De zuidelijke Citroëngarage aan het Stadionplein in Amsterdam, tegenwoordig Move Amsterdam (28 januari 2020)

Datahonger, ook als je ergens fysiek bent

28 januari, Grijs, wind, regen. Niet heel koud. Hoog tijd om de Move Amsterdam te bezoeken in de oudste van de twee recent gerenoveerde voormalige Citroëngarages aan het Stadionplein. Waarom? Omdat ik in de Amsterdam-editie van de NRC las dat het allemaal heel mooi opgeknapt is en ik er praktisch om de hoek woon. En natuurlijk omdat ik bezig ben met onderzoek naar mobiliteit in de stad.

Terwijl ik mijn fiets tegen een nietje zet, wordt ondertussen een felgroene Lamborghini uitgeladen om in de voormalige garage onderdeel van een tentoonstelling te worden. Pardon, experience.

Bij binnenkomst in Move zie je direct wat blikvangers. Een kunstwerk, of installatie, van Studio Drift dat eerder in het Stedelijk Museum hing en beweegt als een soort rog of platvis. Een tot bol gevormde oude VW Kever, een iconische Porsche, al weet ik het typenummer niet direct, een visueel niet bijster aantrekkelijk futuristisch karretje en een jongedame met iPad die me binnen gaat laten.

Of toch niet?

De experience is gratis toegankelijk, maar je moet wel je gegevens afstaan. “Als u even uw gegevens invult, krijgt u daarna een e-mail met het kaartje, maar die kunt u verwijderen, want u bent er al.”

Ik begin met het invullen van mijn voornaam in het daarvoor bedoelde veld, begin te twijfelen en vraag of het echt móet. De velden voor-, achternaam en e-mailadres zijn zelfs verplicht, zo duidt het rode sterretje in de rechterbovenhoek van de velden. Ik had natuurlijk naar hun AVG-implementatie moeten vragen, maar dat bedacht ik op dat moment niet.

Intussen was een grote deur opengegaan om de groene Lambo binnen te laten, of was het toch een Ferrari? Lastig voor mij als niet-kenner zonder het merkje aan de voorzijde te kunnen zien.

Intussen spoedde de baliemedewerkster zonder balie zich naar de balie, op zoek naar iemand met meer zeggenschap in het hiërarchisch systeem van de beveiliging. Toevallig komt een iets oudere mevrouw net aangelopen met een streepje meer op het revers. Dat is fijn, want bij de balie was niemand bij machte een uitspraak te doen over het voorval. De vriendelijke dame begroet mij, geheel volgens allerlei conventies, met vriendelijke blik en uitgestoken hand, die ik uiteraard beantwoord en schud.

Er is een compromis, geeft ze aan: ik schrijf mijn gegevens op een briefje dat weer verscheurd wordt als ik ga. Hoezo is dat nodig? vraag ik. Het gaat toch alleen om aantallen? Nee, de holding schrijft dat voor, er werken immers veel meer mensen in het gebouw.

Omdat ik soms heel erg statements moet maken, bedank ik en verlaat het pand zonder ooit zeker te weten of het nou inderdaad een Lambhorgini of Ferrari is die vlak na mijn weinig dramatische aftocht naar binnen gereden werd.

Eenmaal buiten gaat het stortregenen.

De zuidelijke Citroëngarage, tegenwoordig Move Amsterdam, aan het Stadionplein

* Uiteraard kom ik ooit terug, maar dan met een eigen kaartje, aangemaakt met een fake e-mailadres. ‘Ook Joost van den Vondel bezocht de experience!’

Kennisverzamelwoede

Kennisverzamelwoede

‘Gewijzigd: 26 jaar geleden’ staat achter het oudste bestand door mijzelf gecreëerd dat ik kan terugvinden. TRYOUT.BAS is op negen dagen na exact 26 jaar geleden uit mijn handen gekomen, een programmaatje in programmeertaal Basic, waarschijnlijk tekent het in 275 bytes wat lijntjes op het scherm. Daaropvolgend een verhaal uit april 1994, getikt met Word Perfect 4.2 (of 5.1, daar wil ik even vanaf zijn).

