Cryptovaluta: wie gebruikt ze?

Bijna niemand, maar dat antwoord zag je wel aankomen

Er is een probleem met cryptovaluta, -tokens en andere, op blockchain gebaseerde zaken: wie gebruikt het? Bijna niemand. Is dat vreemd? Nee, dat is niet gek. Als voorbeeld CryptoKitties. Het eerste bekende spel op een blockchain met als bijzonderheid dat elk katje ook daadwerkelijk uniek is. Het was leuk spelen toen het geheel nog op een testnet van Ethereum draaide en alles technisch gezien gratis was (Ethereum is de blockchain waar CryptoKitties op draait, een soort van Bitcoin). Maar toen ging het naar het echte netwerk, mainnet heet dat, en daar ging het mis.

Is ie niet schattig, Son of Lir. Het wil!

CryptoKitties liftte leuk mee op de hype van dat moment en prompt liep het hele hoofdnetwerk vast. Het zorgde voor enorm hoge transactiekosten, want iedereen zou en moest zo’n kat bemachtigen. Of laten paren (siren heet dat), ongeacht sekse, want sekse hebben de katjes niet. Of ruilen. Of iets anders, maar elke actie zorgt voor een transactie en elke transactie kost een beetje geld. Het netwerk zelf kan zo’n 15 transacties per seconde aan. Je begrijpt al waar dat op uitliep: ravage. Om nog transacties te kunnen uitvoeren, ook als die niks met die katten te maken hadden, moest je diep in de buidel tasten: hoe meer je betaalde, hoe groter de kans dat je transactie rap uitgevoerd werd.

Wippen, ruilen, verkopen

Al snel had ik omgerekend 45 euro in ether uitgegeven aan het spelletje. Dat ging naar een katje kopen (5 euro voor een kat + transactiekosten), een katje laten wippen met een ander katje voor een nieuw katje (transactiekosten voor paren, transactiekosten voor het binnenkrijgen van het katje). Ik zette een katje te koop (transactiekosten voor het in de etalage zetten). Ik zette een katje in de etalage om te paren met een ander, mij onbekend katje (transactiekosten voor mijn kat achter het raam zetten). Kortom, elke scheet kost iets, want elke actie op het netwerk kost iets, want je gebruikt namelijk computerkracht in het netwerk.

Technisch gezien klopt het natuurlijk helemaal dat je, als je rekenkracht nodig hebt, je daarvoor betaalt. We zijn alleen ergens bij het begin van het populariseren van internet gaan denken dat alles ‘gratis’ is. Oh nee, je verkoopt je data, maar dat laten we nu even links liggen.

Terug naar die katjes. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom verzamelspelletjes zo populair zijn en ik snap het nog steeds niet. Maar 45 omgerekende eurootjes voor wat spelen met unieke kattenplaatjes vond ik toch net wat ver gaan en omdat het mijn interesse niet is,.

Toch voel je op je klompen aan dat er wel ‘iets’ zit in zo’n systeem. Moet dat met een blockchain? Niet per se. Dat verzamelen gebeurt op grote schaal binnen zogenaamde free to play-games. De spullen die je in-game kunt kopen blijken alleen vaak gejat te worden, zoals in Fortnite.

Het gaat zelfs zover dat niet alleen het Jeugdjournaal onlangs berichtte over phising naar Fortnite-spullen, maar ook het grotemensenjournaal. Zo’n verzamelonderdeel in een game zou best een blockchain kunnen gebruiken om dat soort problemen tegen te gaan. Misschien niet zo’n blockchain als bij CryptoKitties want die is te traag en log, maar een ander type of op andere wijze geïmplementeerd. Misschien eentje die blockchainpuristen als minderwaardig zien, eentje waar minder nodes in het netwerk zitten. Maar dat is erg technisch.

Waardelaag

Dit soort problemen ontstaat doordat er geen waardelaag in internet gebouwd zit. Niemand kan iets unieks aan iemand anders geven met de zekerheid dat dit niet gekopieerd wordt of dat er iets anders oneigenlijke mee gebeurt zonder dat er een derde partij tussen zit. Die derde partij kan een bank zijn, maar ook een game-uitgever of wat voor partij dan ook die als centrale database wil dienen. Dat gaat vaak overigens prima, maar als de firma failliet gaat of je ineens niet meer aardig vindt, kun je van de ene op de andere dag alles kwijt zijn. Soms is dat misschien terecht, maar nog veel vaker is er een stomme fout in het spel.

Nu was er iemand, of iemanden, die een systeem bedacht waarbij geen derde partij nodig is om met zekerheid iets digitaals aan iemand anders te geven. Dat noemde deze persoon met pseudoniem Satoshi Nakamoto ‘Bitcoin’. Hij — het is tenslotte een mannennaam — gebruikte een combinatie van bestaande cryptografische en speltheoretische technieken, maar dan op zo’n manier gecombineerd dat sjoemelen bij voldoende computers in het netwerk praktisch vrijwel onmogelijk wordt.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van.

Het duurde een paar jaar voor dit systeem uit een uithoek van internet meer bekendheid kreeg en steeds meer mensen zagen er wat in. De populariteit steeg en er kwamen steeds meer klonen van Bitcoin en ook nieuwe systemen, soms duidelijk gebaseerd op Bitcoin en soms echte vernieuwers. Grote bedrijven gingen stilletjes aan de slag om handige onderdelen over te nemen en te implementeren zonder het woord ‘blockchain’ in de mond te nemen om later op de grote trom te slaan met namen waar het woord ‘ledger’ in te vinden is. Nog iets later kwam een groter publiek in aanraking met de systemen en de laatste apotheose dateert van december 2017. Hoge bomen vangen veel wind en inmiddels roepen steeds meer mensen dat het maar onzin is, al die blockchains. Je kunt er niks mee en alles is ronduit k*t. Behalve Bitcoin voegen ze er vaak aan toe.

Veel kritiek die gegeven wordt, is al jaren bekend en iedereen die al langer rondloopt in deze scene kent de punten. Helaas zorgt het eens in de zoveel tijd voor iemand die vindt dat hij het allemaal even heeft uitgezocht en zo op geïnformeerde wijze kan zeggen dat het allemaal idioot is waar al die mensen mee bezig zijn. Zo iemand vindt een ict-er die haarfijn uitlegt waarom het een te dure databank is die je niet wil gebruiken. Er wordt wat gestrooid met woorden als ‘merkle-boom’ en de wijsheid is in pacht.¹

Gouden bergen, diepe dalen

Dat laatste is jammer. Ik onderschrijf dat de oplossing die Satoshi Nakamoto bedacht neerkomt op het combineren van oude technologie op een nieuwe manier wat het protocol ‘Bitcoin’ als geheel erg interessant maakt. Dat je dit protocol niet een-op-een moet overnemen om in te zetten op andere plekken waar je denkt dat je een blockchain(achtige) structuur bruikbaar kunt inzetten, lijkt me meer dan logisch. Het is niet óf een database óf een blockchain. Het is altijd en-en. Er zit heel wat interessants in de pijplijn om tot werkelijk nuttige zaken met blockchains te komen, maar dat zal nog even duren. Vijf jaar? Tien jaar? Wie zal zal het zeggen. Net als bij games: geef nooit een datum waarop het product werkelijk af is, want er is altijd uitstel.

Misschien zijn veel zaken die zich op openbare, publieke blockchains zoals die van ethereum en bitcoin afspelen op dit moment wel zeer marginaal te noemen. Ik denk dat we, als ik mezelf tot een enthousiaste community mag rekenen, daar realistisch in moeten zijn. We kunnen niet ontkennen dat ‘even’ wat ether halen om ‘even’ iets te doen, best lastig is. Maar ik zie ook dat er bepaalde zaken zijn die zeker van transparantie en onwrikbaarheid kunnen profiteren. Denk eens aan transparante concertkaartjes of het uitlenen van een boek aan een vriend(in).

Maar het idee dat je dan ook iets functioneels hebt binnen enkele maanden tot een paar jaar met een totaal andere manier van denken, namelijk decentraal denken, lijkt me absurd. ‘Even’ iets met concertkaartjes doen of een systeem opzetten om boeken te lenen aan vrienden is al heel groot en daardoor ook ingewikkeld. Daar ‘even’ een ‘blockchaintje’ achter gooien is niet makkelijk. Dat moet groeien.

