eBook van “Cryptovaluta voor Dummies” beschikbaar

eBook van “Cryptovaluta voor Dummies” beschikbaar

Het heeft even geduurd, bijna een jaar, maar het e-boek of ebook van Cryptovaluta voor Dummies is eindelijk verkrijgbaar, zowel bij Bol.com, Kobo als Amazon (Kindle).

Voor aanvullingen over wat er afgelopen jaar gebeurd is, volg onder andere de Cryptovaluta voor Dummies-categorie met aanvullingen, zoals een geüpdatete uitleg over het volgen van je hardwarewalletfondsen op mobiele wallets op je telefoon, de veranderingen rond Bitcoin Cash en Bitcoin SV en het instellen van een extra passphrase op je hardware-wallet.

Veel plezier ermee op deze manier, voor velen vermoedelijk een stuk praktischer dan het kopen van een fysieke versie!

Cryptovaluta voor Dummies, door Krijn Soeteman
Cryptovaluta voor Dummies
Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Lightning-adoptie, hoe gaat het eigenlijk?

Iedereen die al een tijdje met Bitcoins bezig is, heeft wel eens gehoord van de pogingen om snellere, goedkopere en makkelijkere betalingen in een tweede laag bovenop Bitcoin te bouwen in de vorm van het Lightning Network of LN. Dat werkt inmiddels best aardig, als je een beetje oplet.

Blockstream

Zou ik nu een Lightning-wallet aanbevelen aan iemand met weinig tot geen kennis van Bitcoin of cryptovaluta in het algemeen? Mijn antwoord is eigenlijk: ja! Het werkt gewoon. Wel met de mededeling dat als hun LN-bezittingen boven een bepaald bedrag komen, dat ze dan een deel naar een echte bitcoinwallet moeten overhevelen natuurlijk (iets wat over niet al te lange tijd natuurlijk gewoon binnen elke normale wallet geïntegreerd is).

Inmiddels zijn er verschillende wallets die het voor de eindgebruiker gewoon heel makkelijk maken, zoals de Wallet of Satoshi of Breez Wallet. Dit soort wallets wordt niet echt gewaardeerd door de purist die alles in eigen hand wil houden, maar je kunt ook mij eigenlijk niet vragen om een channel te openen met mijn eigen node thuis. Althans, dat kan ik niet binnen 5 minuten en na die 5 minuten moet je ook nog wachten op minstens één bevestiging van het bitcoinnetwerk voor je storting. Nou ja, je bent in ieder geval een half uur verder en dat is niet zo praktisch.

Het komt er in het kort op neer dat wallet-providers zoals Satoshi of Breez al vast een channel voor je bekostigd hebben, waardoor je gewoon direct Lightning-betalingen kunt ontvangen. Bij ‘normale’ LN-wallets moet je eerst een miniplukje bitcoins naar je wallet sturen, bijvoorbeeld het equivalent van 10 euro, dan moet je met die 0.00xx bitcoin het channel funden. Dan moet je wachten tot de transactie daadwerkelijk op het mainnet, dus het gewone bitcoinnetwerk, bevestigd is en pas daarna kun je LN-betaling ontvangen of versturen.

Begrijp me niet verkeerd, ik beleef er plezier aan om zo’n tweede variant te proberen, bijvoorbeeld met de Eclair-wallet*, maar dat is meer om te leren dan dat ik iemand vraag zo een betaling te ontvangen. Eigenlijk wil je gewoon precies dit: je installeert een LN-wallet, iemand stuurt je een LN-betaling en je hebt direct wat satoshi’s (de kleinste bitcoin-eenheid) op je wallet staan.

Iedereen begrijpt, of zou moeten begrijpen, dat LN bedoeld is voor kleine bedragen en dat je daar geen grote hoeveelheden bitcoins mee moet willen stallen, althans op dit moment nog niet. Veel payment-providers die bijvoorbeeld betaalterminals in winkels hebben, willen graag over niet al te lange tijd volledig over op LN-betalingen, want dat scheelt een hoop voor zowel klant als winkel.

Over dat laatste: mijn persoonlijke ervaring onlangs (19 oktober 2019) bij een meetup van De Bitcoin Show was erg positief: ik heb alles met LN betaald en dat ging als een trein. Soms duurde het genereren van de QR-code op de oudere iPad nog het langst. In de laatste aflevering (Central Bankers Revolt) van de show werd gezegd dat 50 procent van de meetup-bezoekers met LN betaalde en 50 met het bitcoinhoofdnetwerk. Oh, en nog wat met pin en contant, maar daar hebben we het nu niet over ;)

Waar zien jullie nog meer goede gebruiksmogelijkheden voor het LN-netwerk?

* Let ook op de nieuwe wallet van Eclair, Phoenix!

Allard Pierson

Allard Pierson in verbouwing

Herinneringen zijn er om te koesteren en soms wil je ze herbeleven, zoals het struinen langs de vitrinekasten in het Allard Pierson met de ontelbare kleine en grote artefacten uit het verre verleden. Dat kan niet meer. Dat is, net als mijn herinneringen, gelukkig verleden tijd.

Allard Pierson
Beeld: via Allard Pierson

Na de perspresentatie over de nieuwe tentoonstelling ‘Bes, kleine god in het Oude Egypte‘, raakte ik nog even in gesprek met Wim Hupperetz, de directeur van het Allard Pierson, over de verbouwing en de andere inzichten rond het tentoonstellen van objecten die inmiddels al in enkele zalen hebben geleid tot een veel toegankelijkere opstelling dan die uit het verleden. We raakten aan de praat over hoe het museum er vroeger uitzag en ook over het feit dat ik niet de enige ben die daar nog steeds prettige herinneringen aan heeft. Herinneringen aan de in schemerlicht gehulde ruimtes, de krakende vloeren, de honderden objecten die overal en nergens opgesteld stonden. De kartonnetjes met daarop kleine, vergeelde papiertjes geplakt waarop met hamertypemachine de naam en overige objectinformatie getikt was. Maar ook de gipszolder, de plek met afgietsels van een paar honderd beelden uit het Oude Egypte, Oude Griekenland en de Romeinse tijd. Beelden die je anders nooit met eigen ogen in hun werkelijke vorm kon aanschouwen omdat ze elders in musea stonden of al lang verdwenen. Je kwam daar overigens niet zonder speciale begeleiding, in mijn geval met mijn docenten tekenen van de middelbare school.

Dat alles is gelukkig veranderd. De gipszolder wordt toegankelijk voor publiek vertelde Hupperetz, en in het verleden gesloten doorgangen en trapopgangen worden weer of zijn al weer geopend. Een kleine blik achter de schermen en een korte rondleiding langs de al vernieuwde zalen op de eerste (of tweede? dat is altijd lastig met souterrain-achtige verdiepingen) verdieping met ramen die niet verduisterd zijn, laten een opstelling zien die veel toegankelijker is dan vroeger en daarmee ook veel interessanter.

