Kennisverzamelwoede

Kennisverzamelwoede

‘Gewijzigd: 26 jaar geleden’ staat achter het oudste bestand door mijzelf gecreëerd dat ik kan terugvinden. TRYOUT.BAS is op negen dagen na exact 26 jaar geleden uit mijn handen gekomen, een programmaatje in programmeertaal Basic, waarschijnlijk tekent het in 275 bytes wat lijntjes op het scherm. Daaropvolgend een verhaal uit april 1994, getikt met Word Perfect 4.2 (of 5.1, daar wil ik even vanaf zijn).

Eigenlijk kan ik alles terugvinden wat in mijn online backups staat, allemaal meegekomen via floppy’s, cd- en dvd-roms en harddiskbackups. Met behulp van een simpele zoekopdracht kan ik vrij gemakkelijk zoeken in dat verleden, in mijn archief. Datzelfde kan in mijn inmiddels vrij uitgebreide Google Docs-opslag en de historie die in deze website zelf zit. Soms duurt het even voordat iets weer bovenwater komt, maar meestal vind ik het terug.

Bronnen verzamelen en behouden

Dat is heel wat lastiger met allerlei online bronnen waarvan je denkt dat je ze wel weer even terug kunt vinden. Zelfs de historie van mijn Gmail begint steeds lastiger te worden om zaken in terug te vinden. Ik like dingen op Twitter om zo mijn leeslijst bij te houden, maar blijkbaar doe ik dat te vaak en weet ik dan niet meer hoe ik het terug moet vinden omdat het te ver terug is (of ik herken de betreffende tweet niet meer), ik denk dat ik het kan terugvinden in de historie van mijn browsers (die allen online synchroniseren), maar dan blijk ik of niet meer te weten in welk merk browser ik iets deed of ik heb in een vlaag van ‘nee ik wil niet dat Google alles van me weet’ weer eens mijn hele historie gewist (dat gaat dan om Google-accountkoppelingen natuurlijk). Om dat tegen te gaan, gebruik ik nu al weer een tijd vrij exclusief Firefox, behalve als ik offline dingen moet doen in een Google docs, wat weer alleen goed werkt in Chromium (de opensourceversie van Chrome). Je snap al: een zooitje.

De grote vraag is dus: hoe archiveer ik mijn bronnen nou eens goed? Hoe onthou ik waar ik iets belangrijks gelezen heb? Die vraag stelde ik aan het internet via Twitter en kreeg zo enkele aanwijzingen. Dingen als Trello, Workflowy, Airtable, Notion, Roam V3 en wat al niet meer. Dingen waar ik ondertussen al weer de naam van vergeten ben omdat ze in een tab openstonden, maar die inmiddels lang geleden gesloten is. Al die programma’s hebben schitterende testimonials van enthousiaste gebruikers, keurig uitgezocht op een brede groep mensen van verschillende sekse, met andere huidskleur, verschillende lengte, haardracht, kledingstijl en wat je al maar kunt verzinnen. Behalve misschien leeftijd, die blijft steken ergens onder de 35 of zo. Als er geen foto’s te zien zijn, dan zijn het guitige tekeningetjes. En eigenlijk moet overal ook heel erg samengewerkt worden.

Workflowy heeft dat overigens niet. Heel clean en op zich prettig, maar iets té clean voor mij misschien? Als laatste twee kreeg ik Notion en Roam V3 door. Notion leek me ook niet slecht en misschien zelfs wel wat ik zocht. En toch bleef ook daar iets zeuren in het achterhoofd: wat zint me hier nou niet? Is het te mooi? Misschien. Is het te uitgebreid? Mwah, dat hoef je niet te gebruiken toch? Is het te duur? Nee, niet als je eenling bent en anders is het ook nog wel te betalen met een paar dollar per maand. Is het niet Linux-friendly? Dat is het ook niet, want het is vooral web-based, dus. Ach. En Roam dan? Roam zou ‘fluide’ relaties in de database beloven waardoor het nog beter…

Het eeuwige clouddienstdilemma

Al die diensten zijn alleen allemaal in zichzelf een clouddienst. Dan gebruik ik wéér clouddienst nummer weet ik veel hoeveel en mijzelf kennende vind ik dat over een bepaalde tijd weer irritant en wil ik ze niet van mijn informatie voorzien of is er weer eens een hack. En hoe zit het als je de dienst na een tijdje misschien niet meer wil gebruiken? Hoe makkelijk migreer je de informatie naar iets anders? Aan de andere kant is dat waarschijnlijk allemaal overkomelijk als het zou spelen.

Nee, het is iets anders, bij al die applicaties moet je naar de applicatie toe integreren. Je moet van hun diensten gebruikmaken. Je kunt vaak wel andere online diensten koppelen, zoals Google Docs, Slack, en wat al niet meer (en vermoedelijk kun je al snel ook weer vise-versa bepaalde koppelingen maken), maar ik verlies de controle. En uiteindelijk is er een grote kans dat ik ook de informatie verlies.

Zotero?

Dus, nu ben ik uitgekomen bij een systeem dat andersom werkt: Zotero. Het is in essentie een databasesysteem gebaseerd op sqlite. Ik hoef het niet helemaal meer zelf in te richten door een database aan te maken met iets als Microsoft Access, LibreOffice Base of desnoods een SQL-achtige oplossing. Je kunt het als stand-alone programma downloaden, maar ook, als je dat wil, online gebruiken en synchroniseren. Als je dat niet wil, werkt het ook nog gewoon met dingen als Google Documents en LibreOffice, Word en waarschijnlijk veel meer. En vanuit alle browsers die ik heb kan ik elke site, elk artikel en elk boek gewoon opslaan in die database die ik zowel in mijn eigen online opslag beheer als in de ‘cloud’. Als ik dat laatste niet meer wil, dan verbreek ik die verbinding gewoon en heb ik toch nog al mijn gegevens.

Hoe kwam ik daar nou bij? In LibreOffice zit een bibliografiedatabase en toen ik daar ‘Extension manager’ aanklikte, kreeg ik het keurig als advies ‘als je meer wil’. Nou, zo geschiedde. We gaan het zien hoe het bevalt in de nabije toekomst.

