Christie’s verkoopt ‘onvervangbaar’ digitaal kunstwerk

Christie’s verkoopt ‘onvervangbaar’ digitaal kunstwerk

Veilinghuis Christie’s heeft sinds 25 februari 2021 iets bijzonders in de etalage staan: een digitaal kunstwerk als non-fungible token of NFT. Ofwel een onvervangbaar digitaal kunstwerk. Alsof je de verfstreken van de Rembrandt kunt voelen omdat je de eigenaar bent. Maar dan digitaal. Iedereen kan ernaar kijken, alleen de eigenaar kan er verder iets mee doen. Of het per ongeluk kwijtraken.

Waar is dat kunstwerk dan? Het is vastgelegd op een blockchain, in dit geval die van Ethereum. Het beeldende deel is elders vastgelegd. Boeiend? Ja, voor digitale kunstenaars en de daaropvolgende bezitters van die kunst is dat zeker boeiend en misschien ook wel voor fysieke kunst. Maar voor ik daar verder op inga, eerst het kunstwerk zelf.

Everydays: the first 5000 days

De kunstenaar met artiestennaam Beeple begon op 1 mei 2007 met het plaatsen van een digitaal ‘kunst’werkje online. Zie ook een interview met Beeple, of Mike Winkelmann, zelf. Hij hield dat werkjes maken 5000 dagen lang vol tot 7 januari 2021, ofwel 13,5 jaar lang. Al die kunstwerkjes zijn samen in een groot digitaal beeld gevangen. De werkjes zelf heten ‘EVERYDAYS’, het totale werk heet ‘EVERYDAYS: THE FIRST 5000 DAYS’, iets dat mij sterk doet denken aan ‘Debt: the first 5,000 years’ van wijlen antropoloog David Graeber. Of die verwijzing ook zo bedoeld is, weet ik overigens niet.i

De artiest Beeple is een bekende bij bepaalde groepen op internet. Wat interessant is aan dit werk is dat de vooruitgang van de kunstenaar goed zichtbaar is. Ergens voelt het een beetje als een ready made, denk aan Marcel Duchamp met zijn pispot in het museum.

Het eerste plaatje dat Beeple maakte, is een balpenschets van zijn ‘Uncle Jim’ die hij als nickname ‘Uber Jay’ meegaf. Het is interessant de ontwikkeling van de kunstenaar te bestuderen. Doordat hij elke dag een plaat maakt, is het ook een document van de tijd. Later in het proces gaat Beeple in 3D werken en maakt steeds meer politiek beladen cartoons die ook allemaal per stuk te koop zijn (of waren) via beeple-collect.com als NFT’s.

Bij Christie’s wordt nu het werk met alle 5000 afbeeldingen geveild met een startbod van 100 dollar. Op moment van schrijven (vijf uur later) staat dat bedrag op 1,8 miljoen dollar. Internettijd is wat dat betreft anders, zeker als crypto-enthousiastelingen zich ermee gaan bemoeien. De nouveau riches van nu.

Digitale kunst en eigenaarschap

Digitale kunst bestaat al sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw. Het bestaat in zeer veel vormen met elk hun eigen voor- en nadelen. Een groot nadeel dat vrijwel alle digitale goederen delen is dat eigenaarschap vastleggen erg lastig is: kopiëren is immers wel heel makkelijk. Een één-op-één kopie is zo geregeld, zeker van beeld, geluid of een videogame. Hoe bewijs je dan dat jij de eigenaar bent van het digitale goed? Door te bewijzen dat je de juiste sleutel hebt. Dat systeem bestaat al langer, maar sinds de komst van Bitcoin, een waardelaag op internet, is het ook voor iedereen bereikbaar en door niemand te stoppen. Alleen zijn bitcoins geen niet-fungibele tokens maar juist fungibel, ofwel onderling inwisselbaar. De ene bitcoin is net zoveel waard als de andere, een klein stukje daarvan ook, net als bij gewoon geld. Bij kunst wil je die inwisselbare eigenschap liever niet.

Al vroeg in het bestaan van bitcoin zagen zogenaamde colored coins het levenslicht, een heel simpele versie van NFT’s bovenop de bitcoin-blockchain. Het duurde nog tot de komst van de ethereum-blockchain voordat zich een ware mini-hausse zou ontwikkelen rond de eerste echt bekende NFT’s: CryptoKitties. Dit kon vooral gebeuren omdat er een speciale standaard was ontwikkeld die het maken van NFT’s makkelijk maakte, vergelijk het met de komst van de verftube die aan de basis stond van het impressionisme: ineens hoefde je niet meer de verf te mengen op moment van gebruik, maar kon je het voorbereiden en in een tube stoppen. Hierdoor kon je de verf veel makkelijker meenemen naar buiten en zo makkelijk overal schilderen. Vergelijk dat met zo’n tokenstandaard die voor een kleine hype in NFT’s zorgde. Op het hoogtepunt werden astronomische bedragen neergeteld voor sommige katjes. Founder Cat #18 verwisselde bijvoorbeeld van eigenaar voor 253 ether (de munteenheid van het ethereumnetwerk, omgerekend in september 2018 110.000 dollar).

Vervolgens stortte alles wat met blockchains te maken had in, althans voor het grote publiek. Achter de schermen werd lustig doorgewerkt aan protocollen, ideeën, en wat al niet meer.

NFT-markten

NFT’s zijn dus vooral uniek, zoals vrijwel alles in ons analoge leven. Zelfs je telefoon is uniek, al hebben 100.000 mensen dezelfde; wat erop staat maakt dat die telefoon echt niet van iemand anders is. Je vingerafdruk maakt hem volledig van jou. Net als de geheime sleutel waar alleen de bezitter van de NFT over beschikt. Verkoop je de token? Dan zorg je er met de geheime sleutel voor dat je de token over kunt dragen aan iemand anders. Daarna kan alleen die persoon er nog wat mee, jij niet meer. Een beetje vergelijkbaar met het verkopen van je telefoon: alleen jij kunt hem ontgrendelen om de data te wissen en het weer tijdelijk tot niks meer dan een product te maken. Na de verkoop personaliseert de nieuwe eigenaar de telefoon en is die weer verworden tot een uniek apparaatje.

