choji nasu (aubergine) in pruimenazijn

Aubergine in het Engels, volgens de Volkskrant

“Vandaar de Engelse naam: eggplant.” Daar sluit het kader mee af op pagina V9 met de titel ‘Eierplant’ (VK 31 maart 2017).

Sinds ik in Japan geweest ben, ben ik groot bewonderaar van de aubergine. Klinkt gek, de meesten denken eerder aan iets als Italië of ‘ergens’ in het Midden-Of-Iets-Verdere-Oosten. Maar in het hele verre oosten werd de enorme verscheidenheid van de aubergine mij duidelijk: het ene gerecht nog bijzonderder in zijn eenvoud dan het andere.

Mijn geluk kon ook niet op na het openvouwen van pagina V8 in het V-katern van de Volkskrant. Een hele pagina over deze vrucht uit de nachtschadefamilie. Of eigenlijk over een show van Clarron McFadden over deze plant. Al snel werd mijn oog naar een inzet boven de grote foto op de rechterpagina getrokken, getiteld ‘Eierplant’.

“Vandaar de Engelse naam: eggplant.’ is de afsluitende zin. Twijfel. Ik meende toch dat de Britten aubergine zeggen. Toch? En inderdaad, het antwoord ligt nooit ver weg op internet: de Amerikanen (zouden daar ook Canadezen onder vallen?) en Australiërs zeggen eggplant, maar onze scheidende buren aan de overkant van het Kanaal blijven bij de Franse naam: aubergine.

Koffiemolen

Koffiemolen

Leopold Vienna koffiemolenJe kent het wel. Een koffiemolen. Heel fijne apparaatjes voor als je verse bonen hebt. Je eigen mogelijkheid tot het vermalen van koffie en het kiezen van de grofheid. Maar een goede is prijzig.

“Waar gebruikt je het voor?”
“Gewoon, voor een percolator eigenlijk. Soms voor een cafetière of een bakje filterkoffie.”
“Dan kun je het best zo’n simpele handmolen nemen. Een goede elektrische kost al gauw tweehonderd euro en de fijnheid van een handmolen is voor jouw doel prima!”

Oké, klinkt heel logisch. En eigenlijk ben ik ook wel gecharmeerd van een handmolen. Lekker draaien. Nog iets doen voor je koffie. Heel prettig soms, een soort van ritueel en daar hou ik wel van. Rituelen, dingen die je een soort houvast geven, ook voor mensen die verder nergens in geloven.

Goedgemutst neem ik de handmolen à 29,99 mee naar huis. Een dingetje van Leopold Vienna. Redelijk stijlvol en met keramisch maalgedeelte. Heel goed. Thuisgekomen haal ik het geheel uit de verpakking, zet het in elkaar. Een simpele hefboom met een plastic draaiknop erop. Plaats dit geheel op een schroefdraad die aan twee zijden is afgeflakt en je hebt een heel basic systeem om de rechtstreeks op dezelfde stang aangesloten molen aan te drijven. Hoe fijner je de koffie wil, hoe strakker de binnenkant van de molen tegen de buitenzijde aan te drukken.

En draaien maar. Draaien. Draaien. Draaien. Draaien. Andere hand, draaien. Draaien. Draaien. Nee, dit is niet heel ideaal. Het draait en draait. Je moet vooral heel hard draaien. Dat krijg je met zo’n basic systeem. Geen ingewikkelde overbrenging waardoor een kleiner en een groter tandwiel zorgen voor een sneller draaiende molen. Hm. Wel een klein minpuntje, maar ik heb het er voorover. Het is tenslotte een ritueel. Een ritueel mag tijd kosten.

Er is meer. Het simpele systeem slijt. Zo komt er constant metaalvijlsel in de koffiebonen, maar vooral in het schaaltje van de bonen. Nu is het vullen van het gedeelte onder het schaaltje voldoende voor één bakje, het schaaltje raakt redelijk snel bevuild met metaalvijlsel. Ook oplosbaar, af en toe even afnemen. Je moet zoiets toch schoonhouden.