Edit: via Twitter kreeg ik nog wel het advies voor iPhone-gebruikers om PaperShip te gebruiken om ook op je telefoon makkelijk koppelingen te kunnen maken, welke app voor Android het handigst/best is, ben ik nog niet uit, er zijn er een stuk of vier of vijf.

Yubikey-ervaringen en waar gebruik je zo’n sleutel nou eigenlijk voor?

Yubikey-ervaringen en waar gebruik je zo’n sleutel nou eigenlijk voor?

Hardwarematige sleutels om jezelf beter tegen de boze buitenwereld te beschermen: ik wilde dat wel eens proberen. Al vaker zag ik af en toe ontwikkelaars hun laptops ontgrendelen met behulp van een fysieke sleutel in een usb-poort. Dat leek me echt supervet, en passant ook heel veilig, dus dat wilde ik eigenlijk ook. Voortaan zou ik elke website en alles ontgrendelen met zo’n speciale sleutel aan mijn sleutelbos. Voor het gemak zag ik mijzelf al in een sciencefictionfilm waar je tegelijkertijd met iemand anders een sleutel moet omdraaien om vervolgens een aanval af te wenden. Een heerlijk gevoel van het heft in eigen hand maakte zich van mij meester.

Nu werd het noodzaak zo’n sleutel aan te schaffen en te gaan gebruiken. Dat eerste lukt nog wel in Nederland, al kun je helaas nog steeds niet naar een winkel gaan en er een paar fysiek naast elkaar bekijken, ze aanraken en iemand met kennis van zaken uithoren over welke nou voor jouw gebruik het handigst is. Dat deed ik dus allemaal online op de site van Yubikey. Het werd een keer versie 5 NFC.

1 sleutel is geen sleutel

Dat laatste was direct al onhandig of eigenlijk ronduit dom. Één key is in hardwaresleutelland geen key. Je hebt, afhankelijk van de dienst waarvoor je hem gebruikt, geen backup. Je kunt overigens vaak wel een andere 2fa-methode instellen bij veel websites, maar andere zaken, zoals een login op je computer, hebben daar niet zoveel aan.

Daar zit direct een groot minpunt van yubico, het bedrijf achter de sleutel, het ondoordringbare woud van opties, mogelijkheden, teksten, links en wat al niet meer om je te begeleiden. Of beter gezegd: in totale verwarring te brengen. Ten eerste staat er pas helemaal onderaan de pagina van het product dat het aangeraden wordt om minstens twee sleutels te hebben onder het kopje: ‘wat als ik mijn sleutel verlies?’. Zoiets zou mijns inziens bovenaan moeten staan bij de plek waar staat dat het allemaal supereasy is om te gebruiken. Of geef een pop-up bij de bestelplek met iets als: weet je zeker dat je 1 sleutel wil? Ten tweede wil je ook een beetje begrijpen wat je doet, maar daarover later meer.

Meer dan 1 sleutel, welke dan?

Voordat ik inga op andere zaken rond het begrijpen van je sleutel, eerst iets over meerdere sleutels. Het hangt af van je gebruik wat voor sleutels je hebben wil. Je kunt je voorstellen dat je één aan je sleutelbos hebt, maar die is vrij groot en kun je niet met goed fatsoen in je laptop of desktop laten zitten. Daarvoor wil je misschien wel een andere sleutel, namelijk een kleintje die nauwelijks uitsteekt. Je kunt zelfs, mocht je dat bezitten, vaak je hardwarewallet van je bitcoins of andere cryptovaluta gebruiken om je computer te ontgrendelen. Dat soort info is her en der wel terug te vinden, maar is niet direct logisch als je zelf nog nooit met dergelijke sleutels gewerkt hebt en/of mensen kent met meer kennis van soort zaken. Kortom, het kan dus best zijn dat het voor jou veel handiger is om een aan je sleutelbos te hebben, een usb-c-nano-versie voor in je laptop en een usb-a-nano-versie voor in je desktop.

Mijn tweede probleem was dat, toen ik de enkele sleutel in bezit had, ik in totale verwarring gebracht werd door de manier hoe de website ingericht is. Op de achterzijde van het doosje staat: ga naar yubico.com/start, waarna je een op het eerste gezicht overzichtelijk aantal tegels voorgeschoteld krijgt met de bekendste websites en drie grootste besturingssystemen. Nu werkt de sleutel redelijk out-of-the-box bij browsers en enkele programma’s, al moet je bij macOS en Linux misschien nog een extra driver installeren, maar dan werkt het gewoon. Alleen… kreeg ik een heel onveilig gevoel bij de systemen juist omdat ik geen tweede key had, maar ook omdat bleek dat je de key wel heel makkelijk kunt resetten met een app genaamd YubiKey Manager. Iets té makkelijk voor mij als beginnend gebruiker, het was reden genoeg om de sleutel verder naast mij neer te leggen er er een tijdje niet naar om te kijken.

Later kwam ik erachter dat er gewoon in de Ubuntu softwarewinkel een keurige applicatie zit: YubiKey Personalization Tool. Die tool had ik nodig om iets specifiek voor een keymanager in te stellen en die uitleg stond uiteraard… bij de keymanager zelf. Er is overigens een downloadsectie op de site, maar die is weinig intuïtief voor first time users.

Linux en de sleutel

De crux is zoals altijd: communicatie en daar is het bedrijf achter de sleutel niet heel goed in. Althans, niet voor de leek. Ik hoef echt niet álles te begrijpen en te weten, maar ik wil wel een veilig gevoel hebben met het gebruik van bepaalde zaken. Je kunt bij veel websites wel een backupcode instellen, dus als je je sleutel kwijtraakt, kun je die nog opsnorren, maar iets dat vrij logisch lijkt, zoals hoe beveilig ik admin-rechten op mijn computer, daar kom je niet heel makkelijk achter. Bij de Linux-instructies wordt je zelfs doodleuk naar een pagina doorverwezen waar je even je eigen zaakjes moet compilen. Nou ben ik niet per se bang voor dat soort dingen, maar ik krijg al beduidend minder zin, bovendien is het totaal onnodig voor basic gebruik.

