Blockchain-onbegrip zorgt voor verwarring columnisten

Blockchain-onbegrip zorgt voor verwarring columnisten

Verkeerde veronderstellingen en foute aannames

“Is de bitcoin-gekte het nieuwste generatieconflict?” kopt een columnist in de Volkskrant woensdagochtend 4 oktober. “Digitaal geld zet stelsel op z’n kop” schrijft een andere op dezelfde dag in het AD.

De columnist van de Volkskrant Peter de Waard heeft het over ‘een trein vol studenten’ waar jongeren elkaar gek maken met potentiële bitcoin-winsten. Hij vergelijkt het met de fascinatie met de optiebeurs van generatie X. Met andere woorden: hij wil het generatieconflict heel graag duiden. Misschien zou het goed zijn als hij zijn oor eens te luisteren legt bij plaatsen waar het daadwerkelijk over digitale valuta en andere blockchaintoepassingen gaat. Daar lopen verdomd weinig studenten rond. Een paar, natuurlijk. Ook een paar echt ‘oudere’ mensen, maar het grootste deel zal tussen de 30 en de 55 jaar zijn. En vooral man.

Screenshot World Coin Index woensdag 4 oktober, 17:36 CET

Interessanter is dat het dan niet gaat om witte mannen. Het is een veelkleurig en veeltalig geheel. Maar ja, liefhebbers van zogenaamde publieke blockchains houden dan ook niet zo van grenzen.

Anders denken

Volgens De Waard zouden ‘zelfs jongeren met een negen voor wiskunde weinig snappen van de werkwijze van de virtuele munt’. Hoezo? Dat hij het niet begrijpt zegt niet dat jongeren (of ouderen) het niet zouden begrijpen. Het is zeker een andere manier van denken en kijken, maar niet begrijpen…

Oké, het is waar dat er een stevig stukje cryptografie en speltheorie inzit. Er zijn mensen die dat écht begrijpen. Het is alleen niet nodig dat zelf te kunnen doorgronden. Zonder diepgaande kennis van die onderwerpen, is de werking van Bitcoin of veel andere blockchains met enige inspanning prima te overzien. Maar nogmaals: het is een andere, nieuwe manier van denken en daar zit de werkelijke moeilijkheidsgraad. Zonder ermee te ‘klooien’ zul je er inderdaad niets van begrijpen. Iets met gedeeld vertrouwen zonder vertrouwde derde partij. Klinkt niet moeilijk, maar dat aanvoelen is best lastig.

Bitcoin is geen geld

Ook Roland Duong laat met zijn op z’n kop gezette stelsel zien heel wat klokken te hebben horen luiden. Het begint al met het ‘casino van cryptomunten’. Dat laat ik voor wat het is. Interessanter is de uitspraak ‘maar bitcoin is geen geld’ en dat terwijl bitcoin is ontworpen als puur digitale vorm van cash. Hij zegt in de volgende zin dat er bij ‘gewoon geld’ iets ‘tegenover staat’ om vervolgens hypotheken aan te halen. Bij een hypotheek zou er namelijk iets uit de werkelijke wereld tegenover staan, namelijk een huis. Dan komt de goudvoorraad bij centrale banken langs die een deel van onze geldvoorraad zou dekken. En dat terwijl er bij bitcoin een enorm netwerk aan computers staat te werken om de waarde te onderschrijven én tegelijkertijd het netwerk veilig te houden. Lijkt me best wat waard. Of dat ook zo’n 3600 euro per stuk is (wo. 4 okt. 2017, inmiddels 17 oktober en zo’n 4800 euro per stuk), dat is een andere discussie. Maar dat het netwerk echt waarde heeft, staat voor mij buiten kijf.

Volgens Duong zou bitcoin alleen de waarde van de bitcoin vertegenwoordigen. En die nu ‘ongelooflijke waarde’ is ‘op moment van schrijven 4200 euro’. Ik ben bang dat hij een euro-dollarfoutje maakt. Maar goed, dat vergeven we hem.

Voordat we afdwalen in een spelletje hoeveel iets wel of niet waard mag zijn, even terug naar ‘normaal’ geld. Voor zover mij bekend is de goudstandaard al in de jaren ’70 van de vorige eeuw losgekoppeld om de Vietnamoorlog te financieren. Althans, de Amerikaanse Dollar. De euro zit ook niet aan goud vast, al hebben centrale banken wel een relatief klein bedrag in goud als reserve. Maar als we even bedenken hoeveel euro er sinds de crisis vanaf 2015 volledig digitaal is bijgedrukt.. iets van 60 miljard euro per maand of zo? Dan moeten we misschien maar eens praten over de vraag of er bij ‘gewoon geld’ iets tegenover staat.

Waar worden die cryptomuntjes gemaakt?