Je kunt je voorstellen: daar is een markt voor. Er is een enorme markt voor unieke items, voor digitale kunst. Maar de grootste markt is vermoedelijk die voor items in videogames, al neemt die markt nog steeds geen vlucht buiten de gameplatforms zelf. Eigenaren van gamestudio’s geven die macht niet bepaald makkelijk uit handen.

Inmiddels zijn er heel wat online handelshuizen voor digitale kunst, zoals OpenSea en MakersPlace. Maar technisch gezien zijn die niet nodig, ze zijn vooral handig om de kunst te vinden, te verhandelen en inmiddels ook om zelf NFT’s aan te maken. En nu dus voor het eerst (voor zover mij bekend) wordt zo’n NFT door een oudewereldveilinghuis verhandeld.

Daarnaast wordt steeds meer fysieke kunst ook als NFT opgeslagen, zoals via Artory waar Christie’s ook gebruik van maakt. Ik heb overigens wat moeite met fysieke zaken koppelen aan blockchains door er een zogenaamde ‘digital twin’ van te maken, maar het is wel handig voor het volgen van eigenaarschap. Het maakt het mogelijk lastig om in de toekomst kunst te verkopen waarvan de eigenaar de geheime sleutel niet bezit om het kunstwerk daadwerkelijk over te dragen.

Typische zaken

EVERYDAYS: THE FIRST 5000 DAYS is een project dat bestaat op de ethereum-blockchain. Je kunt het zelfs met ether kopen bij Christie’s, maar dan zijn er wel wat bijzondere restricties waarbij cryptovalutafanaten de wenkbrauwen zullen optrekken: de ether in kwestie moet van een account komen van een zogenaamde cryptowallet in beheer van bepaalde Amerikaanse bedrijven, zoals Coinbase, Gemini Trust of Paxos. Dat geeft de mogelijkheid te bewijzen dat jij de bezitter van de ether in kwestie bent en dat gaat mijnsinziens in tegen het hele idee van een open internet. Aan de andere kant kan de nieuwe eigenaar van het werk het weer doorverkopen zonder dergelijke restricties.

Van het bestaan van het 5000 DAYS-project had ik nog niet gehoord voordat ik vandaag per ongeluk in een NFT-tokenbabbel terechtkwam op Clubhouse. En in die club zaten niet de minsten, waaronder CZ, de oprichter van Binance, het grootste cryptovalutahandelshuis. Hij zat daar niet voor niets, hij was zelf nog maar net begonnen met het ontdekken van NFT’s wist hij te melden. Maar aangezien de zogenaamde Binance Smart Chain grotendeels een exacte kopie is van ethereum en daar al heel wat gaande is met NFT’s, denk ik dat hij daar niet voor het laatst mee in aanraking komt…

Eerder maakte ik een podcast over een ander NFT-project ‘Is It Copernicus’. Een project met de vraag of het kunst is, of juist iets om van te leren.

i Aangezien het werk veel politiek beeld bevat, zou het me niks verbazen. Graeber werd onder andere bekend bij het grote publiek door zijn betrokkenheid bij de Occupy Wallstreet-beweging en het boek ‘Bullshit jobs’

Blockdam Copernicus Amsterdam Berlage

Breekbaar werk als tokenverzamelaar

Is it Copernicus‘ is een glazen bol met daarin een inmiddels al lang disfunctioneel minicomputertje. In de loop van de tijd verzamelt het werk steeds meer waarde, iets dat er alleen maar uit te halen is door de bol te vernietigen en de geheime sleutel uit het minicomputertje te ontfutselen. Verleidt dit nu juist om te vernietigen of om te koesteren? Waar staat dit eigenlijk voor? Wat is het eigenlijk? Waaróm is het er eigenlijk?

Die laatste vraag is het simpelst: het ontsproot aan het brein van Maarten Smakman om blockchaintechnologie uit te leggen of in ieder geval zichtbaar te maken. De bol moet mogelijkheden laten zien en die ook vooral laten onderzoeken. Dat is ook nodig, want we zitten met een nieuw concept met blockchains en aanverwante zaken. Dat concept is lastig in de ‘oude’ taal uit te leggen. Dat vraagt om iets anders. En wat is die bol dan? Is het kunst? Is het een verzekeringspremie? Moet het ding zelf beschermd worden? Kunnen we de glazen bal laten ‘leven’ in een online wereld door andere tokens naar zijn publiek zichtbare token-adres te sturen? Moet ie in een museum? Leert zo’n fysiek ding hoe een decentrale, onzichtbare wereld functioneert? Is het iets voor studenten filosofie om hun hoofd over te breken? Leert de bol iets over speltheorie? Juist iets over wet- en regelgeving? Over hoe je smart contracts in elkaar moet zetten? Leert het iets over cryptografie? Over ethereum? Over bitcoin? Over minicomputertjes à la de Raspberry Pi? Of gewoon over hoe we kunst in de toekomst digitaal kunnen beveiligen?

Dit is geen project om nu al ellenlange traktaten over te schrijven. Het is nog een onderzoek, een lopend experiment. Over deze proef maakte ik een podcast waarin al die begrijpelijke en onbegrijpelijke vragen langskomen. Beluister hem op SoundCloud of hieronder:

De bedenker Maarten en ik kennen elkaar van Blockdam, een wekelijkse offline meetup in de Beurs van Berlage in Amsterdam, nou ja, buiten coronatijd dan. De groep die wekelijks langskomt is in basis vrij constant en trekt ook altijd weer nieuwe gezichten, mensen die willen leren over blockchain-technologie en aanverwante zaken. De groep is breed geïnteresseerd. De een is zeer kritisch op alles dat niet-bitcoin is en de ander vindt dat je het allemaal niet zo smal moet bekijken.

Dit project heeft alles te maken met decentrale systemen en vooral om te onderzoeken hoe we daar als mens mee om kunnen gaan. Ze lijken op een bepaalde manier ook veel meer op onze biologische leefwereld waarin niets centraal geregeld is. Het leuke aan het project voor mij is dat het ook mensen van buiten de vaak vrij gesloten techwereld trekt. Dit geeft andere inzichten en misschien komen we er op den duur gewoon achter dat het eigenlijk niets is, maar ook dat is wat waard.

