RSS-icoon

Podcasts en streaming money

Of hoe podcasts het Lightning Network kunnen gebruiken voor streaming inkomsten

Rond podcasts is een ware strijd losgebarsten: wie gaat het platform leveren dat iedereen gebruikt? Wordt dat Spotify? Amazon? Google? Apple? Iets anders? Dit soort platformen betekenen weer het in silo’s stoppen van informatie en entertainment op internet. Weer achter muren waar je voor moet betalen of zelf door advertentietargeting het product wordt. Is het mogelijk om podcasts als open en vrij medium te laten bestaan? Het lijkt er wel op met de komst van streaming money of streaming geld.

Bitcoin, inmiddels is het zo’n negen jaar geleden dat ik het woord voor het eerst tegenkwam. En het zou nog jaren duren voor ik er een snars van begreep. Dat is ook niet vreemd, want je moet immers op een andere manier leren denken, namelijk decentraal. Lastig, zeker voor mensen die zijn opgegroeid met diskettes. Daarnaast moet je bepaalde aannames over geld bijstellen.

Al die zaken leren, begrijpen en toepassen, dat doe je niet over een nacht ijs. Pas na de eerste grote crash van bitcoin in 2014 die ik bewust meemaakte, ging ik me langzaamaan inlezen en echt interesseren in dit ding dat me eerder Monopolygeld leek. Bij de crash ging bitcoin van zo’n 1000 euro in korte tijd naar 180 euro per bitcoin.

Ergens in de jaren die volgenden kwam ik in aanraking met het begrip ‘streaming money’, voor mij geïntroduceerd door Andreas Antonopoulos. Streaming is als begrip onlosmakelijk verbonden met internet. Niemand sprak daarvoor over het streamen van je tv- of radioprogramma’s. Dat streaming money of streaming geld was tot nu toe vooral een interessant gedachte-experiment dat nog niet praktisch toepasbaar leek. Je voelt het al: daar zou zomaar eens verandering in kunnen komen door de manier waarop podcasts aangeboden worden, maar daarover later meer.

Programmeerbaar geld

Met bitcoin zelf is het lastig dit begrip streaming geld uit te werken, maar bitcoin is wel programmeerbaar geld. Als je het idee geld even loslaat, is bitcoin vooral iets om transacties mee uit te voeren en er zeker van te zijn dat ze uitgevoerd worden. Hier kun je ook bepaalde voorwaarden aan verbinden, zoals dat je twee mensen nodig hebt om een transactie te ondertekenen omdat die anders niet geldig is. Dat kan met ‘normaal’ geld niet. bitcoin is dan ook programmeerbaar geld.

Programmeerbaar geld, laat even je fantasie gaan en ineens kan er veel meer dan je ooit voor mogelijk hield, alleen het uitvoeren ervan is lastig. De blockchain van bitcoin is immers traag en relatief duur. Andere type blockchains zijn misschien sneller, maar minder veilig en sowieso minder toegankelijk op dit moment. Gelukkig kun je letterlijk bovenop de bitcoin-blockchain bouwen.

Zo bouwde een groep het zogenaamde Lightning-netwerk of LN. Dat netwerk is iets minder veilig dan dat van bitcoin, maar je wisselt er wel bitcoins uit. Of eigenlijk: heel kleine beetjes voor superlage bedragen. Je kunt bijvoorbeeld één satoshi, het kleinste stukje bitcoin, versturen voor minder dan een satoshi. Op dit moment is een satoshi bijna niks waard. 10.000 satoshi’s staan ongeveer gelijk aan 1 euro. Nou, voordat 1 sat(oshi) 1 euro waard is, moet 1 bitcoin 100 miljoen euro waard zijn. Dat duurt nog wel even. Of nooit.

Die tweede laag, dat Lightning-netwerk, is dus supersnel en heel goedkoop. Je voelt het al aan: dan zou je zomaar eens iets kunnen gaan doen met streaming geld. Alleen wat leent zich nou voor dat streaming-geldidee?

Podcastpionier Adam Curry

Er zijn heel wat diensten die streaming aangeboden worden en waar je streaming money voor zou kunnen ontvangen, alleen het bouwen ervan is nu nog best lastig. Tot @Kaaskoekje, de maker van de podcast Beginnen met Bitcoin op een podcast van podcastpionier Adam Curry wees: streaming, per minuut microdonaties doen via LN. Niet achter een paywall, niet verplicht, maar voor zij die dat willen. En wat is 100 satoshi’s per minuut nou? 60 x 100 = 6000. 6000 satoshi’s is 60 cent! Voel je niks van, maar het kan misschien wel op den duur de kosten van een server op jaarbasis bekostigen, of misschien zelfs een podcasthost een redelijk inkomen verschaffen. Curry heeft ook een demo in elkaar gedraaid, heel interessant allemaal. Wow.