Bescherm je admin

Na het ding een maand in de hoek te hebben laten verstoffen, bedacht ik dat er een zaak is waar ik me wel eens zorgen om maak: dat iemand op afstand iets op mijn computer installeert waar ik niet van gediend ben. Nou ben ik daar in eerste instantie met een Linux-systeem niet zo bang voor, toch kan het prima. Goede beveiliging: een goed sudo (super-user) wachtwoord, maar dat blijft mensenwerk. Dat kun je dus ook met een hardwaresleutel beveiligen: je kunt alleen inloggen op je account én alleen sudo-en met een sleutel die je dus fysiek moet aanraken. Nu kan niemand meer zonder die sleutel aan te raken iets installeren op afstand op mijn computers. En als de sleutel er niet inzit, kun je ook niet inloggen natuurlijk. Ineens begreep ik beter waarom die kleine keys bestaan, die laat je namelijk in je computer zitten.

Het duurde dus even, maar ineens was duidelijk wat een eerste goede usecase voor mijn hardwaresleutel was, namelijk: koop er nog twee, een nano-usb-c voor in de laptop (die poort gebruik ik vooralsnog toch niet) en een nano-usb-a-variant voor in de desktop. Zonder die sleutel aan te raken, kun je niks installeren of inloggen, maar je hoeft hem er niet constant uit te halen. Mocht je nou wel op reis gaan met je laptop, dan kun je natuurlijk gewoon je sleutel eruit halen en vanaf dat moment toch je andere sleutel aan je sleutelbos gebruiken. Op deze manier is het een stuk gebruiksvriendelijker en je bent volledig beschermd tegen aanvallen op afstand.

De nano-usb-a-variant is in mijn ogen wel beter dan de usb-c-variant, want die laatste heeft een wel heel klein aanraakoppervlak, waardoor die niet altijd direct werkt, zeker met droge handen is dat wel eens lastig.

Volgende stappen gaan zijn dat ik wil kijken welke diensten in mijn geval ook goed van een extra hardwaresleutel als tweede factor gebruik kunnen maken want, zoals eerder gezegd, er zijn heel veel mogelijkheden met de sleutel.

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Mensen vergeten, databases niet: over cookies, Facebook pixels en veel meer

Tien jaar is lang. De meeste mensen hebben echt geen idee meer wat er op deze dag tien jaar geleden gebeurde. Mijn agenda, eentje ergens in een datacentrum van Google, wel. Ik deed niets waar ik een agenda voor nodig had, het was een zaterdag. De dag ervoor had ik een overleg in vergaderruimte vier, de dag erna een feestje.

Het nieuws deze dagen gaat over Facebook, het verwijderen van je Facebook-account en een bekende Nederlander die afgelopen zondag in Zondag met Lubach opriep tot het verwijderen van je account. Daarnaast zijn er wat wereldbranden, aangewakkerd door heethoofdige Twitteraars met als stip op 1: de Amerikaanse president.

Verder verwijderen verzekeraars en andere instanties ineens en masse de gewraakte Facebook Pixel, een enkele pixel op een webpagina die bedrijven en instanties helpt met het volgen van hun gebruikers over het hele grote boze internet, behalve in China. De pixel verschaft ook een schat aan informatie aan de producent ervan: Facebook.

Een week is overigens niet zo lang. Een week geleden zat ik in de trein naar Groningen voor een hackathon rond blockchains. Een blockchain is iets met Bitcoin, maar in het geval van de hackathon ging het vooral over alle afgeleiden. Je kon er niet betalen met bitcoin, dat was misschien een beetje jammer. Die digitale munt volgt overigens ook goed, net als de Facebook pixel of Google Analytics, zelfs zo goed dat de munt mogelijk niet compatibel zou zijn met de aanstaande Europese privacyverordening: de Algemene Verordening Gegevensbescherming of GDPR (General Data Protection Regulation).

A Very Brief Post on Adobe Flash Player and Chromium

A Very Brief Post on Adobe Flash Player and Chromium

Oddly enough Adobe Flash Player, as in the pepper flash plugin, doesn’t seem to update automatically on my Ubuntu systems (3). And every time I forget how. And every time Google is not the quickest friend. So here is my own simple reminder:

apt show adobe-flasplugin
sudo update-pepperflashplugin-nonfree --status
sudo update-pepperflashplugin-nonfree --verbose --install

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

Scheringa gaat zich met ICO’s bezighouden

En dat zorgt bij verschillende media voor interessante fouten

Als een van de bekendste oud- of ex-bankiers van Nederland zich gaat bezighouden met ICO’s, dan is waakzaamheid geboden. Kleine kattebelletjes verschijnen overal in kranten dat Dirk Scheringa, voormalig eigenaar van DSB, directeur wordt van ICO Headstart. Vervolgens maken bijna alle kranten die via Blendle te lezen zijn er een interessant potje van. Laten we drie voorbeelden doornemen:

Volkskrant (10 november 2017)“De oud-bankier wordt het gezicht van ICO Headstart, dat ondernemers helpt bij beursgangen met cryptomunten als de bitcoin.”

Een zogenaamde ICO of Initial Coin Offering is niets anders dan het binnenhalen van geld voor de — vermeende — ontwikkeling van een digitale munteenheid of token die ergens een basis voor biedt of moet gaan bieden. De meeste ICO’s zijn vooralsnog slecht uitgewerkte hype-zaken waar vooral snel geld ‘gemaakt’ wordt. Het gros zal het niet lang overleven en een enkeling zal er rijk van (ge)worden (zijn). De meesten niet.

Is cryptomunt bitcoin een voorbeeld van een munt die met een ‘beursgang’ of ICO begon? Neen. Bitcoin is de eerste digitale munt, letterlijk peer-to-peer-cash, die een systeem gebruikte dat later blockchain genoemd werd. Een manier om online vertrouwen te hebben tussen partijen die elkaar niet kennen zonder dat daar een andere partij tussen hoeft te zitten, zoals een bank.

