Kennisverzamelwoede

Kennisverzamelwoede

‘Gewijzigd: 26 jaar geleden’ staat achter het oudste bestand door mijzelf gecreëerd dat ik kan terugvinden. TRYOUT.BAS is op negen dagen na exact 26 jaar geleden uit mijn handen gekomen, een programmaatje in programmeertaal Basic, waarschijnlijk tekent het in 275 bytes wat lijntjes op het scherm. Daaropvolgend een verhaal uit april 1994, getikt met Word Perfect 4.2 (of 5.1, daar wil ik even vanaf zijn).

Eigenlijk kan ik alles terugvinden wat in mijn online backups staat, allemaal meegekomen via floppy’s, cd- en dvd-roms en harddiskbackups. Met behulp van een simpele zoekopdracht kan ik vrij gemakkelijk zoeken in dat verleden, in mijn archief. Datzelfde kan in mijn inmiddels vrij uitgebreide Google Docs-opslag en de historie die in deze website zelf zit. Soms duurt het even voordat iets weer bovenwater komt, maar meestal vind ik het terug.

Bronnen verzamelen en behouden

Dat is heel wat lastiger met allerlei online bronnen waarvan je denkt dat je ze wel weer even terug kunt vinden. Zelfs de historie van mijn Gmail begint steeds lastiger te worden om zaken in terug te vinden. Ik like dingen op Twitter om zo mijn leeslijst bij te houden, maar blijkbaar doe ik dat te vaak en weet ik dan niet meer hoe ik het terug moet vinden omdat het te ver terug is (of ik herken de betreffende tweet niet meer), ik denk dat ik het kan terugvinden in de historie van mijn browsers (die allen online synchroniseren), maar dan blijk ik of niet meer te weten in welk merk browser ik iets deed of ik heb in een vlaag van ‘nee ik wil niet dat Google alles van me weet’ weer eens mijn hele historie gewist (dat gaat dan om Google-accountkoppelingen natuurlijk). Om dat tegen te gaan, gebruik ik nu al weer een tijd vrij exclusief Firefox, behalve als ik offline dingen moet doen in een Google docs, wat weer alleen goed werkt in Chromium (de opensourceversie van Chrome). Je snap al: een zooitje.

De grote vraag is dus: hoe archiveer ik mijn bronnen nou eens goed? Hoe onthou ik waar ik iets belangrijks gelezen heb? Die vraag stelde ik aan het internet via Twitter en kreeg zo enkele aanwijzingen. Dingen als Trello, Workflowy, Airtable, Notion, Roam V3 en wat al niet meer. Dingen waar ik ondertussen al weer de naam van vergeten ben omdat ze in een tab openstonden, maar die inmiddels lang geleden gesloten is. Al die programma’s hebben schitterende testimonials van enthousiaste gebruikers, keurig uitgezocht op een brede groep mensen van verschillende sekse, met andere huidskleur, verschillende lengte, haardracht, kledingstijl en wat je al maar kunt verzinnen. Behalve misschien leeftijd, die blijft steken ergens onder de 35 of zo. Als er geen foto’s te zien zijn, dan zijn het guitige tekeningetjes. En eigenlijk moet overal ook heel erg samengewerkt worden.

Workflowy heeft dat overigens niet. Heel clean en op zich prettig, maar iets té clean voor mij misschien? Als laatste twee kreeg ik Notion en Roam V3 door. Notion leek me ook niet slecht en misschien zelfs wel wat ik zocht. En toch bleef ook daar iets zeuren in het achterhoofd: wat zint me hier nou niet? Is het te mooi? Misschien. Is het te uitgebreid? Mwah, dat hoef je niet te gebruiken toch? Is het te duur? Nee, niet als je eenling bent en anders is het ook nog wel te betalen met een paar dollar per maand. Is het niet Linux-friendly? Dat is het ook niet, want het is vooral web-based, dus. Ach. En Roam dan? Roam zou ‘fluide’ relaties in de database beloven waardoor het nog beter…

Het eeuwige clouddienstdilemma

Al die diensten zijn alleen allemaal in zichzelf een clouddienst. Dan gebruik ik wéér clouddienst nummer weet ik veel hoeveel en mijzelf kennende vind ik dat over een bepaalde tijd weer irritant en wil ik ze niet van mijn informatie voorzien of is er weer eens een hack. En hoe zit het als je de dienst na een tijdje misschien niet meer wil gebruiken? Hoe makkelijk migreer je de informatie naar iets anders? Aan de andere kant is dat waarschijnlijk allemaal overkomelijk als het zou spelen.

Nee, het is iets anders, bij al die applicaties moet je naar de applicatie toe integreren. Je moet van hun diensten gebruikmaken. Je kunt vaak wel andere online diensten koppelen, zoals Google Docs, Slack, en wat al niet meer (en vermoedelijk kun je al snel ook weer vise-versa bepaalde koppelingen maken), maar ik verlies de controle. En uiteindelijk is er een grote kans dat ik ook de informatie verlies.

Zotero?

Dus, nu ben ik uitgekomen bij een systeem dat andersom werkt: Zotero. Het is in essentie een databasesysteem gebaseerd op sqlite. Ik hoef het niet helemaal meer zelf in te richten door een database aan te maken met iets als Microsoft Access, LibreOffice Base of desnoods een SQL-achtige oplossing. Je kunt het als stand-alone programma downloaden, maar ook, als je dat wil, online gebruiken en synchroniseren. Als je dat niet wil, werkt het ook nog gewoon met dingen als Google Documents en LibreOffice, Word en waarschijnlijk veel meer. En vanuit alle browsers die ik heb kan ik elke site, elk artikel en elk boek gewoon opslaan in die database die ik zowel in mijn eigen online opslag beheer als in de ‘cloud’. Als ik dat laatste niet meer wil, dan verbreek ik die verbinding gewoon en heb ik toch nog al mijn gegevens.

Hoe kwam ik daar nou bij? In LibreOffice zit een bibliografiedatabase en toen ik daar ‘Extension manager’ aanklikte, kreeg ik het keurig als advies ‘als je meer wil’. Nou, zo geschiedde. We gaan het zien hoe het bevalt in de nabije toekomst.

Edit: via Twitter kreeg ik nog wel het advies voor iPhone-gebruikers om PaperShip te gebruiken om ook op je telefoon makkelijk koppelingen te kunnen maken, welke app voor Android het handigst/best is, ben ik nog niet uit, er zijn er een stuk of vier of vijf.

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Iedereen die al een tijdje met Bitcoins bezig is, heeft wel eens gehoord van de pogingen om snellere, goedkopere en makkelijkere betalingen in een tweede laag bovenop Bitcoin te bouwen in de vorm van het Lightning Network of LN. Dat werkt inmiddels best aardig, als je een beetje oplet.

Blockstream

Zou ik nu een Lightning-wallet aanbevelen aan iemand met weinig tot geen kennis van Bitcoin of cryptovaluta in het algemeen? Mijn antwoord is eigenlijk: ja! Het werkt gewoon. Wel met de mededeling dat als hun LN-bezittingen boven een bepaald bedrag komen, dat ze dan een deel naar een echte bitcoinwallet moeten overhevelen natuurlijk (iets wat over niet al te lange tijd natuurlijk gewoon binnen elke normale wallet geïntegreerd is).

Inmiddels zijn er verschillende wallets die het voor de eindgebruiker gewoon heel makkelijk maken, zoals de Wallet of Satoshi of Breez Wallet. Dit soort wallets wordt niet echt gewaardeerd door de purist die alles in eigen hand wil houden, maar je kunt ook mij eigenlijk niet vragen om een channel te openen met mijn eigen node thuis. Althans, dat kan ik niet binnen 5 minuten en na die 5 minuten moet je ook nog wachten op minstens één bevestiging van het bitcoinnetwerk voor je storting. Nou ja, je bent in ieder geval een half uur verder en dat is niet zo praktisch.

