Kapotte e-bike

Geofencing als redding voor de elektrische fiets (in Nederland)

De elektrische fiets maakt het er voor niemand in de stad makkelijker op. Ze zijn, bestuurdersafhankelijk, te snel voor het fietspad en te traag voor de weg waar auto’s rijden. Het maakt iedereen chagrijnig en met de rappe toename van ‘flitsbezorgers’ is het feest helemaal compleet, zoals ook Thijs Niemantsverdriet onlangs concludeerde in NRC.

Uiteraard, de e-fiets of e-bike is een zegen voor velen, zeker buiten de stad. Het maakt ineens fietstochten van 40 kilometer een eitje. Woon je in een stad met échte heuvels en bergen, daar kan geen gewone derailleur tegenop. Alleen is het grote verschil met stedelijke omgevingen met bergen en de onze * dat hier fietsen al vele decennia volstrekt normaal is en elders het veelgebruik van de fiets juist zorgt voor een nieuw dagelijks vervoermiddel of een nieuwe vervoersmodaliteit. 

Wat is dan het probleem in een stad als Amsterdam? Heel veel kleine dingen die allemaal samen te vatten zijn onder de noemer ‘ruimte’. Het komt er simpelweg op neer dat zolang de grootste ruimtevreter zijn plek blijft opeisen, de auto, de komst van andere, sneller-dan-de-fiets-of-voetganger-vervoermiddelen slecht passen.

Laten we het nog een stapje kleiner maken. Het Vondelpark is, naast een mooi park, een belangrijke doorgaande fietsroute in de stad. Er mogen geen auto’s, brommers of snorfietsen doorheen. Dit zorgt ervoor dat het een prettig park is om te fietsen en te wandelen. De enkele racefietser die er fietst, doet dat meestal niet op hoge snelheid: het is vooral een uitvalsweg naar buiten de stad waar de racefietser zich naar hartenlust kan vermaken met hoge snelheden. Alleen sinds enkele jaren suizen steeds meer elektrisch gemotoriseerde apparaten door het park heen. En nee, dat zijn niet voornamelijk oude van dagen die op deze manier nog vooruit komen op de fiets, het zijn vooral snelle VanMoofs, Cowboys en opgevoerde fatbikes, van die dingen die eruit moeten zien als een chopper en vooral een angstaanjagend rolgeluid van de banden produceren. En een enkele flitsberzorger niet te vergeten. 

Zeker nu met het herfstige weer en veel blad op de grond is een beetje controle over de fiets wel prettig. Die controle voel je prima op een fiets waar je zelf trapt, maar als je geholpen wordt, dan verandert dat al snel. Het zorgt voor grote snelheidsverschillen en chagrijn van beide kant: de een gaat te langzaam, de ander te snel. 

Om te voorkomen dat we binnenkort allemaal onszelf in volledig beschermende kleding moeten hullen om nog een beetje rond te kunnen fietsen, lijkt het me handig te gaan zoeken naar oplossingen. De ebike verbieden? De gewone fiets eruit? Helmplicht? De auto eruit? 

Die laatste is natuurlijk de beste: een zee van ruimte komt er vrij en elk gek elektriek vervoermiddel met maten die beduidend kleiner zijn dan de huidige auto kan dan ineens los in de stad. Maar dat is een ijdele hoop. Maximaal 30 km/h in de stad voor de auto lijkt het meest haalbare nu. De andere drie wil je eigenlijk gewoon niet.

E-bikes verbieden is een heilloze weg, al zouden mensen misschien eens twee keer moeten nadenken over zo’n ding: ineens moet je tóch naar de sportschool, want je beweegt natuurlijk nog nauwelijks. Fatbikes zouden gewoon een brommerplaatje moeten krijgen, kunnen ze die tenminste gewoon legit opvoeren, en dan? Al die andere fietsen? De een kan maar tot 20 km/h meehelpen, de ander is opgevoerd en ‘ondersteunt’ makkelijk tot 40 km/h? 

Geofencing

Op een avond tussen allemaal onverlichte hardlopers in een pikdonker deel van het Vondelpark bedacht ik: wat als we nou eens beginnen met geofencing? Een systeem waarbij de motor van een ebike bijvoorbeeld automatisch wordt uitgeschakeld of teruggeschakeld naar maximaal 15 km/h trapondersteuning? Dan weet je een paar dingen zeker: de e-bikes die beduidend sneller gaan dan ‘gewone’ fietsen gaan te hard omdat ze iets gesaboteerd hebben en je hoeft niet te gaan handhaven op het werkelijke vermogen of de maximum snelheid van de e-bikes. 

Geofencing werkt maar een kant op. Er worden geen gegevens uitgewisseld, het is gewoon een gebied dat bestreken wordt door een bepaald signaal en binnen dat gebied doet de motor het gewoon niet of slechts tot max. 15 km/h. Net als bij FM-radio: de zender weet niet dat jij naar het station luistert. Geen privacy in geding dus. Het wordt overigens ook al toegepast in parken in de Verenigde Staten waar vooral deelstepjes een drama zijn: ze komen het park niet in, de motor valt simpelweg gewoon uit.

Er zitten uiteraard nog wat kinks in de kabel qua uitwerking van zo’n idee, voornamelijk: e-bikebouwers moeten het inbouwen en er moet een universeel systeem voor zijn, maar beter nu mee beginnen dan over 10 jaar wanneer het aantal e-bikes vele malen groter is. Om te beginnen lijkt het Vondelpark me een mooi gebied voor een proef.

* behalve dan een enkele stad in het zuiden des lands en een enkele (fiets)brug

Complex en nooit af: proof-of-stake

Complex en nooit af: proof-of-stake

Dit artikel verscheen in juli 2021 op Tweakers

Ethereum maakt zich op om over te gaan naar ethereum 2, een pittige transitie van proof-of-work naar proof-of-stake en daarmee een van de grootste experimenten in de cryptovalutawereld. Wat gaat er precies gebeuren en vooral: waarom?