Eigenlijk kan ik alles terugvinden wat in mijn online backups staat, allemaal meegekomen via floppy’s, cd- en dvd-roms en harddiskbackups. Met behulp van een simpele zoekopdracht kan ik vrij gemakkelijk zoeken in dat verleden, in mijn archief. Datzelfde kan in mijn inmiddels vrij uitgebreide Google Docs-opslag en de historie die in deze website zelf zit. Soms duurt het even voordat iets weer bovenwater komt, maar meestal vind ik het terug.

Bronnen verzamelen en behouden

Dat is heel wat lastiger met allerlei online bronnen waarvan je denkt dat je ze wel weer even terug kunt vinden. Zelfs de historie van mijn Gmail begint steeds lastiger te worden om zaken in terug te vinden. Ik like dingen op Twitter om zo mijn leeslijst bij te houden, maar blijkbaar doe ik dat te vaak en weet ik dan niet meer hoe ik het terug moet vinden omdat het te ver terug is (of ik herken de betreffende tweet niet meer), ik denk dat ik het kan terugvinden in de historie van mijn browsers (die allen online synchroniseren), maar dan blijk ik of niet meer te weten in welk merk browser ik iets deed of ik heb in een vlaag van ‘nee ik wil niet dat Google alles van me weet’ weer eens mijn hele historie gewist (dat gaat dan om Google-accountkoppelingen natuurlijk). Om dat tegen te gaan, gebruik ik nu al weer een tijd vrij exclusief Firefox, behalve als ik offline dingen moet doen in een Google docs, wat weer alleen goed werkt in Chromium (de opensourceversie van Chrome). Je snap al: een zooitje.

De grote vraag is dus: hoe archiveer ik mijn bronnen nou eens goed? Hoe onthou ik waar ik iets belangrijks gelezen heb? Die vraag stelde ik aan het internet via Twitter en kreeg zo enkele aanwijzingen. Dingen als Trello, Workflowy, Airtable, Notion, Roam V3 en wat al niet meer. Dingen waar ik ondertussen al weer de naam van vergeten ben omdat ze in een tab openstonden, maar die inmiddels lang geleden gesloten is. Al die programma’s hebben schitterende testimonials van enthousiaste gebruikers, keurig uitgezocht op een brede groep mensen van verschillende sekse, met andere huidskleur, verschillende lengte, haardracht, kledingstijl en wat je al maar kunt verzinnen. Behalve misschien leeftijd, die blijft steken ergens onder de 35 of zo. Als er geen foto’s te zien zijn, dan zijn het guitige tekeningetjes. En eigenlijk moet overal ook heel erg samengewerkt worden.

Workflowy heeft dat overigens niet. Heel clean en op zich prettig, maar iets té clean voor mij misschien? Als laatste twee kreeg ik Notion en Roam V3 door. Notion leek me ook niet slecht en misschien zelfs wel wat ik zocht. En toch bleef ook daar iets zeuren in het achterhoofd: wat zint me hier nou niet? Is het te mooi? Misschien. Is het te uitgebreid? Mwah, dat hoef je niet te gebruiken toch? Is het te duur? Nee, niet als je eenling bent en anders is het ook nog wel te betalen met een paar dollar per maand. Is het niet Linux-friendly? Dat is het ook niet, want het is vooral web-based, dus. Ach. En Roam dan? Roam zou ‘fluide’ relaties in de database beloven waardoor het nog beter…

Het eeuwige clouddienstdilemma

Al die diensten zijn alleen allemaal in zichzelf een clouddienst. Dan gebruik ik wéér clouddienst nummer weet ik veel hoeveel en mijzelf kennende vind ik dat over een bepaalde tijd weer irritant en wil ik ze niet van mijn informatie voorzien of is er weer eens een hack. En hoe zit het als je de dienst na een tijdje misschien niet meer wil gebruiken? Hoe makkelijk migreer je de informatie naar iets anders? Aan de andere kant is dat waarschijnlijk allemaal overkomelijk als het zou spelen.

Nee, het is iets anders, bij al die applicaties moet je naar de applicatie toe integreren. Je moet van hun diensten gebruikmaken. Je kunt vaak wel andere online diensten koppelen, zoals Google Docs, Slack, en wat al niet meer (en vermoedelijk kun je al snel ook weer vise-versa bepaalde koppelingen maken), maar ik verlies de controle. En uiteindelijk is er een grote kans dat ik ook de informatie verlies.