Lekker lokaal, dat wereldwijde netwerk

Als je mij vraagt waar nu een grote toekomst ligt voor cryptovaluta en -tokens, is dat in eerste instantie bij veel kleine projecten, heel lokaal. Niks groots en op het eerste gezicht weinig hemelbestormend. Er is niet eens een simpele website waar je zonder kennis van programmeerzaken een tijdelijke token voor je project kunt maken. Je hoort al wel wat er mist: mensen die niet alleen de achterkant begrijpen, maar ook iets met de voorkant kunnen.²

Ik ben dol op it’ers, maar er missen vaak anderen in het hele proces. Niet-it’ers. Mensen die én begrip hebben van de systemen en mee kunnen denken om zo samen tot iets moois kunnen komen, al hoeven ze niet te kunnen programmeren. Beetje van die alfa’s en gamma’s zeg maar.

Geen panacee

Blockchains zijn geen kuur voor alle problemen in digitale netwerken. Het kan een enkel probleem misschien oplossen, maar net zoals bijna alle andere ict-’oplossingen’: het is ook het verplaatsen van problemen. Als je nu niet meer kunt frauderen in je excelletje omdat de toestand in een blockchain is vastgelegd? Dan doe je dat toch lekker elders in de keten, bij de persoon die het in moet voeren bijvoorbeeld.

Een beetje programmeren is uiteindelijk niet zo vreselijk moeilijk. Wat wel moeilijk is, is een cryptografisch veilig systeem verzinnen dat praktisch onkraakbaar is en dat deed de bedenker(s) van Bitcoin: een systeem verzinnen om zonder derde partij een transactie te kunnen doen en er zeker van zijn dat er geen twee transacties met dezelfde bitcoin gedaan kunnen worden.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van. Misschien komen we er ooit achter dat Bitcoin het enige nuttige experiment is, maar om daar achter te komen, moet je wel eerst experimenteren.³

Al met al heeft het in ieder geval gezorgd voor een hausse aan interesse in cryptografie. Dit kan niet anders dan zorgen voor interessante ontwikkelingen. Daar zullen de meesten nooit iets van merken aan de voorkant, maar de achterkant zal daar zeker van profiteren!

¹ Ik verwijs naar een artikel in De Correspondent ‘De blockchain: een oplossing voor bijna niets

² Ooit geprobeerd een betalingsmodule voor fiat geld toe te voegen aan een website? Dat was en is nog steeds geen sinecure.

³ Dit onderschrijf ik niet, ik denk dat er zeker interessante zaken zijn die baat hebben bij zo’n slome, dure databank als een blockchain voor het opslaan van state of de toestand van een actie binnen een smart contract. Misschien gaan we wel toe naar veel tijdelijke side-chains die inprikken op een of twee grote, betrouwbare blockchains voor de veiligheid bij tijdelijke acties. Of.. of…

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Tien jaar is lang. De meeste mensen hebben echt geen idee meer wat er op deze dag tien jaar geleden gebeurde. Mijn agenda, eentje ergens in een datacentrum van Google, wel. Ik deed niets waar ik een agenda voor nodig had, het was een zaterdag. De dag ervoor had ik een overleg in vergaderruimte vier, de dag erna een feestje.

Het nieuws deze dagen gaat over Facebook, het verwijderen van je Facebook-account en een bekende Nederlander die afgelopen zondag in Zondag met Lubach opriep tot het verwijderen van je account. Daarnaast zijn er wat wereldbranden, aangewakkerd door heethoofdige Twitteraars met als stip op 1: de Amerikaanse president.

Verder verwijderen verzekeraars en andere instanties ineens en masse de gewraakte Facebook Pixel, een enkele pixel op een webpagina die bedrijven en instanties helpt met het volgen van hun gebruikers over het hele grote boze internet, behalve in China. De pixel verschaft ook een schat aan informatie aan de producent ervan: Facebook.

Een week is overigens niet zo lang. Een week geleden zat ik in de trein naar Groningen voor een hackathon rond blockchains. Een blockchain is iets met Bitcoin, maar in het geval van de hackathon ging het vooral over alle afgeleiden. Je kon er niet betalen met bitcoin, dat was misschien een beetje jammer. Die digitale munt volgt overigens ook goed, net als de Facebook pixel of Google Analytics, zelfs zo goed dat de munt mogelijk niet compatibel zou zijn met de aanstaande Europese privacyverordening: de Algemene Verordening Gegevensbescherming of GDPR (General Data Protection Regulation).

Wat hebben al deze zaken met elkaar gemeen? Heel veel: het volgen van personen en het schenden van privacy. Het klinkt allemaal heel complex, maar het is niet alsof het prompt voor onze neus staat. We zijn alleen wat langzaam in het herkennen van negatieve gevolgen van privacyschending.

Dat laatste is niet zo gek: tien jaar is lang, voor een kind is tien jaar iets wat oneindig lijkt. Voor een 72-jarige is het wellicht kort. Een kwestie van perspectief.

Het is ook niet zo dat privacy, en vooral het volgen en alles bijhouden over mensen zonder dat zij zich direct bewust zijn wat er gevolgd wordt, niet al heel lang op de radar staat. Het staat er al sinds het begin van internet, maar toen was dat alleen nog voor nerds, vonden mensen toen.

Mijn persoonlijke ergernis ging in het verleden overigens vooral over flashy advertenties en dat zorgde voor het installeren van adblockers, en passant zorgde dat voor extra veiligheid tijdens het surfen. Dat was vermoedelijk ergens in 2002 ontdekte ik een kleine twee jaar terug toen een speciaal soort blocker uitkwam: een adblocker die alle advertenties en andere zaken op internet blokkeert die zich niet aan bepaalde regels houden. In de tussentijd heb ik slechts enkele keren nog een advertentie gezien. Bijzonder interessant.

De waarschuwingen zijn ook al jaren niet van de lucht, en toch doen we elke keer weer alsof het ons verbaast: diensten die gratis zijn, zijn niet gratis. Zolang niemand in de broncode mee kan kijken, weet je niet of er iets niet in de haak is. Zo simpel ligt het al heel lang. Daar is nog wel wat nuance bij aan te brengen, maar dan zou ik nu een boek moeten schrijven. Dat red ik niet.

Toch wil ieder bedrijf, iedere instelling en zelfs veel particuliere webgebruikers weten wat er op hun websites of met hun apps gebeurt. Dat volgen kan makkelijk: er zijn zat gratis diensten die dat aanbieden. Maar de meesten geven ook steeds een stukje informatie weg aan iets buiten de basisdienst. Als een site advertenties gebruikt is de mogelijkheid dat er nog meer data weglekken naar steeds onbekendere en onduidelijkere diensten.

Een willekeurige verzekeraar, die overigens sinds vandaag geen Facebook Pixel meer plaatst

Laten we het probleem eerst kleiner maken: overheidswebsites en alle sites die te maken hebben met diensten rond ons als mens, zoals verzekeraars en nutsbedrijven, hebben niets van doen met advertenties op hun site. Ook zijn er opensource trackers die op eigen platforms te installeren zijn, zonder dat er data met andere partijen gedeeld hoeven worden.

Kort gezegd: je mag verwachten dat het Privacy Badger-tekentje (of Ghostery of welke blocker je dan ook gebruikt) geen rode cijfertjes laat zien bij gebruik van de betreffende site. Lastiger te controleren, maar dat zou ook moeten gelden voor apps op telefoons van dergelijke instanties.

En ooit, hopelijk in de toekomst, komt er een tijd waarin we wel over onze eigen data kunnen beschikken, decentraal opgeslagen zonder dat één persoon, bedrijf of instantie daar iets mee kan, tenzij jij dat wil.

Tot die tijd blijft het waarschijnlijk dweilen met de kraan open.

Ps, dan kom je er dus achter dat een WordPress plugin genaamd JetPack ook steeds weer zaken aanpast, waardoor mijn eigen site ook ineens weer Twitter, Facebook en andere trackers heeft. Hoe dat nu weer te fixen: daar moet ik weer even induiken.

Pps, embedden van bepaalde zaken als video’s via bijvoorbeeld YouTube kan ook via een Do Not Track-functie, bij YouTube wordt de link dan: youtube-nocookie.com

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Een beeldrechtenmanagementplatform. Dat is wat Kodak samen met een bedrijf dat vooral in foto’s van bekende mensen handelt, WENN, gaat opzetten. Of al heeft opgezet. Of bezig is het op te zetten.

En we plakken er blockchain op, dat zorgt in ieder geval voor media-aandacht.

En dat is precies wat iedereen herhaalt. Overal en zonder nadere analyse schiet het aandeel van een schamele drie dollar in drie uur tijd naar 7,10 dollar om de volgende handelsdag – woensdag 10 oktober – naar 13,28 dollar te schieten. Lekker ruim 300 procentjes omhoog.