Het komt er in het kort op neer dat wallet-providers zoals Satoshi of Breez al vast een channel voor je bekostigd hebben, waardoor je gewoon direct Lightning-betalingen kunt ontvangen. Bij ‘normale’ LN-wallets moet je eerst een miniplukje bitcoins naar je wallet sturen, bijvoorbeeld het equivalent van 10 euro, dan moet je met die 0.00xx bitcoin het channel funden. Dan moet je wachten tot de transactie daadwerkelijk op het mainnet, dus het gewone bitcoinnetwerk, bevestigd is en pas daarna kun je LN-betaling ontvangen of versturen.

Begrijp me niet verkeerd, ik beleef er plezier aan om zo’n tweede variant te proberen, bijvoorbeeld met de Eclair-wallet*, maar dat is meer om te leren dan dat ik iemand vraag zo een betaling te ontvangen. Eigenlijk wil je gewoon precies dit: je installeert een LN-wallet, iemand stuurt je een LN-betaling en je hebt direct wat satoshi’s (de kleinste bitcoin-eenheid) op je wallet staan.

Iedereen begrijpt, of zou moeten begrijpen, dat LN bedoeld is voor kleine bedragen en dat je daar geen grote hoeveelheden bitcoins mee moet willen stallen, althans op dit moment nog niet. Veel payment-providers die bijvoorbeeld betaalterminals in winkels hebben, willen graag over niet al te lange tijd volledig over op LN-betalingen, want dat scheelt een hoop voor zowel klant als winkel.

Over dat laatste: mijn persoonlijke ervaring onlangs (19 oktober 2019) bij een meetup van De Bitcoin Show was erg positief: ik heb alles met LN betaald en dat ging als een trein. Soms duurde het genereren van de QR-code op de oudere iPad nog het langst. In de laatste aflevering (Central Bankers Revolt) van de show werd gezegd dat 50 procent van de meetup-bezoekers met LN betaalde en 50 met het bitcoinhoofdnetwerk. Oh, en nog wat met pin en contant, maar daar hebben we het nu niet over ;)

Waar zien jullie nog meer goede gebruiksmogelijkheden voor het LN-netwerk?

* Let ook op de nieuwe wallet van Eclair, Phoenix!

Allard Pierson

Allard Pierson in verbouwing

Herinneringen zijn er om te koesteren en soms wil je ze herbeleven, zoals het struinen langs de vitrinekasten in het Allard Pierson met de ontelbare kleine en grote artefacten uit het verre verleden. Dat kan niet meer. Dat is, net als mijn herinneringen, gelukkig verleden tijd.

Allard Pierson
Beeld: via Allard Pierson

Na de perspresentatie over de nieuwe tentoonstelling ‘Bes, kleine god in het Oude Egypte‘, raakte ik nog even in gesprek met Wim Hupperetz, de directeur van het Allard Pierson, over de verbouwing en de andere inzichten rond het tentoonstellen van objecten die inmiddels al in enkele zalen hebben geleid tot een veel toegankelijkere opstelling dan die uit het verleden. We raakten aan de praat over hoe het museum er vroeger uitzag en ook over het feit dat ik niet de enige ben die daar nog steeds prettige herinneringen aan heeft. Herinneringen aan de in schemerlicht gehulde ruimtes, de krakende vloeren, de honderden objecten die overal en nergens opgesteld stonden. De kartonnetjes met daarop kleine, vergeelde papiertjes geplakt waarop met hamertypemachine de naam en overige objectinformatie getikt was. Maar ook de gipszolder, de plek met afgietsels van een paar honderd beelden uit het Oude Egypte, Oude Griekenland en de Romeinse tijd. Beelden die je anders nooit met eigen ogen in hun werkelijke vorm kon aanschouwen omdat ze elders in musea stonden of al lang verdwenen. Je kwam daar overigens niet zonder speciale begeleiding, in mijn geval met mijn docenten tekenen van de middelbare school.

Dat alles is gelukkig veranderd. De gipszolder wordt toegankelijk voor publiek vertelde Hupperetz, en in het verleden gesloten doorgangen en trapopgangen worden weer of zijn al weer geopend. Een kleine blik achter de schermen en een korte rondleiding langs de al vernieuwde zalen op de eerste (of tweede? dat is altijd lastig met souterrain-achtige verdiepingen) verdieping met ramen die niet verduisterd zijn, laten een opstelling zien die veel toegankelijker is dan vroeger en daarmee ook veel interessanter.

Er zijn mensen die zweren bij de oude manier van opstellen, en als je mijn nostalgische gevoelens zou meenemen kun je denken dat ik daar ook naar zou smachten. Toch is dat niet zo. De reden dat ik de oude opstelling leuk vond, kwam omdat ik ooit het museum binnen kwam met mijn docenten als verhalenvertellers. We liepen wel langs al die opstellingen met al die kaartjes, maar zij stonden stil bij slechts enkele objecten en vertelden vervolgens een verhaal. Een verhaal waardoor je daar een extra gevoel bij kreeg en je het daarom tien of twintig jaar later nog steeds leuk vind om langs diezelfde kasten te lopen, maar wat moeten al die mensen dan zonder goede verhalenvertellers of zonder geïnteresseerde medebezoekers? Heel weinig inderdaad.

Van verhalen moeten we het hebben en die verhalen worden gemaakt door wetenschappers met kennis van zaken, kennis over hoe dat verleden vermoedelijk in elkaar zat. Wetenschap die ook steeds weer een beetje bijgesteld wordt bij nieuw vergaarde kennis. Wat dat betreft is het mooi dat die verhalen steeds toegankelijker tentoongesteld worden. Ik ben heel benieuwd hoe het museum in zijn voltooide vorm zal overkomen, maar ook onaf is het nog steeds prettig, zoals de semi-permanente opstelling in het souterrain over de zeventiende eeuw, cartografie en de ontwikkeling van de exacte wetenschappen.

100 kilometer per uur

100 kilometer per uur

De discussie over het terugbrengen van de maximumsnelheid in Nederland neemt bij tijd en wijle rare vormen aan, terwijl mensen inmiddels minder hard rijden dan vroeger. Op een enkeling na.

Vroeger reed ik altijd hard, niet dat ik vaak té hard reed, want dat kon – en kan – mijn klassieke auto vaker niet dan wel. Dat zo hard mogelijk rijden had ook te maken met de snelheid van de andere auto’s die vaak hoog lag en een beetje meekomen is ook niet zo gek. Inmiddels is op een groot deel van de Nederlandse snelwegen 100 km/h de maximum snelheid, in een aantal gevallen is na zeven uur ‘s avonds 130 toegestaan en op een deel van de snelwegen mag je sowieso 130, al komt ook af en toe 120 voor. Volgens Rijkswaterstaat rijdt men over het algemeen langzamer dan 130 als het is toegestaan.

De reden van het terugbrengen van de maximum snelheid heeft in eerste instantie te maken met het terugdringen van de stikstofuitstoot, want blijkbaar wil iedereen altijd vooral zo hard mogelijk rijden. Veilig Verkeer Nederland vindt het in ieder geval ook niet zo gek, het zou wel eens kunnen zorgen voor een stuk minder (dodelijke) ongevallen. Berekeningen laten ook zien dat het tijdsverschil zo nihil is, dat je er op dat vlak waarschijnlijk weinig meer dan enkele minuten op de lange afstand van merkt.