Zotero?

Dus, nu ben ik uitgekomen bij een systeem dat andersom werkt: Zotero. Het is in essentie een databasesysteem gebaseerd op sqlite. Ik hoef het niet helemaal meer zelf in te richten door een database aan te maken met iets als Microsoft Access, LibreOffice Base of desnoods een SQL-achtige oplossing. Je kunt het als stand-alone programma downloaden, maar ook, als je dat wil, online gebruiken en synchroniseren. Als je dat niet wil, werkt het ook nog gewoon met dingen als Google Documents en LibreOffice, Word en waarschijnlijk veel meer. En vanuit alle browsers die ik heb kan ik elke site, elk artikel en elk boek gewoon opslaan in die database die ik zowel in mijn eigen online opslag beheer als in de ‘cloud’. Als ik dat laatste niet meer wil, dan verbreek ik die verbinding gewoon en heb ik toch nog al mijn gegevens.

Hoe kwam ik daar nou bij? In LibreOffice zit een bibliografiedatabase en toen ik daar ‘Extension manager’ aanklikte, kreeg ik het keurig als advies ‘als je meer wil’. Nou, zo geschiedde. We gaan het zien hoe het bevalt in de nabije toekomst.

Edit: via Twitter kreeg ik nog wel het advies voor iPhone-gebruikers om PaperShip te gebruiken om ook op je telefoon makkelijk koppelingen te kunnen maken, welke app voor Android het handigst/best is, ben ik nog niet uit, er zijn er een stuk of vier of vijf.

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Iedereen die al een tijdje met Bitcoins bezig is, heeft wel eens gehoord van de pogingen om snellere, goedkopere en makkelijkere betalingen in een tweede laag bovenop Bitcoin te bouwen in de vorm van het Lightning Network of LN. Dat werkt inmiddels best aardig, als je een beetje oplet.

Blockstream

Zou ik nu een Lightning-wallet aanbevelen aan iemand met weinig tot geen kennis van Bitcoin of cryptovaluta in het algemeen? Mijn antwoord is eigenlijk: ja! Het werkt gewoon. Wel met de mededeling dat als hun LN-bezittingen boven een bepaald bedrag komen, dat ze dan een deel naar een echte bitcoinwallet moeten overhevelen natuurlijk (iets wat over niet al te lange tijd natuurlijk gewoon binnen elke normale wallet geïntegreerd is).

Inmiddels zijn er verschillende wallets die het voor de eindgebruiker gewoon heel makkelijk maken, zoals de Wallet of Satoshi of Breez Wallet. Dit soort wallets wordt niet echt gewaardeerd door de purist die alles in eigen hand wil houden, maar je kunt ook mij eigenlijk niet vragen om een channel te openen met mijn eigen node thuis. Althans, dat kan ik niet binnen 5 minuten en na die 5 minuten moet je ook nog wachten op minstens één bevestiging van het bitcoinnetwerk voor je storting. Nou ja, je bent in ieder geval een half uur verder en dat is niet zo praktisch.

Het komt er in het kort op neer dat wallet-providers zoals Satoshi of Breez al vast een channel voor je bekostigd hebben, waardoor je gewoon direct Lightning-betalingen kunt ontvangen. Bij ‘normale’ LN-wallets moet je eerst een miniplukje bitcoins naar je wallet sturen, bijvoorbeeld het equivalent van 10 euro, dan moet je met die 0.00xx bitcoin het channel funden. Dan moet je wachten tot de transactie daadwerkelijk op het mainnet, dus het gewone bitcoinnetwerk, bevestigd is en pas daarna kun je LN-betaling ontvangen of versturen.

Begrijp me niet verkeerd, ik beleef er plezier aan om zo’n tweede variant te proberen, bijvoorbeeld met de Eclair-wallet*, maar dat is meer om te leren dan dat ik iemand vraag zo een betaling te ontvangen. Eigenlijk wil je gewoon precies dit: je installeert een LN-wallet, iemand stuurt je een LN-betaling en je hebt direct wat satoshi’s (de kleinste bitcoin-eenheid) op je wallet staan.

