Ook online is een kroeg handig

Ook online is een kroeg handig

Een kroeg, zo’n ruimte met als centrale en meest belangrijke deel de toog. Tapkranen voor het bier, koelkasten voor andere drankjes, misschien een koffiemachine. En natuurlijk de barman of -vrouw die de drankjes verzorgt, een luisterend oor geeft en verder overal verstand van heeft. Een handig systeem zo’n kroeg, je hoeft alleen maar te weten wanneer ie open is, verder niet. Is ie open? Dan kun je naar binnen, een supersysteem.

Alleen nu even niet handig omdat een kroeg ook mensen bij elkaar brengt, dicht bij elkaar. Helemaal niet handig als er een virus rondwaart dat zeer besmettelijk is. Dan moet ie dicht. Een vrij rigoureuze maatregel die misschien een paar dagen wel te doen is, maar daarna wordt het vervelend. 

Velen duiken nu op systemen met videobellen, sommige systemen ondersteunen zelfs tot honderden mensen tegelijk. Maar al die systemen laten je voor een camera zitten, terwijl je misschien wel samen wil zijn, maar niet samen wil praten. Je kunt je niet terugtrekken in een hoekje met een bekende of onbekende om de laatste sores of pleziertjes te delen.

Maar het grootste nadeel van videochatdiensten is: iemand moet het opzetten. Dan pas kun je er naartoe. Of je kunt het zelf opzetten, maar als je dan even geen zin meer hebt en je sluit het af, dan kan niemand er meer naartoe. Oké, naar de kroeg kun je ook niet als ie dicht is, maar je weet wanneer ie dicht is. Of open. En dan weet je dat er in ieder geval één levend wezen aanwezig is in de vorm van een barvrouw of -man. Kastelein, waard. Hoe je het ook noemen wil.

Daarom: de virtuele kroeg. In een systeem waar de Digitale Stad van inmiddels vele decennia her, jaloers op zou zijn. Eventueel zelfs in virtual reality te bezoeken, een kroeg die altijd open is en waar op gezette tijden sowieso een barman of -vrouw is voor een praatje.

Is de kroeg te klein? Dan maak je hem gewoon groter! Muziekje erbij, eventueel een webcammetje aan. Als je dat wil natuurlijk. En als je iemand niet wil horen, dan loop je gewoon weg. 

Klinkt als iets uit de toekomst? Nee hoor, opensourcewebbedrijf Mozilla bouwde er een systeem voor genaamd Hubs. Ik, we, of wie daar in de nabije toekomst aan mee gaan werken, heten je alvast van harte welkom in onze online kroeg. Hoe de openingstijden er precies uit gaan zien, dat weten we nog niet. Van 17:00 tot 19:00? Of van 21:00 tot 23:00? Misschien wil ook iemand de virtuele deur wel voor de ochtendkoffie opengooien. Kan allemaal. Wees welkom in de virtuele kroeg! Of in ‘De Toog’. 

De eigenlijke tapkast ontbreekt nog, maar hier kun je De Toog vinden:

https://hubs.mozilla.com/6eDBzw2/de-toog

Meedoen als kastelein (m/v/a), altijd al eens in een bar willen werken, maar nooit gedurfd? Let me know!

Bitcoin, nog steeds bijzonder onbegrepen | Computable.nl

Op Computable.nl schreef ik een reactie op een technisch zeer rammelend stuk in het FD, link onderaan:
Onbegrip rond Bitcoin (protocol), blockchain en andere distributed ledger-technieken is nog steeds in grote hoeveelheden aanwezig. Vaak berust dit onbegrip op kennislacunes, maar het cryptovalutasysteem bitcoin (de munt) zette ook veel paradigma’s onder druk, al is het alleen maar de vraag: wat is een geldsysteem zonder politieke kleur nou eigenlijk?
Die laatste vraag moet even rusten. Eerst gaan we vanuit de technische kant kijken naar een recent opinieartikel in het FD van twee trendanalisten waar eigen mening en het gemis aan kennis probleemloos door elkaar gehusseld worden. Dit kan doordat de meeste mensen geen flauw idee hebben hoe het Bitcoin-protocol werkt, waardoor iedereen wat kan roepen in opiniestukken zonder verder onderzoek te doen of dat eindredacties hier vragen bij kunnen stellen. Hoog tijd om voor de zoveelste keer een paar hardnekkige mythen en sagen rond dat stukje technologie de wereld uit te helpen.

Source: Bitcoin, nog steeds bijzonder onbegrepen | Computable.nl

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Iedereen die al een tijdje met Bitcoins bezig is, heeft wel eens gehoord van de pogingen om snellere, goedkopere en makkelijkere betalingen in een tweede laag bovenop Bitcoin te bouwen in de vorm van het Lightning Network of LN. Dat werkt inmiddels best aardig, als je een beetje oplet.

Blockstream

Zou ik nu een Lightning-wallet aanbevelen aan iemand met weinig tot geen kennis van Bitcoin of cryptovaluta in het algemeen? Mijn antwoord is eigenlijk: ja! Het werkt gewoon. Wel met de mededeling dat als hun LN-bezittingen boven een bepaald bedrag komen, dat ze dan een deel naar een echte bitcoinwallet moeten overhevelen natuurlijk (iets wat over niet al te lange tijd natuurlijk gewoon binnen elke normale wallet geïntegreerd is).

Inmiddels zijn er verschillende wallets die het voor de eindgebruiker gewoon heel makkelijk maken, zoals de Wallet of Satoshi of Breez Wallet. Dit soort wallets wordt niet echt gewaardeerd door de purist die alles in eigen hand wil houden, maar je kunt ook mij eigenlijk niet vragen om een channel te openen met mijn eigen node thuis. Althans, dat kan ik niet binnen 5 minuten en na die 5 minuten moet je ook nog wachten op minstens één bevestiging van het bitcoinnetwerk voor je storting. Nou ja, je bent in ieder geval een half uur verder en dat is niet zo praktisch.

