Leest dat, Ode aan E-nummers

Leest dat, Ode aan E-nummers

En om precies te zijn pagina 87 in de papieren versie: “De belangrijkste boodschap die ik voor al die mensen heb, is dit: we concentreren ons op de verkeerde dingen. (…) We gaan niet dood aan kaas of pasta (…) Wij gaan niet dood aan bewerkt voedsel (…) Wij gaan niet dood aan E-nummers (…) genetisch gemodificeerde gewassen, emulgatoren (…) We gaan dood aan een groep volledig simpele biologische ingrediënten zonder E-nummers. Dat zijn suiker, vet, alcohol en tabak. (…) Je hoeft alleen maar in een gemiddeld ziekenhuis te kijken, waar afdelingen vol liggen met patiënten die te veel van die stoffen hebben genuttigd. De stoffen die onze gezondheid bedreigen, hebben geen E-nummer.”

Waarom deed ik dan zo gepikeerd in mijn vorige blog over het boek? Ten eerste omdat ik het nog niet gelezen had. Waarom niet terwijl ik het al als e-book op mijn e-reader had staan? Omdat ik reageerde op alles wat ik tot dan toe las in de krant, hoorde op de radio of zag op tv: een columnist die niet begrijpt dat er mensen zijn die niet begrijpen waarom mensen gedegen wetenschappelijk onderzoek afwijzen én dat er mensen zijn die wel van koken houden. Dat eerste begrijp ik ook niet, maar het maakt zowel Rosanne Hertzberger als mij minder sympathiek.

Het tweede onderdeel wat ze met grote glimlach structureel wereldkundig maakte, ook in haar boek, is dat ze een hekel heeft aan koken. Dat is prima, ik heb een hekel aan echt sporten. En ook aan dingen waar je een hekel aan hóórt te hebben, zoals te veel scooters, racisten en ga zo maar even door. Alleen dat ik aan sport (ik heb het dus niet over bewegen) een hekel heb, stuit structureel op onbegrip. “Het is fantastisch!” “Je moet er even doorheen!” “Als je tot het gaatje gegaan bent, dan…!” En verzin nog maar wat meer superlatieven van fanatieke sporters of mensen die door sport zichzelf ineens honderdduizendmiljoenmiljardmaal beter zijn gaan voelen. Lijkt verdacht veel op biologische-ik-eet-geen-suiker-maar-honing-echt-waar-en-nu-voel-ik-me-fantastisch!-mensen.

Vergelijkbaar met mijn sport-aversie houdt Hertzberger niet van koken. Wel van eten, want zonder eten gaat het niet. Lekker eten boeit haar niet zoveel, maar gegeten moet er worden. Dus dat doet ze dan ook. Het liefst zo gezond mogelijk. En zo makkelijk mogelijk. Maar ze trapt wel op mijn kookliefhebteen.

Nu weet ik dat zomaar analogieën ergens ingooien linke soep is. Misschien is sporten én veel normaal bewegen alsnog wel gezonder dan alleen maar veel bewegen. Waar het op neer komt, is dat Ode aan E-nummers een goed en interessant boek is met een grote berg aan interessante informatie, alleen is het jammer dat de stijl vaak lijkt op een columnachtige rant en eindigt met de terechte zorgen over een schonere planeet, een betere leefomgeving en al dat soort zaken. Misschien had ze dat beter om kunnen draaien. Hierdoor ben ik bang dat de E-nummer-haters nog dieper in hun loopgraven gaan zitten en de eigenlijke boodschap niet lezen.

Hopelijk prikken sommigen daar doorheen en leert het mensen kritischer kijken naar de grote berg beweringen op internet.

Eerder gepubliceerd op Medium

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

Van kat-in-plakjes tot een rondje om de vijver: March for Science in Amsterdam

De Amsterdamse March for Science eindigde in een rondje-om-de-Museumpleinvijver, maar dat weerhield de organisatoren en vele vrijwilligers er niet van een feest van de wetenschap neer te zetten. Vlak voor een van ‘s lands bekendste gebouwen en het meest gefotografeerde attribuut van de stad, het Rijksmuseum en het I Amsterdam-logo, mocht de organisatie twee tenten en een podium plaatsen.

De over de hele wereld georganiseerde mars kreeg in korte tijd grote bekendheid, niet in de laatste plaats door het aantreden van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de combinatie met Earth Day. Het Nederlandse initiatief leek vooral binnen de wetenschappelijke community grote populariteit te genieten. Delegaties van verschillende wetenschapsinstituten togen bepakt met spandoeken en borden met allerlei leuzen naar de hoofdstad.

Wetenschapsmarkt

Het officiële startsein voor de mars-die-eigenlijk-een-wetenschapsmarkt-was, werd zaterdagmiddag 22 april om half een gegeven vanaf het podium dat vlak naast het fietspad over het Museumplein stond, met de rug naar de Paulus Potterstraat. In eerste instantie werkte het weer niet erg mee met wat druppels regen en een koude wind, waardoor de paar honderd geïnteresseerden zich in een van de twee witte tenten op het plein verzamelden. Uiteindelijk zouden er een kleine 2000 belangstellenden langskomen volgens de organisatie.