Kodak Brownie: de camera waarmee Kodak fotografie goedkoop maakte begin 20ste eeuw (bron: Wikimedia)

Hun eigen persbericht voorziet al in de mogelijke hype bij het gebruik van een buzzwoord als ‘blockchain’ of ‘cryptocurrency’, maar ze zien een goede kans voor het gebruik van een blockchain(gerelateerde) technologie voor het verwerken van fotorechten.

En daar hebben ze gelijk in. Verschillende bedrijven proberen al enkele jaren verschillende, voornamelijk digitale, kunstvormen te koppelen aan blockchains, ook al ver voordat er sprake was van ‘geavanceerde’ blockchains als Ethereum. We hebben het dan bijvoorbeeld over ascribe.io, dat al in 2013 zijn visie rond het verwerken en vastleggen van digitaal eigenaarsschap aan kunst koppelde.

In mijn ogen is een van de belangrijkste voordelen van een blockchain gebruiken voor het vastleggen van digitaal eigenaarsschap, of dat nou een foto of een tekst is, het kunnen functioneren over het hele internet heen, zonder restricties van landsgrenzen of andere regels. Daar zijn al initiatieven genoeg voor genomen de afgelopen jaren. Kijk bijvoorbeeld naar po.et of ergens ook (sociaal)netwerk Steemit en videoplatform flixxo, al zitten die niet zo zeer in de richting van vastleggen van digitaal eigenaarschap als wel het verdienen aan de inhoud.

Uiteindelijk zijn dit allemaal eerste aanzetjes voor het ‘internet van geld’ en misschien in de verre toekomst wel ‘streaming money’ waarbij alles gekoppeld is.

Maar dat soort koppelingen vereist open data of in ieder geval een mogelijke koppeling met open data. En dat is waar de schoen bij Kodak wellicht wringt: volgens hun persbericht voldoen ze aan de eisen van de Amerikaanse beurswaakhond SEC. En ergens aan voldoen betekent vaak ook dat de ander ook ergens aan moet voldoen, ofwel security tokens die alleen aan geaccrediteerde investeerders in bepaalde landen verkocht mogen worden. Voor de volledigheid: de KODAKCoin-tokens die ze gaan uitgeven zijn volgens de zogenaamde Rule 506 (c) van Regulation D een security token.

Als deze tokens niet publiekelijk door iedereen verhandeld kunnen worden, dus zeg om een decentraal plaatjesdeel-en-betaal-de-fotograaf-platform op te zetten, dan kan ik niet verzinnen wat ze dan anders zijn dan fotohandelsplatform nr. zoveel met stiekem het woord ‘blockchain’, ‘token’, ‘ICO’ en ‘crypto’ ergens in een persbericht.

Aan de andere kant: wellicht hebben ze prachtige plannen en hebben ze een groter ideaal, maar er is nog niet eens bekend wat kopers van de tokens eigenlijk kunnen en mogen met de tokens, wat voor ‘smart contract’ er aan de tokens ten grondslag zal liggen, wat voor blockchain ze gaan gebruiken of dat ze er misschien zelf een opzetten en hoeveel tokens er in totaal ooit zullen zijn en wat dat allemaal moet gaan kosten.

Nog even kort wat het is: de Kodak-blockchain (als ze die gaan gebruiken) moet functioneren als een plek waar mensen hun werken op kunnen registeren, waarbij de KODAKCoin functioneert als manier om op het platform waarde uit te wisselen voor zaken als rechten, gebruik en dat soort zaken.

Bewijs van afstand: ik wilde helemaal niets schrijven over de KODAKCoin en de hele hype van vandaag, maar ik las nergens ook maar iets aan vragen rond het vrijwel nietszeggende persbericht met betrekking tot blockchains en mogelijk gebruik ervan. Vandaar toch een paar overdenkingen

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

En dat zorgt bij verschillende media voor interessante fouten

Als een van de bekendste oud- of ex-bankiers van Nederland zich gaat bezighouden met ICO’s, dan is waakzaamheid geboden. Kleine kattebelletjes verschijnen overal in kranten dat Dirk Scheringa, voormalig eigenaar van DSB, directeur wordt van ICO Headstart. Vervolgens maken bijna alle kranten die via Blendle te lezen zijn er een interessant potje van. Laten we drie voorbeelden doornemen:

Volkskrant (10 november 2017)“De oud-bankier wordt het gezicht van ICO Headstart, dat ondernemers helpt bij beursgangen met cryptomunten als de bitcoin.”

Een zogenaamde ICO of Initial Coin Offering is niets anders dan het binnenhalen van geld voor de — vermeende — ontwikkeling van een digitale munteenheid of token die ergens een basis voor biedt of moet gaan bieden. De meeste ICO’s zijn vooralsnog slecht uitgewerkte hype-zaken waar vooral snel geld ‘gemaakt’ wordt. Het gros zal het niet lang overleven en een enkeling zal er rijk van (ge)worden (zijn). De meesten niet.

Is cryptomunt bitcoin een voorbeeld van een munt die met een ‘beursgang’ of ICO begon? Neen. Bitcoin is de eerste digitale munt, letterlijk peer-to-peer-cash, die een systeem gebruikte dat later blockchain genoemd werd. Een manier om online vertrouwen te hebben tussen partijen die elkaar niet kennen zonder dat daar een andere partij tussen hoeft te zitten, zoals een bank.

Bitcoin zag op 3 januari 2009 het levenslicht door het zogenaamde delven of minen van het eerste Genesis-blok. Sindsdien bestaat bitcoin en is het systeem eigenlijk stabiel, al ziet dat er voor de buitenwereld soms anders uit. Maar Koers is niet Bitcoin. De mens bepaalt de koers, niet het systeem zelf.

Er zijn overigens legio munten geïntroduceerd die helemaal geen crowdfunding of ICO hadden, denk aan Litecoin, Monero, ZCash, etc.

Telegraaf (10 november 2017): “Scheringa baas bitcoin” Ondanks de vast grappig bedoelde kop (althans, ik hoop dat die grappig bedoeld is), klopt daar natuurlijk geen hout van. Er is geen ‘baas’ bij bitcoin en de uitvinder(s) onder de naam Satoshi Nakamoto is onbekend. Laat staan dat iemand uit de oude financiële wereld daar ooit ‘baas’ van zou worden.

Maar de krant gaat verder:

Dirk Scheringa wordt directeur van het bitcoinbedrijf ICO Headstart.”

Er is geen bitcoin te bekennen in het ICO Headstart-bedrijf. Het heeft er zelfs niets mee te maken. Het bedrijf bouwt op de blockchain van Ethereum via een zogenaamd ERC-20-token. Het bedrijf noemt het token MOAT of Mother of all Tokens. Daarmee gaat het bedrijf eerst zelf een ICO doen, om dan vervolgens andere ICO’s te gaan beoordelen. Dit zegt het bedrijf te gaan doen met experts uit de compliance-wereld (bestaan die dan binnen de ICO-wereld?) en via de ‘wisdom of the crowd’. Iets dat overigens al veel gebeurt door andere bedrijven, zoals Augur en Wings.

“De ex-baas en oprichter van de naar hem vernoemde DSB-bank wordt door de oprichters van het Haagse bedrijf geroemd vanwege zijn ervaring in het bankwezen en zijn kennis van crowdfunding.”

Dit zou best kunnen. Ik ken Scheringa’s merites niet als het gaat om crowdfunding, maar misschien heeft ie veel Kickstarter-campagnes geleid.

“ICO Headstart is gespecialiseerd in Initial Coin Offerings.”

Hoe kun je een bedrijf met een ‘white paper’ in de vorm van een mooi online reclamefoldertje gespecialiseerd in ICO’s noemen? Het platform moet in februari 2018 live gaan en zou al draaien, maar ik zie daar geen voorbeelden van.

Het is niet gezegd dat Headstart geen interessant platform kan worden. Echt niet, maar kranten moeten meer specialisme aan de dag gaan leggen met dit soort dingen. Niemand is onfeilbaar, maar een bericht van een paar honderd woorden volstoppen met fouten en misleiding, is wel heel schokkend.

Nog eentje dan:

Trouw (10 november 2017): “Dirk Scheringa wordt directeur van bitcoinbedrijf” luidt de titel.

Volgens mij is het niet nodig verder in te gaan op de overige 119 woorden van het ANP-bericht dat Trouw hiervoor overnam.

