Cryptovaluta: wie gebruikt ze?

Bijna niemand, maar dat antwoord zag je wel aankomen

Er is een probleem met cryptovaluta, -tokens en andere, op blockchain gebaseerde zaken: wie gebruikt het? Bijna niemand. Is dat vreemd? Nee, dat is niet gek. Als voorbeeld CryptoKitties. Het eerste bekende spel op een blockchain met als bijzonderheid dat elk katje ook daadwerkelijk uniek is. Het was leuk spelen toen het geheel nog op een testnet van Ethereum draaide en alles technisch gezien gratis was (Ethereum is de blockchain waar CryptoKitties op draait, een soort van Bitcoin). Maar toen ging het naar het echte netwerk, mainnet heet dat, en daar ging het mis.

Is ie niet schattig, Son of Lir. Het wil!

CryptoKitties liftte leuk mee op de hype van dat moment en prompt liep het hele hoofdnetwerk vast. Het zorgde voor enorm hoge transactiekosten, want iedereen zou en moest zo’n kat bemachtigen. Of laten paren (siren heet dat), ongeacht sekse, want sekse hebben de katjes niet. Of ruilen. Of iets anders, maar elke actie zorgt voor een transactie en elke transactie kost een beetje geld. Het netwerk zelf kan zo’n 15 transacties per seconde aan. Je begrijpt al waar dat op uitliep: ravage. Om nog transacties te kunnen uitvoeren, ook als die niks met die katten te maken hadden, moest je diep in de buidel tasten: hoe meer je betaalde, hoe groter de kans dat je transactie rap uitgevoerd werd.

Wippen, ruilen, verkopen

Al snel had ik omgerekend 45 euro in ether uitgegeven aan het spelletje. Dat ging naar een katje kopen (5 euro voor een kat + transactiekosten), een katje laten wippen met een ander katje voor een nieuw katje (transactiekosten voor paren, transactiekosten voor het binnenkrijgen van het katje). Ik zette een katje te koop (transactiekosten voor het in de etalage zetten). Ik zette een katje in de etalage om te paren met een ander, mij onbekend katje (transactiekosten voor mijn kat achter het raam zetten). Kortom, elke scheet kost iets, want elke actie op het netwerk kost iets, want je gebruikt namelijk computerkracht in het netwerk.

Technisch gezien klopt het natuurlijk helemaal dat je, als je rekenkracht nodig hebt, je daarvoor betaalt. We zijn alleen ergens bij het begin van het populariseren van internet gaan denken dat alles ‘gratis’ is. Oh nee, je verkoopt je data, maar dat laten we nu even links liggen.

Terug naar die katjes. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom verzamelspelletjes zo populair zijn en ik snap het nog steeds niet. Maar 45 omgerekende eurootjes voor wat spelen met unieke kattenplaatjes vond ik toch net wat ver gaan en omdat het mijn interesse niet is,.

Toch voel je op je klompen aan dat er wel ‘iets’ zit in zo’n systeem. Moet dat met een blockchain? Niet per se. Dat verzamelen gebeurt op grote schaal binnen zogenaamde free to play-games. De spullen die je in-game kunt kopen blijken alleen vaak gejat te worden, zoals in Fortnite.

Het gaat zelfs zover dat niet alleen het Jeugdjournaal onlangs berichtte over phising naar Fortnite-spullen, maar ook het grotemensenjournaal. Zo’n verzamelonderdeel in een game zou best een blockchain kunnen gebruiken om dat soort problemen tegen te gaan. Misschien niet zo’n blockchain als bij CryptoKitties want die is te traag en log, maar een ander type of op andere wijze geïmplementeerd. Misschien eentje die blockchainpuristen als minderwaardig zien, eentje waar minder nodes in het netwerk zitten. Maar dat is erg technisch.

Waardelaag

Dit soort problemen ontstaat doordat er geen waardelaag in internet gebouwd zit. Niemand kan iets unieks aan iemand anders geven met de zekerheid dat dit niet gekopieerd wordt of dat er iets anders oneigenlijke mee gebeurt zonder dat er een derde partij tussen zit. Die derde partij kan een bank zijn, maar ook een game-uitgever of wat voor partij dan ook die als centrale database wil dienen. Dat gaat vaak overigens prima, maar als de firma failliet gaat of je ineens niet meer aardig vindt, kun je van de ene op de andere dag alles kwijt zijn. Soms is dat misschien terecht, maar nog veel vaker is er een stomme fout in het spel.

Nu was er iemand, of iemanden, die een systeem bedacht waarbij geen derde partij nodig is om met zekerheid iets digitaals aan iemand anders te geven. Dat noemde deze persoon met pseudoniem Satoshi Nakamoto ‘Bitcoin’. Hij — het is tenslotte een mannennaam — gebruikte een combinatie van bestaande cryptografische en speltheoretische technieken, maar dan op zo’n manier gecombineerd dat sjoemelen bij voldoende computers in het netwerk praktisch vrijwel onmogelijk wordt.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van.

Het duurde een paar jaar voor dit systeem uit een uithoek van internet meer bekendheid kreeg en steeds meer mensen zagen er wat in. De populariteit steeg en er kwamen steeds meer klonen van Bitcoin en ook nieuwe systemen, soms duidelijk gebaseerd op Bitcoin en soms echte vernieuwers. Grote bedrijven gingen stilletjes aan de slag om handige onderdelen over te nemen en te implementeren zonder het woord ‘blockchain’ in de mond te nemen om later op de grote trom te slaan met namen waar het woord ‘ledger’ in te vinden is. Nog iets later kwam een groter publiek in aanraking met de systemen en de laatste apotheose dateert van december 2017. Hoge bomen vangen veel wind en inmiddels roepen steeds meer mensen dat het maar onzin is, al die blockchains. Je kunt er niks mee en alles is ronduit k*t. Behalve Bitcoin voegen ze er vaak aan toe.

Veel kritiek die gegeven wordt, is al jaren bekend en iedereen die al langer rondloopt in deze scene kent de punten. Helaas zorgt het eens in de zoveel tijd voor iemand die vindt dat hij het allemaal even heeft uitgezocht en zo op geïnformeerde wijze kan zeggen dat het allemaal idioot is waar al die mensen mee bezig zijn. Zo iemand vindt een ict-er die haarfijn uitlegt waarom het een te dure databank is die je niet wil gebruiken. Er wordt wat gestrooid met woorden als ‘merkle-boom’ en de wijsheid is in pacht.¹

Gouden bergen, diepe dalen

Dat laatste is jammer. Ik onderschrijf dat de oplossing die Satoshi Nakamoto bedacht neerkomt op het combineren van oude technologie op een nieuwe manier wat het protocol ‘Bitcoin’ als geheel erg interessant maakt. Dat je dit protocol niet een-op-een moet overnemen om in te zetten op andere plekken waar je denkt dat je een blockchain(achtige) structuur bruikbaar kunt inzetten, lijkt me meer dan logisch. Het is niet óf een database óf een blockchain. Het is altijd en-en. Er zit heel wat interessants in de pijplijn om tot werkelijk nuttige zaken met blockchains te komen, maar dat zal nog even duren. Vijf jaar? Tien jaar? Wie zal zal het zeggen. Net als bij games: geef nooit een datum waarop het product werkelijk af is, want er is altijd uitstel.

Misschien zijn veel zaken die zich op openbare, publieke blockchains zoals die van ethereum en bitcoin afspelen op dit moment wel zeer marginaal te noemen. Ik denk dat we, als ik mezelf tot een enthousiaste community mag rekenen, daar realistisch in moeten zijn. We kunnen niet ontkennen dat ‘even’ wat ether halen om ‘even’ iets te doen, best lastig is. Maar ik zie ook dat er bepaalde zaken zijn die zeker van transparantie en onwrikbaarheid kunnen profiteren. Denk eens aan transparante concertkaartjes of het uitlenen van een boek aan een vriend(in).

Maar het idee dat je dan ook iets functioneels hebt binnen enkele maanden tot een paar jaar met een totaal andere manier van denken, namelijk decentraal denken, lijkt me absurd. ‘Even’ iets met concertkaartjes doen of een systeem opzetten om boeken te lenen aan vrienden is al heel groot en daardoor ook ingewikkeld. Daar ‘even’ een ‘blockchaintje’ achter gooien is niet makkelijk. Dat moet groeien.

Lekker lokaal, dat wereldwijde netwerk

Als je mij vraagt waar nu een grote toekomst ligt voor cryptovaluta en -tokens, is dat in eerste instantie bij veel kleine projecten, heel lokaal. Niks groots en op het eerste gezicht weinig hemelbestormend. Er is niet eens een simpele website waar je zonder kennis van programmeerzaken een tijdelijke token voor je project kunt maken. Je hoort al wel wat er mist: mensen die niet alleen de achterkant begrijpen, maar ook iets met de voorkant kunnen.²

Ik ben dol op it’ers, maar er missen vaak anderen in het hele proces. Niet-it’ers. Mensen die én begrip hebben van de systemen en mee kunnen denken om zo samen tot iets moois kunnen komen, al hoeven ze niet te kunnen programmeren. Beetje van die alfa’s en gamma’s zeg maar.

Geen panacee

Blockchains zijn geen kuur voor alle problemen in digitale netwerken. Het kan een enkel probleem misschien oplossen, maar net zoals bijna alle andere ict-’oplossingen’: het is ook het verplaatsen van problemen. Als je nu niet meer kunt frauderen in je excelletje omdat de toestand in een blockchain is vastgelegd? Dan doe je dat toch lekker elders in de keten, bij de persoon die het in moet voeren bijvoorbeeld.