Dat wil je. Je luistert een podcast en vanuit je Lightning-wallet wordt automatisch steeds een ietstiepietsie bitcoin in de vorm van satoshi’s of sats naar de podkastmaker verstuurd.

Het overbekende RSS-logo

Dit kan vrij makkelijk met podcasts omdat die aangeboden worden met behulp van RSS-feeds, of real simple syndication. Zo’n feed is in feite een klein tekstbestandje met informatie over de titel, inhoud, waar de podcast wordt gehost en dat soort zaken. Daar kun je heel makkelijk iets aan toevoegen met betaalinformatie via het Lightning Network.

De technische details kun je horen bij de Nederlandstalige podcast Beginnen met Bitcoin of bij Adam Curry’s podcast Podcasting 2.0. Curry maakte ook een pamflet (pdf) met uitleg over het systeem dat inmiddels ook al achter de schermen getest wordt.

Het grote geld

Waarom is dit belangrijk? Omdat steeds meer podcasts bij grote bedrijven ondergebracht worden, wat kan leiden tot grote belangen, en niet die van de podcastmaker. Voor verdere details, lees dit uistekende artikel ‘Big tech comes for podcasts‘ bij Washington Monthly over wat ooit bij de grote filmstudio’s gebeurde en nu ook het podcastlandschap kan gaan slopen.

Het te gelde maken van podcasts is lastig, juist omdat het op zo’n superbanale manier werkt met zo’n rss-feed. Het is ook niet zo gek dat veel podcasts veredeld worden met een camerabeeld om zo via YouTube nog wat advertentiedubbeltjes binnen te schrapen. Of via donatiediensten als Vriend van de Show of via advertenties in de podcast zelf. Die donatiediensten zijn op zich niet onaardig, maar ze vragen wel weer om gegevens, creditcardnummers, iDeal-transacties, etc. Vrijblijvend voelt en is het niet.

Een laatste interessant voordeel dat voor interessante inzichten kan zorgen is met het LN-systeem: stel, je hebt zo’n per-minuut-10-satoshi’s-systeem. En je krijgt bij een uur durende podcast gemiddeld 350 sats binnen. Dan betekent dit dat mensen blijkbaar niet langer dan 35 minuten luisteren. Je hebt op die manier zonder persoonsgegevens te scrapen of cookies te ontvangen toch interessante informatie binnengehaald.*

Als iedereen dus een heel klein beetje doneert, zonder dat het verplicht is of voor betaalmuren zorgt, dan is het op z’n minst een leuk extraatje voor bijvoorbeeld het bekostigen van de streaming-server of misschien voor een enkeling genoeg om van te leven.

Zo blijft podcasting een vrij en open ecosysteem zonder generieke eisen van bepaalde platforms. Curry was de eerste podcaster, wordt hij dan een kleine twintig jaar later ook de eerste die een serieus werkbaar initiatief rond streaming money neerzet?

De code

Inmiddels heeft de eerder genoemde @Kaaskoekje het zelf al werkend op zijn rss-feed van zijn Beginnen-met-Bitcoin-podcast. De code is uitermate simpel, je moet alleen (nog) wel zelf over een zogenaamde Lightning node beschikken. Die zijn ook niet zo moeilijk aan te zwengelen, maar dat maakt het nog wel buiten bereik van de gemiddelde gebruiker. Lightning wallets zelf zijn inmiddels echt supersimpel, zeker wallets die alles voor je regelen, zoals Wallet of Satoshi.

Beginnen met Bitcoin heeft zelfs al betalingen ontvangen van een, vooralsnog onbekende, tester die blijkbaar aan het testen is met een podcastspeler die dit soort betalingen uit kan voeren. Het blijft gewoon supertof hoe zoiets ‘kleins’ zo snel opgepakt kan worden door de community.

Voorbeeldje van de code in een .rss-bestandje:

<podcast:value type="lightning" method="keysend" suggested="0.00000015000"> 
<podcast:valueRecipient name="podcaster" type="node" address="lightning node adres" split="100" />
</podcast:value>

In het eerste deel van de code, maar voor het eerste <item>:

<rss> 
   <channel> 
     <title> (etc) 
     <podcast:value (...) (etc) 
     </podcast:value> 
     <item> (etc) 
     </item> 
   </channel> 
</rss>

* Bitcoins zijn niet anoniem, maar pseudoniem. Betalingen via LN zijn daarentegen wel praktisch anoniem. Het is overigens wel af te raden grote bedragen via LN te doen. Zie het als een portemonnee met cash: de meesten nemen ook niet even 1000 euro mee.