Het doublespending-probleem

‘Klik’. Met een hoop geratel komt de Polaroid-foto uit het apparaat. Even wachten en het beeld verschijnt. Aardig als je bent, geef je de foto aan de geportretteerde. Je enige eigen herinnering aan dit moment staat in je geheugen gegrift. Misschien herinner je het moment weer als je de foto in iets verkleurde staat terugziet bij de ander thuis, gevangen onder een koelkastmagneet. Zulke analoge zaken zijn bij tijd en wijle populair en vaak kostbaar. Je betaalt vijf euro voor een foto op een uitgaansavond, misschien met een roos erbij; een uniek momentje dat niet is na te bootsen.

Uniciteit in het analoge leven is normaal, op internet is het lastig

Een foto wil je misschien juist wél graag delen en daarvoor is onze digitale wereld ideaal, maar met digitaal geld wil je dat het juist niet gebeurt. Analoog geld, althans de briefjes en muntjes, werkt heel goed tegen kopiëren. Je weet zeker dat je zelf het briefje van 50 euro niet meer hebt als de ander het in handen heeft.

We weten ook allemaal heel zeker dat als je een keten aan bits kopieert, hij precies gelijk is aan de originele keten. Dit is een prachtige en unieke eigenschap van onze digitale wereld, maar het zorgt al een halve eeuw voor kopzorgen als je iets niet een-op-een wil kopiëren, dus als je zeker wil weten dat iets niet ook nog aan een ander kan worden gegeven door het te kopiëren, zoals dat briefje van 50 euro.

Dat probleem waarbij de 50 euro gewoon vaker kan worden uitgegeven, heet in jargon het double-spending problem​.

Een eerlijk systeem

We kunnen dat tegengaan door arbiters in te zetten om databases bij te houden van wie wat heeft, zoals banken. Of je je daar nu wel of niet veilig bij voelt, is niet zo relevant voor dit verhaal. Wel relevant is de vraag of het mogelijk zou zijn om in het digitale domein een systeem te ontwikkelen waarmee je zonder derde partij onze analoge een-op-een-uitwisseling kunt uitvoeren in de digitale wereld. Kunnen we iets verzinnen waarmee we honderd procent zeker kunnen vaststellen dat Esma iets geeft aan Jeroen en ook zeker weten dat de transactie wordt uitgevoerd? Weten we dan ook zeker dat Esma het niet stiekem nog een keer kan uitgeven? En weten we zeker dat het systeem eerlijk is?

Het tweede probleem is op te lossen met asymmetrische cryptografie, zoals we dagelijks op internet toepassen met https-verbindingen. Het derde probleem – het oplossen zonder derde partij – is lastiger op te lossen. Hoe zorg je ervoor dat het systeem altijd je transactie doorvoert en je transactie niet terugdraait? En wat doe je om te voorkomen dat de transactie niet verandert? Iets zal moeten bepalen wanneer een transactie geldig is en daar moet iedereen het over eens zijn; er moet dus consensus over bestaan.

“Het eerste waar je misschien aan denkt is: één persoon, één stem. Je zou zeven miljard mensen op aarde allemaal één stem per persoon willen geven, maar dan moet je ze wel nauwkeurig identificeren, anders kan iemand miljoenen of miljarden pseudoniemen aanmaken”, aldus Bert Slagter, medeoprichter van kennisplatform LekkerCryptisch.nl. “In de digitale wereld kun je zeggen: één cpu, één stem. Maar zoals je pseudoniemen kunt aanmaken in de fysieke wereld, kun je onbeperkt virtuele machines aanmaken die je onevenredig veel stemrecht geven”, vervolgt hij. Hoe los je dat laatste dan op? Hoe zorg je ervoor dat je niet kunt samenspannen waardoor één entiteit disproportioneel veel invloed kan uitoefenen?

Sinds medio jaren tachtig van de twintigste eeuw passeerden heel wat systemen de revue die ervoor moesten zorgen dat bij gedistribueerde computersystemen de juiste informatie wordt opgeslagen, ook als niet alle onderdelen van het netwerk zijn te vertrouwen. Dit heet ook wel het Byzantijnse generalenprobleem en systemen die het probleem oplossen noemt men Byzantine fault tolerant of BFT. Toch faalden al die ideeën voor toepassing op open systemen. Altijd bleek wel ergens een fundamentele zwakheid te bestaan.

“Het Byzantijnse generalenprobleem is een kernprobleem in distributed computing”, zegt Davide Grossi, adjunct-hoogleraar bij het Bernoulli Institute aan de RuG. “Het probleem was wel opgelost voor gesloten systemen met centrale coördinatie, voor Satoshi Nakamoto langskwam. Die protocollen, zoals Practical BFT, zijn robuust tegen foute deelnemers, maar tot maximaal een derde van het totaal aantal deelnemers. Bij een gedistribueerde database wil je dat alle deelnemers een waarde in die database overeenkomen, je wil overeenstemming over de inhoud. Als je controle hebt over de deelnemers in een systeem, spelen de incentives niet echt een rol. Als je geen controle hebt over deelnemers moet je ze overtuigen om deel te nemen in het systeem en dat doen op een eerlijke manier: incentives worden centraal in het systeem.”

Nakamoto-consensus

Met de komst van de bitcoinblockchain kwam daar verandering in en ging speltheorie (game theory) een rol spelen. In de wetenschap kreeg deze ontwikkeling de naam ‘Nakamoto-consensus’. Daarmee wordt gedoeld op het gebruik van proof-of-work om de juiste incentives in te bakken in een consensusprotocol voor open peer-to-peer-netwerken.

Grossi: “Dit was heel innovatief en origineel, juist omdat het een oplossing is voor het Byzantijns generalenprobleem in een open systeem waarin niemand controle heeft over wie deelneemt, wie wanneer komt en wie wanneer gaat.”