Technisch is de bol al wat waard, want de 21 unieke tokens die ‘door’ de bol zijn gegenereerd, kost(t)en per stuk een halve ether (de munteenheid van het ethereum-netwerk). Er zijn nog een paar over en de veiling van de Copernicus-tokens eindigt op 17 februari 2021 om 9:32 CET. Mochten ze niet allemaal verkocht zijn, dan kan iemand ooit nog iets met die tokens doen, tenzij de bol vernietigd wordt.

Hoe werkt dat? De bol is van glas, die is geblazen in een glasblazerij. Het computertje werd in de bol geplaatst vlak voordat de bol gesloten werd. Aan de Raspberry Pi Zero, zo heet zo’n computertje, hangt een batterij krachtig genoeg om de Raspberry lang genoeg van energie te voorzien om alle taken uit te voeren om deze Copernicus-tokens te maken. Dat mocht pas gebeuren nadat de bol dicht was, anders zou iemand die nieuwe geheime sleutel kunnen hebben en altijd bij de waarde in de bol kunnen. Die geheime sleutel werd dus pas gegenereerd nadat de bol dicht was! Via een wifi-verbinding zijn de Copernicus-tokens, in feite NFT’s1, vervolgens naar de decentrale ethereum-blockchain ‘gestuurd’ en op de veiling geplaatst. Kopers ‘verplaatsen’ die token vervolgens naar hun eigen publieke adres waarvan alleen zij de geheime sleutel hebben. Verwarrend? Valt wel mee, heel veel dingen op internet gebruiken een vergelijkbaar systeem, alleen weet je het niet.

Nu is het leuke dat de kopers van die tokens het geld in de vorm van ether of ETH naar het publieke adres van de Copernicus-bol sturen: je kunt dus wel zien hoeveel ether er in de bol zit, maar je kunt er nooit bij, tenzij…

Al met al een gek project. En dat is maar goed ook!

1 NFT = Non-fungible token, een unieke token die niet deelbaar is, in tegenstelling tot fungibiele tokens zoals geld.

Bitcoin-munt, geen echte bitcoin. Bitcoins bestaan alleen digitaal.

Bitcoin, de media en de ‘oude’ economie

Op en neer, dat doen koersen. En de laatste tijd gaan die van bitcoin en vele andere cryptovaluta weer met dubbele cijfers omhoog of naar beneden ten opzichte van ‘traditionele’ valuta. Hoog tijd voor alle niet-gespecialiseerde media om weer eens met verhalen te komen rond die muntjes met bitcoin als aanvoerder.

Die verhalen gaan vrijwel nooit over de achterliggende technieken of bijzondere eigenschappen ten opzichte van ‘gewoon’ geld. Ze gaan over geld, of eigenlijk over het huidige geldsysteem en de daarbij behorende problematiek. Ze gaan niet over het feit dat in bitcoin als protocol al een systeem ingebakken zit dat automatisch alle transactiegegevens bijhoudt. Je hebt niet eens meer een ingewikkeld en duur internationaal systeem nodig dat alle transacties bijhoudt, nee, dat zit al in het waardesysteem zélf.

De vragen gaan nog steeds over of het wel veilig is als belegging, want waarde. Het gaat niet om de vraag hoe waarde functioneert in een systeem dat zo eindig is in aantallen als bitcoin. Meer dan 21 miljoen bitcoins zullen er immers nooit zijn, al kun je die gelukkig wel heel ver achter de komma opdelen. De zoektocht van veel media is nog steeds naar de nieuwe cryptomiljonairs en naar de verliezers, de menselijke verhalen. Die zijn soms heel interessant, luister bijvoorbeeld naar de BBC-podcast over ‘crypto’scam OneCoin in ‘The Missing Crypto Queen‘, maar in het grote geheel echt niet zo relevant.

De vragen gaan over de traagheid van het systeem, en niet over de reden waarom de basis zo traag is. Overigens is dat ‘traag’ al opgelost met lagen bovenop het bitcoinnetwerk zelf. Over al die eigenschappen gaat het niet. Het is ook lastig, het is niet alleen een technisch systeem dat je moet doorgronden, je moet ook nog eens alles loslaten wat je weet en voelt bij centrale systemen. En als klap op de vuurpijl blijft het verhaal over het piramidespel terugkomen. Of de tulpenmanie. Of allebei.

EenVandaag

Donderdag 7 januari mocht professor van de VU economic and monetary policy en econoom bij de Rabobank Wim Boonstra aantreden bij NPO Radio 1. Hij mocht zijn licht laten schijnen over bitcoin. Een citaat uit de bijbehorende tweet van EenVandaag: “We kunnen niet met z’n allen slapend rijk worden” waar podcasthost Bart Mol van Satoshi Radio gevat op reageerde met een tweet: “Dat hoeft ook niet. Zolang we maar niet slapend arm worden.” 

Voor een analyse van het gesprek op EenVandaag, zie het uitgebreide twitterdraadje dat Peter Slagter van LekkerCryptisch.nl hierover schreef.

Natuurlijk, er zijn mensen die door bitcoin en andere cryptovaluta nu meer dan puissant rijk zijn. Zo gaat dat vaak met nieuwe vindingen. Die zullen hun bitcoins uit moeten geven om dingen te kopen. Maar je ziet al: voor je het weet hang je weer in het ‘kijk eens, rijke mensen!’-verhaaltje. Terwijl er hier in Nederland vooral wordt gewerkt aan het tegenwerken van mensen die met deze systemen bezig zijn zonder dat ze daar nu direct multimiljonair van worden. 

Dit gaat om begrip van het systeem. Begrip dat je er heel interessante dingen mee kunt doen, zoals het heel snel en supergoedkoop faciliteren van internationale betalingen. Dat kan namelijk want het systeem is er al. Het ligt er en iedereen kan het gebruiken. Iedereen kan met heel weinig moeite geld overmaken naar iedereen met een telefoon over de hele wereld. Zonder een bank en zonder noemenswaardige kosten.

Leest u dat. Zonder een bank. En toch zou het zomaar eens kunnen zijn dat systemen als bitcoin de laatste redding van de traditionele bank gaan worden, namelijk als vertrouwd instituut om ze te helpen op te slaan voor klanten. 

Maar dat mogen de banken zelf gaan verzinnen als ze gestopt zijn met het proberen te dwarsbomen van een systeem dat er is en, een andere interessante eigenschap, eigenaarloos is waardoor het ook niet weg te krijgen is. Je kunt het lastig maken met regeltjes, bijvoorbeeld om van fiat geld naar bitcoin, maar dan stoppen de gebruikers toch gewoon met naar fiat geld gaan? 