Het komt er in het kort op neer dat wallet-providers zoals Satoshi of Breez al vast een channel voor je bekostigd hebben, waardoor je gewoon direct Lightning-betalingen kunt ontvangen. Bij ‘normale’ LN-wallets moet je eerst een miniplukje bitcoins naar je wallet sturen, bijvoorbeeld het equivalent van 10 euro, dan moet je met die 0.00xx bitcoin het channel funden. Dan moet je wachten tot de transactie daadwerkelijk op het mainnet, dus het gewone bitcoinnetwerk, bevestigd is en pas daarna kun je LN-betaling ontvangen of versturen.

Begrijp me niet verkeerd, ik beleef er plezier aan om zo’n tweede variant te proberen, bijvoorbeeld met de Eclair-wallet*, maar dat is meer om te leren dan dat ik iemand vraag zo een betaling te ontvangen. Eigenlijk wil je gewoon precies dit: je installeert een LN-wallet, iemand stuurt je een LN-betaling en je hebt direct wat satoshi’s (de kleinste bitcoin-eenheid) op je wallet staan.

Iedereen begrijpt, of zou moeten begrijpen, dat LN bedoeld is voor kleine bedragen en dat je daar geen grote hoeveelheden bitcoins mee moet willen stallen, althans op dit moment nog niet. Veel payment-providers die bijvoorbeeld betaalterminals in winkels hebben, willen graag over niet al te lange tijd volledig over op LN-betalingen, want dat scheelt een hoop voor zowel klant als winkel.

Over dat laatste: mijn persoonlijke ervaring onlangs (19 oktober 2019) bij een meetup van De Bitcoin Show was erg positief: ik heb alles met LN betaald en dat ging als een trein. Soms duurde het genereren van de QR-code op de oudere iPad nog het langst. In de laatste aflevering (Central Bankers Revolt) van de show werd gezegd dat 50 procent van de meetup-bezoekers met LN betaalde en 50 met het bitcoinhoofdnetwerk. Oh, en nog wat met pin en contant, maar daar hebben we het nu niet over ;)

Waar zien jullie nog meer goede gebruiksmogelijkheden voor het LN-netwerk?

* Let ook op de nieuwe wallet van Eclair, Phoenix!

Allard Pierson

Allard Pierson in verbouwing

Herinneringen zijn er om te koesteren en soms wil je ze herbeleven, zoals het struinen langs de vitrinekasten in het Allard Pierson met de ontelbare kleine en grote artefacten uit het verre verleden. Dat kan niet meer. Dat is, net als mijn herinneringen, gelukkig verleden tijd.

Allard Pierson
Beeld: via Allard Pierson

Na de perspresentatie over de nieuwe tentoonstelling ‘Bes, kleine god in het Oude Egypte‘, raakte ik nog even in gesprek met Wim Hupperetz, de directeur van het Allard Pierson, over de verbouwing en de andere inzichten rond het tentoonstellen van objecten die inmiddels al in enkele zalen hebben geleid tot een veel toegankelijkere opstelling dan die uit het verleden. We raakten aan de praat over hoe het museum er vroeger uitzag en ook over het feit dat ik niet de enige ben die daar nog steeds prettige herinneringen aan heeft. Herinneringen aan de in schemerlicht gehulde ruimtes, de krakende vloeren, de honderden objecten die overal en nergens opgesteld stonden. De kartonnetjes met daarop kleine, vergeelde papiertjes geplakt waarop met hamertypemachine de naam en overige objectinformatie getikt was. Maar ook de gipszolder, de plek met afgietsels van een paar honderd beelden uit het Oude Egypte, Oude Griekenland en de Romeinse tijd. Beelden die je anders nooit met eigen ogen in hun werkelijke vorm kon aanschouwen omdat ze elders in musea stonden of al lang verdwenen. Je kwam daar overigens niet zonder speciale begeleiding, in mijn geval met mijn docenten tekenen van de middelbare school.

Dat alles is gelukkig veranderd. De gipszolder wordt toegankelijk voor publiek vertelde Hupperetz, en in het verleden gesloten doorgangen en trapopgangen worden weer of zijn al weer geopend. Een kleine blik achter de schermen en een korte rondleiding langs de al vernieuwde zalen op de eerste (of tweede? dat is altijd lastig met souterrain-achtige verdiepingen) verdieping met ramen die niet verduisterd zijn, laten een opstelling zien die veel toegankelijker is dan vroeger en daarmee ook veel interessanter.

Er zijn mensen die zweren bij de oude manier van opstellen, en als je mijn nostalgische gevoelens zou meenemen kun je denken dat ik daar ook naar zou smachten. Toch is dat niet zo. De reden dat ik de oude opstelling leuk vond, kwam omdat ik ooit het museum binnen kwam met mijn docenten als verhalenvertellers. We liepen wel langs al die opstellingen met al die kaartjes, maar zij stonden stil bij slechts enkele objecten en vertelden vervolgens een verhaal. Een verhaal waardoor je daar een extra gevoel bij kreeg en je het daarom tien of twintig jaar later nog steeds leuk vind om langs diezelfde kasten te lopen, maar wat moeten al die mensen dan zonder goede verhalenvertellers of zonder geïnteresseerde medebezoekers? Heel weinig inderdaad.

Van verhalen moeten we het hebben en die verhalen worden gemaakt door wetenschappers met kennis van zaken, kennis over hoe dat verleden vermoedelijk in elkaar zat. Wetenschap die ook steeds weer een beetje bijgesteld wordt bij nieuw vergaarde kennis. Wat dat betreft is het mooi dat die verhalen steeds toegankelijker tentoongesteld worden. Ik ben heel benieuwd hoe het museum in zijn voltooide vorm zal overkomen, maar ook onaf is het nog steeds prettig, zoals de semi-permanente opstelling in het souterrain over de zeventiende eeuw, cartografie en de ontwikkeling van de exacte wetenschappen.