In beide tenten had het publiek de mogelijkheid vragen te stellen over uiteenlopende wetenschappelijke disciplines en mee te doen aan korte workshops of experimenten. Het geheel deed aan als een science center of wetenschapsmuseum-op-locatie.

Dat laatste kwam mede door de opstelling van het stadsbestuur van Amsterdam. Dat wilde geen toestemming verlenen voor een mars door de stad in verband met andere evenementen en de veiligheid. Een andere mars die zich in ieder geval ook op het Museumplein liet zien, was die van de jaarlijkse herdenking van de Armeense Genocide.

Borden en leuzen

Het meest in het oog springende onderdeel van de minimars rond de vijver bestond uit alle borden met leuzen die menigeen niet direct zou begrijpen. Dat hoefde ook niet. Doel van de borden en van de organisatie was natuurlijk het starten van een dialoog met het publiek en eventuele ‘wetenschapsontkenners’, al liepen er niet echt veel verstokte ontkenners van wetenschappelijk onderzoek rond. Uiteraard vond omroep PowNed het nodig om die ene ontkenner en harde schreeuwer te willen interviewen en niet de mensen van Skepsis die er praktisch naast stonden, maar zo gaat dat helaas nog steeds bij de gemiddelde omroep: ‘gekkies zoeken’ is een groot goed.

De vraag hoe om te gaan met mensen die alles ontkennen wat met bepaald onderzoek te maken heeft, zoals vaccinaties, klimaatverandering of gentech, kon niemand goed beantwoorden, tenzij een diepe zucht daaronder valt. Nee, daar is waarschijnlijk weinig aan te doen. Maar het feit dat zo veel wetenschappers en sympathisanten zich op deze wijze uiten, laat hopelijk toch enkele ontkenners zich achter de oren krabben. In Amsterdam zorgde het in ieder geval voor een saamhorige middag tussen over het algemeen gelijkgestemden.

Plakjes kat

En anders zorgden een in plakjes gesneden kat van het Utrechts Universiteitsmuseum, speciale workshops voor kinderen over wetenschap van Mini Professors, ijsjes van het KNAW, telescopen van het Anton Pannekoek-instituut, de verschillende talks op het podium en de kleurrijke, over het algemeen zeer internationale, bezoekers voor een prettige middag.

De uitsmijter van de mars rond de vijver was aardig, maar vermoedelijk weinig impactvol. Mocht de mars in de toekomst weer eens gehouden worden – en we hopen natuurlijk dat dit niet nodig is – dan graag écht een lange mars door de stad.

Ode aan de E-nummers is een preek voor eigen parochie

Ode aan de E-nummers is een preek voor eigen parochie

Met stijgende verbazing volg ik de discussie rond het boek ‘Ode aan de e-nummers’ van Rosanne Hertzberger. Of discussie? Die is er vrijwel niet. Er staan verschillende ‘leren’ tegenover elkaar zonder ook maar iets van elkaar te willen horen. Of het boek er beter door verkocht wordt, durf ik zelfs te betwijfelen: zij die de kennis hebben over de huidige stand van de voedingswetenschap hoeven het niet te lezen, want die weten het al. Voor de andere kant is Hertzbergers optreden in de Volkskrant al voldoende voor een no go omdat ze die groep al voldoende stof heeft gegeven het boek níet te kopen, ook als dat boek een genuanceerd beeld uitdraagt.

Zowel Hertzberger als de zelfbenoemde voedselgoeroes zoeken in media-uitingen niet de nuance op maar slechts de confrontatie. Dat laatste doet de schrijfster van het boek en microbioloog ook graag in haar columns in NRC, haar stijl. Dat het bijna niet zorgt voor de nodige discussie, maar verschillende groepen juist de loopgraven laat opzoeken, is spijtig.

Het interview in de Volkskrant gaat grotendeels niet over het grote verhaal achter het boek, namelijk dat e-nummers niets anders zijn dan goed onderzochte stoffen die met de huidige, vaak zeer langjarige wetenschappelijke kennis als ‘veilig voor de volksgezondheid’ bestempeld zijn. Het gaat om Hertzbergers hekel aan koken en dat ze liever nog even een wetenschappelijke studie openslaat dan dat ze tijd moet besteden aan het bereiden van een maaltijd. Met haar kennis weet ze dat haar familie zo de juiste voedingsstoffen binnenkrijgt en dat ze zich daar verder geen zorgen over hoeft te maken. Tevens is het minder milieubelastend om maaltijden in zeer grote hoeveelheden te bereiden, waardoor haar kant-en-klaarmaaltijd minder milieubelastend is en tevens duurzamer.

