De kracht van de podcast: it keeps you going

De kracht van de podcast: it keeps you going

Naar de sportschool. Weinig dingen zijn mijns inziens zo saai als dat. Maar niet bewegen – omdat je bijvoorbeeld thuis werkt – vind ik nog minder. Dan sleep je het logge lichaam naar zo’n apparatenwalhalla om daar een uur naar je eigen spiegelbeeld te staren. Een paar ganzen kijken je vanaf de aanliggende gracht wat meewarig aan. Ze blijven nota bene kijken! Het moet ook een gek gezicht zijn, van die rennende mensen achter glas. In een kooitje. Precies zoals ik me dan voel.

Ik hou het dan ook vaak niet lang vol, behalve met goede verhalen. Vroeger zette ik een luisterboek op een mp3-speler met wel 128 megabyte opslagruimte, naast wat klopklopmuziek om in het juiste ritme te komen. Alleen luisterboeken zijn het vaak niet voor mij. De verteller heeft net een iets nasale stem of gaat net niet snel genoeg. Of te snel. Een boek lees ik vaak liever zelf.

Naar de normale radio luisteren via fm – dat kan al jaren op de meeste mobiele telefoons – kan aardig zijn, maar dan is de ontvangst net weer niet lekker en je wordt nog steeds gestoord door nieuws, reclame en onzin die je niks interesseert, zoals een of andere voetbalwedstrijd die in het weekend live wordt verslagen door een station als Radio 1.

Gelukkig is het nu zo makkelijk een podcast op je mobiele telefoon te zetten, dat het bijna voor iedereen te doen zou moeten zijn. Bijna iedereen? Dat is ook nog de vraag. Het vinden van podcasts kan lastig zijn en hoe je een rss-feed in je podcastapp propt is ook niet altijd even duidelijk. Daar ligt zeker nog ruimte voor verbetering.

Misschien moet het woord ‘podcast’ eigenlijk gewoon verdwijnen. Het verwijst te veel naar de iPod en leunt nog te veel op het dramatische iTunes. On demand radio is wellicht wat lang, maar gewoon, radio? We noemen een smartphone ten slotte ook nog steeds een telefoon…

NS en het verhogen van de tarieven tijdens spits

NS en het verhogen van de tarieven tijdens spits

Drie jaar gelegen schreef ik een blog over de NS en het voornemen na te gaan hoe de afschaffing van het voordeelurenabonnement het Nederlandse volk beviel.

Dat is dus voor zover ik heb kunnen nagaan nooit meer door de toenmalige regering onderzocht.

Nu ligt er een voorstel om treinkaartjes in de spits maximaal 10 procent duurder te maken en die buiten de spits dan 12 procent goedkoper. Hoe dat dan met de wirwar aan abonnementen moet gaan, is me niet geheel duidelijk.

Volgens mij gaat het hier op twee manieren mis: veel mensen zouden best buiten de spits willen reizen, maar dat lukt niet om wat voor reden dan ook. Het is al veel duurder om te spitsreizen. De regelmatige reiziger heeft namelijk al een abonnement.

En als de baas het betaalt, maakt het de spitsreiziger toch niet uit.

Daarbij komt dat de afstanden waar het om gaat vaak zo kort zijn dat het verschil in bedrag per kaartje relatief klein is; mensen zullen dat vaak op de koop toenemen (en uiteindelijk aan het bedrag wennen).

Het blijkt weer hoe slecht een half staatsbedrijf eigenlijk functioneert. Commerciële belangen stroken slecht met de doelen die openbaarvervoer zou moeten nastreven.

Graag zie ik alsnog de uitkomsten van de motie Van Gent (nr. 32404 – 42)* over de vraag hoe de nieuwe, in 2011 ingevoerde, abonnementen bevielen en de toenmalige afschaffing van het populaire Voordeelurenabonnement.

Ps. Uit een nieuwsbericht op nu.nl blijkt dat ook de boetes voor slecht werk leveren, worden verhoogd als de boel doorgaat. Blijft toch een vreemde broekzak-vestzak constructie die het Rijk zo met zichzelf heeft… Read more

Als diamanten schitterend

Twaalf maart. Een straffe noordooster blaast over het land. Hemel strakblauw en temperatuur iets onder nul. De zon laat het zwarte, door rietkragen omgeven water schitteren en glinsteren. De golfjes op het water van de plas zijn kort en klein, precies zoals het meertje zelf. Een paar centimeter, hoger komen de golfjes niet.