100 kilometer per uur

100 kilometer per uur

De discussie over het terugbrengen van de maximumsnelheid in Nederland neemt bij tijd en wijle rare vormen aan, terwijl mensen inmiddels minder hard rijden dan vroeger. Op een enkeling na.

Vroeger reed ik altijd hard, niet dat ik vaak té hard reed, want dat kon – en kan – mijn klassieke auto vaker niet dan wel. Dat zo hard mogelijk rijden had ook te maken met de snelheid van de andere auto’s die vaak hoog lag en een beetje meekomen is ook niet zo gek. Inmiddels is op een groot deel van de Nederlandse snelwegen 100 km/h de maximum snelheid, in een aantal gevallen is na zeven uur ‘s avonds 130 toegestaan en op een deel van de snelwegen mag je sowieso 130, al komt ook af en toe 120 voor. Volgens Rijkswaterstaat rijdt men over het algemeen langzamer dan 130 als het is toegestaan.

De reden van het terugbrengen van de maximum snelheid heeft in eerste instantie te maken met het terugdringen van de stikstofuitstoot, want blijkbaar wil iedereen altijd vooral zo hard mogelijk rijden. Veilig Verkeer Nederland vindt het in ieder geval ook niet zo gek, het zou wel eens kunnen zorgen voor een stuk minder (dodelijke) ongevallen. Berekeningen laten ook zien dat het tijdsverschil zo nihil is, dat je er op dat vlak waarschijnlijk weinig meer dan enkele minuten op de lange afstand van merkt.

Win-win, toch? Iedereen wat minder opgefokt op de weg en bijkans ook nog minder stikstof, al zou dat laatste over niet al te lange tijd wel eens achterhaald kunnen zijn met de komst van een groter elektriek wagenpark (als de geleverde elektriciteit niet uit een kolencentrale komt bijvoorbeeld).

Spraakmakers

Onlangs luisterde ik naar het programma Spraakmakers op Radio 1 en werd om de oren geslagen met een aantal mensen die vond dat ‘de Nederlander’ altijd iets te hard wil rijden. Zeker als de snelweg leeg is. Die ‘de Nederlander’ wilde van alles, maar vooral niet ‘betutteld’ worden. Het was allemaal maar belachelijk en sloeg nergens op. Alleen Ed Nijpels verdedigde het terugbrengen van de snelheid. Een verkeerspsycholoog was bang dat mensen zich lastig aan de maximum snelheid kunnen houden ‘als de A2 leeg voor je ligt’.

Nou kun je natuurlijk gaan schermen met boetes, met dat het allemaal niet zo erg is en binnenkort helemaal niet meer met zuinigere of elektrische auto’s. Of dat je als het rustig is zo hard mogelijk wil rijden. Volgens mij is dit echt allemaal zo achterhaald. Met mijn niet-zo-snelle-auto (een 2CV6) haal ik tegenwoordig vaker mensen in op de snelweg dan vroeger. Niet omdat ik zoveel harder ben gaan rijden, maar omdat de rest langzamer is gaan rijden (ik ook overigens, rijdt zuiniger en een stuk rustiger).

Dat laatste, langzamer en rustiger rijden door andere mensen, lijkt me ook volkomen logisch. Moderne auto’s rijden veel relaxter. Je hebt bijna altijd cruise control en ook de liefde voor handmatig schakelen lijkt bij de meeste mensen inmiddels bekoeld. Als je nu iets langzamer moet rijden, hoef je niet meer terug te schakelen of juist weer op te schakelen als je weer sneller moet. Je laat gewoon je gas los en trapt misschien wat op de rem.

Het rijdt onvoorstelbaar veel zuiniger om iets langzamer te rijden dan 120. Onlangs reed ik, wel met 130 (gps-snelheid), in twee etappes naar Zuid-Frankrijk in een relatief zuinige Volkswagen Up. Gemiddeld iets van 5,9 liter per 100 kilometer of zo. Op de terugweg had ik én geen zin meer in péages én geen zin meer in jakkeren. Een tandje terug, wat in Frankrijk betekent dat je of 90 of 110 kilometer per uur mag. De cruise control op de 90 (gps-snelheid) of iets hoger rond de 100 en een verbruik van 4,3 liter op 100 kilometer. Hmm… En de tijden van de autonavigatie bleven gewoon heel aardig kloppen, ook op plekken waar je 130 mocht en daar met een gangetje van 110 rijden (wat iets minder zuinig is, maar nog steeds ruim onder de 5 l/100km).

Eigenlijk denk ik dat als de auto ook nog adaptive cruise control (waardoor ie automatisch afstand houdt) of gewoon praktisch zelfrijdend is, het me echt geen fluit meer uitmaakt of ik nou 90, 104 of 130 rijd.

Duitsland

In Duitsland valt mij en met mij vele anderen op dat die ‘unlimited speed’ (zoals ik dat vroeger noemde) niet vaak meer gehaald wordt. Een enkele keer knalt een groot slagschip uit het hogere segment van de Mercedes-, Audi of BMW-stal nog wel eens langs je met duidelijk snelheden boven de 150km/h, maar die adviessnelheid van 130 wordt daar ook niet vaak meer overschreden.

Om een heel lang verhaal kort te maken, ik denk dat alle argumenten voor 130 rijden langzaam vanzelf verdwijnen omdat het gevoel van snelheid zo anders is in moderne auto’s met allerhande voordelen zoals cruise control. Als ik dan terugdenk aan auto’s zonder cruisecontrol en ik mag er gens maximaal 80 of 100, dan vind ik dat ook lastig. Die voet blijkt dan ineens zwaar, maar met moderne voordelen, pas de problème.