Waar zien we dat al gebeuren dan? Bij bedrijven die vooral niet in Nederland zitten en wel in de Verenigde Staten. Bijvoorbeeld Strike, een bedrijf dat het zogenaamde Lightning Network gebruikt. Dit is een netwerk dat als het ware bovenop het bitcoinnetwerk ligt. Met dit netwerk kun je praktisch zonder transactiekosten toch supersnel (kleine) stukjes bitcoin aan elkaar overmaken. Dat netwerk gebruikt dit nieuwe bedrijf Strike om mensen over de hele wereld de mogelijkheid te geven vrijwel direct geld in verschillende valuta naar elkaar over te laten maken. 

Het is niet de vraag óf je als traditionele bank verdwijnt omdat in elke niche wel een fintechbedrijfje springt dat het mooier, beter en sneller doet. Het is de vraag wanneer je helemaal verdwenen bent omdat je maar bleef roepen dat het ‘geen geld’ is. Misschien is dat het ook niet, althans niet in de traditionele zin van het woord. 

De vragen die Suzanne Bosman en Lammert de Bruin stelden aan Boonstra waren overigens niet slecht. Je hoorde al een soort van scepsis in hun intonatie met betrekking tot de antwoorden die hij gaf. Ze hadden alleen door kunnen vragen. Ze hadden kunnen vragen of hij misschien in een notendop zou kunnen uitleggen hoe bitcoin werkt, ongeacht of het in zijn ogen een nuttig financieel instrument is of niet. Dan hadden we waarschijnlijk kunnen vaststellen dat dit niet het geval is en dat hij daar zat op zijn merites van professor aan een universiteit en die van econoom verbonden aan een grote Nederlandse bank. 

Goede, inhoudelijke gesprekken en bijbehorende kritiek, dat is natuurlijk nooit weg en belangrijk om ervoor te zorgen dat wet- en regelgeving een beetje in de pas blijft lopen met wat er in de maak is in plaats van rücksichtslos regels gestoeld op de ‘oude’ economie op totaal andere systemen te plakken. Dat maakt niet alleen bitcoin beter en sterker, maar ook de samenleving zelf.

Als je dan voor de zoveelste leutert over een piramidespel, wat het aantoonbaar níet is, tja. Dan ben je wel een beetje ‘af’.

RSS-icoon

Podcasts en streaming money

Of hoe podcasts het Lightning Network kunnen gebruiken voor streaming inkomsten

Rond podcasts is een ware strijd losgebarsten: wie gaat het platform leveren dat iedereen gebruikt? Wordt dat Spotify? Amazon? Google? Apple? Iets anders? Dit soort platformen betekenen weer het in silo’s stoppen van informatie en entertainment op internet. Weer achter muren waar je voor moet betalen of zelf door advertentietargeting het product wordt. Is het mogelijk om podcasts als open en vrij medium te laten bestaan? Het lijkt er wel op met de komst van streaming money of streaming geld.

Bitcoin, inmiddels is het zo’n negen jaar geleden dat ik het woord voor het eerst tegenkwam. En het zou nog jaren duren voor ik er een snars van begreep. Dat is ook niet vreemd, want je moet immers op een andere manier leren denken, namelijk decentraal. Lastig, zeker voor mensen die zijn opgegroeid met diskettes. Daarnaast moet je bepaalde aannames over geld bijstellen.

Al die zaken leren, begrijpen en toepassen, dat doe je niet over een nacht ijs. Pas na de eerste grote crash van bitcoin in 2014 die ik bewust meemaakte, ging ik me langzaamaan inlezen en echt interesseren in dit ding dat me eerder Monopolygeld leek. Bij de crash ging bitcoin van zo’n 1000 euro in korte tijd naar 180 euro per bitcoin.

Ergens in de jaren die volgenden kwam ik in aanraking met het begrip ‘streaming money’, voor mij geïntroduceerd door Andreas Antonopoulos. Streaming is als begrip onlosmakelijk verbonden met internet. Niemand sprak daarvoor over het streamen van je tv- of radioprogramma’s. Dat streaming money of streaming geld was tot nu toe vooral een interessant gedachte-experiment dat nog niet praktisch toepasbaar leek. Je voelt het al: daar zou zomaar eens verandering in kunnen komen door de manier waarop podcasts aangeboden worden, maar daarover later meer.

Programmeerbaar geld

Met bitcoin zelf is het lastig dit begrip streaming geld uit te werken, maar bitcoin is wel programmeerbaar geld. Als je het idee geld even loslaat, is bitcoin vooral iets om transacties mee uit te voeren en er zeker van te zijn dat ze uitgevoerd worden. Hier kun je ook bepaalde voorwaarden aan verbinden, zoals dat je twee mensen nodig hebt om een transactie te ondertekenen omdat die anders niet geldig is. Dat kan met ‘normaal’ geld niet. bitcoin is dan ook programmeerbaar geld.

Programmeerbaar geld, laat even je fantasie gaan en ineens kan er veel meer dan je ooit voor mogelijk hield, alleen het uitvoeren ervan is lastig. De blockchain van bitcoin is immers traag en relatief duur. Andere type blockchains zijn misschien sneller, maar minder veilig en sowieso minder toegankelijk op dit moment. Gelukkig kun je letterlijk bovenop de bitcoin-blockchain bouwen.

Zo bouwde een groep het zogenaamde Lightning-netwerk of LN. Dat netwerk is iets minder veilig dan dat van bitcoin, maar je wisselt er wel bitcoins uit. Of eigenlijk: heel kleine beetjes voor superlage bedragen. Je kunt bijvoorbeeld één satoshi, het kleinste stukje bitcoin, versturen voor minder dan een satoshi. Op dit moment is een satoshi bijna niks waard. 10.000 satoshi’s staan ongeveer gelijk aan 1 euro. Nou, voordat 1 sat(oshi) 1 euro waard is, moet 1 bitcoin 100 miljoen euro waard zijn. Dat duurt nog wel even. Of nooit.

Die tweede laag, dat Lightning-netwerk, is dus supersnel en heel goedkoop. Je voelt het al aan: dan zou je zomaar eens iets kunnen gaan doen met streaming geld. Alleen wat leent zich nou voor dat streaming-geldidee?