Elders in de gezamenlijke Persgroep-kranten zoals AD staat dat het bedrijf “beursgangen voor digitale valuta begeleidt”. Voor zover ik begrijp uit de white paper of de veelgesteldevragenafdeling op de site is het vooral bedoeld voor investeerders en dat die niet in de val van veel ICO’s trappen.

Dat laatste is overigens een nobel streven, maar zoals ik al eerder aangaf: ondanks dat in de white paper staat dat het bedrijf ICO Headstart al een werkend prototype heeft, heb ik daar nog niets van gezien. Daar staat:

“Our platform is already operational. Backers and project creators have immediately access to our platform after ICO is finalized”

Klinkt ook nobel, maar toegang en ‘bezichtiging’ van het product is pas zichtbaar nadat je er geld in gestoken hebt.

Toevallig publiceerde Coindesk vandaag een verhaal over waarom ICO’s het niet goed doen met als een van de belangrijkste redenen dat er niet eerst een product is voordat de ICO er is. De kritiek komt overigens van ontwikkelaars op een Ethereum-conferentie: Devcon3. Geeft toch te denken.

Blockchain-onbegrip zorgt voor verwarring columnisten

Blockchain-onbegrip zorgt voor verwarring columnisten

Verkeerde veronderstellingen en foute aannames

“Is de bitcoin-gekte het nieuwste generatieconflict?” kopt een columnist in de Volkskrant woensdagochtend 4 oktober. “Digitaal geld zet stelsel op z’n kop” schrijft een andere op dezelfde dag in het AD.

De columnist van de Volkskrant Peter de Waard heeft het over ‘een trein vol studenten’ waar jongeren elkaar gek maken met potentiële bitcoin-winsten. Hij vergelijkt het met de fascinatie met de optiebeurs van generatie X. Met andere woorden: hij wil het generatieconflict heel graag duiden. Misschien zou het goed zijn als hij zijn oor eens te luisteren legt bij plaatsen waar het daadwerkelijk over digitale valuta en andere blockchaintoepassingen gaat. Daar lopen verdomd weinig studenten rond. Een paar, natuurlijk. Ook een paar echt ‘oudere’ mensen, maar het grootste deel zal tussen de 30 en de 55 jaar zijn. En vooral man.

Screenshot World Coin Index woensdag 4 oktober, 17:36 CET

Interessanter is dat het dan niet gaat om witte mannen. Het is een veelkleurig en veeltalig geheel. Maar ja, liefhebbers van zogenaamde publieke blockchains houden dan ook niet zo van grenzen.

Anders denken

Volgens De Waard zouden ‘zelfs jongeren met een negen voor wiskunde weinig snappen van de werkwijze van de virtuele munt’. Hoezo? Dat hij het niet begrijpt zegt niet dat jongeren (of ouderen) het niet zouden begrijpen. Het is zeker een andere manier van denken en kijken, maar niet begrijpen…

Oké, het is waar dat er een stevig stukje cryptografie en speltheorie inzit. Er zijn mensen die dat écht begrijpen. Het is alleen niet nodig dat zelf te kunnen doorgronden. Zonder diepgaande kennis van die onderwerpen, is de werking van Bitcoin of veel andere blockchains met enige inspanning prima te overzien. Maar nogmaals: het is een andere, nieuwe manier van denken en daar zit de werkelijke moeilijkheidsgraad. Zonder ermee te ‘klooien’ zul je er inderdaad niets van begrijpen. Iets met gedeeld vertrouwen zonder vertrouwde derde partij. Klinkt niet moeilijk, maar dat aanvoelen is best lastig.

Bitcoin is geen geld

Ook Roland Duong laat met zijn op z’n kop gezette stelsel zien heel wat klokken te hebben horen luiden. Het begint al met het ‘casino van cryptomunten’. Dat laat ik voor wat het is. Interessanter is de uitspraak ‘maar bitcoin is geen geld’ en dat terwijl bitcoin is ontworpen als puur digitale vorm van cash. Hij zegt in de volgende zin dat er bij ‘gewoon geld’ iets ‘tegenover staat’ om vervolgens hypotheken aan te halen. Bij een hypotheek zou er namelijk iets uit de werkelijke wereld tegenover staan, namelijk een huis. Dan komt de goudvoorraad bij centrale banken langs die een deel van onze geldvoorraad zou dekken. En dat terwijl er bij bitcoin een enorm netwerk aan computers staat te werken om de waarde te onderschrijven én tegelijkertijd het netwerk veilig te houden. Lijkt me best wat waard. Of dat ook zo’n 3600 euro per stuk is (wo. 4 okt. 2017, inmiddels 17 oktober en zo’n 4800 euro per stuk), dat is een andere discussie. Maar dat het netwerk echt waarde heeft, staat voor mij buiten kijf.

Volgens Duong zou bitcoin alleen de waarde van de bitcoin vertegenwoordigen. En die nu ‘ongelooflijke waarde’ is ‘op moment van schrijven 4200 euro’. Ik ben bang dat hij een euro-dollarfoutje maakt. Maar goed, dat vergeven we hem.

Voordat we afdwalen in een spelletje hoeveel iets wel of niet waard mag zijn, even terug naar ‘normaal’ geld. Voor zover mij bekend is de goudstandaard al in de jaren ’70 van de vorige eeuw losgekoppeld om de Vietnamoorlog te financieren. Althans, de Amerikaanse Dollar. De euro zit ook niet aan goud vast, al hebben centrale banken wel een relatief klein bedrag in goud als reserve. Maar als we even bedenken hoeveel euro er sinds de crisis vanaf 2015 volledig digitaal is bijgedrukt.. iets van 60 miljard euro per maand of zo? Dan moeten we misschien maar eens praten over de vraag of er bij ‘gewoon geld’ iets tegenover staat.

Waar worden die cryptomuntjes gemaakt?

Beide columnisten hebben het ook over handel en spaargeld. De Waard stelt dat de handel in cryptovaluta niet is geconcentreerd in westerse handelscentra, maar in Zuidoost-Azië. Dat ligt misschien wat lastiger. Als we kijken naar handelsvolume is Dollar-Crypto het grootst, ruim 40 procent. Daarna volgt de Japanse Yen, dan de Koreaanse Won en dan pas de euro. Maar dat is een vertekend beeld. Alles is namelijk vertekend in vergelijking met normale of ‘ouderwetse’ mondiale verhoudingen in Cryptoland. De meeste bitcoin-miners staan in China. Waarom? Meerdere redenen. Goedkope energie, hardwareboeren om de hoek. Maar Europa heeft dan weer de meeste exchanges. Niet per se de grootste. De Verenigde Staten zijn lastig: elke staat heeft zijn eigen regels en … nee. Dit wordt te veel informatie.

De Waard stelt in ieder geval dat de bitcoin-gekte een nieuw generatieconflict is. Hij vraagt zich zelfs af of het niet verboden moet worden. Iedereen die enige kennis heeft van hoe bijvoorbeeld het bitcoinnetwerk in elkaar zit, weet dat zo’n verbod eigenlijk niet kan.

Een blockchain is nog geen bedrijf

Duong ziet ook gevaar als het om spaargeld gaat. En ja, hij heeft daar ook gelijk in natuurlijk. Hij vergelijkt het met de dotcom-bubbel van 2000. Daar ben ik het wel mee eens: heel veel van de munten die in de afgelopen korte tijd zijn ‘bedacht’, zullen binnenkort niet meer zijn. Maar het zijn ook niet per se munten. Het zijn vaak tokens die een functionaliteit ergens aan geven. Totaal anders denken vraagt dat. Hij haalt investeren aan in bedrijven, zoals de Apples, Googles en Amazons. Het lastige is natuurlijk dat die crypto’s geen bedrijven zijn in de oude zin van het woord. Het zijn protocollen. Op het moment dat zo’n protocol ‘live’ en publiek is, is het niet meer per se van het bedrijf. Zeker een munt als bitcoin is dat niet.

En nee, al je spaargeld in crypto’s stoppen lijkt me niet handig. Spreiden, dat is volgens mij het aloude adagium. Ook nu crypto’s er in de handelswereld bij zijn gekomen.