“Als iets geen gereedschap is, dan vraagt het iets van je…”

“Als iets geen gereedschap is, dan vraagt het iets van je…”

‘The Social Dilemma’ verscheen vanavond op mijn computerscherm via Netflix. Technisch gezien vertelt de docu-film weinig nieuws aan iemand die al lange tijd bezig is met het in de gaten houden van hoe het internet ons gebruikt, maar zeker niet onaardig. Eén zin schreef ik op: “If something is not a tool, it demands things from you. It wants things from you.” In mijn herinnering zei Jaron Lanier dit, maar het kan ook Tristan Harris geweest zijn. De eerste is een techfilosoof waar ik enkele boeken van las, de tweede is een dissident van Google.

Een van de belangrijke redenen om gereedschappen te wantrouwen die iets van de gebruiker willen, is dat ze de mogelijkheid hebben je iets te laten doen wat je niet wil, waar je niet om gevraagd hebt. Nu vraag ik me een beetje af of dit alleen opgaat voor ‘gratis’ beschikbaar gestelde gereedschappen omdat het logisch lijkt dat als je ergens voor betaalt, dat dit soort gereedschappen dit soort gedrag niet vertonen, maar zeker ben ik daar niet van. Aan de achterkant zitten toch vaak dezelfde algoritmen, niet in de laatste plaats omdat er overal wat te leren valt voor de achterliggende kunstmatige intelligentie.

Enfin, begin dit jaar bedacht ik de wereld te gaan bestormen met verhalen over mobiliteit in de stad en wat daar ook al niet uit zou voortvloeien. Verder dan één artikel kwam het vooralsnog niet. Dat had misschien te maken met het wegvallen van fysieke mobiliteit, maar goed. Daar is al voldoende over gezegd en geschreven.

Een van de gereedschappen die ik zocht, was een manier om alle informatie te bundelen op een logische plek. Eigenlijk gewoon een soort van literatuurdatabase-plus. Dan ga je zoeken en kom je allerlei interessante opties tegen op internet. Gratis, betaald. Van alles. Daar schreef ik al eerder een blogje over. Van alles bekeek ik en vrijwel alles kon me niet bekoren. Prachtig zagen sommige dingen eruit, maar hoe werkt het dan? Zeker bij dingen die complex kunnen worden, wil ik graag het overzicht kúnnen bewaren als ik het wil. Op mijn ondoorgrondelijk menselijke manier die misschien net iets afwijkt van de algoritmebouwers van al die online apps. Uiteindelijk werd het overigens Zotero. Ziet er archaïsch uit en is uiteindelijk gewoon een database.

Vandaag daagde het me dus door The Social Dilemma dat bij all die apps, hoe goed bedoeld ook, jij in de meeste gevallen de tool bent. Jij of u bent het gereedschap waarmee de applicatie leert en evolueert en zo hopelijk zorgt voor een zogenaamde unicorn-status waarmee de bouwers kunnen cashen. Oh nee, dat is nooit de bedoeling natuurlijk. Tot er een miljard of meer tegenover staat.

Buiten kijf staat natuurlijk dat mensen wel íets van geld moeten verdienen, we leven immers nog niet in een Star Trek-achtige samenleving. Alleen klopt het niet helemaal als een heel kleine groep heel veel geld kan verdienen door ons met hun gereedschappen te bewerken.

Mensen gaan niet stoppen met sociale media. Dat hoeft ook niet. Ze worden al sinds het begin van internet gebruikt, denk aan dingen als e-mail, nieuwsgroepen en IRC, die kun je ook tot de socials rekenen. Ze zorgen voor contact tussen twee of meer mensen. E-mail is gewoon een protocol, IRC is een protocol. Het voordeel van protocollen is dat iedereen er zelf op in kan prikken, met het zelf gekozen medium en je toch kunt blijven praten met elkaar. Alsof je met je eigen geprogrammeerde systeempje op Facebook in kunt prikken en contact kunt hebben met mensen via dat systeem. Dan zou Facebook een protocollaag op internet zijn. Maar dat werkt nu niet zo, want dan kan iedereen zelf bepalen wat wel of niet meegenomen wordt in de communicatie. Dag verdienmodel.

Een ander interessant aspect dat de docu aangestipte: hoe zou Wikipedia er uitzien als iedereen zijn eigen Wikipedia voorgeschoteld krijgt, net zoals nu gebeurt met onze Google-zoekopdrachten of Facebooknieuwsstromen. Dan kunnen zomaar ineens gebeurtenissen wel of niet gebeurd zijn, afhankelijk van de politieke kleur of andere voorkeuren van de gebruiker. Stel je voor, de Stelling van Pythagoras zomaar weg. Of aangepast aan jouw wensen. A³=b⁶+C⁹ of zo. Dan krijg je mooie berekeningen.