Podcastpionier Adam Curry

Er zijn heel wat diensten die streaming aangeboden worden en waar je streaming money voor zou kunnen ontvangen, alleen het bouwen ervan is nu nog best lastig. Tot @Kaaskoekje, de maker van de podcast Beginnen met Bitcoin op een podcast van podcastpionier Adam Curry wees: streaming, per minuut microdonaties doen via LN. Niet achter een paywall, niet verplicht, maar voor zij die dat willen. En wat is 100 satoshi’s per minuut nou? 60 x 100 = 6000. 6000 satoshi’s is 60 cent! Voel je niks van, maar het kan misschien wel op den duur de kosten van een server op jaarbasis bekostigen, of misschien zelfs een podcasthost een redelijk inkomen verschaffen. Curry heeft ook een demo in elkaar gedraaid, heel interessant allemaal. Wow.

Dat wil je. Je luistert een podcast en vanuit je Lightning-wallet wordt automatisch steeds een ietstiepietsie bitcoin in de vorm van satoshi’s of sats naar de podkastmaker verstuurd.

Het overbekende RSS-logo

Dit kan vrij makkelijk met podcasts omdat die aangeboden worden met behulp van RSS-feeds, of real simple syndication. Zo’n feed is in feite een klein tekstbestandje met informatie over de titel, inhoud, waar de podcast wordt gehost en dat soort zaken. Daar kun je heel makkelijk iets aan toevoegen met betaalinformatie via het Lightning Network.

De technische details kun je horen bij de Nederlandstalige podcast Beginnen met Bitcoin of bij Adam Curry’s podcast Podcasting 2.0. Curry maakte ook een pamflet (pdf) met uitleg over het systeem dat inmiddels ook al achter de schermen getest wordt.

Het grote geld

Waarom is dit belangrijk? Omdat steeds meer podcasts bij grote bedrijven ondergebracht worden, wat kan leiden tot grote belangen, en niet die van de podcastmaker. Voor verdere details, lees dit uistekende artikel ‘Big tech comes for podcasts‘ bij Washington Monthly over wat ooit bij de grote filmstudio’s gebeurde en nu ook het podcastlandschap kan gaan slopen.

Het te gelde maken van podcasts is lastig, juist omdat het op zo’n superbanale manier werkt met zo’n rss-feed. Het is ook niet zo gek dat veel podcasts veredeld worden met een camerabeeld om zo via YouTube nog wat advertentiedubbeltjes binnen te schrapen. Of via donatiediensten als Vriend van de Show of via advertenties in de podcast zelf. Die donatiediensten zijn op zich niet onaardig, maar ze vragen wel weer om gegevens, creditcardnummers, iDeal-transacties, etc. Vrijblijvend voelt en is het niet.

Een laatste interessant voordeel dat voor interessante inzichten kan zorgen is met het LN-systeem: stel, je hebt zo’n per-minuut-10-satoshi’s-systeem. En je krijgt bij een uur durende podcast gemiddeld 350 sats binnen. Dan betekent dit dat mensen blijkbaar niet langer dan 35 minuten luisteren. Je hebt op die manier zonder persoonsgegevens te scrapen of cookies te ontvangen toch interessante informatie binnengehaald.*

Als iedereen dus een heel klein beetje doneert, zonder dat het verplicht is of voor betaalmuren zorgt, dan is het op z’n minst een leuk extraatje voor bijvoorbeeld het bekostigen van de streaming-server of misschien voor een enkeling genoeg om van te leven.

Zo blijft podcasting een vrij en open ecosysteem zonder generieke eisen van bepaalde platforms. Curry was de eerste podcaster, wordt hij dan een kleine twintig jaar later ook de eerste die een serieus werkbaar initiatief rond streaming money neerzet?

De code

Inmiddels heeft de eerder genoemde @Kaaskoekje het zelf al werkend op zijn rss-feed van zijn Beginnen-met-Bitcoin-podcast. De code is uitermate simpel, je moet alleen (nog) wel zelf over een zogenaamde Lightning node beschikken. Die zijn ook niet zo moeilijk aan te zwengelen, maar dat maakt het nog wel buiten bereik van de gemiddelde gebruiker. Lightning wallets zelf zijn inmiddels echt supersimpel, zeker wallets die alles voor je regelen, zoals Wallet of Satoshi.

Beginnen met Bitcoin heeft zelfs al betalingen ontvangen van een, vooralsnog onbekende, tester die blijkbaar aan het testen is met een podcastspeler die dit soort betalingen uit kan voeren. Het blijft gewoon supertof hoe zoiets ‘kleins’ zo snel opgepakt kan worden door de community.

Voorbeeldje van de code in een .rss-bestandje:

<podcast:value type="lightning" method="keysend" suggested="0.00000015000"> 
<podcast:valueRecipient name="podcaster" type="node" address="lightning node adres" split="100" />
</podcast:value>

In het eerste deel van de code, maar voor het eerste <item>:

<rss> 
   <channel> 
     <title> (etc) 
     <podcast:value (...) (etc) 
     </podcast:value> 
     <item> (etc) 
     </item> 
   </channel> 
</rss>

* Bitcoins zijn niet anoniem, maar pseudoniem. Betalingen via LN zijn daarentegen wel praktisch anoniem. Het is overigens wel af te raden grote bedragen via LN te doen. Zie het als een portemonnee met cash: de meesten nemen ook niet even 1000 euro mee.

“Als iets geen gereedschap is, dan vraagt het iets van je…”

“Als iets geen gereedschap is, dan vraagt het iets van je…”

‘The Social Dilemma’ verscheen vanavond op mijn computerscherm via Netflix. Technisch gezien vertelt de docu-film weinig nieuws aan iemand die al lange tijd bezig is met het in de gaten houden van hoe het internet ons gebruikt, maar zeker niet onaardig. Eén zin schreef ik op: “If something is not a tool, it demands things from you. It wants things from you.” In mijn herinnering zei Jaron Lanier dit, maar het kan ook Tristan Harris geweest zijn. De eerste is een techfilosoof waar ik enkele boeken van las, de tweede is een dissident van Google.