De zwakheden rond BFT in open systemen bleken dus op te lossen met Nakamoto-consensus. In feite gebeurt dat door iets uit de analoge wereld op te offeren. Slagter: “Bij proof-of-work, het systeem achter bitcoin, wordt energie opgeofferd. Maar je kunt ook andere systemen verzinnen waarbij iets in de fysieke, natuurkundige wereld wordt verankerd. Dit doe je omdat je zaken uit de echte wereld niet eeuwig kunt kopiëren en plakken, wat je in de digitale wereld wel kunt. Dat is dus het idee van proof-of-work.”

Slagter legt uit dat proof-of-stake iets vergelijkbaars probeert te doen, door iets te verzinnen dat niet is te kopiëren. In het geval van proof-of-stake is dat dus vermogen of stake. “Het zorgt er wel voor dat proof-of-stake heel complex is. Daarom duurt de transitie van het ethereumnetwerk naar ethereum 2 ook zo lang. Er zijn overduidelijke aanvalsmogelijkheden die je op allerlei manieren moet zien tegen te gaan. In bitcoin is dat al sinds 2009 getest in echte-wereldomstandigheden waarbij je niet alleen kúnt aanvallen, maar zelfs verzocht wordt om aan te vallen.”

Grossi zegt daarover dat van alle decentrale consensussystemen, want daar gaat het immers om, proof-of-work van bitcoin op dit moment het enige is waarvan je proefondervindelijk vast kunt stellen dat het extreem veilig is: “We hebben in de praktijk gezien dat het proof-of-work-systeem werkt voor de grootschalige, gedecentraliseerde systemen van bitcoin en ethereum. Voor proof-of-stake is er nog niet zo’n praktisch bewijs en de variatie is enorm.”

Hij haalt de whitepaper van bitcoin aan. “Dit was gewoon een whitepaper op internet, waarvan er dagelijks talloze verschijnen. Academici houden dan in eerste instantie wat afstand, waardoor het pas later in de academische wereld wordt opgenomen. Er is zoveel dat niet peer reviewed is, je kunt niet alles constant bijhouden. Onderzoek doen kost tijd en je hebt er geld voor nodig. Dat duurt allemaal lang. Aan de andere kant is bitcoin nu al jaren in de echte wereld getest.”

De grote vraag is: zou je ook met een ander systeem tot een vergelijkbare veiligheid en onwrikbaarheid kunnen komen? Is er een systeem waar iedereen aan mee kan doen en waar je niemand voor hoeft te vertrouwen? Een systeem waar niemand op eigen houtje de regels van kan veranderen waardoor jouw geld of digitale eigendomscertificaat van een foto ineens weg is of onbereikbaar wordt? Is er iets anders dat we nu nog niet kunnen bedenken?

Misschien is dat laatste wel een proof-of-stake-variant. Dat betreft een groot experiment. “Proof-of-stake is in die zin een containerbegrip”, zegt Slagter. “Je kunt op heel veel manieren met proof-of-stake aan de slag. In de meeste gevallen betekent dit dat toch altijd ergens iets of iemand aan de touwtjes moet trekken. Iets zal ervoor moeten zorgen dat het systeem eerlijk blijft, want anders wint de groep met de grootste stake altijd. Of we zoiets kunnen bouwen? Dat moet nog blijken. Het grootste pos-experiment moet overigens nog beginnen en is al jaren in voorbereiding: de overstap van ethereum naar ethereum 2.”

Spooksteden met leegstaande huizen

Waarom is het dan nu nog niet duidelijk of proof-of-stake minstens net zo veilig kan zijn als proof-of-work? Dat komt doordat er nog geen enkel ander proof-of-stake-netwerk bestaat waar zoveel van afhangt als bij de proof-of-work-netwerken van bitcoin en ethereum.

Slagter: “Het is eigenlijk heel interessant dat ethereum is begonnen als proof-of-work-netwerk en als het goed is binnenkort overgaat naar proof-of-stake. Het had nooit zo’n mooie verdeling van de munten gehad als het als proof-of-stake was begonnen.”

Hij verwijst naar blockchains die andere consensusmechanismen dan proof-of-work gebruiken. “Al die grote blockchains, de cardano’s van deze wereld, zijn spooksteden met een half miljoen leegstaande huizen. Ze zijn helemaal nog niet blootgesteld aan de grote boze buitenwereld. Daarom denk ik dat ethereum 2 de eerste proof-of-stake-chain wordt die écht serieus op de proef gesteld gaat worden.”

En dat is volgens Slagter iets dat vaak vergeten wordt. “Je kunt van alles simuleren aan die netwerken, zoals hoe ze zouden werken, maar de proof-of-the-pudding is alleen mogelijk in een permissionless publieke situatie waarin iedereen jarenlang ongehinderd zijn gang kan gaan.”

Grossi onderschrijft dat met een verwijzing naar de bekende 51-procentsaanval die mogelijk zou zijn bij proof-of-work: “Het is wel gebeurd dat mining pools tijdelijk meer dan die 51 procent hadden, maar er gebeurde natuurlijk niets. Er zijn ook wel theoretische modellen die aangeven dat je het met minder zou kunnen bereiken, maar of die modellen echt werken weten we niet. Het is zo complex dat er meer onderzoek nodig is.”

Kort samengevat is het op dit moment als volgt: zowel bitcoin als ethereum gebruikt proof-of-work. Daardoor zijn beide heel veilig, met het verschil dat ethereum een virtuele machine in zich heeft, iets dat voor de werking van proof-of-work bij ethereum niet heel veel uitmaakt. Wel kijken de ontwikkelaars van beide netwerken heel verschillend naar de wereld, zeker als het om ideeën rond ‘bestuur’ of governance gaat.

Beide netwerken zijn decentraal en vertegenwoordigen een enorme waarde waar velen graag de hand op zouden willen leggen, dit in tegenstelling tot duizenden andere blockchain(achtige) projecten die eigenlijk niet veel anders zijn dan een soort spooksteden met heel veel huizen, maar zonder inwoners. Het grote proof-of-stake-experiment – althans, eentje waar een bepaalde visie achter schuilt – gaat hopelijk binnenkort beginnen met ethereum 2 of eth2 (zie uitleg proof-of-stake onderaan).

