MtGox, Bitcoins en witwassers: een modern detectiveverhaal

MtGox, Bitcoins en witwassers: een modern detectiveverhaal

Bijna iedereen die ‘in’ bitcoins zat begin 2014 bezat waarschijnlijk ooit munten bij de grootste Bitcoin-exchange tot dan toe: Mt. Gox. Iedereen die nog nooit van Bitcoin had gehoord, wist nu dat er heel veel geld gestolen was bij dat handelshuis, namelijk 850.000 bitcoins, toen zo’n 450 miljoen dollar waard. Een in Japan woonachtige Fransman en eigenaar van Mt. Gox werd verantwoordelijk gehouden. Hij werd opgepakt en een langdurig proces volgde.

“#MtGox #Bitcoin thief arrested in Greece yesterday. Props to all the people who have worked on this incl. @nikuhodai” tweete de eerder genoemde Fransman Mark Karpeles om 18:46 uur woensdagavond, 26 juli 2017.

Niet veel later om 19:52 uur een tweet van WizSec, een Bitcoin Security Specialist die sinds de Mt. Gox-hack bezig was met onderzoek naar de diefstal. “Breaking open the MtGox case (comments on today’s news):” met vervolgens een link naar een blogpost van de firma.

Het hele circus begon allemaal een dag eerder, dinsdag aan het eind van de dag: BTC-e.com, een oude en grote Russische exchange voor heel veel verschillende digitale munten waaronder Bitcoin, had een storing. Het zou gaan om niet-gepland onderhoud, meldde de site in een tweet.

In zijn lange bestaan sinds juli 2011 was BTC-e altijd een vrij grote speler, maar qua uiterlijk bleef het een site zonder innovatie en hij behield al die jaren zijn archaïsche looks. BTC-e had verder een populaire ‘troll-box‘ waar mensen ongegeneerd zin en onzin de wereld in konden slingeren. De eerste 4 jaar had de site veel problemen met DDoS-aanvallen, maar dat leek de afgelopen drie jaar sterk teruggedrongen. Maar goed, ondanks alles: storingen kunnen ontstaan en in eerste instantie wachtten de gebruikers van BTC-e dan ook ‘rustig’ af naar aanleiding van de tweet van het bedrijf.

De volgende ochtend werd het gevoel in Europa toch wat minder. Wat zou er gebeurd kunnen zijn? En omdat elke transactie die ooit op het Bitcoin-netwerk gedaan wordt zichtbaar is, kregen velen op Twitter extra stress: er zouden ruim 66 duizend bitcoins verplaatst zijn sinds het moment dat de exchange uit de lucht ging. Of het om munten uit de virtuele portemonnees van BTC-e ging, was – en is – nog niet bekend.*

Op hetzelfde moment meldde persbureau Reuters dat Alexander Vinnik opgepakt was in Griekenland. De 38-jarige Rus werd verdacht van het witwassen van 4 miljard dollar. De gearresteerde man bleek een van de oprichters van BTC-e.

Dat is wel heel veel toeval. Twitter explodeerde, nou ja, binnen een bepaalde groep. Reddit ging los en fora van bezitters van cryptovaluta deden ook een duit in het zakje. Normale nieuwssites berichtten voornamelijk over een gearresteerde Rus die 4 miljard had witgewassen sinds 2011 door gebruikt te maken van de digitale munt Bitcoin. En daarmee was voor de normalemensenwereld weer even duidelijk dat cryptogeld stout is en iedereen kan weer rustig gaan slapen.

Maar die tijd is voorbij en het is belangrijk hier kennis van te nemen. En dat kennisnemen kan zelfs een stuk interessanter worden doordat WizSec een heel blog wijdt aan het onderzoek; een reconstructie van een misdaad of reeks misdaden.

WizSec windt er geen doekjes om: “Vinnik is onze belangrijkste verdachte bij de Mt. Gox-diefstal (of het witwassen van de opbrengst daarvan). Dit is het resultaat van jaren werk van verschillende onderzoekers die allemaal dezelfde uitkomsten delen. Iedereen moest zijn mond houden om geen verdachten te alarmeren.”

Deze eerste blogpost van WizSec sinds de arrestatie van Vinnik is voornamelijk een samenvatting van wat er tot nu toe gebeurd is, te beginnen bij het eerste debacle bij Mt. Gox dat hiermee te maken heeft in 2011. De privésleutels van een zogenaamde hot wallet waren gestolen. Heel kort uitgelegd: een bitcoinportemonnee van een computer die op internet aangesloten was, was gejat. Dit stelen bestond uit het simpelweg kopiëren van het wallet.dat-bestand. Alsof je een Word-document kopieert en aan een vriend(in) geeft.

Met de kopie konden de dieven ongestoord alle bitcoins binnenkrijgen en gebruiken die naar de aan de wallet.dat gekoppelde bitcoinadressen gestuurd werden zonder dat Mt. Gox het doorhad. In de daaropvolgende jaren werd op die manier steeds een beetje geld in vorm van bitcoins weggesluisd. Deze munten werden naar bitcoinportemonnees beheerd door Vinnik gestuurd. Medio 2013 waren er zo’n 630.000 bitcoins gestolen van Mt. Gox.

1000 USD per bitcoin op 27 november 2013. Saillant detail: BTC-e staat op 912

Maar dat was niet alles. Doordat de sleutels van de wallet.dat gedeeld waren, werden adressen vaker gebruikt en dit zorgde voor fouten binnen de systemen van Mt. Gox waardoor sommige uitgaven door de dief als stortingen bij Mt. Gox gezien werden. Hierdoor vergrootte de min op de balans nog eens met 40.000 bitcoins bij de geplaagde exchange doordat de coins terechtkwamen bij gebruikers van Mt. Gox. Fijntjes schrijft WizSec dat niemand dit blijkbaar even gemeld had.

Nadat de munten in de wallets van Vinnik terechtkwamen, werden de meeste coins doorgesluisd naar BTC-e en vervolgens verkocht of witgewassen. Zo’n 300.000 bitcoins eindigden volgens WizSec bij BTC-e. Andere munten kwamen op andere exchanges terecht. Ook bij Mt. Gox zelf.

De wijze waarop een deel van het kapitaal naar BTC-e verplaatste, namelijk naar interne opslagadressen van BTC-e, wijst op een relatie tussen de exchange en Vinnik. Ook gestolen fondsen van andere diefstallen werden via BTC-e verhandeld.

Uiteindelijk kon Vinnik geïdentificeerd worden als dader bij het witwassen van bitcoins via BTC-e doordat hij een deel van de munten terug naar Mt. Gox had gestuurd. Die Mt. Gox-rekening kon gelinkt worden een online-identiteit ‘WME’ van Vinnik omdat hij op het populaire bitcoinforum ‘Bitcoin Talk’ gewag gemaakt had van munten die van hem gestolen waren.