Een van de belangrijke redenen om gereedschappen te wantrouwen die iets van de gebruiker willen, is dat ze de mogelijkheid hebben je iets te laten doen wat je niet wil, waar je niet om gevraagd hebt. Nu vraag ik me een beetje af of dit alleen opgaat voor ‘gratis’ beschikbaar gestelde gereedschappen omdat het logisch lijkt dat als je ergens voor betaalt, dat dit soort gereedschappen dit soort gedrag niet vertonen, maar zeker ben ik daar niet van. Aan de achterkant zitten toch vaak dezelfde algoritmen, niet in de laatste plaats omdat er overal wat te leren valt voor de achterliggende kunstmatige intelligentie.

Enfin, begin dit jaar bedacht ik de wereld te gaan bestormen met verhalen over mobiliteit in de stad en wat daar ook al niet uit zou voortvloeien. Verder dan één artikel kwam het vooralsnog niet. Dat had misschien te maken met het wegvallen van fysieke mobiliteit, maar goed. Daar is al voldoende over gezegd en geschreven.

Een van de gereedschappen die ik zocht, was een manier om alle informatie te bundelen op een logische plek. Eigenlijk gewoon een soort van literatuurdatabase-plus. Dan ga je zoeken en kom je allerlei interessante opties tegen op internet. Gratis, betaald. Van alles. Daar schreef ik al eerder een blogje over. Van alles bekeek ik en vrijwel alles kon me niet bekoren. Prachtig zagen sommige dingen eruit, maar hoe werkt het dan? Zeker bij dingen die complex kunnen worden, wil ik graag het overzicht kúnnen bewaren als ik het wil. Op mijn ondoorgrondelijk menselijke manier die misschien net iets afwijkt van de algoritmebouwers van al die online apps. Uiteindelijk werd het overigens Zotero. Ziet er archaïsch uit en is uiteindelijk gewoon een database.

Vandaag daagde het me dus door The Social Dilemma dat bij all die apps, hoe goed bedoeld ook, jij in de meeste gevallen de tool bent. Jij of u bent het gereedschap waarmee de applicatie leert en evolueert en zo hopelijk zorgt voor een zogenaamde unicorn-status waarmee de bouwers kunnen cashen. Oh nee, dat is nooit de bedoeling natuurlijk. Tot er een miljard of meer tegenover staat.

Buiten kijf staat natuurlijk dat mensen wel íets van geld moeten verdienen, we leven immers nog niet in een Star Trek-achtige samenleving. Alleen klopt het niet helemaal als een heel kleine groep heel veel geld kan verdienen door ons met hun gereedschappen te bewerken.

Mensen gaan niet stoppen met sociale media. Dat hoeft ook niet. Ze worden al sinds het begin van internet gebruikt, denk aan dingen als e-mail, nieuwsgroepen en IRC, die kun je ook tot de socials rekenen. Ze zorgen voor contact tussen twee of meer mensen. E-mail is gewoon een protocol, IRC is een protocol. Het voordeel van protocollen is dat iedereen er zelf op in kan prikken, met het zelf gekozen medium en je toch kunt blijven praten met elkaar. Alsof je met je eigen geprogrammeerde systeempje op Facebook in kunt prikken en contact kunt hebben met mensen via dat systeem. Dan zou Facebook een protocollaag op internet zijn. Maar dat werkt nu niet zo, want dan kan iedereen zelf bepalen wat wel of niet meegenomen wordt in de communicatie. Dag verdienmodel.

Een ander interessant aspect dat de docu aangestipte: hoe zou Wikipedia er uitzien als iedereen zijn eigen Wikipedia voorgeschoteld krijgt, net zoals nu gebeurt met onze Google-zoekopdrachten of Facebooknieuwsstromen. Dan kunnen zomaar ineens gebeurtenissen wel of niet gebeurd zijn, afhankelijk van de politieke kleur of andere voorkeuren van de gebruiker. Stel je voor, de Stelling van Pythagoras zomaar weg. Of aangepast aan jouw wensen. A³=b⁶+C⁹ of zo. Dan krijg je mooie berekeningen.

Al met al een pleidooi voor het meer in de hand houden van je ‘eigen’ internet. Het internet heeft immers veel voordelen, maar weet ook de nadelen het hoofd te bieden.

© OpenStreetMap-auteurs

Nul-punt-nul en Disneyficatie

‘Een Wieckse Witte nul-punt-nul dus.’
‘Ja, een alcoholvrij witbier’, zeg ik.
‘Dat is dus Wieckse Witte nul-punt-nul’, herhaalt de serveerster.

Alle alcoholvrije bieren op de kaart van dit Oostmahornse etablissement aan het Lauwersmeer zijn direct of indirect van ‘s lands grootste brouwer en blijkbaar is het woord ‘alcoholvrij’ in de ban gedaan. Nul-punt-nul zult u zeggen. Oké, dat is goed. Het is te warm om me hier op de een na laatste dag van juli 2020 op dat moment nog druk om te maken. Er zijn dan ook grotere zaken om te bespreken dan een lauwe nul-punt-nul-kwestie, zoals de verdisneyficatie van de buurt.

Vakantieparkenboer Landal heeft namelijk een volledig nep-oud kustplaatsje met de naam Esonstad uit de grond gestampt aan dit stukje Nationaal Park Lauwersmeer. Hier kan de mens zich wanen in iets echts-dat-nooit-was. De Disneyficatie van de samenleving die overal in elk gebied net iets anders vorm krijgt.

Vuurtoren Oostmahorn

Misschien was het oude vuurtorentje waar je naartoe kunt stiefelen wel het fijnst. Of zoals het er vroeger bijlag.

Rond het Lauwersmeer is meer te beleven dan semi-pretparken. Een geocachewandeling door een in de jaren 70 van de twintigste eeuw aangeplant bos bijvoorbeeld, het Zuidwalbos. Dit bos moest als proeftuin dienen voor het nog in te polderen noordoostelijke deel van de Waddenzee. Klinkt nu bizar, maar ooit een serieus plan.

Het gebied bevindt zich tussen de Strandweg en de N361, waar blijkbaar ook orchideeënroutes zijn, althans daar waren mensen naar opzoek.

Naast het hoofdpad zijn verschillende kunstobjecten te vinden, zoals foto’s geprint op dibond en betonnen sculpturen die samen een soort architectonische puzzel vormen als losse onderdelen die door het landschap zijn uitgestrooid.