Er zijn mensen die zweren bij de oude manier van opstellen, en als je mijn nostalgische gevoelens zou meenemen kun je denken dat ik daar ook naar zou smachten. Toch is dat niet zo. De reden dat ik de oude opstelling leuk vond, kwam omdat ik ooit het museum binnen kwam met mijn docenten als verhalenvertellers. We liepen wel langs al die opstellingen met al die kaartjes, maar zij stonden stil bij slechts enkele objecten en vertelden vervolgens een verhaal. Een verhaal waardoor je daar een extra gevoel bij kreeg en je het daarom tien of twintig jaar later nog steeds leuk vind om langs diezelfde kasten te lopen, maar wat moeten al die mensen dan zonder goede verhalenvertellers of zonder geïnteresseerde medebezoekers? Heel weinig inderdaad.

Van verhalen moeten we het hebben en die verhalen worden gemaakt door wetenschappers met kennis van zaken, kennis over hoe dat verleden vermoedelijk in elkaar zat. Wetenschap die ook steeds weer een beetje bijgesteld wordt bij nieuw vergaarde kennis. Wat dat betreft is het mooi dat die verhalen steeds toegankelijker tentoongesteld worden. Ik ben heel benieuwd hoe het museum in zijn voltooide vorm zal overkomen, maar ook onaf is het nog steeds prettig, zoals de semi-permanente opstelling in het souterrain over de zeventiende eeuw, cartografie en de ontwikkeling van de exacte wetenschappen.

Bes, een Egyptische god voor alledag

Bes, een Egyptische god voor alledag

Een huis-tuin-en-keukengod met een uitgestoken tong, dikke buik, meestal naakt, getooid met verenkroon en soms een luipaardvel, af en toe met grote piemel maar zonder groot verhaal. Daar hoor je over het algemeen weinig over. Dat kan ook anders, dacht het Allard Pierson Museum samen met enkele andere Europese musea.

Dansende Bes, foto: Allard Pierson

We kennen allemaal de Egyptische elitecultuur, de bekende afbeeldingen en standbeelden van farao’s en goden als Re (ook wel Ra), Isis, Osiris en Horus. Statig, onbewogen en strak. De ‘huisgod’ Bes doet hier niet aan mee en laat zien dat het leven van alledag gaat over plezier maken, kinderen krijgen, enge monsters verslaan, de erotiek beschermen, drinkgelagen en wat al niet meer waar je bescherming of ondersteuning voor nodig hebt.

Bes heeft geen groot verhaal en komt in veel verschillende gedaanten voor en is in die zin niet voor een gat te vangen, vandaar dat de Egyptologie al deze op elkaar lijkende figuren Bes genoemd heeft. De vrouwelijke vorm heet Besset.

De tentoonstelling in het Allard Pierson neemt de bezoeker mee langs verschillende gedaanten van de huisgod en geeft er een eigen draai aan door ons direct te verwelkomen met een animatiefilm die laat zien dat het figuur nog steeds prima in te passen is in onze hedendaagse omgeving. Als stripfiguur doet Bes het ook goed.

Een van de grootste objecten in de tentoonstelling is een replica van een kraambed. Dit bed heeft zes poten en de poten zijn allen in de vorm van een Bes-figuur. Dat is niet zo vreemd, want Bes beschermt ook de bevallende vrouw. Het bed is gemaakt naar voorbeeld van bekende afbeeldingen hoe een kraambed er uitzag. Achter het bed staan in een aparte vitrine nog twee echte poten.

Veel van de figuurtjes zijn blauw of laten nog resten zien van blauwe verf, gebruikt om het kwaad af te weren. Niet alleen de blauwe kleur moet het kwaad keren, ook de uitgestoken tong is afschrikwekkend voor demonen.

Zijn dwergvorm is wat vreemd en doet denken aan mensen met dwerggroei. Dit is symbolisch, want baby’s die geboren werden met dwerggroei overleefden het vaak niet. Zij die het wel overleefden kregen in het latere leven over het algemeen een hoge status in de Egyptische maatschappij.

Een veelvoorkomend voorwerp in de tentoonstelling is de zogenaamde stèle, een tablet van steen of hout met een daarin uitgehouwen of uitgesneden voorstelling om speciale plaatsen te markeren. Stèles kwam je ook veel tegen bij de mensen thuis, onder andere om zich te beschermen tegen slangen en schorpioenen. Door het veelvuldig aanraken van de stèle op een specifieke plek, door de god te ‘aaien’, hebben de meeste stèlae een afgesleten plek. Een mooie stèle in de tentoonstelling laat Toetoe als sfinx zien die vecht tegen Bes. De sfinx heeft een rammenkop in zijn nek, een cobra als staart en messen op de poten om aan te geven dat hij zich niet makkelijk gewonnen zal geven. Bes bevecht dit alles met een zwaard.

Een van de tentoonstellingsruimtes is speciaal gericht op het feestbeest Bes. Een bekend verhaal in de Egyptische mythologie gaat bijvoorbeeld over de ‘verwijdering en verzoening’ tussen de zonnegod Re en zijn dochter Hathor. Hathor houdt van muziek, drank en feest en vlucht na een ruzie met Ra naar Nubië. Om haar terug te halen, verleidt Bes haar met drank en muziek, waarna Bes dienaar van Hathor is geworden. Zo zijn er beeltenissen van Bes te vinden met een dubbele fluit en met biervaatjes. Wellicht is het niet zo vreemd dat feesteiland Ibiza heet zoals het heet: Ibiza is afgeleid van Bes.

Na het feestbeest komt de ‘peepshow’ langs. Hier is Bes’ fallus nog een stuk aanweziger dan anders, tot en met kloppende aders toe. Soms moet Bes echter in dubbelvorm de fallus van een ander ondersteunen. De erotische kant van de god en ook van Besset wordt hier in ieder geval niet onder stoelen of banken geschoven.

Maar niet alleen in Egypte was de god populair. Buiten Egypte vind je dus overblijfselen op Ibiza en ook in Soedan, dat vroeger bij Egypte hoorde. Ook in het huidige Italië kom je Bes tegen en dat is niet zo vreemd, aangezeien de Romeinen hem probleemloos omarmden nadat Egypte bij het Rijk ingelijfd was, zo kom je Bes onder andere tegen op de wapenrusting van Romeinse centurio’s.

In totaal gaat de tentoonstelling over meer dan 4000 jaar aan Bes(achtige) afbeeldingen, te beginnen in het Oude Rijk (vanaf 2543 voor Christus) tot de Romeinse periode 284 na Christus. Hiermee krijgen ook wij als gewone mensen een beter beeld van het Egypte van alledag. Misschien vinden sommigen dat jammer en houden ze het liever bij piramides en grote paleizen waar nog wat resten van overeind staan, ik vind dit in ieder geval een welkome aanvulling.