Win-win, toch? Iedereen wat minder opgefokt op de weg en bijkans ook nog minder stikstof, al zou dat laatste over niet al te lange tijd wel eens achterhaald kunnen zijn met de komst van een groter elektriek wagenpark (als de geleverde elektriciteit niet uit een kolencentrale komt bijvoorbeeld).

Spraakmakers

Onlangs luisterde ik naar het programma Spraakmakers op Radio 1 en werd om de oren geslagen met een aantal mensen die vond dat ‘de Nederlander’ altijd iets te hard wil rijden. Zeker als de snelweg leeg is. Die ‘de Nederlander’ wilde van alles, maar vooral niet ‘betutteld’ worden. Het was allemaal maar belachelijk en sloeg nergens op. Alleen Ed Nijpels verdedigde het terugbrengen van de snelheid. Een verkeerspsycholoog was bang dat mensen zich lastig aan de maximum snelheid kunnen houden ‘als de A2 leeg voor je ligt’.

Nou kun je natuurlijk gaan schermen met boetes, met dat het allemaal niet zo erg is en binnenkort helemaal niet meer met zuinigere of elektrische auto’s. Of dat je als het rustig is zo hard mogelijk wil rijden. Volgens mij is dit echt allemaal zo achterhaald. Met mijn niet-zo-snelle-auto (een 2CV6) haal ik tegenwoordig vaker mensen in op de snelweg dan vroeger. Niet omdat ik zoveel harder ben gaan rijden, maar omdat de rest langzamer is gaan rijden (ik ook overigens, rijdt zuiniger en een stuk rustiger).

Dat laatste, langzamer en rustiger rijden door andere mensen, lijkt me ook volkomen logisch. Moderne auto’s rijden veel relaxter. Je hebt bijna altijd cruise control en ook de liefde voor handmatig schakelen lijkt bij de meeste mensen inmiddels bekoeld. Als je nu iets langzamer moet rijden, hoef je niet meer terug te schakelen of juist weer op te schakelen als je weer sneller moet. Je laat gewoon je gas los en trapt misschien wat op de rem.

Het rijdt onvoorstelbaar veel zuiniger om iets langzamer te rijden dan 120. Onlangs reed ik, wel met 130 (gps-snelheid), in twee etappes naar Zuid-Frankrijk in een relatief zuinige Volkswagen Up. Gemiddeld iets van 5,9 liter per 100 kilometer of zo. Op de terugweg had ik én geen zin meer in péages én geen zin meer in jakkeren. Een tandje terug, wat in Frankrijk betekent dat je of 90 of 110 kilometer per uur mag. De cruise control op de 90 (gps-snelheid) of iets hoger rond de 100 en een verbruik van 4,3 liter op 100 kilometer. Hmm… En de tijden van de autonavigatie bleven gewoon heel aardig kloppen, ook op plekken waar je 130 mocht en daar met een gangetje van 110 rijden (wat iets minder zuinig is, maar nog steeds ruim onder de 5 l/100km).

Eigenlijk denk ik dat als de auto ook nog adaptive cruise control (waardoor ie automatisch afstand houdt) of gewoon praktisch zelfrijdend is, het me echt geen fluit meer uitmaakt of ik nou 90, 104 of 130 rijd.

Duitsland

In Duitsland valt mij en met mij vele anderen op dat die ‘unlimited speed’ (zoals ik dat vroeger noemde) niet vaak meer gehaald wordt. Een enkele keer knalt een groot slagschip uit het hogere segment van de Mercedes-, Audi of BMW-stal nog wel eens langs je met duidelijk snelheden boven de 150km/h, maar die adviessnelheid van 130 wordt daar ook niet vaak meer overschreden.

Om een heel lang verhaal kort te maken, ik denk dat alle argumenten voor 130 rijden langzaam vanzelf verdwijnen omdat het gevoel van snelheid zo anders is in moderne auto’s met allerhande voordelen zoals cruise control. Als ik dan terugdenk aan auto’s zonder cruisecontrol en ik mag er gens maximaal 80 of 100, dan vind ik dat ook lastig. Die voet blijkt dan ineens zwaar, maar met moderne voordelen, pas de problème.

Als we dan en passant ook nog eens slimmere systemen zouden ontwikkelen waardoor (te) grote auto’s steden niet meer in hoeven en onze mobiliteit naar de toekomst inrichten, nou ja, waarom zou je dan nog moeilijk doen over die schamele, vaak fictieve 30 km/h?

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)

De Biro en twitterhaat

Woensdag 13 maart was er een interessante fittie richting Biro’s (van die kleine elektrische wagentjes) op twitter. Ik snap het wel, het zijn irritante, snelle, kleine, handige, wendbare karretjes die alom op de stoep worden gegooid en zo veel ergernis opwekken. Ook racen ze vaak overal tussendoor, ook op fietspaden, en zorgen zo regelmatig voor dubieuze situaties. Vaak zit er ook nog een jong ding (m/v) in dat waarschijnlijk prima kan fietsen. Een prachtige cocktail om chagrijnig om te worden. Oh ja, ze zijn ook nog eens duur.

Dat waren mobiele telefoons ook ooit lang geleden. Je was een patser als je zo’n ding bij je had, laat staan er ook nog mee belde. Belachelijk. Iedereen herinnert zich het filmpje uit 1999 waar Frans Bromet de ‘normale’ mens vraagt naar zijn mening.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)
Biro voor Soho House in Amsterdam

Nu heeft iedereen een smartphone, op een enkele persoon na die door velen voor zonderling uitgemaakt wordt. Vaste lijnen zijn inmiddels praktisch verdwenen en bestaan alleen nog in getal omdat internetaanbieders vaste aansluitingen koppelverkopen met hun diensten.

Wederom naar de Biro. Laten we een stap terug doen en even afstand nemen. Wat zijn de grootste ruimtevreters op de weg in de stad? Juist. De auto (ook de elektrische), het bestelbusje, de vrachtauto en de touringcar. Die laatste drie daar klagen velen regelmatig over, maar die eerste lijkt er steeds goed vanaf te komen.

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Tien jaar is lang. De meeste mensen hebben echt geen idee meer wat er op deze dag tien jaar geleden gebeurde. Mijn agenda, eentje ergens in een datacentrum van Google, wel. Ik deed niets waar ik een agenda voor nodig had, het was een zaterdag. De dag ervoor had ik een overleg in vergaderruimte vier, de dag erna een feestje.

Het nieuws deze dagen gaat over Facebook, het verwijderen van je Facebook-account en een bekende Nederlander die afgelopen zondag in Zondag met Lubach opriep tot het verwijderen van je account. Daarnaast zijn er wat wereldbranden, aangewakkerd door heethoofdige Twitteraars met als stip op 1: de Amerikaanse president.

Verder verwijderen verzekeraars en andere instanties ineens en masse de gewraakte Facebook Pixel, een enkele pixel op een webpagina die bedrijven en instanties helpt met het volgen van hun gebruikers over het hele grote boze internet, behalve in China. De pixel verschaft ook een schat aan informatie aan de producent ervan: Facebook.

Een week is overigens niet zo lang. Een week geleden zat ik in de trein naar Groningen voor een hackathon rond blockchains. Een blockchain is iets met Bitcoin, maar in het geval van de hackathon ging het vooral over alle afgeleiden. Je kon er niet betalen met bitcoin, dat was misschien een beetje jammer. Die digitale munt volgt overigens ook goed, net als de Facebook pixel of Google Analytics, zelfs zo goed dat de munt mogelijk niet compatibel zou zijn met de aanstaande Europese privacyverordening: de Algemene Verordening Gegevensbescherming of GDPR (General Data Protection Regulation).