Beide columnisten hebben het ook over handel en spaargeld. De Waard stelt dat de handel in cryptovaluta niet is geconcentreerd in westerse handelscentra, maar in Zuidoost-Azië. Dat ligt misschien wat lastiger. Als we kijken naar handelsvolume is Dollar-Crypto het grootst, ruim 40 procent. Daarna volgt de Japanse Yen, dan de Koreaanse Won en dan pas de euro. Maar dat is een vertekend beeld. Alles is namelijk vertekend in vergelijking met normale of ‘ouderwetse’ mondiale verhoudingen in Cryptoland. De meeste bitcoin-miners staan in China. Waarom? Meerdere redenen. Goedkope energie, hardwareboeren om de hoek. Maar Europa heeft dan weer de meeste exchanges. Niet per se de grootste. De Verenigde Staten zijn lastig: elke staat heeft zijn eigen regels en … nee. Dit wordt te veel informatie.

De Waard stelt in ieder geval dat de bitcoin-gekte een nieuw generatieconflict is. Hij vraagt zich zelfs af of het niet verboden moet worden. Iedereen die enige kennis heeft van hoe bijvoorbeeld het bitcoinnetwerk in elkaar zit, weet dat zo’n verbod eigenlijk niet kan.

Een blockchain is nog geen bedrijf

Duong ziet ook gevaar als het om spaargeld gaat. En ja, hij heeft daar ook gelijk in natuurlijk. Hij vergelijkt het met de dotcom-bubbel van 2000. Daar ben ik het wel mee eens: heel veel van de munten die in de afgelopen korte tijd zijn ‘bedacht’, zullen binnenkort niet meer zijn. Maar het zijn ook niet per se munten. Het zijn vaak tokens die een functionaliteit ergens aan geven. Totaal anders denken vraagt dat. Hij haalt investeren aan in bedrijven, zoals de Apples, Googles en Amazons. Het lastige is natuurlijk dat die crypto’s geen bedrijven zijn in de oude zin van het woord. Het zijn protocollen. Op het moment dat zo’n protocol ‘live’ en publiek is, is het niet meer per se van het bedrijf. Zeker een munt als bitcoin is dat niet.

En nee, al je spaargeld in crypto’s stoppen lijkt me niet handig. Spreiden, dat is volgens mij het aloude adagium. Ook nu crypto’s er in de handelswereld bij zijn gekomen.

Al met al kan ik me voorstellen dat voor de ‘cryptoleek’ heel wat termen zijn langsgekomen die onbekend zijn. Aan de andere kant waren streaming en googlen 20 jaar geleden ook onbekende termen voor de meesten. Langzaam zullen de termen het publieke domein bereiken en beter begrepen worden. Maar bij blockchains en crypto’s geldt nu nog: er is heel wat educatie nodig.

ps: ik zou nog aan kunnen halen dat er een heel andere distributed ledger/blockchainwereld is waar we als buitenstaander niks van weten, namelijk die bij de banken en vergelijkbare instituten, maar dat laat ik voor een andere keer.
pps: eerder gepubliceerd op Steem, een sociaal netwerk dat draait via/met/op een blockchain

Het warme Noorden

Het warme Noorden

Transportschepen op de Noordpool en aardbeien op Groenland? De gevaren van klimaatverandering zijn welbekend. Maar welke mogelijkheden biedt een ijsvrije Noordpool? Tegenlicht zocht het uit.

Artikel "Het Warme Noorden", VPRO Gids #46
Artikel “Het Warme Noorden”, VPRO Gids #46

‘Investeren in het Noordpoolgebied kent nog een hoog risico,’ zegt Maarten Loonen, universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Toch wordt er veel naar het Noordpoolgebied gekeken. Ook door Nederland.’ Laurence Smith, de schrijver van het boek The world in 2050 en geografieprofessor aan de UCLA in Californië, beaamt dat: ‘Het Arctisch gebied blijft op de korte termijn een gevaarlijke en afgelegen regio, maar op de lange termijn kan er een hoop veranderen, waaronder meer menselijke bewoners in het Arctisch gebied.’

Steden zullen op de lange termijn steeds rijker worden en de vraag naar grondstoffen zal explosief blijven toenemen. Gemondialiseerde markten en klimaatverandering zullen allemaal bijdragen aan meer menselijke activiteit in de Arctische regio met meer mijnbouw, visserij, toerisme, scheepvaart en winning van olie en gas. Smith ziet tegen 2050 zelfs de eerste Canadese universiteit boven de zestigste breedtegraad verrijzen.

In de aflevering ‘Het warme Noorden’ gaat VPRO Tegenlicht gaat zondag in op de toekomstige potentie van de regio. Aan het woord komt onder meer de Noorse ondernemer Felix Tschudi, die in 2010 als eerste een niet-Russisch schip liet varen via de transarctische zeeroute. We zien Chinezen op IJsland druk bezig met plannen voor hotels en golfresorts en het in gebruik nemen van een ambassade met plek voor 500 man, terwijl ze door Noorwegen juist weer angstvallig buiten de deur worden gehouden. En VPRO Tegenlicht volgt voormalig president van Groenland Aleqa Hammond, op zoek naar de bodemschatten die het land rijk is. Want bij het terugtrekken van het landijs op Groenland hoort ook het vrijkomen van bewerkbaar land en toegang tot meer delfstoffen.