Het is een fijne kleine tentoonstelling waardoor de Egyptenaar van weleer misschien dichter bij de ‘gewone mens’ komt te staan. Een groot deel van de stukken in de tentoonstelling komt uit de collectie van het Allard Pierson, maar ook uit de musea die meewerkten aan de tentoonstelling, namelijk het Museum August Kestner in Hannover en de NY Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Ook zijn er stukken uit Khartoem in Soedan, uit Aberdeen, uit Leipzig en uit Hildesheim.

Wie al een tijdje niet in het museum is geweest, zal zien dat de oude vitrinekasten met kleine witte kaartjes niet meer op de eerste verdieping staan en dat hier nu de ontvangstruimte is. Boven op de tweede verdieping is al een deel van de collectie uitgestald op andere wijze en de ramen aan de voorzijde zijn open. Volgend jaar juni moet het af zijn, ik ben in ieder geval benieuwd hoe het geheel er uit gaat zien.

De tentoonstelling loopt van 18 oktober 2019 tot en met 8 maart 2020

Alle foto’s, behalve de Dansende Bes, zijn gemaakt door mijzelf

100 kilometer per uur

100 kilometer per uur

De discussie over het terugbrengen van de maximumsnelheid in Nederland neemt bij tijd en wijle rare vormen aan, terwijl mensen inmiddels minder hard rijden dan vroeger. Op een enkeling na.

Vroeger reed ik altijd hard, niet dat ik vaak té hard reed, want dat kon – en kan – mijn klassieke auto vaker niet dan wel. Dat zo hard mogelijk rijden had ook te maken met de snelheid van de andere auto’s die vaak hoog lag en een beetje meekomen is ook niet zo gek. Inmiddels is op een groot deel van de Nederlandse snelwegen 100 km/h de maximum snelheid, in een aantal gevallen is na zeven uur ‘s avonds 130 toegestaan en op een deel van de snelwegen mag je sowieso 130, al komt ook af en toe 120 voor. Volgens Rijkswaterstaat rijdt men over het algemeen langzamer dan 130 als het is toegestaan.

De reden van het terugbrengen van de maximum snelheid heeft in eerste instantie te maken met het terugdringen van de stikstofuitstoot, want blijkbaar wil iedereen altijd vooral zo hard mogelijk rijden. Veilig Verkeer Nederland vindt het in ieder geval ook niet zo gek, het zou wel eens kunnen zorgen voor een stuk minder (dodelijke) ongevallen. Berekeningen laten ook zien dat het tijdsverschil zo nihil is, dat je er op dat vlak waarschijnlijk weinig meer dan enkele minuten op de lange afstand van merkt.

Win-win, toch? Iedereen wat minder opgefokt op de weg en bijkans ook nog minder stikstof, al zou dat laatste over niet al te lange tijd wel eens achterhaald kunnen zijn met de komst van een groter elektriek wagenpark (als de geleverde elektriciteit niet uit een kolencentrale komt bijvoorbeeld).

Spraakmakers

Onlangs luisterde ik naar het programma Spraakmakers op Radio 1 en werd om de oren geslagen met een aantal mensen die vond dat ‘de Nederlander’ altijd iets te hard wil rijden. Zeker als de snelweg leeg is. Die ‘de Nederlander’ wilde van alles, maar vooral niet ‘betutteld’ worden. Het was allemaal maar belachelijk en sloeg nergens op. Alleen Ed Nijpels verdedigde het terugbrengen van de snelheid. Een verkeerspsycholoog was bang dat mensen zich lastig aan de maximum snelheid kunnen houden ‘als de A2 leeg voor je ligt’.

Nou kun je natuurlijk gaan schermen met boetes, met dat het allemaal niet zo erg is en binnenkort helemaal niet meer met zuinigere of elektrische auto’s. Of dat je als het rustig is zo hard mogelijk wil rijden. Volgens mij is dit echt allemaal zo achterhaald. Met mijn niet-zo-snelle-auto (een 2CV6) haal ik tegenwoordig vaker mensen in op de snelweg dan vroeger. Niet omdat ik zoveel harder ben gaan rijden, maar omdat de rest langzamer is gaan rijden (ik ook overigens, rijdt zuiniger en een stuk rustiger).

Dat laatste, langzamer en rustiger rijden door andere mensen, lijkt me ook volkomen logisch. Moderne auto’s rijden veel relaxter. Je hebt bijna altijd cruise control en ook de liefde voor handmatig schakelen lijkt bij de meeste mensen inmiddels bekoeld. Als je nu iets langzamer moet rijden, hoef je niet meer terug te schakelen of juist weer op te schakelen als je weer sneller moet. Je laat gewoon je gas los en trapt misschien wat op de rem.

Het rijdt onvoorstelbaar veel zuiniger om iets langzamer te rijden dan 120. Onlangs reed ik, wel met 130 (gps-snelheid), in twee etappes naar Zuid-Frankrijk in een relatief zuinige Volkswagen Up. Gemiddeld iets van 5,9 liter per 100 kilometer of zo. Op de terugweg had ik én geen zin meer in péages én geen zin meer in jakkeren. Een tandje terug, wat in Frankrijk betekent dat je of 90 of 110 kilometer per uur mag. De cruise control op de 90 (gps-snelheid) of iets hoger rond de 100 en een verbruik van 4,3 liter op 100 kilometer. Hmm… En de tijden van de autonavigatie bleven gewoon heel aardig kloppen, ook op plekken waar je 130 mocht en daar met een gangetje van 110 rijden (wat iets minder zuinig is, maar nog steeds ruim onder de 5 l/100km).

Eigenlijk denk ik dat als de auto ook nog adaptive cruise control (waardoor ie automatisch afstand houdt) of gewoon praktisch zelfrijdend is, het me echt geen fluit meer uitmaakt of ik nou 90, 104 of 130 rijd.

Duitsland

In Duitsland valt mij en met mij vele anderen op dat die ‘unlimited speed’ (zoals ik dat vroeger noemde) niet vaak meer gehaald wordt. Een enkele keer knalt een groot slagschip uit het hogere segment van de Mercedes-, Audi of BMW-stal nog wel eens langs je met duidelijk snelheden boven de 150km/h, maar die adviessnelheid van 130 wordt daar ook niet vaak meer overschreden.

Om een heel lang verhaal kort te maken, ik denk dat alle argumenten voor 130 rijden langzaam vanzelf verdwijnen omdat het gevoel van snelheid zo anders is in moderne auto’s met allerhande voordelen zoals cruise control. Als ik dan terugdenk aan auto’s zonder cruisecontrol en ik mag er gens maximaal 80 of 100, dan vind ik dat ook lastig. Die voet blijkt dan ineens zwaar, maar met moderne voordelen, pas de problème.