Iedereen begrijpt, of zou moeten begrijpen, dat LN bedoeld is voor kleine bedragen en dat je daar geen grote hoeveelheden bitcoins mee moet willen stallen, althans op dit moment nog niet. Veel payment-providers die bijvoorbeeld betaalterminals in winkels hebben, willen graag over niet al te lange tijd volledig over op LN-betalingen, want dat scheelt een hoop voor zowel klant als winkel.

Over dat laatste: mijn persoonlijke ervaring onlangs (19 oktober 2019) bij een meetup van De Bitcoin Show was erg positief: ik heb alles met LN betaald en dat ging als een trein. Soms duurde het genereren van de QR-code op de oudere iPad nog het langst. In de laatste aflevering (Central Bankers Revolt) van de show werd gezegd dat 50 procent van de meetup-bezoekers met LN betaalde en 50 met het bitcoinhoofdnetwerk. Oh, en nog wat met pin en contant, maar daar hebben we het nu niet over ;)

Waar zien jullie nog meer goede gebruiksmogelijkheden voor het LN-netwerk?

* Let ook op de nieuwe wallet van Eclair, Phoenix!

Allard Pierson

Allard Pierson in verbouwing

Herinneringen zijn er om te koesteren en soms wil je ze herbeleven, zoals het struinen langs de vitrinekasten in het Allard Pierson met de ontelbare kleine en grote artefacten uit het verre verleden. Dat kan niet meer. Dat is, net als mijn herinneringen, gelukkig verleden tijd.

Allard Pierson
Beeld: via Allard Pierson

Na de perspresentatie over de nieuwe tentoonstelling ‘Bes, kleine god in het Oude Egypte‘, raakte ik nog even in gesprek met Wim Hupperetz, de directeur van het Allard Pierson, over de verbouwing en de andere inzichten rond het tentoonstellen van objecten die inmiddels al in enkele zalen hebben geleid tot een veel toegankelijkere opstelling dan die uit het verleden. We raakten aan de praat over hoe het museum er vroeger uitzag en ook over het feit dat ik niet de enige ben die daar nog steeds prettige herinneringen aan heeft. Herinneringen aan de in schemerlicht gehulde ruimtes, de krakende vloeren, de honderden objecten die overal en nergens opgesteld stonden. De kartonnetjes met daarop kleine, vergeelde papiertjes geplakt waarop met hamertypemachine de naam en overige objectinformatie getikt was. Maar ook de gipszolder, de plek met afgietsels van een paar honderd beelden uit het Oude Egypte, Oude Griekenland en de Romeinse tijd. Beelden die je anders nooit met eigen ogen in hun werkelijke vorm kon aanschouwen omdat ze elders in musea stonden of al lang verdwenen. Je kwam daar overigens niet zonder speciale begeleiding, in mijn geval met mijn docenten tekenen van de middelbare school.

Dat alles is gelukkig veranderd. De gipszolder wordt toegankelijk voor publiek vertelde Hupperetz, en in het verleden gesloten doorgangen en trapopgangen worden weer of zijn al weer geopend. Een kleine blik achter de schermen en een korte rondleiding langs de al vernieuwde zalen op de eerste (of tweede? dat is altijd lastig met souterrain-achtige verdiepingen) verdieping met ramen die niet verduisterd zijn, laten een opstelling zien die veel toegankelijker is dan vroeger en daarmee ook veel interessanter.

Er zijn mensen die zweren bij de oude manier van opstellen, en als je mijn nostalgische gevoelens zou meenemen kun je denken dat ik daar ook naar zou smachten. Toch is dat niet zo. De reden dat ik de oude opstelling leuk vond, kwam omdat ik ooit het museum binnen kwam met mijn docenten als verhalenvertellers. We liepen wel langs al die opstellingen met al die kaartjes, maar zij stonden stil bij slechts enkele objecten en vertelden vervolgens een verhaal. Een verhaal waardoor je daar een extra gevoel bij kreeg en je het daarom tien of twintig jaar later nog steeds leuk vind om langs diezelfde kasten te lopen, maar wat moeten al die mensen dan zonder goede verhalenvertellers of zonder geïnteresseerde medebezoekers? Heel weinig inderdaad.

