Allard Pierson

Allard Pierson in verbouwing

Herinneringen zijn er om te koesteren en soms wil je ze herbeleven, zoals het struinen langs de vitrinekasten in het Allard Pierson met de ontelbare kleine en grote artefacten uit het verre verleden. Dat kan niet meer. Dat is, net als mijn herinneringen, gelukkig verleden tijd.

Allard Pierson
Beeld: via Allard Pierson

Na de perspresentatie over de nieuwe tentoonstelling ‘Bes, kleine god in het Oude Egypte‘, raakte ik nog even in gesprek met Wim Hupperetz, de directeur van het Allard Pierson, over de verbouwing en de andere inzichten rond het tentoonstellen van objecten die inmiddels al in enkele zalen hebben geleid tot een veel toegankelijkere opstelling dan die uit het verleden. We raakten aan de praat over hoe het museum er vroeger uitzag en ook over het feit dat ik niet de enige ben die daar nog steeds prettige herinneringen aan heeft. Herinneringen aan de in schemerlicht gehulde ruimtes, de krakende vloeren, de honderden objecten die overal en nergens opgesteld stonden. De kartonnetjes met daarop kleine, vergeelde papiertjes geplakt waarop met hamertypemachine de naam en overige objectinformatie getikt was. Maar ook de gipszolder, de plek met afgietsels van een paar honderd beelden uit het Oude Egypte, Oude Griekenland en de Romeinse tijd. Beelden die je anders nooit met eigen ogen in hun werkelijke vorm kon aanschouwen omdat ze elders in musea stonden of al lang verdwenen. Je kwam daar overigens niet zonder speciale begeleiding, in mijn geval met mijn docenten tekenen van de middelbare school.

Dat alles is gelukkig veranderd. De gipszolder wordt toegankelijk voor publiek vertelde Hupperetz, en in het verleden gesloten doorgangen en trapopgangen worden weer of zijn al weer geopend. Een kleine blik achter de schermen en een korte rondleiding langs de al vernieuwde zalen op de eerste (of tweede? dat is altijd lastig met souterrain-achtige verdiepingen) verdieping met ramen die niet verduisterd zijn, laten een opstelling zien die veel toegankelijker is dan vroeger en daarmee ook veel interessanter.

Er zijn mensen die zweren bij de oude manier van opstellen, en als je mijn nostalgische gevoelens zou meenemen kun je denken dat ik daar ook naar zou smachten. Toch is dat niet zo. De reden dat ik de oude opstelling leuk vond, kwam omdat ik ooit het museum binnen kwam met mijn docenten als verhalenvertellers. We liepen wel langs al die opstellingen met al die kaartjes, maar zij stonden stil bij slechts enkele objecten en vertelden vervolgens een verhaal. Een verhaal waardoor je daar een extra gevoel bij kreeg en je het daarom tien of twintig jaar later nog steeds leuk vind om langs diezelfde kasten te lopen, maar wat moeten al die mensen dan zonder goede verhalenvertellers of zonder geïnteresseerde medebezoekers? Heel weinig inderdaad.

Van verhalen moeten we het hebben en die verhalen worden gemaakt door wetenschappers met kennis van zaken, kennis over hoe dat verleden vermoedelijk in elkaar zat. Wetenschap die ook steeds weer een beetje bijgesteld wordt bij nieuw vergaarde kennis. Wat dat betreft is het mooi dat die verhalen steeds toegankelijker tentoongesteld worden. Ik ben heel benieuwd hoe het museum in zijn voltooide vorm zal overkomen, maar ook onaf is het nog steeds prettig, zoals de semi-permanente opstelling in het souterrain over de zeventiende eeuw, cartografie en de ontwikkeling van de exacte wetenschappen.

Bes, een Egyptische god voor alledag

Bes, een Egyptische god voor alledag

Een huis-tuin-en-keukengod met een uitgestoken tong, dikke buik, meestal naakt, getooid met verenkroon en soms een luipaardvel, af en toe met grote piemel maar zonder groot verhaal. Daar hoor je over het algemeen weinig over. Dat kan ook anders, dacht het Allard Pierson Museum samen met enkele andere Europese musea.