De overgang naar ethereum 2

De overgang van ethereum naar ethereum 2 of serenity staat al jaren in de steigers. Om een klein tipje van de sluier op te lichten, spreken we met Diederik Loerakker, onderzoeker bij de Ethereum Foundation, via Telegram-spraakchat. Het project is enorm complex en moet niet alleen voor de al vanaf het prille begin beloofde overstap naar proof-of-stake zorgen, maar ook voor een totaal nieuwe opzet van het hele ethereum-netwerk.

Vitalik Buterin, een van de oprichters van ethereum, schrijft al vroeg over proof-of-stake in Bitcoin Magazine waar hij sinds 2011 als redacteur en mede-oprichter aan verbonden is. Dan gaat het nog om de vraag wat er mogelijk is bovenop het bitcoinprotocol, zoals colored coins, en wat daar in zijn ogen aan schort.

In januari 2014, vlak na het uitkomen van de Ethereum Whitepaper en daags voor het aankondigen van een geldophaalronde voor het project, schrijft hij een groot artikel in Bitcoin Magazine, met de titel ‘Ethereum: a next-generation cryptocurrency and decentralized application platform’. Net als in de oudste versies van de Whitepaper drukt hij daar de wens uit om op zoek te gaan naar andere consensusprotocollen. Proof-of-stake ziet er in de ogen van de ontwikkelaars het meest veelbelovend uit, maar ethereum zal in eerste instantie een proof-of-work-systeem gebruiken waar minder makkelijk asics voor moeten zijn te bouwen dan voor bitcoin.

Redenen om over te gaan op proof-of-stake zijn in eerste instantie de verwachte betere veiligheid, het verlagen van de beloning van iemand die staked, en de mogelijkheden voor coördinatie of governance. In de oudste versies van de whitepaper staat al dat het gaat om een ‘mogelijke overgang naar een verbeterd ethereum-netwerk in een ethereum 2’.

De munteenheid ether van het netwerk kan tot nu toe oneindig worden bijgedrukt, waardoor de prijs in het begin stabieler zou moeten zijn dan die van munten met een eindige hoeveelheid, zoals bitcoin met 21 miljoen stuks. Door mensen hun ether te laten staken in plaats van miners te laten draaien waarbij energie moet worden betaald, gaat de beloning naar beneden. Daarom komt er minder ether in omloop en dit kan zelfs naar nul gaan. De verwachting van Slagter is dat het een factor 10 minder wordt. Dit betekent minder inflatie en een stabielere munt.

Ether zelf wordt dan een zogenaamde productive asset, ofwel iets met rendement, vergelijkbaar met aandelen, obligaties en vastgoed die respectievelijk dividend, rente en huurinkomsten opleveren. Dat maakt ethereum mogelijk interessanter voor traditionele beleggers.

Een ander belangrijk punt is dat er coördinatie nodig is voor sharding en dan is een proof-of-stake-systeem veel makkelijker voor je governance, iets dat heel lastig is bij een proof-of-work-systeem.

Je ziet: het is al lang de wens om over te gaan naar een ander consensusprotocol. Als dit allemaal lukt in een live-productieomgeving en jarenlang goed gaat, is dit zeer interessant.

Het is Diederiks eerste interview in lange tijd in het Nederlands. Hij formuleert behoedzaam en verontschuldigt zich af en toe voor het niet kunnen vinden van een Nederlands equivalent van een woord. Inmiddels woont hij al een kleine vier jaar niet meer in Nederland en voor de coronapandemie was hij een digital nomad.

De weg naar eth2 duurt al lang. Sommigen dachten dat van veel uitstel wel afstel zou komen, maar de overgang lijkt binnenkort echt plaats te vinden. De upgrade verloopt in drie fases. Inmiddels is fase 0 gepasseerd en zitten we in fase 1. “Fase 0 is inmiddels een oude term”, verbetert Diederik. “We gaan nu naar een execution en consensus layer. Dan praten we dus over eth1 en eth2. Dat laatste model staat los van eth1 en testen we nu al meer dan een jaar met proof-of-stake. Uiteindelijk moet eth1 worden samengevoegd met eth2 als eigen shard in het netwerk.”

Dat laatste, een shard, is van belang voor het oplossen van het zogenaamde data-availability-probleem waar elke blockchain mee kampt. “Data moet altijd beschikbaar zijn en nu moet je alles zelf downloaden om dat te verifiëren. Als je dat verticaal wil schalen, kom je op dingen als Binance Chain of Polygon. Ze vergroten de capaciteit, maar het wordt steeds moeilijker om alles in sync te houden.”

Sharding: synchroon en toegankelijk

Sharding, legt Diederik uit, is een manier om alle data gesynchroniseerd en altijd toegankelijk te houden zonder dat je het netwerk zelf hoeft te vertrouwen. “Met sharding kun je zo splitten dat je toch niet alles zelf hoeft te downloaden en te verifiëren, zolang de data parallel kan worden geverifieerd door een deel van het netwerk. Op die manier kun je horizontaal schalen.”

Data-toegankelijkheid in een blockchainnetwerk is van ultiem belang, omdat je niet kunt hebben dat de eindgebruiker ineens niet meer bij zijn eigen bezit kan komen. Om dit te kunnen voorzien, krijgt eth2 64 data-shards naast wat we kennen als de huidige eth1-blockchain.

Eth2 heeft een heel scala aan nieuwe onderdelen. Die onderdelen samen moeten zorgen voor een aantal zaken: data-availability, grotere snelheid van transacties en een proof-of-stake-model dat veilig én decentraal genoeg is.