De grijsbruine rietstengels buigen mee in de wind met een enkele halm die verderop in de plas ooit voedzame veengrond onder de voeten vond. Vooral de eenzame pluimen zijn mooi. Opgeheven door een klein kransje van aangegroeid ijs lijken ze boven het water te zweven. Het klotsende water tegen de stengels van de wuivende halmen zorgde voor opspattende waterdruppeltjes. Langzaam vormden die druppeltjes een soort horizontale ijspegels, helemaal rondom de stengel.

Zonlicht weerkaatst in de tientallen stukjes ijs, vastgevroren aan de halmen. Als diamanten schitterend, gestikt op een zilveren gewaad. Allemaal tegelijk dezelfde kant op. Het ritme van de wind. Dan weer iets harder, dan weer even bedrieglijke rust.

En dan ben je er al weer voorbij. Weer die trein door dat kleine stukje onbebouwde randstad.

 

 

 

In je laarzen door de modder

In de trein langs Veertigmorgen, het Naardermeer en de Wijde Blik. Alle schakeringen bruin. Het dunne laagje ijs op het zwarte water. De rietkragen, het veen. Een enkele kale boom. Dat alles badend in de felle winterzon. Een enkele roofvogel schiet door de lucht. Ploeterende ganzen aan de waterkant. Hadden ze toch maar verder zuidwaarts moeten vliegen.

Delfs blauw en dan de Wijde Blik?

Vanuit de te warme coupé met kille, grijswitte wanden en helblauw meubilair krijg ik een onweerstaanbare drang om naar buiten te gaan. Laarzen aan en banjeren door de rietlanden en de half ondergelopen weilanden. Te struinen door het kreupelhout en te zien wat het gebladerte vanaf het voorjaar weer allemaal verbergt.

De koude droge lucht inademen. Geen telefoon of andere zaken in mijn zakken. Gewoon, zo’n rugzak mee met een thermosfles en een stel bruine boterhammen met kaas. En natuurlijk een koek gevuld met amandelspijs. Een stroopwafel mag ook.

Verrekijker mee. Kompas. Al is het maar voor het idee. Een kaart, misschien?

En daar is de ringdijk al weer. Einde leegte. Keurige jaren-tachtigbouw aan de Naardense kant. Bussum. Bussum zuid. Hilversum Noord. Uitstappen. Uitchecken.

Weg droom?

Of ben ik het die wegdroomt. Mijn geest verlangt naar een tijd waarvan ik me afvraag of die ooit echt bestond. Het klinkt zo absurd simpel. Zo simpel dat het in Nederland vrijwel niet haalbaar is zonder regels te breken.

Gelukkig is er een officiële weg naar een officiële vogelspothut. Kun je lekker met je verrekijker, bruine bammetjes en thermosfles net doen alsof.

Nog geen 5 minuten te laat in Stratford-upon-Avon

Het duurde even, maar uiteindelijk ging de trein toch. Na een treinreis van iets meer dan 51 minuten kom ik met een kleine vertraging aan in het stadje wat geen Amerikaan-in-Europa links laat liggen. Het station is praktisch verlaten op de politie na. Die oefent haar taak uit en neemt een stoute reiziger-zonder-kaartje mee naar een klaarstaande politieauto en de rust is weergekeerd. De paar mensen die uit de trein stappen zie je denken: “Mooi is dat, door die raddraaier hebben we toch nog vertraging. Foei!”

Het station ligt aan een grote bouwput. Ik volg de locals richting het ‘centrum’, dat is ten slotte iets wat je altijd moet doen, locals volgen. Er staan wat oude borden met de mededeling dat er echt méér is in Stratford dan alleen maar Shakespeare. Dat belooft wat. Laat ik die bordjes volgen. Helaas, ze blijken naar nergens te wijzen en zo val ik met mijn neus middenin een kerstmarkt.  De kerstmarkt in S-u-A bestaat in tegenstelling tot die in Birmingham niet uit vreetschuren, maar vooral snuisterijen en duurdere souvenirs. Ik laat mij verder leiden door de bordjes richting Shakespeare’s geboortehuis en voor ik het weet ben ik er al voorbij. Oh hier, dat huis waar een hekje omheen staat. Nou, vakwerk. Check. Naar binnen gaan, nee, geen zin in.