Van verhalen moeten we het hebben en die verhalen worden gemaakt door wetenschappers met kennis van zaken, kennis over hoe dat verleden vermoedelijk in elkaar zat. Wetenschap die ook steeds weer een beetje bijgesteld wordt bij nieuw vergaarde kennis. Wat dat betreft is het mooi dat die verhalen steeds toegankelijker tentoongesteld worden. Ik ben heel benieuwd hoe het museum in zijn voltooide vorm zal overkomen, maar ook onaf is het nog steeds prettig, zoals de semi-permanente opstelling in het souterrain over de zeventiende eeuw, cartografie en de ontwikkeling van de exacte wetenschappen.

100 kilometer per uur

100 kilometer per uur

De discussie over het terugbrengen van de maximumsnelheid in Nederland neemt bij tijd en wijle rare vormen aan, terwijl mensen inmiddels minder hard rijden dan vroeger. Op een enkeling na.

Vroeger reed ik altijd hard, niet dat ik vaak té hard reed, want dat kon – en kan – mijn klassieke auto vaker niet dan wel. Dat zo hard mogelijk rijden had ook te maken met de snelheid van de andere auto’s die vaak hoog lag en een beetje meekomen is ook niet zo gek. Inmiddels is op een groot deel van de Nederlandse snelwegen 100 km/h de maximum snelheid, in een aantal gevallen is na zeven uur ‘s avonds 130 toegestaan en op een deel van de snelwegen mag je sowieso 130, al komt ook af en toe 120 voor. Volgens Rijkswaterstaat rijdt men over het algemeen langzamer dan 130 als het is toegestaan.

De reden van het terugbrengen van de maximum snelheid heeft in eerste instantie te maken met het terugdringen van de stikstofuitstoot, want blijkbaar wil iedereen altijd vooral zo hard mogelijk rijden. Veilig Verkeer Nederland vindt het in ieder geval ook niet zo gek, het zou wel eens kunnen zorgen voor een stuk minder (dodelijke) ongevallen. Berekeningen laten ook zien dat het tijdsverschil zo nihil is, dat je er op dat vlak waarschijnlijk weinig meer dan enkele minuten op de lange afstand van merkt.

Win-win, toch? Iedereen wat minder opgefokt op de weg en bijkans ook nog minder stikstof, al zou dat laatste over niet al te lange tijd wel eens achterhaald kunnen zijn met de komst van een groter elektriek wagenpark (als de geleverde elektriciteit niet uit een kolencentrale komt bijvoorbeeld).

Spraakmakers

Onlangs luisterde ik naar het programma Spraakmakers op Radio 1 en werd om de oren geslagen met een aantal mensen die vond dat ‘de Nederlander’ altijd iets te hard wil rijden. Zeker als de snelweg leeg is. Die ‘de Nederlander’ wilde van alles, maar vooral niet ‘betutteld’ worden. Het was allemaal maar belachelijk en sloeg nergens op. Alleen Ed Nijpels verdedigde het terugbrengen van de snelheid. Een verkeerspsycholoog was bang dat mensen zich lastig aan de maximum snelheid kunnen houden ‘als de A2 leeg voor je ligt’.

Nou kun je natuurlijk gaan schermen met boetes, met dat het allemaal niet zo erg is en binnenkort helemaal niet meer met zuinigere of elektrische auto’s. Of dat je als het rustig is zo hard mogelijk wil rijden. Volgens mij is dit echt allemaal zo achterhaald. Met mijn niet-zo-snelle-auto (een 2CV6) haal ik tegenwoordig vaker mensen in op de snelweg dan vroeger. Niet omdat ik zoveel harder ben gaan rijden, maar omdat de rest langzamer is gaan rijden (ik ook overigens, rijdt zuiniger en een stuk rustiger).

Dat laatste, langzamer en rustiger rijden door andere mensen, lijkt me ook volkomen logisch. Moderne auto’s rijden veel relaxter. Je hebt bijna altijd cruise control en ook de liefde voor handmatig schakelen lijkt bij de meeste mensen inmiddels bekoeld. Als je nu iets langzamer moet rijden, hoef je niet meer terug te schakelen of juist weer op te schakelen als je weer sneller moet. Je laat gewoon je gas los en trapt misschien wat op de rem.