Als we dan en passant ook nog eens slimmere systemen zouden ontwikkelen waardoor (te) grote auto’s steden niet meer in hoeven en onze mobiliteit naar de toekomst inrichten, nou ja, waarom zou je dan nog moeilijk doen over die schamele, vaak fictieve 30 km/h?

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)

De Biro en twitterhaat

Woensdag 13 maart was er een interessante fittie richting Biro’s (van die kleine elektrische wagentjes) op twitter. Ik snap het wel, het zijn irritante, snelle, kleine, handige, wendbare karretjes die alom op de stoep worden gegooid en zo veel ergernis opwekken. Ook racen ze vaak overal tussendoor, ook op fietspaden, en zorgen zo regelmatig voor dubieuze situaties. Vaak zit er ook nog een jong ding (m/v) in dat waarschijnlijk prima kan fietsen. Een prachtige cocktail om chagrijnig om te worden. Oh ja, ze zijn ook nog eens duur.

Dat waren mobiele telefoons ook ooit lang geleden. Je was een patser als je zo’n ding bij je had, laat staan er ook nog mee belde. Belachelijk. Iedereen herinnert zich het filmpje uit 1999 waar Frans Bromet de ‘normale’ mens vraagt naar zijn mening.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)
Biro voor Soho House in Amsterdam

Nu heeft iedereen een smartphone, op een enkele persoon na die door velen voor zonderling uitgemaakt wordt. Vaste lijnen zijn inmiddels praktisch verdwenen en bestaan alleen nog in getal omdat internetaanbieders vaste aansluitingen koppelverkopen met hun diensten.

Wederom naar de Biro. Laten we een stap terug doen en even afstand nemen. Wat zijn de grootste ruimtevreters op de weg in de stad? Juist. De auto (ook de elektrische), het bestelbusje, de vrachtauto en de touringcar. Die laatste drie daar klagen velen regelmatig over, maar die eerste lijkt er steeds goed vanaf te komen.

Cryptovaluta: wie gebruikt ze?

Bijna niemand, maar dat antwoord zag je wel aankomen

Er is een probleem met cryptovaluta, -tokens en andere, op blockchain gebaseerde zaken: wie gebruikt het? Bijna niemand. Is dat vreemd? Nee, dat is niet gek. Als voorbeeld CryptoKitties. Het eerste bekende spel op een blockchain met als bijzonderheid dat elk katje ook daadwerkelijk uniek is. Het was leuk spelen toen het geheel nog op een testnet van Ethereum draaide en alles technisch gezien gratis was (Ethereum is de blockchain waar CryptoKitties op draait, een soort van Bitcoin). Maar toen ging het naar het echte netwerk, mainnet heet dat, en daar ging het mis.

Is ie niet schattig, Son of Lir. Het wil!

CryptoKitties liftte leuk mee op de hype van dat moment en prompt liep het hele hoofdnetwerk vast. Het zorgde voor enorm hoge transactiekosten, want iedereen zou en moest zo’n kat bemachtigen. Of laten paren (siren heet dat), ongeacht sekse, want sekse hebben de katjes niet. Of ruilen. Of iets anders, maar elke actie zorgt voor een transactie en elke transactie kost een beetje geld. Het netwerk zelf kan zo’n 15 transacties per seconde aan. Je begrijpt al waar dat op uitliep: ravage. Om nog transacties te kunnen uitvoeren, ook als die niks met die katten te maken hadden, moest je diep in de buidel tasten: hoe meer je betaalde, hoe groter de kans dat je transactie rap uitgevoerd werd.

Wippen, ruilen, verkopen

Al snel had ik omgerekend 45 euro in ether uitgegeven aan het spelletje. Dat ging naar een katje kopen (5 euro voor een kat + transactiekosten), een katje laten wippen met een ander katje voor een nieuw katje (transactiekosten voor paren, transactiekosten voor het binnenkrijgen van het katje). Ik zette een katje te koop (transactiekosten voor het in de etalage zetten). Ik zette een katje in de etalage om te paren met een ander, mij onbekend katje (transactiekosten voor mijn kat achter het raam zetten). Kortom, elke scheet kost iets, want elke actie op het netwerk kost iets, want je gebruikt namelijk computerkracht in het netwerk.

Technisch gezien klopt het natuurlijk helemaal dat je, als je rekenkracht nodig hebt, je daarvoor betaalt. We zijn alleen ergens bij het begin van het populariseren van internet gaan denken dat alles ‘gratis’ is. Oh nee, je verkoopt je data, maar dat laten we nu even links liggen.

Terug naar die katjes. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom verzamelspelletjes zo populair zijn en ik snap het nog steeds niet. Maar 45 omgerekende eurootjes voor wat spelen met unieke kattenplaatjes vond ik toch net wat ver gaan en omdat het mijn interesse niet is,.

Toch voel je op je klompen aan dat er wel ‘iets’ zit in zo’n systeem. Moet dat met een blockchain? Niet per se. Dat verzamelen gebeurt op grote schaal binnen zogenaamde free to play-games. De spullen die je in-game kunt kopen blijken alleen vaak gejat te worden, zoals in Fortnite.

Het gaat zelfs zover dat niet alleen het Jeugdjournaal onlangs berichtte over phising naar Fortnite-spullen, maar ook het grotemensenjournaal. Zo’n verzamelonderdeel in een game zou best een blockchain kunnen gebruiken om dat soort problemen tegen te gaan. Misschien niet zo’n blockchain als bij CryptoKitties want die is te traag en log, maar een ander type of op andere wijze geïmplementeerd. Misschien eentje die blockchainpuristen als minderwaardig zien, eentje waar minder nodes in het netwerk zitten. Maar dat is erg technisch.