Een beetje programmeren is uiteindelijk niet zo vreselijk moeilijk. Wat wel moeilijk is, is een cryptografisch veilig systeem verzinnen dat praktisch onkraakbaar is en dat deed de bedenker(s) van Bitcoin: een systeem verzinnen om zonder derde partij een transactie te kunnen doen en er zeker van zijn dat er geen twee transacties met dezelfde bitcoin gedaan kunnen worden.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van. Misschien komen we er ooit achter dat Bitcoin het enige nuttige experiment is, maar om daar achter te komen, moet je wel eerst experimenteren.³

Al met al heeft het in ieder geval gezorgd voor een hausse aan interesse in cryptografie. Dit kan niet anders dan zorgen voor interessante ontwikkelingen. Daar zullen de meesten nooit iets van merken aan de voorkant, maar de achterkant zal daar zeker van profiteren!

¹ Ik verwijs naar een artikel in De Correspondent ‘De blockchain: een oplossing voor bijna niets

² Ooit geprobeerd een betalingsmodule voor fiat geld toe te voegen aan een website? Dat was en is nog steeds geen sinecure.

³ Dit onderschrijf ik niet, ik denk dat er zeker interessante zaken zijn die baat hebben bij zo’n slome, dure databank als een blockchain voor het opslaan van state of de toestand van een actie binnen een smart contract. Misschien gaan we wel toe naar veel tijdelijke side-chains die inprikken op een of twee grote, betrouwbare blockchains voor de veiligheid bij tijdelijke acties. Of.. of…

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Tien jaar is lang. De meeste mensen hebben echt geen idee meer wat er op deze dag tien jaar geleden gebeurde. Mijn agenda, eentje ergens in een datacentrum van Google, wel. Ik deed niets waar ik een agenda voor nodig had, het was een zaterdag. De dag ervoor had ik een overleg in vergaderruimte vier, de dag erna een feestje.

Het nieuws deze dagen gaat over Facebook, het verwijderen van je Facebook-account en een bekende Nederlander die afgelopen zondag in Zondag met Lubach opriep tot het verwijderen van je account. Daarnaast zijn er wat wereldbranden, aangewakkerd door heethoofdige Twitteraars met als stip op 1: de Amerikaanse president.

Verder verwijderen verzekeraars en andere instanties ineens en masse de gewraakte Facebook Pixel, een enkele pixel op een webpagina die bedrijven en instanties helpt met het volgen van hun gebruikers over het hele grote boze internet, behalve in China. De pixel verschaft ook een schat aan informatie aan de producent ervan: Facebook.

Een week is overigens niet zo lang. Een week geleden zat ik in de trein naar Groningen voor een hackathon rond blockchains. Een blockchain is iets met Bitcoin, maar in het geval van de hackathon ging het vooral over alle afgeleiden. Je kon er niet betalen met bitcoin, dat was misschien een beetje jammer. Die digitale munt volgt overigens ook goed, net als de Facebook pixel of Google Analytics, zelfs zo goed dat de munt mogelijk niet compatibel zou zijn met de aanstaande Europese privacyverordening: de Algemene Verordening Gegevensbescherming of GDPR (General Data Protection Regulation).

Wat hebben al deze zaken met elkaar gemeen? Heel veel: het volgen van personen en het schenden van privacy. Het klinkt allemaal heel complex, maar het is niet alsof het prompt voor onze neus staat. We zijn alleen wat langzaam in het herkennen van negatieve gevolgen van privacyschending.

Dat laatste is niet zo gek: tien jaar is lang, voor een kind is tien jaar iets wat oneindig lijkt. Voor een 72-jarige is het wellicht kort. Een kwestie van perspectief.

Het is ook niet zo dat privacy, en vooral het volgen en alles bijhouden over mensen zonder dat zij zich direct bewust zijn wat er gevolgd wordt, niet al heel lang op de radar staat. Het staat er al sinds het begin van internet, maar toen was dat alleen nog voor nerds, vonden mensen toen.

Mijn persoonlijke ergernis ging in het verleden overigens vooral over flashy advertenties en dat zorgde voor het installeren van adblockers, en passant zorgde dat voor extra veiligheid tijdens het surfen. Dat was vermoedelijk ergens in 2002 ontdekte ik een kleine twee jaar terug toen een speciaal soort blocker uitkwam: een adblocker die alle advertenties en andere zaken op internet blokkeert die zich niet aan bepaalde regels houden. In de tussentijd heb ik slechts enkele keren nog een advertentie gezien. Bijzonder interessant.

De waarschuwingen zijn ook al jaren niet van de lucht, en toch doen we elke keer weer alsof het ons verbaast: diensten die gratis zijn, zijn niet gratis. Zolang niemand in de broncode mee kan kijken, weet je niet of er iets niet in de haak is. Zo simpel ligt het al heel lang. Daar is nog wel wat nuance bij aan te brengen, maar dan zou ik nu een boek moeten schrijven. Dat red ik niet.

Toch wil ieder bedrijf, iedere instelling en zelfs veel particuliere webgebruikers weten wat er op hun websites of met hun apps gebeurt. Dat volgen kan makkelijk: er zijn zat gratis diensten die dat aanbieden. Maar de meesten geven ook steeds een stukje informatie weg aan iets buiten de basisdienst. Als een site advertenties gebruikt is de mogelijkheid dat er nog meer data weglekken naar steeds onbekendere en onduidelijkere diensten.

Een willekeurige verzekeraar, die overigens sinds vandaag geen Facebook Pixel meer plaatst

Laten we het probleem eerst kleiner maken: overheidswebsites en alle sites die te maken hebben met diensten rond ons als mens, zoals verzekeraars en nutsbedrijven, hebben niets van doen met advertenties op hun site. Ook zijn er opensource trackers die op eigen platforms te installeren zijn, zonder dat er data met andere partijen gedeeld hoeven worden.

Kort gezegd: je mag verwachten dat het Privacy Badger-tekentje (of Ghostery of welke blocker je dan ook gebruikt) geen rode cijfertjes laat zien bij gebruik van de betreffende site. Lastiger te controleren, maar dat zou ook moeten gelden voor apps op telefoons van dergelijke instanties.

En ooit, hopelijk in de toekomst, komt er een tijd waarin we wel over onze eigen data kunnen beschikken, decentraal opgeslagen zonder dat één persoon, bedrijf of instantie daar iets mee kan, tenzij jij dat wil.

Tot die tijd blijft het waarschijnlijk dweilen met de kraan open.

Ps, dan kom je er dus achter dat een WordPress plugin genaamd JetPack ook steeds weer zaken aanpast, waardoor mijn eigen site ook ineens weer Twitter, Facebook en andere trackers heeft. Hoe dat nu weer te fixen: daar moet ik weer even induiken.

Pps, embedden van bepaalde zaken als video’s via bijvoorbeeld YouTube kan ook via een Do Not Track-functie, bij YouTube wordt de link dan: youtube-nocookie.com

Op naar het Ethereum Community Castle

Op naar het Ethereum Community Castle

Dromen zonder zorgen; een verslag van EtcCC 2018 in Parijs

“De gemiddelde leeftijd, ergens tussen de 25 en dertig?” schat iemand tijdens de koffie in een grote hoge ruimte in het Conservatoire des arts et métiers in Parijs. “Het valt hier nog mee, met veertig gaat het nog”, zegt iemand anders. “Bij Defcon in de VS ben je dan echt bejaard.”

(aan het eind van dit artikel staat een korte uitleg over het belang van publieke blockchains)

Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik
Auto-panorama van Google AI: binnenplaats Cnam. Spot Vitalik

De licht vervallen maar toch statige locatie in het derde arrondissement van Parijs is het decor voor een conferentie rond een gemeenschap die, ondanks haar leeftijd, steeds meer invloed heeft op internet. En niet alleen daar. Ook in de hoofden van mensen. Deze gemeenschap, of beter gezegd: community, heeft zich los weten te weken van bestaande structuren op een manier die nog een stapje verder gaat dan het vroege internet: ze creëert waarde op een manier die nog niet eerder gezien is. Op die manier is er geld. Veel virtueel geld.

De groep mensen waartussen ik me bevind, is dan ook bezig met een bijzondere laag op internet, namelijk de transactielaag. Het stelt ze in staat om contracten op te stellen die zonder afhankelijk te zijn van banken en overheden tot stand komen, waaronder het verzorgen van vertrouwen tussen elkaar volstrekt onbekende partijen en daarmee van onschatbaar belang. Wat deze laag allemaal gaat brengen zal de toekomst leren, maar een belangrijk onderwerp als online identiteit die enkele honderden miljoenen mensen zonder papieren een status geeft, wordt al naarstig onderzocht. Buiten kijf staat dat veel van de projecten zullen falen en roemloos ten onder zullen gaan. Dat weet iedereen op de conferentie en niemand maakt zich er druk om.