Dansende Bes, foto: Allard Pierson

We kennen allemaal de Egyptische elitecultuur, de bekende afbeeldingen en standbeelden van farao’s en goden als Re (ook wel Ra), Isis, Osiris en Horus. Statig, onbewogen en strak. De ‘huisgod’ Bes doet hier niet aan mee en laat zien dat het leven van alledag gaat over plezier maken, kinderen krijgen, enge monsters verslaan, de erotiek beschermen, drinkgelagen en wat al niet meer waar je bescherming of ondersteuning voor nodig hebt.

Bes heeft geen groot verhaal en komt in veel verschillende gedaanten voor en is in die zin niet voor een gat te vangen, vandaar dat de Egyptologie al deze op elkaar lijkende figuren Bes genoemd heeft. De vrouwelijke vorm heet Besset.

De tentoonstelling in het Allard Pierson neemt de bezoeker mee langs verschillende gedaanten van de huisgod en geeft er een eigen draai aan door ons direct te verwelkomen met een animatiefilm die laat zien dat het figuur nog steeds prima in te passen is in onze hedendaagse omgeving. Als stripfiguur doet Bes het ook goed.

Een van de grootste objecten in de tentoonstelling is een replica van een kraambed. Dit bed heeft zes poten en de poten zijn allen in de vorm van een Bes-figuur. Dat is niet zo vreemd, want Bes beschermt ook de bevallende vrouw. Het bed is gemaakt naar voorbeeld van bekende afbeeldingen hoe een kraambed er uitzag. Achter het bed staan in een aparte vitrine nog twee echte poten.

Veel van de figuurtjes zijn blauw of laten nog resten zien van blauwe verf, gebruikt om het kwaad af te weren. Niet alleen de blauwe kleur moet het kwaad keren, ook de uitgestoken tong is afschrikwekkend voor demonen.

Zijn dwergvorm is wat vreemd en doet denken aan mensen met dwerggroei. Dit is symbolisch, want baby’s die geboren werden met dwerggroei overleefden het vaak niet. Zij die het wel overleefden kregen in het latere leven over het algemeen een hoge status in de Egyptische maatschappij.

Een veelvoorkomend voorwerp in de tentoonstelling is de zogenaamde stèle, een tablet van steen of hout met een daarin uitgehouwen of uitgesneden voorstelling om speciale plaatsen te markeren. Stèles kwam je ook veel tegen bij de mensen thuis, onder andere om zich te beschermen tegen slangen en schorpioenen. Door het veelvuldig aanraken van de stèle op een specifieke plek, door de god te ‘aaien’, hebben de meeste stèlae een afgesleten plek. Een mooie stèle in de tentoonstelling laat Toetoe als sfinx zien die vecht tegen Bes. De sfinx heeft een rammenkop in zijn nek, een cobra als staart en messen op de poten om aan te geven dat hij zich niet makkelijk gewonnen zal geven. Bes bevecht dit alles met een zwaard.

Een van de tentoonstellingsruimtes is speciaal gericht op het feestbeest Bes. Een bekend verhaal in de Egyptische mythologie gaat bijvoorbeeld over de ‘verwijdering en verzoening’ tussen de zonnegod Re en zijn dochter Hathor. Hathor houdt van muziek, drank en feest en vlucht na een ruzie met Ra naar Nubië. Om haar terug te halen, verleidt Bes haar met drank en muziek, waarna Bes dienaar van Hathor is geworden. Zo zijn er beeltenissen van Bes te vinden met een dubbele fluit en met biervaatjes. Wellicht is het niet zo vreemd dat feesteiland Ibiza heet zoals het heet: Ibiza is afgeleid van Bes.

Na het feestbeest komt de ‘peepshow’ langs. Hier is Bes’ fallus nog een stuk aanweziger dan anders, tot en met kloppende aders toe. Soms moet Bes echter in dubbelvorm de fallus van een ander ondersteunen. De erotische kant van de god en ook van Besset wordt hier in ieder geval niet onder stoelen of banken geschoven.

Maar niet alleen in Egypte was de god populair. Buiten Egypte vind je dus overblijfselen op Ibiza en ook in Soedan, dat vroeger bij Egypte hoorde. Ook in het huidige Italië kom je Bes tegen en dat is niet zo vreemd, aangezeien de Romeinen hem probleemloos omarmden nadat Egypte bij het Rijk ingelijfd was, zo kom je Bes onder andere tegen op de wapenrusting van Romeinse centurio’s.