Hiermee is Vinnek als witwasser geïdentificeerd, maar niet als hacker of dief. WizSec schrijft daarover: “mogelijk heeft hij [Vinnik] goedkope munten van dieven gekocht die aan hem werden aangeboden via een witwasdienst. Hij is hoe dan ook een cruciaal puzzelstukje omdat hij vermoedelijk wist met wie hij handelde en voor wie hij witwaste”.

Het is de hoop van de onderzoekers dat nu ook overige verdachten naar voren zullen komen. Verder beloven de onderzoekers binnenkort meer details vrij te geven over de zaak.

Op het blog staat een bestand met een zogenaamde flow chart van alle relaties tussen de verschillende bitcoinadressen, wat nogmaals duidelijk maakt dat alles wat in de blockchain van Bitcoin staat, gevolgd kan worden.

Update: inmiddels is er een verklaring van het US Department of Justice waarbij zowel Vinnik als BTC-e als crimineel worden weggezet. Wat dit betekent voor niet-witwassende gebruikers van BTC-e is vooralsnog niet duidelijk. De Financial Crimes Enforcement Network (FinCEN) heeft in niet mis te verstane woorden te kennen gegeven dat iedereen die in de VS handelt en niet de juiste papieren heeft, op vervolging kan rekenen: “We will hold accountable foreign-located money transmitters, including virtual currency exchangers, that do business in the United States when they willfully violate U.S. AML laws.”

* althans niet bij het normale publiek, we wachten af…

Amerikaanse SEC gaat ICO’s in de gaten houden

Amerikaanse SEC gaat ICO’s in de gaten houden

Het was te verwachten: nadat er al zo’n 1,2 miljard dollar (!) in online fondsenwerving is gestoken via een volstrekt ongereguleerde markt, heeft de Amerikaanse Securities and Exchange Commission dinsdag besloten dat deze manier van fondsen aantrekken beter in de gaten gehouden moet worden.

Het gaat hier om zogenaamde initial coin offerings, een markt die sinds begin dit jaar geëxplodeerd is. Volgens de SEC, de AFM of FSMA van de Verenigde Staten, staat een ico over het algemeen gelijk aan een initial public offering, ofwel aandelenuitgifte.

De SEC komt tot de conclusie dat het grootste deel van de ico’s uiteindelijk precies hetzelfde is als een uitgifte van normale effecten. Daarom valt een ico ook onder het toezicht van de SEC en moet een platform dat zich op deze manier in de markt wil zetten, zich bij de SEC registreren.

Het onderzoek van de SEC wat hieraan ten grondslag ligt, richt zich voornamelijk op de problemen die ontstonden rond The DAO, de uitgifte van digitale tokens die deelnemers stemrecht gaven binnen een digitale autonome organisatie. Deze organisatie werd kort nadat het een equivalent van op dat moment zo’n 168 miljoen dollar aan Ether (een digitale munt vergelijkbaar met Bitcoin, maar dan met meer mogelijkheden) wist op te halen, gehackt. Of niet, maar dat is vooral een verschil van interpretatie.

De bevindingen uit het rapport van de SEC stellen dat de tokens die verkocht werden tijdens de crowdfundactie van The DAO gewoon effecten waren en ook als zodanig behandeld moeten worden. Dit betekent dat een dergelijke actie zich eerst had moeten registreren en alle benodigde informatie aan de SEC had moeten overhandigen. Op die manier kan de SEC garanderen dat investeerders de juiste informatie van te voren krijgen. Daarvoor had The DAO zich moeten registreren als

De The DAO wordt niet vervolgd omdat het gaat om een nieuwe, innovatieve technologie. De organisatie ziet het wel als waarschuwing aan de industrie en deelnemende markten. Het is binnen de crypto-industrie ook geen verrassing dat de SEC hiermee aan de slag gegaan is. Het is ook een van de redenen dat verschillende ICO’s aangeven dat investeerders niet uit de Verenigde Staten mogen komen.

De SEC stelt dat per geval gekeken moet worden of het inderdaad om een uitgave van tokens gaat die vergelijkbaar zijn met aandelen. The DAO was dat wel volgens de SEC omdat het investeerders een mogelijke winst op hun investering bood. Veel bedrijven die een ICO gebruiken om geld binnen te halen, zien hun ICO’s niet als effecten of aandelen omdat ze de houders ervan geen winst of verlies in het vooruitzicht stellen; ze zoeken slechts naar investeringsgeld. De angst om de SEC liet veel uitgevers van ICO’s al op voorhand besluiten officieel geen tokens in de VS te verkopen.

Dit oordeel van de SEC komt voor vrijwel niemand in de crypto-wereld als verrassing. Of hiermee de house aan ICO’s ook een halt toegeroepen is, is onduidelijk. De vraag naar valide juridisch erkende documenten binnen de crypto-wereld zal de komende tijd vermoedelijk sterk toenemen.

Wel zorgde de uitspraak voor een koersval, maar of dat rechtstreeks aan de uitspraak te wijten is, is niet duidelijk. Sterke stijging of daling van de koersen is de afgelopen maanden zeer gebruikelijk in de crypto-wereld.

Gratis geld! Nu! (En waarom je bank verdwijnt)

Gratis geld! Nu! (En waarom je bank verdwijnt)

Zo klonk het jaren geleden in mijn oren: je kon gewoon met je computer gratis geld ‘maken’. Bitcoins heetten die dingen. Hoe het precies werkte, interesseerde me eerst niet zo veel. Toch begon het al snel te kriebelen: dit is meer dan alleen maar goudzoeken.

Het is ergens eind 2011, een rustige tijd van het jaar. Donker, maar er is een lichtpuntje: je kunt zomaar gratis geld maken op je eigen computer! Wel wat vaag, maar toch. Ik downloadde een programmaatje en… Niets. 0.00000000 BTC bleef er staan. Stom. Programma weer verwijderd.

Een jaar later, weer december, weer tijd over. Aha! Dat programmaatje was niet waarmee je geld kon maken, daarvoor had je een ander programma nodig. En jawel, ik zette mijn eerste schreden op het pad van de miners. Ofwel de goudzoekers van onze tijd. Snel ging het niet en een Bitcoin, want daar hebben we het natuurlijk over, was te weinig waard om mijn computer daarvoor drie keer zoveel energie te laten verstoken. Ik wist toen in weken computertijd iets van 2,5 euro, een 0.00nogwat BTC, bij elkaar te sprokkelen.

Nu zijn er misschien een aantal woorden voorbij gekomen die je niet kent: miner, Bitcoin en BTC. Dat is niet erg, want het zijn ook vrij nieuwe woorden. Voor ik ze verder uitdiep, even terug naar mijn gepruts in 2012. Want dat was het. Ik had drie woorden opgevangen: ‘zelf geld maken’, en dat bleek voldoende om me aan te zetten allemaal regels code te kopiëren van internet om zo mijn videokaart (dat ding wat normaal beelden op je beeldscherm tovert) te laten rekenen, aan transacties die gedaan zijn op blokken van de blockchain van Bitcoin.