Via Julien Bouteloup van flyingcarpet.network. Spot me zeg maar ;-)
Via Julien Bouteloup van flyingcarpet.network

Jong, onstuimig, onafhankelijk en gewend aan online leven, zonder centrale partijen of bazen. Ze zijn elkaars baas, medewerker en opdrachtgever tegelijk. Virtueel geld in de vorm van ether stroomt tussen de partijen. Dat en veel meer bindt deze gemêleerde, voornamelijk uit mannen bestaande, groep. De verschillende collegezalen of amphithéâtres puilen de komende dagen bij sommige van de in totaal 130 sprekers uit, zeker als de bedenker van de Ethereum-blockchain een verhaal houdt. Geen gezellig verhaal van een ceo die even zijn klantjes lekker komt maken. Nee, een diep-technisch verhaal zonder opsmuk. En ceo is hij, Vitalik Buterin, ook al niet.

Thailand

Op de ochtend van donderdag 8 maart loop ik via de Rue Saint-Martin richting het Conservatoire des arts et métiers of Cnam. Het begint om negen uur en kwart voor negen aankomen leek me ruim op tijd. Dat bleek uiteraard een verkeerde inschatting en sluit achteraan een lange rij. Later hoor ik dat er in totaal 650 mensen een kaartje kochten. Sprekers en andere genodigden worden door enigszins gestresste vrijwilligers van de Franse Ethereum-association Asseth uit de rij geplukt. Een vermakelijk gezicht.

Vrijwel direct kom ik in gesprek met iemand met een beduidend gezondere teint in vergelijking tot velen. Nee, hij woont niet meer in Frankrijk, maar ging ooit naar Thailand en bleef plakken. Er is trouwens een hele crypto-community in Thailand op het eiland waar hij woont. Eigenlijk begrijpt hij niet waarom we allemaal hier in dat koude Europa blijven hangen waar je schoenen moet dragen en een lange broek.

Menu
Menu

De organisatie is chaotisch maar geen onvertogen woord. Wegwijzers zijn er ook niet en niemand lijkt te weten waar wat is. Het grote binnenplein van het Cnam krioelt van de zoekenden waarbij de eerste levensbehoefte koffie lijkt. Dat blijkt wel goed geregeld: een zaal met cassettenplafond is omgetoverd tot kantine met een petit-déjeuner. Verschillende warmtekanonnen zorgen voor net iets te veel warmte. Wat onhandig stuntelt iedereen met de grote koffiecontainers en papieren kopjes en wat nou eigenlijk de regels zijn. Niemand lijkt nog heel erg op zijn gemak, maar iedereen weet dat je wel contact moet maken op een conferentie. Een jongen met een rond brilletje en vlassig, naar achter getrokken haar spreekt me aan. Wat ik doe. Tja, wat doe ik hier eigenlijk? Ik ben geen ontwikkelaar of programmeur, maar slechts al lange tijd geïnteresseerd volger van verschillende blockchainprojecten. Ik zeg dat me was verteld dat om Ethereum en de community te begrijpen, je naar dit evenement moest komen. Niet in de laatste plaats omdat dit de leukste en interessantste Ethereum-conferentie in de wereld is volgens de verhalen. Dus, tja, nieuwsgierig als ik ben.

Hij blijkt iets te doen waarvan ik echt nog nooit gehoord heb. Nou ja, als hij het uitlegt denk ik: logisch. Ja, dat is zeker nodig. Het gaat om een Next Generation Ethereum Virtual Machine Smart Fuzzer. Eigenlijk voel ik me gewoon onvoorstelbaar dom en onwetend. Later kom ik erachter dat ook ontwikkelaars zelf soms met hun oren zitten te klapperen tijdens sommige sessies. Sommige mensen zijn gewoon hypergespecialiseerd.

Ik probeer voornamelijk voordrachten op te zoeken waarvan ik denk die te kunnen volgen. Privacy- en identiteitsmanagement bijvoorbeeld. Of zaken rond ‘public goods’ wat over het algemeen gaat om non-profits en ‘blockchain for good’. Als ik die eerste dag denk dat ik vast wat op kan steken bij een applicatie-ontwikkelworkshop, blijkt vooral dat ik heel veel klokken ooit hoorde luiden, maar dat je er toch echt eerst in moet verdiepen. Jup, ik weet het. Graag zou ik daar eens tijd voor maken.

Nicolas Joseph Cugnot, Via Wikipedia
‘Auto’ van Nicolas Joseph Cugnot uit 1771, Via Wikipedia

In het kader van: even een luchtje scheppen, loop ik om het gebouw heen richting het Musée Arts & Métiers, daar bij die kleine versie van het Amerikaanse vrijheidsbeeld, het voorontwerp van Eiffel. Hier blijkt de organisatie ook een ruimte te gebruiken. Na het bijwonen van een sessie in een zaal helemaal weggestopt achter in het museum, loop ik terug richting de uitgang. Daar krijg ik een soort van aha-erlebnis: het eerste object waar ik langskom na de sessie is een door stoom aangedreven ‘auto’ uit 1771 van Nicolas Joseph Cugnot. De auto lijkt een metafoor voor de conferentie: het is allemaal nog heel pril en iedereen is enthousiast en gelooft erin.

Aan het eind van de middag ben ik helemaal gesloopt. Iets te veel koffie gehad en naar iets te veel zaken geluisterd die misschien niet helemaal aan mij besteed zijn. Misschien wilde ik te veel. Een wat verloren gevoel maakt zich meester en ga alleen terug naar het appartement waar ik verblijf. Eerst via de Franprix, een kleine supermarkt voor de alleenstaande Parijzenaar. Wat voorgewassen sla, een tomaat, een aardappel en een stukje entrecote. En een flesje rood. Thuisgekomen maak ik mijn potje klaar, drink een glas. Schoenen uit en boekje lezen? Nee, hop! Je bent hier verdorie voor een community conference, niet voor een retraite voor het schrijven van je eerste boek!

Sociaal irl

Het is een kwartiertje lopen is naar een bar die omgedoopt is tot ‘community bar’. Het is er druk en de meeste aanwezigen hebben wel iets aan waaruit op te maken dat ze iets met Ethereum doen. T-shirts en petjes met het Ethereum-logo of andere verwante zaken. Al snel blijkt er meer te zijn dan alleen maar talks. Het gezelschap is gemêleerd: studenten, geïnteresseerden, zoekenden naar vervanging voor hun huidige baan, ‘serial entrepreneurs’ die later ook gewoon vrijwilliger blijken. Het goudgele verbroederingsvocht vloeit met mate, misschien niet in de laatste plaats omdat de bar betalingen met pin of creditcard pas accepteert boven de 20 euro. En dan moet je dus contant geld hebben. Een mooie tegenstelling met allemaal van die techies.

De daaropvolgende dagen bestaan voor mij uit iets minder talks volgen en meer koffie en thee drinken met andere mensen uit de community. Over schaalbaarheid, op dit moment klinkt alles prachtig, maar bij iets te veel transacties loopt het netwerk vast. Over governance, ofwel bestuur, regels en gedragscodes. Maar ook over crypto-spelletjes, goede doelen, het zorgen voor betere beloning van mensen in arme delen van de wereld, over ethische zaken, decentrale opslag van data, het checken van feiten en het vastleggen van wetenschappelijke publicaties. En beseffen dat wat ze doen echt geen magie is. Het is gewoon code schrijven. ‘Slimme’ contracten maken. Het lastige voor de buitenwereld is het decentrale. Iets wat je moet voelen en waar de meesten van boven de 30 niet mee zijn opgegroeid. Het is dus niet zozeer een technische kwestie maar een denkwijze. Een decentrale denkwijze.

Oracles

Een interessante observatie is dat veel van de ideeën en toepassingen uitgaan van een wereld waarin onwaarheden het af zullen leggen tegen de waarheid. Daar zit dan ook een belangrijke moeilijkheid: hoe koppel je de echte wereld aan de decentrale digitale? Dat gaat via zogenaamde oracles. Een oracle kan van alles zijn, maar de meest in het oog springende is de mens zelf. We gaan er hierbij vanuit dat de meesten eerlijk zullen zijn en zo de oneerlijke eruit zullen filteren. De community denkt in die zin vaak vrij binair. Als je daar vervolgens over in gesprek gaat, dan ontkent overigens niemand die mogelijkheid. Daarom is er ook een sterke roep om mensen die niet alleen code kunnen kloppen, maar de hele ontwikkeling in een breder perspectief kunnen plaatsen.

Jérôme sluit af, via Adrian Brink
Jérôme sluit af, via Adrian Brink

De laatste afsluitende voordracht is van Jérôme de Tychey, voorzitter van Asseth, ofwel de Franse stichting ter promotie van Ethereum. Cijfers van het evenement: 650 bezoekers, 130 sprekers, 80 studenten, 50 vrijwilligers en ‘piraten’ ofwel niet-betalende bezoekers. Hij sluit af met een interessant voorstel: Eth, de afkorting van de Ethereum-munt, blijkt een plaatsje in noord-Frankrijk. Het blijkt ook een kasteel te hebben: Chateau d’Eth. Jérômes voorstel is geld in te zamelen om het kasteel te kopen en EthCC om te dopen van Ethereum Community Conference naar Ethereum Community Castle. Voor alles dat nodig is, feesten, partijen, bijeenkomsten, wijn en IoT-vogelnestjes. Helaas bleek het kasteel niet te koop. Maar er is genoeg geld voor in de community, dat is een ding wat zeker is.