Het rijdt onvoorstelbaar veel zuiniger om iets langzamer te rijden dan 120. Onlangs reed ik, wel met 130 (gps-snelheid), in twee etappes naar Zuid-Frankrijk in een relatief zuinige Volkswagen Up. Gemiddeld iets van 5,9 liter per 100 kilometer of zo. Op de terugweg had ik én geen zin meer in péages én geen zin meer in jakkeren. Een tandje terug, wat in Frankrijk betekent dat je of 90 of 110 kilometer per uur mag. De cruise control op de 90 (gps-snelheid) of iets hoger rond de 100 en een verbruik van 4,3 liter op 100 kilometer. Hmm… En de tijden van de autonavigatie bleven gewoon heel aardig kloppen, ook op plekken waar je 130 mocht en daar met een gangetje van 110 rijden (wat iets minder zuinig is, maar nog steeds ruim onder de 5 l/100km).

Eigenlijk denk ik dat als de auto ook nog adaptive cruise control (waardoor ie automatisch afstand houdt) of gewoon praktisch zelfrijdend is, het me echt geen fluit meer uitmaakt of ik nou 90, 104 of 130 rijd.

Duitsland

In Duitsland valt mij en met mij vele anderen op dat die ‘unlimited speed’ (zoals ik dat vroeger noemde) niet vaak meer gehaald wordt. Een enkele keer knalt een groot slagschip uit het hogere segment van de Mercedes-, Audi of BMW-stal nog wel eens langs je met duidelijk snelheden boven de 150km/h, maar die adviessnelheid van 130 wordt daar ook niet vaak meer overschreden.

Om een heel lang verhaal kort te maken, ik denk dat alle argumenten voor 130 rijden langzaam vanzelf verdwijnen omdat het gevoel van snelheid zo anders is in moderne auto’s met allerhande voordelen zoals cruise control. Als ik dan terugdenk aan auto’s zonder cruisecontrol en ik mag er gens maximaal 80 of 100, dan vind ik dat ook lastig. Die voet blijkt dan ineens zwaar, maar met moderne voordelen, pas de problème.

Als we dan en passant ook nog eens slimmere systemen zouden ontwikkelen waardoor (te) grote auto’s steden niet meer in hoeven en onze mobiliteit naar de toekomst inrichten, nou ja, waarom zou je dan nog moeilijk doen over die schamele, vaak fictieve 30 km/h?

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)

De Biro en twitterhaat

Woensdag 13 maart was er een interessante fittie richting Biro’s (van die kleine elektrische wagentjes) op twitter. Ik snap het wel, het zijn irritante, snelle, kleine, handige, wendbare karretjes die alom op de stoep worden gegooid en zo veel ergernis opwekken. Ook racen ze vaak overal tussendoor, ook op fietspaden, en zorgen zo regelmatig voor dubieuze situaties. Vaak zit er ook nog een jong ding (m/v) in dat waarschijnlijk prima kan fietsen. Een prachtige cocktail om chagrijnig om te worden. Oh ja, ze zijn ook nog eens duur.

Dat waren mobiele telefoons ook ooit lang geleden. Je was een patser als je zo’n ding bij je had, laat staan er ook nog mee belde. Belachelijk. Iedereen herinnert zich het filmpje uit 1999 waar Frans Bromet de ‘normale’ mens vraagt naar zijn mening.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)
Biro voor Soho House in Amsterdam

Nu heeft iedereen een smartphone, op een enkele persoon na die door velen voor zonderling uitgemaakt wordt. Vaste lijnen zijn inmiddels praktisch verdwenen en bestaan alleen nog in getal omdat internetaanbieders vaste aansluitingen koppelverkopen met hun diensten.

Wederom naar de Biro. Laten we een stap terug doen en even afstand nemen. Wat zijn de grootste ruimtevreters op de weg in de stad? Juist. De auto (ook de elektrische), het bestelbusje, de vrachtauto en de touringcar. Die laatste drie daar klagen velen regelmatig over, maar die eerste lijkt er steeds goed vanaf te komen.

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Tien jaar is lang. De meeste mensen hebben echt geen idee meer wat er op deze dag tien jaar geleden gebeurde. Mijn agenda, eentje ergens in een datacentrum van Google, wel. Ik deed niets waar ik een agenda voor nodig had, het was een zaterdag. De dag ervoor had ik een overleg in vergaderruimte vier, de dag erna een feestje.