Een stukje verder, nadat je dorpjes als Kruisweg, Kloosterburen, Kleine Huisjes en Pieterburen bent gepasseerd, kom je bij Hornhuizen. Daar staat een kerk waarvan je de toren kunt bezoeken door gewoon de deur open te duwen en de smalle trap naar boven te nemen. In de toren kom je langs het uurwerk, de klok en uiteindelijk bovenop de gele houten trans met de wijzerplaat, direct onder de rode, achthoekige koepel. Een prachtig uitzicht over het vlakke land.

© OpenStreetMap-auteurs

Dokkum, het Wad, Pingjum en scheermessen

Dokkum. Bij gratie van Bonifatius laat het Dokkumer museum zien. De stad had vermoedelijk nooit enig bestaansrecht gehad zonder ‘s mans gewelddadige dood. Een zwaard door de Bijbel, dat is hoe Bonifatius herinnerd wordt. Maar goed, dat was op 5 juni 754 na Christus.

Opvallend aantrekkelijk voor het oog, Dokkum, de historische vorm van de stad is bewaard gebleven omdat de stadswallen nooit zijn geslecht. Op een bepaalde manier doet het geheel bijna Delfts aan voor een westerling, vooral door de lage kades bij de grachten en de kleine huisjes. De vergelijking gaat overigens mank als je het formaat van bijvoorbeeld de Waag of de Grote kerk meeneemt: die zijn gewoon klein.

Het Dokkumer museum is werkelijk aardig. Het personeel ook trouwens, maar dat geheel terzijde. De entree is niet groot en in deze ‘coronatijden’ maakt dat je uiteraard moet reserveren voor een bezoek en dat is maar goed ook. Door de eenrichtingsverkeersmaatregelen moesten we eerst een steeg oversteken en werden we via een zijdeur binnengelaten bij de tentoonstelling. Misschien is dat altijd wel zo, maar nu was het onder begeleiding.

Je begint direct met de Bonifatiusgeschiedenis. Die is aardig opgezet met enkele interessante artefacten. De teksten zijn alleen niet helemaal ideaal voor een museum, namelijk lang en niet erg actief (ik ben zelf niet van de school die vindt dat een tekstbordje nooit meer dan 50 woorden mag bevatten, maar dat terzijde). Enig oppoetswerk en misschien iets betere belichting zouden hier wonderen doen. Na een hoorspel in een ruimte met een tiental poppen die al naar gelang hun belang in het verhaal verlicht worden met een spot, komt je nog langs wat samengebracht antiek. Al met al een heel aardig museum dat bij een eerste bezoek aan Dokkum niet mag ontbreken.

Verder erg gaaf kunstwerk ‘De IJsfontijn‘ op de Markt naast de kerk waar net een kermisattractie opgezet werd. Dat laatste gaf nog een wat treurig gevoel…

Wad

Stop twee: kwelders. Winderig en schapen op de weg. Wandeling van 6 kilometer buitendijks en voornamelijk erg groen. Ik denk dat het geheel een stuk spectaculairder is in de lente of de winter. Ook nog een bunker, de Noard-Fryslân Bûtendyks – Uitkijk ‘bunker’, waar je bovenop met behulp van een draaischijf de omgeving kunt verkennen.

Pingjum is voor pizza

Mijn freelancekantoorgenoot schreef ooit dat je voor pizza naar Pingjum moet. Laat dat nou relatief om de hoek van onze camping liggen. De Bob was van tevoren bepaald en verder: smullen maar. Het lokale zeebanket van kokkel en scheermes als voorgerecht was erg fijn. Interessant vond ik vooral dat het ene scheermes lekkerder was dan de andere. Ik ben overigens niet geheel zeker of ik ooit eerder zoveel scheermessen in een keer verorberde, dus dit was sowieso onderdeel van een kennismakingstraject met dit weekdier.

De pizza, tja, prima pizza. Niks mis mee en inderdaad, de dunne bodem doet het goed. Een bord zonder rand was makkelijker geweest om te snijden met zo’n pizzasnijder. Een schaar had ook gekund.

Dit stukje wijkt af van de normale schrijfsels op dit blog, maar reizen kan ook dichterbij, in Nederland. Ook dat verdient af en toe een tekst en een foto.

© OpenStreetMap-auteurs

De ANWB-paddenstoel en een Romaanse kerk

Hij raakt eruit, de ANWB-paddenstoel. Jammer misschien, maar het fietsroutenetwerk met de bolletjes en nummertjes doet tegenwoordig goede zaken. Interessant is dat de typische bewegwijzering ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog toen het binnenlands toerisme snel toenam en de ANWB meer wegwijzers ging plaatsen. Omdat ijzer schaars was, plaatste de wielrijdersbond betonnen paaltjes. Enfin.

Cornjum of Koarnjum ligt, zoals je ziet, niet heel ver van Leeuwarden, maar je bent er wel direct even uit. Het dorpje heeft ook nog een state, de Martenastate. Die ligt er mooi bij. Een neorenaissancebouwwerk uit het begin van de twintigste eeuw, inclusief torentje, omringd door een slotgracht. Lindebomen, beuken, eiken, je kent het wel. En stinzenplanten, dat zijn sierplanten die alleen bij landgoederen en dergelijke te vinden zijn. Of stinsenplanten trouwens.

Een rondje wandelen in de buurt is geen straf en met de af en toe overscherende straaljagers van de nabijgelegen vliegbasis voelt het bijna als thuis onder een aanvliegroute. In een minuut of twintig ben je van Koarnjum naar Jelsum gestiefeld, al dan niet met behulp van het welbekende wandelroutenetwerk of natuurlijk een ANWB-padden(n)stoel. Niet geheel toevallig ligt in Jelsum ook nog een interessante state met museum, de Dekemastate (die helaas op deze 28ste juli gesloten was in verband met het coronavirus).

Een grote groep platanen op het pleintje midden in het dorp Jelsum hangt vol met stalen vogels, een kunstproject. Een steenworp verderop ligt de Sint Genovevakerk op een grotendeels afgegraven terp. In het verleden werd terpaarde duur verkocht aan het westen van het land omdat het goede grond was, na honderden jaren alle huisvuil en andere zooi erover uitgestrooid te hebben.