Waardelaag

Dit soort problemen ontstaat doordat er geen waardelaag in internet gebouwd zit. Niemand kan iets unieks aan iemand anders geven met de zekerheid dat dit niet gekopieerd wordt of dat er iets anders oneigenlijke mee gebeurt zonder dat er een derde partij tussen zit. Die derde partij kan een bank zijn, maar ook een game-uitgever of wat voor partij dan ook die als centrale database wil dienen. Dat gaat vaak overigens prima, maar als de firma failliet gaat of je ineens niet meer aardig vindt, kun je van de ene op de andere dag alles kwijt zijn. Soms is dat misschien terecht, maar nog veel vaker is er een stomme fout in het spel.

Nu was er iemand, of iemanden, die een systeem bedacht waarbij geen derde partij nodig is om met zekerheid iets digitaals aan iemand anders te geven. Dat noemde deze persoon met pseudoniem Satoshi Nakamoto ‘Bitcoin’. Hij — het is tenslotte een mannennaam — gebruikte een combinatie van bestaande cryptografische en speltheoretische technieken, maar dan op zo’n manier gecombineerd dat sjoemelen bij voldoende computers in het netwerk praktisch vrijwel onmogelijk wordt.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van.

Het duurde een paar jaar voor dit systeem uit een uithoek van internet meer bekendheid kreeg en steeds meer mensen zagen er wat in. De populariteit steeg en er kwamen steeds meer klonen van Bitcoin en ook nieuwe systemen, soms duidelijk gebaseerd op Bitcoin en soms echte vernieuwers. Grote bedrijven gingen stilletjes aan de slag om handige onderdelen over te nemen en te implementeren zonder het woord ‘blockchain’ in de mond te nemen om later op de grote trom te slaan met namen waar het woord ‘ledger’ in te vinden is. Nog iets later kwam een groter publiek in aanraking met de systemen en de laatste apotheose dateert van december 2017. Hoge bomen vangen veel wind en inmiddels roepen steeds meer mensen dat het maar onzin is, al die blockchains. Je kunt er niks mee en alles is ronduit k*t. Behalve Bitcoin voegen ze er vaak aan toe.

Veel kritiek die gegeven wordt, is al jaren bekend en iedereen die al langer rondloopt in deze scene kent de punten. Helaas zorgt het eens in de zoveel tijd voor iemand die vindt dat hij het allemaal even heeft uitgezocht en zo op geïnformeerde wijze kan zeggen dat het allemaal idioot is waar al die mensen mee bezig zijn. Zo iemand vindt een ict-er die haarfijn uitlegt waarom het een te dure databank is die je niet wil gebruiken. Er wordt wat gestrooid met woorden als ‘merkle-boom’ en de wijsheid is in pacht.¹

Gouden bergen, diepe dalen

Dat laatste is jammer. Ik onderschrijf dat de oplossing die Satoshi Nakamoto bedacht neerkomt op het combineren van oude technologie op een nieuwe manier wat het protocol ‘Bitcoin’ als geheel erg interessant maakt. Dat je dit protocol niet een-op-een moet overnemen om in te zetten op andere plekken waar je denkt dat je een blockchain(achtige) structuur bruikbaar kunt inzetten, lijkt me meer dan logisch. Het is niet óf een database óf een blockchain. Het is altijd en-en. Er zit heel wat interessants in de pijplijn om tot werkelijk nuttige zaken met blockchains te komen, maar dat zal nog even duren. Vijf jaar? Tien jaar? Wie zal zal het zeggen. Net als bij games: geef nooit een datum waarop het product werkelijk af is, want er is altijd uitstel.

Misschien zijn veel zaken die zich op openbare, publieke blockchains zoals die van ethereum en bitcoin afspelen op dit moment wel zeer marginaal te noemen. Ik denk dat we, als ik mezelf tot een enthousiaste community mag rekenen, daar realistisch in moeten zijn. We kunnen niet ontkennen dat ‘even’ wat ether halen om ‘even’ iets te doen, best lastig is. Maar ik zie ook dat er bepaalde zaken zijn die zeker van transparantie en onwrikbaarheid kunnen profiteren. Denk eens aan transparante concertkaartjes of het uitlenen van een boek aan een vriend(in).

Maar het idee dat je dan ook iets functioneels hebt binnen enkele maanden tot een paar jaar met een totaal andere manier van denken, namelijk decentraal denken, lijkt me absurd. ‘Even’ iets met concertkaartjes doen of een systeem opzetten om boeken te lenen aan vrienden is al heel groot en daardoor ook ingewikkeld. Daar ‘even’ een ‘blockchaintje’ achter gooien is niet makkelijk. Dat moet groeien.

Lekker lokaal, dat wereldwijde netwerk

Als je mij vraagt waar nu een grote toekomst ligt voor cryptovaluta en -tokens, is dat in eerste instantie bij veel kleine projecten, heel lokaal. Niks groots en op het eerste gezicht weinig hemelbestormend. Er is niet eens een simpele website waar je zonder kennis van programmeerzaken een tijdelijke token voor je project kunt maken. Je hoort al wel wat er mist: mensen die niet alleen de achterkant begrijpen, maar ook iets met de voorkant kunnen.²

Ik ben dol op it’ers, maar er missen vaak anderen in het hele proces. Niet-it’ers. Mensen die én begrip hebben van de systemen en mee kunnen denken om zo samen tot iets moois kunnen komen, al hoeven ze niet te kunnen programmeren. Beetje van die alfa’s en gamma’s zeg maar.

Geen panacee

Blockchains zijn geen kuur voor alle problemen in digitale netwerken. Het kan een enkel probleem misschien oplossen, maar net zoals bijna alle andere ict-’oplossingen’: het is ook het verplaatsen van problemen. Als je nu niet meer kunt frauderen in je excelletje omdat de toestand in een blockchain is vastgelegd? Dan doe je dat toch lekker elders in de keten, bij de persoon die het in moet voeren bijvoorbeeld.