Dat er mensen zijn die wel van koken houden en die zich zorgen maken om elk stuk in plastic verpakt voedsel, daar gaat het interview aan voorbij. Voor de voedselveiligheid is dat laatste vermoedelijk beter, maar niet als iedereen z’n plastic laat slingeren. Hertzberger zit zo klassiek op haar religieuze wetenschapsberg, namelijk die van: wij weten wat goed voor je is, hou je mond maar. Echt. Terwijl de briefschrijvers in de Volkskrant op die andere geloofsberg zitten, namelijk die van ‘natuurlijk’ is goed, zelf maken is beter (voor mensen die ervan houden) en plastic is slecht als het in het milieu terechtkomt (bekend feit). De tussenliggende oceaan is volstrekt onoverbrugbaar.

Als je beide groepen zou vragen of ze voor of tegen een duurzame wereld zijn, zullen beide groepen antwoorden dat ze uiteraard voor een duurzame wereld zijn. De vraag of ze willen dat mensen ongezond voer tot zich nemen, zullen beiden ook negatief beantwoorden. Ligt daar een klein eilandje van verdraagzaamheid?

De mensen die Hertzberger wil bereiken, de superfoodlovers, healthfreaks en het leger aan zelfbenoemde insta-voedselgoeroes, die zullen niet anders doen dan hun door gezonde vetten aangemaakte gal spuwen en het boek ongelezen links laten liggen. De kenners van de achterliggende wetenschap idem. Misschien is het iets voor mensen die de klok hebben horen luiden, maar de klepel nog zoeken.

Aubergine in het Engels, volgens de Volkskrant

Aubergine in het Engels, volgens de Volkskrant

“Vandaar de Engelse naam: eggplant.” Daar sluit het kader mee af op pagina V9 met de titel ‘Eierplant’ (VK 31 maart 2017).

Sinds ik in Japan geweest ben, ben ik groot bewonderaar van de aubergine. Klinkt gek, de meesten denken eerder aan iets als Italië of ‘ergens’ in het Midden-Of-Iets-Verdere-Oosten. Maar in het hele verre oosten werd de enorme verscheidenheid van de aubergine mij duidelijk: het ene gerecht nog bijzonderder in zijn eenvoud dan het andere.

Mijn geluk kon ook niet op na het openvouwen van pagina V8 in het V-katern van de Volkskrant. Een hele pagina over deze vrucht uit de nachtschadefamilie. Of eigenlijk over een show van Clarron McFadden over deze plant. Al snel werd mijn oog naar een inzet boven de grote foto op de rechterpagina getrokken, getiteld ‘Eierplant’.

“Vandaar de Engelse naam: eggplant.’ is de afsluitende zin. Twijfel. Ik meende toch dat de Britten aubergine zeggen. Toch? En inderdaad, het antwoord ligt nooit ver weg op internet: de Amerikanen (zouden daar ook Canadezen onder vallen?) en Australiërs zeggen eggplant, maar onze scheidende buren aan de overkant van het Kanaal blijven bij de Franse naam: aubergine.

Ik las een week alleen de papieren krant en dat beviel heel goed, maar…

Ik las een week alleen de papieren krant en dat beviel heel goed, maar…

Een week geleden kondigde de NRC aan tabak te hebben van Blendle. ‘We doen het zelf wel!’ kondigde Vandermeersch luid aan in het betreffende artikel. Dat kwam hem op veel onbegrip te staan, maar Vandermeersch’ redenen om uit de online kiosk te stappen vonden niet louter negatieve respons. Ook in mijn directe omgeving van on- en semi-online journalisten, bleek al langer wrok tegen Blendle te bestaan, zeker sinds het medium hun bijna-all-you-can-eat-model introduceerde.

Een abonnement op één titel. Hoe is dat ook al weer, vroeg ik me af. Daarom besloot ik een week geen artikelen via Blendle te lezen en kocht dagelijks de papieren middageditie van NRC. Afgezien van de vraag of kranten wel heel representatief zijn rond de verkiezingen, leek het een aardig idee. Omdat ik tot een half jaar terug een papieren Parool ontving, kon ik al wel enkele vooronderstellingen doen zonder ook maar één papieren krant ingekeken te hebben. Het verschil met die tijd en nu: toen gebruikte ik Blendle naast de krant en las die laatste tussen koffie en avondeten aan de keukentafel. En dan vooral het nieuws dat je niet direct op internet zou opzoeken. De grote vraag is dus wat een krant in zijn eigen vorm zo uniek maakt dat je er zelf apart een abonnement op neemt.

Vooronderstellingen:

  1. Papieren krant leest rustiger omdat je minder afleiding hebt
  2. Je leest stukken die je normaal niet leest, ook niet via Blendle of een andere online-dienst omdat je alles kunt overzien of gewoon je oog erop valt
  3. Ik ga Blendle missen, want ik kan ineens minder artikelen lezen

De eerste twee zijn waar. En ook dat een krant handig is als je je schoenen wil poetsen of iets anders waar afdankbaar papier voor nodig is. Nummer drie klopt alleen niet, met de kanttekening dat ik nu nog een papieren Groene Amsterdammer-, VPRO Gids- en New Scientist NL-abonnement heb, al sneuvelen die misschien ‘omdat ik ze toch wel via Blendle lees’. Ze liggen meestal in een hoekje stof te vangen. Omdat ik die papieren opties nog heb, mis ik Blendle niet. Althans, niet direct. *

Het experimiment

Terug naar de krant. Dag 1. Mijn eerste gedachte na het relaxed lezen van de krant was dat iedereen weer terug naar papier zou moeten. Mijn telefoon lag stil elders en ik heb me een kleine drie kwartier samen met een kop koffie nergens aan gestoord. Het voelde alsof ik terug was in de middelbareschooltijd om aan het eind van de middag als 17-jarige rustig de krant te lezen zonder iets te moeten. Maar 17 ben ik al een tijdje niet meer en het verheerlijken van nostalgie is niemand vreemd.