Mythische bedenker

Maar wat ik deed, dat was me eigenlijk volstrekt onduidelijk. En dat terwijl het toch echt uitgelegd staat in het artikel dat Satoshi Nakamoto, het pseudoniem van de nog steeds onbekende bedenker van Bitcoin, schreef in 2008. De titel van het artikel is: “Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System“. De eerste zin van dat artikel luidt: ‘Een pure, peer-to-peer-versie van elektronisch contant geld dat online betalingen mogelijk maakt die direct van de ene naar de andere partij gestuurd worden zonder eerst via een financieel instituut te gaan.’

Deze eerste zin is voor de gemiddelde leek, wat praktisch iedereen toen was, lastig om te doorgronden, ondanks dat de woorden op zich niet onbegrijpelijk zijn. Waarom zou je geen financieel instituut meer willen? Behalve dan een enkele libertariër die het liefst alle instituten de nek omdraait. En wat heeft peer-to-peer-technologie ermee te maken, iets wat de meesten alleen kennen van het downloaden van films. Daarna gaat het verder met termen als: ‘digitale handtekeningen’, ‘voorkomen van dubbel-uitgeven’, ‘timestamps’, ‘transacties die gehasht* moeten worden’,  ‘proof-of-work’, ‘langste keten’, ‘cpu-kracht’, ‘aanvallers voor zijn’, ‘nodes*‘, ‘berichten die worden uitgezonden’. Veel terminologie is op zich voor mensen die iets meer met computers doen niet onbekend, maar de combinatie daarvan, daarin zit hem de genialiteit van het Bitcoin-netwerk. Het lost namelijk het ontbreken van een vertrouwde derde partij op en het probleem dat digitale zaken makkelijk gekopieerd kunnen worden, iets wat zeker met elektronisch geld geen overbodige luxe is.

Wat is Bitcoin?

Dan weet je nu wat het is, die Bitcoin en de achterliggende techniek die niet veel later tot blockchain omgedoopt werd: digitaal vertrouwen, dat is het. We stellen ons als mens niet snel de vraag hoe iemand te vertrouwen, als mens weten we hoe dat werkt: je staat naast een ander mens. Die andere persoon geeft je 20 euro. Dan weet je 100 procent zeker dat je die 20 euro hebt gekregen. Dit is heel lastig uit te voeren op internet, maar het is oh zo nodig. Dus in plaats van te vragen hoe het werkt, had ik moeten vragen: welk probleem lost [de] blockchain, of toen nog Bitcoin, op?

‘Bitcoin is geen systeem van krediet, of schuld. Het is ook geen bedrijf of wat dan ook. Het is digitaal contant geld met een eigen waarde zonder dat daar een derde partij voor nodig is. Direct, zonder tussenkomst van anderen.’ Zo legt Andreas Antonopoulos, een van de voorvechters van Bitcoin van het eerste uur, het graag uit in zijn talks. Hij stelt het heel simpel: het wordt steeds moeilijker dingen met contant geld te betalen en tussen elke betaling zit een bedrijf of een keten aan bedrijven. Bij Bitcoin is dat niet het geval. Niemand kan een bitcointransactie tegenhouden. Ook niet als er een regering of bedrijf is die wil dat die transactie niet plaatsvindt om wat voor reden dan ook. Het gaat Antonopoulos in eerste instantie om vrijheid en dat we ons zeer bewust moeten zijn van de vrijheid die we inleveren door ons over te leveren aan zo veel derde partijen die met ons geld omgaan en onze privacy. Partijen die we allemaal vertrouwen, totdat het misgaat of een regime sterk van karakter verandert. En dat dit ook bij ons kan gebeuren, is helaas zeer goed duidelijk geworden met de verkiezing van Trump.

Zo dacht ik zelf dus nog niet na over blockchain in het begin, namelijk het oplossen van de vertrouwenskwestie. Toch was me al snel duidelijk dat het meer was dan geld alleen. Klein voorbeeld: wat ik heel gaaf vond en vind, is dat elke transactie op internet te volgen is. Je kunt elke transactie die ooit gedaan is inzien op de blockchain. Dat is waar ik begon. Dat wilde ik snappen, maar achteraf had dit geen betekenis zonder begrip van online vertrouwen tussen onbekende partijen.

 

De Wiebelende Cijfertjes: Forex Trading Kraken

Fast foward naar nu

Inmiddels zijn we een jaar of vijf verder en hebben honderden ouderwetse bedrijven zich gebogen over de gebruiksmogelijkheden van blockchains. Daarnaast zijn er duizenden nieuwe bedrijven, bedrijfjes en instellingen ontstaan die bezig zijn met blockchains en sommige van die ontwikkelingen zullen uiteindelijk heel belangrijk worden voor ons normale stervelingen. Alles wordt verbonden. Alles.

Laat dit rustig op je inwerken. Alles is toch al verbonden? Ja, heel veel is al verbonden en met het Internet of Things wordt dat steeds meer. Maar de ijskast laten betalen aan de supermarkt vergt nog heel wat stappen, al te beginnen in welk land je woont, welke stad, welke supermarkt je gebruikt, wat voor betalingen die accepteert, etc. etc. Via blockchaintechnologie, ja ik gooi hem er gewoon in, kan dat in de toekomst zonder gedoe. De hele transactie, dus ook de boodschappen zelf, kunnen eraan gekoppeld worden. En die weer aan andere benodigde transacties, zoals directe verrekening van btw en accijns. De grootgrutter hoeft de btw-boekhouding niet meer te doen, dat gaat rechtstreeks naar de schatkist. En niet alleen dat, stel de parkeertijd van de zelfrijdende bestelbus die de goederen bezorgt kan zo bijgehouden worden om vervolgens via een microtransactie naar de gemeente parkeergeld te betalen. Ah, de gemeente. En het rijk. En wat al niet meer. Alles is in die zin te automatiseren en dat klinkt sommigen misschien als muziek in de oren: niet meer zelf nadenken, alles door het systeem laten doen.

Maar het idee van ‘geen banken meer nodig om iemand via internet te betalen, alsof je cash gebruikt’, wordt zo wel heel snel overboord gegooid. De mens is dan überhaupt niet meer nodig voor transacties. Zo kun je zelfs volledig autonome bedrijven oprichten waar naderhand geen mens meer aan te pas komt. Dat zorgde tot nu toe overigens voor een paar grote zeperds, maar het kán.