Bron: website Vitalik Buterin

De grotere hoeveelheid data per seconde kunnen verwerken is van belang omdat ethereum zichzelf ziet als ‘wereldcomputer’ waar de smart contracts, of relatief simpele computerprogramma’s, rap uitgevoerd moeten kunnen worden in de Ethereum Virtual Machine of EVM. Die data, of eigenlijk de state van de data, moet snel kunnen worden verwerkt en weggeschreven. In het nieuwe proof-of-stake-model moet elke twaalf seconden een nieuw block kunnen worden gemaakt. Dat zou betekenen dat het netwerk van nu van gemiddeld 4KB per seconde naar 1,4MB per seconde gaat, met behulp van de in totaal 64 data-shards, iets dat in theorie kan worden uitgebreid.

Een onderdeel van de keten hebben we nog besproken, de beaconchain. “De beaconchain is een soort commandocentrum voor het nieuwe netwerk, waar als het ware de getuigschriften of attestaties van de shards op worden vastgelegd. Het is de systeem-chain die alle balansen, confirmaties van shard-data en finality bijhoudt. Finality is een extra ‘gadget’, een onderdeel van het protocol om iets permanent vast te leggen met voldoende attestaties. De transacties in het huidige eth1 krijgen eerst een plaats in deze beaconchain, totdat sharding volledig uitgerold is.”

Validators in commissies gehusseld

Nu hebben we het wel gehad over de dataverwerkingssnelheid, het wegschrijven van de data en hoe de systemen er min of meer uitzien, maar wie zorgt voor het maken van de blokken? Wat zorgt ervoor dat de eth2-blockchain wordt gevormd? Daar zorgen de zogenaamde validators voor. Die validators worden willekeurig of random gekozen, op dit moment met behulp van Randao. Elke validator moet 32 ether vastzetten in het systeem om mee te mogen doen. Dat is dus de stake die het je (tijdelijk) kost: deze 32 ether kun je niet gebruiken als ze vaststaan.

Je kunt inmiddels natuurlijk al heel veel ether hebben verzameld door te minen met het proof-of-worksysteem waar ethereum nu nog op draait. Zo zou je heel vaak 32 ether kunnen staken en zo alsnog een meerderheid in het netwerk kunnen krijgen? De rijksten in het netwerk krijgen immers het vaakst een blok toebedeeld.

“Nee, dat is niet zo”, zegt Diederik. “Er zijn nu al 200.000 validators en die worden verdeeld over de shards. Elke zes minuten worden ze door elkaar gehusseld en opnieuw verdeeld over 64 shards.”

Hij legt kort uit dat die validators in committees worden gesplitst. Die committees bestaan uit minstens 128 validators per stuk, met een theoretisch minimum van 111. Die validators dragen zowel bij aan de beaconchain als aan de shards.

Die 64 shards hebben allemaal een eigen consensus en er is geen ‘race tussen de security-modellen’ van die verschillende shards. De shards zijn gelijk, en security voor een shard hangt niet af van de ander. De validators worden elk zes minuten, een ‘epoch, in een committee gehouden. Daarna worden ze weer willekeurig door elkaar gehusseld. Op die manier moet het systeem zo decentraal mogelijk blijven.

“We zitten nu in fase 0 waarin we de committees al hebben, samen met een nieuwe networkstack om de informatie te verspreiden. Voor 64 shards zijn 64 committees nodig en 32 slots per epoch doen ieder een taak. Elke 12 seconden een slot, deel die 190.000 validators door 32. Dat is dus de hoeveelheid validators die elke 12 seconden een attestatie maken. Dat is veel, maar nog maar voldoende voor volledige capaciteit met 262.144 validators, ofwel 32 x 64 x 128.”

Er is één stap die we hebben overgeslagen: layer 2 die deze shard-data gebruikt. Een voorbeeld hiervan zijn optimistic rollups. “Met data-availability kun je een honest majority assumption omzetten in een honest minority assumption. Als je iets uitstelt of tijdelijk weglegt en zegt: goed, de data is te verkrijgen, dan kun je later met de data aantonen dat de verkeerde data zijn vastgelegd. Dit is het fundament voor optimistic rollups.”

Kort gezegd: een rollup neemt het executie-model weg en je hebt alleen die data-availability nodig. “Zolang iedereen toegang heeft tot die data, kun je layer 2-modellen maken die je vastlegt met de data die je veilig stelt met de layer 1-data.” Layer 1 is wat het protocol aanbiedt: data en executie, maar wel gelimiteerd en duur. Layer 2 maakt applicaties toegankelijk door dit te optimaliseren, maar toch voldoende te gebruiken om geen nieuwe security-aannames te maken. Een optimistic rollup optimaliseert via executie buiten het protocol, terwijl data met dezelfde security vaststaat voor het geval er twijfel bestaat over de resultaten.

Een veelzijdig blockchainsysteem

Het is niet mogelijk om alle onderdelen van het eth2-proces mee te nemen. Wel is duidelijk dat het om zeer complexe materie gaat en dat geeft meer risico op fouten. De fase-0-chain draait nu al een jaar en moet ‘super solid’ worden.

Daarna moet eth2 een blockchainsysteem zijn waar heel veel op kan en dat zeer veelzijdig is. Het is heel iets anders dan de bitcoinblockchain waarbij de relatief simpele opzet van het netwerk juist de grote kracht is. Dat daar bovenop heel wat te programmeren valt, doet hier niet aan af. De grote test voor ethereum komt dus als het goed is ergens in 2021 of 2022, en misschien nog wel later.

Op den duur zullen bepaalde protocollen van eth2 misschien weer moeten worden aangepast met behulp van soft forks om het geheel zo decentraal mogelijk te houden. De variatie voor proof-of-stake-gebaseerde systemen is dan ook heel veel groter dan voor proof-of-work. Dat is zowel een kracht als een gevaar.

Ondertussen hebben de meesten geen weet van de werking achter de schermen. Toch zou een beetje meer kennis bij beleids- en opiniemakers niet misstaan om zo door allerlei marketingtermen van blockchain(achtige) bedrijven heen te kunnen prikken. Gouden bergen worden beloofd en we weten allemaal hoe dat gaat; denk maar aan de eerste grote internetbubbel of de eerste grote ico-bubbel rond allerlei onzinmuntjes. Nu is iets vergelijkbaars aan de hand rond DeFi of decentralized finance.