Om de drie dagen in stijl te eindigen, is er een feest in een fotostudio elders in Parijs met open bar. Een wonderlijke combinatie: jong, energiek, niet het type nerd van zeg 20 jaar geleden. Slechts een enkeling is nog ‘klassiek’ te dik, bleek en onverzorgd met van die tanden half opgelost door de cola. Een deel is vermoedelijk zeer vermogend. Dat geeft vreemde combinaties en vooral ook een rare verhouding. Dat is niet hoe de wereld de afgelopen 60 jaar was ingedeeld. Tenzij je uit een rijke familie kwam, had je als jongere over het algemeen geen geld. Die verhoudingen liggen hier ineens heel anders. Maar niet alleen het geld, ook de kennis ligt hier bij extreem jonge mensen. Mensen die zich als een vis in het water voelen in een gedecentraliseerde wereld. Die mensen vieren hier nu een feestje, worden studentikoos dronken en gaan morgen vrolijk verder met onafhankelijk van oude mensen hun eigen wereldbeeld scheppen. Een wereld waarin een veertigjarige praktisch bejaard is. Ondanks mijn plezier, het vele wat ik heb geleerd en de bijna onbevangen community die open lijkt te staan voor iedereen, weet ik niet zo goed hoe ik moet omgaan met mensen die in code macht zien en daar alles mee willen instellen. Uiteindelijk zijn we nog allemaal van vlees en bloed. Kunnen we in goede en slechte zin worden beïnvloed en ligt corruptie en criminaliteit zo dicht bij de successen die ze vieren. Maar ook je wereldbeeld, dat verandert bij ouder worden. Je krijgt andere inzichten, andere gevoelens. Dat lijkt bij het grootste deel van deze groep allemaal nog niet aan de orde.

In de Thalys terug naar Amsterdam de volgende dag kan ik niet anders constateren dan dat ik met gemengde gevoelens terugkijk op een enerverend en interessant evenement dat ik niet had willen missen.

Het belang van de publieke blockchain #blockchain 101

Vaak krijg ik de vraag waarom blockchains, en bitcoin in het bijzonder, zo interessant zijn. De meesten zien alleen gouden bergen of het tegenovergestelde daarvan. Natuurlijk is de financiële component niet onbelangrijk. Het is zelfs de reden waarom miners of de computes die het netwerk in stand houden überhaupt rekenkracht willen geven aan het netwerk: ze krijgen cryptogeld  voor hun moeite.

Waarom was bitcoin zo’n interessante uitvinding? Het zorgde voor een manier van waarde overmaken aan iemand anders zonder dat daar een vertrouwde derde partij tussen hoeft te zitten zoals een bank. Volledig, rechtstreeks van persoon tot persoon. Hoe werkt dat in praktijk? Als ik iemand 20 euro geef en die persoon pakt het briefje, weet die persoon 100 procent zeker dat ik die 20 euro niet meer heb. Diezelfde zekerheid wil je online ook hebben. Daar is tientallen jaren onderzoek naar gedaan en de onbekende bedenker van Bitcoin, Satoshi Nakamoto, combineerde een aantal al bekende technieken met wat we tegenwoordig de ‘blockchain’ noemen. Daarmee loste deze persoon/groep personen een heel ingewikkeld probleem op.

Er zat nog iets anders bij: namelijk dat het een openen, decentraal netwerk betreft om transacties te doen met een timestamp. Transacties in het netwerk kunnen niet naar het verleden toe veranderd worden, waardoor alles vaststaat. Je kunt dus achteraf geen transactie wijzigen, met andere woorden: je kunt geen fraude plegen.

Nu klinkt dat allemaal wel logisch, maar waarom is het dan belangrijk en waarom steken zo veel mensen er zo veel tijd in zoals al die mensen op die gave conferentie? Omdat het écht zin heeft. Ik geef hier een kort voorbeeld:

Stel, je heb bepaalde belangrijke grondstoffen en die wil je verkopen, zeg koffie. Ik verkoop mijn koffiebonen en ik koppel die verkoop aan een transactie in een blockchain. Ik koppel 100 kilogram koffiebonen voor bedrag X aan een transactie. De boel wordt gekocht door een handelaar die de boel naar Europa vervoert via een netwerk van handelaren. In Europa zit een koffie-maffia. Daar wil iemand dat er 50 kg koffie van gemaakt wordt en zo de boel belazeren. Nu kun je heel makkelijk ergens in zo’n keten van handelaren iemand vinden die van die 100 kg wel 50 wil maken en als ie dat niet wil, zet je een pistool tegen zijn hoofd. Maar ik heb de koffiebonen aan een transactie in een blockchain gekoppeld. Iedereen kan zien dat ik er 100 kg ingestopt heb. Tussenpersoon C kan nu 10 pistolen op zich gericht zien, hij kan nooit die 100 kg in het verleden wijzigen. Omdat dit technisch onmogelijk is, begrijpt iedereen dat je niemand onder druk kunt zetten om iets te doen wat niet kan. Ergo: weg pistolen.

Iedereen begrijpt dat dit een simplistisch voorbeeld is, maar je kunt je wel direct voorstellen waarom een gedecentraliseerde database die niemand in naar het verleden toe kan aanpassen geen gek idee is.

Ook gepubliceerd op Medium in iets andere vorm

Gedecentraliseerd en volledig transparant: een andere tak van sport

Gedecentraliseerd en volledig transparant: een andere tak van sport

Je bent decentraal, mensen voeren werk voor je uit, je ontvangt donaties en je bent volledig transparant. Wat ben je dan? Een decentrale, altruïstische gemeenschap of DAC (waarbij gemeenschap de c van community is). Dat moet even indalen zo’n idee. Het is zelfs misschien een beetje gek. Maar het is ook heel interessant. Hoe kun je zoiets opbouwen? En bouw je eigenlijk wel wat op?

Om te begrijpen hoe zo DAC eruit kan zien, sprak ik met Satya van Heummen over Giveth in het Rotterdamse café Engels vlak om de hoek van Rotterdam Centraal.

Slimme contracten

De puristen onder ons vinden dat het woord ‘smart contract’ of slim contract de lading niet echt dekt, maar bij gebrek aan beter, houden we het hierop. Zo’n slim contract is in feite niet veel anders dan een computerprogramma waarin bepaalde regels gevolgd worden, zoals als/dan, en/of/etc. Aan al die informatie kan weer informatie van buiten toegevoegd worden via oracles ofwel systemen die een verbinding verzorgen tussen de wereld buiten de blockchain en die daarbinnen. Een oracle kan bijvoorbeeld een controleur zijn van een huis dat verhuurd wordt via een smart contract. De controleur geeft dan aan dat er geen kopjes stuk waren, maar wel drie borden, dus dat die kosten van de borg afgehaald moeten worden.

Nu voel je waarschijnlijk al een klein beetje aan wat een smart contract is: het is een soort computerprogramma dat bepaalde taken uitvoert of kan laten uitvoeren. Ook krijgt het programma input van buiten via oracles.

Een smart contract op een publieke blockchain als die van Ethereum kan door iedereen worden ingezien en iedereen kan in principe informatie toevoegen en het gebruiken. Alleen zou het een mooie boel worden als iedereen het programma kan gebruiken en eeuwig kan laten draaien. Dan loopt het netwerk vast. Daarom moet voor het uitvoeren van de applicatie een klein beetje geld betaald worden. Op het Ethereum-netwerk heet dat ‘gas’ en gas betaal je met ether, de munteenheid van Ethereum.

Giveth

Ik omschrijf Giveth in eerste instantie als een bedrijf. ‘Donaties aan bedrijven’ noem ik het zelfs. Satya verbetert me snel: “we zijn ook geen bedrijf, we zijn een open source-project, wij krijgen donaties uit de crypto-wereld om twee redenen. Ten eerste omdat we dit project doen en ten tweede omdat we open source-technologie maken, smart contracts.”

Dit betekent dus dat Giveth en andere ‘bedrijven’ waar Satya aan meewerkt, hun code met iedereen delen. Niemand hoeft voor hun noeste arbeid te betalen en toch is hun werk heel belangrijk. Daar geven anderen vanuit de crypto-wereld graag wat geld voor, in dit geval in de vorm van ether.

Een belangrijk smart contact van onder andere ontwikkelaars van Giveth is bijvoorbeeld het Minime-token, een kloonbaar smart contract wat meer dan een miljard dollar aan ico-geld heeft opgehaald in de afgelopen tijd. Voor de goede orde: dat geld is dus niet opgehaald door de mensen van Giveth, maar door mensen die een kloon maakten van dat specifieke smart contract en dat voor hun eigen doeleinden inzetten. Een bekende Minime-token is bijvoorbeeld Aragon ook bekend als ANT.

Het zal duidelijk zijn dat veel mensen erg blij zijn met de ontwikkelde code. Daar krijgt Giveth onder andere donaties voor, maar ze helpen ook mee met de White Hackers-groep om ernstige hacks in de ethereum wereld tegen te gaan en daarbij geld te redden, regelmatig met succes.

Deze manier van werken druist in tegen alles wat we in de westerse wereld geleerd hebben de afgelopen 70 tot 120 jaar, dat het ook niet vreemd is dat mensen moeite hebben om het aan te voelen of te begrijpen.

Blockchain-charitybijeenkomst

Giveth was onlangs bij een grote charity-bijeenkomst van Amnesty in Londen waar iedereen uit de goededoelenwereld rondliep. Grootste probleem: blockchains gebruiken voor transparantie kan heel handig zijn voor dergelijke organisaties, maar die kunnen dat allemaal niet zelf ontwikkelen, terwijl iedereen het voordeel ziet. Het ermee starten is lastig. Giveth laat zien hoe dat kan en biedt een platform om te gaan experimenteren. Meer delen binnen de charity-wereld zou volgens Satya goed zijn. Het is bijvoorbeeld binnen de Ethereum-community heel normaal om alle code te delen. Problemen worden collectief aangepakt en iedereen kan meehelpen aan de verbetering van de code.