Als we dan en passant ook nog eens slimmere systemen zouden ontwikkelen waardoor (te) grote auto’s steden niet meer in hoeven en onze mobiliteit naar de toekomst inrichten, nou ja, waarom zou je dan nog moeilijk doen over die schamele, vaak fictieve 30 km/h?

Grootste internationale online privacyschending dreigt door ingewikkeld akkoord

Grootste internationale online privacyschending dreigt door ingewikkeld akkoord

Hoekstra stemt volgende week

Wie leest een verslag aan de Tweede Kamer waar volgende week over wordt gestemd dat begint over “de FATF die de FATF-standaarden aangepast heeft om te verduidelijken hoe deze moeten worden toegepast in verband met ‘virtual assets’? Toch kan deze oersaaie, technische zin leiden tot een van de grootste privacyschendingen van onze tijd.

De grote speler in dit verhaal is de Financial Action Task Force (FATF). Deze instantie regelt op internationaal niveau allerlei zaken rond het bestrijden van witwassen en het financieren van terroristische organisaties. Nederland zit ook in deze task force bij monde van het Ministerie van Financiën. Voorstellen van de FATF worden overgenomen door de G20 waardoor deze voorstellen gelden als mondiale standaarden.

De FATF spreekt ook over aanpassingen rond cryptovaluta en blockchaintechnologie. Op dit moment wordt gesproken over voorstellen van verschillende autoriteiten die al jaren regels willen invoeren “om effectieve regulering van en toezicht op ‘virtual asset service providers’ te waarborgen.” Niet toevallig staan de wijzigingen op de agenda nu de Verenigde Staten dit jaar de voorzittersrol vervullen.

De kern van de privacyschending vormt de aanbeveling waarmee alle VASPs van zogenaamde virtual assets ook informatie moeten verzamelen en uitwisselen over klanten. Het venijn zit hem in de paragraaf die zegt dat alle overdrachtsgegevens van de partijen van de hele keten van transfers of transacties beschikbaar moet zijn. Wanneer dit particulieren zijn, zijn het persoonsgegevens en is de Algemene Verordening Gegevensbescherming of AVG, de strenge Europese privacywet, van toepassing. Wie denkt dat het alleen om digitaal geld of cryptovaluta gaat vergist zich.

Plenaire vergadering

In februari 2019 hield de Financial Action Task Force een plenaire vergadering over de zaak. In het verslag van de vergadering komt naar voren dat de term virtual assets gebruikt wordt om te ‘voorkomen dat de indruk ontstaat dat er sprake is van een wettig betaalmiddel’. Op deze manier hoeft de term ‘virtual currencies’ of ‘cryptocurrencies’ niet gebruikt te worden. Het probleem is alleen dat de term ‘virtual assets’ volledig multi-interpretabel is en daarmee lijkt die term niet afdoende om in de toekomst werkelijke kaders vast te leggen omdat praktisch alles eronder kan vallen.

Een ander problematisch punt bij de rapportage van het Ministerie van Financiën over deze vergadering is de uitleg in een Kamerbrief van 21 maart 2019 dat het zou gaan om ‘het terrein van girale overschrijvingen’, terwijl het juist helemaal niet gaat over financiële transacties in het bekende gebied van ‘ouderwets’ geld. Hiermee is de kamer op onjuiste wijze geïnformeerd en wordt voorbijgegaan aan de brede toepasbaarheid van deze systemen.

Gegevens op straat

De FATF beperkt zijn aanbevelingen dus niet tot cryptovaluta zoals bitcoin, maar spreekt van virtual assets, een niet-gedefinieerde en daardoor erg ruime term. In de meest brede interpretatie is elk digitaal ‘ding’ dat van eigenaar kan wisselen een virtueel goed. Cryptogeld, maar ook een figuur in een game of zogenaamde virtual twins van fysieke goederen in de ‘echte’ wereld. Daarnaast zouden ook air miles en bonuspunten eronder vallen, net als toekomstig te verhandelen andere tokens, zoals energietokens, die een bepaalde waarde vertegenwoordigen.

De brede term virtual asset zal ook de fysieke wereld raken met de eerder genoemde virtual twins. In de nabije toekomst kun je het eigenaarschap van bijvoorbeeld je auto aan een andere eigenaar overdragen met zo’n virtuele ‘tweelingauto’ als eigendomsbewijs. Aan een dergelijk virtueel goed hangen persoonsgegevens die op dit moment niet meegestuurd hoeven te worden. Ze zijn beschikbaar bij de verschillende instanties die te maken hebben met deze overdracht, in Nederland onder andere de RDW. Als het nodig is voor autoriteiten zoals de politie of opsporingsdiensten om deze gegevens te verkrijgen om onderzoek te doen naar witwassen of andere duistere zaken, dan kunnen zij de gegevens bij deze partijen vorderen.

Volgens de aanbeveling van de FATF in paragraaf 7b zullen bij de transfer van virtual assets de herleidbare gegevens van beide partijen die te maken hebben met de transactie of overdracht, met al hun gegevens, in deze hele transactieketen terechtkomen. Die informatie moet volgens de paragraaf voor iedereen in de waardeketen beschikbaar zijn en blijft zichtbaar voor eenieder in die hele transactieketen.

Privacyschending

Door deze aanbeveling worden bij transacties waar een particulier bij betrokken is, persoonsgegevens door de hele keten verspreid, iets dat met heel veel moeite bestreden is met de komst van de AVG.

Het is niet de eerste keer dat de AVG genegeerd lijkt te worden. We hoeven maar te kijken naar de perikelen rond de invoering van het Payment Service Directive 2 of PSD2 om te leren dat het beschermen van de privacy van Europese burgers lastig is. Het eerste voorstel voor de PSD2 stamt uit 2012 en ging in maart 2018 in. Op meerdere punten biedt de PSD2 beperkte en vooral papieren waarborgen, die mogelijk ontstonden doordat de AVG later dan de PSD2 van kracht werd, namelijk mei 2018.

Klantgegevens internationaal opvraagbaar

In het geval van de FATF-regulering leidt het opnemen van persoonsgegevens tot het verzenden van gegevens van klanten of andere persoonsgegevens naar buiten de Europese Unie. Het ongeclausuleerd verzenden van gegevens is juist met veel moeite bestreden nadat aan het licht kwam dat via het internationale bancaire systeem SWIFT klantgegevens probleemloos door de Verenigde Staten uitgelezen konden worden. Verder spraken zowel het Hof van Justitie in Europa (2016) als het Supreme Court in de VS (2018) zich op grond van privacy-overwegingen expliciet uit tegen het vasthouden van soortgelijke gegevens in de telecomsector.