Al met al kan ik me voorstellen dat voor de ‘cryptoleek’ heel wat termen zijn langsgekomen die onbekend zijn. Aan de andere kant waren streaming en googlen 20 jaar geleden ook onbekende termen voor de meesten. Langzaam zullen de termen het publieke domein bereiken en beter begrepen worden. Maar bij blockchains en crypto’s geldt nu nog: er is heel wat educatie nodig.

ps: ik zou nog aan kunnen halen dat er een heel andere distributed ledger/blockchainwereld is waar we als buitenstaander niks van weten, namelijk die bij de banken en vergelijkbare instituten, maar dat laat ik voor een andere keer.
pps: eerder gepubliceerd op Steem, een sociaal netwerk dat draait via/met/op een blockchain

Gratis geld! Nu! (En waarom je bank verdwijnt)

Gratis geld! Nu! (En waarom je bank verdwijnt)

Zo klonk het jaren geleden in mijn oren: je kon gewoon met je computer gratis geld ‘maken’. Bitcoins heetten die dingen. Hoe het precies werkte, interesseerde me eerst niet zo veel. Toch begon het al snel te kriebelen: dit is meer dan alleen maar goudzoeken.

Het is ergens eind 2011, een rustige tijd van het jaar. Donker, maar er is een lichtpuntje: je kunt zomaar gratis geld maken op je eigen computer! Wel wat vaag, maar toch. Ik downloadde een programmaatje en… Niets. 0.00000000 BTC bleef er staan. Stom. Programma weer verwijderd.

Een jaar later, weer december, weer tijd over. Aha! Dat programmaatje was niet waarmee je geld kon maken, daarvoor had je een ander programma nodig. En jawel, ik zette mijn eerste schreden op het pad van de miners. Ofwel de goudzoekers van onze tijd. Snel ging het niet en een Bitcoin, want daar hebben we het natuurlijk over, was te weinig waard om mijn computer daarvoor drie keer zoveel energie te laten verstoken. Ik wist toen in weken computertijd iets van 2,5 euro, een 0.00nogwat BTC, bij elkaar te sprokkelen.

Nu zijn er misschien een aantal woorden voorbij gekomen die je niet kent: miner, Bitcoin en BTC. Dat is niet erg, want het zijn ook vrij nieuwe woorden. Voor ik ze verder uitdiep, even terug naar mijn gepruts in 2012. Want dat was het. Ik had drie woorden opgevangen: ‘zelf geld maken’, en dat bleek voldoende om me aan te zetten allemaal regels code te kopiëren van internet om zo mijn videokaart (dat ding wat normaal beelden op je beeldscherm tovert) te laten rekenen, aan transacties die gedaan zijn op blokken van de blockchain van Bitcoin.

Mythische bedenker

Maar wat ik deed, dat was me eigenlijk volstrekt onduidelijk. En dat terwijl het toch echt uitgelegd staat in het artikel dat Satoshi Nakamoto, het pseudoniem van de nog steeds onbekende bedenker van Bitcoin, schreef in 2008. De titel van het artikel is: “Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System“. De eerste zin van dat artikel luidt: ‘Een pure, peer-to-peer-versie van elektronisch contant geld dat online betalingen mogelijk maakt die direct van de ene naar de andere partij gestuurd worden zonder eerst via een financieel instituut te gaan.’

Deze eerste zin is voor de gemiddelde leek, wat praktisch iedereen toen was, lastig om te doorgronden, ondanks dat de woorden op zich niet onbegrijpelijk zijn. Waarom zou je geen financieel instituut meer willen? Behalve dan een enkele libertariër die het liefst alle instituten de nek omdraait. En wat heeft peer-to-peer-technologie ermee te maken, iets wat de meesten alleen kennen van het downloaden van films. Daarna gaat het verder met termen als: ‘digitale handtekeningen’, ‘voorkomen van dubbel-uitgeven’, ‘timestamps’, ‘transacties die gehasht* moeten worden’,  ‘proof-of-work’, ‘langste keten’, ‘cpu-kracht’, ‘aanvallers voor zijn’, ‘nodes*‘, ‘berichten die worden uitgezonden’. Veel terminologie is op zich voor mensen die iets meer met computers doen niet onbekend, maar de combinatie daarvan, daarin zit hem de genialiteit van het Bitcoin-netwerk. Het lost namelijk het ontbreken van een vertrouwde derde partij op en het probleem dat digitale zaken makkelijk gekopieerd kunnen worden, iets wat zeker met elektronisch geld geen overbodige luxe is.

Wat is Bitcoin?

Dan weet je nu wat het is, die Bitcoin en de achterliggende techniek die niet veel later tot blockchain omgedoopt werd: digitaal vertrouwen, dat is het. We stellen ons als mens niet snel de vraag hoe iemand te vertrouwen, als mens weten we hoe dat werkt: je staat naast een ander mens. Die andere persoon geeft je 20 euro. Dan weet je 100 procent zeker dat je die 20 euro hebt gekregen. Dit is heel lastig uit te voeren op internet, maar het is oh zo nodig. Dus in plaats van te vragen hoe het werkt, had ik moeten vragen: welk probleem lost [de] blockchain, of toen nog Bitcoin, op?

‘Bitcoin is geen systeem van krediet, of schuld. Het is ook geen bedrijf of wat dan ook. Het is digitaal contant geld met een eigen waarde zonder dat daar een derde partij voor nodig is. Direct, zonder tussenkomst van anderen.’ Zo legt Andreas Antonopoulos, een van de voorvechters van Bitcoin van het eerste uur, het graag uit in zijn talks. Hij stelt het heel simpel: het wordt steeds moeilijker dingen met contant geld te betalen en tussen elke betaling zit een bedrijf of een keten aan bedrijven. Bij Bitcoin is dat niet het geval. Niemand kan een bitcointransactie tegenhouden. Ook niet als er een regering of bedrijf is die wil dat die transactie niet plaatsvindt om wat voor reden dan ook. Het gaat Antonopoulos in eerste instantie om vrijheid en dat we ons zeer bewust moeten zijn van de vrijheid die we inleveren door ons over te leveren aan zo veel derde partijen die met ons geld omgaan en onze privacy. Partijen die we allemaal vertrouwen, totdat het misgaat of een regime sterk van karakter verandert. En dat dit ook bij ons kan gebeuren, is helaas zeer goed duidelijk geworden met de verkiezing van Trump.

Zo dacht ik zelf dus nog niet na over blockchain in het begin, namelijk het oplossen van de vertrouwenskwestie. Toch was me al snel duidelijk dat het meer was dan geld alleen. Klein voorbeeld: wat ik heel gaaf vond en vind, is dat elke transactie op internet te volgen is. Je kunt elke transactie die ooit gedaan is inzien op de blockchain. Dat is waar ik begon. Dat wilde ik snappen, maar achteraf had dit geen betekenis zonder begrip van online vertrouwen tussen onbekende partijen.

 

De Wiebelende Cijfertjes: Forex Trading Kraken

Fast foward naar nu

Inmiddels zijn we een jaar of vijf verder en hebben honderden ouderwetse bedrijven zich gebogen over de gebruiksmogelijkheden van blockchains. Daarnaast zijn er duizenden nieuwe bedrijven, bedrijfjes en instellingen ontstaan die bezig zijn met blockchains en sommige van die ontwikkelingen zullen uiteindelijk heel belangrijk worden voor ons normale stervelingen. Alles wordt verbonden. Alles.

Laat dit rustig op je inwerken. Alles is toch al verbonden? Ja, heel veel is al verbonden en met het Internet of Things wordt dat steeds meer. Maar de ijskast laten betalen aan de supermarkt vergt nog heel wat stappen, al te beginnen in welk land je woont, welke stad, welke supermarkt je gebruikt, wat voor betalingen die accepteert, etc. etc. Via blockchaintechnologie, ja ik gooi hem er gewoon in, kan dat in de toekomst zonder gedoe. De hele transactie, dus ook de boodschappen zelf, kunnen eraan gekoppeld worden. En die weer aan andere benodigde transacties, zoals directe verrekening van btw en accijns. De grootgrutter hoeft de btw-boekhouding niet meer te doen, dat gaat rechtstreeks naar de schatkist. En niet alleen dat, stel de parkeertijd van de zelfrijdende bestelbus die de goederen bezorgt kan zo bijgehouden worden om vervolgens via een microtransactie naar de gemeente parkeergeld te betalen. Ah, de gemeente. En het rijk. En wat al niet meer. Alles is in die zin te automatiseren en dat klinkt sommigen misschien als muziek in de oren: niet meer zelf nadenken, alles door het systeem laten doen.

Maar het idee van ‘geen banken meer nodig om iemand via internet te betalen, alsof je cash gebruikt’, wordt zo wel heel snel overboord gegooid. De mens is dan überhaupt niet meer nodig voor transacties. Zo kun je zelfs volledig autonome bedrijven oprichten waar naderhand geen mens meer aan te pas komt. Dat zorgde tot nu toe overigens voor een paar grote zeperds, maar het kán.