Het nieuws deze dagen gaat over Facebook, het verwijderen van je Facebook-account en een bekende Nederlander die afgelopen zondag in Zondag met Lubach opriep tot het verwijderen van je account. Daarnaast zijn er wat wereldbranden, aangewakkerd door heethoofdige Twitteraars met als stip op 1: de Amerikaanse president.

Verder verwijderen verzekeraars en andere instanties ineens en masse de gewraakte Facebook Pixel, een enkele pixel op een webpagina die bedrijven en instanties helpt met het volgen van hun gebruikers over het hele grote boze internet, behalve in China. De pixel verschaft ook een schat aan informatie aan de producent ervan: Facebook.

Een week is overigens niet zo lang. Een week geleden zat ik in de trein naar Groningen voor een hackathon rond blockchains. Een blockchain is iets met Bitcoin, maar in het geval van de hackathon ging het vooral over alle afgeleiden. Je kon er niet betalen met bitcoin, dat was misschien een beetje jammer. Die digitale munt volgt overigens ook goed, net als de Facebook pixel of Google Analytics, zelfs zo goed dat de munt mogelijk niet compatibel zou zijn met de aanstaande Europese privacyverordening: de Algemene Verordening Gegevensbescherming of GDPR (General Data Protection Regulation).

Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik

Op naar het Ethereum Community Castle

Dromen zonder zorgen; een verslag van EtcCC 2018 in Parijs

“De gemiddelde leeftijd, ergens tussen de 25 en dertig?” schat iemand tijdens de koffie in een grote hoge ruimte in het Conservatoire des arts et métiers in Parijs. “Het valt hier nog mee, met veertig gaat het nog”, zegt iemand anders. “Bij Defcon in de VS ben je dan echt bejaard.”

(aan het eind van dit artikel staat een korte uitleg over het belang van publieke blockchains)

Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik
Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Een beeldrechtenmanagementplatform. Dat is wat Kodak samen met een bedrijf dat vooral in foto’s van bekende mensen handelt, WENN, gaat opzetten. Of al heeft opgezet. Of bezig is het op te zetten.

En we plakken er blockchain op, dat zorgt in ieder geval voor media-aandacht.

En dat is precies wat iedereen herhaalt. Overal en zonder nadere analyse schiet het aandeel van een schamele drie dollar in drie uur tijd naar 7,10 dollar om de volgende handelsdag – woensdag 10 oktober – naar 13,28 dollar te schieten. Lekker ruim 300 procentjes omhoog.

Kodak Brownie: de camera waarmee Kodak fotografie goedkoop maakte begin 20ste eeuw (bron: Wikimedia)

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

En dat zorgt bij verschillende media voor interessante fouten

Als een van de bekendste oud- of ex-bankiers van Nederland zich gaat bezighouden met ICO’s, dan is waakzaamheid geboden. Kleine kattebelletjes verschijnen overal in kranten dat Dirk Scheringa, voormalig eigenaar van DSB, directeur wordt van ICO Headstart. Vervolgens maken bijna alle kranten die via Blendle te lezen zijn er een interessant potje van. Laten we drie voorbeelden doornemen:

Volkskrant (10 november 2017)“De oud-bankier wordt het gezicht van ICO Headstart, dat ondernemers helpt bij beursgangen met cryptomunten als de bitcoin.”

Een zogenaamde ICO of Initial Coin Offering is niets anders dan het binnenhalen van geld voor de — vermeende — ontwikkeling van een digitale munteenheid of token die ergens een basis voor biedt of moet gaan bieden. De meeste ICO’s zijn vooralsnog slecht uitgewerkte hype-zaken waar vooral snel geld ‘gemaakt’ wordt. Het gros zal het niet lang overleven en een enkeling zal er rijk van (ge)worden (zijn). De meesten niet.

Is cryptomunt bitcoin een voorbeeld van een munt die met een ‘beursgang’ of ICO begon? Neen. Bitcoin is de eerste digitale munt, letterlijk peer-to-peer-cash, die een systeem gebruikte dat later blockchain genoemd werd. Een manier om online vertrouwen te hebben tussen partijen die elkaar niet kennen zonder dat daar een andere partij tussen hoeft te zitten, zoals een bank.