Voor Stichting Privacy First zijn de aanbevelingen van de FATF aanleiding een dringend beroep te doen op de Minister en de aanbevelingen van tafel te halen. Volgens deze onafhankelijke stichting moeten de voorstellen eerst beoordeeld worden door de bril van de AVG en niet alleen door die van Financiën. “Onder het mom van bestrijding van witwassen zet de Minister zijn handtekening onder een ontwikkeling die alleen maar kan leiden tot privacyschendingen. Op dit moment zijn de aanbevelingen zo ruim dat de Minister niet kan weten waar hij  ‘ja’ tegen zegt.”

Privacy First zegt niet alleen geschrokken te zijn van de FATF-aanbevelingen maar ook het proces waarbij kritiek op het voorstel niet gehoord wordt. Stichting Privacy First vat het kort en bondig samen: “Het is weer een voorbeeld dat Fintech en persoonsgegevens zo verweven raken, dat structurele aandacht moet komen voor financiële privacy. Dit voorstel zou niet alleen door Financiën afgehandeld mogen worden.”

Doof voor kritiek

Nederlandse marktpartijen hadden al eerder kritiek geuit op de voorstellen. Ze staan niet alleen in hun kritiek. Over de hele wereld wordt met lede ogen aangezien hoe de voorgestelde regels onder grote druk worden aangenomen. De FATF raadpleegde de visie van de markt en kreeg een lawine van kritiek over zich heen. Daarbij zaten talloze constructieve suggesties die zowel recht doen aan de opsporingsdoelen als aan randvoorwaarden rond privacy. De reacties aan de FATF bleven echter geheim en het debat werd verder achter gesloten deuren gevoerd. De tekst bleef ongewijzigd.

In Nederland ontstond de situatie dat een brandbrief vanuit de marktpartijen en Privacy First is gestuurd aan het Ministerie van Financiën waar vooralsnog niets mee gedaan is. De brief leidde niet tot een verdere uitnodiging van het Ministerie. Het eerstvolgende bericht daarna vanuit Financiën was het persbericht van de G-20 afgelopen weekend. Daarin juichten de Ministers de voorgenomen aanbeveling van de FATF toe. Zowel internationaal als nationaal toont het Ministerie van Financiën zich daarmee doof voor gerechtvaardigde vragen rond de privacybescherming.

Update 12 juni 2019, 16:03: Inmiddels heeft het Ministerie van Justitie de brief die vandaag is verzonden aan Privacy First om 11 uur online gezet.

Desgevraagd reageert Simon Lelieveldt als volgt op de brief:

De Minister gaat nogal karig in op de maatschappelijke vraagpunten die in de originele brief vanuit de markt zijn aangekaart. Het politieke probleem van botsing van internationale regels rond privacy en die rond opsporing komt niet ter sprake. Het Tele2-arrest van het Hof van Justitie blijft onbesproken en we horen ook niet of de Autoriteit Persoonsgegevens hiernaar heeft gekeken.

Ik zie de Minister zeggen dat de uitleg van definities later wordt verduidelijkt. Er komt een evaluatie nadien en contactgroepen voor de uitwerking. Maar de definities zelf worden intussen wel aangenomen en die hebben een brede reikwijdte waar niet op terug te pakken zal zijn. Verder stelt de Minister dat informatie alleen bij Virtual Asset Service Providers terechtkomt terwijl de aan te nemen regel ook spreekt over ‘counterparts (if any).’ Dit strookt niet maar hoe het precies zit komen we niet te weten. De Minister en FATF schermen namelijk alle informatie en precieze teksten af en wat hij doet is stellen: vertrouw me: het komt allemaal goed. De geschiedenis rond Swift laat echter zien dat het een kostbare vergissing kan worden.

De feitelijke oproep aan de Minister was om de discussie breder te trekken en een goede maatschappelijke belangenafweging te organiseren. Hij doet het tegenovergestelde: hij technocratiseert het proces en de inhoud. Wetenschappers noemen dat ‘depolitiseren’ en doorgaans kom je ermee weg. In datzelfde technocratische domein kan hij echter ook weten dat de effectiviteit van de soortgelijke maatregel in de banksector zeer beperkt is. De hele regel leidt dus tot veel kosten, negatieve privacy-impact, mensenrechtschending en geen baten.

Ik verwacht dat het vervolg wordt dat het aan de rechter is om de belangenafweging tussen privacy en opsporing te maken. Het is uit de rechtspraak in EU en VS, alsook mensenrechtverdragen, vrij duidelijk dat je als overheid omwille van criminaliteitsbestrijding niet zomaar iedereens data kan gaan vasthouden en laten rondsturen.

Er is aan het Ministerie van Justitie en het Ministerie van Financiën om een reactie gevraagd, maar tot op heden is hier geen rechtstreeks antwoord op gekomen. De hierboven aangehaalde reactie is op een brief verzonden aan Privacy First en de VBNL.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)

De Biro en twitterhaat

Woensdag 13 maart was er een interessante fittie richting Biro’s (van die kleine elektrische wagentjes) op twitter. Ik snap het wel, het zijn irritante, snelle, kleine, handige, wendbare karretjes die alom op de stoep worden gegooid en zo veel ergernis opwekken. Ook racen ze vaak overal tussendoor, ook op fietspaden, en zorgen zo regelmatig voor dubieuze situaties. Vaak zit er ook nog een jong ding (m/v) in dat waarschijnlijk prima kan fietsen. Een prachtige cocktail om chagrijnig om te worden. Oh ja, ze zijn ook nog eens duur.

Dat waren mobiele telefoons ook ooit lang geleden. Je was een patser als je zo’n ding bij je had, laat staan er ook nog mee belde. Belachelijk. Iedereen herinnert zich het filmpje uit 1999 waar Frans Bromet de ‘normale’ mens vraagt naar zijn mening.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)
Biro voor Soho House in Amsterdam

Nu heeft iedereen een smartphone, op een enkele persoon na die door velen voor zonderling uitgemaakt wordt. Vaste lijnen zijn inmiddels praktisch verdwenen en bestaan alleen nog in getal omdat internetaanbieders vaste aansluitingen koppelverkopen met hun diensten.

Wederom naar de Biro. Laten we een stap terug doen en even afstand nemen. Wat zijn de grootste ruimtevreters op de weg in de stad? Juist. De auto (ook de elektrische), het bestelbusje, de vrachtauto en de touringcar. Die laatste drie daar klagen velen regelmatig over, maar die eerste lijkt er steeds goed vanaf te komen.

Auto’s, in hun huidige vorm, zijn duur. Nieuwe bijna altijd veel duurder dan een Biro of een ander ‘gek’ (elektriek) voertuigje. Ze zijn rete gevaarlijk. De reden dat er stoplichten zijn en andere dwingende verkeersregels hebben vooral te maken met die grote jongens (m/v) op de weg. Door strenge regels racen de meeste auto’s niet overal tussendoor, maar je moet ze de kost geven.