Zeerechtverdrag
Het economisch belang van de regio verschijnt steeds meer op de politieke agenda van de landen buiten het Arctisch gebied. In 2013 voeren reeds 44 containerschepen in het hoge Noorden, al volgden hiervan nog slechts negentien de hele transarctische route. Desalniettemin lijken de mogelijkheden schier eindeloos, iets dat zorgt voor meer kapers op de kust, niet in de laatste plaats bij de verdeling van de Noordpool en het gebied daaromheen midden in de Noordelijke IJszee. ‘Die verdeling wordt nu opgehangen aan Unclos, het vn-zeerechtverdrag,’ zegt Loonen, ‘Daarin staat beschreven wat landen zich kunnen toe-eigenen en waar ze recht op hebben. Standaard is dat de 200-mijlzone. Ook staat in Unclos dat de landen gebruik mogen maken van de afstand waarover het continentale plat zich uitstrekt voor de kust.’

Dat laatste gebied is moeilijk te definiëren en daarom wordt er nu veel tijd besteed aan het in kaart brengen van de zeebodem, legt Loonen uit. Rusland zegt nog steeds alles te kunnen claimen tot aan de geografische noordpool, waarbij een van hun argumenten is dat zij verantwoordelijkheid nemen voor het gebied en hulpposten bouwen – wat in feite militaire bases zijn. Ook Canada doet dat. Zo probeert ieder land in de buurt van de noordpool meer activiteit te laten zien om vervolgens het gebied te kunnen claimen.

Brengt dat geen risico op conflicten met zich? Smith denkt van niet: ‘Binnen de territoriumdrift van verschillende landen is het Arctisch gebied geen nieuw conflictgebied, aangezien de onafhankelijkheid van de landen onbetwist is. De Noordelijke IJszee zelf valt onder het vn-zeerechtverdrag. Conflict in het Arctisch gebied lijkt mij daarom niet heel waarschijnlijk, al heeft de recente geopolitieke spanning tussen Rusland en het Westen de relaties zeker bevroren wat betreft samenwerkingsprojecten in het poolgebied.’

Moeras
Bedrijvigheid zal in het hoge Noorden vooral plaatsvinden op het water en zich toespitsen op het vervoer van olie, gas en goederen. Sommige bestaande havens kunnen daardoor uitgroeien tot belangrijke mainports. Ook al bestaande havens proberen hun belang te behouden, op de Tweede Maasvlakte in Rotterdam staan niet voor niets al enkele opslagtanks voor vloeibaar gas (LNG). Nu nog voor LNG uit het Midden-Oosten, in de toekomst wellicht uit het hoge Noorden.

Heel veel extra activiteit op het land buiten de al bestaande havens en zuidelijke delen verwachten Smith en Loonen niet, omdat de bodem zonder permafrost bestaat uit zompig turf en moeras. Op dit moment is het grootste deel van de infrastructuur en gebouwen afhankelijk van die altijd bevroren ondergrond. Nu al klagen de inwoners op Groenland dat transport minder makkelijk is door de wegvallende zeeijsverbindingen in het voorjaar, iets waar ook dieren veel last van hebben.

‘Wereldwijde klimaatverandering wordt in het Arctisch gebied versterkt door verschillende mechanismen, vooral de zogenoemde albedo-feedback,’ zegt Smith. ‘Die zorgt ervoor dat door minder sneeuw- en ijsbedekking van land en zee de donkere ondergrond meer zonlicht absorbeert, wat voor een snellere opwarming rond de pool zorgt.’

Modelstudies
Wat dat precies voor gevolgen gaat krijgen, is lastig te zeggen. Loonen: ‘We weten dat het onstuimiger zal worden en dat er meer neerslag gaat vallen. Misschien is de ijskap in 2050 voor een groot deel verdwenen, maar dat zijn allemaal voorspellingen op basis van modelstudies. Het is in ieder geval zeker dat de ijskap op de Noordelijke IJszee de komende decennia in de winter nog aan zal groeien tot de grootte die hij nu heeft. De Noordpool wordt geen lieflijke atol, het zal een ruig gebied blijven, donker, koud, stormachtig en klimatologisch steeds slechter voorspelbaar. Je kunt makkelijk zeggen: het ijs is weg, nu kunnen we er naartoe, maar ik zeg altijd: als je daar in de winter bent, ga je dood. Daarom ga ik ook alleen ’s zomers. Er wordt soms gedaan alsof het een poldertje is waar je zo naartoe gaat. Het is joekelsgroot! Vijftien miljoen vierkante kilometer ijs bedekt de Noordelijke IJszee in de winter!’