Wat hebben al deze zaken met elkaar gemeen? Heel veel: het volgen van personen en het schenden van privacy. Het klinkt allemaal heel complex, maar het is niet alsof het prompt voor onze neus staat. We zijn alleen wat langzaam in het herkennen van negatieve gevolgen van privacyschending.

Dat laatste is niet zo gek: tien jaar is lang, voor een kind is tien jaar iets wat oneindig lijkt. Voor een 72-jarige is het wellicht kort. Een kwestie van perspectief.

Het is ook niet zo dat privacy, en vooral het volgen en alles bijhouden over mensen zonder dat zij zich direct bewust zijn wat er gevolgd wordt, niet al heel lang op de radar staat. Het staat er al sinds het begin van internet, maar toen was dat alleen nog voor nerds, vonden mensen toen.

Mijn persoonlijke ergernis ging in het verleden overigens vooral over flashy advertenties en dat zorgde voor het installeren van adblockers, en passant zorgde dat voor extra veiligheid tijdens het surfen. Dat was vermoedelijk ergens in 2002 ontdekte ik een kleine twee jaar terug toen een speciaal soort blocker uitkwam: een adblocker die alle advertenties en andere zaken op internet blokkeert die zich niet aan bepaalde regels houden. In de tussentijd heb ik slechts enkele keren nog een advertentie gezien. Bijzonder interessant.

De waarschuwingen zijn ook al jaren niet van de lucht, en toch doen we elke keer weer alsof het ons verbaast: diensten die gratis zijn, zijn niet gratis. Zolang niemand in de broncode mee kan kijken, weet je niet of er iets niet in de haak is. Zo simpel ligt het al heel lang. Daar is nog wel wat nuance bij aan te brengen, maar dan zou ik nu een boek moeten schrijven. Dat red ik niet.

Toch wil ieder bedrijf, iedere instelling en zelfs veel particuliere webgebruikers weten wat er op hun websites of met hun apps gebeurt. Dat volgen kan makkelijk: er zijn zat gratis diensten die dat aanbieden. Maar de meesten geven ook steeds een stukje informatie weg aan iets buiten de basisdienst. Als een site advertenties gebruikt is de mogelijkheid dat er nog meer data weglekken naar steeds onbekendere en onduidelijkere diensten.

Een willekeurige verzekeraar, die overigens sinds vandaag geen Facebook Pixel meer plaatst

Laten we het probleem eerst kleiner maken: overheidswebsites en alle sites die te maken hebben met diensten rond ons als mens, zoals verzekeraars en nutsbedrijven, hebben niets van doen met advertenties op hun site. Ook zijn er opensource trackers die op eigen platforms te installeren zijn, zonder dat er data met andere partijen gedeeld hoeven worden.

Kort gezegd: je mag verwachten dat het Privacy Badger-tekentje (of Ghostery of welke blocker je dan ook gebruikt) geen rode cijfertjes laat zien bij gebruik van de betreffende site. Lastiger te controleren, maar dat zou ook moeten gelden voor apps op telefoons van dergelijke instanties.

En ooit, hopelijk in de toekomst, komt er een tijd waarin we wel over onze eigen data kunnen beschikken, decentraal opgeslagen zonder dat één persoon, bedrijf of instantie daar iets mee kan, tenzij jij dat wil.

Tot die tijd blijft het waarschijnlijk dweilen met de kraan open.

Ps, dan kom je er dus achter dat een WordPress plugin genaamd JetPack ook steeds weer zaken aanpast, waardoor mijn eigen site ook ineens weer Twitter, Facebook en andere trackers heeft. Hoe dat nu weer te fixen: daar moet ik weer even induiken.

Pps, embedden van bepaalde zaken als video’s via bijvoorbeeld YouTube kan ook via een Do Not Track-functie, bij YouTube wordt de link dan: youtube-nocookie.com

Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik

Op naar het Ethereum Community Castle

Dromen zonder zorgen; een verslag van EtcCC 2018 in Parijs

“De gemiddelde leeftijd, ergens tussen de 25 en dertig?” schat iemand tijdens de koffie in een grote hoge ruimte in het Conservatoire des arts et métiers in Parijs. “Het valt hier nog mee, met veertig gaat het nog”, zegt iemand anders. “Bij Defcon in de VS ben je dan echt bejaard.”

(aan het eind van dit artikel staat een korte uitleg over het belang van publieke blockchains)

Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik
Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik

De licht vervallen maar toch statige locatie in het derde arrondissement van Parijs is het decor voor een conferentie rond een gemeenschap die, ondanks haar leeftijd, steeds meer invloed heeft op internet. En niet alleen daar. Ook in de hoofden van mensen. Deze gemeenschap, of beter gezegd: community, heeft zich los weten te weken van bestaande structuren op een manier die nog een stapje verder gaat dan het vroege internet: ze creëert waarde op een manier die nog niet eerder gezien is. Op die manier is er geld. Veel virtueel geld.

De groep mensen waartussen ik me bevind, is dan ook bezig met een bijzondere laag op internet, namelijk de transactielaag. Het stelt ze in staat om contracten op te stellen die zonder afhankelijk te zijn van banken en overheden tot stand komen, waaronder het verzorgen van vertrouwen tussen elkaar volstrekt onbekende partijen en daarmee van onschatbaar belang. Wat deze laag allemaal gaat brengen zal de toekomst leren, maar een belangrijk onderwerp als online identiteit die enkele honderden miljoenen mensen zonder papieren een status geeft, wordt al naarstig onderzocht. Buiten kijf staat dat veel van de projecten zullen falen en roemloos ten onder zullen gaan. Dat weet iedereen op de conferentie en niemand maakt zich er druk om.

Via Julien Bouteloup van flyingcarpet.network. Spot me zeg maar ;-)
Via Julien Bouteloup van flyingcarpet.network

Jong, onstuimig, onafhankelijk en gewend aan online leven, zonder centrale partijen of bazen. Ze zijn elkaars baas, medewerker en opdrachtgever tegelijk. Virtueel geld in de vorm van ether stroomt tussen de partijen. Dat en veel meer bindt deze gemêleerde, voornamelijk uit mannen bestaande, groep. De verschillende collegezalen of amphithéâtres puilen de komende dagen bij sommige van de in totaal 130 sprekers uit, zeker als de bedenker van de Ethereum-blockchain een verhaal houdt. Geen gezellig verhaal van een ceo die even zijn klantjes lekker komt maken. Nee, een diep-technisch verhaal zonder opsmuk. En ceo is hij, Vitalik Buterin, ook al niet.

Thailand

Op de ochtend van donderdag 8 maart loop ik via de Rue Saint-Martin richting het Conservatoire des arts et métiers of Cnam. Het begint om negen uur en kwart voor negen aankomen leek me ruim op tijd. Dat bleek uiteraard een verkeerde inschatting en sluit achteraan een lange rij. Later hoor ik dat er in totaal 650 mensen een kaartje kochten. Sprekers en andere genodigden worden door enigszins gestresste vrijwilligers van de Franse Ethereum-association Asseth uit de rij geplukt. Een vermakelijk gezicht.

Vrijwel direct kom ik in gesprek met iemand met een beduidend gezondere teint in vergelijking tot velen. Nee, hij woont niet meer in Frankrijk, maar ging ooit naar Thailand en bleef plakken. Er is trouwens een hele crypto-community in Thailand op het eiland waar hij woont. Eigenlijk begrijpt hij niet waarom we allemaal hier in dat koude Europa blijven hangen waar je schoenen moet dragen en een lange broek.