Bitcoin zag op 3 januari 2009 het levenslicht door het zogenaamde delven of minen van het eerste Genesis-blok. Sindsdien bestaat bitcoin en is het systeem eigenlijk stabiel, al ziet dat er voor de buitenwereld soms anders uit. Maar Koers is niet Bitcoin. De mens bepaalt de koers, niet het systeem zelf.

Er zijn overigens legio munten geïntroduceerd die helemaal geen crowdfunding of ICO hadden, denk aan Litecoin, Monero, ZCash, etc.

Telegraaf (10 november 2017): “Scheringa baas bitcoin” Ondanks de vast grappig bedoelde kop (althans, ik hoop dat die grappig bedoeld is), klopt daar natuurlijk geen hout van. Er is geen ‘baas’ bij bitcoin en de uitvinder(s) onder de naam Satoshi Nakamoto is onbekend. Laat staan dat iemand uit de oude financiële wereld daar ooit ‘baas’ van zou worden.

Maar de krant gaat verder:

Dirk Scheringa wordt directeur van het bitcoinbedrijf ICO Headstart.”

Er is geen bitcoin te bekennen in het ICO Headstart-bedrijf. Het heeft er zelfs niets mee te maken. Het bedrijf bouwt op de blockchain van Ethereum via een zogenaamd ERC-20-token. Het bedrijf noemt het token MOAT of Mother of all Tokens. Daarmee gaat het bedrijf eerst zelf een ICO doen, om dan vervolgens andere ICO’s te gaan beoordelen. Dit zegt het bedrijf te gaan doen met experts uit de compliance-wereld (bestaan die dan binnen de ICO-wereld?) en via de ‘wisdom of the crowd’. Iets dat overigens al veel gebeurt door andere bedrijven, zoals Augur en Wings.

“De ex-baas en oprichter van de naar hem vernoemde DSB-bank wordt door de oprichters van het Haagse bedrijf geroemd vanwege zijn ervaring in het bankwezen en zijn kennis van crowdfunding.”

Dit zou best kunnen. Ik ken Scheringa’s merites niet als het gaat om crowdfunding, maar misschien heeft ie veel Kickstarter-campagnes geleid.

“ICO Headstart is gespecialiseerd in Initial Coin Offerings.”

Hoe kun je een bedrijf met een ‘white paper’ in de vorm van een mooi online reclamefoldertje gespecialiseerd in ICO’s noemen? Het platform moet in februari 2018 live gaan en zou al draaien, maar ik zie daar geen voorbeelden van.

Het is niet gezegd dat Headstart geen interessant platform kan worden. Echt niet, maar kranten moeten meer specialisme aan de dag gaan leggen met dit soort dingen. Niemand is onfeilbaar, maar een bericht van een paar honderd woorden volstoppen met fouten en misleiding, is wel heel schokkend.

Nog eentje dan:

Trouw (10 november 2017): “Dirk Scheringa wordt directeur van bitcoinbedrijf” luidt de titel.

Volgens mij is het niet nodig verder in te gaan op de overige 119 woorden van het ANP-bericht dat Trouw hiervoor overnam.

Elders in de gezamenlijke Persgroep-kranten zoals AD staat dat het bedrijf “beursgangen voor digitale valuta begeleidt”. Voor zover ik begrijp uit de white paper of de veelgesteldevragenafdeling op de site is het vooral bedoeld voor investeerders en dat die niet in de val van veel ICO’s trappen.

Dat laatste is overigens een nobel streven, maar zoals ik al eerder aangaf: ondanks dat in de white paper staat dat het bedrijf ICO Headstart al een werkend prototype heeft, heb ik daar nog niets van gezien. Daar staat:

“Our platform is already operational. Backers and project creators have immediately access to our platform after ICO is finalized”

Klinkt ook nobel, maar toegang en ‘bezichtiging’ van het product is pas zichtbaar nadat je er geld in gestoken hebt.

Toevallig publiceerde Coindesk vandaag een verhaal over waarom ICO’s het niet goed doen met als een van de belangrijkste redenen dat er niet eerst een product is voordat de ICO er is. De kritiek komt overigens van ontwikkelaars op een Ethereum-conferentie: Devcon3. Geeft toch te denken.

Het ontstaan van een nieuw soort ‘geldmachines’: de ICO

Het ontstaan van een nieuw soort ‘geldmachines’: de ICO

Met cryptovaluta’s ontstond veel nieuwe bedrijvigheid op internet. Via ingenieuze netwerken kunnen gebruikers geld maken door te ‘minen’ of door te handelen of er gewoon mee te sparen. Bitcoin was de eerste. Na vele andere cryptovaluta’s of alt coins kwam enkele jaren later een soort Bitcoin 2.0 voorbij, namelijk Ethereum. Die laatste is een platform met een blockchain, de achterliggende techniek van onder andere Bitcoin, waar meer op kan dan op de tot dan toe ontwikkelde blockchains.

De ‘spelletjes’ die op de Ethereum-blockchain gespeeld kunnen worden zijn ingewikkelder, tot complete, zij het simpele, computerprogramma’s. Sinds enkele maanden is er daarom een nieuw spel: het uitbrengen in eigen beheer van een eigen munt of token door nieuwe bedrijfjes waarmee ze investeringsgeld binnen willen halen. Dit kunnen ze doen door een eigen blockchain te bouwen, maar het kan ook heel makkelijk bovenop de Ethereum-blockchain. Dat laatste is sinds enige tijd heel populair en maakt sommigen in één klap wel erg vermogend (al was investeren in Ether en een jaartje wachten misschien nog wel slimmer). Dit systeem heet een initial coin offering of ICO, ergens vergelijkbaar met een IPO, ofwel initial public offering of beursintroductie in het Nederlands.