De open source-gedachte bevindt zich voor een groot deel nog louter bij coders, maar Giveth gebruikt het veel breder. Ook videofilmpjes, vertalingen en teksten worden via hun systeem vergoed. Uiteindelijk is het de bedoeling dat iedereen charities kan draaien via hun smart contract, maar zover is het nog niet.

Dat laatste heeft helaas te maken met de capaciteit van het Ethereum-netwerk en de bijbehorende kosten. Op een bepaald moment kostte het uitvoeren van de  smart contracts die Giveth gebruikt voor het transparant maken van iedere donatie, enkele honderden euro’s per keer door de hoge fees.

Giveth-contract

Het smart contract van Giveth werkt momenteel door de hoge kosten nu – tijdelijk – via een testnet van Ethereum. Betalingen gaan wel via de normale blockchain, maar die moeten nu anders verwerkt worden. Geen ideale situatie, maar het is even niet anders geeft Satya aan.

Giveth ziet zichzelf als zijn eigen showcase: “We krijgen zelf donaties en die proberen we helemaal transparant te besteden. We zetten al onze taken op de blockchain en voor elke taak krijg je een van te voren bepaalde hoeveelheid ether, dat is gezamenlijk bepaald. Vervolgens is dan iemand anders reviewer. Die moet de taak checken door een transactie naar het contract te maken. Als het goedgekeurd is, kan ik mijn geld claimen en de hele wereld kan dat zien. Iedereen kan precies zien wat er wordt gedaan en dat staat voor eeuwig op de blockchain”, zegt Satya.

Toch vraag ik me af of het niet vervelend is als je hele hebben en houden op de blockchain open en bloot voor iedereen zichtbaar is. Satya: “Dat is wel een andere manier van denken ja, maar het is ook zo: wij krijgen donaties van mensen en wij hebben verantwoordelijkheid om met die donaties om te gaan. Eigenlijk is Giveth zijn eigen showcase, een extreem geval om te laten zien dat het kan, maar waarvan niemand verwacht dat elke charity zo ver gaat.”

Ondanks dat bestaande goede doelen (nog) niet zo ver zullen gaan, is het in Satya’s ogen een goede zaak. Wel geeft hij een voorbeeld dat hij zelf van een goededoelenorganisatie kreeg met betrekking tot donateurs die het belang van sommige zaken niet in zullen zien: “Als je donateurs vraagt welke vogels we moeten redden, dan is het antwoord: de mooie vogels”.

Met Giveth als extreem voorbeeld, zal het ergens in het midden uitkomen. Er zit veel geld in crypto en mensen willen dat aan goede doelen geven en voor charities is het kostenefficiënt om gelden te verdelen. Uiteindelijk zal transparantie geëist worden van gevers. Aan geïnteresseerden geen gebrek, maar daarvoor moet het systeem eerst uit bèta zijn.

Dan rest er nog één vraag: wat bouwen al die ontwikkelaars dan op? Wellicht hoop, hoop op een betere en transparantere toekomst.

Deel 1 in deze serie: Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

Concertkaartjesfraude: blockchain to the rescue!

De markt voor kaartjes voor evenementen of ticketingmarkt is al jaren ziek. Mensen klagen over idiote bedragen die gevraagd worden voor kaartjes die doorverkocht worden door bedrijven en platformen als Seatwave en Viagogo, gewoon via Marktplaats of andere kanalen. Voor de gewone concertganger is het een ondoorgrondelijke wereld van bedrijfjes en bedrijven die elkaar allemaal douceurtjes kunnen toestoppen.

Het Nederlandse bedrijf GUTS Tickets wil die impasse doorbreken met een combinatie van een app en hetzogenaamde GET-protocol, dat draait op de blockchain van Ethereum. Na het systeem een jaar lang uitvoerig te hebben getest met onder andere de verkoop van kaartjes voor voorstellingen van cabaretier Jochem Myjer, is 2018 voor GUTS het jaar waarin de seinen op groen staan om in ieder geval de eerste 50.000 kaartjes via het échte systeem te gaan verkopen. En het is pas januari.

Toch zal bij sommigen de vraag naar boven komen: waarom heb je hier een blockchain voor nodig? Het tegengaan van fraude kan toch ook op andere manieren, zoals met een centraal orgaan wat frauduleuze transacties moet onderscheppen? Daar is Frans Twisk, mede-oprichter en frontend developer van GUTS, het niet mee eens. Althans, niet als je staat voor een open en transparant systeem.

“Voor veel zaken hoef je geen blockchain te gebruiken, maar als je open en transparant wil zijn, is een blockchain heel praktisch, zeker bij iets als tickets”, zegt Twisk in een gesprek samen met blockchain-ontwikkelaar Kasper Keunen in het nieuwe onderkomen van GUTS aan de Piet Heinkade in Amsterdam.

“Wij komen niet uit de ticketingmarkt en we zitten er nu een jaar in en ik ben nog steeds verbaasd over de corruptie. Bedrijven hebben halve monopolies en die kunnen daar gewoon misbruik van maken”, zegt Twisk.

Zijn mede-oprichter, advocaat Maarten Bloemers hoorde medio 2015 in een radioprogramma voor het eerst over secundaire ticketing en frauduleuze praktijken. Bloemers had al vanuit de advocatuur interesse in blockchains omdat die voor minder papierwerk kunnen zorgen. Uiteindelijk maakte hij samen met zakenpartner Tom Roetgering een proof of concept voor een ticketing-systeem dat een blockchain gebruikt op een hackathon in Oekraïne.

GUTS was geboren, inclusief de basis voor een open en transparant systeem. Zo’n systeem is in eerste instantie vooral interessant voor artiesten, legt ontwikkelaar Keunen uit. “Artiesten geven veel om hun fans, die willen dat hun fans niet te veel betalen. Uiteindelijk vullen artiesten een theater of concertzaal, niet het gebouw zelf”, zegt hij.

Maar niet alleen de artiest is belangrijk, de hele keten moet anders, alleen wel zonder dat de artiest, het theater of de klant daar veel van merkt. Volgens beiden gaat het om een zeer conservatieve markt en wil niemand veel verandering.

Keunen trekt het wat breder naar de hele markt die bezig is met het ontwikkelen van op blockchains gebaseerde applicaties. “Heel veel bedrijven die iets met blockchains ontwikkelen, zijn heel idealistisch. Alles moet anders, van A tot Z. Ik denk dat wij veel dichter bij de venues blijven die al 40 jaar op een bepaalde manier werken en die echt niet veel zaken anders willen doen.”

Ook eindgebruikers zitten vaak niet op verandering te wachten. Keunen geeft een voorbeeld van een gebruiker die een foto met zijn smartphone had gemaakt van zijn computerscherm waar letterlijk in de QR-code staat dat kopiëren geen zin heeft. “Volgens de klant was het geen kopietje, maar een foto”, vertelt Keunen. “De klant had ook een echte kopie bij zich, namelijk een kopie van zijn laptopscherm, dat geeft al aan hoe erg mensen vastzitten in hun oude concept van ‘ik kan het printen en dan is het goed'”.

De eindgebruikers hoeven ook niet te weten dat ze ergens onderliggend in het systeem met een blockchain werken, al is het wel mogelijk het Ethereum-adres te vinden en je eigen transactie en die van eventuele doorverkoop terug te vinden in de blockchain van Ethereum, via Etherscan bijvoorbeeld.

Alle transparantie ten spijt, je zou nog steeds een kaartje kunnen doorverkopen met cash geld of gewoon een bankoverschrijving en dan is het ‘dag met je handje’ naar alle transparantie. Daar is uiteraard ook over nagedacht.

Werking GUTS-app met GET-protocol (bron)

Om te voorkomen dat je een kaartje kunt kopiëren, krijgt elke klant een speciale QR-code in zijn GUTS Ticket-app. Die QR-code verandert de hele tijd, totdat het kaartje gescand is bij binnenkomst van het theater of de concertlocatie. Het is dus niet mogelijk een kopie te maken van de QR-code, want die geldt maar zeer korte tijd. De app zelf is op dit moment nog alleen een voor smartphones geoptimaliseerde web-app, maar er worden ook losse iOS- en Android-apps ontwikkeld.

Mensen die hun kaartje willen doorverkopen, blijven daarom ook binnen het systeem van GUTS. Het eigenaarschap van het kaartje wordt via de blockchain doorgegeven aan de nieuwe eigenaar na verkoop. Omdat de app aan de telefoon zelf verbonden is, en daarmee het kaartje ook, is fraude praktisch niet mogelijk. Tenzij je de telefoon erbij verkoopt. De gevallen waarin dat lucratief is, bestaan misschien, maar dat zijn echt uitzonderingen.

Zoals al eerder aangegeven, ontwikkelde GUTS niet alleen een app, maar ook een protocol, namelijk GET, een token op de blockchain van Ethereum. Hoe dat verder werkt, laten we hier even buiten beschouwing, maar het GET, of Guaranteed Enterance Token, is een zogenaamd ‘smart contract’ op de Ethereum-blockchain, door iedereen in te zien.