Een beetje programmeren is uiteindelijk niet zo vreselijk moeilijk. Wat wel moeilijk is, is een cryptografisch veilig systeem verzinnen dat praktisch onkraakbaar is en dat deed de bedenker(s) van Bitcoin: een systeem verzinnen om zonder derde partij een transactie te kunnen doen en er zeker van zijn dat er geen twee transacties met dezelfde bitcoin gedaan kunnen worden.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van. Misschien komen we er ooit achter dat Bitcoin het enige nuttige experiment is, maar om daar achter te komen, moet je wel eerst experimenteren.³

Al met al heeft het in ieder geval gezorgd voor een hausse aan interesse in cryptografie. Dit kan niet anders dan zorgen voor interessante ontwikkelingen. Daar zullen de meesten nooit iets van merken aan de voorkant, maar de achterkant zal daar zeker van profiteren!

¹ Ik verwijs naar een artikel in De Correspondent ‘De blockchain: een oplossing voor bijna niets

² Ooit geprobeerd een betalingsmodule voor fiat geld toe te voegen aan een website? Dat was en is nog steeds geen sinecure.

³ Dit onderschrijf ik niet, ik denk dat er zeker interessante zaken zijn die baat hebben bij zo’n slome, dure databank als een blockchain voor het opslaan van state of de toestand van een actie binnen een smart contract. Misschien gaan we wel toe naar veel tijdelijke side-chains die inprikken op een of twee grote, betrouwbare blockchains voor de veiligheid bij tijdelijke acties. Of.. of…

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Tien jaar is lang. De meeste mensen hebben echt geen idee meer wat er op deze dag tien jaar geleden gebeurde. Mijn agenda, eentje ergens in een datacentrum van Google, wel. Ik deed niets waar ik een agenda voor nodig had, het was een zaterdag. De dag ervoor had ik een overleg in vergaderruimte vier, de dag erna een feestje.

Het nieuws deze dagen gaat over Facebook, het verwijderen van je Facebook-account en een bekende Nederlander die afgelopen zondag in Zondag met Lubach opriep tot het verwijderen van je account. Daarnaast zijn er wat wereldbranden, aangewakkerd door heethoofdige Twitteraars met als stip op 1: de Amerikaanse president.

Verder verwijderen verzekeraars en andere instanties ineens en masse de gewraakte Facebook Pixel, een enkele pixel op een webpagina die bedrijven en instanties helpt met het volgen van hun gebruikers over het hele grote boze internet, behalve in China. De pixel verschaft ook een schat aan informatie aan de producent ervan: Facebook.

Een week is overigens niet zo lang. Een week geleden zat ik in de trein naar Groningen voor een hackathon rond blockchains. Een blockchain is iets met Bitcoin, maar in het geval van de hackathon ging het vooral over alle afgeleiden. Je kon er niet betalen met bitcoin, dat was misschien een beetje jammer. Die digitale munt volgt overigens ook goed, net als de Facebook pixel of Google Analytics, zelfs zo goed dat de munt mogelijk niet compatibel zou zijn met de aanstaande Europese privacyverordening: de Algemene Verordening Gegevensbescherming of GDPR (General Data Protection Regulation).

Wat hebben al deze zaken met elkaar gemeen? Heel veel: het volgen van personen en het schenden van privacy. Het klinkt allemaal heel complex, maar het is niet alsof het prompt voor onze neus staat. We zijn alleen wat langzaam in het herkennen van negatieve gevolgen van privacyschending.

Dat laatste is niet zo gek: tien jaar is lang, voor een kind is tien jaar iets wat oneindig lijkt. Voor een 72-jarige is het wellicht kort. Een kwestie van perspectief.

Het is ook niet zo dat privacy, en vooral het volgen en alles bijhouden over mensen zonder dat zij zich direct bewust zijn wat er gevolgd wordt, niet al heel lang op de radar staat. Het staat er al sinds het begin van internet, maar toen was dat alleen nog voor nerds, vonden mensen toen.

Mijn persoonlijke ergernis ging in het verleden overigens vooral over flashy advertenties en dat zorgde voor het installeren van adblockers, en passant zorgde dat voor extra veiligheid tijdens het surfen. Dat was vermoedelijk ergens in 2002 ontdekte ik een kleine twee jaar terug toen een speciaal soort blocker uitkwam: een adblocker die alle advertenties en andere zaken op internet blokkeert die zich niet aan bepaalde regels houden. In de tussentijd heb ik slechts enkele keren nog een advertentie gezien. Bijzonder interessant.

De waarschuwingen zijn ook al jaren niet van de lucht, en toch doen we elke keer weer alsof het ons verbaast: diensten die gratis zijn, zijn niet gratis. Zolang niemand in de broncode mee kan kijken, weet je niet of er iets niet in de haak is. Zo simpel ligt het al heel lang. Daar is nog wel wat nuance bij aan te brengen, maar dan zou ik nu een boek moeten schrijven. Dat red ik niet.

Toch wil ieder bedrijf, iedere instelling en zelfs veel particuliere webgebruikers weten wat er op hun websites of met hun apps gebeurt. Dat volgen kan makkelijk: er zijn zat gratis diensten die dat aanbieden. Maar de meesten geven ook steeds een stukje informatie weg aan iets buiten de basisdienst. Als een site advertenties gebruikt is de mogelijkheid dat er nog meer data weglekken naar steeds onbekendere en onduidelijkere diensten.