In totaal gaat de tentoonstelling over meer dan 4000 jaar aan Bes(achtige) afbeeldingen, te beginnen in het Oude Rijk (vanaf 2543 voor Christus) tot de Romeinse periode 284 na Christus. Hiermee krijgen ook wij als gewone mensen een beter beeld van het Egypte van alledag. Misschien vinden sommigen dat jammer en houden ze het liever bij piramides en grote paleizen waar nog wat resten van overeind staan, ik vind dit in ieder geval een welkome aanvulling.

Het is een fijne kleine tentoonstelling waardoor de Egyptenaar van weleer misschien dichter bij de ‘gewone mens’ komt te staan. Een groot deel van de stukken in de tentoonstelling komt uit de collectie van het Allard Pierson, maar ook uit de musea die meewerkten aan de tentoonstelling, namelijk het Museum August Kestner in Hannover en de NY Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Ook zijn er stukken uit Khartoem in Soedan, uit Aberdeen, uit Leipzig en uit Hildesheim.

Wie al een tijdje niet in het museum is geweest, zal zien dat de oude vitrinekasten met kleine witte kaartjes niet meer op de eerste verdieping staan en dat hier nu de ontvangstruimte is. Boven op de tweede verdieping is al een deel van de collectie uitgestald op andere wijze en de ramen aan de voorzijde zijn open. Volgend jaar juni moet het af zijn, ik ben in ieder geval benieuwd hoe het geheel er uit gaat zien.

De tentoonstelling loopt van 18 oktober 2019 tot en met 8 maart 2020

Alle foto’s, behalve de Dansende Bes, zijn gemaakt door mijzelf

De vroege Middeleeuwen in een pan-Europese tentoonstelling

De vroege Middeleeuwen in een pan-Europese tentoonstelling

Mensen zijn nieuwsgierig en reizen veel en graag. Niet alleen nu, maar ook in de vroege Middeleeuwen. De tentoonstelling ‘Crossroads, reizen door de Middeleeuwen’ in het Allard Pierson museum toont dat aan met zo’n 350 objecten die laten zien dat ook toen veel gereisd werd. De objecten komen uit een tiental musea en instituten in Europa, verkregen door een intensieve samenwerking.

“De donkere Middeleeuwen tussen 300 en 1000 na Christus worden nog steeds met modder, geweld en slecht Latijn geassocieerd“, zegt Peter Heather, Brits historicus van de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen tijdens een toespraak voorafgaand aan de opening van de tentoonstelling. De periode is volgens Heather extreem slecht bestudeerd,terwijl het overgrote deel van de structuren die nog zo zichtbaar zijn in het huidige Europa, toen zijn gevormd. Heather pikt er een paar voorbeelden uit, zoals het ontstaan van de Slavische talen, de reden dat West Europa een ‘power house’ is, waarom Europa voor het overgrote deel Christelijk is en waarom er zo’n groot verschil zit tussen de ene kant van het Middellandse Zeegebied en de andere kant. Maar het algemene beeld over de vroege Middeleeuwen is blijven steken in een verdraaid beeld uit de Renaissance, het was heel praktisch de oude structuren als achtergesteld weer te geven, en een beeld uit de 19de eeuw dat gelijkstaat aan geweld, donkerte en fabels, denk het fantasy-genre wat we te danken hebben aan Dracula, Frankenstein en Tolkiens Ring-trilogie.

Rond de twee hoofdthema’s ‘diversiteit’ en ‘connectiviteit’ wil de tentoonstelling dat beeld bijstellen: Europa in het grote geheel binnen de context van verschillende culturen en veranderende verhoudingen. Heather verwoord dat mooi: “Al die mensen, die waren precies zoals wij. Dat springt er voor mij [Heather] uit. Je ziet dingen die ooit door andere, medemensen zijn gemaakt, dat blijft heel bijzonder.” Dat laatste is vooral bijzonder als je bedenkt dat er weinig overgebleven is uit die tijd omdat het meeste of vergaan is (hout) of, als het metalen betrof, omgesmolten tot nieuw wapentuig of nieuwe sieraden.