Tegenlicht laat zich daar niet door weerhouden en onderzoekt hoe je aardbeien kunt verbouwen op Groenland, een golfparcours aan kunt leggen op IJsland en of de Groenlandse aardappelteelt ooit kan concurreren met die in Nederland.

Dit artikel verscheen ook in de VPRO Gids #46 en staat ook op het wetenschapsportaal van de NPO.

De Tegenlichtuizending gaat dieper in de op de materie.

Van uitstoot naar brandstof

Van uitstoot naar brandstof

Zonne- en windenergie opslaan door brandstof te maken uit CO2. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar het kan echt.

De papieren versie
De papieren versie

‘Het meest belachelijke idee is toch wel het opslaan van een afvalproduct. Hergebruik direct! Maak die kringloop! Cradle-to-cradle!’ aldus een energieke Richard van de Sanden, directeur van het Nederlands instituut voor fundamenteel energieonderzoek DIFFER. Hij heeft het over CO2, de bekendste en belangrijkste veroorzaker van opwarming van de aarde. Het broeikasgas onder de grond opslaan vindt hij dus domheid ten top. Wat kunnen we er dan wel mee? Daarover gaat Labyrint TV deze week.

Uitzending: CO2 als brandstof

Read more

Hét probleem met de stadsfiets(er)

Hét probleem met de stadsfiets(er)

De stadsfiets is de stad ontgroeid. Hij of zij is te groot. Vooral de voorgevel is kolossaal. De fiets past niet meer in een rek en ook niet meer op het pad. De stadsfiets is een monsterlijk gedrocht.

Vooral het vrouwelijk deel van de Amsterdamse bewoners binnen de ring maakt zich er schuldig aan. Een rugtas? Een fietstas? Nee, dat hoort niet bij het muntwater-cappuccino-lurkend-yoga-end deel der stadsnatie. Je slot om de zadelpen wikkelen is ook niet meer van deze tijd: in de bak ermee! En ook nog fijn fietsend telefoneren, wat het geheel met die onmogelijke hutkoffer voorop nog instabieler maakt.

Vergeet ook niet de duo’s op de vrij smalle vrijliggende fietspaden. Gezellig beppend naast elkaar (m/v) met zo’n leuk roze of zwart ding op dezelfde hoogte naast elkaar. Toch al enkele keren haast mis zien gaan met een hoop gegiechel. Tot de winter de straten weer lekker glad maakt…

Begrijp me overigens niet verkeerd: de fiets is de meest haalbare redding voor veel grote steden, maar laten we dan in ieder geval het goede voorbeeld geven en intelligente oplossingen verzinnen.

Waar ging het mis? Bij het afschaffen van bepaalde wet- en regelgeving rond de fiets begin jaren ’90? Toen de mountainbike eerst nog illegaal zonder wit achterspatbord op de openbare weg verscheen? Neen, wetten rond maximale breedte zijn er wel, maar niet zeer specifiek. Dat is maar goed ook, er zijn namelijk genoeg mensen die wél extra ruimte nodig hebben. Iets met kinderen of bepaalde beroepen.

Het gaat dus mis bij het hardnekkig überindividualisme: “Ik heb een fiets en ik moet álles mogen met mijn fiets, ongeacht hoe en wat en of ik anderen daarmee tot last ben. Ik ben Ik.”

En ze zijn tot last: eerst waren het enkele fietsen-met-bakjes-voorop, nu zijn daar allerhande varianten bijgekomen, waarvan de meesten steunen op een zeer brede voorbagagedrager die, in tegenstelling tot de ‘ouderwetse’ voorbagagedrager, onmogelijk in een normaal fietsenrek past. Als dan een paar van die fietsen het rek bevolken, past de rest er niet meer bij. Read more

Parool: “Tijd voor een handige stadsfiets”

Parool: “Tijd voor een handige stadsfiets”

Artikel Parool 3 september 2013
Artikel Parool 3 september 2013

Vandaag verscheen in het Parool een stuk van mijn hand over de stadfietser en de door hem (m/v) gebruikte stadsfiets. Ingegeven door een al misschien wel jarenlange steeds verder oplopende ergernis, kroop ik afgelopen week in de pen om daadwerkelijk het papier op te zoeken voor mijn mening in plaats van in een blog of een rant op Facebook, Twitter of een van die andere online babbelboxen.

Uiteraard vertel ik hier niet bij dat enkele (=2) van mijn buren hun fiets over het algemeen keurig buiten het rek parkeren. Ook niet dat er mensen zijn die afneembare mandjes hebben en ook niet dat er enkele merken in het recente verleden zijn begonnen met wél handige stadsfietsen.