Dag 3. Het dieet van alleen grote verhalen over ‘grote zaken’ die je gelezen moet hebben is weg. De opbouw van dat papieren stuk antiek is zo gek nog niet. Geen zin in ‘voorpaginanieuws’: sla gewoon de eerste zoveel pagina’s over in één vloeiende beweging. Of begin achteraan. Of trek er een katern uit

Omdat Blendle voor veel mensen steeds meer samensteller wordt van wat je leest, kom je niet meer aan de kleinere, schijnbaar minder belangrijke verhalen en artikelen toe. Dat kan van alles zijn: een filmrecensie of vooruitblik op een documentaire op lineaire televisie zal ik niet aanklikken in Blendle en ook niet opzoeken. Dit soort artikelen wordt ook niet vooraf voor mij ‘gecureerd’ (mag dat woord bij dezen een snelle dood sterven?) door Blendles algoritmes en menselijke samenstellers. Dat ene verhaal wat buiten je eigen interessegebied zou liggen, maakt dat helaas niet goed.

Nog een apart ding: rouwadvertenties. Mensen die iemand verloren hebben, wat ik helaas onlangs zelf meemaakte, plaatsen vaak advertenties in dagbladen waarvan ze vermoeden dat mensen uit hun — vroegere — omgeving die lezen. Je oog glijdt er bewust of onbewust toch even overheen. Als je een bekende naam ziet, kijk je of je die kent. Dat is natuurlijk deels vervangen door socialmediakeizerrijk Facebook en andere, in de marge aanwezige diensten, maar die zijn in dat geval ook niet alwetend als je niet per ongeluk ‘vriend’ bent met (al is een toekomst waarin kunstmatige intelligentie alle punten van je leven verbindt, zonder dat je daar zelf nog iets aan hoeft te doen, verre van ondenkbaar).

Verkiezingen

Dag 7, 15 maart 2017. Is er een slechtere dag om een krant te beoordelen? Ja, de dag dat er geen krant meer is. Uiteraard handelde een groot deel van de teksten over de verkiezingen. Maar toch houdt de krant een cadans. Een ritme, een afwisseling als een ouderwets popmuziekalbum met een opbouw van verschillende nummers. Van hit naar melodieus naar wat de artiest ook maar kon bedenken. Zo ook in de krant. Afwisseling zodat je hersens niet overvoerd worden door ingewikkelde verhalen en zich ook even kunnen herpakken.

Maar is dat allemaal genoeg om alles nog in eigen beheer te willen uitgeven zoals NRC dat wil? Eigen abonnementen, digitaal of combinaties van papier en digitaal, en een eigen ecosysteem dat niet van buiten te raadplegen is? Als daar een simpel, eenduidig antwoord op zou bestaan, zat NRC nu niet in dit ‘conflict’ met ‘kiosk’ Blendle. Precies datzelfde geldt andersom voor Blendle: als het antwoord makkelijk was, ontstond er niet zo’n hetze.

Ondanks dat het natuurlijk een ‘leuk experiment’ is, zo’n week alleen papier, is het niet houdbaar. 2,60 euro per dag per krant en in het weekend nog 60 cent meer. Niet dat het heel veel geld is, maar papier is voor een belangrijk deel echt aan zijn laatste loodjes bezig. Zelf wil ik het niet, maar dat ik een half jaar geen papieren krant had, was me even niet opgevallen. Daarbij komt dat NRC wil ‘inzetten op producties met meer soorten content‘, zoals video, geluid of bijzondere artikelen verrijkt met andere media. Dat kan nog niet op papier.

Browsen en bladeren

Het is jammer dat beeldschermen zich zo slecht lenen voor overzicht. Voor echt browsen. Of bladeren zo u wilt. Tablets, aanraakschermen, e-readers, laptops, desktops, telefoons. Allemaal net niet ideaal. Alle met hun eigen voor- en nadelen. Het maakt dat het samenstellen van een eigen geluid, een eigen ritme, lastig is. Al probeert Blendle dat wel degelijk door bijvoorbeeld de lettertypes van de publicaties over te nemen. Zo is de Maarten! met zijn rare typografie ook op Blendle lastig te lezen. Toch stelt een ander de stukken voor je samen en dan blijken lettertypes ineens wel erg karig.