Al met al een pleidooi voor het meer in de hand houden van je ‘eigen’ internet. Het internet heeft immers veel voordelen, maar weet ook de nadelen het hoofd te bieden.

© OpenStreetMap-auteurs

Nul-punt-nul en Disneyficatie

‘Een Wieckse Witte nul-punt-nul dus.’
‘Ja, een alcoholvrij witbier’, zeg ik.
‘Dat is dus Wieckse Witte nul-punt-nul’, herhaalt de serveerster.

Alle alcoholvrije bieren op de kaart van dit Oostmahornse etablissement aan het Lauwersmeer zijn direct of indirect van ‘s lands grootste brouwer en blijkbaar is het woord ‘alcoholvrij’ in de ban gedaan. Nul-punt-nul zult u zeggen. Oké, dat is goed. Het is te warm om me hier op de een na laatste dag van juli 2020 op dat moment nog druk om te maken. Er zijn dan ook grotere zaken om te bespreken dan een lauwe nul-punt-nul-kwestie, zoals de verdisneyficatie van de buurt.

Vakantieparkenboer Landal heeft namelijk een volledig nep-oud kustplaatsje met de naam Esonstad uit de grond gestampt aan dit stukje Nationaal Park Lauwersmeer. Hier kan de mens zich wanen in iets echts-dat-nooit-was. De Disneyficatie van de samenleving die overal in elk gebied net iets anders vorm krijgt.

Vuurtoren Oostmahorn

Misschien was het oude vuurtorentje waar je naartoe kunt stiefelen wel het fijnst. Of zoals het er vroeger bijlag.

Rond het Lauwersmeer is meer te beleven dan semi-pretparken. Een geocachewandeling door een in de jaren 70 van de twintigste eeuw aangeplant bos bijvoorbeeld, het Zuidwalbos. Dit bos moest als proeftuin dienen voor het nog in te polderen noordoostelijke deel van de Waddenzee. Klinkt nu bizar, maar ooit een serieus plan.

Het gebied bevindt zich tussen de Strandweg en de N361, waar blijkbaar ook orchideeënroutes zijn, althans daar waren mensen naar opzoek.

Naast het hoofdpad zijn verschillende kunstobjecten te vinden, zoals foto’s geprint op dibond en betonnen sculpturen die samen een soort architectonische puzzel vormen als losse onderdelen die door het landschap zijn uitgestrooid.

Een stukje verder, nadat je dorpjes als Kruisweg, Kloosterburen, Kleine Huisjes en Pieterburen bent gepasseerd, kom je bij Hornhuizen. Daar staat een kerk waarvan je de toren kunt bezoeken door gewoon de deur open te duwen en de smalle trap naar boven te nemen. In de toren kom je langs het uurwerk, de klok en uiteindelijk bovenop de gele houten trans met de wijzerplaat, direct onder de rode, achthoekige koepel. Een prachtig uitzicht over het vlakke land.

© OpenStreetMap-auteurs

Dokkum, het Wad, Pingjum en scheermessen

Dokkum. Bij gratie van Bonifatius laat het Dokkumer museum zien. De stad had vermoedelijk nooit enig bestaansrecht gehad zonder ‘s mans gewelddadige dood. Een zwaard door de Bijbel, dat is hoe Bonifatius herinnerd wordt. Maar goed, dat was op 5 juni 754 na Christus.

Opvallend aantrekkelijk voor het oog, Dokkum, de historische vorm van de stad is bewaard gebleven omdat de stadswallen nooit zijn geslecht. Op een bepaalde manier doet het geheel bijna Delfts aan voor een westerling, vooral door de lage kades bij de grachten en de kleine huisjes. De vergelijking gaat overigens mank als je het formaat van bijvoorbeeld de Waag of de Grote kerk meeneemt: die zijn gewoon klein.

Het Dokkumer museum is werkelijk aardig. Het personeel ook trouwens, maar dat geheel terzijde. De entree is niet groot en in deze ‘coronatijden’ maakt dat je uiteraard moet reserveren voor een bezoek en dat is maar goed ook. Door de eenrichtingsverkeersmaatregelen moesten we eerst een steeg oversteken en werden we via een zijdeur binnengelaten bij de tentoonstelling. Misschien is dat altijd wel zo, maar nu was het onder begeleiding.

Je begint direct met de Bonifatiusgeschiedenis. Die is aardig opgezet met enkele interessante artefacten. De teksten zijn alleen niet helemaal ideaal voor een museum, namelijk lang en niet erg actief (ik ben zelf niet van de school die vindt dat een tekstbordje nooit meer dan 50 woorden mag bevatten, maar dat terzijde). Enig oppoetswerk en misschien iets betere belichting zouden hier wonderen doen. Na een hoorspel in een ruimte met een tiental poppen die al naar gelang hun belang in het verhaal verlicht worden met een spot, komt je nog langs wat samengebracht antiek. Al met al een heel aardig museum dat bij een eerste bezoek aan Dokkum niet mag ontbreken.