Holografische vitrines

Mooi opgezet en uitgevoerd zijn de 3D-animaties die als ‘overlay’ op fysieke objecten zijn geprojecteerd in een zestal zogenaamde ‘holoboxen’ of holografische vitrines. Door middel van beeld en gesproken tekst krijgt de bezoeker zo extra informatie over verschillende objecten, zoals de achtergrond bij het Zwaard van Kunágota van het Hongaars Nationaal Museum. Belangrijk doel van de holoboxen is dat de bezoeker de voorwerpen op drie verschillende manieren kan bekijken, namelijk op neutrale wijze met juiste belichting, focus op details door geprojecteerde beelden en de context van het voorwerp.

This slideshow requires JavaScript.

Aan het eind van de tentoonstelling bevindt zich de zogenaamde ‘Cross Culture Timeline’ bestaande uit een scherm met een drietal projecties en een enkele iPad waarmee de bezoeker de achtergronden van verschillende voorwerpen naar voren kan halen. Bij dit soort onderdelen denk ik altijd: doe het niet. Vrijwel iedereen heeft een smartphone en kan dit soort dingen vele malen beter individueel bekijken. Geef een link en een QR-code waarmee iedereen op zijn eigen telefoon aan de slag kan. Nu is er maar één iemand die aan de knoppen kan zitten van een haperende iPad (applicatie te zwaar?). Waarom kan ik hier niet achteraf thuis nog bij? De informatie is er, maar de interface is niet praktisch. Het was bijvoorbeeld fijn geweest als het topstuk in een holobox meer ruimte had gehad. Die ruimte was er mijns inziens dus geweest.

Reiziger als hoogtepunt

De tentoonstelling is niet alleen opgezet langs een tijdlijn door de verschillende culturen heen, maar verhaalt ook over bekendere en minder bekende reizigers uit de Middeleeuwen. Helaas zijn die verhalen bij de opening van de tentoonstelling niet goed zichtbaar doordat de informatie zich op de vloer bevindt, maar er wordt gewerkt aan een andere manier van presenteren.

De Europese reizigers zijn wel heel goed terug te vinden in de bijbehorende publicatie. Het boek ‘Crossroads, reizen door de Middeleeuwen’, bevat naast meer academische artikelen ook verhalen van tien reizigers die in de tentoonstelling zelf aan bod komen, zoals in de introductiefilm. De verhalen geven een beeld van een Europa waar culturen elkaar juist versterken en zorgen voor kruisbestuiving tussen gewoontes en godsdiensten. Zo was het Christendom ooit pacifistisch, wat in de figuur van Sint Maarten aan bod komt, namelijk in de vroege Middeleeuwen werd hij niet geroemd om het – als Romeins soldaat – delen van zijn mantel met een bedelaar, maar juist als pacifist die hij later werd.

Ook de andere verhalen spreken tot de verbeelding: De olifant Aboel Abbas, een geschenk aan Karel de Grote; Theophano, een byzantijnse prinses in het boerse westen; Hasday Ibn Shaprut, een joodse geleerde aan het hof van de kalief; Egeria, een scherpzinnig pelgrim in het heilige land; Ahmad Ibn Fadlans Risala, een Arabische diplomaat die een reisverslag schreef; Sint Helena en de kerstening van het Romeinse rijk, Sigerik de Ernstige, een aartsbisschop in roerige tijden; Olympiodorus van Thebe, een diplomaat met een papegaai; Ohthere, een reiziger uit noord-Noorwegen.

Met veel interessante en vaak prachtige objecten uit zo veel verschillende musea en andere instituten in Europa onder de CEMEC-vlag*, maakt de tentoonstelling de moeite waard om te bezoeken. Mocht dat niet lukken, dan is er gelukkig ook een prachtig boek. Ik hoop dat de Cross Culture Timeline ooit nog op internet te vinden is, want dat zou mijns inziens veel recht doen aan al het werk dat erin zit.

* CEMEC: Connecting Early Medieval European Collections

Meer foto’s  van opening door Monique Kooijmans op Flickr

Pracht van Carthago in Leids RMO

Pracht van Carthago in Leids RMO

Carthago RMO Leiden

Meer foto’s op Flickr

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden opende donderdag 27 november een nieuwe tentoonstelling over de antieke havenstad ‘Carthago‘ in het huidige Tunesië. Dat land heeft er ook belang bij: het wil onder andere van het imago ‘zon, zee en strand’ af.* Begrijpelijk, cultuurtoeristen brengen een stuk meer op, zo weten we in Amsterdam.