Ponzi’s en louche zaakjes

Als ik dit zo opschrijf, begrijp ik heel goed waarom ik niet begreep waarom het zo interessant was. Wel voelde ik een bepaalde kriebel, iets in je achterhoofd dat aangeeft: hier is iets mee. De meesten in mijn omgeving vonden dat ik naar een ouderwetse Ponzi aan het kijken was, ofwel klinkklare oplichting. Mensen associeerden Bitcoin met duistere zaakjes en daarmee was de kous af. Pas veel later kwam ik in contact met mensen die er dieper inzaten en ook echt met bepaalde toepassingen bezig waren die heel veel verder gingen dan hopen of je Bitcoin of vergelijkbare cryptomunt meer geld waard werd.

En toch wist nooit iemand uit te leggen waarom dat idee van die blockchain zo ontzettend ingenieus en interessant is. Dat lag ook zeker aan het feit dat ik nooit de goede vraag stelde, maar alleen de eerder genoemde  ‘hoe werkt het’-vraag. Dat laatste was misschien ook niet zo gek. In die begintijd sprak ik nooit met mensen die de waaromvraag nog moesten stellen. Ik vermoed zelfs dat velen daar eigenlijk niet zo mee bezig waren. Het was dan ook een turbulente tijd met bijzonder interessante types, soms zelf met ruzies die tot ouderwets handgemeen leidden.

Nu we de waaromvraag beantwoord hebben, komt de volgende stap: het begrijpen hoe diep dit op onze levens kan ingrijpen. Begrijp me niet verkeerd: ik denk dat er heel veel praktische kanten zitten aan het gebruik van deze technologie en afgeleiden daarvan. Wel maak ik me zorgen om de gretigheid waarmee bepaalde regeringen de technologie omarmen. Estland was er vroeg mee, maar nu wil Dubai als eerste een volledig op de blockchain gebaseerd systeem hebben om het land te besturen. Laten we uitgaan van nobele intenties, maar met even verder denken kan het aardig grimmig worden.

Toekomst

Voordat iedereen nu bang wordt voor blockchaintechnologie: laten we vooral in gesprek blijven over wat we zien als wellicht mooie ideeën en plannen en wat niet. Bitcoin werd bedacht om transparant te zijn en als we in die gedachte verder gaan, dan kan een idee met voldoende openheid veel praktische voordelen opleveren.

Zo is er een bedrijf in Nederland dat huizen koopt met meerdere eigenaren en vervolgens verhuurt en de huurpenningen verdeelt onder de verschillende huiseigenaren. Er zijn vergevorderde plannen om journalisten via een bepaalde blockchain veiliger hun werk te laten doen in landen waar het niet zo nauw genomen wordt met censuur en erger. Of het idee om donaties aan daklozen te doen via een blockchain zodat de donateurs weten dat het geld niet aan de strijkstok blijft hangen maar terechtkomt bij de mensen waar het voor bedoeld is. Of voor een eerlijkere verdeling van voedsel. Of een veiliger internet-of-things. Of een betere afhandeling van rechten van musici en andere rechthebbenden. Of worden er een soort van banken opgericht waarbij iedereen een rekeningnummer kan aanmaken. Iedereen, zonder dat je daar iets van legitimatie voor nodig hebt. Direct. En je kunt ook nog wisselen tussen allerlei munten en ‘normale’ valuta. Ja, het gaat best rap.

Maar eerlijk is eerlijk: lang niet alles moet in een blockchain gepropt worden. Nu is de tijd te experimenteren en fouten te maken. En die worden gemaakt. Veel, heel veel. Maar in mijn ogen: liever nu dan als we alles er zomaar klakkeloos mee op willen lossen.

* Hash: toegevoegd aan Dikke Van Dale in 2009
* Node: voorlopig toegevoegd aan Dikke Van Dale 2017

‘Deelfietsen’ belediging voor fietsers [update]

‘Deelfietsen’ belediging voor fietsers [update]

Briljant plan. Slechte uitvoering. Dit wilde ik niet schrijven. Echt niet. Voordat ik ooit op zo’n Flickbike plaatsnam verdedigde ik het concept, maar vooral ook de fietsjes. Dit laatste deed ik tegenover een Amsterdammer van midden 60. “Dat zijn toch prutfietsjes, ik heb eraan gevoeld en het is echt slappe zooi”, zei hij tegen mij. Ja, dat kan wel zijn, antwoordde ik, maar vermoedelijk zijn ze goedkoop en daardoor is het eventueel vervangen van zo’n fiets niet zo’n grote kostenpost.

Maar toen had ik er nog niet op gefietst.

Wel had ik de app gedownload en vond het wat vreemd dat die voornamelijk in het Engels was. Later las ik in verschillende interviews met een van de initiatiefnemers, zoals in Metro, dat de fiets vooral gericht is op Amsterdammers en dat die alle talen spreken, maar vooral en zeker Engels. Oké, fair point..

Niet voor de locals

Één ding weet ik zeker: ik ken vrijwel geen Amsterdammer of inwoner van Nederland die op een kinderfiets fietst na zijn kindertijd. It just doesn’t happen. Ook weet ik bijna zeker dat geen fietsenmaker een kinderfietsje verkoopt dat zo slecht fietst. Het verzet is waardeloos: je trapt je het schompes en de fiets is veel te klein. Minuscuul zelfs. De fiets zelf is nog best oké qua stevigheid en zou ik in vergelijkbare vorm maar dan een maat groter en met een beter verzet, accepteren.

Maar helaas, de fiets is wat ie is en dit is een belediging. Een belediging tegenover mensen die fietsen en dat apparaat gebruiken om van A naar B te komen. Wie heeft deze fietsen getest? Niemand? Heeft er niemand op gefietst alvorens ze goed te keuren? Ik word verdorie ingehaald door oudere dames op fietsen zonder elektromotor. Iedereen haalt me in en ik ben he-le-maal kapot na een kwartier fietsen. Ik fiets praktisch elke dag minstens 12km en zou toch tenminste wat fiets-conditie verwachten. Hiermee jaag je mensen niet van de scooter naar een fiets of van een auto naar een fiets, je zult ze hooguit een bevestiging geven dat fietsen echt zwaar #$&*&* is.

Ooit fietste ik in Cambodja op een slecht fietsje. Vergelijkbaar ding als een Flickbike en vermoedelijk een oBike (de fietsdeelfiets in Rotterdam, zag er in Amsterdam een paar voor een hotel staan, vrijwel zelfde uiterlijk en afgaande op kritiek op internet lijkt hetzelfde euvel te bestaan: je kunt nog beter rollatorraces gaan doen). Ik leende de fiets van een vriend in Siem Reap. Iedereen rijdt daar op scooters, werkelijk voor elke scheet. Ik kon alleen maar denken: het is ook niet zo gek als je zulke belabberde fietsen gebruikt dat iedereen op een scooter gaat zitten, zelfs voor die kippeneindjes. Ik begreep het eigenlijk niet. We fietsen al zo lang en weten echt wel hoe we voor weinig geld een goed fietsende fiets moeten maken, toch? Niemand maakt mij wijs dat we dat niet kunnen. Ook Chinezen kunnen dat lijkt me.