Links een vooraanzicht, midden en rechts bovenaanzichten met resp. de maten in centimeters.
Links een vooraanzicht, midden en rechts bovenaanzichten met resp. de maten in centimeters.

Een van die merken was bijvoorbeeld VANMOOF, maar helaas begonnen die ook een tijdje terug met het leveren van accessoires in de vorm van.. jawel een bakje voorop. Allerhande andere populaire, technisch gezien ranke fietsen, zoals fixies en vergelijkbare vintage racefietsdingetjes, zijn ook niet erg groot natuurlijk maar niet erg gebruiksvriendelijk voor de gemiddelde fietser.

Verder speel ik nogal op de man met een bepaald type vrouw. En als je erop let zie je inderdaad meer vrouwen met oversized fietsen. Toch is er één ding wat het extra vervelend maakt: vrouwen lijken wel altijd. ALTIJD. te bellen. Telefoon in de hand en stuur in de andere. Dat maakt het misschien een graadje erger dan de meeste mannen met een bakkie voorop..

Stedelijke ontwikkeling volgt eenvoudige patronen

Stedelijke ontwikkeling volgt eenvoudige patronen

Een stad is een soort sociaal reactievat dat zich gedraagt volgens eenvoudige, universele wiskundige wetten. Een nieuwe studie laat zien dat bestaande vergelijkingen van steden met organismen, mierenkolonies of andersoortige netwerken niet opgaan.

Hoe de nieuwe inzichten tot stand kwamen, beschrijft natuurkundige Luis Bettencourt van het Amerikaanse Santa Fe Institute deze week in het tijdschrift Science.

Toch blijkt dat hoe verschillend steden eruit zien en hoe complex ze ook worden, steden zich wiskundig houden aan vrij simpele universele wetten.

Nutsvoorzieningen
Bettencourt keek via verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals natuurkunde, economie, sociologie en biologie, naar de ontwikkeling van steden. Daarnaast maakte hij gebruik van de enorme hoeveelheid verzamelde data van verschillende netwerken, zoals van nutsvoorzieningen en mobiele telefoons.

“Mensen hebben met het ontstaan van steden een totaal nieuw soort complex systeem gecreëerd,” legt Bettencourt in Science uit. “Ze onwikkelden intuïtief de beste manier om sociale netwerken in tijd en ruimte te plaatsen en ze ook nog te laten groeien en ontwikkelen zonder te moeten stoppen.”

Omdat al die steden zo verschillen, van mega-metropool zoals Tokyo tot een klein stadje in Zweden, lijkt het heel lastig uit te vinden wat voor universele wetten eraan ten grondslag liggen.

Optimale stad
Door juist te kijken naar wat steden nu écht zijn, blijkt dat ze niet zozeer uit agglomeraties mensen bestaan, maar dat het agglomeraties van de verbindingen tussen mensen zijn. Alle andere eigenschappen, de wegen om elkaar te bereiken, de dichtheid die daarvoor nodig is, de economische producten en de ideeën die mensen samen bedenken, komen uit die verbindingen voort.

Het door Bettencourt opgestelde theoretische model suggereert dat een optimale stad bestaat als we de meeste sociale interactie hebben en daarbij ook het hoogste sociale en economische rendement. Daarbij moeten de kosten van spullen en voor het met elkaar in contact komen niet te hoog worden.

Uiteindelijk doen steden iets heel speciaals als ze groeien: ze balanceren het maken van zowel grotere als compactere sociale netwerken die mensen ertoe zet nieuwe dingen te leren, te specialiseren en van elkaar afhankelijk te zijn. Daarbij breidt de grootte en kwaliteit van de infrastructuur zich uit.

optimal city
Bettencourt, “The origins of scaling in cities”, DOI: 10.1126/science.1235823

Het bijzondere is dat niemand in die groeiende netwerken meer moeite hoeft te doen om met elkaar te blijven samenwerken.

Beleidsmakers
Al die verschillende factoren zijn van belang voor beleidsmakers en planners. Om de sociale reactoren goed te laten werken, moeten planners denken in hoe positieve sociale interactie te bevorderen met lage kosten, bijvoorbeeld bij mobiliteit en energie. Een stad kent daarnaast ook problemen, zoals criminaliteit en segregatie, maar door bijvoorbeeld beter transport, zijn dergelijke problemen te verminderen.

Dus wat is een stad? Bettencourt denkt dat de enige metafoor die in de buurt komt een vorm van stellaire fysica is: “Een stad is eigenlijk een soort sociale reactor, daarom lijkt een stad meer op een ster dan bijvoorbeeld een mierenkolonie. Het trekt mensen aan en versnelt sociale interactie en sociale opbrengst op een manier analoog aan hoe een ster materie comprimeert en een ster ‘brandt’ feller en sneller hoe groter die is,”

“Snelle verstedelijking is het snelste, meest intense sociale fenomeen wat de mensheid ooit is overkomen,” zegt Bettencourt. “We beginnen nu langzaam te begrijpen waarom verstedelijking overal plaatsvindt en wat het uiteindelijk voor onze soort en voor de planeet betekent.”