De tentoonstellingsruimte ontsluit zich aan de bezoeker in de ronde vorm van de oude haven van Carthago. De haven kon in de hoogtijdagen 170 schepen herbergen en huisvestte een droogdok in het cirkelvormige centrum. In het hedendaagse Tunis is het ronde deel een plein met een kleine tempel.

De opzet van de tentoonstelling is stratigrafisch, ofwel de oudste vondsten liggen op de benedenverdieping. Navraag leerde dat er heel wat gepuzzeld was van te voren of de tentoonstelling chronologisch, thematisch of misschien op nog andere wijze ingericht moest worden. Gelukkig werd dat chronologisch, zeker voor iemand die de geschiedenis misschien niet kent.

Toch was chronologisch niet per se makkelijk, iets dat vooral komt door de kleine hoeveelheid overgebleven fysieke voorwerpen van voor de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.). Om ook beeld bij dit verhaal te maken, gebruikten de tentoonstellingsmakers beelden aan de hand van Europese, vaak negentiende eeuwse voorstellingen, beschrijvingen en schetsen.

De objecten komen onder andere uit het museum zelf, maar er staan verschillende topstukken uit het Musée National du Bardo en Musée National de Carthage uit Tunis, uit het Parijse Louvre, uit het Londense British Museum en verschillende andere Nederlandse musea.

We krijgen een introductie over de Nederlandse militair ingenieur Jean-Émile Humbert (1771-1839) die in 1796 in Tunesië aankwam. Hij zou de vestingwerken moderniseren, maar daarnaast was hij amateur-archeoloog. Humbert verzamelde veel Punische en Romeinse oudheden en verscheepte die met toestemming naar Nederland.

Carthago RMO Leiden

Schetsboeken van de Engelse Lord Byron (1788-1824) liggen in de tentoonstellingsruimte. Deze Engelse poëet vereeuwigde het vroeg 19de eeuwse Tunesië op zijn reizen.

Via videopresentaties worden de locaties met de huidige stand van zaken ter plaatse vergeleken. Prettig, vooral omdat ik er zelf nooit geweest ben.

Veel voorwerpen komen uit graven, iets wat niet heel vreemd is. Zo liggen er rituele scheermessen: men moest ten slotte schoon en rein over naar de nadere zijde.

In het midden van de eerste ruimte ligt volgens conservator Pieter ter Keurs de allermooiste sarcofaag(deksel) uit de 4de eeuw voor Christus die er bestaat. Het is inderdaad een schitterend werk. Leiden kreeg de dame in bruikleen, in het museum in Tunis ligt de heer. De sarcofaag laat al zien dat de stad een smeltkroes van culturen geweest moet zijn. Het marmer kwam uit Griekenland en werd waarschijnlijk door een Griek bewerkt. Het bevat Egyptische elementen, maar ook Etruskische.

Carthago RMO Leiden

De rijke elite liet veel na. Dat stukje rijkdom spreidt het museum ook ten toon.

Carthago RMO Leiden

Aan het eind van de zaal, ligt een bijzonder stuk: een Punische scheepsram, slechts vier jaar geleden opgevist en mét gebruikssporen. De ram wordt omlijst door een tekening die de verbeelding moet helpen een beeld te krijgen bij het type schip waar de ram aan vast zat.

Carthago RMO Leiden
Het Punisch harnas uit de 3de of 2de eeuw v.Chr. sluit de eerste zaal af.

De zaal op de tweede verdieping heeft eenzelfde opzet en vertelt het verhaal van de Romeinen tot aan de komst van de christelijke tijd. Vooral de vermenging van culturen wordt duidelijk in de verschillende sculpturen.

Naast de schitterende marmeren beelden uit Romeins Carthago, zijn ook bronzen en marmeren beelden van een in 125 v.Chr. gezonken schip te zien.

Carthago RMO Leiden

Deze bijzondere vondst bestaat uit beelden geproduceerd in Griekenland met bestemming Italië. Het schip was waarschijnlijk door een storm afgedreven en zonk bij een plaatsje zo’n zestig kilometer van Tunis. De schat werd in 1907 ontdekt door Griekse sponsduikers.