Een willekeurige verzekeraar, die overigens sinds vandaag geen Facebook Pixel meer plaatst

Laten we het probleem eerst kleiner maken: overheidswebsites en alle sites die te maken hebben met diensten rond ons als mens, zoals verzekeraars en nutsbedrijven, hebben niets van doen met advertenties op hun site. Ook zijn er opensource trackers die op eigen platforms te installeren zijn, zonder dat er data met andere partijen gedeeld hoeven worden.

Kort gezegd: je mag verwachten dat het Privacy Badger-tekentje (of Ghostery of welke blocker je dan ook gebruikt) geen rode cijfertjes laat zien bij gebruik van de betreffende site. Lastiger te controleren, maar dat zou ook moeten gelden voor apps op telefoons van dergelijke instanties.

En ooit, hopelijk in de toekomst, komt er een tijd waarin we wel over onze eigen data kunnen beschikken, decentraal opgeslagen zonder dat één persoon, bedrijf of instantie daar iets mee kan, tenzij jij dat wil.

Tot die tijd blijft het waarschijnlijk dweilen met de kraan open.

Ps, dan kom je er dus achter dat een WordPress plugin genaamd JetPack ook steeds weer zaken aanpast, waardoor mijn eigen site ook ineens weer Twitter, Facebook en andere trackers heeft. Hoe dat nu weer te fixen: daar moet ik weer even induiken.

Pps, embedden van bepaalde zaken als video’s via bijvoorbeeld YouTube kan ook via een Do Not Track-functie, bij YouTube wordt de link dan: youtube-nocookie.com

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Een beeldrechtenmanagementplatform. Dat is wat Kodak samen met een bedrijf dat vooral in foto’s van bekende mensen handelt, WENN, gaat opzetten. Of al heeft opgezet. Of bezig is het op te zetten.

En we plakken er blockchain op, dat zorgt in ieder geval voor media-aandacht.

En dat is precies wat iedereen herhaalt. Overal en zonder nadere analyse schiet het aandeel van een schamele drie dollar in drie uur tijd naar 7,10 dollar om de volgende handelsdag – woensdag 10 oktober – naar 13,28 dollar te schieten. Lekker ruim 300 procentjes omhoog.

Kodak Brownie: de camera waarmee Kodak fotografie goedkoop maakte begin 20ste eeuw (bron: Wikimedia)

Hun eigen persbericht voorziet al in de mogelijke hype bij het gebruik van een buzzwoord als ‘blockchain’ of ‘cryptocurrency’, maar ze zien een goede kans voor het gebruik van een blockchain(gerelateerde) technologie voor het verwerken van fotorechten.

En daar hebben ze gelijk in. Verschillende bedrijven proberen al enkele jaren verschillende, voornamelijk digitale, kunstvormen te koppelen aan blockchains, ook al ver voordat er sprake was van ‘geavanceerde’ blockchains als Ethereum. We hebben het dan bijvoorbeeld over ascribe.io, dat al in 2013 zijn visie rond het verwerken en vastleggen van digitaal eigenaarsschap aan kunst koppelde.

In mijn ogen is een van de belangrijkste voordelen van een blockchain gebruiken voor het vastleggen van digitaal eigenaarsschap, of dat nou een foto of een tekst is, het kunnen functioneren over het hele internet heen, zonder restricties van landsgrenzen of andere regels. Daar zijn al initiatieven genoeg voor genomen de afgelopen jaren. Kijk bijvoorbeeld naar po.et of ergens ook (sociaal)netwerk Steemit en videoplatform flixxo, al zitten die niet zo zeer in de richting van vastleggen van digitaal eigenaarschap als wel het verdienen aan de inhoud.

Uiteindelijk zijn dit allemaal eerste aanzetjes voor het ‘internet van geld’ en misschien in de verre toekomst wel ‘streaming money’ waarbij alles gekoppeld is.

Maar dat soort koppelingen vereist open data of in ieder geval een mogelijke koppeling met open data. En dat is waar de schoen bij Kodak wellicht wringt: volgens hun persbericht voldoen ze aan de eisen van de Amerikaanse beurswaakhond SEC. En ergens aan voldoen betekent vaak ook dat de ander ook ergens aan moet voldoen, ofwel security tokens die alleen aan geaccrediteerde investeerders in bepaalde landen verkocht mogen worden. Voor de volledigheid: de KODAKCoin-tokens die ze gaan uitgeven zijn volgens de zogenaamde Rule 506 (c) van Regulation D een security token.

Als deze tokens niet publiekelijk door iedereen verhandeld kunnen worden, dus zeg om een decentraal plaatjesdeel-en-betaal-de-fotograaf-platform op te zetten, dan kan ik niet verzinnen wat ze dan anders zijn dan fotohandelsplatform nr. zoveel met stiekem het woord ‘blockchain’, ‘token’, ‘ICO’ en ‘crypto’ ergens in een persbericht.

Aan de andere kant: wellicht hebben ze prachtige plannen en hebben ze een groter ideaal, maar er is nog niet eens bekend wat kopers van de tokens eigenlijk kunnen en mogen met de tokens, wat voor ‘smart contract’ er aan de tokens ten grondslag zal liggen, wat voor blockchain ze gaan gebruiken of dat ze er misschien zelf een opzetten en hoeveel tokens er in totaal ooit zullen zijn en wat dat allemaal moet gaan kosten.

Nog even kort wat het is: de Kodak-blockchain (als ze die gaan gebruiken) moet functioneren als een plek waar mensen hun werken op kunnen registeren, waarbij de KODAKCoin functioneert als manier om op het platform waarde uit te wisselen voor zaken als rechten, gebruik en dat soort zaken.