Eerder gepubliceerd op nu.nl met nog een doel om het in combinatie met andere artikelen om te werken naar een groter, verhaal. Hopelijk is daar binnenkort eens tijd voor…

Nano-ethische kwesties

Nano-ethische kwesties

Van veel nanotechnieken weten we nu al dat ze ons leven gaan veranderen. ‘Dus moeten we nu ook bedenken wat we aanvaardbaar vinden.’

De papieren versie
De papieren versie

‘Stel je voor dat je bij de drogist voor €14,95 een geslachtstest koopt, zoals je nu een zwangerschapstest haalt. Dan burgert zoiets ineens heel snel in. Daar moet je als ethicus nu echt over meedenken, midden in het debat staan en niet vanaf de zijlijn toekijken.’ Peter-Paul Verbeek, techniekfilosoof aan de Universiteit Twente, laat direct een dilemma zien: vinden we dat dit mag, aan het begin van je zwangerschap achterhalen of je een jongen of een meisje krijgt? Met toekomstige Lab-on-a-Chip-technieken zal het mogelijk zijn.

Uitzending: Embryo-on-a-Chip

Read more

Mini Maker Faire Groningen

Mini Maker Faire Groningen 2012
Met laser gesneden/gezaagd bord bij ingang van de eerste officiële Groningse Mini Maker Faire 2012

Nu is het de Maker Faire in Groningen die het landelijke nieuws haalt. Ruim een eeuw eerder kon je verschillende interessante lokale projecten vinden in de provincie met diezelfde naam die het grootste gedeelte van het land nog moest ontberen, namelijk projecten die later bekend zouden worden onder nutsvoorzieningen. Zoals Uithuizen met een gasbedrijf in 1905, Middelstum met z’n eigen elektriciteitscentrale in 1910 en iets eerder Groningen stad met een eigen waterleidingbedrijf in 1881. Ja, die provincie was er als de kippen bij.

Herhaalt die geschiedenis zich nu? Is het kleinschalige enthousiasme en vooral ook doorzettingsvermogen, een voorbode voor wat komen gaat? Dat zou toch prettig zijn. Een wereld waar we lokaal mens zijn met toch een wereldwijde markt, alleen dan een markt van ideeën en niet zozeer een markt van fysieke objecten, want die maak je thuis. Of anders ergens in de buurt. En als het niet in de buurt kan, dan moet het wel heel raar lopen wil dat écht niet kunnen. En als het kan, maar het is er nog niet, dan regel je het toch zelf? Of met iemand. En die kan dan weer aan de andere kant van de wereld wonen.

Zover is het nog niet. Nog lang niet? Dat is twijfelachtig. Maar terug naar Groningen en de eerste officiële Mini Maker Faire op het Europese vaste land.

Impressie
Veel blanke mannen en in iets minder grote hoeveelheden de dito vrouw. Praktische schoenen – werkschoenen. Broek-met-van-die-zakken-aan-de-zijkant. Daarnaast allerlei pluimage, veel kinderen die zich vergapen aan grappen die uit te halen zijn met… alles eigenlijk.

Materiaal van de toekomst: hout, voor de bulk. Verder elektronica om de boel slimmer te maken en kunststoffen van ‘bioplastic’. Handig, want afbreekbaar. Verder ook vast wat niet-afbreekbare kunststoffen, maar een kniesoor die daar nu al over gaat zeuren.

Verwerkingsmethoden: van al eeuwen bekend tot vrij nieuw. Hamer, spijker, schoef en boor. Ze zijn er allemaal nog. Daarnaast nu dus de 3D-printer in allerlei vormen en met vele verschillende printmogelijkheden. En is de 3D-printer er voor het kleine, fijne werk, voor radertjes en ander klein spul, de dingen zelf zitten vaak in een omkisting van hout. En dat hout, dat ziet er heel erg strak uit. Zo strak doet mijn figuurzaag van de timmerclub dat niet!

Laser-snijden
Het antwoord op de vraag hoe te zagen dezer dagen is vrij simpel en komt uit de metaalindustrie: de laser cutter. Met laser cutting is vrijwel elke twee-dimensionale vorm uit een plaat hout te krijgen. En nu de nieuwigheid er nog niet vanaf is, is ook de donkere verkleuring van het verbrande hout langs de randen nog een optisch mooi gegeven, al zal die verkleuring snel de weg van de afgeronde ‘web 1.0’ randjes van oud photoshop-werk volgen.