Om het smart ticketing protocol te gebruiken, koopt de organisator van een evenement een aantal GET. Die tokens worden voor het achterliggende protocol gebruikt. De organisator hoeft hiervoor niets te weten van blockchains of crypto-wisselbeurzen.

Dat laatste geldt uiteraard ook voor de gebruikers, die ziet nooit iets wat met blockchains te maken heeft. Toch krijgt elke gebruiker GUTS bij het gebruiken van de app feitelijk een Ethereum-adres waarmee hij via de blockchain zijn eigenaarschap van de tickets krijgt. Klinkt ingewikkeld, maar valt op zich erg mee. Het is alsof iemand een veredelde spreadsheet gebruikt om ieders kaartje bij te houden, inclusief de eventuele doorverkoop.

Uiteindelijk moet het GET-protocol opengesteld worden voor derden, zodat die ook apps kunnen bouwen die ermee samenwerken. Dat is het volgende doel van het bedrijf: het vervolmaken van GET en zo hopelijk de hele kaartjesbranche een beetje eerlijker te maken.

GUTS is niet het enige bedrijf dat zich bezighoudt met ticketing in/op een blockchain, maar vooralsnog wel de enige met een werkend product én klanten die bekend zijn. De andere twee bekende namen in de blockchainwereld zijn Aventus en Blocktix, maar beide zitten nog ruim in de alpha-fase; Aventus heeft een werkend testnet zonder bruikbare ‘voorkant’ voor gebruikers en Blocktix zegt evenementen te gaan hosten, maar die organiseren ze dan voor het gemak ook zelf. Beide bedrijven hebben met hun ico’s of initial coin offerings significante bedragen opgehaald, respectievelijk 23,5 en 40 miljoen dollar. Op zich geeft GUTS ook geld weten op te halen met een ico, maar met  zo’n 3,5 miljoen euro heeft het bedrijf een stuk minder ruimte om jaren ‘het perfecte’ product te ontwikkelen en moet men gewoon aan de slag.

Dit is deel 1 in een serie over blockchaintoepassingen van publieke blockchains. Deel 2 gaat over Giveth, een decentrale, altruïstische organisatie.

Update 23 maart 2018: waar nu Seatwave en Viagogo in de lead staat, stond Ticketmaster. Dit was onjuist omdat zelf Ticketmaster geen kaarten doorverkoopt en daarom aangepast.

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Kodak en zijn blockchainmoment: wat is het eigenlijk?

Een beeldrechtenmanagementplatform. Dat is wat Kodak samen met een bedrijf dat vooral in foto’s van bekende mensen handelt, WENN, gaat opzetten. Of al heeft opgezet. Of bezig is het op te zetten.

En we plakken er blockchain op, dat zorgt in ieder geval voor media-aandacht.

En dat is precies wat iedereen herhaalt. Overal en zonder nadere analyse schiet het aandeel van een schamele drie dollar in drie uur tijd naar 7,10 dollar om de volgende handelsdag – woensdag 10 oktober – naar 13,28 dollar te schieten. Lekker ruim 300 procentjes omhoog.

Kodak Brownie: de camera waarmee Kodak fotografie goedkoop maakte begin 20ste eeuw (bron: Wikimedia)

Hun eigen persbericht voorziet al in de mogelijke hype bij het gebruik van een buzzwoord als ‘blockchain’ of ‘cryptocurrency’, maar ze zien een goede kans voor het gebruik van een blockchain(gerelateerde) technologie voor het verwerken van fotorechten.

En daar hebben ze gelijk in. Verschillende bedrijven proberen al enkele jaren verschillende, voornamelijk digitale, kunstvormen te koppelen aan blockchains, ook al ver voordat er sprake was van ‘geavanceerde’ blockchains als Ethereum. We hebben het dan bijvoorbeeld over ascribe.io, dat al in 2013 zijn visie rond het verwerken en vastleggen van digitaal eigenaarsschap aan kunst koppelde.

In mijn ogen is een van de belangrijkste voordelen van een blockchain gebruiken voor het vastleggen van digitaal eigenaarsschap, of dat nou een foto of een tekst is, het kunnen functioneren over het hele internet heen, zonder restricties van landsgrenzen of andere regels. Daar zijn al initiatieven genoeg voor genomen de afgelopen jaren. Kijk bijvoorbeeld naar po.et of ergens ook (sociaal)netwerk Steemit en videoplatform flixxo, al zitten die niet zo zeer in de richting van vastleggen van digitaal eigenaarschap als wel het verdienen aan de inhoud.

Uiteindelijk zijn dit allemaal eerste aanzetjes voor het ‘internet van geld’ en misschien in de verre toekomst wel ‘streaming money’ waarbij alles gekoppeld is.

Maar dat soort koppelingen vereist open data of in ieder geval een mogelijke koppeling met open data. En dat is waar de schoen bij Kodak wellicht wringt: volgens hun persbericht voldoen ze aan de eisen van de Amerikaanse beurswaakhond SEC. En ergens aan voldoen betekent vaak ook dat de ander ook ergens aan moet voldoen, ofwel security tokens die alleen aan geaccrediteerde investeerders in bepaalde landen verkocht mogen worden. Voor de volledigheid: de KODAKCoin-tokens die ze gaan uitgeven zijn volgens de zogenaamde Rule 506 (c) van Regulation D een security token.

Als deze tokens niet publiekelijk door iedereen verhandeld kunnen worden, dus zeg om een decentraal plaatjesdeel-en-betaal-de-fotograaf-platform op te zetten, dan kan ik niet verzinnen wat ze dan anders zijn dan fotohandelsplatform nr. zoveel met stiekem het woord ‘blockchain’, ‘token’, ‘ICO’ en ‘crypto’ ergens in een persbericht.

Aan de andere kant: wellicht hebben ze prachtige plannen en hebben ze een groter ideaal, maar er is nog niet eens bekend wat kopers van de tokens eigenlijk kunnen en mogen met de tokens, wat voor ‘smart contract’ er aan de tokens ten grondslag zal liggen, wat voor blockchain ze gaan gebruiken of dat ze er misschien zelf een opzetten en hoeveel tokens er in totaal ooit zullen zijn en wat dat allemaal moet gaan kosten.

Nog even kort wat het is: de Kodak-blockchain (als ze die gaan gebruiken) moet functioneren als een plek waar mensen hun werken op kunnen registeren, waarbij de KODAKCoin functioneert als manier om op het platform waarde uit te wisselen voor zaken als rechten, gebruik en dat soort zaken.

Bewijs van afstand: ik wilde helemaal niets schrijven over de KODAKCoin en de hele hype van vandaag, maar ik las nergens ook maar iets aan vragen rond het vrijwel nietszeggende persbericht met betrekking tot blockchains en mogelijk gebruik ervan. Vandaar toch een paar overdenkingen

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

En dat zorgt bij verschillende media voor interessante fouten

Als een van de bekendste oud- of ex-bankiers van Nederland zich gaat bezighouden met ICO’s, dan is waakzaamheid geboden. Kleine kattebelletjes verschijnen overal in kranten dat Dirk Scheringa, voormalig eigenaar van DSB, directeur wordt van ICO Headstart. Vervolgens maken bijna alle kranten die via Blendle te lezen zijn er een interessant potje van. Laten we drie voorbeelden doornemen:

Volkskrant (10 november 2017)“De oud-bankier wordt het gezicht van ICO Headstart, dat ondernemers helpt bij beursgangen met cryptomunten als de bitcoin.”

Een zogenaamde ICO of Initial Coin Offering is niets anders dan het binnenhalen van geld voor de — vermeende — ontwikkeling van een digitale munteenheid of token die ergens een basis voor biedt of moet gaan bieden. De meeste ICO’s zijn vooralsnog slecht uitgewerkte hype-zaken waar vooral snel geld ‘gemaakt’ wordt. Het gros zal het niet lang overleven en een enkeling zal er rijk van (ge)worden (zijn). De meesten niet.

Is cryptomunt bitcoin een voorbeeld van een munt die met een ‘beursgang’ of ICO begon? Neen. Bitcoin is de eerste digitale munt, letterlijk peer-to-peer-cash, die een systeem gebruikte dat later blockchain genoemd werd. Een manier om online vertrouwen te hebben tussen partijen die elkaar niet kennen zonder dat daar een andere partij tussen hoeft te zitten, zoals een bank.

Bitcoin zag op 3 januari 2009 het levenslicht door het zogenaamde delven of minen van het eerste Genesis-blok. Sindsdien bestaat bitcoin en is het systeem eigenlijk stabiel, al ziet dat er voor de buitenwereld soms anders uit. Maar Koers is niet Bitcoin. De mens bepaalt de koers, niet het systeem zelf.

Er zijn overigens legio munten geïntroduceerd die helemaal geen crowdfunding of ICO hadden, denk aan Litecoin, Monero, ZCash, etc.

Telegraaf (10 november 2017): “Scheringa baas bitcoin” Ondanks de vast grappig bedoelde kop (althans, ik hoop dat die grappig bedoeld is), klopt daar natuurlijk geen hout van. Er is geen ‘baas’ bij bitcoin en de uitvinder(s) onder de naam Satoshi Nakamoto is onbekend. Laat staan dat iemand uit de oude financiële wereld daar ooit ‘baas’ van zou worden.

Maar de krant gaat verder:

Dirk Scheringa wordt directeur van het bitcoinbedrijf ICO Headstart.”