Een ICO is in eerste instantie niets anders dan een manier om geld op te halen met een cryptotoken die in de nabije toekomst uitgegeven zal worden. Aan het bedrijf of de groep die de nieuwe token of munt introduceert, wordt een hoeveelheid aan meer gebruikelijke crypto’s met relatief stabiele tegenwaarde in fiat geld gedoneerd. De gulle gever krijgt hier geen aandelen voor maar slechts tokens die een bepaalde waarde vertegenwoordigen. De gever krijgt die tokens door te investeren via Bitcoin, Ether of welke andere munt de ICO-aanbieder ook maar wil accepteren.

De eerste keer dat ik de term ICO hoorde, is vermoedelijk iets voor de ICO van het Wings-platform geweest, in november 2016. Wings is een platform om te voorspellen hoeveel een ICO vermoedelijk op zal brengen, ook wel prediction market. Hierdoor kunnen de ‘voorspellers’ weer geld verdienen doordat een deel van de opbrengst van de ICO wordt uitgekeerd aan, jawel de beste voorspellers. De gebruikers van het platform worden geacht informatie in te winnen over de projecten waar ze een hoeveelheid Wings-tokens aanhangen en de gedachte is dat de mediaan van het geheel een goede voorspeller is van wat de betreffende ICO op zal brengen.

Op dit moment betekent dat: alles wat maar mogelijk is. De meeste ICO’s hebben een verborgen of bekend maximum met betrekking tot de maximale hoeveelheid te investeren geld of cryptovaluta, zoals Bitcoin, Ether of dollar en op dit moment wordt dat bij goed onderbouwde munten vaak gehaald.

Wat is nou het lastige van deze materie? Waarom moeten investeerders hiervan op de hoogte zijn? Om de doodsimpele reden dat het potentieel interessant kan zijn, maar ook om de valkuilen in te zien. Dat laatste is misschien wel van een groter belang voor de mensen met briljante ideeën die op een dergelijke manier hun op een blockchain gebaseerde techniek aan de man willen brengen.

Het is lastig een hoofdreden aan te wijzen waarom er zo’n enorme interesse in ICO’s is op dit moment. Een eerste grote ICO, maar toen wist ik nog niet van dat woord, werd medio 2016 gehouden met het The DAO-platform. Kort gezegd moest dat een investeringsplatform worden waarbij investeerders zelf konden aanwijzen waar geld in de vorm van die specifieke munt naartoe moest. Helaas zat er een fout in het ‘smart contract’ of computerprogramma wat op de Ethereum-blockchain draaide, waardoor er heel veel geld gestolen kon worden van de investeerders. Voor een uitleg van wat daar gebeurde, verwijs ik naar een achtergrondartikel op Tweakers. Op dat moment was Ether iets van 12 euro per stuk waard om even bijna de 20 euro aan te tikken. Daarna kelderde dat weer een eind naar beneden om in januari van 2017 ergens de 7,50 euro aan te tikken.

Om de bekende onduidelijke redenen van de crypto-wereld (pun intended) steeg de tegenwaarde van Ether ten opzichte van de Euro zeer sterk in 2017. In mei werd ruim boven de 300 euro per munt afgetikt. Ook Bitcoin maakte in dezelfde tijd een enorme stijging door en vele andere alt-coins deden datzelfde. Prachtig natuurlijk: je investeerde in een ICO met je Ether, de nieuwe munt ‘Pietjes Prachtige Munt’ wordt voor een laag bedrag verkocht en enkele weken later is die ineens zes keer over de kop en verkopen maar.

Volledig ongereguleerd kunnen allerlei vroeg-rijke bitcoinmiljonairs (en ethermiljonairs, etc.) hun crypto’s ergens anders kwijt zonder hun nieuwe rijkdom aan wat voor belastingdienst dan ook op te hoeven geven door het in te wisselen in fiat pecunia (overigens verwacht de Nederlandse belastingdienst dat bezitters van cryptovaluta het equivalent van de munt op 1 januari opgeven als bezit). Of mensen die een gokje willen wagen kunnen met hun spaarcentjes aan de slag zonder dat ze eerst bij een investeringsbank langs hoeven met hun paspoort of wat dan ook. Heerlijk ongereguleerd, al verwacht iedereen ‘in het wereldje’ dat er op den duur ergens regulering vandaan zal komen. Op dit moment zorgt het vooral voor heel veel copy-cats en een enkele, wel nuttige innovatie.

Toch zit er een mooie kant aan deze nieuwe goudkoorts in dit onbekende ‘wilde westen’. Stel je hebt een briljant plan voor een bepaalde invulling van blockchain-technologie en daar heb je na een tijd ploeteren echt een goed uitgewerkt idee voor. Helemaal uitgedacht met een tijdspad en vermoedelijk een white paper waarmee je je legitimiteit wil aantonen.

Nu moet het echt gebeuren: je hebt programmeurs nodig, liefst ook nog wat mensen die iets anders kunnen dan in code denken, er is geld voor apparatuur nodig, etc. Wil je een paar jaar vooruit plannen zonder dat je daadwerkelijk omzet verwacht te draaien, dan is daar wel wat kapitaal voor nodig. Hoe doe je dat? Even naar een zogenaamde venture capitalist stappen in een investeringsronde is niet heel makkelijk. Zeker niet als je hele ecosysteem ook nog open source by design is. Zie maar geld los te peuteren. Dat is dus nu wél te doen bínnen het eigen ecosysteem van cryptovaluta’s.

En dan is er nog een voordeel: de mensen die geld investeren, krijgen geen andelen in je bedrijf. De investeerder krijgt slechts digitale tokens of crypto-geld. Interessant genoeg zijn die tokens vaak ook weer te gebruiken om diensten van de dienst te gebruiken (veel diensten binnen die zogenaamde gedecentraliseerde applicaties of dApps functioneren door de specifieke tokens). Als de tokens eenmaal in bezit zijn, kunnen ze ook weer verhandeld worden buiten het ecosysteem van die dApps, juist omdat ze weer geen aandeel representeren in zo’n bedrijf.

Laat dit allemaal rustig bezinken. Het is pas het allereerste begin, al zal het grootste deel van de basis nu al uitgedacht worden. Zelf hoop ik dat ook andersoortige projecten, zoals meer goededoelenprojecten of projecten die juist zoveel baat hebben bij de vrijheid die het huidige blockchainecosysteem biedt(afhankelijk van welke je gebruikt of zelf maakt natuurlijk), niet volledig zullen onder sneeuwen in deze ‘Gold Rush’.