Op wacht zwemmende zwaan
Op wacht zwemmende zwaan

Verder wandelend, blijkt dat het een heel klein stadje is met een uit de kluiten gewassen theater en heel veel B&B’s en hotels. En dan ben je er al weer doorheen. Ergens vlakbij een standbeeld van de grote bard in oostelijke richting vanuit de stad, zit een sluisje. Voor dit kleine waterslot zwemt een zwaan agressief heen en weer. Telkens piept hij met zijn snuit door een open gedeelte van de sluisdeur. Ik loop enigszins omzichtig naar de andere zijde van de sluis. Het dier heeft duidelijk een gevecht gewonnen (of verloren) en zoekt nog steeds naar zijn vijand. Deze heeft in ieder geval de benen genomen. Slechts wat plukjes veren in het lager gelegen water aan de andere kant van de sluisdeur getuigen nog van wat hieraan vooraf ging. Read more

Op weg naar de trein met bestemming Stratford-upon-Avon

Naar Shakespeare! Of althans, de geboorteplaats van de beste man. Van Birmingham Moor Street Station 51 minuten in zuidelijke richting naar Stratford-upon-Avon. 51 minuten in een dieseltrein dwars door het mij vrijwel onbekende landschap van de Midlands. Langs kanalen en heuvels, noestige eiken en oude dennen. Ja, ik hou van treinen, ook met de oncomfortabele probleempjes die er soms bij horen.

Direction Pritchatt's Road, I'think...
Direction Pritchatt’s Road, I’think…

Zelf ben ik ook vaak te laat, want nog even die ene mail… Dus in tegenstelling tot mijn plan de trein van half elf te halen, werd het met enige haast die van half twaalf. Snel het station in. Lange rij Japanners voor het loket. Hop, naar de automaat. Klikken op het scherm, iets met toch maar een duurdere retour, dan mag je ook in de spits reizen. Credit card erin. Flop-flop. Mijn kaartjes. Rap door de poortjes en…

Read more

Mini Maker Faire Groningen

Mini Maker Faire Groningen 2012
Met laser gesneden/gezaagd bord bij ingang van de eerste officiële Groningse Mini Maker Faire 2012

Nu is het de Maker Faire in Groningen die het landelijke nieuws haalt. Ruim een eeuw eerder kon je verschillende interessante lokale projecten vinden in de provincie met diezelfde naam die het grootste gedeelte van het land nog moest ontberen, namelijk projecten die later bekend zouden worden onder nutsvoorzieningen. Zoals Uithuizen met een gasbedrijf in 1905, Middelstum met z’n eigen elektriciteitscentrale in 1910 en iets eerder Groningen stad met een eigen waterleidingbedrijf in 1881. Ja, die provincie was er als de kippen bij.

Herhaalt die geschiedenis zich nu? Is het kleinschalige enthousiasme en vooral ook doorzettingsvermogen, een voorbode voor wat komen gaat? Dat zou toch prettig zijn. Een wereld waar we lokaal mens zijn met toch een wereldwijde markt, alleen dan een markt van ideeën en niet zozeer een markt van fysieke objecten, want die maak je thuis. Of anders ergens in de buurt. En als het niet in de buurt kan, dan moet het wel heel raar lopen wil dat écht niet kunnen. En als het kan, maar het is er nog niet, dan regel je het toch zelf? Of met iemand. En die kan dan weer aan de andere kant van de wereld wonen.

Zover is het nog niet. Nog lang niet? Dat is twijfelachtig. Maar terug naar Groningen en de eerste officiële Mini Maker Faire op het Europese vaste land.

Impressie
Veel blanke mannen en in iets minder grote hoeveelheden de dito vrouw. Praktische schoenen – werkschoenen. Broek-met-van-die-zakken-aan-de-zijkant. Daarnaast allerlei pluimage, veel kinderen die zich vergapen aan grappen die uit te halen zijn met… alles eigenlijk.

Materiaal van de toekomst: hout, voor de bulk. Verder elektronica om de boel slimmer te maken en kunststoffen van ‘bioplastic’. Handig, want afbreekbaar. Verder ook vast wat niet-afbreekbare kunststoffen, maar een kniesoor die daar nu al over gaat zeuren.