Er is geen bitcoin te bekennen in het ICO Headstart-bedrijf. Het heeft er zelfs niets mee te maken. Het bedrijf bouwt op de blockchain van Ethereum via een zogenaamd ERC-20-token. Het bedrijf noemt het token MOAT of Mother of all Tokens. Daarmee gaat het bedrijf eerst zelf een ICO doen, om dan vervolgens andere ICO’s te gaan beoordelen. Dit zegt het bedrijf te gaan doen met experts uit de compliance-wereld (bestaan die dan binnen de ICO-wereld?) en via de ‘wisdom of the crowd’. Iets dat overigens al veel gebeurt door andere bedrijven, zoals Augur en Wings.

“De ex-baas en oprichter van de naar hem vernoemde DSB-bank wordt door de oprichters van het Haagse bedrijf geroemd vanwege zijn ervaring in het bankwezen en zijn kennis van crowdfunding.”

Dit zou best kunnen. Ik ken Scheringa’s merites niet als het gaat om crowdfunding, maar misschien heeft ie veel Kickstarter-campagnes geleid.

“ICO Headstart is gespecialiseerd in Initial Coin Offerings.”

Hoe kun je een bedrijf met een ‘white paper’ in de vorm van een mooi online reclamefoldertje gespecialiseerd in ICO’s noemen? Het platform moet in februari 2018 live gaan en zou al draaien, maar ik zie daar geen voorbeelden van.

Het is niet gezegd dat Headstart geen interessant platform kan worden. Echt niet, maar kranten moeten meer specialisme aan de dag gaan leggen met dit soort dingen. Niemand is onfeilbaar, maar een bericht van een paar honderd woorden volstoppen met fouten en misleiding, is wel heel schokkend.

Nog eentje dan:

Trouw (10 november 2017): “Dirk Scheringa wordt directeur van bitcoinbedrijf” luidt de titel.

Volgens mij is het niet nodig verder in te gaan op de overige 119 woorden van het ANP-bericht dat Trouw hiervoor overnam.

Elders in de gezamenlijke Persgroep-kranten zoals AD staat dat het bedrijf “beursgangen voor digitale valuta begeleidt”. Voor zover ik begrijp uit de white paper of de veelgesteldevragenafdeling op de site is het vooral bedoeld voor investeerders en dat die niet in de val van veel ICO’s trappen.

Dat laatste is overigens een nobel streven, maar zoals ik al eerder aangaf: ondanks dat in de white paper staat dat het bedrijf ICO Headstart al een werkend prototype heeft, heb ik daar nog niets van gezien. Daar staat:

“Our platform is already operational. Backers and project creators have immediately access to our platform after ICO is finalized”

Klinkt ook nobel, maar toegang en ‘bezichtiging’ van het product is pas zichtbaar nadat je er geld in gestoken hebt.

Toevallig publiceerde Coindesk vandaag een verhaal over waarom ICO’s het niet goed doen met als een van de belangrijkste redenen dat er niet eerst een product is voordat de ICO er is. De kritiek komt overigens van ontwikkelaars op een Ethereum-conferentie: Devcon3. Geeft toch te denken.

Blockchain-onbegrip zorgt voor verwarring columnisten

Blockchain-onbegrip zorgt voor verwarring columnisten

Verkeerde veronderstellingen en foute aannames

“Is de bitcoin-gekte het nieuwste generatieconflict?” kopt een columnist in de Volkskrant woensdagochtend 4 oktober. “Digitaal geld zet stelsel op z’n kop” schrijft een andere op dezelfde dag in het AD.

De columnist van de Volkskrant Peter de Waard heeft het over ‘een trein vol studenten’ waar jongeren elkaar gek maken met potentiële bitcoin-winsten. Hij vergelijkt het met de fascinatie met de optiebeurs van generatie X. Met andere woorden: hij wil het generatieconflict heel graag duiden. Misschien zou het goed zijn als hij zijn oor eens te luisteren legt bij plaatsen waar het daadwerkelijk over digitale valuta en andere blockchaintoepassingen gaat. Daar lopen verdomd weinig studenten rond. Een paar, natuurlijk. Ook een paar echt ‘oudere’ mensen, maar het grootste deel zal tussen de 30 en de 55 jaar zijn. En vooral man.

Screenshot World Coin Index woensdag 4 oktober, 17:36 CET

Interessanter is dat het dan niet gaat om witte mannen. Het is een veelkleurig en veeltalig geheel. Maar ja, liefhebbers van zogenaamde publieke blockchains houden dan ook niet zo van grenzen.

Anders denken

Volgens De Waard zouden ‘zelfs jongeren met een negen voor wiskunde weinig snappen van de werkwijze van de virtuele munt’. Hoezo? Dat hij het niet begrijpt zegt niet dat jongeren (of ouderen) het niet zouden begrijpen. Het is zeker een andere manier van denken en kijken, maar niet begrijpen…

Oké, het is waar dat er een stevig stukje cryptografie en speltheorie inzit. Er zijn mensen die dat écht begrijpen. Het is alleen niet nodig dat zelf te kunnen doorgronden. Zonder diepgaande kennis van die onderwerpen, is de werking van Bitcoin of veel andere blockchains met enige inspanning prima te overzien. Maar nogmaals: het is een andere, nieuwe manier van denken en daar zit de werkelijke moeilijkheidsgraad. Zonder ermee te ‘klooien’ zul je er inderdaad niets van begrijpen. Iets met gedeeld vertrouwen zonder vertrouwde derde partij. Klinkt niet moeilijk, maar dat aanvoelen is best lastig.

Bitcoin is geen geld

Ook Roland Duong laat met zijn op z’n kop gezette stelsel zien heel wat klokken te hebben horen luiden. Het begint al met het ‘casino van cryptomunten’. Dat laat ik voor wat het is. Interessanter is de uitspraak ‘maar bitcoin is geen geld’ en dat terwijl bitcoin is ontworpen als puur digitale vorm van cash. Hij zegt in de volgende zin dat er bij ‘gewoon geld’ iets ‘tegenover staat’ om vervolgens hypotheken aan te halen. Bij een hypotheek zou er namelijk iets uit de werkelijke wereld tegenover staan, namelijk een huis. Dan komt de goudvoorraad bij centrale banken langs die een deel van onze geldvoorraad zou dekken. En dat terwijl er bij bitcoin een enorm netwerk aan computers staat te werken om de waarde te onderschrijven én tegelijkertijd het netwerk veilig te houden. Lijkt me best wat waard. Of dat ook zo’n 3600 euro per stuk is (wo. 4 okt. 2017, inmiddels 17 oktober en zo’n 4800 euro per stuk), dat is een andere discussie. Maar dat het netwerk echt waarde heeft, staat voor mij buiten kijf.

Volgens Duong zou bitcoin alleen de waarde van de bitcoin vertegenwoordigen. En die nu ‘ongelooflijke waarde’ is ‘op moment van schrijven 4200 euro’. Ik ben bang dat hij een euro-dollarfoutje maakt. Maar goed, dat vergeven we hem.

Voordat we afdwalen in een spelletje hoeveel iets wel of niet waard mag zijn, even terug naar ‘normaal’ geld. Voor zover mij bekend is de goudstandaard al in de jaren ’70 van de vorige eeuw losgekoppeld om de Vietnamoorlog te financieren. Althans, de Amerikaanse Dollar. De euro zit ook niet aan goud vast, al hebben centrale banken wel een relatief klein bedrag in goud als reserve. Maar als we even bedenken hoeveel euro er sinds de crisis vanaf 2015 volledig digitaal is bijgedrukt.. iets van 60 miljard euro per maand of zo? Dan moeten we misschien maar eens praten over de vraag of er bij ‘gewoon geld’ iets tegenover staat.

Waar worden die cryptomuntjes gemaakt?

Beide columnisten hebben het ook over handel en spaargeld. De Waard stelt dat de handel in cryptovaluta niet is geconcentreerd in westerse handelscentra, maar in Zuidoost-Azië. Dat ligt misschien wat lastiger. Als we kijken naar handelsvolume is Dollar-Crypto het grootst, ruim 40 procent. Daarna volgt de Japanse Yen, dan de Koreaanse Won en dan pas de euro. Maar dat is een vertekend beeld. Alles is namelijk vertekend in vergelijking met normale of ‘ouderwetse’ mondiale verhoudingen in Cryptoland. De meeste bitcoin-miners staan in China. Waarom? Meerdere redenen. Goedkope energie, hardwareboeren om de hoek. Maar Europa heeft dan weer de meeste exchanges. Niet per se de grootste. De Verenigde Staten zijn lastig: elke staat heeft zijn eigen regels en … nee. Dit wordt te veel informatie.

De Waard stelt in ieder geval dat de bitcoin-gekte een nieuw generatieconflict is. Hij vraagt zich zelfs af of het niet verboden moet worden. Iedereen die enige kennis heeft van hoe bijvoorbeeld het bitcoinnetwerk in elkaar zit, weet dat zo’n verbod eigenlijk niet kan.

Een blockchain is nog geen bedrijf

Duong ziet ook gevaar als het om spaargeld gaat. En ja, hij heeft daar ook gelijk in natuurlijk. Hij vergelijkt het met de dotcom-bubbel van 2000. Daar ben ik het wel mee eens: heel veel van de munten die in de afgelopen korte tijd zijn ‘bedacht’, zullen binnenkort niet meer zijn. Maar het zijn ook niet per se munten. Het zijn vaak tokens die een functionaliteit ergens aan geven. Totaal anders denken vraagt dat. Hij haalt investeren aan in bedrijven, zoals de Apples, Googles en Amazons. Het lastige is natuurlijk dat die crypto’s geen bedrijven zijn in de oude zin van het woord. Het zijn protocollen. Op het moment dat zo’n protocol ‘live’ en publiek is, is het niet meer per se van het bedrijf. Zeker een munt als bitcoin is dat niet.