We mogen overigens heel andere partijen ook niet uitvlakken, namelijk de grote spelers Facebook en Google. Net als bij Blendle geldt daar dat je heel veel clicks nodig hebt om daadwerkelijk iets te verdienen. Dat is bij een normale krant niet anders. Heel veel korte, kleine kattebelletjes zijn op zich niet het betalen waard. Een enkel gedicht levert een auteur een beetje op in de krant, maar via een medium als Facebook of Blendle vermoedelijk helemaal niets. In die zin kan het niet anders dan dat er grote uitgevers zijn die met enkele zaken veel geld binnen harken om de kleine, maar niet minder belangrijke, stukken te bekostigen.

Het kwam Blendle in eerste instantie op kritiek te staan dat het niet rechtstreeks aan freelancers uitkeert. ‘Mijn stuk is veel gelezen, nu wil ik meer geld!’ Was een veelgehoorde klacht. Via Reporters Online is het overigens mogelijk dat freelancers hun verhaal recyclen en veel bladen en kranten staan dat ook toe na een bepaalde met inachtneming van een bepaalde tijd tussen publicatie via hun en door de freelancer zelf. Blijft staan dat als je te veel voor een niche schrijft, dat je nog zo belangrijk kunt zijn, een cent hou je er nauwelijks aan over.

Anderhalf miljard klanten

Het probleem op internet en geld verdienen aldaar is dat het extreem top-down is. Je hebt niet veel mensen nodig om iets op te zetten dat heel veel kan opleveren. Voor Facebook zijn bijna geen medewerkers nodig in vergelijking tot een bedrijf dat fysieke zaken zou doen met meer dan anderhalf miljard klanten. Of zijn het producten? Tel uit je winst. Maar om nu de discussie te gaan voeren dat er te weinig werk is en dat dat helemaal niet erg is, gaat wat ver.**

Na dit intermezzo komt toch de, of in ieder geval een soort van, conclusie. Kan NRC het in zijn eentje, zonder Blendle of andere online shops? Ik denk van niet. Zoals ik al schreef in het vorige artikel hierover: het is en-en, niet of-of. Wat geldt voor NRC geldt ook voor de rest van de tijdschriftenwereld: vrijwel alles wat een digitale variant kan hebben, zal hier niet omheen kunnen. Het los van elkaar willen zien van het fysieke en digitale product, is na ruim 20 jaar internet voor het grote publiek echt mijlenver achterhaald. Wellicht wordt ‘papier’ een ‘exclusieve’ versie van de krant. Een soort van ‘business class’ en de rest wordt ‘economy’. Dat parasiteert dan hopelijk minder ernstig als goedkoop vliegen.

Streaming money

Uiteindelijk komt het allemaal neer op verdienmodellen en misschien zien we in de toekomst iets als stromend geld of streaming money met de komst van cryptovaluta zoals Bitcoin. Maar voor het zover is, eenieder die iets online wil verkopen zonder dat dit via advertentie-inkomsten gaat van één van de grote online aanbieders van allerhande inhoud, zal moeten zorgen voor heel simpele afrekenmethodes of donatieknoppen.*** NRC’s experiment kan vermoedelijk alleen slagen als het dat kan of wil aanbieden.

Uitgever Ernst-Jan Pfauth van De Correspondent schreef er een interessante nieuwsbrief op Revue over. Gek genoeg is zijn eigen — via abonnement betaalde — medium níet via Blendle te lezen. Wel is overigens elk artikel zonder commentaren te lezen voor mensen die een link krijgen van een artikel via een betalend lid. Misschien moet hij daar maar eens over aan de tand gevoeld worden (of worden al lang plannen gesmeed dit soort inhoud wel aan te bieden via een platform als Blendle).

De complexiteit van online geld verdienen is enorm, tenzij je de grootste bent en helemaal bovenaan staat. Bedenk daarbij dat we in een minuscuul taalgebied leven en sappelen is de toekomst. Dat daar ‘iets’ mee moet, staat buiten kijf. Hoe, dat is nog even de vraag. Toevallig schreef tijdschrift Quote onlangs een artikel Hot and Streaming over streaming-muziek en geld verdienen. Lastige business en het gaat om volume, zo laat label Spinnin’ Records zien van Eelko van Kooten.

Blijft er nog één interessant en heikel punt over voor Blendle of eigenlijk alle aanbieders: het is op internet een winner takes all. Monopolies winnen. Dat vinden sommigen, zoals Peter Thiel, mede-oprichter van onder andere PayPal, geen probleem. In Nederland bestonden meerdere online tijdschriften- en krantenverkooppunten, zoals Elinea en MyJour, maar alleen Blendle lijkt het aardig te doen. Elinea ging failliet en is augustus vorig jaar overgenomen. De site bestaat nog, maar de laatste artikelen zijn van eind augustus 2016. MyJour is failliet en bestaat niet meer. Vinden we dat een probleem?

Al met al: zonder experimenten geen kennis. Ik ben benieuwd naar de korte- en middellangetermijnuitkomsten van NRC’s experiment.

*Ik mis de deel-optie. Ook mét lezen op papier deel ik vaak later een interessant artikel. Soms heb ik de neiging van papier af te willen delen, maar ja.. dat kan nog niet.