Verwerkingsmethoden: van al eeuwen bekend tot vrij nieuw. Hamer, spijker, schoef en boor. Ze zijn er allemaal nog. Daarnaast nu dus de 3D-printer in allerlei vormen en met vele verschillende printmogelijkheden. En is de 3D-printer er voor het kleine, fijne werk, voor radertjes en ander klein spul, de dingen zelf zitten vaak in een omkisting van hout. En dat hout, dat ziet er heel erg strak uit. Zo strak doet mijn figuurzaag van de timmerclub dat niet!

Laser-snijden
Het antwoord op de vraag hoe te zagen dezer dagen is vrij simpel en komt uit de metaalindustrie: de laser cutter. Met laser cutting is vrijwel elke twee-dimensionale vorm uit een plaat hout te krijgen. En nu de nieuwigheid er nog niet vanaf is, is ook de donkere verkleuring van het verbrande hout langs de randen nog een optisch mooi gegeven, al zal die verkleuring snel de weg van de afgeronde ‘web 1.0’ randjes van oud photoshop-werk volgen.

Allemaal inspirerende zaken, waarbij ik toch niet echt een bevredigend antwoord heb gekregen op de vraag waarom men zo graag met de open-source gedachte te koop loopt en die gedachte ook aan iedereen uitlegt, terwijl er bijna geen andere OS-en dan Windows of OSX te bewonderen waren. Ok, in een klein hoekje in het Pomphuis was ruimte voor verschillende Linux-desktops waarachter verscheidene pubers kunsten vertoonden met zo snel mogelijk dingen op de command line typen. En kom nou niet met het argument dat de command line nog zo hard nodig is bij populaire distro’s. Wel Blender, Inkscape en Gimp gebruiken, maar dat toch op een Win-compu.

Voor mij waren de ‘Talks’ het interessantst, al heb ik ze niet allemaal gevolgd. Binnen de opzet van het festival hadden die misschien een betere plek mogen krijgen, vooral ook omdat de ruimte vlak naast de grote, lawaaiige werkplaats lag. Aan de andere kant was het wel heel toegankelijk op deze manier: het was niet zo’n zaaltje waar je eigenlijk niet naar binnen durfde.

Ergens in de wandelgangen pikte ik nog op dat mensen het jammer vonden dat het niet meer in ‘het westen’ plaatsvond. Tja, als ik me dan een voorstelling maak van hoe het nou zou zijn als dit op het Westergasterrein zou plaatsvinden. Direct gekaapt door de bakfietsmaffia, de ‘biologische, ik ben zo gezellig’-koks, de ‘experience’ zou leidend zijn, niet het echte verhaal. De ‘talks’ zouden ook op een hoog plan getild worden; TED moet het zijn! De mensen zouden ook rondlopen op UGGS (of wat er nu hip is).

Ik denk dat het pas doordringt in Amsterdam als het híp is. Dus wie loopt er nou eigenlijk achter?

hi.nl je nieuwe Best Friend Forever in de dataminnende wereld?

Gistermiddag wilde ik toevallig inloggen op hi.nl. Even zien hoe mijn tegoeden ervoor stonden. Men heeft een stevige make over gedaan op de site en dat leverde hier en daar nog wat schoonheidsfoutjes op. Al surfend over de site kwam ik bij mijn telefoonboek. Een deel van de site waar je de contacten uit je telefoon naartoe kunt uploaden om ze zodoende niet meer kwijt te raken als je telefoon om wat voor reden dan ook echt niet meer aan wil, je telefoon er gewoon niet meer is of als je het apparaat met enige regelmaat voorziet van een update. Ideaal, minuten later zijn je contacten weer bijgewerkt. Ik heb inderdaad geen Android telefoon of iets anders slims met automatische cloud-synchronisatie, alhoewel.. die Galaxy Tab welke naast me ligt…

In tegenstelling tot de meesten, neem ik tegenwoordig even de tijd om de voorwaarden door te nemen. Vaak denk ik: ja, #$#, maar het is niet anders, ik geef wel akkoord. Datzelfde heb ik bij Google Inc. ook ooit gedaan en Facebook doet er niet voor onder. De voorwaarden van de twee laatst genoemden heb ik al lang niet meer doorgespit, maar de hi-site mocht toch op speciale belangstelling rekenen. Mijn interesse werd extra aangewakkerd door het derde punt van boven waar dikgedrukt ergens midden in een zin sociale netwerken staat. Interessant, wil hi.nl ook een graantje meepikken van de link Android/Gmail en Facebook om inzicht in je gebruik te krijgen? Is dat iets waar zij geen ‘recht’ op zouden hebben? Gelukkig heb ik het ‘recht’ om de voorwaarden niet te accepteren en gelukkig werkt het door mij zo belangrijk gevonden deel dan nog, althans, zo lijkt het. Of de muur die de voorwaarden opwerpen tussen het interactieve deel en het ‘normale’ telefoonnummersbestand heel goed werkt, weet ik niet, het voelt een beetje als een slap gipswandje.