Ze worden overal neergezet. Op de stoep, half op de trambaan, op het (niet)-vrijliggende fietspad. Ook nemen ze idioot veel ruimte in en hoe nieuwer de modellen, hoe groter en grover ze zijn en nemen dus nog meer ruimte in. Het zijn werkelijk meer dan achterlijke apparaten voor in de stad, zeker ons type oude binnenstad (de meeste Europese binnensteden wel te verstaan).

En toch. Toch ben ook ik eerder boos op die nieuwe, kleine, handige apparaatjes. Daar zit misschien een stukje jaloezie bij, maar voor het grootste deel zit ik ook hartstikke vastgeroest in een wereldbeeld dat ruim een halve eeuw oud is, namelijk dat de auto in zijn huidige vorm een vervoermiddel is dat recht heeft in de stad.

Met de komst van allerlei ‘slimme’ vervoersmiddelen zou die heilige koe er ook eens aan moeten geloven. Laat haar buiten de stad in de wei staan en jump in iets dat wel bij de stad past. Dit klinkt als een P+R-verhaal (het idee dat je de auto buiten de stad parkeert en met een bus of iets dergelijks de stad in gaat), iets dat met de huidige techniek extreem goed zou kunnen werken.

Paar zaken die dan nodig zijn: alle vervoersmiddelen die door meerdere mensen te gebruiken zijn moeten te allen tijde locaties doorgeven en bereikbaar zijn. Dit hoeft ook geen privacyprobleem te vormen, want alle datastromen hoeven niet gekoppeld te worden. Daar zouden wetten voor moeten zijn. Vervolgens verban je de grootste ruimtevreter de stad uit.

Uiteraard is en blijft het mogelijk met een vergunning (tijdelijk) de stad met een auto binnen te komen, niemand kan of wil een grote kast verhuizen of een huis verbouwen met een bakfiets.

Voor de rest laten we voortaan de auto aan de rand van de stad en gaan met een tram, bus, metro, kabelbaan of fiets de stad in. Of met een WitBiro natuurlijk.

Cryptovaluta voor dummies – addendum Bitcoin Cash

Of nieuwe ontwikkelingen sinds het boek verscheen

Het is natuurlijk niet mogelijk om tot in den treure alle wijzigingen bij te houden die sinds 1 oktober 2018 plaatsvinden binnen de cryptovalutawereld, maar enkele zaken zijn wel van belang, zoals een fork van de bekendste fork van bitcoin, namelijk die van bitcoin cash in bitcoin cash ABC en bitcoin SV. Het gaat om pagina 59 t/m 62 met de grootste wijziging op pagina 62:

Bitcoin cash (BCH)

Bitcoin cash forkt zelf in november 2018 in bitcoin cash ABC (bch en soms bchabc) en bitcoin SV (bsv, soms bchsv). Daarbij is de bch-keten technisch gezien de ‘oude’ bitcoin cash-blockchain en bsv de fork. Bij bch worden enkele nieuwe regels toegevoegd aan het protocol, waardoor deze blockchain iets meer kan dan voorheen. De blockgrootte blijft wel 32 MB.

De mensen achter bsv vinden dat ze zich volledig aan de bitcoin whitepaper houden en draaien met hun keten zelfs heel veel veranderingen terug. Niet alles kan makkelijk teruggedraaid worden, anders zijn bepaalde fondsen uit het verleden niet meer toegankelijk. Ze houden van heel grote blokken voor in de blockchain. Hun blockchain krijgt blokken van 128 MB met het idee om altijd door te kunnen groeien met de blokgrootte.

Het gaat te ver om het schisma in de bitcoin cash-community helemaal te behandelen, maar zoeken op “bitcoin cash hash war” of “bitcoin abc vs bitcoin sv” met zoekdatum tweede helft 2018 levert voldoende informatie op.

Cryptovaluta: wie gebruikt ze?

Bijna niemand, maar dat antwoord zag je wel aankomen

Er is een probleem met cryptovaluta, -tokens en andere, op blockchain gebaseerde zaken: wie gebruikt het? Bijna niemand. Is dat vreemd? Nee, dat is niet gek. Als voorbeeld CryptoKitties. Het eerste bekende spel op een blockchain met als bijzonderheid dat elk katje ook daadwerkelijk uniek is. Het was leuk spelen toen het geheel nog op een testnet van Ethereum draaide en alles technisch gezien gratis was (Ethereum is de blockchain waar CryptoKitties op draait, een soort van Bitcoin). Maar toen ging het naar het echte netwerk, mainnet heet dat, en daar ging het mis.

Is ie niet schattig, Son of Lir. Het wil!

CryptoKitties liftte leuk mee op de hype van dat moment en prompt liep het hele hoofdnetwerk vast. Het zorgde voor enorm hoge transactiekosten, want iedereen zou en moest zo’n kat bemachtigen. Of laten paren (siren heet dat), ongeacht sekse, want sekse hebben de katjes niet. Of ruilen. Of iets anders, maar elke actie zorgt voor een transactie en elke transactie kost een beetje geld. Het netwerk zelf kan zo’n 15 transacties per seconde aan. Je begrijpt al waar dat op uitliep: ravage. Om nog transacties te kunnen uitvoeren, ook als die niks met die katten te maken hadden, moest je diep in de buidel tasten: hoe meer je betaalde, hoe groter de kans dat je transactie rap uitgevoerd werd.

Wippen, ruilen, verkopen

Al snel had ik omgerekend 45 euro in ether uitgegeven aan het spelletje. Dat ging naar een katje kopen (5 euro voor een kat + transactiekosten), een katje laten wippen met een ander katje voor een nieuw katje (transactiekosten voor paren, transactiekosten voor het binnenkrijgen van het katje). Ik zette een katje te koop (transactiekosten voor het in de etalage zetten). Ik zette een katje in de etalage om te paren met een ander, mij onbekend katje (transactiekosten voor mijn kat achter het raam zetten). Kortom, elke scheet kost iets, want elke actie op het netwerk kost iets, want je gebruikt namelijk computerkracht in het netwerk.

Technisch gezien klopt het natuurlijk helemaal dat je, als je rekenkracht nodig hebt, je daarvoor betaalt. We zijn alleen ergens bij het begin van het populariseren van internet gaan denken dat alles ‘gratis’ is. Oh nee, je verkoopt je data, maar dat laten we nu even links liggen.

Terug naar die katjes. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom verzamelspelletjes zo populair zijn en ik snap het nog steeds niet. Maar 45 omgerekende eurootjes voor wat spelen met unieke kattenplaatjes vond ik toch net wat ver gaan en omdat het mijn interesse niet is,.