Terug naar nu. Naar vandaag, de dag dat het ideaal leek om een Flickbike te gebruiken. Mooi weer en wat noodzaak tot heen en weer te fietsen. Zelf ben ik 1,93 en in de hoogste stand komen komen mijn knieën elke keer trappen in een 90-gradenstand terug. Dat kan voor 5 minuten, maar de gemiddelde fietsafstand tussen centrum en bijna-alles-binnen-de-ring (het werkgebied) ligt op een normale fiets tussen de 10 en 30 minuten. Een no go dus voor het gros van de mensen die gewend is te fietsen in de stad. Na op en neer gefietst te zijn overweeg ik zelfs een taxi te pakken terug. Uiteindelijk ben ik waarschijnlijk gewoon een kniepert en ga ik terug proberen te ov-en, maar het laat zien hoe slecht het met de fietsjes gesteld is.

Oneerlijke concurrentie?

Waarom verdedigde ik het concept? De negatieve verhalen in verschillend kranten heb ik ook gelezen. ‘Verkapte verhuur aan toeristen’, ‘Dit gaat net als Airbnb de spuigaten uitlopen’, ‘Oneerlijke concurrentie’, ‘Door de belastingbetaler betaalde fietsrekken worden gebruikt voor fietsen waarmee geld verdiend wordt’, enzovoort. Maar met die instelling krijgen we een deel van de mensen nooit van de scooter af of uit de auto.

Stel, je wil je hele vervoersnetwerk veranderen, je wil van eigen auto’s af en het mogelijk maken overal te kunnen reizen zonder eigen bezit, dan moet je aan verhuurplannen die goed functioneren. We noemen het ook wel ‘deeleconomie’, maar dat is natuurlijk je reinste onzin. Het is gewoon een systeem om simpel en snel een fiets te huren. Zelf denk ik dan aan het gebruik van een huurauto die net te ver weg staat om even te lopen: je pakt een huurfiets en jumpt 1000 meter verder in een huurauto. Of je bent met de trein en je hoeft niet terug naar het station – dan kun je niet met goed fatsoen de veel betere OV-fiets nemen, want die moet weer terug.

Vooralsnog heb ik geen Amsterdammers op de fietsjes gezien. Wel Aziatische toeristen en dat is precies wat de fietsjes zijn: kleine fietsjes gericht op een heel andere markt. Daarin hebben de klagende ondernemers in het artikel van Trouw wel een punt.

Het ontstaan van een nieuw soort ‘geldmachines’: de ICO

Het ontstaan van een nieuw soort ‘geldmachines’: de ICO

Met cryptovaluta’s ontstond veel nieuwe bedrijvigheid op internet. Via ingenieuze netwerken kunnen gebruikers geld maken door te ‘minen’ of door te handelen of er gewoon mee te sparen. Bitcoin was de eerste. Na vele andere cryptovaluta’s of alt coins kwam enkele jaren later een soort Bitcoin 2.0 voorbij, namelijk Ethereum. Die laatste is een platform met een blockchain, de achterliggende techniek van onder andere Bitcoin, waar meer op kan dan op de tot dan toe ontwikkelde blockchains.

De ‘spelletjes’ die op de Ethereum-blockchain gespeeld kunnen worden zijn ingewikkelder, tot complete, zij het simpele, computerprogramma’s. Sinds enkele maanden is er daarom een nieuw spel: het uitbrengen in eigen beheer van een eigen munt of token door nieuwe bedrijfjes waarmee ze investeringsgeld binnen willen halen. Dit kunnen ze doen door een eigen blockchain te bouwen, maar het kan ook heel makkelijk bovenop de Ethereum-blockchain. Dat laatste is sinds enige tijd heel populair en maakt sommigen in één klap wel erg vermogend (al was investeren in Ether en een jaartje wachten misschien nog wel slimmer). Dit systeem heet een initial coin offering of ICO, ergens vergelijkbaar met een IPO, ofwel initial public offering of beursintroductie in het Nederlands.

Een ICO is in eerste instantie niets anders dan een manier om geld op te halen met een cryptotoken die in de nabije toekomst uitgegeven zal worden. Aan het bedrijf of de groep die de nieuwe token of munt introduceert, wordt een hoeveelheid aan meer gebruikelijke crypto’s met relatief stabiele tegenwaarde in fiat geld gedoneerd. De gulle gever krijgt hier geen aandelen voor maar slechts tokens die een bepaalde waarde vertegenwoordigen. De gever krijgt die tokens door te investeren via Bitcoin, Ether of welke andere munt de ICO-aanbieder ook maar wil accepteren.

De eerste keer dat ik de term ICO hoorde, is vermoedelijk iets voor de ICO van het Wings-platform geweest, in november 2016. Wings is een platform om te voorspellen hoeveel een ICO vermoedelijk op zal brengen, ook wel prediction market. Hierdoor kunnen de ‘voorspellers’ weer geld verdienen doordat een deel van de opbrengst van de ICO wordt uitgekeerd aan, jawel de beste voorspellers. De gebruikers van het platform worden geacht informatie in te winnen over de projecten waar ze een hoeveelheid Wings-tokens aanhangen en de gedachte is dat de mediaan van het geheel een goede voorspeller is van wat de betreffende ICO op zal brengen.

Op dit moment betekent dat: alles wat maar mogelijk is. De meeste ICO’s hebben een verborgen of bekend maximum met betrekking tot de maximale hoeveelheid te investeren geld of cryptovaluta, zoals Bitcoin, Ether of dollar en op dit moment wordt dat bij goed onderbouwde munten vaak gehaald.

Wat is nou het lastige van deze materie? Waarom moeten investeerders hiervan op de hoogte zijn? Om de doodsimpele reden dat het potentieel interessant kan zijn, maar ook om de valkuilen in te zien. Dat laatste is misschien wel van een groter belang voor de mensen met briljante ideeën die op een dergelijke manier hun op een blockchain gebaseerde techniek aan de man willen brengen.

Het is lastig een hoofdreden aan te wijzen waarom er zo’n enorme interesse in ICO’s is op dit moment. Een eerste grote ICO, maar toen wist ik nog niet van dat woord, werd medio 2016 gehouden met het The DAO-platform. Kort gezegd moest dat een investeringsplatform worden waarbij investeerders zelf konden aanwijzen waar geld in de vorm van die specifieke munt naartoe moest. Helaas zat er een fout in het ‘smart contract’ of computerprogramma wat op de Ethereum-blockchain draaide, waardoor er heel veel geld gestolen kon worden van de investeerders. Voor een uitleg van wat daar gebeurde, verwijs ik naar een achtergrondartikel op Tweakers. Op dat moment was Ether iets van 12 euro per stuk waard om even bijna de 20 euro aan te tikken. Daarna kelderde dat weer een eind naar beneden om in januari van 2017 ergens de 7,50 euro aan te tikken.

