments. Just like universities and other knowledge institutions (should) do.

Open Access.

*or at least should be, considering all variables are ok, etc. etc.

Stedelijke ontwikkeling volgt eenvoudige patronen

Stedelijke ontwikkeling volgt eenvoudige patronen

Een stad is een soort sociaal reactievat dat zich gedraagt volgens eenvoudige, universele wiskundige wetten. Een nieuwe studie laat zien dat bestaande vergelijkingen van steden met organismen, mierenkolonies of andersoortige netwerken niet opgaan.

Hoe de nieuwe inzichten tot stand kwamen, beschrijft natuurkundige Luis Bettencourt van het Amerikaanse Santa Fe Institute deze week in het tijdschrift Science.

Toch blijkt dat hoe verschillend steden eruit zien en hoe complex ze ook worden, steden zich wiskundig houden aan vrij simpele universele wetten.

Nutsvoorzieningen
Bettencourt keek via verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals natuurkunde, economie, sociologie en biologie, naar de ontwikkeling van steden. Daarnaast maakte hij gebruik van de enorme hoeveelheid verzamelde data van verschillende netwerken, zoals van nutsvoorzieningen en mobiele telefoons.

“Mensen hebben met het ontstaan van steden een totaal nieuw soort complex systeem gecreëerd,” legt Bettencourt in Science uit. “Ze onwikkelden intuïtief de beste manier om sociale netwerken in tijd en ruimte te plaatsen en ze ook nog te laten groeien en ontwikkelen zonder te moeten stoppen.”

Omdat al die steden zo verschillen, van mega-metropool zoals Tokyo tot een klein stadje in Zweden, lijkt het heel lastig uit te vinden wat voor universele wetten eraan ten grondslag liggen.

Optimale stad
Door juist te kijken naar wat steden nu écht zijn, blijkt dat ze niet zozeer uit agglomeraties mensen bestaan, maar dat het agglomeraties van de verbindingen tussen mensen zijn. Alle andere eigenschappen, de wegen om elkaar te bereiken, de dichtheid die daarvoor nodig is, de economische producten en de ideeën die mensen samen bedenken, komen uit die verbindingen voort.

Het door Bettencourt opgestelde theoretische model suggereert dat een optimale stad bestaat als we de meeste sociale interactie hebben en daarbij ook het hoogste sociale en economische rendement. Daarbij moeten de kosten van spullen en voor het met elkaar in contact komen niet te hoog worden.

Uiteindelijk doen steden iets heel speciaals als ze groeien: ze balanceren het maken van zowel grotere als compactere sociale netwerken die mensen ertoe zet nieuwe dingen te leren, te specialiseren en van elkaar afhankelijk te zijn. Daarbij breidt de grootte en kwaliteit van de infrastructuur zich uit.

optimal city
Bettencourt, “The origins of scaling in cities”, DOI: 10.1126/science.1235823

Het bijzondere is dat niemand in die groeiende netwerken meer moeite hoeft te doen om met elkaar te blijven samenwerken.

Beleidsmakers
Al die verschillende factoren zijn van belang voor beleidsmakers en planners. Om de sociale reactoren goed te laten werken, moeten planners denken in hoe positieve sociale interactie te bevorderen met lage kosten, bijvoorbeeld bij mobiliteit en energie. Een stad kent daarnaast ook problemen, zoals criminaliteit en segregatie, maar door bijvoorbeeld beter transport, zijn dergelijke problemen te verminderen.

Dus wat is een stad? Bettencourt denkt dat de enige metafoor die in de buurt komt een vorm van stellaire fysica is: “Een stad is eigenlijk een soort sociale reactor, daarom lijkt een stad meer op een ster dan bijvoorbeeld een mierenkolonie. Het trekt mensen aan en versnelt sociale interactie en sociale opbrengst op een manier analoog aan hoe een ster materie comprimeert en een ster ‘brandt’ feller en sneller hoe groter die is,”

“Snelle verstedelijking is het snelste, meest intense sociale fenomeen wat de mensheid ooit is overkomen,” zegt Bettencourt. “We beginnen nu langzaam te begrijpen waarom verstedelijking overal plaatsvindt en wat het uiteindelijk voor onze soort en voor de planeet betekent.”

Eerder gepubliceerd op nu.nl met nog een doel om het in combinatie met andere artikelen om te werken naar een groter, verhaal. Hopelijk is daar binnenkort eens tijd voor…

nu.nl – Braziliaanse inheemsen delen DNA met Polynesiërs

Stukjes Polynesisch DNA zijn onverwachts ontdekt in de botten van uitgestorven inheemse Zuid-Amerikanen die in de binnenlanden van Brazilië leefden.

Dat schrijven moleculaire genetici van de Federale Universiteit van Minas Gerais uit Brazilië deze maand in het tijdschrift PNAS.

De ontdekking roept verschillende vragen op, waaronder hoe dit mogelijk is. Had dit te maken met slavenhandel of met lange zeereizen van de oude Polynesiërs?

Om het DNA te bemachtigen, gebruikten de genetici DNA uit de tanden van veertien verschillende schedels van de in de negentiende eeuw uitgeroeide Botokuden uit een museumcollectie in Rio de Janeiro.

Mitochondriaal DNA
Door mitochondriaal DNA (mtDNA) uit het binnenste van de tanden te gebruiken, konden de wetenschappers uitsluiten dat er vervuiling van buiten in het materiaal zat. In twee van de veertien schedels bleek een mitochondriale lijn te zitten die typisch is voor Polynesië.