Gedenkwaardige ICO’s (alle bedragen zijn equivalenten van dat moment in dollars, bijvoorbeeld: 1 bitcoin was toen 250 dollar waard; 300.000 bitcoin opgehaald x 250 = 75 miljoen dollar):

Ethereum (1 bitcoin was goed voor 2000 ether, juli 2014): > 15 miljoen dollar

The DAO (afhankelijk moment van kopen, mei 2016: 1 ether was goed voor 100 DAO: ~ 130 miljoen dollar)

Bancor (draait op Ethereum, 12 juni 2017, door vastlopen netwerk liep de ICO 3 uur in plaats van te stoppen na de maximale cap en werd 153 miljoen dollar opgehaald met 396.720 ether)

Zie voor een overzicht van de meeste ICO’s dit Screenshot van Smith & Crown op 13 juli 2017, een adviesbureau rond crypto’s.

disclaimer: dit is geen beleggingsadvies. Zelf heb ik geen grote belangen in welke cryptovaluta dan ook, al is het onmogelijk de systemen te doorgronden zonder er zelf mee te spelen. Ook ben ik op moment van schrijven niet gelieerd aan een bedrijf dat zich actief bezighoudt met blockchain-gebaseerde technologie.

Ik las een week alleen de papieren krant en dat beviel heel goed, maar…

Ik las een week alleen de papieren krant en dat beviel heel goed, maar…

Een week geleden kondigde de NRC aan tabak te hebben van Blendle. ‘We doen het zelf wel!’ kondigde Vandermeersch luid aan in het betreffende artikel. Dat kwam hem op veel onbegrip te staan, maar Vandermeersch’ redenen om uit de online kiosk te stappen vonden niet louter negatieve respons. Ook in mijn directe omgeving van on- en semi-online journalisten, bleek al langer wrok tegen Blendle te bestaan, zeker sinds het medium hun bijna-all-you-can-eat-model introduceerde.

Een abonnement op één titel. Hoe is dat ook al weer, vroeg ik me af. Daarom besloot ik een week geen artikelen via Blendle te lezen en kocht dagelijks de papieren middageditie van NRC. Afgezien van de vraag of kranten wel heel representatief zijn rond de verkiezingen, leek het een aardig idee. Omdat ik tot een half jaar terug een papieren Parool ontving, kon ik al wel enkele vooronderstellingen doen zonder ook maar één papieren krant ingekeken te hebben. Het verschil met die tijd en nu: toen gebruikte ik Blendle naast de krant en las die laatste tussen koffie en avondeten aan de keukentafel. En dan vooral het nieuws dat je niet direct op internet zou opzoeken. De grote vraag is dus wat een krant in zijn eigen vorm zo uniek maakt dat je er zelf apart een abonnement op neemt.

Vooronderstellingen:

  1. Papieren krant leest rustiger omdat je minder afleiding hebt
  2. Je leest stukken die je normaal niet leest, ook niet via Blendle of een andere online-dienst omdat je alles kunt overzien of gewoon je oog erop valt
  3. Ik ga Blendle missen, want ik kan ineens minder artikelen lezen

De eerste twee zijn waar. En ook dat een krant handig is als je je schoenen wil poetsen of iets anders waar afdankbaar papier voor nodig is. Nummer drie klopt alleen niet, met de kanttekening dat ik nu nog een papieren Groene Amsterdammer-, VPRO Gids- en New Scientist NL-abonnement heb, al sneuvelen die misschien ‘omdat ik ze toch wel via Blendle lees’. Ze liggen meestal in een hoekje stof te vangen. Omdat ik die papieren opties nog heb, mis ik Blendle niet. Althans, niet direct. *

Het experimiment

Terug naar de krant. Dag 1. Mijn eerste gedachte na het relaxed lezen van de krant was dat iedereen weer terug naar papier zou moeten. Mijn telefoon lag stil elders en ik heb me een kleine drie kwartier samen met een kop koffie nergens aan gestoord. Het voelde alsof ik terug was in de middelbareschooltijd om aan het eind van de middag als 17-jarige rustig de krant te lezen zonder iets te moeten. Maar 17 ben ik al een tijdje niet meer en het verheerlijken van nostalgie is niemand vreemd.

Dag 3. Het dieet van alleen grote verhalen over ‘grote zaken’ die je gelezen moet hebben is weg. De opbouw van dat papieren stuk antiek is zo gek nog niet. Geen zin in ‘voorpaginanieuws’: sla gewoon de eerste zoveel pagina’s over in één vloeiende beweging. Of begin achteraan. Of trek er een katern uit

Omdat Blendle voor veel mensen steeds meer samensteller wordt van wat je leest, kom je niet meer aan de kleinere, schijnbaar minder belangrijke verhalen en artikelen toe. Dat kan van alles zijn: een filmrecensie of vooruitblik op een documentaire op lineaire televisie zal ik niet aanklikken in Blendle en ook niet opzoeken. Dit soort artikelen wordt ook niet vooraf voor mij ‘gecureerd’ (mag dat woord bij dezen een snelle dood sterven?) door Blendles algoritmes en menselijke samenstellers. Dat ene verhaal wat buiten je eigen interessegebied zou liggen, maakt dat helaas niet goed.

Nog een apart ding: rouwadvertenties. Mensen die iemand verloren hebben, wat ik helaas onlangs zelf meemaakte, plaatsen vaak advertenties in dagbladen waarvan ze vermoeden dat mensen uit hun — vroegere — omgeving die lezen. Je oog glijdt er bewust of onbewust toch even overheen. Als je een bekende naam ziet, kijk je of je die kent. Dat is natuurlijk deels vervangen door socialmediakeizerrijk Facebook en andere, in de marge aanwezige diensten, maar die zijn in dat geval ook niet alwetend als je niet per ongeluk ‘vriend’ bent met (al is een toekomst waarin kunstmatige intelligentie alle punten van je leven verbindt, zonder dat je daar zelf nog iets aan hoeft te doen, verre van ondenkbaar).