Carthago RMO Leiden

Een heerlijk tentoonstellingsonderdeel, vooral omdat het zo onverwacht is: het grootste gedeelte van de bronzen uit welke tijd dan ook, werd in de loop der eeuwen omgesmolten…

Tegenover dit bronzen geweld staan nog vier prachtige marmeren beelden. Dat deze nog zo gaaf zijn, hebben we te danken aan mensen die ze tijdig wisten te verstoppen voor de beeldenstorm van de christenen.

Carthago RMO Leiden

Na nog wat aandacht voor de vroeg-christelijke tijd, sluit de tentoonstelling met een replica van een mozaïek ‘La dame de Carthage’. De replica is een geschenk van het Institut Nationale du Patrimoine uit Tunis.

Carthago RMO Leiden

*en natuurlijk dat het er gevaarlijk zou zijn

Als er iets technisch of historisch niet klopt, laat dat dan graag weten via de mail of in de comments, dan zet ik het recht

Rijksmuseum van Oudheden toont pracht van Carthago

Rijksmuseum van Oudheden toont pracht van Carthago

Eigenlijk zou hier een recensie staan, maar omdat een goed verhaal schrijven tussendoor helaas altijd meer tijd kost dan je denkt, komt het aloude adagium weer om de hoek: “we hebben de foto’s nog!”

Carthage in all its beauty in the Archaeological museum in Leiden. Pieces from the most important museums in Tunis, the Parisian Louvre and the British Museum.

Het woord ‘wetenschap’

Het woord ‘wetenschap’

Wetenschap. Dat woord wat lange tijd zorgde voor bewondering. Of juist afschuw. Een woord zo alomvattend dat er geen fatsoenlijk synoniem voor is. Toch lijkt het woord steeds meer synoniem met de bèta-kant van de wetenschappen.

Jaren geleden ontwierp ik proeven voor de Nationale Wetenschapsquiz. Supergaaf. Wat een enorm toffe job. Op een geheime locatie allerlei gekke dingen in elkaar klussen. Amanuensis voor heel het land. Naast het uitzoek- en rekenwerk veel handwerk, zoals solderen, tekenen, zagen, schroeven, testen, dingen laten ontploffen, gekke stoffen mengen. Alles.

Dat klinkt allemaal als een gebbetje, een grap, maar het is bloedserieus. Tot die ene historie-vraag. Vraag zes:

Vraag 6: Waardoor is de Engelse wijnbouw te gronde gegaan? *

  1. Doordat in de dertiende eeuw het drinken van wijn verboden werd
  2. Door de kleine ijstijd
  3. Door de huwelijken van Engelse koningen

Het antwoord op de vraag speelt tussen de dertiende en de zestiende eeuw, ver voor het bestaan van het Koninkrijk Groot Brittannië. En ondanks dat er heel wat verschillende vlaggen vlagden voordat het Koninkrijk daadwerkelijk bestond, was de witte vlag met het rode Sint-Joriskruis de staatsvlag:

Flag_of_England.svg
Vlag van Engeland

In de uitzending zou de échte amanuensis op een schoolbord van vilt vlaggen en beeltenissen van de verschillende hoofdrolspelers laten zien. Mooi, dacht ik, dan kunnen we zo die enorme wirwar van staatjes en staten, monarchen en wat al niet meer, op het bord laten zien. Het is ten slotte de wetenschapsquiz, daar kijken kritische mensen naar, die snappen dat! Die vinden dat zelfs leuk!

Union Jack
Union Jack, nationale vlag van het Verenigd Koninkrijk

Helaas, ondanks een pleidooi mijnerzijds voor het gebruik van zoveel mogelijk historisch correct beeldmateriaal mocht het niet baten. Het werd de bekende Union Jack die in gebruik is sinds 1801 om Engeland uit te beelden, dat herkende namelijk iedereen. Het laatste kan ik wel beamen, maar het bleef toch voelen als nederlaag voor de geschiedkundige kant van de zaak. Ook wetenschap.