Gelukkig bouwen velen voort op al die protocollen die onze decentrale digitale levensgemeenschap kunnen versterken en meer eigenheid kunnen geven. Minder kopiëren, meer zoals het echte leven. Creatieven binnen alle werkvelden, van IT-ers tot kunstschilders, werken vrolijk verder aan ons digitale ecosysteem. Steeds meer digitale kunst en andere vormen van unicititeit op internet vinden hun weg naar de ‘gewone’ mens. Het is bijna net zo uniek als een polaroidfoto.

Polaroid gemaakt met een Polaroid SX-70 Land Camera en het spel Mario Kart 8 en ge-nft’d

Wat is proof-of-stake eigenlijk?

Zonder centrale controle is het niet mogelijk nodes in een netwerk te controleren op hun kwaliteiten. Om toch zekerheid te krijgen over de juistheid van de opgeslagen informatie in zo’n systeem, is een ‘consensusmechanisme’ nodig. Dat mechanisme zorgt ervoor dat alle nodes in zo’n netwerk samen kunnen bepalen wat wel of niet waar is. Om te zorgen voor eerlijke nodes, moet het voor een node iets kosten als er wordt valsgespeeld.

Het consensusmodel van bitcoin gebruikt hiervoor energie. Om energie te verkrijgen, moet je moeite doen, vaak in de vorm van het betalen van geld. Betaal je niet, dan heb je geen energie en kun je niet meedoen in het netwerk om kans te maken op een klein beetje bitcoin. Dit systeem heet proof-of-work. Veel blockchainsystemen maken hiervan gebruik.

Proof-of-stake is een consensusmodel dat deelnemers vraagt om een deel van hun bezittingen te investeren in het netwerk. Dit betekent over het algemeen het vastzetten van een bepaald deel van het vermogen, zodat de node in kwestie kan worden gekozen om de volgende te zijn om een block in de blockchain te mogen maken. Met het maken van dat block wordt vervolgens een klein beetje verdiend.

In essentie betekent het: hoe groter je stake, hoe meer kans je hebt om een block te mogen toevoegen aan de blockchain in kwestie. Behalve het staken van het vermogen, hoef je niks te doen. Dit leidt in essentie tot het steeds rijker worden van de rijken. Ook zorgt het voor meer centralisatie van macht en de kans om als rijke node meer macht uit te oefenen op de regels in het netwerk.

Om dit tegen te gaan, zijn veel proof-of-stake-systemen voorzien van maatregelen om toch zo decentraal mogelijk te blijven opereren. Dit zorgt ervoor dat pos-systemen een stuk complexer zijn dan pow-systemen.

Eerder gepubliceerd op Tweakers.net

Nft’s, een zoektoch naar eigenaarschap op internet

Dit artikel verscheen in april 2021 op Tweakers.

Laten zien dat je iets bezit, een ander laten weten dat jij de eigenaar bent, eigenaar van iets unieks: daar zijn we als mens heel goed in; we houden ervan. Een uniek olieverfschilderij van Rembrandt, de eerste of juist laatste afdruk van een exclusieve foto of een gesigneerd album in gelimiteerde oplage van je favoriete band. In de echte wereld zijn we gewend dat eigenlijk alles uniek is, het een iets unieker dan het ander. Volledige uitwisselbaarheid of fungibiliteit, zoals met geld, dat is pas een bijzondere eigenschap.

In onze digitale wereld, ons ecosysteem dat bestaat uit enen en nullen, onze vrijplaats waar alles kan wat in het echt niet kan, daar is het heel lastig om zaken uniek te maken. Hoe ben je er zeker van dat iets niet gekopieerd is en niet ook bij duizenden anderen is? Dat kun je oplossen met een timestamp of tijdstempel. Als je die dan ook nog vastlegt op een zwaar beveiligd netwerk als de bitcoinblockchain, dan ben je helemaal klaar. Leg een hash van je contract, plaatje of document met een timestamp vast door het te ondertekenen met een geheime sleutel van de eigenaar en niemand anders kan er nog wat mee doen. Klaar.

Wil de mens een timestamp als bewijsje, als reçuutje? Nee blijkt, we willen meer, ook digitaal. In sommige landen is het zelfs volstrekt normaal om na een ruzie met je geliefde een digitaal stickerpack met bloemetjes te sturen. Zelfs een stickerpack voor een begrafenis is oké. Gamers herkennen dat gevoel van digitaal bezit ook en dat sijpelt nu langzaam door naar de gewonemensenwereld. Dat verklaart de recente aandacht voor non-fungible tokens of nft’s. Wat is zo’n non-fungible token en hoe maak je zo’n ding eigenlijk? Deels is het een kwestie van gevoel, maar gelukkig is er ook een technische kant die je gewoon in code kunt stoppen. Gevoel beveiligd door keiharde cryptografie.

Timestamps

Timestamps worden al heel lang toegepast, een blockchain met een goed consensusmechanisme zorgt er hooguit voor dat je zeker weet dat die timestamp in de toekomst niet kan worden aangepast en dat dus niemand iets kan wijzigen. Dat wordt ook al lang gedaan met behulp van bijvoorbeeld de bitcoinblockchain of sidechains daar bovenop of andere blockchains, zoals die van ethereum of eosio. Het Nederlandse NRC begon niet zo lang geleden met het timestampen van zijn berichten via WordProof, een Nederlandse start-up die in het afgelopen jaar een innovatieprijs won in de blockchain for social good-wedstrijd van de EU. Die timestamps kun je, samen met de verwijzing naar de eosio-blockchain, terugvinden in de bron van de berichten van die krant. De krant past dit toe om zo onder andere de betrouwbaarheid richting zoekmachines te vergroten.

Dat is slechts een timestamp, zonder verdere eigenschappen, behalve een hash. Na een eventuele wijziging moet het artikel opnieuw een stempel krijgen. Technisch solide, maar weinig franje.