Allemaal inspirerende zaken, waarbij ik toch niet echt een bevredigend antwoord heb gekregen op de vraag waarom men zo graag met de open-source gedachte te koop loopt en die gedachte ook aan iedereen uitlegt, terwijl er bijna geen andere OS-en dan Windows of OSX te bewonderen waren. Ok, in een klein hoekje in het Pomphuis was ruimte voor verschillende Linux-desktops waarachter verscheidene pubers kunsten vertoonden met zo snel mogelijk dingen op de command line typen. En kom nou niet met het argument dat de command line nog zo hard nodig is bij populaire distro’s. Wel Blender, Inkscape en Gimp gebruiken, maar dat toch op een Win-compu.

Voor mij waren de ‘Talks’ het interessantst, al heb ik ze niet allemaal gevolgd. Binnen de opzet van het festival hadden die misschien een betere plek mogen krijgen, vooral ook omdat de ruimte vlak naast de grote, lawaaiige werkplaats lag. Aan de andere kant was het wel heel toegankelijk op deze manier: het was niet zo’n zaaltje waar je eigenlijk niet naar binnen durfde.

Ergens in de wandelgangen pikte ik nog op dat mensen het jammer vonden dat het niet meer in ‘het westen’ plaatsvond. Tja, als ik me dan een voorstelling maak van hoe het nou zou zijn als dit op het Westergasterrein zou plaatsvinden. Direct gekaapt door de bakfietsmaffia, de ‘biologische, ik ben zo gezellig’-koks, de ‘experience’ zou leidend zijn, niet het echte verhaal. De ‘talks’ zouden ook op een hoog plan getild worden; TED moet het zijn! De mensen zouden ook rondlopen op UGGS (of wat er nu hip is).

Ik denk dat het pas doordringt in Amsterdam als het híp is. Dus wie loopt er nou eigenlijk achter?

Interview: Nancy Schoenmakers

Exhibition in the Fashion Hotel. For the coming two months the hotel is showing fashion photos by Nancy Schoenmakers. She is an ’almost thirty years old’ photographer from The Netherlands. She has been nominated for different awards and has exhibited her work in many different galleries and expo’s. I had the chance to catch her for an interview in advance of her latest exhibition.

Why Fashion Photography?
“I’ve always been involved in photography in addition to my teachers training. The art school in Utrecht is engaged to documentary photography, but I soon found out that it was not really my thing. I like to direct a story. After Utrecht I enrolled onto the Royal Academy in The Hague in the third year for commercial photography, which is fashion and advertising. I did an internship at Petrovsky and Ramone, two leading fashion photographers of our time. They’ve been very inspiring. Then I went to New York, did lots of different things there and by the time I got back, I was graduated. Thats three years ago already!” (giggles).

And then suddenly your own exhibition.
“Going away for a while and do some shoots elsewhere felt good. Also the idea that the best work would be in an exhibition is a good incentive“

So you knew in advance the best California-work would be exhibited?
“Indeed! And also five older works. Things go very fast now and I shoot a lot. During the NY Fashion week I also photographed shows there. An interesting experience!“

The glimpse of the photo’s I’ve seen showed me mainly outdoor photography, am I right?
“Yes. I like it very much. But I couldn’t show much of the photos, as they aren’t officially published yet. So there are a few teasers. Did you see the youtube-video? “

Yes.
“Then you could see a bit of what the outdoor locations in California looked like! I love shooting outside very much, I find it exciting and I also like it to go abroad to shoot because everything is new, everything is so refreshing… I only worked with local people. I love the dynamic image very much and work with many movements. I do not work with tripods, I feel too limited. I shoot mostly out of hand“

What feeling did you want to give us with the images?
“My vision of beauty (…) and a story in the pictures, which I want to tell.”

Do you have a direction where you want to grow?
“I think I make a step at a time. Ambition never ceases. I would like to work for international magazines and shoot major advertising campaigns. “

Which brings me to a question on the way you work: did the online world change that?
“Well, Internet is just very convenient. You can mail or Skype agencies and interesting people. Without the Internet it would be impossible. Then you had to go there, make local contacts, etc. This is simply faster.”

And has it affected your photography?
“Well, many people call themselves a photographer and put their pictures online. And besides that you see a hundred thousand images, everyone takes pictures and puts them on facebook or somewhere else. It all goes much faster, but I think it has many advantages.”

Do you think it is important that you worked with analogous photos?
“Pooh.. Now I’m thinking of the people who never experienced it. I think it’s good that I’ve been there. It is important that the young generation knows where photography comes from.”

One more thing: do you have a signature in your image?
“I asked a few people how they would describe my work. Eye-catching, feminine, colourful, fresh, daring, edgy, although I sometimes wonder if it’s all that. I don’t know. My work is very much in your face. It’s not romantic. But I’m not so busy with those questions. I shoot the way I shoot. That’s my pen, a part of me. When I look at other hobbies: I am a singer, I make music in a band. I love loud music and stuff.”