Menu
Menu

De organisatie is chaotisch maar geen onvertogen woord. Wegwijzers zijn er ook niet en niemand lijkt te weten waar wat is. Het grote binnenplein van het Cnam krioelt van de zoekenden waarbij de eerste levensbehoefte koffie lijkt. Dat blijkt wel goed geregeld: een zaal met cassettenplafond is omgetoverd tot kantine met een petit-déjeuner. Verschillende warmtekanonnen zorgen voor net iets te veel warmte. Wat onhandig stuntelt iedereen met de grote koffiecontainers en papieren kopjes en wat nou eigenlijk de regels zijn. Niemand lijkt nog heel erg op zijn gemak, maar iedereen weet dat je wel contact moet maken op een conferentie. Een jongen met een rond brilletje en vlassig, naar achter getrokken haar spreekt me aan. Wat ik doe. Tja, wat doe ik hier eigenlijk? Ik ben geen ontwikkelaar of programmeur, maar slechts al lange tijd geïnteresseerd volger van verschillende blockchainprojecten. Ik zeg dat me was verteld dat om Ethereum en de community te begrijpen, je naar dit evenement moest komen. Niet in de laatste plaats omdat dit de leukste en interessantste Ethereum-conferentie in de wereld is volgens de verhalen. Dus, tja, nieuwsgierig als ik ben.

Hij blijkt iets te doen waarvan ik echt nog nooit gehoord heb. Nou ja, als hij het uitlegt denk ik: logisch. Ja, dat is zeker nodig. Het gaat om een Next Generation Ethereum Virtual Machine Smart Fuzzer. Eigenlijk voel ik me gewoon onvoorstelbaar dom en onwetend. Later kom ik erachter dat ook ontwikkelaars zelf soms met hun oren zitten te klapperen tijdens sommige sessies. Sommige mensen zijn gewoon hypergespecialiseerd.

Ik probeer voornamelijk voordrachten op te zoeken waarvan ik denk die te kunnen volgen. Privacy- en identiteitsmanagement bijvoorbeeld. Of zaken rond ‘public goods’ wat over het algemeen gaat om non-profits en ‘blockchain for good’. Als ik die eerste dag denk dat ik vast wat op kan steken bij een applicatie-ontwikkelworkshop, blijkt vooral dat ik heel veel klokken ooit hoorde luiden, maar dat je er toch echt eerst in moet verdiepen. Jup, ik weet het. Graag zou ik daar eens tijd voor maken.

Nicolas Joseph Cugnot, Via Wikipedia
‘Auto’ van Nicolas Joseph Cugnot uit 1771, Via Wikipedia

In het kader van: even een luchtje scheppen, loop ik om het gebouw heen richting het Musée Arts & Métiers, daar bij die kleine versie van het Amerikaanse vrijheidsbeeld, het voorontwerp van Eiffel. Hier blijkt de organisatie ook een ruimte te gebruiken. Na het bijwonen van een sessie in een zaal helemaal weggestopt achter in het museum, loop ik terug richting de uitgang. Daar krijg ik een soort van aha-erlebnis: het eerste object waar ik langskom na de sessie is een door stoom aangedreven ‘auto’ uit 1771 van Nicolas Joseph Cugnot. De auto lijkt een metafoor voor de conferentie: het is allemaal nog heel pril en iedereen is enthousiast en gelooft erin.

Aan het eind van de middag ben ik helemaal gesloopt. Iets te veel koffie gehad en naar iets te veel zaken geluisterd die misschien niet helemaal aan mij besteed zijn. Misschien wilde ik te veel. Een wat verloren gevoel maakt zich meester en ga alleen terug naar het appartement waar ik verblijf. Eerst via de Franprix, een kleine supermarkt voor de alleenstaande Parijzenaar. Wat voorgewassen sla, een tomaat, een aardappel en een stukje entrecote. En een flesje rood. Thuisgekomen maak ik mijn potje klaar, drink een glas. Schoenen uit en boekje lezen? Nee, hop! Je bent hier verdorie voor een community conference, niet voor een retraite voor het schrijven van je eerste boek!

Sociaal irl

Het is een kwartiertje lopen is naar een bar die omgedoopt is tot ‘community bar’. Het is er druk en de meeste aanwezigen hebben wel iets aan waaruit op te maken dat ze iets met Ethereum doen. T-shirts en petjes met het Ethereum-logo of andere verwante zaken. Al snel blijkt er meer te zijn dan alleen maar talks. Het gezelschap is gemêleerd: studenten, geïnteresseerden, zoekenden naar vervanging voor hun huidige baan, ‘serial entrepreneurs’ die later ook gewoon vrijwilliger blijken. Het goudgele verbroederingsvocht vloeit met mate, misschien niet in de laatste plaats omdat de bar betalingen met pin of creditcard pas accepteert boven de 20 euro. En dan moet je dus contant geld hebben. Een mooie tegenstelling met allemaal van die techies.

De daaropvolgende dagen bestaan voor mij uit iets minder talks volgen en meer koffie en thee drinken met andere mensen uit de community. Over schaalbaarheid, op dit moment klinkt alles prachtig, maar bij iets te veel transacties loopt het netwerk vast. Over governance, ofwel bestuur, regels en gedragscodes. Maar ook over crypto-spelletjes, goede doelen, het zorgen voor betere beloning van mensen in arme delen van de wereld, over ethische zaken, decentrale opslag van data, het checken van feiten en het vastleggen van wetenschappelijke publicaties. En beseffen dat wat ze doen echt geen magie is. Het is gewoon code schrijven. ‘Slimme’ contracten maken. Het lastige voor de buitenwereld is het decentrale. Iets wat je moet voelen en waar de meesten van boven de 30 niet mee zijn opgegroeid. Het is dus niet zozeer een technische kwestie maar een denkwijze. Een decentrale denkwijze.

Oracles

Een interessante observatie is dat veel van de ideeën en toepassingen uitgaan van een wereld waarin onwaarheden het af zullen leggen tegen de waarheid. Daar zit dan ook een belangrijke moeilijkheid: hoe koppel je de echte wereld aan de decentrale digitale? Dat gaat via zogenaamde oracles. Een oracle kan van alles zijn, maar de meest in het oog springende is de mens zelf. We gaan er hierbij vanuit dat de meesten eerlijk zullen zijn en zo de oneerlijke eruit zullen filteren. De community denkt in die zin vaak vrij binair. Als je daar vervolgens over in gesprek gaat, dan ontkent overigens niemand die mogelijkheid. Daarom is er ook een sterke roep om mensen die niet alleen code kunnen kloppen, maar de hele ontwikkeling in een breder perspectief kunnen plaatsen.

Jérôme sluit af, via Adrian Brink
Jérôme sluit af, via Adrian Brink

De laatste afsluitende voordracht is van Jérôme de Tychey, voorzitter van Asseth, ofwel de Franse stichting ter promotie van Ethereum. Cijfers van het evenement: 650 bezoekers, 130 sprekers, 80 studenten, 50 vrijwilligers en ‘piraten’ ofwel niet-betalende bezoekers. Hij sluit af met een interessant voorstel: Eth, de afkorting van de Ethereum-munt, blijkt een plaatsje in noord-Frankrijk. Het blijkt ook een kasteel te hebben: Chateau d’Eth. Jérômes voorstel is geld in te zamelen om het kasteel te kopen en EthCC om te dopen van Ethereum Community Conference naar Ethereum Community Castle. Voor alles dat nodig is, feesten, partijen, bijeenkomsten, wijn en IoT-vogelnestjes. Helaas bleek het kasteel niet te koop. Maar er is genoeg geld voor in de community, dat is een ding wat zeker is.