Verder erg gaaf kunstwerk ‘De IJsfontijn‘ op de Markt naast de kerk waar net een kermisattractie opgezet werd. Dat laatste gaf nog een wat treurig gevoel…

Wad

Stop twee: kwelders. Winderig en schapen op de weg. Wandeling van 6 kilometer buitendijks en voornamelijk erg groen. Ik denk dat het geheel een stuk spectaculairder is in de lente of de winter. Ook nog een bunker, de Noard-Fryslân Bûtendyks – Uitkijk ‘bunker’, waar je bovenop met behulp van een draaischijf de omgeving kunt verkennen.

Pingjum is voor pizza

Mijn freelancekantoorgenoot schreef ooit dat je voor pizza naar Pingjum moet. Laat dat nou relatief om de hoek van onze camping liggen. De Bob was van tevoren bepaald en verder: smullen maar. Het lokale zeebanket van kokkel en scheermes als voorgerecht was erg fijn. Interessant vond ik vooral dat het ene scheermes lekkerder was dan de andere. Ik ben overigens niet geheel zeker of ik ooit eerder zoveel scheermessen in een keer verorberde, dus dit was sowieso onderdeel van een kennismakingstraject met dit weekdier.

De pizza, tja, prima pizza. Niks mis mee en inderdaad, de dunne bodem doet het goed. Een bord zonder rand was makkelijker geweest om te snijden met zo’n pizzasnijder. Een schaar had ook gekund.

Dit stukje wijkt af van de normale schrijfsels op dit blog, maar reizen kan ook dichterbij, in Nederland. Ook dat verdient af en toe een tekst en een foto.

© OpenStreetMap-auteurs

De ANWB-paddenstoel en een Romaanse kerk

Hij raakt eruit, de ANWB-paddenstoel. Jammer misschien, maar het fietsroutenetwerk met de bolletjes en nummertjes doet tegenwoordig goede zaken. Interessant is dat de typische bewegwijzering ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog toen het binnenlands toerisme snel toenam en de ANWB meer wegwijzers ging plaatsen. Omdat ijzer schaars was, plaatste de wielrijdersbond betonnen paaltjes. Enfin.

Cornjum of Koarnjum ligt, zoals je ziet, niet heel ver van Leeuwarden, maar je bent er wel direct even uit. Het dorpje heeft ook nog een state, de Martenastate. Die ligt er mooi bij. Een neorenaissancebouwwerk uit het begin van de twintigste eeuw, inclusief torentje, omringd door een slotgracht. Lindebomen, beuken, eiken, je kent het wel. En stinzenplanten, dat zijn sierplanten die alleen bij landgoederen en dergelijke te vinden zijn. Of stinsenplanten trouwens.

Een rondje wandelen in de buurt is geen straf en met de af en toe overscherende straaljagers van de nabijgelegen vliegbasis voelt het bijna als thuis onder een aanvliegroute. In een minuut of twintig ben je van Koarnjum naar Jelsum gestiefeld, al dan niet met behulp van het welbekende wandelroutenetwerk of natuurlijk een ANWB-padden(n)stoel. Niet geheel toevallig ligt in Jelsum ook nog een interessante state met museum, de Dekemastate (die helaas op deze 28ste juli gesloten was in verband met het coronavirus).

Een grote groep platanen op het pleintje midden in het dorp Jelsum hangt vol met stalen vogels, een kunstproject. Een steenworp verderop ligt de Sint Genovevakerk op een grotendeels afgegraven terp. In het verleden werd terpaarde duur verkocht aan het westen van het land omdat het goede grond was, na honderden jaren alle huisvuil en andere zooi erover uitgestrooid te hebben.

Romaanse kerk

De Sint Genovevakerk heeft een lange geschiedenis, zoals bijna alles in Friesland. Dat vergeten je wel eens, maar Groningen en Friesland worden al heel erg lang bewoond. De oudste onderdelen van deze kerk stammen dan ook uit de 12de eeuw, iets dat je mooi kunt zien door de Romaanse elementen van tufsteen in de muren, vooral de noordzijde (die niet op een van mijn twee foto’s staat). Toch al ruim na Bonifatius.

Het koor van de kerk is wat nieuwer, uit de 15de eeuw, met Gotische vensters. Helaas was de kerk zelf dicht en moesten zodoende het interieur van de eenbeukige kerk missen. Op de website Alde Fryske Tsjerken staat te lezen dat het geheel wordt overkapt door een laatgotisch houten tongewelf dat allerlei versieringen heeft, iets dat je niet meer vaak tegenkomt.