Fast forward naar nu, augustus 2014. Het is nog zomer, dus Zomergasten mag niet ontbreken. Een echte bèta-wetenschapper krijgt een avond lang de mogelijkheid haar TV-avond samen te stellen. Ionica Smeets zorgt samen met Wilfried de Jong voor een grotendeels interessante en vermakelijke avond (althans voor mij). Toch kwam er op een bepaald moment weer zo’n wetenschaps-momentje voorbij, met als reactie daarop natuurlijk direct vele tweets, zoals:

Smeets zegt rond de waterval** aan tweets tijdens de uitzending het volgende (≅ 01:33:00): “Bèta’s missen aansluiting bij de intellectuele cultuur, missen wat empathie. (…) De andere kant is veel erger, de intellectuelen, de alfa’s dat die niks snappen van wetenschap, terwijl eigenlijk onze hele welvaart en levensverwachting en alles wat we hebben te danken hebben aan de wetenschap. (…) Dat er weinig politici zijn die iets snappen van wetenschap (…) ”

Bij de politici gaat het vooral over statistiek en ondanks dat ik zelf verre van een statisticus ben, moet je je toch te allen tijde bewust zijn van hoe dat soort dingen werken, ook zonder parate kennis. Het zou direct bellen moeten doen rinkelen, ook als je er geen hout van snapt. Welvaart ga ik me in één zin niet aan wagen en levensverwachting, dat is technisch zeker een bèta-verdienste.

Wat ze bedoelt snap ik wel, het zorgt er helaas wel voor dat het woord wetenschap alleen nog maar gelijk staat aan bèta-onderzoek. Onderzoek binnen de alfa-studies is ten tijde van crisis wellicht deels een luxe, maar de scheiding wordt ook steeds minder duidelijk. Historisch onderzoek met behulp van ver gevorderde inzichten binnen de genetica bijvoorbeeld. Aan de andere kant komt de basis van dergelijk onderzoek – in ieder geval nu nog – grotendeels uit de ‘echte’ alfa-hoek.

Is de Nederlandse taal iets te verwijten in dezen? Is Ionica iets te verwijten? Grappig genoeg laat ze in de uitzending een filmpje zien over een ananas in de tekenfilmserie Sponge Bob. De ananas in kwestie is niet juist getekend, niet volgens de rij van Fibonacci!

De dame in het filmpje laat zien dat er iets niet klopt. Het is een natuurlijk feit, maar het is de wiskundige die zich ergert. Eigenlijk een beetje zoals ik me nu aan een definitie-kwestie erger.

Terug naar wetenschap. Wetenschap is niet gelijk aan science in het Engels (wetenschap ≠ science). De laatste editie van Van Dale stelt bij de vertaling Nederlands – Engel: exacte wetenschap = science. Letteren zijn de humanities. Algemene wetenschap beoefenen is practice science. Andersom is science binnen de Engelse taal zelf – althans volgens de Oxford Advance Learner’s Dictionary – knowledge about the structure and behaviour of the natural and physical world, based on facts that you can prove, for example by experiments maar de tweede, derde en vierde definitie geeft het woord weer meer algemeenheid, waaronder ook arts  en humanities vallen.

De Dikke Van Dale geeft in het Nederlands vijf verschillende definities, waarvan de eerste getuigd van een keurig poldermodel (het weten van, de kennis, bekendheid met iets). De derde definitie gaat in op exacte wetenschappen en bij de vierde komt de rest van de wetenschappen aan het woord.

Misschien loopt het daar wel spaak tussen de échte bèta’s, van die mensen die dingen doen die gewoon kloppen, geen axioma’s, geen dogma’s, niets van dat alles: het klopt. Of niet. Dat het een lastige vraag is, laat voor mij in ieder geval een antwoord van het genootschap Onze Taal op een tweet van mij zien (toen ik nog de snelle hypothese had dat hoe wij ‘wetenschap’ nu gebruiken een soort van ‘hertaling’ van het Engelse science was):

Wellicht moeten we gewoon weer eens naar de Verenigde Staten kijken en het woord academia gaan gebruiken…

 

* Antwoord:

De teloorgang van de Engelse wijnbouw werd ingezet door het huwelijk van Hendrik de Tweede met Eleanora van Aquitanië in 1152. Deze verbintenis bracht de Engelsen voor het eerst in contact met Franse wijnen. De genadeklap voor de Engelse wijnbouw was het stiekeme huwelijk van Hendrik de Achtste met Anna Boleyn in 1533. Paus Clemens VII weigerde het huwelijk te erkennen omdat Hendrik ook nog getrouwd was met Catherina van Aragon. In 1534 was de breuk met de kerk van Rome een feit. Hendrik sloot de katholieke kloosters in het land. Omdat het grootste deel van de wijngaarden in Engeland bij kloosters hoorde, hield met de sluiting van de kloosters ook de Engelse wijnbouw op te bestaan.