Toch voel je op je klompen aan dat er wel ‘iets’ zit in zo’n systeem. Moet dat met een blockchain? Niet per se. Dat verzamelen gebeurt op grote schaal binnen zogenaamde free to play-games. De spullen die je in-game kunt kopen blijken alleen vaak gejat te worden, zoals in Fortnite.

Het gaat zelfs zover dat niet alleen het Jeugdjournaal onlangs berichtte over phising naar Fortnite-spullen, maar ook het grotemensenjournaal. Zo’n verzamelonderdeel in een game zou best een blockchain kunnen gebruiken om dat soort problemen tegen te gaan. Misschien niet zo’n blockchain als bij CryptoKitties want die is te traag en log, maar een ander type of op andere wijze geïmplementeerd. Misschien eentje die blockchainpuristen als minderwaardig zien, eentje waar minder nodes in het netwerk zitten. Maar dat is erg technisch.

Waardelaag

Dit soort problemen ontstaat doordat er geen waardelaag in internet gebouwd zit. Niemand kan iets unieks aan iemand anders geven met de zekerheid dat dit niet gekopieerd wordt of dat er iets anders oneigenlijke mee gebeurt zonder dat er een derde partij tussen zit. Die derde partij kan een bank zijn, maar ook een game-uitgever of wat voor partij dan ook die als centrale database wil dienen. Dat gaat vaak overigens prima, maar als de firma failliet gaat of je ineens niet meer aardig vindt, kun je van de ene op de andere dag alles kwijt zijn. Soms is dat misschien terecht, maar nog veel vaker is er een stomme fout in het spel.

Nu was er iemand, of iemanden, die een systeem bedacht waarbij geen derde partij nodig is om met zekerheid iets digitaals aan iemand anders te geven. Dat noemde deze persoon met pseudoniem Satoshi Nakamoto ‘Bitcoin’. Hij — het is tenslotte een mannennaam — gebruikte een combinatie van bestaande cryptografische en speltheoretische technieken, maar dan op zo’n manier gecombineerd dat sjoemelen bij voldoende computers in het netwerk praktisch vrijwel onmogelijk wordt.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van.

Het duurde een paar jaar voor dit systeem uit een uithoek van internet meer bekendheid kreeg en steeds meer mensen zagen er wat in. De populariteit steeg en er kwamen steeds meer klonen van Bitcoin en ook nieuwe systemen, soms duidelijk gebaseerd op Bitcoin en soms echte vernieuwers. Grote bedrijven gingen stilletjes aan de slag om handige onderdelen over te nemen en te implementeren zonder het woord ‘blockchain’ in de mond te nemen om later op de grote trom te slaan met namen waar het woord ‘ledger’ in te vinden is. Nog iets later kwam een groter publiek in aanraking met de systemen en de laatste apotheose dateert van december 2017. Hoge bomen vangen veel wind en inmiddels roepen steeds meer mensen dat het maar onzin is, al die blockchains. Je kunt er niks mee en alles is ronduit k*t. Behalve Bitcoin voegen ze er vaak aan toe.

Veel kritiek die gegeven wordt, is al jaren bekend en iedereen die al langer rondloopt in deze scene kent de punten. Helaas zorgt het eens in de zoveel tijd voor iemand die vindt dat hij het allemaal even heeft uitgezocht en zo op geïnformeerde wijze kan zeggen dat het allemaal idioot is waar al die mensen mee bezig zijn. Zo iemand vindt een ict-er die haarfijn uitlegt waarom het een te dure databank is die je niet wil gebruiken. Er wordt wat gestrooid met woorden als ‘merkle-boom’ en de wijsheid is in pacht.¹

Gouden bergen, diepe dalen

Dat laatste is jammer. Ik onderschrijf dat de oplossing die Satoshi Nakamoto bedacht neerkomt op het combineren van oude technologie op een nieuwe manier wat het protocol ‘Bitcoin’ als geheel erg interessant maakt. Dat je dit protocol niet een-op-een moet overnemen om in te zetten op andere plekken waar je denkt dat je een blockchain(achtige) structuur bruikbaar kunt inzetten, lijkt me meer dan logisch. Het is niet óf een database óf een blockchain. Het is altijd en-en. Er zit heel wat interessants in de pijplijn om tot werkelijk nuttige zaken met blockchains te komen, maar dat zal nog even duren. Vijf jaar? Tien jaar? Wie zal zal het zeggen. Net als bij games: geef nooit een datum waarop het product werkelijk af is, want er is altijd uitstel.

Misschien zijn veel zaken die zich op openbare, publieke blockchains zoals die van ethereum en bitcoin afspelen op dit moment wel zeer marginaal te noemen. Ik denk dat we, als ik mezelf tot een enthousiaste community mag rekenen, daar realistisch in moeten zijn. We kunnen niet ontkennen dat ‘even’ wat ether halen om ‘even’ iets te doen, best lastig is. Maar ik zie ook dat er bepaalde zaken zijn die zeker van transparantie en onwrikbaarheid kunnen profiteren. Denk eens aan transparante concertkaartjes of het uitlenen van een boek aan een vriend(in).

Maar het idee dat je dan ook iets functioneels hebt binnen enkele maanden tot een paar jaar met een totaal andere manier van denken, namelijk decentraal denken, lijkt me absurd. ‘Even’ iets met concertkaartjes doen of een systeem opzetten om boeken te lenen aan vrienden is al heel groot en daardoor ook ingewikkeld. Daar ‘even’ een ‘blockchaintje’ achter gooien is niet makkelijk. Dat moet groeien.

Lekker lokaal, dat wereldwijde netwerk

Als je mij vraagt waar nu een grote toekomst ligt voor cryptovaluta en -tokens, is dat in eerste instantie bij veel kleine projecten, heel lokaal. Niks groots en op het eerste gezicht weinig hemelbestormend. Er is niet eens een simpele website waar je zonder kennis van programmeerzaken een tijdelijke token voor je project kunt maken. Je hoort al wel wat er mist: mensen die niet alleen de achterkant begrijpen, maar ook iets met de voorkant kunnen.²

Ik ben dol op it’ers, maar er missen vaak anderen in het hele proces. Niet-it’ers. Mensen die én begrip hebben van de systemen en mee kunnen denken om zo samen tot iets moois kunnen komen, al hoeven ze niet te kunnen programmeren. Beetje van die alfa’s en gamma’s zeg maar.

Geen panacee

Blockchains zijn geen kuur voor alle problemen in digitale netwerken. Het kan een enkel probleem misschien oplossen, maar net zoals bijna alle andere ict-’oplossingen’: het is ook het verplaatsen van problemen. Als je nu niet meer kunt frauderen in je excelletje omdat de toestand in een blockchain is vastgelegd? Dan doe je dat toch lekker elders in de keten, bij de persoon die het in moet voeren bijvoorbeeld.