Waarom zou ik dergelijke voorwaarden niet willen accepteren? Omdat ik het oninteressant vind om te weten of ik de grootste sms-er in de provincie ben? Omdat het internetadres http://vriendendienst.www.hi.nl is? (alleen zichtbaar na inloggen) Omdat ik niet wil weten hoevaak ik sms met Alex, Wouter of Anna? Nee, dat alles is het niet. Dat soort stats zijn we wel gewend aan geraakt de afgelopen jaren. Het komt door de volgende bepaling uit de verder ook interessante EULA:

13. Door gebruik van de Hi Vriendendienst geef je ons toestemming om jouw verkeers- gegevens te gebruiken om jouw communicatiegedrag te kunnen bepalen en te kunnen belonen met badges.

Hier geef je toestemming om iets te delen waarvan ik denk dat zolang de gemiddelde telefoonmaatschappij nog onderscheid maakt in data (bellen, sms, etc.), deze maatschappijen nu niet ineens je telefoonnummer, je belgedrag en sms-gedrag mogen gaan koppelen aan je sociale activiteiten op internet. Er staat nergens expliciet wat voor verkeersgegevens men bedoelt. Ondanks dat je met een Android-telefoon met de verplichte Google-koppeling natuurlijk een belachelijke hoeveelheid informatie aan Google geeft waaraan óok telefoonnummers gekoppeld zijn, heeft Google (nog niet) de mogelijkheid de inhoud te volgen van je belverkeer (vermoed ik) en voor zover ik weet staan niet via Google verstuurde sms-jes nog los van de Google-berichtenservice.

Terwijl Deep Packet Inspection gewoon doorgaat, beldataverkeer een andere status heeft dan internetdataverkeer, de maatschappijen ons een figuurlijke heroïnespuit gratis gegeven hebben met het gebruik van unlimited internet (met een FUP weliswaar), schuift heel langzaam maar zeker het acceptabele steeds een klein beetje op naar dingen die nu nog onacceptabel zijn.

Alternatieven:
one.ubuntu.com helaas, werkt niet meer, misschien in de toekomst weer
– Iets anders, namelijk:….
– maandelijks via wat voor ingewikkelde oplossing een comma seperated values lijst genereren en die ergens opslaan

De fiets en het bakje

Het lijkt briljant: een bakje voorop de fiets waar je zo van alles in kunt gooien. Ideaal, toch? Dat zou het zijn als er niet meer fietsen gebruik zouden maken van de smalle fietspaden en de krappe fietsenstallingen.
Bloemetjes en bijtjes op de fiets
Opvallend genoeg worden de bakjes steeds groter en opvallender. De gemiddelde opgehipte Amsterdam Zuid-mevrouw (ze zien er uit als meisjes, maar ze zijn echt in de mevrouwen-leeftijd) heeft tegenwoordig een felgekleurde, liefst roze, fietsbak voorop hangen of ze heeft hem versierd met plastic bloemen. Dito bij meneer. Hij houdt het bij stemmig zwart of een andere saaie kleur. Ondanks dat blijft bij hem gelden: die van mij is groter dan die van jou, waardoor hij soms zelfs rondjes fietst met een bakkersbak voorop. Dat zijn echt wel de grootste. Ben blij dat ik dat niet voorop heb hangen.
Lekker grote bakkersbak
Nee, ik heb een lean-mean stadsfiets en die is ook heel hip. Ik ben namelijk ook een meneer en denk nog steeds dat ik 25 ben. Toch getuig ik hopelijk nog van enige rede. Mijn hippe fiets is vol te hangen met accessoires, zo ook een voor-bagagedrager, geheel in stijl van de fiets. Er wordt alleen standaard een bak bij geleverd. Bij aankoop van de drager ging het ongeveer zo:

“En hier is het bakje!”
“Eh, nee, ik hoef geen bakje.”
“Hoezo niet?”
“Dat bakje past niet, ik wil er af en toe een iets te zware weekendtas op vervoeren of iets anders wat niet op mijn rug past, maar nee, ik wil geen bakje. Ik ga natuurlijk wel iets slims verzinnen met spanbanden of zo.”
“Hmm. Ok, misschien heb je daar een punt.”