**Waarom er zo veel middenmanagement rondloopt kan anders niet verklaard worden

***Denk bijvoorbeeld aan Flattr of de browser ‘Brave‘ die via Bitcoins microbetalingen doet aan sites waar de gebruiker vaak komt

In deel één beschrijf ik onder andere mijn twijfels bij Blendle’s All You Can Read-model.

NRC stopt met Blendle daarom ga ik een week alleen díe krant lezen

NRC stopt met Blendle daarom ga ik een week alleen díe krant lezen

Het NRC Handelsblad stopt ermee. Geen zin meer. Blendle. Uitzuigers zijn het. Althans, volgens Peter Vandermeersch’ zijn blog. En misschien heeft hij wel een punt.

Van veel artiesten is bekend dat ze helemaal niets hebben aan Spotify als het om inkomsten gaat. Blendle biedt nu iets soortgelijks met Premium, al gaat het om maximaal 20 artikelen per dag, iets dat voor de gemiddelde lezer nauwelijks dagelijks haalbaar is. Zeker niet als het voornamelijk lange artikelen betreft.

Dat het daarom steeds minder logisch wordt voor lezers om door kranten en andere titels te bladeren op Blendle omdat je eerst die 20 voor jou samengestelde artikelen voor je neus krijgt, staat als een paal boven water. Je moet veel meer je best doen om bij andere titels te komen. In die zin is de kiosk-functie daardoor sterk verminderd en gaat Blendle zelf op de stoel van samensteller zitten. Vandermeersch noemt het zelfs uitgever. En passant maakt hij ook nog een berekening wat een NRC-abonnement op zou brengen. Hiervoor gebruikt hij de oude papieren versie en niet de alleen-digitaal-versie. Scheelt nogal.

Wat is nou het lastige met het hele Blendle-model en alle modellen in de digitale wereld: alleen de top verdient geld. In dit geval verdienen alleen de artikelen waar onevenredig veel op geklikt wordt voor enige inkomsten. De koppelverkoop onder één artikel met de wervende tekst dat de hele publicatie met slechts nog drie extra artikelen of iets dergelijks helemaal te lezen was, lijkt ook weg (al is de functie om een digitaal abonnement te nemen via Blendle bij verschillende uitgevers/titels wel duidelijker geworden, zo staat onder artikelen bij VK een abonnement voor 9,99 per maand en bij de Groene van 14,99 per maand, of dat in- of exclusief premium is, kan ik niet zo snel vinden).

NRC wil al langer van Blendle af. Geen Blendle-betaalknop onderaan artikelen zoals veel titels van bijvoorbeeld Persgroep hebben, maar gewoon na vijf artikelen heel bot:

“De limiet van 5 gratis artikelen per maand is bereikt.
Neem een abonnement om verder te lezen.”

Weten ze nu of mensen met die button van Blendle wel betaald hadden voor eventueel populaire artikelen die nu op slinkse wijze deze muur omzeilen? Nee volgens mij. Op dit moment wil ik geen abonnement. Want abonnement betekent nu bij hun eigen shop: één, twee óf drie jaar vastzitten aan NRC. Plus een shitload aan reclame- en tracker-cookies.

Is er dan bij NRC een briljante oplossing bedacht voor het direct, snel en zonder moeten invullen van je hele doopceel lezen van een artikel? Dat er een optie is om gewoon één artikel met een microbetaling te lezen? Nu niet. Per april? Zeer waarschijnlijk niet.

Hoe komt dat? Misschien staat dat luid en duidelijk in Vandermeersch’ artikel:

“Het werven en behouden van abonnees is een absolute kerncompetentie die we volledig in eigen handen willen hebben”, aldus CEO van NRC Rien van Beemen. “Alleen zo kunnen we constant verbeteren, leren van fouten en op tijd de juiste aanpassingen doen.”

Die ‘kerncompetentie’ (ik ken een bepaalde columnist die daar waarschijnlijk wel een verhaal over kan schrijven…) moet dan wel zo ver uitgebreid worden dat je mijlenver voorloopt op de concurrentie. Dus nu verwacht ik dat NRC de allerbeste web-only-‘ervaring’ gaat bieden die er is. De beste betaalmodule ever. Vanaf april dan. Op mobiel kan ik dan probleemloos via mijn bank-app betalen. Als ik wil kan ik via PayPal, OkPay, Sepa, Incasso, Bitcoin, iDeal, creditcard en desnoods de crypto-Gulden betalen. Gewoon omdat het technisch kan. Geen strobreed ligt meer in de weg. Toch?

Iedereen gun ik z’n online verdienmodel. Het is lastig en ook ik heb daar geen goed antwoord op. Zoals aan het begin al gezegd: er zit zeker wat in het verhaal van Vandermeersch, maar het klinkt zo ongelooflijk naïef. Zeker als je een hele generatie al niet meer hoort praten over een krant, tijdschrift of wat voor aparte of losse publicatie dan ook. Ze praten over: ‘las ik op Blendle’. Of, onbetaald, ‘las ik op Facebook’. Of elders. Het is en-en. Niet of-of. Dat is het al heel lang niet meer.