Vrolijk draai ik nog enkele maanden door. Niet dagelijks, maar met grote regelmaat. Af en toe haal ik ergens te dure bonen en tja, die wil je dan lekker malen. Voor zo af en toe, dat ene korte kopje, die fijne espresso uit de percolator of mocca. Soms iets grover afgesteld voor een bak met meer caffeïne door een filter.

Hij begint steeds meer te rammelen. Letterlijk. Het hefboomsysteem slijt. De schroefdraadas waar de hefboom op vastgeschroefd wordt, slijt. De heftboom zelf slijt. Het rechthoekig deel dat over het schroefdraaddeel van de as schuift, lubbert steeds verder uit. Misschien draai ik te hard, maar op den duur is het lam. En dat vind ik, zeker met het oog op de frequentie van gebruik, eigenlijk niet goed. En dat is een onderdrijving.

Al met al, het oogt leuk, maar handig? Nee, net niet helemaal. Duurzaam? Nee, helaas. Zeker niet voor het bedrag. Misschien leuk om te geven aan een koffiefreak, maar dan is het aardiger een antiek exemplaar te bemachtigen. En die heeft waarschijnlijk ook een systeem met radertjes en tandwieltjes waardoor een keer draaien resulteert in meer omwentelingen van de molen.

Ik geef geen cijfers. Ook geen sterren, maar een onvoldoende is het wel.

Barista

Barista

Knotje, tattoos, bril met opvallend montuur, zorgvuldig gestylde gezichtsbeharing. Roestvrijstalen opgietkan-met-zwanenhals in de hand. Voor zich een potje of kopje met daaronder een weegschaaltje. Het gewicht is goed, de beringde linkerhand verplaatst het kopje met porseleinen filterhouder van de weegschaal naar de toontbank. Het weegschaaltje kan het gewicht van het water niet aan en is ook niet waterdicht. Dat is niet zo handig, maar hij is heel precies. Dat is heel belangrijk. Een vloeiende beweging. Het water glijdt in een mooie, strakke straal uit de tuit van de kan. Niet meer dan 96 graden, liefst rond de negentig en vooral geen geklater. Uitschenken met een waterkoker is uit den boze; dan stort het water zich er met veel te veel geweld in. De vers gemalen koffie moet mooi ronddolen in het filter. Daarna roeren met een houten staaf of spatel. Even. Rustig. Wachten. Weer wat water opschenken en weer even wachten. Daarna de kopjes met niet te dikke rand, anders smaakt het niet. Ruik dat aroma, proef die lichte zuren en mooie bitters.

Twee schepjes

Tattooloos, knotjesloos en speciale-schenkkanloos stroomt het net van de kook zijnde water in het papieren filter, in vorm gehouden door slechts een bruin aangeslagen – maar verder niet vieze – plastic koffiefilterhouder. Twee schepjes voor mij. Dan is het goed. Sommigen willen een half schepje meer of minder. Prima, kost niet veel moeite. Misschien voor de efficiency nog een keer een tweede filterhoudertje erbij kopen. Kan ik in één ruk doorgieten, alsof het naast elkaar staande shot-glaasjes zijn.

Van een kwalitatief goede koffie kan ik al jaren genieten. Wat voor vorm de koffie ook heeft. Een French Press of een perculator. Een hydrocompresso of een gewoon filter. Op sommige plekken presteren ze het zelfs goede koffie te zetten in van die grote koffiezetters-met-filter. Het luistert nauw. Te veel koffie, dan wordt het bitter en ondrinkbaar sterk. Te weinig? Tja, dan is het niets.

Gewoon gemalen koffie in een kopje gooien en dan heet water erbij. Even wachten en niet de laatste slok te actief nemen. Een potje op een kopje met wat licht-gezoete koffie zoals in veel landen in het Verre Oosten. Prima te drinken. Of is dat net zoiets als dat die goedkope wijn in Frankrijk echt heerlijk was maar thuis toch niet zo?