Iets unieks bezitten, daar begonnen we dit verhaal mee. In de Tweakers-podcast van 11 maart ging het ook over nft’s. Jur en Wout verbaasden zich over die nieuwe blockchaingekkigheid met dingen als NBA Topshots, korte videootjes van belangrijke momenten in de footballgeschiedenis, die je kunt kopen als nft. En dat je daar niet eens de rechten op hebt; je koopt alleen de bragging rights en ‘daar is die hele handel op gebaseerd!’ roept een verbolgen Jur vervolgens uit.

Daarin lijken nft’s soms precies op het fysieke leven. Al jaren zijn er koekblikken, placemats en schorten met afbeeldingen van Rembrandts Nachtwacht te krijgen. Als je diep in de buidel tast, kun je van steeds meer kunstwerken 3d-geprinte, fysieke exemplaren krijgen, voor de leek op afstand niet van echt te onderscheiden. Toch vinden de meesten dat het werk in het museum meer waard is. Hoe laat je zien dat jij het enige echte hebt?

In de kunstwereld is het vastleggen van eigenaarschap, echtheid en herkomst al lang een gewoonte, iets wat in Nederland begon bij het opkomen van de kunsthandel in de zeventiende eeuw. De fase van experimenteren met het vastleggen van de herkomst op verschillende blockchains is ook al een tijdje voorbij. Het gaat dan om een digitaal bewijs dat bij elke keer dat een fysiek kunstwerk van eigenaar wisselt, ook de digitale token van eigenaar verandert. Letterlijk gaat het van het ene, vaak ethereum-, adres naar het andere, al zullen de meeste kunstbezitters daar geen weet van hebben omdat het achter de schermen van bedrijven als Artory gebeurt. Ook gerenommeerde veilinghuizen en andere kunsthandelaren maken gebruik van dat soort diensten, maar vooralsnog ging het slechts om het vastleggen van voorheen analoge contracten in een beter te volgen digitale vorm.

Waarom staan nft’s dan nu ineens zo in de belangstelling? Dat komt doordat Christie’s, een traditioneel kunstveilinghuis, ineens een nft ging veilen. Dat leidde direct tot een hype en veel bekendheid. Dat leidt weer tot hoge prijzen en in de nabije toekomst vermoedelijk veel tranen, maar het heeft ook tot gevolg dat een hele nieuwe groep aan de slag gaat met het onderzoeken van hoe je gebruik kunt maken van dit soort digitale tokens.

Een nft van 69 miljoen dollar

Christie’s deed in maart 2021 een stevige duit in het zakje rond digitale kunst; het verkocht een kunstwerk als nft via zijn platform. Kunstenaar Beeple stelde de nft genaamd ‘Everydays: the first 5000 days’ samen uit vijfduizend dagelijkse werkjes. Onder het Beeple-pseudoniem maakte Michael Winkelmann vijfduizend dagen achter elkaar, dus zo’n dertien jaar, elke dag een prentje. Dat begon heel knullig en eindigde best aardig. De veiling ging van start met een openingsbod van 100 dollar en sloot uiteindelijk op 11 maart met een bod van 69 miljoen dollar. De werkjes kon je overigens al eerder krijgen als losse nft’s.

De in de cryptovalutawereld bekende Justin Sun, oprichter van onder andere Tron, wilde het kunstwerk koste wat het kost hebben, maar werd op het laatste moment met een miljoentje of wat overtroefd door de eigenaar van nft-tokeninvesteringsvehikel MetaPurse, die zich MetaKovan noemt.

Op de site van Christie’s is het walletadres te zien, evenals het smartcontractadres, waarmee je in principe tot in lengte van dagen het werk moet kunnen volgen. Verder verwijst het smart contract naar een hash op het Interplanetary File System, die weer verwijst naar de plek waar het ruim 300MB grote werk opgeslagen is, al is daar het laatste woord op Twitter nog niet over gezegd.

Is dit kunstwerk nu dan in het bezit van de koper? Wie heeft het copyright? Dat hangt helemaal af van de afspraken die er vervolgens gemaakt zijn. In geval van de Topshots-serie heb je alleen de rechten op de token die je zelf bezit, niet op het videootje. Toch leidt dit tot digitale schaarste, ook al kan iedereen nog steeds hetzelfde beeld naar voren halen op het eigen scherm.

Bij de huidige hype lijkt het ook belangrijk om te laten zien dat je behoort tot de nieuwe rijken, de nouveau riche van de cryptovalutawereld. De bedragen liegen er niet om. Zo werd de eerste tweet van Jack Dorsey voor 2,5 miljoen dollar geveild als nft. Dat riep direct veel vragen op: waar gaat het hier om? Zo kun je alles wel nft’en.

De eerste hype

Eind 2017 was er een iets minder bekende hype rond nft’s met de zogenaamde Cryptokitties. Ze bestaan nog, maar zijn veel minder waard dan toen. Het is eigenlijk een spel en door je katjes met elkaar te laten ‘paren’ of ‘siren’, kun je nieuwe katjes krijgen. Je kunt je katjes verkopen of veilen, of verhuren om te laten paren. Dit kan allemaal door een destijds nieuwe standaard die was toegevoegd aan ethereum: de ERC-721-standaard. Door aan dit specifieke type smart contract bepaalde eigenschappen toe te kennen, had elk katje een unieke verschijningsvorm.

Een ERC721-token bevat wat data, heeft een eigenaar en kan weer van eigenaar veranderen. De data kan uit verschillende zaken bestaan, zoals een token-URI die verwijst naar een externe opslaglocatie van bijvoorbeeld het plaatje of de video. Meestal is dat een centraal beheerde server, maar het kan ook op het IPFS zijn. Het is niet eens verplicht om een hash van die data te maken, waarmee je in ieder geval nog iets van uniciteit kunt meegeven. Eigenlijk is het niet veel meer dan een timestamp met wat meer informatie. Om eventueel rechten over te dragen, zul je vooralsnog andere systemen moeten gebruiken, bijvoorbeeld met een ander smart contract of iets in de fysieke wereld.