Verkiezingen

Dag 7, 15 maart 2017. Is er een slechtere dag om een krant te beoordelen? Ja, de dag dat er geen krant meer is. Uiteraard handelde een groot deel van de teksten over de verkiezingen. Maar toch houdt de krant een cadans. Een ritme, een afwisseling als een ouderwets popmuziekalbum met een opbouw van verschillende nummers. Van hit naar melodieus naar wat de artiest ook maar kon bedenken. Zo ook in de krant. Afwisseling zodat je hersens niet overvoerd worden door ingewikkelde verhalen en zich ook even kunnen herpakken.

Maar is dat allemaal genoeg om alles nog in eigen beheer te willen uitgeven zoals NRC dat wil? Eigen abonnementen, digitaal of combinaties van papier en digitaal, en een eigen ecosysteem dat niet van buiten te raadplegen is? Als daar een simpel, eenduidig antwoord op zou bestaan, zat NRC nu niet in dit ‘conflict’ met ‘kiosk’ Blendle. Precies datzelfde geldt andersom voor Blendle: als het antwoord makkelijk was, ontstond er niet zo’n hetze.

Ondanks dat het natuurlijk een ‘leuk experiment’ is, zo’n week alleen papier, is het niet houdbaar. 2,60 euro per dag per krant en in het weekend nog 60 cent meer. Niet dat het heel veel geld is, maar papier is voor een belangrijk deel echt aan zijn laatste loodjes bezig. Zelf wil ik het niet, maar dat ik een half jaar geen papieren krant had, was me even niet opgevallen. Daarbij komt dat NRC wil ‘inzetten op producties met meer soorten content‘, zoals video, geluid of bijzondere artikelen verrijkt met andere media. Dat kan nog niet op papier.

Browsen en bladeren

Het is jammer dat beeldschermen zich zo slecht lenen voor overzicht. Voor echt browsen. Of bladeren zo u wilt. Tablets, aanraakschermen, e-readers, laptops, desktops, telefoons. Allemaal net niet ideaal. Alle met hun eigen voor- en nadelen. Het maakt dat het samenstellen van een eigen geluid, een eigen ritme, lastig is. Al probeert Blendle dat wel degelijk door bijvoorbeeld de lettertypes van de publicaties over te nemen. Zo is de Maarten! met zijn rare typografie ook op Blendle lastig te lezen. Toch stelt een ander de stukken voor je samen en dan blijken lettertypes ineens wel erg karig.

We mogen overigens heel andere partijen ook niet uitvlakken, namelijk de grote spelers Facebook en Google. Net als bij Blendle geldt daar dat je heel veel clicks nodig hebt om daadwerkelijk iets te verdienen. Dat is bij een normale krant niet anders. Heel veel korte, kleine kattebelletjes zijn op zich niet het betalen waard. Een enkel gedicht levert een auteur een beetje op in de krant, maar via een medium als Facebook of Blendle vermoedelijk helemaal niets. In die zin kan het niet anders dan dat er grote uitgevers zijn die met enkele zaken veel geld binnen harken om de kleine, maar niet minder belangrijke, stukken te bekostigen.

Het kwam Blendle in eerste instantie op kritiek te staan dat het niet rechtstreeks aan freelancers uitkeert. ‘Mijn stuk is veel gelezen, nu wil ik meer geld!’ Was een veelgehoorde klacht. Via Reporters Online is het overigens mogelijk dat freelancers hun verhaal recyclen en veel bladen en kranten staan dat ook toe na een bepaalde met inachtneming van een bepaalde tijd tussen publicatie via hun en door de freelancer zelf. Blijft staan dat als je te veel voor een niche schrijft, dat je nog zo belangrijk kunt zijn, een cent hou je er nauwelijks aan over.

Anderhalf miljard klanten

Het probleem op internet en geld verdienen aldaar is dat het extreem top-down is. Je hebt niet veel mensen nodig om iets op te zetten dat heel veel kan opleveren. Voor Facebook zijn bijna geen medewerkers nodig in vergelijking tot een bedrijf dat fysieke zaken zou doen met meer dan anderhalf miljard klanten. Of zijn het producten? Tel uit je winst. Maar om nu de discussie te gaan voeren dat er te weinig werk is en dat dat helemaal niet erg is, gaat wat ver.**

Na dit intermezzo komt toch de, of in ieder geval een soort van, conclusie. Kan NRC het in zijn eentje, zonder Blendle of andere online shops? Ik denk van niet. Zoals ik al schreef in het vorige artikel hierover: het is en-en, niet of-of. Wat geldt voor NRC geldt ook voor de rest van de tijdschriftenwereld: vrijwel alles wat een digitale variant kan hebben, zal hier niet omheen kunnen. Het los van elkaar willen zien van het fysieke en digitale product, is na ruim 20 jaar internet voor het grote publiek echt mijlenver achterhaald. Wellicht wordt ‘papier’ een ‘exclusieve’ versie van de krant. Een soort van ‘business class’ en de rest wordt ‘economy’. Dat parasiteert dan hopelijk minder ernstig als goedkoop vliegen.

Streaming money

Uiteindelijk komt het allemaal neer op verdienmodellen en misschien zien we in de toekomst iets als stromend geld of streaming money met de komst van cryptovaluta zoals Bitcoin. Maar voor het zover is, eenieder die iets online wil verkopen zonder dat dit via advertentie-inkomsten gaat van één van de grote online aanbieders van allerhande inhoud, zal moeten zorgen voor heel simpele afrekenmethodes of donatieknoppen.*** NRC’s experiment kan vermoedelijk alleen slagen als het dat kan of wil aanbieden.

Uitgever Ernst-Jan Pfauth van De Correspondent schreef er een interessante nieuwsbrief op Revue over. Gek genoeg is zijn eigen — via abonnement betaalde — medium níet via Blendle te lezen. Wel is overigens elk artikel zonder commentaren te lezen voor mensen die een link krijgen van een artikel via een betalend lid. Misschien moet hij daar maar eens over aan de tand gevoeld worden (of worden al lang plannen gesmeed dit soort inhoud wel aan te bieden via een platform als Blendle).