Om de drie dagen in stijl te eindigen, is er een feest in een fotostudio elders in Parijs met open bar. Een wonderlijke combinatie: jong, energiek, niet het type nerd van zeg 20 jaar geleden. Slechts een enkeling is nog ‘klassiek’ te dik, bleek en onverzorgd met van die tanden half opgelost door de cola. Een deel is vermoedelijk zeer vermogend. Dat geeft vreemde combinaties en vooral ook een rare verhouding. Dat is niet hoe de wereld de afgelopen 60 jaar was ingedeeld. Tenzij je uit een rijke familie kwam, had je als jongere over het algemeen geen geld. Die verhoudingen liggen hier ineens heel anders. Maar niet alleen het geld, ook de kennis ligt hier bij extreem jonge mensen. Mensen die zich als een vis in het water voelen in een gedecentraliseerde wereld. Die mensen vieren hier nu een feestje, worden studentikoos dronken en gaan morgen vrolijk verder met onafhankelijk van oude mensen hun eigen wereldbeeld scheppen. Een wereld waarin een veertigjarige praktisch bejaard is. Ondanks mijn plezier, het vele wat ik heb geleerd en de bijna onbevangen community die open lijkt te staan voor iedereen, weet ik niet zo goed hoe ik moet omgaan met mensen die in code macht zien en daar alles mee willen instellen. Uiteindelijk zijn we nog allemaal van vlees en bloed. Kunnen we in goede en slechte zin worden beïnvloed en ligt corruptie en criminaliteit zo dicht bij de successen die ze vieren. Maar ook je wereldbeeld, dat verandert bij ouder worden. Je krijgt andere inzichten, andere gevoelens. Dat lijkt bij het grootste deel van deze groep allemaal nog niet aan de orde.

In de Thalys terug naar Amsterdam de volgende dag kan ik niet anders constateren dan dat ik met gemengde gevoelens terugkijk op een enerverend en interessant evenement dat ik niet had willen missen.

Het belang van de publieke blockchain #blockchain 101

Vaak krijg ik de vraag waarom blockchains, en bitcoin in het bijzonder, zo interessant zijn. De meesten zien alleen gouden bergen of het tegenovergestelde daarvan. Natuurlijk is de financiële component niet onbelangrijk. Het is zelfs de reden waarom miners of de computes die het netwerk in stand houden überhaupt rekenkracht willen geven aan het netwerk: ze krijgen cryptogeld  voor hun moeite.

Waarom was bitcoin zo’n interessante uitvinding? Het zorgde voor een manier van waarde overmaken aan iemand anders zonder dat daar een vertrouwde derde partij tussen hoeft te zitten zoals een bank. Volledig, rechtstreeks van persoon tot persoon. Hoe werkt dat in praktijk? Als ik iemand 20 euro geef en die persoon pakt het briefje, weet die persoon 100 procent zeker dat ik die 20 euro niet meer heb. Diezelfde zekerheid wil je online ook hebben. Daar is tientallen jaren onderzoek naar gedaan en de onbekende bedenker van Bitcoin, Satoshi Nakamoto, combineerde een aantal al bekende technieken met wat we tegenwoordig de ‘blockchain’ noemen. Daarmee loste deze persoon/groep personen een heel ingewikkeld probleem op.

Er zat nog iets anders bij: namelijk dat het een openen, decentraal netwerk betreft om transacties te doen met een timestamp. Transacties in het netwerk kunnen niet naar het verleden toe veranderd worden, waardoor alles vaststaat. Je kunt dus achteraf geen transactie wijzigen, met andere woorden: je kunt geen fraude plegen.

Nu klinkt dat allemaal wel logisch, maar waarom is het dan belangrijk en waarom steken zo veel mensen er zo veel tijd in zoals al die mensen op die gave conferentie? Omdat het écht zin heeft. Ik geef hier een kort voorbeeld:

Stel, je heb bepaalde belangrijke grondstoffen en die wil je verkopen, zeg koffie. Ik verkoop mijn koffiebonen en ik koppel die verkoop aan een transactie in een blockchain. Ik koppel 100 kilogram koffiebonen voor bedrag X aan een transactie. De boel wordt gekocht door een handelaar die de boel naar Europa vervoert via een netwerk van handelaren. In Europa zit een koffie-maffia. Daar wil iemand dat er 50 kg koffie van gemaakt wordt en zo de boel belazeren. Nu kun je heel makkelijk ergens in zo’n keten van handelaren iemand vinden die van die 100 kg wel 50 wil maken en als ie dat niet wil, zet je een pistool tegen zijn hoofd. Maar ik heb de koffiebonen aan een transactie in een blockchain gekoppeld. Iedereen kan zien dat ik er 100 kg ingestopt heb. Tussenpersoon C kan nu 10 pistolen op zich gericht zien, hij kan nooit die 100 kg in het verleden wijzigen. Omdat dit technisch onmogelijk is, begrijpt iedereen dat je niemand onder druk kunt zetten om iets te doen wat niet kan. Ergo: weg pistolen.

Iedereen begrijpt dat dit een simplistisch voorbeeld is, maar je kunt je wel direct voorstellen waarom een gedecentraliseerde database die niemand in naar het verleden toe kan aanpassen geen gek idee is.

Ook gepubliceerd op Medium in iets andere vorm

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Een beeldrechtenmanagementplatform. Dat is wat Kodak samen met een bedrijf dat vooral in foto’s van bekende mensen handelt, WENN, gaat opzetten. Of al heeft opgezet. Of bezig is het op te zetten.

En we plakken er blockchain op, dat zorgt in ieder geval voor media-aandacht.

En dat is precies wat iedereen herhaalt. Overal en zonder nadere analyse schiet het aandeel van een schamele drie dollar in drie uur tijd naar 7,10 dollar om de volgende handelsdag – woensdag 10 oktober – naar 13,28 dollar te schieten. Lekker ruim 300 procentjes omhoog.

Kodak Brownie: de camera waarmee Kodak fotografie goedkoop maakte begin 20ste eeuw (bron: Wikimedia)

Hun eigen persbericht voorziet al in de mogelijke hype bij het gebruik van een buzzwoord als ‘blockchain’ of ‘cryptocurrency’, maar ze zien een goede kans voor het gebruik van een blockchain(gerelateerde) technologie voor het verwerken van fotorechten.

En daar hebben ze gelijk in. Verschillende bedrijven proberen al enkele jaren verschillende, voornamelijk digitale, kunstvormen te koppelen aan blockchains, ook al ver voordat er sprake was van ‘geavanceerde’ blockchains als Ethereum. We hebben het dan bijvoorbeeld over ascribe.io, dat al in 2013 zijn visie rond het verwerken en vastleggen van digitaal eigenaarsschap aan kunst koppelde.

In mijn ogen is een van de belangrijkste voordelen van een blockchain gebruiken voor het vastleggen van digitaal eigenaarsschap, of dat nou een foto of een tekst is, het kunnen functioneren over het hele internet heen, zonder restricties van landsgrenzen of andere regels. Daar zijn al initiatieven genoeg voor genomen de afgelopen jaren. Kijk bijvoorbeeld naar po.et of ergens ook (sociaal)netwerk Steemit en videoplatform flixxo, al zitten die niet zo zeer in de richting van vastleggen van digitaal eigenaarschap als wel het verdienen aan de inhoud.

Uiteindelijk zijn dit allemaal eerste aanzetjes voor het ‘internet van geld’ en misschien in de verre toekomst wel ‘streaming money’ waarbij alles gekoppeld is.

Maar dat soort koppelingen vereist open data of in ieder geval een mogelijke koppeling met open data. En dat is waar de schoen bij Kodak wellicht wringt: volgens hun persbericht voldoen ze aan de eisen van de Amerikaanse beurswaakhond SEC. En ergens aan voldoen betekent vaak ook dat de ander ook ergens aan moet voldoen, ofwel security tokens die alleen aan geaccrediteerde investeerders in bepaalde landen verkocht mogen worden. Voor de volledigheid: de KODAKCoin-tokens die ze gaan uitgeven zijn volgens de zogenaamde Rule 506 (c) van Regulation D een security token.