Romaanse kerk

De Sint Genovevakerk heeft een lange geschiedenis, zoals bijna alles in Friesland. Dat vergeten je wel eens, maar Groningen en Friesland worden al heel erg lang bewoond. De oudste onderdelen van deze kerk stammen dan ook uit de 12de eeuw, iets dat je mooi kunt zien door de Romaanse elementen van tufsteen in de muren, vooral de noordzijde (die niet op een van mijn twee foto’s staat). Toch al ruim na Bonifatius.

Het koor van de kerk is wat nieuwer, uit de 15de eeuw, met Gotische vensters. Helaas was de kerk zelf dicht en moesten zodoende het interieur van de eenbeukige kerk missen. Op de website Alde Fryske Tsjerken staat te lezen dat het geheel wordt overkapt door een laatgotisch houten tongewelf dat allerlei versieringen heeft, iets dat je niet meer vaak tegenkomt.

De omgeving deed mee een beetje denken aan Zuid-Frankrijk, à la campagne met allemaal van die zandstenen grote boerderijen. In plaats van die typisch Franse hoeves hier natuurlijk vol met kop-hals-romp-boerderijen. Het zandsteen is hier baksteen en de vorm is totaal anders, maar ergens was het voor mij een vergelijkbaar gevoel. Een fijn gevoel en een stuk dichter bij huis.

Om het af te sluiten nog een plaatje van de toegangspoort van de Dekemastate met wapen:

Dekemastate in Jelsum, Friesland

Dit stukje wijkt wat af van de normale schrijfsels op dit blog, maar reizen kan ook dichterbij, in Nederland. Ook dat verdient af en toe een tekst en een foto.

Lieve lachgaslurkers

Lieve lachgaslurkers

Met regelmaat ren ik een rondje langs het Nieuwe Meer, mooi hoor. Soms over het asfalt, soms door het bos. En daar lag het weer, aan het eind van het onverharde pad waar een rood-wit paaltje de toegang tot groot verkeer verhindert en al jaren een geel bord staat “Tijdelijk afgesloten vanwege schade aan de natuur en ter voorkoming van verdere schade”. Daar, daar lag weer wat overbleef van de nacht ervoor. Ballonnetjes, leeg frisdrankflesje, leeg Capri Sonne-pakje.

Lachgas ballonetjes park natuur
Lachgasballonnetjes.

Ballonnetjes in vrolijke kleurtjes, prachtig voor feestjes, binnenkort vermoedelijk verboden. Ze lossen namelijk niet op, vergaan niet. Blijven eeuwig rondslingeren. Tenzij iemand ze opruimt. Gelukkig gebeurt dat vaak, maar niemand weet hoeveel van die plastic rommel, soms samen met lachgaspatronen, uiteindelijk rond blijft slingeren.

En dat terwijl de dichtstbijzijnde prullenbak echt niet heel ver weg is.

Nog bonter is het parkeerplaatsje bij Tennispark Jaagpad: de ballonnetjes naast de prullenbak. Nul erin. Nada. Je krijgt een roesje van zo’n ballon, maar dat mikken zo lastig wordt…

De bottom line is gewoon: gooi je zooi weg. Zo lastig is het niet. Het kan niemand iets schelen als je lekker aan je ballon wil hangen. Het drugsinfoteam geeft je keurig informatie hoe en wat.

Gelukkig rijdt er met grote regelmaat een wagen van Pantar rond, die halen je troep weg, als het niet al weggeblazen is door de wind, ergens in het water ligt of op een plek ligt waar ze niet komen. Gek worden ze ervan, zei een van de mannen van zo’n vuilophaalwagen met een GTA V-parodie-t-shirt aan.

Treinfietsen

Treinfietsen

Geen fiets in de trein. Eerst besef je niet dat het normaal is, zoiets waarvan je pas merkt dat het een gemis is als het niet meer mag. De fiets in de trein.

Misschien is juist dit het moment te bedenken wat aan het fiets-in-de-trein-systeem beter kan. Het moment van bezinning nu iedereen het openbaar vervoer links laat liggen.

Een voorstel: kom met een fietswagon. Een fietsenstalling op wielen. Na de spits enkele keren per dag via de lange intercitytrajecten tijdens de zomermaanden, zo tussen begin maart en half november.

Het geeft autolozen de mogelijkheid makkelijker verder met de fiets in eigen land te gaan. Of naar Duitsland waar fietswagons in bepaalde gebieden al lang standaard zijn. Vroeger zag je ze ook in de intercity naar Berlijn, geen HSL trouwens, gewoon die boemel. Of België, daar zijn ze ook.

Geef autobezitters de mogelijkheid hun rubber te verwisselen voor staal, de ijzeren weg van het ruimtetechnisch efficiëntere OV.

Critici zullen zeggen dat er een prachtig OV-fietsennetwerk is, dat je je eigen fiets niet nodig hebt. Dat is ook zo! De OV-fiets is ideaal in veel gevallen, voor dat korte, kleine stukje in de stad van een kilometer of wat. Ook is ie nog eens bijna de helft goedkoper dan een fietskaartje voor de fiets-in-de-trein. Maar voor de fietsvakantieganger, fietstoerist, vermoeide toerfietser, door slecht weer overvallen fietser-net-te-ver-van-huis en wat nog meer, is de OV-fiets niet toereikend.

Of gewoon voor de niet-tegenwindfietser, de fietser die het “wind-mee systeem” (sic) gebruikt, beschreven door Bob den Uyl in zijn handleiding voor de rusteloze zwerver ‘Wat fietst daar?

Wat fietst daar? Bob den Uyl, eerste druk, 1970

Met tegenwind fietsen doet volgens Den Uyl zoveel af aan het genot van de toerfietser dat het beter is zo lang mogelijk met de wind mee te fietsen, om dan de trein terug te nemen. De ‘handleiding’ staat overigens vol met meer interessante observaties over ons Nederlandse fietsgedrag, zoals dat we zweren bij een zware gietijzeren fiets in plaats van een lichte toervariant, alsof de Nederlander nog niet doorheeft dat er inmiddels ook lichtere materialen bestaan.

Den Uyl heeft wel een bijzondere hoop, in een tijd waarin het fietsen juist sterk afnam door autobezit, dat voor zijn eigen fietsgenot de rest van de mensen in de auto blijft zitten, anders wordt het te druk op ‘s lands wegen.