Ponzi’s en louche zaakjes

Als ik dit zo opschrijf, begrijp ik heel goed waarom ik niet begreep waarom het zo interessant was. Wel voelde ik een bepaalde kriebel, iets in je achterhoofd dat aangeeft: hier is iets mee. De meesten in mijn omgeving vonden dat ik naar een ouderwetse Ponzi aan het kijken was, ofwel klinkklare oplichting. Mensen associeerden Bitcoin met duistere zaakjes en daarmee was de kous af. Pas veel later kwam ik in contact met mensen die er dieper inzaten en ook echt met bepaalde toepassingen bezig waren die heel veel verder gingen dan hopen of je Bitcoin of vergelijkbare cryptomunt meer geld waard werd.

En toch wist nooit iemand uit te leggen waarom dat idee van die blockchain zo ontzettend ingenieus en interessant is. Dat lag ook zeker aan het feit dat ik nooit de goede vraag stelde, maar alleen de eerder genoemde  ‘hoe werkt het’-vraag. Dat laatste was misschien ook niet zo gek. In die begintijd sprak ik nooit met mensen die de waaromvraag nog moesten stellen. Ik vermoed zelfs dat velen daar eigenlijk niet zo mee bezig waren. Het was dan ook een turbulente tijd met bijzonder interessante types, soms zelf met ruzies die tot ouderwets handgemeen leidden.

Nu we de waaromvraag beantwoord hebben, komt de volgende stap: het begrijpen hoe diep dit op onze levens kan ingrijpen. Begrijp me niet verkeerd: ik denk dat er heel veel praktische kanten zitten aan het gebruik van deze technologie en afgeleiden daarvan. Wel maak ik me zorgen om de gretigheid waarmee bepaalde regeringen de technologie omarmen. Estland was er vroeg mee, maar nu wil Dubai als eerste een volledig op de blockchain gebaseerd systeem hebben om het land te besturen. Laten we uitgaan van nobele intenties, maar met even verder denken kan het aardig grimmig worden.

Toekomst

Voordat iedereen nu bang wordt voor blockchaintechnologie: laten we vooral in gesprek blijven over wat we zien als wellicht mooie ideeën en plannen en wat niet. Bitcoin werd bedacht om transparant te zijn en als we in die gedachte verder gaan, dan kan een idee met voldoende openheid veel praktische voordelen opleveren.

Zo is er een bedrijf in Nederland dat huizen koopt met meerdere eigenaren en vervolgens verhuurt en de huurpenningen verdeelt onder de verschillende huiseigenaren. Er zijn vergevorderde plannen om journalisten via een bepaalde blockchain veiliger hun werk te laten doen in landen waar het niet zo nauw genomen wordt met censuur en erger. Of het idee om donaties aan daklozen te doen via een blockchain zodat de donateurs weten dat het geld niet aan de strijkstok blijft hangen maar terechtkomt bij de mensen waar het voor bedoeld is. Of voor een eerlijkere verdeling van voedsel. Of een veiliger internet-of-things. Of een betere afhandeling van rechten van musici en andere rechthebbenden. Of worden er een soort van banken opgericht waarbij iedereen een rekeningnummer kan aanmaken. Iedereen, zonder dat je daar iets van legitimatie voor nodig hebt. Direct. En je kunt ook nog wisselen tussen allerlei munten en ‘normale’ valuta. Ja, het gaat best rap.

Maar eerlijk is eerlijk: lang niet alles moet in een blockchain gepropt worden. Nu is de tijd te experimenteren en fouten te maken. En die worden gemaakt. Veel, heel veel. Maar in mijn ogen: liever nu dan als we alles er zomaar klakkeloos mee op willen lossen.

* Hash: toegevoegd aan Dikke Van Dale in 2009
* Node: voorlopig toegevoegd aan Dikke Van Dale 2017

‘Deelfietsen’ belediging voor fietsers [update]

‘Deelfietsen’ belediging voor fietsers [update]

Briljant plan. Slechte uitvoering. Dit wilde ik niet schrijven. Echt niet. Voordat ik ooit op zo’n Flickbike plaatsnam verdedigde ik het concept, maar vooral ook de fietsjes. Dit laatste deed ik tegenover een Amsterdammer van midden 60. “Dat zijn toch prutfietsjes, ik heb eraan gevoeld en het is echt slappe zooi”, zei hij tegen mij. Ja, dat kan wel zijn, antwoordde ik, maar vermoedelijk zijn ze goedkoop en daardoor is het eventueel vervangen van zo’n fiets niet zo’n grote kostenpost.

Maar toen had ik er nog niet op gefietst.

Wel had ik de app gedownload en vond het wat vreemd dat die voornamelijk in het Engels was. Later las ik in verschillende interviews met een van de initiatiefnemers, zoals in Metro, dat de fiets vooral gericht is op Amsterdammers en dat die alle talen spreken, maar vooral en zeker Engels. Oké, fair point..

Niet voor de locals

Één ding weet ik zeker: ik ken vrijwel geen Amsterdammer of inwoner van Nederland die op een kinderfiets fietst na zijn kindertijd. It just doesn’t happen. Ook weet ik bijna zeker dat geen fietsenmaker een kinderfietsje verkoopt dat zo slecht fietst. Het verzet is waardeloos: je trapt je het schompes en de fiets is veel te klein. Minuscuul zelfs. De fiets zelf is nog best oké qua stevigheid en zou ik in vergelijkbare vorm maar dan een maat groter en met een beter verzet, accepteren.

Maar helaas, de fiets is wat ie is en dit is een belediging. Een belediging tegenover mensen die fietsen en dat apparaat gebruiken om van A naar B te komen. Wie heeft deze fietsen getest? Niemand? Heeft er niemand op gefietst alvorens ze goed te keuren? Ik word verdorie ingehaald door oudere dames op fietsen zonder elektromotor. Iedereen haalt me in en ik ben he-le-maal kapot na een kwartier fietsen. Ik fiets praktisch elke dag minstens 12km en zou toch tenminste wat fiets-conditie verwachten. Hiermee jaag je mensen niet van de scooter naar een fiets of van een auto naar een fiets, je zult ze hooguit een bevestiging geven dat fietsen echt zwaar #$&*&* is.

Ooit fietste ik in Cambodja op een slecht fietsje. Vergelijkbaar ding als een Flickbike en vermoedelijk een oBike (de fietsdeelfiets in Rotterdam, zag er in Amsterdam een paar voor een hotel staan, vrijwel zelfde uiterlijk en afgaande op kritiek op internet lijkt hetzelfde euvel te bestaan: je kunt nog beter rollatorraces gaan doen). Ik leende de fiets van een vriend in Siem Reap. Iedereen rijdt daar op scooters, werkelijk voor elke scheet. Ik kon alleen maar denken: het is ook niet zo gek als je zulke belabberde fietsen gebruikt dat iedereen op een scooter gaat zitten, zelfs voor die kippeneindjes. Ik begreep het eigenlijk niet. We fietsen al zo lang en weten echt wel hoe we voor weinig geld een goed fietsende fiets moeten maken, toch? Niemand maakt mij wijs dat we dat niet kunnen. Ook Chinezen kunnen dat lijkt me.

Terug naar nu. Naar vandaag, de dag dat het ideaal leek om een Flickbike te gebruiken. Mooi weer en wat noodzaak tot heen en weer te fietsen. Zelf ben ik 1,93 en in de hoogste stand komen komen mijn knieën elke keer trappen in een 90-gradenstand terug. Dat kan voor 5 minuten, maar de gemiddelde fietsafstand tussen centrum en bijna-alles-binnen-de-ring (het werkgebied) ligt op een normale fiets tussen de 10 en 30 minuten. Een no go dus voor het gros van de mensen die gewend is te fietsen in de stad. Na op en neer gefietst te zijn overweeg ik zelfs een taxi te pakken terug. Uiteindelijk ben ik waarschijnlijk gewoon een kniepert en ga ik terug proberen te ov-en, maar het laat zien hoe slecht het met de fietsjes gesteld is.

Oneerlijke concurrentie?

Waarom verdedigde ik het concept? De negatieve verhalen in verschillend kranten heb ik ook gelezen. ‘Verkapte verhuur aan toeristen’, ‘Dit gaat net als Airbnb de spuigaten uitlopen’, ‘Oneerlijke concurrentie’, ‘Door de belastingbetaler betaalde fietsrekken worden gebruikt voor fietsen waarmee geld verdiend wordt’, enzovoort. Maar met die instelling krijgen we een deel van de mensen nooit van de scooter af of uit de auto.