De omgeving deed mee een beetje denken aan Zuid-Frankrijk, à la campagne met allemaal van die zandstenen grote boerderijen. In plaats van die typisch Franse hoeves hier natuurlijk vol met kop-hals-romp-boerderijen. Het zandsteen is hier baksteen en de vorm is totaal anders, maar ergens was het voor mij een vergelijkbaar gevoel. Een fijn gevoel en een stuk dichter bij huis.

Om het af te sluiten nog een plaatje van de toegangspoort van de Dekemastate met wapen:

Dekemastate in Jelsum, Friesland

Dit stukje wijkt wat af van de normale schrijfsels op dit blog, maar reizen kan ook dichterbij, in Nederland. Ook dat verdient af en toe een tekst en een foto.

Lieve lachgaslurkers

Lieve lachgaslurkers

Met regelmaat ren ik een rondje langs het Nieuwe Meer, mooi hoor. Soms over het asfalt, soms door het bos. En daar lag het weer, aan het eind van het onverharde pad waar een rood-wit paaltje de toegang tot groot verkeer verhindert en al jaren een geel bord staat “Tijdelijk afgesloten vanwege schade aan de natuur en ter voorkoming van verdere schade”. Daar, daar lag weer wat overbleef van de nacht ervoor. Ballonnetjes, leeg frisdrankflesje, leeg Capri Sonne-pakje.

Lachgas ballonetjes park natuur
Lachgasballonnetjes.

Ballonnetjes in vrolijke kleurtjes, prachtig voor feestjes, binnenkort vermoedelijk verboden. Ze lossen namelijk niet op, vergaan niet. Blijven eeuwig rondslingeren. Tenzij iemand ze opruimt. Gelukkig gebeurt dat vaak, maar niemand weet hoeveel van die plastic rommel, soms samen met lachgaspatronen, uiteindelijk rond blijft slingeren.

En dat terwijl de dichtstbijzijnde prullenbak echt niet heel ver weg is.

Nog bonter is het parkeerplaatsje bij Tennispark Jaagpad: de ballonnetjes naast de prullenbak. Nul erin. Nada. Je krijgt een roesje van zo’n ballon, maar dat mikken zo lastig wordt…

De bottom line is gewoon: gooi je zooi weg. Zo lastig is het niet. Het kan niemand iets schelen als je lekker aan je ballon wil hangen. Het drugsinfoteam geeft je keurig informatie hoe en wat.

Gelukkig rijdt er met grote regelmaat een wagen van Pantar rond, die halen je troep weg, als het niet al weggeblazen is door de wind, ergens in het water ligt of op een plek ligt waar ze niet komen. Gek worden ze ervan, zei een van de mannen van zo’n vuilophaalwagen met een GTA V-parodie-t-shirt aan.

Treinfietsen

Treinfietsen

Geen fiets in de trein. Eerst besef je niet dat het normaal is, zoiets waarvan je pas merkt dat het een gemis is als het niet meer mag. De fiets in de trein.

Misschien is juist dit het moment te bedenken wat aan het fiets-in-de-trein-systeem beter kan. Het moment van bezinning nu iedereen het openbaar vervoer links laat liggen.

Een voorstel: kom met een fietswagon. Een fietsenstalling op wielen. Na de spits enkele keren per dag via de lange intercitytrajecten tijdens de zomermaanden, zo tussen begin maart en half november.

Het geeft autolozen de mogelijkheid makkelijker verder met de fiets in eigen land te gaan. Of naar Duitsland waar fietswagons in bepaalde gebieden al lang standaard zijn. Vroeger zag je ze ook in de intercity naar Berlijn, geen HSL trouwens, gewoon die boemel. Of België, daar zijn ze ook.

Geef autobezitters de mogelijkheid hun rubber te verwisselen voor staal, de ijzeren weg van het ruimtetechnisch efficiëntere OV.

Critici zullen zeggen dat er een prachtig OV-fietsennetwerk is, dat je je eigen fiets niet nodig hebt. Dat is ook zo! De OV-fiets is ideaal in veel gevallen, voor dat korte, kleine stukje in de stad van een kilometer of wat. Ook is ie nog eens bijna de helft goedkoper dan een fietskaartje voor de fiets-in-de-trein. Maar voor de fietsvakantieganger, fietstoerist, vermoeide toerfietser, door slecht weer overvallen fietser-net-te-ver-van-huis en wat nog meer, is de OV-fiets niet toereikend.

Of gewoon voor de niet-tegenwindfietser, de fietser die het “wind-mee systeem” (sic) gebruikt, beschreven door Bob den Uyl in zijn handleiding voor de rusteloze zwerver ‘Wat fietst daar?