Bewijs van afstand: ik wilde helemaal niets schrijven over de KODAKCoin en de hele hype van vandaag, maar ik las nergens ook maar iets aan vragen rond het vrijwel nietszeggende persbericht met betrekking tot blockchains en mogelijk gebruik ervan. Vandaar toch een paar overdenkingen

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

En dat zorgt bij verschillende media voor interessante fouten

Als een van de bekendste oud- of ex-bankiers van Nederland zich gaat bezighouden met ICO’s, dan is waakzaamheid geboden. Kleine kattebelletjes verschijnen overal in kranten dat Dirk Scheringa, voormalig eigenaar van DSB, directeur wordt van ICO Headstart. Vervolgens maken bijna alle kranten die via Blendle te lezen zijn er een interessant potje van. Laten we drie voorbeelden doornemen:

Volkskrant (10 november 2017)“De oud-bankier wordt het gezicht van ICO Headstart, dat ondernemers helpt bij beursgangen met cryptomunten als de bitcoin.”

Een zogenaamde ICO of Initial Coin Offering is niets anders dan het binnenhalen van geld voor de — vermeende — ontwikkeling van een digitale munteenheid of token die ergens een basis voor biedt of moet gaan bieden. De meeste ICO’s zijn vooralsnog slecht uitgewerkte hype-zaken waar vooral snel geld ‘gemaakt’ wordt. Het gros zal het niet lang overleven en een enkeling zal er rijk van (ge)worden (zijn). De meesten niet.

Is cryptomunt bitcoin een voorbeeld van een munt die met een ‘beursgang’ of ICO begon? Neen. Bitcoin is de eerste digitale munt, letterlijk peer-to-peer-cash, die een systeem gebruikte dat later blockchain genoemd werd. Een manier om online vertrouwen te hebben tussen partijen die elkaar niet kennen zonder dat daar een andere partij tussen hoeft te zitten, zoals een bank.

Bitcoin zag op 3 januari 2009 het levenslicht door het zogenaamde delven of minen van het eerste Genesis-blok. Sindsdien bestaat bitcoin en is het systeem eigenlijk stabiel, al ziet dat er voor de buitenwereld soms anders uit. Maar Koers is niet Bitcoin. De mens bepaalt de koers, niet het systeem zelf.

Er zijn overigens legio munten geïntroduceerd die helemaal geen crowdfunding of ICO hadden, denk aan Litecoin, Monero, ZCash, etc.

Telegraaf (10 november 2017): “Scheringa baas bitcoin” Ondanks de vast grappig bedoelde kop (althans, ik hoop dat die grappig bedoeld is), klopt daar natuurlijk geen hout van. Er is geen ‘baas’ bij bitcoin en de uitvinder(s) onder de naam Satoshi Nakamoto is onbekend. Laat staan dat iemand uit de oude financiële wereld daar ooit ‘baas’ van zou worden.

Maar de krant gaat verder:

Dirk Scheringa wordt directeur van het bitcoinbedrijf ICO Headstart.”

Er is geen bitcoin te bekennen in het ICO Headstart-bedrijf. Het heeft er zelfs niets mee te maken. Het bedrijf bouwt op de blockchain van Ethereum via een zogenaamd ERC-20-token. Het bedrijf noemt het token MOAT of Mother of all Tokens. Daarmee gaat het bedrijf eerst zelf een ICO doen, om dan vervolgens andere ICO’s te gaan beoordelen. Dit zegt het bedrijf te gaan doen met experts uit de compliance-wereld (bestaan die dan binnen de ICO-wereld?) en via de ‘wisdom of the crowd’. Iets dat overigens al veel gebeurt door andere bedrijven, zoals Augur en Wings.

“De ex-baas en oprichter van de naar hem vernoemde DSB-bank wordt door de oprichters van het Haagse bedrijf geroemd vanwege zijn ervaring in het bankwezen en zijn kennis van crowdfunding.”

Dit zou best kunnen. Ik ken Scheringa’s merites niet als het gaat om crowdfunding, maar misschien heeft ie veel Kickstarter-campagnes geleid.

“ICO Headstart is gespecialiseerd in Initial Coin Offerings.”

Hoe kun je een bedrijf met een ‘white paper’ in de vorm van een mooi online reclamefoldertje gespecialiseerd in ICO’s noemen? Het platform moet in februari 2018 live gaan en zou al draaien, maar ik zie daar geen voorbeelden van.

Het is niet gezegd dat Headstart geen interessant platform kan worden. Echt niet, maar kranten moeten meer specialisme aan de dag gaan leggen met dit soort dingen. Niemand is onfeilbaar, maar een bericht van een paar honderd woorden volstoppen met fouten en misleiding, is wel heel schokkend.

Nog eentje dan:

Trouw (10 november 2017): “Dirk Scheringa wordt directeur van bitcoinbedrijf” luidt de titel.

Volgens mij is het niet nodig verder in te gaan op de overige 119 woorden van het ANP-bericht dat Trouw hiervoor overnam.

Elders in de gezamenlijke Persgroep-kranten zoals AD staat dat het bedrijf “beursgangen voor digitale valuta begeleidt”. Voor zover ik begrijp uit de white paper of de veelgesteldevragenafdeling op de site is het vooral bedoeld voor investeerders en dat die niet in de val van veel ICO’s trappen.

Dat laatste is overigens een nobel streven, maar zoals ik al eerder aangaf: ondanks dat in de white paper staat dat het bedrijf ICO Headstart al een werkend prototype heeft, heb ik daar nog niets van gezien. Daar staat:

“Our platform is already operational. Backers and project creators have immediately access to our platform after ICO is finalized”

Klinkt ook nobel, maar toegang en ‘bezichtiging’ van het product is pas zichtbaar nadat je er geld in gestoken hebt.

Toevallig publiceerde Coindesk vandaag een verhaal over waarom ICO’s het niet goed doen met als een van de belangrijkste redenen dat er niet eerst een product is voordat de ICO er is. De kritiek komt overigens van ontwikkelaars op een Ethereum-conferentie: Devcon3. Geeft toch te denken.