De onderzoekers geven wel aan dat de spannendste hypothese waarschijnlijk niet waar is, namelijk dat voorouders van de Botokuden ooit, voordat het Amerikaanse continent bevolkt werd zo’n vijftien- tot twintigduizend jaar geleden, met de Polynesiërs in contact waren geweest. Het mtDNA gevonden in de Botokuden-overblijfselen lijkt te recent om dit te staven.

Europeanen
Een andere mogelijke verklaring is dat voordat de Europeanen kwamen, de Polynesiërs al ooit aan de westkust van Zuid-Amerika geland waren, maar dat ze dan ook de hoge Andes over getrokken zouden zijn, lijkt vrij onwaarschijnlijk.

Twee andere mogelijkheden liggen na de aankomst van de Europeanen, waarbij ongeveer 2000 Polynesiërs in Peru te werk gesteld werden rond het midden van de negentiende eeuw, maar er is geen bewijs dat de slaven ook naar Brazilië werden getransporteerd.

Slaven
De meest logische verklaring lijkt te liggen bij de ongeveer 120.000 slaven die tussen 1817 en 1843 van Madagaskar naar Brazilië zijn vervoerd. Een deel van die slaven werd te werk gesteld in de buurt van het leefgebied van de Botokuden.

In hun conclusie geven de wetenschappers aan dat er op dit moment niet genoeg bewijs is voor een van de hypotheses. Verdere studies op moleculair niveau kunnen misschien ooit de reizen die de bevolking van het Amerikaanse continent maakte om er te komen, preciezer ontrafelen.

Bron: http://www.nu.nl/wetenschap/3391323/braziliaanse-inheemsen-delen-dna-met-polynesiers.html

Nano-ethische kwesties

Nano-ethische kwesties

Van veel nanotechnieken weten we nu al dat ze ons leven gaan veranderen. ‘Dus moeten we nu ook bedenken wat we aanvaardbaar vinden.’

De papieren versie
De papieren versie

‘Stel je voor dat je bij de drogist voor €14,95 een geslachtstest koopt, zoals je nu een zwangerschapstest haalt. Dan burgert zoiets ineens heel snel in. Daar moet je als ethicus nu echt over meedenken, midden in het debat staan en niet vanaf de zijlijn toekijken.’ Peter-Paul Verbeek, techniekfilosoof aan de Universiteit Twente, laat direct een dilemma zien: vinden we dat dit mag, aan het begin van je zwangerschap achterhalen of je een jongen of een meisje krijgt? Met toekomstige Lab-on-a-Chip-technieken zal het mogelijk zijn.

Uitzending: Embryo-on-a-Chip

Read more

Radio 1 en autisme

Met verbazing hoor ik net in de auto ‘Dit is de Dag’ van de EO op Radio 1. Nationale radio, midden overdag. De uitzending gaat over autisme. Er zitten twee gasten in de studio, een CEASE-therapeute en een psychiater. De CEASE-therapeute ‘ontstoort’ storingen die door vaccinatie ontstaan zouden zijn. Verder lepelt ze met droge ogen allemaal volstrekt verzonnen of al achterhaalde dingen op. Ze goochelt met cijfers, zoals “dertig procent van autisme zit in de genen, waar zit die overige zeventig procent dan?”

Sowieso, als iemand gaat goochelen met cijfers, wees dan op je hoede! Zijn er van honderd procent van onze genen dertig procent die te maken hebben met autisme? Eh… Of zit er van een stoornis die… Niet uit te leggen, zeker niet in procenten.

De psychiater blijft netjes en probeert uit te leggen, veel te keurig, dat de onderzoeken waar ze naar verwijst bewezen niet kloppen, waaronder het bekendste autisme-onderzoek wat deze hele discussie rond vaccineren en autisme aanzwengelde: dat onderzoek is al jaren geleden door The Lancet teruggetrokken.

De presentatrice, Elsbeth Gruteken, zwijgt in alle talen en heeft zich duidelijk niet ingelezen. Een journalist zou dan toch tenminste terug moeten kunnen vallen op enige basiskennis: dat er geen bewijs is. Nul. Nada. Geen enkel verband aangetoond tussen vaccinatie en autisme. Nergens. Ook niet in die zogenaamde ‘weggemoffelde’ onderzoeken waar naar ‘verwezen’ wordt door de CEASE-therapeute.

Desalniettemin worden de beide gasten door het programma gepresenteerd als twee mensen van twee belangrijke groeperingen, terwijl de groep die gelooft (toch EO?) dat vaccinatie met autisme te maken heeft, betrekkelijk klein is. Vooral de biologische grachtengordelbakfietsmoeder, maar ja, die heeft weinig te vrezen in haar verder goed ingeënte wereldje.

Als klap op de vuurpijl laat mede-presentator Thijs van den Brink aan het eind van het gesprek nog even met wat gemompel horen dat hij het helemaal eens is met ‘ontstoren’…

Met andere woorden: weer een gênante vertoning. Weer een programma waar heel duidelijk  wetenschap wordt gelardeerd met complete kolder, of eigenlijk andersom. Als mevrouw eens wist op wat voor heerlijke manieren een groot deel van de kiddo’s al fijntjes een pijnlijke dood gestorven was zónder al die ‘gevaarlijke’ vaccins…

Het laat weer zien: een wetenschapsredactie is écht nodig. Maar nee, we gaan lekker aan de slag met wichelroedewaterzoekers en andere bijzonder interessante mensen. Mediawise wel te verstaan…

Uitzending (vanaf 18 minuten)

http://www.radio1.nl/terugluisteren/tijd?terugluisteren_dag=2013-04-02&terugluisteren_hour=15

Ps, er is heel wat gesjoemeld met medicijnen, maar lees daarvoor ‘Bad Science’ van Ben Goldacre of ‘Bad Pharma’ van dezelfde schrijver.