Om de bekende onduidelijke redenen van de crypto-wereld (pun intended) steeg de tegenwaarde van Ether ten opzichte van de Euro zeer sterk in 2017. In mei werd ruim boven de 300 euro per munt afgetikt. Ook Bitcoin maakte in dezelfde tijd een enorme stijging door en vele andere alt-coins deden datzelfde. Prachtig natuurlijk: je investeerde in een ICO met je Ether, de nieuwe munt ‘Pietjes Prachtige Munt’ wordt voor een laag bedrag verkocht en enkele weken later is die ineens zes keer over de kop en verkopen maar.

Volledig ongereguleerd kunnen allerlei vroeg-rijke bitcoinmiljonairs (en ethermiljonairs, etc.) hun crypto’s ergens anders kwijt zonder hun nieuwe rijkdom aan wat voor belastingdienst dan ook op te hoeven geven door het in te wisselen in fiat pecunia (overigens verwacht de Nederlandse belastingdienst dat bezitters van cryptovaluta het equivalent van de munt op 1 januari opgeven als bezit). Of mensen die een gokje willen wagen kunnen met hun spaarcentjes aan de slag zonder dat ze eerst bij een investeringsbank langs hoeven met hun paspoort of wat dan ook. Heerlijk ongereguleerd, al verwacht iedereen ‘in het wereldje’ dat er op den duur ergens regulering vandaan zal komen. Op dit moment zorgt het vooral voor heel veel copy-cats en een enkele, wel nuttige innovatie.

Toch zit er een mooie kant aan deze nieuwe goudkoorts in dit onbekende ‘wilde westen’. Stel je hebt een briljant plan voor een bepaalde invulling van blockchain-technologie en daar heb je na een tijd ploeteren echt een goed uitgewerkt idee voor. Helemaal uitgedacht met een tijdspad en vermoedelijk een white paper waarmee je je legitimiteit wil aantonen.

Nu moet het echt gebeuren: je hebt programmeurs nodig, liefst ook nog wat mensen die iets anders kunnen dan in code denken, er is geld voor apparatuur nodig, etc. Wil je een paar jaar vooruit plannen zonder dat je daadwerkelijk omzet verwacht te draaien, dan is daar wel wat kapitaal voor nodig. Hoe doe je dat? Even naar een zogenaamde venture capitalist stappen in een investeringsronde is niet heel makkelijk. Zeker niet als je hele ecosysteem ook nog open source by design is. Zie maar geld los te peuteren. Dat is dus nu wél te doen bínnen het eigen ecosysteem van cryptovaluta’s.

En dan is er nog een voordeel: de mensen die geld investeren, krijgen geen andelen in je bedrijf. De investeerder krijgt slechts digitale tokens of crypto-geld. Interessant genoeg zijn die tokens vaak ook weer te gebruiken om diensten van de dienst te gebruiken (veel diensten binnen die zogenaamde gedecentraliseerde applicaties of dApps functioneren door de specifieke tokens). Als de tokens eenmaal in bezit zijn, kunnen ze ook weer verhandeld worden buiten het ecosysteem van die dApps, juist omdat ze weer geen aandeel representeren in zo’n bedrijf.

Laat dit allemaal rustig bezinken. Het is pas het allereerste begin, al zal het grootste deel van de basis nu al uitgedacht worden. Zelf hoop ik dat ook andersoortige projecten, zoals meer goededoelenprojecten of projecten die juist zoveel baat hebben bij de vrijheid die het huidige blockchainecosysteem biedt(afhankelijk van welke je gebruikt of zelf maakt natuurlijk), niet volledig zullen onder sneeuwen in deze ‘Gold Rush’.

Gedenkwaardige ICO’s (alle bedragen zijn equivalenten van dat moment in dollars, bijvoorbeeld: 1 bitcoin was toen 250 dollar waard; 300.000 bitcoin opgehaald x 250 = 75 miljoen dollar):

Ethereum (1 bitcoin was goed voor 2000 ether, juli 2014): > 15 miljoen dollar

The DAO (afhankelijk moment van kopen, mei 2016: 1 ether was goed voor 100 DAO: ~ 130 miljoen dollar)

Bancor (draait op Ethereum, 12 juni 2017, door vastlopen netwerk liep de ICO 3 uur in plaats van te stoppen na de maximale cap en werd 153 miljoen dollar opgehaald met 396.720 ether)

Zie voor een overzicht van de meeste ICO’s dit Screenshot van Smith & Crown op 13 juli 2017, een adviesbureau rond crypto’s.

disclaimer: dit is geen beleggingsadvies. Zelf heb ik geen grote belangen in welke cryptovaluta dan ook, al is het onmogelijk de systemen te doorgronden zonder er zelf mee te spelen. Ook ben ik op moment van schrijven niet gelieerd aan een bedrijf dat zich actief bezighoudt met blockchain-gebaseerde technologie.

Waarom een megafietsendeelbedrijf het einde van oude fysieke bedrijven betekent

Waarom een megafietsendeelbedrijf het einde van oude fysieke bedrijven betekent

De Japanse multinational SoftBank wil naar verluid investeren in een Chinees fietsdeelnetwerk Ofo. Die laatste kreeg al eerder honderden miljoenen binnen via Alibaba en nog wat Chinese firma’s en Ofo is niet de enige die met fietsendelen bezig is.

Ondertussen in Nederland, of moet ik zeggen Europa, heeft elk stadje z’n eigen schatje. Vélib in Parijs, Bicing in Barcelona en ga zo maar door. Tegenwoordig heeft elke zichzelf respecterende stad een fietsdeelsysteem. Amsterdam heeft sinds kort Flickbike, Rotterdam Gobike en natuurlijk de aloude OV Fiets, vrij alomtegenwoordig op en rond treinstations.

De grote verschillen zitten hem vooral in hoe ziet de fiets eruit: als een of andere halve brommer of gewoon een fiets? En het verschil in stallen: moet het apparaat in een speciaal fietsenrek of kun je hem gewoon neerzetten zoals je met een fiets gewend bent (in Nederland dan).

Mijn persoonlijke voorkeur gaat uiteraard uit naar dat laatste.

Dat is toch prachtig, zul je zeggen, overal fietsen! Weg met die stinkapparaten (brommer/auto/scooter). Regent het hard? Trammetje stad in. Terug zonder regen: fietsje naar huis. Deelauto te ver weg? Deelfiets er naartoe en hop, de elektrische bolide in. Zoiets.

Nu is Amsterdam natuurlijk een microstad. nog geen miljoen mensen woont er permanent. Maar vergelijk het met de plannen van Ofo: het bedrijf wil aan het eind van 2017 (het is nu juli 2017) 20 miljoen fietsen hebben in 200 steden in 20 landen over de hele wereld. Volgens Crunchbase heeft het daarvoor al 1,3 miljard dollar opgehaald.