** Ze ziet geen tweets tijdens de uitzending (althans, niet voor zover mij bekend)

From Volkskrantgebouw to Volkshotel

From Volkskrantgebouw to Volkshotel

The Volkshotel in the former building of the Volkskrant, still one of the largest newspapers in The Netherlands, transformed during the past year (and the years before that) into an almost new building.

I’ve been experimenting with many different (old) camera’s the past few years. It turned out I took quite a few pictures before, during and (almost) after the make over of the once modern building since I became a member of Bureau Wibautin the Broedplaats** in the VK-building.

Used cameras: Nexus 4, Polaroid (SX-70 and 600), Kodak Brownie model 2, Agfa Rekord II, Venaret

There’s a big disadvantage using a scanner for Polaroids: the tiny layer of plastic shielding the picture from the outside world is thick enough to make the picture look out of focus or just a bit unsharp..

* Bureau Wibaut, a collective of journalists and other media-producing people
** Broedplaats: artist run initiative, a place where rents are relatively low and creativity is high

Wildplasser, plassende man

De Wildplasser

Al enkele jaren valt ie me af en toe op: de wildplasser. Alleen staat ie daar, aan de rand van de atletiekvelden van Sportpark de Schinkel:

Wildplasser, plassende man
De Wildplasser, Erik Kessels, 2011

Een bordje staat er ook al niet bij, het blijft dus gissen waarom die man daar zo staat te pissen…

Het blijkt een kunstproject van de voetbalclub ASV Arsenal en SKOR | Stichting Kunst en Openbare Ruimte.


View Larger Map

Foto: Krijn Soeteman
Datum: Waarschijnlijk rond maart 2013 (ontwikkeld maart 2014)
Camera: Kodak Brownie No. 2 Hawkeye model B

Creative Commons-Licentie

Plat

Plat

 

Plat.

En groen, althans het gras.

Blauw, de lucht.

Grijs, het asfalt. Met witte lijnen.

Haaks staande windmolens op het horizontale landschap.

Plukjes bomen her en der. Een huis, een boerderij, een schuur.

De Knardijk die noord en zuid scheidt.

Als ongepoetst zilver schitterende kanalen en sloten verdiept in het gewest.

De Flevopolder. Als een onbeschilderd canvas baadt hij in de winterzon. De gewassen zijn nog niet geplant. Het perspectiefraster van wegen doorkruist de velden. Het zomertableau nog onbekend.

Meerkoetenweg
Meerkoetenweg

'De Aardzee', kunstenaar: Piet Slegers
‘De Aardzee’, kunstenaar: Piet Slegers

Vogelweg, over Knardijk
Vogelweg, over Knardijk

Vogelweg
Vogelweg

Coordinaten van Tong van Lucifer: 52.44150000 N - 5.44116667 E
De ‘Tong van Lucifer’, kunstenaar: Rudie van de Wint

ArtZuid: Beeld in tien delen

ArtZuid: Beeld in tien delen

Een opvallend werk op ArtZuid, vooral omdat het eerst niet zo opvalt tussen het nu zo frisse groen: “Beeld in tien delen” van Leo de Vries.

Leo de Vries, Beeld in tien delen
Leo de Vries, Beeld in tien delen, steen, 1970

De beeldengroep is voor de argeloze fietser of wandelaar in eerste instantie niet heel opvallend. Juist het passeren zorgt voor het effect: ineens heb je een gevoel iets heel bekends te zien. Enkele seconden later is dat gevoel weer weg en zijn de stenen weer een eigen vorm.

Mijn eerste indruk was dat ik enkele van de bekende Moai van Paaseiland in mijn ooghoek zag en dat is precies wat de kunstenaar volgens het bordje bedoelde. Toch fijn dat het ook zonder bordje duidelijk werd.