En nee, al je spaargeld in crypto’s stoppen lijkt me niet handig. Spreiden, dat is volgens mij het aloude adagium. Ook nu crypto’s er in de handelswereld bij zijn gekomen.

Al met al kan ik me voorstellen dat voor de ‘cryptoleek’ heel wat termen zijn langsgekomen die onbekend zijn. Aan de andere kant waren streaming en googlen 20 jaar geleden ook onbekende termen voor de meesten. Langzaam zullen de termen het publieke domein bereiken en beter begrepen worden. Maar bij blockchains en crypto’s geldt nu nog: er is heel wat educatie nodig.

ps: ik zou nog aan kunnen halen dat er een heel andere distributed ledger/blockchainwereld is waar we als buitenstaander niks van weten, namelijk die bij de banken en vergelijkbare instituten, maar dat laat ik voor een andere keer.
pps: eerder gepubliceerd op Steem, een sociaal netwerk dat draait via/met/op een blockchain

De vroege Middeleeuwen in een pan-Europese tentoonstelling

De vroege Middeleeuwen in een pan-Europese tentoonstelling

Mensen zijn nieuwsgierig en reizen veel en graag. Niet alleen nu, maar ook in de vroege Middeleeuwen. De tentoonstelling ‘Crossroads, reizen door de Middeleeuwen’ in het Allard Pierson museum toont dat aan met zo’n 350 objecten die laten zien dat ook toen veel gereisd werd. De objecten komen uit een tiental musea en instituten in Europa, verkregen door een intensieve samenwerking.

“De donkere Middeleeuwen tussen 300 en 1000 na Christus worden nog steeds met modder, geweld en slecht Latijn geassocieerd“, zegt Peter Heather, Brits historicus van de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen tijdens een toespraak voorafgaand aan de opening van de tentoonstelling. De periode is volgens Heather extreem slecht bestudeerd,terwijl het overgrote deel van de structuren die nog zo zichtbaar zijn in het huidige Europa, toen zijn gevormd. Heather pikt er een paar voorbeelden uit, zoals het ontstaan van de Slavische talen, de reden dat West Europa een ‘power house’ is, waarom Europa voor het overgrote deel Christelijk is en waarom er zo’n groot verschil zit tussen de ene kant van het Middellandse Zeegebied en de andere kant. Maar het algemene beeld over de vroege Middeleeuwen is blijven steken in een verdraaid beeld uit de Renaissance, het was heel praktisch de oude structuren als achtergesteld weer te geven, en een beeld uit de 19de eeuw dat gelijkstaat aan geweld, donkerte en fabels, denk het fantasy-genre wat we te danken hebben aan Dracula, Frankenstein en Tolkiens Ring-trilogie.

Rond de twee hoofdthema’s ‘diversiteit’ en ‘connectiviteit’ wil de tentoonstelling dat beeld bijstellen: Europa in het grote geheel binnen de context van verschillende culturen en veranderende verhoudingen. Heather verwoord dat mooi: “Al die mensen, die waren precies zoals wij. Dat springt er voor mij [Heather] uit. Je ziet dingen die ooit door andere, medemensen zijn gemaakt, dat blijft heel bijzonder.” Dat laatste is vooral bijzonder als je bedenkt dat er weinig overgebleven is uit die tijd omdat het meeste of vergaan is (hout) of, als het metalen betrof, omgesmolten tot nieuw wapentuig of nieuwe sieraden.

Holografische vitrines

Mooi opgezet en uitgevoerd zijn de 3D-animaties die als ‘overlay’ op fysieke objecten zijn geprojecteerd in een zestal zogenaamde ‘holoboxen’ of holografische vitrines. Door middel van beeld en gesproken tekst krijgt de bezoeker zo extra informatie over verschillende objecten, zoals de achtergrond bij het Zwaard van Kunágota van het Hongaars Nationaal Museum. Belangrijk doel van de holoboxen is dat de bezoeker de voorwerpen op drie verschillende manieren kan bekijken, namelijk op neutrale wijze met juiste belichting, focus op details door geprojecteerde beelden en de context van het voorwerp.

This slideshow requires JavaScript.

Aan het eind van de tentoonstelling bevindt zich de zogenaamde ‘Cross Culture Timeline’ bestaande uit een scherm met een drietal projecties en een enkele iPad waarmee de bezoeker de achtergronden van verschillende voorwerpen naar voren kan halen. Bij dit soort onderdelen denk ik altijd: doe het niet. Vrijwel iedereen heeft een smartphone en kan dit soort dingen vele malen beter individueel bekijken. Geef een link en een QR-code waarmee iedereen op zijn eigen telefoon aan de slag kan. Nu is er maar één iemand die aan de knoppen kan zitten van een haperende iPad (applicatie te zwaar?). Waarom kan ik hier niet achteraf thuis nog bij? De informatie is er, maar de interface is niet praktisch. Het was bijvoorbeeld fijn geweest als het topstuk in een holobox meer ruimte had gehad. Die ruimte was er mijns inziens dus geweest.

Reiziger als hoogtepunt

De tentoonstelling is niet alleen opgezet langs een tijdlijn door de verschillende culturen heen, maar verhaalt ook over bekendere en minder bekende reizigers uit de Middeleeuwen. Helaas zijn die verhalen bij de opening van de tentoonstelling niet goed zichtbaar doordat de informatie zich op de vloer bevindt, maar er wordt gewerkt aan een andere manier van presenteren.

De Europese reizigers zijn wel heel goed terug te vinden in de bijbehorende publicatie. Het boek ‘Crossroads, reizen door de Middeleeuwen’, bevat naast meer academische artikelen ook verhalen van tien reizigers die in de tentoonstelling zelf aan bod komen, zoals in de introductiefilm. De verhalen geven een beeld van een Europa waar culturen elkaar juist versterken en zorgen voor kruisbestuiving tussen gewoontes en godsdiensten. Zo was het Christendom ooit pacifistisch, wat in de figuur van Sint Maarten aan bod komt, namelijk in de vroege Middeleeuwen werd hij niet geroemd om het – als Romeins soldaat – delen van zijn mantel met een bedelaar, maar juist als pacifist die hij later werd.

Ook de andere verhalen spreken tot de verbeelding: De olifant Aboel Abbas, een geschenk aan Karel de Grote; Theophano, een byzantijnse prinses in het boerse westen; Hasday Ibn Shaprut, een joodse geleerde aan het hof van de kalief; Egeria, een scherpzinnig pelgrim in het heilige land; Ahmad Ibn Fadlans Risala, een Arabische diplomaat die een reisverslag schreef; Sint Helena en de kerstening van het Romeinse rijk, Sigerik de Ernstige, een aartsbisschop in roerige tijden; Olympiodorus van Thebe, een diplomaat met een papegaai; Ohthere, een reiziger uit noord-Noorwegen.

Met veel interessante en vaak prachtige objecten uit zo veel verschillende musea en andere instituten in Europa onder de CEMEC-vlag*, maakt de tentoonstelling de moeite waard om te bezoeken. Mocht dat niet lukken, dan is er gelukkig ook een prachtig boek. Ik hoop dat de Cross Culture Timeline ooit nog op internet te vinden is, want dat zou mijns inziens veel recht doen aan al het werk dat erin zit.

* CEMEC: Connecting Early Medieval European Collections

Meer foto’s  van opening door Monique Kooijmans op Flickr

Duurzame e-bike: contradictio in terminis?

Duurzame e-bike: contradictio in terminis?

Steeds vaker kom ik de term: ‘duurzaam’ in combinatie met ‘elektrische fiets’ of ‘e-bike’ tegen. Of nog mooier, de marketing-zin: ‘Groene Ecologische Fietstaxi’ waarin een elektromotor en accu verwerkt zitten. Inclusief zonnepaneel is het uiteraard nog groener. Maar toch.

Volgens mij zit het bij fietsen zo:

fiets: ecologisch, groen, duurzaam
e-bike: praktisch voor lange afstand, heel veel groener dan auto, motor of brommer. Ook de elektrische varianten daarvan door lager gewicht en minder materiaal

fietstaxi: ecologisch, groen, duurzaam*
elektrische fietstaxi: praktisch voor chauffeur, groener dan auto op brandstof en groener dan elektrische auto door laag gewicht en weinig materiaal*

Zie ook CO2-uitstootschema. Al is er natuurlijk een kanttekening te plaatsen bij zo’n schema. Het gaat ook om materiaalgebruik en daardoor veroorzaakt afval.

Technisch gezien zou de term omgedraaid moeten worden: fiets-zonder-elektromotor: duurzaam. E-bike bijna, maar net niet helemaal.

* Maar wel krap op het fietspad

** Terechte opmerking via Twitter: “OV-opties komen er wel bekaaid af in deze grafieken, omdat de CO2-uitstoot niet per persoon per km, maar alleen per km wordt weergegeven.” Maar het is dan ook een #kattebelletje en geen wetenschappelijk onderbouwd stuk onderzoeksjournalistiek. Slechts een signalering van bijzondere spins in het taalgebruik.