De alomtegenwoordigheid en de monopolie-maximalisatie van bedrijven op internet dringt nu steeds sterker door in de fysieke wereld. Was het kort geleden nog zo dat een monopolist met een ‘winner takes all’ mentaliteit voornamelijk in het digitale domein bestond, komt dat nu met zo’n wereldwijde fietsendeler wel heel snel dichtbij. Niet dat honderdduizenden bekende merken allemaal vallen onder slechts een paar grote, soms zelfs zeer onbekende, namen, nu is het wél dat ene bedrijf dat alles veroverend is. Vergelijk het met on-offline diensten als Uber en Airbnb. Er is slechts ruimte voor vergelijkbare diensten binnen een niche, zoals YouTube vs. Vimeo.

Met een Ofo en z’n enorme hoeveelheid cash to burn zit er niet veel anders op voor andere fietsendelers dan opgeslokt te worden of een interessante niche binnen het fietsdelen te worden. Hopelijk voor de paar Europese, lokale initiatieven valt dat niet al te negatief uit.

Leest dat, Ode aan E-nummers

Leest dat, Ode aan E-nummers

En om precies te zijn pagina 87 in de papieren versie: “De belangrijkste boodschap die ik voor al die mensen heb, is dit: we concentreren ons op de verkeerde dingen. (…) We gaan niet dood aan kaas of pasta (…) Wij gaan niet dood aan bewerkt voedsel (…) Wij gaan niet dood aan E-nummers (…) genetisch gemodificeerde gewassen, emulgatoren (…) We gaan dood aan een groep volledig simpele biologische ingrediënten zonder E-nummers. Dat zijn suiker, vet, alcohol en tabak. (…) Je hoeft alleen maar in een gemiddeld ziekenhuis te kijken, waar afdelingen vol liggen met patiënten die te veel van die stoffen hebben genuttigd. De stoffen die onze gezondheid bedreigen, hebben geen E-nummer.”

Waarom deed ik dan zo gepikeerd in mijn vorige blog over het boek? Ten eerste omdat ik het nog niet gelezen had. Waarom niet terwijl ik het al als e-book op mijn e-reader had staan? Omdat ik reageerde op alles wat ik tot dan toe las in de krant, hoorde op de radio of zag op tv: een columnist die niet begrijpt dat er mensen zijn die niet begrijpen waarom mensen gedegen wetenschappelijk onderzoek afwijzen én dat er mensen zijn die wel van koken houden. Dat eerste begrijp ik ook niet, maar het maakt zowel Rosanne Hertzberger als mij minder sympathiek.

Het tweede onderdeel wat ze met grote glimlach structureel wereldkundig maakte, ook in haar boek, is dat ze een hekel heeft aan koken. Dat is prima, ik heb een hekel aan echt sporten. En ook aan dingen waar je een hekel aan hóórt te hebben, zoals te veel scooters, racisten en ga zo maar even door. Alleen dat ik aan sport (ik heb het dus niet over bewegen) een hekel heb, stuit structureel op onbegrip. “Het is fantastisch!” “Je moet er even doorheen!” “Als je tot het gaatje gegaan bent, dan…!” En verzin nog maar wat meer superlatieven van fanatieke sporters of mensen die door sport zichzelf ineens honderdduizendmiljoenmiljardmaal beter zijn gaan voelen. Lijkt verdacht veel op biologische-ik-eet-geen-suiker-maar-honing-echt-waar-en-nu-voel-ik-me-fantastisch!-mensen.

Vergelijkbaar met mijn sport-aversie houdt Hertzberger niet van koken. Wel van eten, want zonder eten gaat het niet. Lekker eten boeit haar niet zoveel, maar gegeten moet er worden. Dus dat doet ze dan ook. Het liefst zo gezond mogelijk. En zo makkelijk mogelijk. Maar ze trapt wel op mijn kookliefhebteen.

Nu weet ik dat zomaar analogieën ergens ingooien linke soep is. Misschien is sporten én veel normaal bewegen alsnog wel gezonder dan alleen maar veel bewegen. Waar het op neer komt, is dat Ode aan E-nummers een goed en interessant boek is met een grote berg aan interessante informatie, alleen is het jammer dat de stijl vaak lijkt op een columnachtige rant en eindigt met de terechte zorgen over een schonere planeet, een betere leefomgeving en al dat soort zaken. Misschien had ze dat beter om kunnen draaien. Hierdoor ben ik bang dat de E-nummer-haters nog dieper in hun loopgraven gaan zitten en de eigenlijke boodschap niet lezen.

Hopelijk prikken sommigen daar doorheen en leert het mensen kritischer kijken naar de grote berg beweringen op internet.

Eerder gepubliceerd op Medium

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

De Amsterdamse March for Science eindigde in een rondje-om-de-Museumpleinvijver, maar dat weerhield de organisatoren en vele vrijwilligers er niet van een feest van de wetenschap neer te zetten. Vlak voor een van ‘s lands bekendste gebouwen en het meest gefotografeerde attribuut van de stad, het Rijksmuseum en het I Amsterdam-logo, mocht de organisatie twee tenten en een podium plaatsen.

De over de hele wereld georganiseerde mars kreeg in korte tijd grote bekendheid, niet in de laatste plaats door het aantreden van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de combinatie met Earth Day. Het Nederlandse initiatief leek vooral binnen de wetenschappelijke community grote populariteit te genieten. Delegaties van verschillende wetenschapsinstituten togen bepakt met spandoeken en borden met allerlei leuzen naar de hoofdstad.

Wetenschapsmarkt

Het officiële startsein voor de mars-die-eigenlijk-een-wetenschapsmarkt-was, werd zaterdagmiddag 22 april om half een gegeven vanaf het podium dat vlak naast het fietspad over het Museumplein stond, met de rug naar de Paulus Potterstraat. In eerste instantie werkte het weer niet erg mee met wat druppels regen en een koude wind, waardoor de paar honderd geïnteresseerden zich in een van de twee witte tenten op het plein verzamelden. Uiteindelijk zouden er een kleine 2000 belangstellenden langskomen volgens de organisatie.

In beide tenten had het publiek de mogelijkheid vragen te stellen over uiteenlopende wetenschappelijke disciplines en mee te doen aan korte workshops of experimenten. Het geheel deed aan als een science center of wetenschapsmuseum-op-locatie.

Dat laatste kwam mede door de opstelling van het stadsbestuur van Amsterdam. Dat wilde geen toestemming verlenen voor een mars door de stad in verband met andere evenementen en de veiligheid. Een andere mars die zich in ieder geval ook op het Museumplein liet zien, was die van de jaarlijkse herdenking van de Armeense Genocide.