Wat fietst daar? Bob den Uyl, eerste druk, 1970

Met tegenwind fietsen doet volgens Den Uyl zoveel af aan het genot van de toerfietser dat het beter is zo lang mogelijk met de wind mee te fietsen, om dan de trein terug te nemen. De ‘handleiding’ staat overigens vol met meer interessante observaties over ons Nederlandse fietsgedrag, zoals dat we zweren bij een zware gietijzeren fiets in plaats van een lichte toervariant, alsof de Nederlander nog niet doorheeft dat er inmiddels ook lichtere materialen bestaan.

Den Uyl heeft wel een bijzondere hoop, in een tijd waarin het fietsen juist sterk afnam door autobezit, dat voor zijn eigen fietsgenot de rest van de mensen in de auto blijft zitten, anders wordt het te druk op ‘s lands wegen.

Het Medusa-hoofd van Gian Lorenzo Bernini (rond 1640), in bruikleen van de Musei Capitolini.

Rijksmuseum na lockdown

Tussen 10:00 en 10:15 konden we het Rijksmuseum betreden. Binnengaan, een voor een, op anderhalve meter afstand. “Hoe voelt u zich vandaag?” vraagt een jonge suppoost. Goed. Prima, niks aan de hand. Treed binnen. Scan je eigen tijdslotkaartje en museumjaarkaart in een apparaat waarin een geprint kaartje eigenlijk niet goed past.

‘s Lands schatkamer van voorbije eeuwen is weer open voor publiek, 2 juni 2020 weer voor het eerst. De tentoonstelling ‘Caravaggio – Bernini, Barok in Rome’ is er nog. Ik wilde er eigenlijk de laatste dag voor de lockdown naartoe, maar besloot niet te gaan omdat ik me niet prettig voelde bij het idee met honderden mensen opgehokt te staan in een tentoonstellingszaal. Grappig dat ik nu een van de eersten ben die weer mag genieten van al dat moois.

Rijksmuseum vlak na 'intelligente lockdown' in Nederland
Rijksmuseum vlak na ‘intelligente lockdown’ in Nederland, foto 31 maart 2020

Ondanks dat we een vroeg tijdslot hebben, staat er toch een rij bij de entree van de tentoonstelling zelf. Een andere suppoost zei al: kijk anders eerst even in de eregalerij! Maar nee, dat is te min hè, dat is voor toeristen. Dus een half uur wachten, want dat is waar we voor kwamen; het beroemde licht van de agressieve Italiaan, het gehak in marmer van de lieveling van meerdere Pausen, hun tijdgenoten en volgelingen.

Onwennig, minstens twee meter afstand houdend staan we in een op het eerste gezicht nog korte rij. Dat bleek bedrog, want voordat je bij de Philipsvleugel bént, ben je nog zeker vijftig meter onderweg.

Het wachten gaf de mogelijkheid eens heel goed naar alles te kijken. Wat voor wandcontactdozen het Rijks nu eigenlijk heeft, maar ook naar de normaal onopvallende ornamentjes tot voor het eerst eens goed bekijken wat voor Renaissancemuur in de Philipsvleugel staat. Of het bestuderen van de houten trap naar de eerste verdieping, het kunstwerk Shylight van Studio Drift, het porselein in de vitrines en uiteindelijk de tentoonstelling zelf.

Velen luchtig gekleed en toch ‘een bepaald type’ dat daar rondstruinde. In doodse stilte bewoog iedereen zich om elkaar heen in een wonderlijke en krampachtig aandoende dans. Toch ben ik er zeker van dat ik anders nooit de kop van Medusa van Bernini zo uitvoerig en langdurig had bestudeerd als nu. En inderdaad, een magistraal beeld dat weergeeft het moment waarop Medusa van mooie blonde vrouw verandert in een monster met slangenhaar.

De tentoonstelling zelf staat vol met extreem uitgewerkte borst- en andere beelden, prachtige barokke schilderijen en veel meer, maar dit is geen recensie van de tentoonstelling, dit is kijken naar de mensen. De werknemers van het Rijks. Allemaal blij, bijna verlicht.

‘Een vat van vluchtende zielen’, Tu Wei-cheng

Zo sprak ik kort met twee medewerkers van de Caravaggio – Bernini-shop en het geluk straalde er vanaf. Gewoon weer bezig zijn met bezoekers, mensen die nog niet helemaal weten hoe ze nou elkaar moeten ontwijken, Hoe lang ze naar een kunstwerk kunnen kijken zonder dat té lang te doen. En gewoon weer een gesprek met andere mensen. Andere individuen.

Nog even via de Waller-collectie gegaan met prachtige prenten (veel meer tijd voor nemen, komt binnenkort), nog een vluchtige blik in het Aziatisch Paviljoen waar ook nieuwe werken te zien zijn, zoals ‘Een vat van vluchtende zielen’ van de Taiwanese kunstenaar Tu Wei-cheng en het begin van fotografie in Indonesië.