Stel, je wil je hele vervoersnetwerk veranderen, je wil van eigen auto’s af en het mogelijk maken overal te kunnen reizen zonder eigen bezit, dan moet je aan verhuurplannen die goed functioneren. We noemen het ook wel ‘deeleconomie’, maar dat is natuurlijk je reinste onzin. Het is gewoon een systeem om simpel en snel een fiets te huren. Zelf denk ik dan aan het gebruik van een huurauto die net te ver weg staat om even te lopen: je pakt een huurfiets en jumpt 1000 meter verder in een huurauto. Of je bent met de trein en je hoeft niet terug naar het station – dan kun je niet met goed fatsoen de veel betere OV-fiets nemen, want die moet weer terug.

Vooralsnog heb ik geen Amsterdammers op de fietsjes gezien. Wel Aziatische toeristen en dat is precies wat de fietsjes zijn: kleine fietsjes gericht op een heel andere markt. Daarin hebben de klagende ondernemers in het artikel van Trouw wel een punt.

Het ontstaan van een nieuw soort ‘geldmachines’: de ICO

Het ontstaan van een nieuw soort ‘geldmachines’: de ICO

Met cryptovaluta’s ontstond veel nieuwe bedrijvigheid op internet. Via ingenieuze netwerken kunnen gebruikers geld maken door te ‘minen’ of door te handelen of er gewoon mee te sparen. Bitcoin was de eerste. Na vele andere cryptovaluta’s of alt coins kwam enkele jaren later een soort Bitcoin 2.0 voorbij, namelijk Ethereum. Die laatste is een platform met een blockchain, de achterliggende techniek van onder andere Bitcoin, waar meer op kan dan op de tot dan toe ontwikkelde blockchains.

De ‘spelletjes’ die op de Ethereum-blockchain gespeeld kunnen worden zijn ingewikkelder, tot complete, zij het simpele, computerprogramma’s. Sinds enkele maanden is er daarom een nieuw spel: het uitbrengen in eigen beheer van een eigen munt of token door nieuwe bedrijfjes waarmee ze investeringsgeld binnen willen halen. Dit kunnen ze doen door een eigen blockchain te bouwen, maar het kan ook heel makkelijk bovenop de Ethereum-blockchain. Dat laatste is sinds enige tijd heel populair en maakt sommigen in één klap wel erg vermogend (al was investeren in Ether en een jaartje wachten misschien nog wel slimmer). Dit systeem heet een initial coin offering of ICO, ergens vergelijkbaar met een IPO, ofwel initial public offering of beursintroductie in het Nederlands.

Een ICO is in eerste instantie niets anders dan een manier om geld op te halen met een cryptotoken die in de nabije toekomst uitgegeven zal worden. Aan het bedrijf of de groep die de nieuwe token of munt introduceert, wordt een hoeveelheid aan meer gebruikelijke crypto’s met relatief stabiele tegenwaarde in fiat geld gedoneerd. De gulle gever krijgt hier geen aandelen voor maar slechts tokens die een bepaalde waarde vertegenwoordigen. De gever krijgt die tokens door te investeren via Bitcoin, Ether of welke andere munt de ICO-aanbieder ook maar wil accepteren.

De eerste keer dat ik de term ICO hoorde, is vermoedelijk iets voor de ICO van het Wings-platform geweest, in november 2016. Wings is een platform om te voorspellen hoeveel een ICO vermoedelijk op zal brengen, ook wel prediction market. Hierdoor kunnen de ‘voorspellers’ weer geld verdienen doordat een deel van de opbrengst van de ICO wordt uitgekeerd aan, jawel de beste voorspellers. De gebruikers van het platform worden geacht informatie in te winnen over de projecten waar ze een hoeveelheid Wings-tokens aanhangen en de gedachte is dat de mediaan van het geheel een goede voorspeller is van wat de betreffende ICO op zal brengen.

Op dit moment betekent dat: alles wat maar mogelijk is. De meeste ICO’s hebben een verborgen of bekend maximum met betrekking tot de maximale hoeveelheid te investeren geld of cryptovaluta, zoals Bitcoin, Ether of dollar en op dit moment wordt dat bij goed onderbouwde munten vaak gehaald.

Wat is nou het lastige van deze materie? Waarom moeten investeerders hiervan op de hoogte zijn? Om de doodsimpele reden dat het potentieel interessant kan zijn, maar ook om de valkuilen in te zien. Dat laatste is misschien wel van een groter belang voor de mensen met briljante ideeën die op een dergelijke manier hun op een blockchain gebaseerde techniek aan de man willen brengen.

Het is lastig een hoofdreden aan te wijzen waarom er zo’n enorme interesse in ICO’s is op dit moment. Een eerste grote ICO, maar toen wist ik nog niet van dat woord, werd medio 2016 gehouden met het The DAO-platform. Kort gezegd moest dat een investeringsplatform worden waarbij investeerders zelf konden aanwijzen waar geld in de vorm van die specifieke munt naartoe moest. Helaas zat er een fout in het ‘smart contract’ of computerprogramma wat op de Ethereum-blockchain draaide, waardoor er heel veel geld gestolen kon worden van de investeerders. Voor een uitleg van wat daar gebeurde, verwijs ik naar een achtergrondartikel op Tweakers. Op dat moment was Ether iets van 12 euro per stuk waard om even bijna de 20 euro aan te tikken. Daarna kelderde dat weer een eind naar beneden om in januari van 2017 ergens de 7,50 euro aan te tikken.

Om de bekende onduidelijke redenen van de crypto-wereld (pun intended) steeg de tegenwaarde van Ether ten opzichte van de Euro zeer sterk in 2017. In mei werd ruim boven de 300 euro per munt afgetikt. Ook Bitcoin maakte in dezelfde tijd een enorme stijging door en vele andere alt-coins deden datzelfde. Prachtig natuurlijk: je investeerde in een ICO met je Ether, de nieuwe munt ‘Pietjes Prachtige Munt’ wordt voor een laag bedrag verkocht en enkele weken later is die ineens zes keer over de kop en verkopen maar.

Volledig ongereguleerd kunnen allerlei vroeg-rijke bitcoinmiljonairs (en ethermiljonairs, etc.) hun crypto’s ergens anders kwijt zonder hun nieuwe rijkdom aan wat voor belastingdienst dan ook op te hoeven geven door het in te wisselen in fiat pecunia (overigens verwacht de Nederlandse belastingdienst dat bezitters van cryptovaluta het equivalent van de munt op 1 januari opgeven als bezit). Of mensen die een gokje willen wagen kunnen met hun spaarcentjes aan de slag zonder dat ze eerst bij een investeringsbank langs hoeven met hun paspoort of wat dan ook. Heerlijk ongereguleerd, al verwacht iedereen ‘in het wereldje’ dat er op den duur ergens regulering vandaan zal komen. Op dit moment zorgt het vooral voor heel veel copy-cats en een enkele, wel nuttige innovatie.

Toch zit er een mooie kant aan deze nieuwe goudkoorts in dit onbekende ‘wilde westen’. Stel je hebt een briljant plan voor een bepaalde invulling van blockchain-technologie en daar heb je na een tijd ploeteren echt een goed uitgewerkt idee voor. Helemaal uitgedacht met een tijdspad en vermoedelijk een white paper waarmee je je legitimiteit wil aantonen.

Nu moet het echt gebeuren: je hebt programmeurs nodig, liefst ook nog wat mensen die iets anders kunnen dan in code denken, er is geld voor apparatuur nodig, etc. Wil je een paar jaar vooruit plannen zonder dat je daadwerkelijk omzet verwacht te draaien, dan is daar wel wat kapitaal voor nodig. Hoe doe je dat? Even naar een zogenaamde venture capitalist stappen in een investeringsronde is niet heel makkelijk. Zeker niet als je hele ecosysteem ook nog open source by design is. Zie maar geld los te peuteren. Dat is dus nu wél te doen bínnen het eigen ecosysteem van cryptovaluta’s.

En dan is er nog een voordeel: de mensen die geld investeren, krijgen geen andelen in je bedrijf. De investeerder krijgt slechts digitale tokens of crypto-geld. Interessant genoeg zijn die tokens vaak ook weer te gebruiken om diensten van de dienst te gebruiken (veel diensten binnen die zogenaamde gedecentraliseerde applicaties of dApps functioneren door de specifieke tokens). Als de tokens eenmaal in bezit zijn, kunnen ze ook weer verhandeld worden buiten het ecosysteem van die dApps, juist omdat ze weer geen aandeel representeren in zo’n bedrijf.