Het klinkt zo logisch, geen bakje voorop de fiets. Gewoon een smalle bagagedrager (lees: zelfde formaat als de ouderwetse bagagedrager). Daar is ooit in het verleden over nagedacht. Dat bleek een ideale maat. Men zette daar inderdaad wel vaak een mandje op, maar dat werd er dan ook weer afgehaald.

Daarom een oproep aan de bedenkers van nieuwe, hippe, over de top fietsen: kijk eens naar die gouwe ouwe bagagedrager. Misschien niet zo mooi, maar ontwerp dan iets in de stijl van je fiets. Laat in ieder geval niemand meer rondfietsen met die onmogelijke bakkies. Mijn halve fietsenstalling staat er letterlijk helemaal mee vol!

Ps., ik signaleer een nieuwe trend: het bakje van el cheapo hout. Dat is het helemaal tegenwoordig. Gelukkig rotten die waarschijnlijk binnen een jaar weg, dat is dan het enige voordeel.
Bos hout voor de deur

Stations en vertragingen

Is vertraging per definitie heel vervelend? Soms valt het best mee als je wat speling hebt. Vaak kan ik best mijn ding doen op mijn netbookje waar dan ook in het land. Zo ook een vertraging hedenochtend. Een storing. Deze was al bekend en ik dacht: ach, ik wissel dan in Hilversum even van trein, neem daar de eerstvolgende en dan hoef ik in Amersfoort niet over te stappen, waarna ik rechtstreeks naar Groningen kan. Helaas, ergens kwam er een nieuwe kink in de kabel en dat plannetje werd gedwarsboomd.
Hilverdorp. Heerlijk..
Eigenlijk wilde ik er niet heel chagrijnig van worden, want dat is alleen maar vermoeiend. Alleen, station Hilversum. Je kunt daar nergens zitten, behalve op de wachtbankjes op de perrons zelf. Er zijn in de stationshal enkele uitbaters aanwezig die prijzige koffie en broodjes serveren, maar dat wil niet zeggen dat er plaatsen om te zitten zijn. Er is nog een of ander burger ‘restaurant’ waar skai-lederen krukken staan, maar zitten… Nog steeds niet echt verleidelijk. Op zich had ik naar een etablissement in de buurt kunnen stiefelen, ware het niet dat er niet veel in de buurt van het Hilversumse station is, laat staan dat er iets in Nederland open is voor 9 uur ’s ochtends.

Dat zette me aan het denken: is Amersfoort een station waar praktische, maar fijne bankjes en tafeltjes staan waar de wachtende reiziger langer dan een kwartier prettig kan vertoeven, misschien zelfs wel met eigen meegebrachte etenswaren? Neen, helaas daar ook niet. Ik kon me eigenlijk geen enkel modern station voor de geest halen waar je prettig kunt zitten. In enkele van de in de afgelopen tien jaar gerenoveerde stations bevinden zich mooie, fijne ruimtes waar voorheen de derde klasse (staand), de tweede of de eerste klasse (zittend) kon wachten op treinen die toentertijd niet zo frequent kwamen als tegenwoordig. Alleen zijn deze ruimtes het domein geworden van te dure boterhambesmeerders, waardoor het verboden is eigen meegebracht voedsel verorberen of de dorst met eigen drinken te lessen.

Is de ruimte zo kostbaar geworden dat er vrijwel nergens meer openbare ruimte te vinden is waar men kan vertoeven zonder dat men zich over moet geven aan consumeren van uitgestalde producten? Op vliegvelden, waar lang wachten de regel is, lijkt er wel voldoende ruimte gereserveerd te zijn voor lang wachten en normaal zitten zonder dat met verplicht wordt tot het afnemen van bepaalde producten. Niet dat je daar niet toe verleid wordt, maar dat is een ander verhaal.

Zeker met de huidige verbindingsmogelijkheden zouden vertragingen of andere wachtmomenten probleemloos omgezet moeten kunnen worden in productieve momenten of (ook niet onbelangrijk) gewoon even rust. Gek genoeg lijkt dit onmogelijk gemaakt te worden door allerhande ‘planners’ die de wereld ervan proberen te weerhouden ooit zomaar te kunnen gaan zitten en zonder restricties je thermoskan koffie op een tafel te zetten.