De complexiteit van online geld verdienen is enorm, tenzij je de grootste bent en helemaal bovenaan staat. Bedenk daarbij dat we in een minuscuul taalgebied leven en sappelen is de toekomst. Dat daar ‘iets’ mee moet, staat buiten kijf. Hoe, dat is nog even de vraag. Toevallig schreef tijdschrift Quote onlangs een artikel Hot and Streaming over streaming-muziek en geld verdienen. Lastige business en het gaat om volume, zo laat label Spinnin’ Records zien van Eelko van Kooten.

Blijft er nog één interessant en heikel punt over voor Blendle of eigenlijk alle aanbieders: het is op internet een winner takes all. Monopolies winnen. Dat vinden sommigen, zoals Peter Thiel, mede-oprichter van onder andere PayPal, geen probleem. In Nederland bestonden meerdere online tijdschriften- en krantenverkooppunten, zoals Elinea en MyJour, maar alleen Blendle lijkt het aardig te doen. Elinea ging failliet en is augustus vorig jaar overgenomen. De site bestaat nog, maar de laatste artikelen zijn van eind augustus 2016. MyJour is failliet en bestaat niet meer. Vinden we dat een probleem?

Al met al: zonder experimenten geen kennis. Ik ben benieuwd naar de korte- en middellangetermijnuitkomsten van NRC’s experiment.

*Ik mis de deel-optie. Ook mét lezen op papier deel ik vaak later een interessant artikel. Soms heb ik de neiging van papier af te willen delen, maar ja.. dat kan nog niet.

**Waarom er zo veel middenmanagement rondloopt kan anders niet verklaard worden

***Denk bijvoorbeeld aan Flattr of de browser ‘Brave‘ die via Bitcoins microbetalingen doet aan sites waar de gebruiker vaak komt

In deel één beschrijf ik onder andere mijn twijfels bij Blendle’s All You Can Read-model.

Raw- en jpg-bestanden simpel samen verwijderen in Ubuntu: Geeqie

Raw- en jpg-bestanden simpel samen verwijderen in Ubuntu: Geeqie

Je kent het wel: schiet je een sd-kaartje vol met vooral heel veel slechte foto’s. Lekker met die dslr in de weer. Uit luiheid maak je de fotookes in gecombineerd raw- en jpg-formaat zodat als ie er al wel prima uitziet via het interne beeldverwerkingssysteem, dat je er niets meer aan hoeft te doen. Gewoon lekker klik-verstuur-en-klaar. Niks eerst al die cr2-bestanden checken, bewerken en al die vreselijk tijdrovende (on)zin.
Maar dan. Je hebt ook geen zin om op de camera alle bestanden stuk voor stuk te bekijken en daar te verwijderen. Dat gaat makkelijker en sneller op een gewone pc. Nou ja, in mijn geval een met Ubuntu. Op de een of andere manier leek er geen enkele mogelijkheid te zijn om dat wél snel zonder zelfgeschreven script op te lossen.
Van alles geprobeerd. Gthumb (fijn programma voor van alles, maar niet dát ene dus), Shotwell (blijft onmogelijk). Verschillende raw-verwerkers, zoals Darktable en RawTherapee. Gewoon via Nautilus. Via de terminal. ImageMagick. Allemaal niet of net niet handig.
Hoog tijd om er weer eens een zoekopdracht aan te wijden. En ja, daar bleek het te zijn. Geeqie. Een onmogelijke naam voor een onooglijk programma, maar: het werkt. Doet precies wat je wil. Soort van image viewer plus. Mét die belangrijke delete all-optie.

Geeqie screenshot met sidecar-files

Video-editor Lightworks 14 krijgt nieuw uiterlijk

Video-editor Lightworks 14 krijgt nieuw uiterlijk

Voor GNU Linux-gebruikers zijn er maar weinig goede professionele video-editors. Er zijn wat praktische en vrij gebruiksvriendelijke opensource-applicaties zoals OpenShot , PiTiVi en Kdenlive , waarvan die laatste de meest professionele is. Voor de durfal kan zelfs Blender gebruikt worden, maar dat programma richt zich voornamelijk op animatie.

Maar de afgelopen jaren timmert ook een (nog) niet opensourceproject aan de weg, namelijk Lightworks. Nadeel van Lightworks is vooral dat de editor voor de ongeoefende gebruiker er tamelijk lastig uitziet.

Met de nieuwste bèta van het programma, nummer 14, wordt het beeld met losse schermen losgelaten en is er het nodige werk verricht om de editor toegankelijker te maken. Daarnaast zijn de gereedschappen om audio- en video-effecten toe te passen verbeterd.

Verder is er vanuit het programma toegang tot een bibliotheek waarin licentievrije hd- en stockvideo’s te vinden zijn, afhankelijk van de licentie die je gebruikt voor Lightworks. De mogelijkheid om voice-over toe te voegen is nu ook uitgebreid naar de gratis versie.

Lightworks is verkrijgbaar voor Linux, Windows en macOS. De gratis versie ondersteunt uitvoeren naar Vimeo in 1080p en naar YouTube in 720p, maar het lokaal opgeslagen Vimeo-bestand is natuurlijk ook in 1080 naar YouTube of andere diensten te uploaden.

Persoonlijk vind ik het een prettige editor, maar wie de huidige stabiele versie wil gebruiken, doet er waarschijnlijk goed aan een paar tutorials te volgen. Daarna lijkt alles een stuk minder onlogisch en wordt ook duidelijk waarom bepaalde keuzes in het verleden zijn gemaakt.

Een .deb of .rpm van Lightworks 14 is te vinden op de site. De pro-versie van het programma is te krijgen voor 19,99 euro per maand, een jaarlicentie kost 134,99 euro en een ‘voor altijd’-licentie kost 337,99 euro. Daar zit dan wel Boris FX en Boris Graffiti bij.