Als deze tokens niet publiekelijk door iedereen verhandeld kunnen worden, dus zeg om een decentraal plaatjesdeel-en-betaal-de-fotograaf-platform op te zetten, dan kan ik niet verzinnen wat ze dan anders zijn dan fotohandelsplatform nr. zoveel met stiekem het woord ‘blockchain’, ‘token’, ‘ICO’ en ‘crypto’ ergens in een persbericht.

Aan de andere kant: wellicht hebben ze prachtige plannen en hebben ze een groter ideaal, maar er is nog niet eens bekend wat kopers van de tokens eigenlijk kunnen en mogen met de tokens, wat voor ‘smart contract’ er aan de tokens ten grondslag zal liggen, wat voor blockchain ze gaan gebruiken of dat ze er misschien zelf een opzetten en hoeveel tokens er in totaal ooit zullen zijn en wat dat allemaal moet gaan kosten.

Nog even kort wat het is: de Kodak-blockchain (als ze die gaan gebruiken) moet functioneren als een plek waar mensen hun werken op kunnen registeren, waarbij de KODAKCoin functioneert als manier om op het platform waarde uit te wisselen voor zaken als rechten, gebruik en dat soort zaken.

Bewijs van afstand: ik wilde helemaal niets schrijven over de KODAKCoin en de hele hype van vandaag, maar ik las nergens ook maar iets aan vragen rond het vrijwel nietszeggende persbericht met betrekking tot blockchains en mogelijk gebruik ervan. Vandaar toch een paar overdenkingen

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

En dat zorgt bij verschillende media voor interessante fouten

Als een van de bekendste oud- of ex-bankiers van Nederland zich gaat bezighouden met ICO’s, dan is waakzaamheid geboden. Kleine kattebelletjes verschijnen overal in kranten dat Dirk Scheringa, voormalig eigenaar van DSB, directeur wordt van ICO Headstart. Vervolgens maken bijna alle kranten die via Blendle te lezen zijn er een interessant potje van. Laten we drie voorbeelden doornemen:

Volkskrant (10 november 2017)“De oud-bankier wordt het gezicht van ICO Headstart, dat ondernemers helpt bij beursgangen met cryptomunten als de bitcoin.”

Een zogenaamde ICO of Initial Coin Offering is niets anders dan het binnenhalen van geld voor de — vermeende — ontwikkeling van een digitale munteenheid of token die ergens een basis voor biedt of moet gaan bieden. De meeste ICO’s zijn vooralsnog slecht uitgewerkte hype-zaken waar vooral snel geld ‘gemaakt’ wordt. Het gros zal het niet lang overleven en een enkeling zal er rijk van (ge)worden (zijn). De meesten niet.

Is cryptomunt bitcoin een voorbeeld van een munt die met een ‘beursgang’ of ICO begon? Neen. Bitcoin is de eerste digitale munt, letterlijk peer-to-peer-cash, die een systeem gebruikte dat later blockchain genoemd werd. Een manier om online vertrouwen te hebben tussen partijen die elkaar niet kennen zonder dat daar een andere partij tussen hoeft te zitten, zoals een bank.

Bitcoin zag op 3 januari 2009 het levenslicht door het zogenaamde delven of minen van het eerste Genesis-blok. Sindsdien bestaat bitcoin en is het systeem eigenlijk stabiel, al ziet dat er voor de buitenwereld soms anders uit. Maar Koers is niet Bitcoin. De mens bepaalt de koers, niet het systeem zelf.

Er zijn overigens legio munten geïntroduceerd die helemaal geen crowdfunding of ICO hadden, denk aan Litecoin, Monero, ZCash, etc.

Telegraaf (10 november 2017): “Scheringa baas bitcoin” Ondanks de vast grappig bedoelde kop (althans, ik hoop dat die grappig bedoeld is), klopt daar natuurlijk geen hout van. Er is geen ‘baas’ bij bitcoin en de uitvinder(s) onder de naam Satoshi Nakamoto is onbekend. Laat staan dat iemand uit de oude financiële wereld daar ooit ‘baas’ van zou worden.

Maar de krant gaat verder:

Dirk Scheringa wordt directeur van het bitcoinbedrijf ICO Headstart.”

Er is geen bitcoin te bekennen in het ICO Headstart-bedrijf. Het heeft er zelfs niets mee te maken. Het bedrijf bouwt op de blockchain van Ethereum via een zogenaamd ERC-20-token. Het bedrijf noemt het token MOAT of Mother of all Tokens. Daarmee gaat het bedrijf eerst zelf een ICO doen, om dan vervolgens andere ICO’s te gaan beoordelen. Dit zegt het bedrijf te gaan doen met experts uit de compliance-wereld (bestaan die dan binnen de ICO-wereld?) en via de ‘wisdom of the crowd’. Iets dat overigens al veel gebeurt door andere bedrijven, zoals Augur en Wings.

“De ex-baas en oprichter van de naar hem vernoemde DSB-bank wordt door de oprichters van het Haagse bedrijf geroemd vanwege zijn ervaring in het bankwezen en zijn kennis van crowdfunding.”

Dit zou best kunnen. Ik ken Scheringa’s merites niet als het gaat om crowdfunding, maar misschien heeft ie veel Kickstarter-campagnes geleid.

“ICO Headstart is gespecialiseerd in Initial Coin Offerings.”

Hoe kun je een bedrijf met een ‘white paper’ in de vorm van een mooi online reclamefoldertje gespecialiseerd in ICO’s noemen? Het platform moet in februari 2018 live gaan en zou al draaien, maar ik zie daar geen voorbeelden van.

Het is niet gezegd dat Headstart geen interessant platform kan worden. Echt niet, maar kranten moeten meer specialisme aan de dag gaan leggen met dit soort dingen. Niemand is onfeilbaar, maar een bericht van een paar honderd woorden volstoppen met fouten en misleiding, is wel heel schokkend.

Nog eentje dan:

Trouw (10 november 2017): “Dirk Scheringa wordt directeur van bitcoinbedrijf” luidt de titel.

Volgens mij is het niet nodig verder in te gaan op de overige 119 woorden van het ANP-bericht dat Trouw hiervoor overnam.

Elders in de gezamenlijke Persgroep-kranten zoals AD staat dat het bedrijf “beursgangen voor digitale valuta begeleidt”. Voor zover ik begrijp uit de white paper of de veelgesteldevragenafdeling op de site is het vooral bedoeld voor investeerders en dat die niet in de val van veel ICO’s trappen.

Dat laatste is overigens een nobel streven, maar zoals ik al eerder aangaf: ondanks dat in de white paper staat dat het bedrijf ICO Headstart al een werkend prototype heeft, heb ik daar nog niets van gezien. Daar staat:

“Our platform is already operational. Backers and project creators have immediately access to our platform after ICO is finalized”

Klinkt ook nobel, maar toegang en ‘bezichtiging’ van het product is pas zichtbaar nadat je er geld in gestoken hebt.

Toevallig publiceerde Coindesk vandaag een verhaal over waarom ICO’s het niet goed doen met als een van de belangrijkste redenen dat er niet eerst een product is voordat de ICO er is. De kritiek komt overigens van ontwikkelaars op een Ethereum-conferentie: Devcon3. Geeft toch te denken.