En dan, dan naar de eregalerij. Die plek waar je normaal niet komt. Te snobistisch? Te veel toeristen? Nou, nu niet. Praktisch geen ziel te bekennen, behalve de suppoosten en de onderzoekers aan de Nachtwacht in hun glazen kooi, of eigenlijk ‘Operatie Nachtwacht‘.

Voor het eerst kun je zonder mensen die kleine Vermeers op centimeters afstand bekijken. En de Van Steens, die moet je sowieso centimeter voor centimeter langsgaan om alles te zien.

‘t Voelde als een incourante maandagochtend, maar dan de hele dag. Een vreemde gewaarwording, maar een dikke aanrader aan eenieder die nu tijd wil maken om eens de werken te bekijken waar je normaal misschien van denkt: ja, die kennen we wel. Maar ken je ze wel in het echt?

ps, dit geldt natuurlijk voor alle musea in het land die open zijn, pak dat momentje!

Bomen in Amsterdam

Bomen in Amsterdam

Een van de leukere ontdekkingen die ik de afgelopen tijd deed, was de online kaartfunctie van de gemeente Amsterdam. En nee, ‘s lands hoofdstad is niet de enige met zo’n systeem, maar ik woon er nou eenmaal.

Van al die verschillende interessantere kaarten is de bomenkaart op dit moment voor mij het interessantst, ik wandel immers heel wat af. Praktisch elke boom op gemeentegrond is opgetekend in dit systeem met Nederlandse boomnaam, boomnummer, soortnaam, boomtype, boomhoogte, plantjaar, eigenaar en beheerder.

De kaart is te vinden op maps.amsterdam.nl/bomen en zo leer je al snel dat er niet een soort iep in de stad staat, maar heel wat verschillende soorten. In de buurt van mijn kantoor aan de Wibaustraat vinden we al de gewone iep, Hollandse iep, veldiep en Huntindon-iep. Maar ook de gewone plataan, kersen, zomereiken, dubbelbloemige paardenkastanjes, lijsterbessen, Canadese populieren, gewone esdoorns, valse acacia’s. Nou ja, ga zo maar door.

De oude begraafplaats Huis te Vraag vlakbij de Schinkel blijkt ook een verzamelplaats van meer dan overgroeide grafstenen. De vele verschillende kleuren stippen laten al duidelijk zien dat de verscheidenheid aan begroeiing groot is. Niet alleen dubbelbloemige paardenkastanjes, maar ook een witte paardenkastanje, ruwe, papier-, en zachte berk (ik had geen idee van het verschil), taxus’, beuken bruin en groen, lindes. Veel.

Locatie Huis te Vraag, bron: maps.amsterdam.nl

De gemeente heeft uiteraard ook een eigen verhaal. 270.000 bomen staan geregistreerd dus lang niet alles. Het Amsterdamse Bos staat in de Gemeente Amstelveen, dus daar zijn niet alle 150.000 bomen geregistreerd, al zijn de bomen wel weer van Amsterdam. In totaal schat de gemeente dat er één boom per inwoner is.

Rondstruinen met die kaartfunctie op je mobiel maakt ook je directe leefomgeving weer een stukje interessanter. :)

Wibautpark, links dubbelbloemige paardenkastantje, midden is onbekend en rechts een zomereik
STACK and file managers

STACK and file managers

Some time ago I moved from Dropbox to STACK, a file hosting service from Dutch hosting provider TransIP. For a long time I used the two services side by side, meaning to leave Dropbox at a certain point. But before I really took the step, a few years passed because re-syncing half a terabyte takes quite some effort. Eventually Dropbox made it easy a few years ago when it stopped supporting encrypted ext4 filesystems (which it supports again, but that was too late).

I’ve got to admit some collaboration options are not ideal on STACK. You can’t easily share a directory with someone else and collaborate in that directory. Others would have to download and upload files via a web browser to alter files. It works, but it is not ideal. Many request this as an option, and apparently it is native to OwnCloud, on which STACK is based.

On the other hand it supports WebDAV and sftp which gives it a wide range of possibilities. And 2FA, of course. So overall I’m pretty happy with the service. Only it lacked those nice icons on Ubuntu telling you if a file is actually synced or not…

Add icons in GNOME Files (or other file managers)

It turns out there’s more in the STACK repositories than they tell you when you navigate to the Linux installation page. Just a simple

apt search stack-client

tells you there’s an integration for Nautilus (GNOME Files), Caja (Mate), Dolphin (KDE) and Nemo (Cinnamon/Mint).

This gives you those nice little notification icons at the bottom right of the files or directories which are synced to your STACK.