Borden en leuzen

Het meest in het oog springende onderdeel van de minimars rond de vijver bestond uit alle borden met leuzen die menigeen niet direct zou begrijpen. Dat hoefde ook niet. Doel van de borden en van de organisatie was natuurlijk het starten van een dialoog met het publiek en eventuele ‘wetenschapsontkenners’, al liepen er niet echt veel verstokte ontkenners van wetenschappelijk onderzoek rond. Uiteraard vond omroep PowNed het nodig om die ene ontkenner en harde schreeuwer te willen interviewen en niet de mensen van Skepsis die er praktisch naast stonden, maar zo gaat dat helaas nog steeds bij de gemiddelde omroep: ‘gekkies zoeken’ is een groot goed.

De vraag hoe om te gaan met mensen die alles ontkennen wat met bepaald onderzoek te maken heeft, zoals vaccinaties, klimaatverandering of gentech, kon niemand goed beantwoorden, tenzij een diepe zucht daaronder valt. Nee, daar is waarschijnlijk weinig aan te doen. Maar het feit dat zo veel wetenschappers en sympathisanten zich op deze wijze uiten, laat hopelijk toch enkele ontkenners zich achter de oren krabben. In Amsterdam zorgde het in ieder geval voor een saamhorige middag tussen over het algemeen gelijkgestemden.

Plakjes kat

En anders zorgden een in plakjes gesneden kat van het Utrechts Universiteitsmuseum, speciale workshops voor kinderen over wetenschap van Mini Professors, ijsjes van het KNAW, telescopen van het Anton Pannekoek-instituut, de verschillende talks op het podium en de kleurrijke, over het algemeen zeer internationale, bezoekers voor een prettige middag.

De uitsmijter van de mars rond de vijver was aardig, maar vermoedelijk weinig impactvol. Mocht de mars in de toekomst weer eens gehouden worden – en we hopen natuurlijk dat dit niet nodig is – dan graag écht een lange mars door de stad.

Ode aan de E-nummers is een preek voor eigen parochie

Ode aan de E-nummers is een preek voor eigen parochie

Met stijgende verbazing volg ik de discussie rond het boek ‘Ode aan de e-nummers’ van Rosanne Hertzberger. Of discussie? Die is er vrijwel niet. Er staan verschillende ‘leren’ tegenover elkaar zonder ook maar iets van elkaar te willen horen. Of het boek er beter door verkocht wordt, durf ik zelfs te betwijfelen: zij die de kennis hebben over de huidige stand van de voedingswetenschap hoeven het niet te lezen, want die weten het al. Voor de andere kant is Hertzbergers optreden in de Volkskrant al voldoende voor een no go omdat ze die groep al voldoende stof heeft gegeven het boek níet te kopen, ook als dat boek een genuanceerd beeld uitdraagt.

Zowel Hertzberger als de zelfbenoemde voedselgoeroes zoeken in media-uitingen niet de nuance op maar slechts de confrontatie. Dat laatste doet de schrijfster van het boek en microbioloog ook graag in haar columns in NRC, haar stijl. Dat het bijna niet zorgt voor de nodige discussie, maar verschillende groepen juist de loopgraven laat opzoeken, is spijtig.

Het interview in de Volkskrant gaat grotendeels niet over het grote verhaal achter het boek, namelijk dat e-nummers niets anders zijn dan goed onderzochte stoffen die met de huidige, vaak zeer langjarige wetenschappelijke kennis als ‘veilig voor de volksgezondheid’ bestempeld zijn. Het gaat om Hertzbergers hekel aan koken en dat ze liever nog even een wetenschappelijke studie openslaat dan dat ze tijd moet besteden aan het bereiden van een maaltijd. Met haar kennis weet ze dat haar familie zo de juiste voedingsstoffen binnenkrijgt en dat ze zich daar verder geen zorgen over hoeft te maken. Tevens is het minder milieubelastend om maaltijden in zeer grote hoeveelheden te bereiden, waardoor haar kant-en-klaarmaaltijd minder milieubelastend is en tevens duurzamer.

Dat er mensen zijn die wel van koken houden en die zich zorgen maken om elk stuk in plastic verpakt voedsel, daar gaat het interview aan voorbij. Voor de voedselveiligheid is dat laatste vermoedelijk beter, maar niet als iedereen z’n plastic laat slingeren. Hertzberger zit zo klassiek op haar religieuze wetenschapsberg, namelijk die van: wij weten wat goed voor je is, hou je mond maar. Echt. Terwijl de briefschrijvers in de Volkskrant op die andere geloofsberg zitten, namelijk die van ‘natuurlijk’ is goed, zelf maken is beter (voor mensen die ervan houden) en plastic is slecht als het in het milieu terechtkomt (bekend feit). De tussenliggende oceaan is volstrekt onoverbrugbaar.

Als je beide groepen zou vragen of ze voor of tegen een duurzame wereld zijn, zullen beide groepen antwoorden dat ze uiteraard voor een duurzame wereld zijn. De vraag of ze willen dat mensen ongezond voer tot zich nemen, zullen beiden ook negatief beantwoorden. Ligt daar een klein eilandje van verdraagzaamheid?

De mensen die Hertzberger wil bereiken, de superfoodlovers, healthfreaks en het leger aan zelfbenoemde insta-voedselgoeroes, die zullen niet anders doen dan hun door gezonde vetten aangemaakte gal spuwen en het boek ongelezen links laten liggen. De kenners van de achterliggende wetenschap idem. Misschien is het iets voor mensen die de klok hebben horen luiden, maar de klepel nog zoeken.

Aubergine in het Engels, volgens de Volkskrant

Aubergine in het Engels, volgens de Volkskrant

“Vandaar de Engelse naam: eggplant.” Daar sluit het kader mee af op pagina V9 met de titel ‘Eierplant’ (VK 31 maart 2017).

Sinds ik in Japan geweest ben, ben ik groot bewonderaar van de aubergine. Klinkt gek, de meesten denken eerder aan iets als Italië of ‘ergens’ in het Midden-Of-Iets-Verdere-Oosten. Maar in het hele verre oosten werd de enorme verscheidenheid van de aubergine mij duidelijk: het ene gerecht nog bijzonderder in zijn eenvoud dan het andere.

Mijn geluk kon ook niet op na het openvouwen van pagina V8 in het V-katern van de Volkskrant. Een hele pagina over deze vrucht uit de nachtschadefamilie. Of eigenlijk over een show van Clarron McFadden over deze plant. Al snel werd mijn oog naar een inzet boven de grote foto op de rechterpagina getrokken, getiteld ‘Eierplant’.

“Vandaar de Engelse naam: eggplant.’ is de afsluitende zin. Twijfel. Ik meende toch dat de Britten aubergine zeggen. Toch? En inderdaad, het antwoord ligt nooit ver weg op internet: de Amerikanen (zouden daar ook Canadezen onder vallen?) en Australiërs zeggen eggplant, maar onze scheidende buren aan de overkant van het Kanaal blijven bij de Franse naam: aubergine.