Blockchain-onbegrip zorgt voor verwarring columnisten

Blockchain-onbegrip zorgt voor verwarring columnisten

Verkeerde veronderstellingen en foute aannames

“Is de bitcoin-gekte het nieuwste generatieconflict?” kopt een columnist in de Volkskrant woensdagochtend 4 oktober. “Digitaal geld zet stelsel op z’n kop” schrijft een andere op dezelfde dag in het AD.

De columnist van de Volkskrant Peter de Waard heeft het over ‘een trein vol studenten’ waar jongeren elkaar gek maken met potentiële bitcoin-winsten. Hij vergelijkt het met de fascinatie met de optiebeurs van generatie X. Met andere woorden: hij wil het generatieconflict heel graag duiden. Misschien zou het goed zijn als hij zijn oor eens te luisteren legt bij plaatsen waar het daadwerkelijk over digitale valuta en andere blockchaintoepassingen gaat. Daar lopen verdomd weinig studenten rond. Een paar, natuurlijk. Ook een paar echt ‘oudere’ mensen, maar het grootste deel zal tussen de 30 en de 55 jaar zijn. En vooral man.

Screenshot World Coin Index woensdag 4 oktober, 17:36 CET

Interessanter is dat het dan niet gaat om witte mannen. Het is een veelkleurig en veeltalig geheel. Maar ja, liefhebbers van zogenaamde publieke blockchains houden dan ook niet zo van grenzen.

Anders denken

Volgens De Waard zouden ‘zelfs jongeren met een negen voor wiskunde weinig snappen van de werkwijze van de virtuele munt’. Hoezo? Dat hij het niet begrijpt zegt niet dat jongeren (of ouderen) het niet zouden begrijpen. Het is zeker een andere manier van denken en kijken, maar niet begrijpen…

Oké, het is waar dat er een stevig stukje cryptografie en speltheorie inzit. Er zijn mensen die dat écht begrijpen. Het is alleen niet nodig dat zelf te kunnen doorgronden. Zonder diepgaande kennis van die onderwerpen, is de werking van Bitcoin of veel andere blockchains met enige inspanning prima te overzien. Maar nogmaals: het is een andere, nieuwe manier van denken en daar zit de werkelijke moeilijkheidsgraad. Zonder ermee te ‘klooien’ zul je er inderdaad niets van begrijpen. Iets met gedeeld vertrouwen zonder vertrouwde derde partij. Klinkt niet moeilijk, maar dat aanvoelen is best lastig.

Bitcoin is geen geld

Ook Roland Duong laat met zijn op z’n kop gezette stelsel zien heel wat klokken te hebben horen luiden. Het begint al met het ‘casino van cryptomunten’. Dat laat ik voor wat het is. Interessanter is de uitspraak ‘maar bitcoin is geen geld’ en dat terwijl bitcoin is ontworpen als puur digitale vorm van cash. Hij zegt in de volgende zin dat er bij ‘gewoon geld’ iets ‘tegenover staat’ om vervolgens hypotheken aan te halen. Bij een hypotheek zou er namelijk iets uit de werkelijke wereld tegenover staan, namelijk een huis. Dan komt de goudvoorraad bij centrale banken langs die een deel van onze geldvoorraad zou dekken. En dat terwijl er bij bitcoin een enorm netwerk aan computers staat te werken om de waarde te onderschrijven én tegelijkertijd het netwerk veilig te houden. Lijkt me best wat waard. Of dat ook zo’n 3600 euro per stuk is (wo. 4 okt. 2017, inmiddels 17 oktober en zo’n 4800 euro per stuk), dat is een andere discussie. Maar dat het netwerk echt waarde heeft, staat voor mij buiten kijf.

Volgens Duong zou bitcoin alleen de waarde van de bitcoin vertegenwoordigen. En die nu ‘ongelooflijke waarde’ is ‘op moment van schrijven 4200 euro’. Ik ben bang dat hij een euro-dollarfoutje maakt. Maar goed, dat vergeven we hem.

Voordat we afdwalen in een spelletje hoeveel iets wel of niet waard mag zijn, even terug naar ‘normaal’ geld. Voor zover mij bekend is de goudstandaard al in de jaren ’70 van de vorige eeuw losgekoppeld om de Vietnamoorlog te financieren. Althans, de Amerikaanse Dollar. De euro zit ook niet aan goud vast, al hebben centrale banken wel een relatief klein bedrag in goud als reserve. Maar als we even bedenken hoeveel euro er sinds de crisis vanaf 2015 volledig digitaal is bijgedrukt.. iets van 60 miljard euro per maand of zo? Dan moeten we misschien maar eens praten over de vraag of er bij ‘gewoon geld’ iets tegenover staat.

Waar worden die cryptomuntjes gemaakt?

Beide columnisten hebben het ook over handel en spaargeld. De Waard stelt dat de handel in cryptovaluta niet is geconcentreerd in westerse handelscentra, maar in Zuidoost-Azië. Dat ligt misschien wat lastiger. Als we kijken naar handelsvolume is Dollar-Crypto het grootst, ruim 40 procent. Daarna volgt de Japanse Yen, dan de Koreaanse Won en dan pas de euro. Maar dat is een vertekend beeld. Alles is namelijk vertekend in vergelijking met normale of ‘ouderwetse’ mondiale verhoudingen in Cryptoland. De meeste bitcoin-miners staan in China. Waarom? Meerdere redenen. Goedkope energie, hardwareboeren om de hoek. Maar Europa heeft dan weer de meeste exchanges. Niet per se de grootste. De Verenigde Staten zijn lastig: elke staat heeft zijn eigen regels en … nee. Dit wordt te veel informatie.

De Waard stelt in ieder geval dat de bitcoin-gekte een nieuw generatieconflict is. Hij vraagt zich zelfs af of het niet verboden moet worden. Iedereen die enige kennis heeft van hoe bijvoorbeeld het bitcoinnetwerk in elkaar zit, weet dat zo’n verbod eigenlijk niet kan.

Een blockchain is nog geen bedrijf

Duong ziet ook gevaar als het om spaargeld gaat. En ja, hij heeft daar ook gelijk in natuurlijk. Hij vergelijkt het met de dotcom-bubbel van 2000. Daar ben ik het wel mee eens: heel veel van de munten die in de afgelopen korte tijd zijn ‘bedacht’, zullen binnenkort niet meer zijn. Maar het zijn ook niet per se munten. Het zijn vaak tokens die een functionaliteit ergens aan geven. Totaal anders denken vraagt dat. Hij haalt investeren aan in bedrijven, zoals de Apples, Googles en Amazons. Het lastige is natuurlijk dat die crypto’s geen bedrijven zijn in de oude zin van het woord. Het zijn protocollen. Op het moment dat zo’n protocol ‘live’ en publiek is, is het niet meer per se van het bedrijf. Zeker een munt als bitcoin is dat niet.

En nee, al je spaargeld in crypto’s stoppen lijkt me niet handig. Spreiden, dat is volgens mij het aloude adagium. Ook nu crypto’s er in de handelswereld bij zijn gekomen.

Al met al kan ik me voorstellen dat voor de ‘cryptoleek’ heel wat termen zijn langsgekomen die onbekend zijn. Aan de andere kant waren streaming en googlen 20 jaar geleden ook onbekende termen voor de meesten. Langzaam zullen de termen het publieke domein bereiken en beter begrepen worden. Maar bij blockchains en crypto’s geldt nu nog: er is heel wat educatie nodig.

ps: ik zou nog aan kunnen halen dat er een heel andere distributed ledger/blockchainwereld is waar we als buitenstaander niks van weten, namelijk die bij de banken en vergelijkbare instituten, maar dat laat ik voor een andere keer.
pps: eerder gepubliceerd op Steem, een sociaal netwerk dat draait via/met/op een blockchain