Laat dit allemaal rustig bezinken. Het is pas het allereerste begin, al zal het grootste deel van de basis nu al uitgedacht worden. Zelf hoop ik dat ook andersoortige projecten, zoals meer goededoelenprojecten of projecten die juist zoveel baat hebben bij de vrijheid die het huidige blockchainecosysteem biedt(afhankelijk van welke je gebruikt of zelf maakt natuurlijk), niet volledig zullen onder sneeuwen in deze ‘Gold Rush’.

Gedenkwaardige ICO’s (alle bedragen zijn equivalenten van dat moment in dollars, bijvoorbeeld: 1 bitcoin was toen 250 dollar waard; 300.000 bitcoin opgehaald x 250 = 75 miljoen dollar):

Ethereum (1 bitcoin was goed voor 2000 ether, juli 2014): > 15 miljoen dollar

The DAO (afhankelijk moment van kopen, mei 2016: 1 ether was goed voor 100 DAO: ~ 130 miljoen dollar)

Bancor (draait op Ethereum, 12 juni 2017, door vastlopen netwerk liep de ICO 3 uur in plaats van te stoppen na de maximale cap en werd 153 miljoen dollar opgehaald met 396.720 ether)

Zie voor een overzicht van de meeste ICO’s dit Screenshot van Smith & Crown op 13 juli 2017, een adviesbureau rond crypto’s.

disclaimer: dit is geen beleggingsadvies. Zelf heb ik geen grote belangen in welke cryptovaluta dan ook, al is het onmogelijk de systemen te doorgronden zonder er zelf mee te spelen. Ook ben ik op moment van schrijven niet gelieerd aan een bedrijf dat zich actief bezighoudt met blockchain-gebaseerde technologie.

Waarom een megafietsendeelbedrijf het einde van oude fysieke bedrijven betekent

Waarom een megafietsendeelbedrijf het einde van oude fysieke bedrijven betekent

De Japanse multinational SoftBank wil naar verluid investeren in een Chinees fietsdeelnetwerk Ofo. Die laatste kreeg al eerder honderden miljoenen binnen via Alibaba en nog wat Chinese firma’s en Ofo is niet de enige die met fietsendelen bezig is.

Ondertussen in Nederland, of moet ik zeggen Europa, heeft elk stadje z’n eigen schatje. Vélib in Parijs, Bicing in Barcelona en ga zo maar door. Tegenwoordig heeft elke zichzelf respecterende stad een fietsdeelsysteem. Amsterdam heeft sinds kort Flickbike, Rotterdam Gobike en natuurlijk de aloude OV Fiets, vrij alomtegenwoordig op en rond treinstations.

De grote verschillen zitten hem vooral in hoe ziet de fiets eruit: als een of andere halve brommer of gewoon een fiets? En het verschil in stallen: moet het apparaat in een speciaal fietsenrek of kun je hem gewoon neerzetten zoals je met een fiets gewend bent (in Nederland dan).

Mijn persoonlijke voorkeur gaat uiteraard uit naar dat laatste.

Dat is toch prachtig, zul je zeggen, overal fietsen! Weg met die stinkapparaten (brommer/auto/scooter). Regent het hard? Trammetje stad in. Terug zonder regen: fietsje naar huis. Deelauto te ver weg? Deelfiets er naartoe en hop, de elektrische bolide in. Zoiets.

Nu is Amsterdam natuurlijk een microstad. nog geen miljoen mensen woont er permanent. Maar vergelijk het met de plannen van Ofo: het bedrijf wil aan het eind van 2017 (het is nu juli 2017) 20 miljoen fietsen hebben in 200 steden in 20 landen over de hele wereld. Volgens Crunchbase heeft het daarvoor al 1,3 miljard dollar opgehaald.

De alomtegenwoordigheid en de monopolie-maximalisatie van bedrijven op internet dringt nu steeds sterker door in de fysieke wereld. Was het kort geleden nog zo dat een monopolist met een ‘winner takes all’ mentaliteit voornamelijk in het digitale domein bestond, komt dat nu met zo’n wereldwijde fietsendeler wel heel snel dichtbij. Niet dat honderdduizenden bekende merken allemaal vallen onder slechts een paar grote, soms zelfs zeer onbekende, namen, nu is het wél dat ene bedrijf dat alles veroverend is. Vergelijk het met on-offline diensten als Uber en Airbnb. Er is slechts ruimte voor vergelijkbare diensten binnen een niche, zoals YouTube vs. Vimeo.

Met een Ofo en z’n enorme hoeveelheid cash to burn zit er niet veel anders op voor andere fietsendelers dan opgeslokt te worden of een interessante niche binnen het fietsdelen te worden. Hopelijk voor de paar Europese, lokale initiatieven valt dat niet al te negatief uit.

Leest dat, Ode aan E-nummers

Leest dat, Ode aan E-nummers

En om precies te zijn pagina 87 in de papieren versie: “De belangrijkste boodschap die ik voor al die mensen heb, is dit: we concentreren ons op de verkeerde dingen. (…) We gaan niet dood aan kaas of pasta (…) Wij gaan niet dood aan bewerkt voedsel (…) Wij gaan niet dood aan E-nummers (…) genetisch gemodificeerde gewassen, emulgatoren (…) We gaan dood aan een groep volledig simpele biologische ingrediënten zonder E-nummers. Dat zijn suiker, vet, alcohol en tabak. (…) Je hoeft alleen maar in een gemiddeld ziekenhuis te kijken, waar afdelingen vol liggen met patiënten die te veel van die stoffen hebben genuttigd. De stoffen die onze gezondheid bedreigen, hebben geen E-nummer.”

Waarom deed ik dan zo gepikeerd in mijn vorige blog over het boek? Ten eerste omdat ik het nog niet gelezen had. Waarom niet terwijl ik het al als e-book op mijn e-reader had staan? Omdat ik reageerde op alles wat ik tot dan toe las in de krant, hoorde op de radio of zag op tv: een columnist die niet begrijpt dat er mensen zijn die niet begrijpen waarom mensen gedegen wetenschappelijk onderzoek afwijzen én dat er mensen zijn die wel van koken houden. Dat eerste begrijp ik ook niet, maar het maakt zowel Rosanne Hertzberger als mij minder sympathiek.

Het tweede onderdeel wat ze met grote glimlach structureel wereldkundig maakte, ook in haar boek, is dat ze een hekel heeft aan koken. Dat is prima, ik heb een hekel aan echt sporten. En ook aan dingen waar je een hekel aan hóórt te hebben, zoals te veel scooters, racisten en ga zo maar even door. Alleen dat ik aan sport (ik heb het dus niet over bewegen) een hekel heb, stuit structureel op onbegrip. “Het is fantastisch!” “Je moet er even doorheen!” “Als je tot het gaatje gegaan bent, dan…!” En verzin nog maar wat meer superlatieven van fanatieke sporters of mensen die door sport zichzelf ineens honderdduizendmiljoenmiljardmaal beter zijn gaan voelen. Lijkt verdacht veel op biologische-ik-eet-geen-suiker-maar-honing-echt-waar-en-nu-voel-ik-me-fantastisch!-mensen.

Vergelijkbaar met mijn sport-aversie houdt Hertzberger niet van koken. Wel van eten, want zonder eten gaat het niet. Lekker eten boeit haar niet zoveel, maar gegeten moet er worden. Dus dat doet ze dan ook. Het liefst zo gezond mogelijk. En zo makkelijk mogelijk. Maar ze trapt wel op mijn kookliefhebteen.

Nu weet ik dat zomaar analogieën ergens ingooien linke soep is. Misschien is sporten én veel normaal bewegen alsnog wel gezonder dan alleen maar veel bewegen. Waar het op neer komt, is dat Ode aan E-nummers een goed en interessant boek is met een grote berg aan interessante informatie, alleen is het jammer dat de stijl vaak lijkt op een columnachtige rant en eindigt met de terechte zorgen over een schonere planeet, een betere leefomgeving en al dat soort zaken. Misschien had ze dat beter om kunnen draaien. Hierdoor ben ik bang dat de E-nummer-haters nog dieper in hun loopgraven gaan zitten en de eigenlijke boodschap niet lezen.

Hopelijk prikken sommigen daar doorheen en leert het mensen kritischer kijken naar de grote berg beweringen op internet.

Eerder gepubliceerd op Medium