Ha, in a band, what’s the name?
“An electro-pop-rock-punk band. We’re called “Inspect My Gadget”. Haha! But yes, it is difficult, now I’m back, but I was just gone for two months. Now the base player is pregnant, so every time there\’s something in between.”

Thank you for your time! I am looking forward to the exhibition. Is it in one space or throughout the hotel?
“Yes, it is spread through the hotel and people can also buy work!”

More: Nancy Schoenmakers

This interview was published online on http://zero20.nl, April 2011. The initial idea was to make it part of a series, but then I got a ‘normal’ job… 

Boek: Joseph Turow “The Daily You”

Wat we allemaal zouden moeten weten

Het was altijd de grote droom van de advertentie-industrie: iedere stap volgen die elk individu online zet. Die droom is steeds meer werkelijkheid, aangezien de software die elke online-handeling volgt, steeds beter wordt.

De volg-software zorgt voor de snelst groeiende online-business, namelijk die van het trackenvan individuen. Vervolgens bundelen bedrijven deze personen in wel of niet belangrijke potentiële klanten en die informatie wordt verkocht aan adverteerders. Hierdoor krijgt elk individu andere content voorgeschoteld en is ieders internet net even anders.

Waste versus target

Elke klik, ieder ingevuld formulier, elk bezoek aan een website, marketeers verzamelen over iedereen persoonlijke informatie om daaruit complete profielen van individuen op te bouwen waarbij het woord ‘anoniem’ vrijwel betekenisloos is, al lijken maar weinig mensen zich daar echt zorgen over te maken.

Sommigen van ons zijn voor de marketeers slechts ‘waste’ (afval, verspilling) en geen ‘target’ (doel). Dat zorgt niet alleen voor totaal verschillende belevingen op internet – de een krijgt wel een mooie auto voorgeschoteld, de ander slechts een b-merk – maar zorgt er ook voor dat een adverteerder alleen betaalt voor mogelijk ‘goede’ klanten. Dit klinkt in eerste instantie niet zo onlogisch, maar zorgt ervoor dat advertentie-inkomsten nog lager worden voor sites die daarvan afhankelijk zijn, met alle mogelijke gevolgen van dien: is nieuws nog onafhankelijk?

Joseph Turow, professor aan de Annenberg School for Communication in de VS gaat met dit boek in op de geschiedenis van adverteren en op hoe dat bij de verschillende massamedia, zoals krant en TV, werkte. Hij laat hier vooral zien wat de waarde van het grote getal is en hoeveel die waarde afneemt door het internet, wat weer tot gevolg heeft dat contentmakers minder verdienen en wat voor gevolgen dat gaat hebben.

Als je al een tijd meeloopt op internet en je wel eens iets verder hebt verdiept in het reilen en zeilen van dit wereldwijde netwerk, dan vertelt dit boek niet veel nieuws, al is het wel het eerste boek dat alles met betrekking tot adverteren en data-mining op een rijtje zet. Denk hierbij aan de zoektocht vanaf het begin naar mogelijkheden om mensen te volgen, al was het alleen maar om het kunnen bijhouden van wat er in het winkelwagentje zit. Dat resulteerde in de geboorte van de cookie.

Het boek verdiept en laat door een grote keur aan praktijkvoorbeelden zien hoe de wereld van websites, content, marketeers, adverteerders en wat al niet meer door al maar geavanceerdere software van de ‘advertising exchanges’ aan elkaar gekoppeld wordt.

Oude en nieuwe media integreren steeds meer met elkaar en zelfs de TV is niet meer de TV waarmee we opgegroeid zijn. Google en andere partijen proberen daar nu al op verschillende manieren slaatjes voor de toekomst uit te slaan: data van kijkers in combinatie met data van dezelfde smartphone- of internetgebruikers.

“De trein is net gaan rijden en we staan nog maar aan het begin van wat er allemaal gaat gebeuren,” schrijft Turow in het laatste hoofdstuk. Hij draagt ook een aantal ideeën aan die ons meer inzicht en weerbaarheid moeten geven voor ons dagelijks online bestaan. Zoals dat we niet vroeg genoeg kunnen beginnen met het onderwijzen van onze kinderen. Dat laatste klinkt misschien wat klein, het grote werk ligt toch bij de wetgever en zij die de wetgever controleren en daar komt de gemeenschap om de hoek.

Ondanks dat het boek voornamelijk op de markten in de VS gericht is, is het onmogelijk ons aan de beschreven fenomenen te onttrekken, daarom is het boek naar mijn idee een must read voor marketeers of zij die het fenomeen willen bestrijden. Daarentegen is het voor de geïnteresseerde leek te droog met alle diepgaande beschrijvingen van de verschillende praktijken aan de hand van bekende en minder bekende bedrijven die achter de schermen aan de touwtjes trekken.

The Daily You: How the New Advertising Industry Is Defining Your Identity and Your Worth

ISBN: 9780300165012

Publicatiedatum: 10 januari 2012 Yale University Press