Bitcoin zag op 3 januari 2009 het levenslicht door het zogenaamde delven of minen van het eerste Genesis-blok. Sindsdien bestaat bitcoin en is het systeem eigenlijk stabiel, al ziet dat er voor de buitenwereld soms anders uit. Maar Koers is niet Bitcoin. De mens bepaalt de koers, niet het systeem zelf.

Er zijn overigens legio munten geïntroduceerd die helemaal geen crowdfunding of ICO hadden, denk aan Litecoin, Monero, ZCash, etc.

Telegraaf (10 november 2017): “Scheringa baas bitcoin” Ondanks de vast grappig bedoelde kop (althans, ik hoop dat die grappig bedoeld is), klopt daar natuurlijk geen hout van. Er is geen ‘baas’ bij bitcoin en de uitvinder(s) onder de naam Satoshi Nakamoto is onbekend. Laat staan dat iemand uit de oude financiële wereld daar ooit ‘baas’ van zou worden.

Maar de krant gaat verder:

Dirk Scheringa wordt directeur van het bitcoinbedrijf ICO Headstart.”

Er is geen bitcoin te bekennen in het ICO Headstart-bedrijf. Het heeft er zelfs niets mee te maken. Het bedrijf bouwt op de blockchain van Ethereum via een zogenaamd ERC-20-token. Het bedrijf noemt het token MOAT of Mother of all Tokens. Daarmee gaat het bedrijf eerst zelf een ICO doen, om dan vervolgens andere ICO’s te gaan beoordelen. Dit zegt het bedrijf te gaan doen met experts uit de compliance-wereld (bestaan die dan binnen de ICO-wereld?) en via de ‘wisdom of the crowd’. Iets dat overigens al veel gebeurt door andere bedrijven, zoals Augur en Wings.

“De ex-baas en oprichter van de naar hem vernoemde DSB-bank wordt door de oprichters van het Haagse bedrijf geroemd vanwege zijn ervaring in het bankwezen en zijn kennis van crowdfunding.”

Dit zou best kunnen. Ik ken Scheringa’s merites niet als het gaat om crowdfunding, maar misschien heeft ie veel Kickstarter-campagnes geleid.

“ICO Headstart is gespecialiseerd in Initial Coin Offerings.”

Hoe kun je een bedrijf met een ‘white paper’ in de vorm van een mooi online reclamefoldertje gespecialiseerd in ICO’s noemen? Het platform moet in februari 2018 live gaan en zou al draaien, maar ik zie daar geen voorbeelden van.

Het is niet gezegd dat Headstart geen interessant platform kan worden. Echt niet, maar kranten moeten meer specialisme aan de dag gaan leggen met dit soort dingen. Niemand is onfeilbaar, maar een bericht van een paar honderd woorden volstoppen met fouten en misleiding, is wel heel schokkend.

Nog eentje dan:

Trouw (10 november 2017): “Dirk Scheringa wordt directeur van bitcoinbedrijf” luidt de titel.

Volgens mij is het niet nodig verder in te gaan op de overige 119 woorden van het ANP-bericht dat Trouw hiervoor overnam.

Elders in de gezamenlijke Persgroep-kranten zoals AD staat dat het bedrijf “beursgangen voor digitale valuta begeleidt”. Voor zover ik begrijp uit de white paper of de veelgesteldevragenafdeling op de site is het vooral bedoeld voor investeerders en dat die niet in de val van veel ICO’s trappen.

Dat laatste is overigens een nobel streven, maar zoals ik al eerder aangaf: ondanks dat in de white paper staat dat het bedrijf ICO Headstart al een werkend prototype heeft, heb ik daar nog niets van gezien. Daar staat:

“Our platform is already operational. Backers and project creators have immediately access to our platform after ICO is finalized”

Klinkt ook nobel, maar toegang en ‘bezichtiging’ van het product is pas zichtbaar nadat je er geld in gestoken hebt.

Toevallig publiceerde Coindesk vandaag een verhaal over waarom ICO’s het niet goed doen met als een van de belangrijkste redenen dat er niet eerst een product is voordat de ICO er is. De kritiek komt overigens van ontwikkelaars op een Ethereum-conferentie: Devcon3. Geeft toch te denken.