Maar goed. Nu eerst een week louter NRC Handelsblad. Vermoedelijk via Blendle aangezien ik geen uur/dag/week/maand-abonnement kan nemen via de NRC-site die zo graag abonnementhouders wil trekken. Misschien ga ik wel dagelijks een papieren versie kopen. Dat zou het eerlijkst zijn. Of via krant.nl. Dan kost het nu namelijk maar 4 euro voor een maand. Gaat goed met die papieren inkomsten.

Limiet van NRC Handelsblad of Betaalmuur.

Eerder verschenen op Medium. Ondertussen is ook deel 2 verschenen.

“van de Steentijd naar het siliconentijdperk”

“van de Steentijd naar het siliconentijdperk”

‘Silicon’ vertalen. Iedere tech- of wetenschapsjournalist die íets over computerchips schrijf, is er vast wel eens over gestruikeld. Hopelijk voor publicatie. Helaas ging dat niet op voor de Nederlandse vertaling van ‘Homo Deus’ van Yuval Noah Harari. Donderdag ligt het papieren exemplaar in de winkel waar vier keer heel andere beelden op het netvlies verschijnen dan oorspronkelijk bedoeld.*

De vier zinnen, volledig uit context getrokken, laten de verbeelding alle ruimte:

  • “…dan nog zouden er geen siliconenmijnen te plunderen zijn in Silicon Valley”
  • “Computers, die op siliconen gebaseerd zijn, zijn heel anders gebouwd dan menselijke neurale netwerken…”
  • “Maar het web van verhalen is alleen maar sterker geworden en heeft de geschiedenis voortgestuwd van de Steentijd naar het siliconentijdperk.”

Is het een storende fout? Ja. Siliconen, silicone in het Engels, zijn synthetische stoffen, vaak beetje rubberachtig, en kunnen meestal goed tegen hitte. Van keukengerei tot contactlenzen en uiteraard allerhande opvulmiddelen. Silicium, silicon in het Engels, is een element op zich en valt onder de semi-metalen. Daarom kun je er ook elektronische circuits mee maken.

Verzamelaars weten dat eerste drukken met fouten later gewilde exemplaren kunnen worden. Zeker in uitmuntende conditie. Of dat in dit geval ook zo zal zijn, weet ik niet. Wel dat de fout in de tweede druk hersteld zal zijn, althans zo verzekerde de uitgever me.

* De fout werd ontdekt in een digitaal proefexemplaar en is al aan de uitgever doorgegeven, maar dit was helaas te laat voor de eerste druk. 

Schermdilemma #1

Schermdilemma #1

Krantje lezen: scherm aan. Waarom? Ik heb geen fysieke krant meer. Ontbijtritueel vroeger: boterhammetje, kopje thee en krantje. Gewoon een half uurtje wat koppen snellen, stukje lezen. Beetje kennis over wat er in de wereld of juist in de buurt gaande is. Of misschien gewoon een tijdschrift, strip of boek.

Nu: telefoon pakken, Blendle nieuwsbrief openen (ja, e-mail), interessante inhoud scannen (eigenlijk altijd interessant en vaak langere artikelen), links klikken, in tabs klaarzetten, lezen. Ah, maar dan ben ik nog niet mijn bed uit.

Dat kan ook anders. Eerst bed uit, kopje thee zetten, bammetje maken en dan pas telefoon pakken. Of toch de laptop. En weer een scherm mét alle binnenkomende berichten of ‘notificaties’. Appje daar, Grammetje hier. Oh ja, lees de krant. Verdorie, interessant artikel. Oh nog een. Jeetje, die krant schrijft ook nog iets heel interessants. En die ook. Ah en nog een interessant tijdschriftartikel.

En e-mail. En nog even feedje checken. En zo voort en zo verder.

U snapt het al: leest dat nou rustig de krant? Lees je zo überhaupt relaxed? Sta je zo prettig op? Mêh, nee. Ik eigenlijk niet. Direct in de ‘aan’ modus, want dat mailtje moet ik eigenlijk direct beantwoorden, anders vergeet ik die weer. En al die andere zaken die mijn aandacht al vroegen, eisen ook een snelle reactie, anders lopen ze gevaar op de voor altijd-vergeten stapel terecht te komen.

Betekent dit dat het weer tijd is voor een papieren krant? Misschien. Maar ondanks dat ik niet denk dat de dagen van de krant geteld zijn, de huidige vorm loopt wel een beetje op zijn eind. Misschien is het zaak om al die systemen met schermen écht beter te maken zodat ze de aandachtsspanne beter verdelen en de mens en zijn ritme beter in ogenschouw nemen.