Een beetje programmeren is uiteindelijk niet zo vreselijk moeilijk. Wat wel moeilijk is, is een cryptografisch veilig systeem verzinnen dat praktisch onkraakbaar is en dat deed de bedenker(s) van Bitcoin: een systeem verzinnen om zonder derde partij een transactie te kunnen doen en er zeker van zijn dat er geen twee transacties met dezelfde bitcoin gedaan kunnen worden.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van. Misschien komen we er ooit achter dat Bitcoin het enige nuttige experiment is, maar om daar achter te komen, moet je wel eerst experimenteren.³

Al met al heeft het in ieder geval gezorgd voor een hausse aan interesse in cryptografie. Dit kan niet anders dan zorgen voor interessante ontwikkelingen. Daar zullen de meesten nooit iets van merken aan de voorkant, maar de achterkant zal daar zeker van profiteren!

¹ Ik verwijs naar een artikel in De Correspondent ‘De blockchain: een oplossing voor bijna niets

² Ooit geprobeerd een betalingsmodule voor fiat geld toe te voegen aan een website? Dat was en is nog steeds geen sinecure.

³ Dit onderschrijf ik niet, ik denk dat er zeker interessante zaken zijn die baat hebben bij zo’n slome, dure databank als een blockchain voor het opslaan van state of de toestand van een actie binnen een smart contract. Misschien gaan we wel toe naar veel tijdelijke side-chains die inprikken op een of twee grote, betrouwbare blockchains voor de veiligheid bij tijdelijke acties. Of.. of…

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Tien jaar is lang. De meeste mensen hebben echt geen idee meer wat er op deze dag tien jaar geleden gebeurde. Mijn agenda, eentje ergens in een datacentrum van Google, wel. Ik deed niets waar ik een agenda voor nodig had, het was een zaterdag. De dag ervoor had ik een overleg in vergaderruimte vier, de dag erna een feestje.

Het nieuws deze dagen gaat over Facebook, het verwijderen van je Facebook-account en een bekende Nederlander die afgelopen zondag in Zondag met Lubach opriep tot het verwijderen van je account. Daarnaast zijn er wat wereldbranden, aangewakkerd door heethoofdige Twitteraars met als stip op 1: de Amerikaanse president.

Verder verwijderen verzekeraars en andere instanties ineens en masse de gewraakte Facebook Pixel, een enkele pixel op een webpagina die bedrijven en instanties helpt met het volgen van hun gebruikers over het hele grote boze internet, behalve in China. De pixel verschaft ook een schat aan informatie aan de producent ervan: Facebook.

Een week is overigens niet zo lang. Een week geleden zat ik in de trein naar Groningen voor een hackathon rond blockchains. Een blockchain is iets met Bitcoin, maar in het geval van de hackathon ging het vooral over alle afgeleiden. Je kon er niet betalen met bitcoin, dat was misschien een beetje jammer. Die digitale munt volgt overigens ook goed, net als de Facebook pixel of Google Analytics, zelfs zo goed dat de munt mogelijk niet compatibel zou zijn met de aanstaande Europese privacyverordening: de Algemene Verordening Gegevensbescherming of GDPR (General Data Protection Regulation).

Wat hebben al deze zaken met elkaar gemeen? Heel veel: het volgen van personen en het schenden van privacy. Het klinkt allemaal heel complex, maar het is niet alsof het prompt voor onze neus staat. We zijn alleen wat langzaam in het herkennen van negatieve gevolgen van privacyschending.

Dat laatste is niet zo gek: tien jaar is lang, voor een kind is tien jaar iets wat oneindig lijkt. Voor een 72-jarige is het wellicht kort. Een kwestie van perspectief.

Het is ook niet zo dat privacy, en vooral het volgen en alles bijhouden over mensen zonder dat zij zich direct bewust zijn wat er gevolgd wordt, niet al heel lang op de radar staat. Het staat er al sinds het begin van internet, maar toen was dat alleen nog voor nerds, vonden mensen toen.

Mijn persoonlijke ergernis ging in het verleden overigens vooral over flashy advertenties en dat zorgde voor het installeren van adblockers, en passant zorgde dat voor extra veiligheid tijdens het surfen. Dat was vermoedelijk ergens in 2002 ontdekte ik een kleine twee jaar terug toen een speciaal soort blocker uitkwam: een adblocker die alle advertenties en andere zaken op internet blokkeert die zich niet aan bepaalde regels houden. In de tussentijd heb ik slechts enkele keren nog een advertentie gezien. Bijzonder interessant.

De waarschuwingen zijn ook al jaren niet van de lucht, en toch doen we elke keer weer alsof het ons verbaast: diensten die gratis zijn, zijn niet gratis. Zolang niemand in de broncode mee kan kijken, weet je niet of er iets niet in de haak is. Zo simpel ligt het al heel lang. Daar is nog wel wat nuance bij aan te brengen, maar dan zou ik nu een boek moeten schrijven. Dat red ik niet.

Toch wil ieder bedrijf, iedere instelling en zelfs veel particuliere webgebruikers weten wat er op hun websites of met hun apps gebeurt. Dat volgen kan makkelijk: er zijn zat gratis diensten die dat aanbieden. Maar de meesten geven ook steeds een stukje informatie weg aan iets buiten de basisdienst. Als een site advertenties gebruikt is de mogelijkheid dat er nog meer data weglekken naar steeds onbekendere en onduidelijkere diensten.

Een willekeurige verzekeraar, die overigens sinds vandaag geen Facebook Pixel meer plaatst

Laten we het probleem eerst kleiner maken: overheidswebsites en alle sites die te maken hebben met diensten rond ons als mens, zoals verzekeraars en nutsbedrijven, hebben niets van doen met advertenties op hun site. Ook zijn er opensource trackers die op eigen platforms te installeren zijn, zonder dat er data met andere partijen gedeeld hoeven worden.

Kort gezegd: je mag verwachten dat het Privacy Badger-tekentje (of Ghostery of welke blocker je dan ook gebruikt) geen rode cijfertjes laat zien bij gebruik van de betreffende site. Lastiger te controleren, maar dat zou ook moeten gelden voor apps op telefoons van dergelijke instanties.

En ooit, hopelijk in de toekomst, komt er een tijd waarin we wel over onze eigen data kunnen beschikken, decentraal opgeslagen zonder dat één persoon, bedrijf of instantie daar iets mee kan, tenzij jij dat wil.

Tot die tijd blijft het waarschijnlijk dweilen met de kraan open.

Ps, dan kom je er dus achter dat een WordPress plugin genaamd JetPack ook steeds weer zaken aanpast, waardoor mijn eigen site ook ineens weer Twitter, Facebook en andere trackers heeft. Hoe dat nu weer te fixen: daar moet ik weer even induiken.

Pps, embedden van bepaalde zaken als video’s via bijvoorbeeld YouTube kan ook via een Do Not Track-functie, bij YouTube wordt de link dan: youtube-nocookie.com