Van die Civet-katten-koffie... Overschat?
Van die Civet-katten-koffie… Overschat?
Barman

Het is een vak, goede koffie. Maar waarom gebruiken we daar het italiaanse woord voor barman voor? Veel koffie in Italië is trouwens helemaal niet te drinken, zeker niet die van dat lieve oude baasje in dat kleine barretje in het dito dorpje met z’n veel te hete kopjes en verbrande koffie. Het enige wat die koffie nog drinkbaar maakt, is uiteindelijk de scheut grappa die hij er voor tien luttele centen extra nog bij gooit..

Een barman (m/v) is iemand die dranken bereidt, althans volgens onze woordenboeken. Een barista is iemand die barman is, althans volgens verschillende geraadpleegde woordenboeken Italiaans/Nederlands. Het is bijna beledigend dat iemand die zich in het noorden van Europa en in Noord-Amerika barista noemt, zich alleen mag bezighouden met ‘de kunst van koffie’. En eigenlijk tegenwoordig vaker met de kunst van het maken van een soort warme chocolademelk met koffiesmaak of zoet ijsje wat niet veel meer met koffie te maken heeft.

Nee, geef mij in Nederland maar een barman of -vrouw, in Engeland een bartender, in Italië een barista, in Duitsland een Barmann, in Spanje een camarero en op Mars iets heel anders. Als ie maar goede koffie maakt, een goed pilsje kan tappen en weet hoe glazen te poleren.

Pastinaak en wortel

Koken, bakken, braden. Heerlijk. Vooral als het ook nog écht lekker is. Met sommige ingrediënten heb ik helaas bijna altijd ruzie en een daarvan is pastinaak. Vaak wel aardig, maar net niet helemaal. Soms is er gelukkig een zoekmachine. Daar vulde ik de woorden ‘pastinaak’ en ‘wortel’ in, de twee groenten die nog in de groentela van de koelkast bivakkeerden en weggooien is zonde. Daar kwam ik een simpel maar verbazingwekkend smaakvol recept tegen met nog wat andere ingrediënten.

Ingrediënten:
Wortelen
Pastinaak
Knoflook (hele bol)
Rozemarijn (3 takjes)
Ei
Parmezaanse kaas
Spaanse peper (liever iets scherper)
Beetje spek of iets dergelijks
Peper en zout
Olijfolie

Hoeveelheden hangen natuurlijk af van hoeveel mensen er mee eten, maar dit is duidelijk voor een overschot aan wortel en pastinaak. Als daar nou te weinig van is, gooi er nog een aardappel bij.

Zet water op met wat zout en maak de wortelen en pastinaak schoon. Gooi de wortels, al dan niet door de helft, in het water en kook ze een minuutje of 5. Snij de pastinaken ondertussen door de helft; de kant met de smalle punt tot ongeveer het ‘midden’ en snij de dikke kant nog een keer in de lengte doormidden. Doe de pastinaken nog zo’n 4 minuten bij de wortelen in de pan. Giet ze daarna af in een vergiet en bestrooi ze na het uitdampen met wat zout en versgemalen (witte) peper. Witte peper geeft een andere smaak, die volgens mij goed past bij het geheel, maar zwart is ook goed.

Verwarm ondertussen de oven voor tot 200 graden Celcius (stand 6 gas). Pel de bol knoflook, maar snij de knoflook niet fijn maar kneus de hele tenen tussen je handen. Haal de blaadjes zonder houtige steel van de takjes rozemarijn af. Zet de bakplaat op de grootste pit van het fornuis en zet deze op de laagste stand. Sprenkel ruim (olijf)olie over de plaat en verdeel de pastinaak en wortel erover. Meng dat met de knoflook en rozemarijn en zet het een uurtje in de oven, tot de boel een fijn goudbruin korstje heeft.

Breek een ei of 4 in een kom. Doe er wat zout en peper bij en snij een Spaanse peper fijn. Snij nog wat ontbijtspek in kleine reepjes en schaaf wat Parmezaanse kaas, meng alles door elkaar en bak het als een normale omelet (even omkeren).

Serveer alles samen en combineer de krokante pastinaak en wortelstukken met de omelet. simpel, maar heel lekker!