Hoe? Daar heb ik wel een idee over, alleen weet ik niet of ik dat idee durf uit te spreken, want dan weet ik het echt. Het heeft te maken met kunstmatige intelligentie en het jezelf overgeven aan dergelijke systemen, voelt u hem aan? Of zijn er ook andere manieren te verzinnen om wel schermen te gebruiken zonder dat ze je direct overspoelen met informatie? Ik hoop dat laatste…

Altijd maar die schermen. Dramatisch is het!
Ochtendkrantje = schermlezen

Naschrift: ik zou natuurlijk een systeem kunnen verzinnen waarbij, zonder enige kunstmatige intelligentie, een script ‘s ochtends automatisch de Blendle-artikelen in Pocket plaatst* waarna ik een systeem in mijn e-reader moet klussen dat die automatisch ‘s ochtends even contact zoekt met internet en de betreffende artikelen in Pocket opslaat, zodat ik ze offline op mijn e-reader kan lezen, maar dit klinkt dus al vrij omslachtig en mogelijk niet door mij uitvoerbaar…

* helaas werkt Blendle (tijdelijk) niet meer met Pocket (was lastig ding begreep ik)

Video-editor Lightworks 14 krijgt nieuw uiterlijk

Video-editor Lightworks 14 krijgt nieuw uiterlijk

Voor GNU Linux-gebruikers zijn er maar weinig goede professionele video-editors. Er zijn wat praktische en vrij gebruiksvriendelijke opensource-applicaties zoals OpenShot , PiTiVi en Kdenlive , waarvan die laatste de meest professionele is. Voor de durfal kan zelfs Blender gebruikt worden, maar dat programma richt zich voornamelijk op animatie.

Maar de afgelopen jaren timmert ook een (nog) niet opensourceproject aan de weg, namelijk Lightworks. Nadeel van Lightworks is vooral dat de editor voor de ongeoefende gebruiker er tamelijk lastig uitziet.

Met de nieuwste bèta van het programma, nummer 14, wordt het beeld met losse schermen losgelaten en is er het nodige werk verricht om de editor toegankelijker te maken. Daarnaast zijn de gereedschappen om audio- en video-effecten toe te passen verbeterd.

Verder is er vanuit het programma toegang tot een bibliotheek waarin licentievrije hd- en stockvideo’s te vinden zijn, afhankelijk van de licentie die je gebruikt voor Lightworks. De mogelijkheid om voice-over toe te voegen is nu ook uitgebreid naar de gratis versie.

Lightworks is verkrijgbaar voor Linux, Windows en macOS. De gratis versie ondersteunt uitvoeren naar Vimeo in 1080p en naar YouTube in 720p, maar het lokaal opgeslagen Vimeo-bestand is natuurlijk ook in 1080 naar YouTube of andere diensten te uploaden.

Persoonlijk vind ik het een prettige editor, maar wie de huidige stabiele versie wil gebruiken, doet er waarschijnlijk goed aan een paar tutorials te volgen. Daarna lijkt alles een stuk minder onlogisch en wordt ook duidelijk waarom bepaalde keuzes in het verleden zijn gemaakt.

Een .deb of .rpm van Lightworks 14 is te vinden op de site. De pro-versie van het programma is te krijgen voor 19,99 euro per maand, een jaarlicentie kost 134,99 euro en een ‘voor altijd’-licentie kost 337,99 euro. Daar zit dan wel Boris FX en Boris Graffiti bij.

De kracht van de podcast: it keeps you going

De kracht van de podcast: it keeps you going

Naar de sportschool. Weinig dingen zijn mijns inziens zo saai als dat. Maar niet bewegen – omdat je bijvoorbeeld thuis werkt – vind ik nog minder. Dan sleep je het logge lichaam naar zo’n apparatenwalhalla om daar een uur naar je eigen spiegelbeeld te staren. Een paar ganzen kijken je vanaf de aanliggende gracht wat meewarig aan. Ze blijven nota bene kijken! Het moet ook een gek gezicht zijn, van die rennende mensen achter glas. In een kooitje. Precies zoals ik me dan voel.

Ik hou het dan ook vaak niet lang vol, behalve met goede verhalen. Vroeger zette ik een luisterboek op een mp3-speler met wel 128 megabyte opslagruimte, naast wat klopklopmuziek om in het juiste ritme te komen. Alleen luisterboeken zijn het vaak niet voor mij. De verteller heeft net een iets nasale stem of gaat net niet snel genoeg. Of te snel. Een boek lees ik vaak liever zelf.

Naar de normale radio luisteren via fm – dat kan al jaren op de meeste mobiele telefoons – kan aardig zijn, maar dan is de ontvangst net weer niet lekker en je wordt nog steeds gestoord door nieuws, reclame en onzin die je niks interesseert, zoals een of andere voetbalwedstrijd die in het weekend live wordt verslagen door een station als Radio 1.

Gelukkig is het nu zo makkelijk een podcast op je mobiele telefoon te zetten, dat het bijna voor iedereen te doen zou moeten zijn. Bijna iedereen? Dat is ook nog de vraag. Het vinden van podcasts kan lastig zijn en hoe je een rss-feed in je podcastapp propt is ook niet altijd even duidelijk. Daar ligt zeker nog ruimte voor verbetering.

Misschien moet het woord ‘podcast’ eigenlijk gewoon verdwijnen. Het verwijst te veel naar de iPod en leunt nog te veel op het dramatische iTunes. On demand radio is wellicht wat lang, maar gewoon, radio? We noemen een smartphone ten slotte ook nog steeds een telefoon…