Inmiddels bestaat ook de ERC-1155-standaard, een enkel contract om verschillende tokens te beheren, zoals in-game items die op zich uniek zijn, maar wel een klasse van items vormen. Of de zogenaamde composables onder ERC-998 voor combinaties tussen fungibele en niet-fungibele tokens. Daarnaast zijn het natuurlijk niet alleen op ethereum gebaseerde systemen, maar er zijn ook andere systemen actief, zoals Cosmos en natuurlijk de Colored Coins op bitcoin.

De meeste nft’s zijn plaatjes of video’s, maar sommige zijn als nft ‘geboren’ door een smart contract een actie uit te laten voeren en daarmee nft’s te creëren, zoals Cryptokitties en de CryptoPunks. Andere items die je als nft kunt zien, zijn items in games, van kleding in Fortnite tot Gods Unchained-kaarten. Ook zaken als domeinnamen zou je onder nft’s kunnen scharen.

Mick de Graaf, ethereumdeveloper, is al jaren bezig met smart contracts. Hij geeft aan dat het heel fijn is dat er standaarden zijn gekomen voor nft’s, omdat je anders geen applicaties om de tokens heen kunt bouwen, zoals een marktplaats. “Je had vroeger bijvoorbeeld de Cryptopunks en Mooncats. Die worden nu gewrapt in ERC721-tokens. Dat wrappen kun je dan doen door zelf een contract in Solidity te schrijven, maar makkelijker is het om bestaande contracten om te werken voor je eigen doel, zoals van OpenZeppelin.”

De Graaf legt uit dat iedereen voordat er standaarden bestonden, zijn eigen implementaties schreef. Daardoor was het lastig om nft’s in verschillende wallets of andere plaatsen weer te geven of te gebruiken. “Met de standaard zijn bepaalde dingen veel makkelijker geworden”, zegt hij. “Denk aan het versturen van tokens en iemand anders toestaan een token van jou te versturen. Dat kan bijvoorbeeld als je een derde applicatie hebt om een token te verkopen. Dan hou je hem wel zelf in bezit, maar als de token dan verkocht wordt, swapt de applicatie het geld voor de nft. Maar denk ook aan metadata: welk stukje hoort bij jouw token? Zoals het verwijzen naar een URI of URL, dat heeft een standaardformat waarin je kunt zien wat het plaatje is en wat de attributen zijn. Nu wordt vaak naar een IPFS-link doorverwezen. De vraag is natuurlijk: hoeveel eigenaarschap heb je als de URI naar een centrale locatie verwijst?”

Toch is het verdwijnen van bestanden geen enorm probleem volgens De Graaf. “Als niemand het meer host, is het weg, net als bij een torrent: als niemand meer seedt, is het weg. Als je echter de originele afbeelding hebt en die weer host, dan wordt die weer gekoppeld aan dezelfde hash, waardoor de afbeelding terug is. De verwijzingen zelf verdwijnen niet. Kwestie van rechtermuisknop, opslaan en als je het er een jaar later weer opzet, is het er weer.”

Iets dat waarde heeft, blijft volgens hem dan ook wel bestaan. “Als je Rollercoaster Tycoon uit 2001 wil downloaden via een torrent, lukt je dat ook nog steeds. Als het toch al geen waarde heeft en je zelf geen back-up hebt, tja, dan verdwijnt het wel. Is toch ook wel iets moois, die vergankelijkheid.”

“Als ik zelf een nft zou willen maken, zou ik dat bij iets als OpenZeppelin doen. Daar staan contracten en die kun je verder zelf samenstellen. Mensen die minder verstand hebben van smart contracts, maar die een plaatje willen koppelen, kunnen dat met iets als OpenSea of Raribles. Vergeet trouwens niet dat als je zelf een smart contract maakt en uitrolt, je er daarna niets meer aan kunt veranderen.” Het ‘minder verstand van hebben’ is overigens betrekkelijk. Je moet wel iets met web3-apps kunnen, zoals Metamask als browserextensie en tokens als ether.

“Als je naar de toekomst kijkt, kun je natuurlijk alles tokenizen. Je kunt hypotheken verpakken, hele wallets tokenizen, beleggingspakketten enzovoort. Voordat je het weet, zit je bij de credit default swaps. Aan de andere kant: je kunt wel alles volgen wat er gebeurt. Dit in tegenstelling tot wat er in de traditionele financiële wereld gebeurt.” De meeste tokens ‘leven’ op dit moment op de ethereumblockchain, maar de tokenstandaarden worden ook door andere chains gebruikt. Zo is het mogelijk om ook tokens via bridges van de ene naar de andere chain te verplaatsen.

Een andere plek waar nft’s hun praktische nut kunnen bewijzen, is in de concertkaartjesbranche. Kasper Keunen, ontwikkelaar bij Guts Tickets en van het achterliggende GET-protocol: “Nft’s in de ticketbranche zijn een uitkomst. Je kunt van alles koppelen aan een ticket. Zo kun je bijvoorbeeld programmeren dat royalty’s uitgekeerd worden aan de artiest voor tickets die worden doorverkocht op de tweedehandsmarkt. Je kunt bijvoorbeeld programmeren dat twintig procent van de doorverkoopopbrengst naar de artiest gaat. Zo hou je de bron van inkomsten bij de artiest zelf. Daarnaast kan een nft maar bij één persoon op z’n wallet staan, in tegenstelling tot een ERC20-token, die in principe uitwisselbaar is. Dan creëer je bijvoorbeeld een QR-code die de ticketeigenaar op z’n telefoon kan laten zien en laten scannen bij de ingang van een concertzaal. Die QR-code kun je encrypten met de eigenaar van de nft, de ticketkoper dus. Je kunt dan heel makkelijk bewijzen dat jij de eigenaar van de nft bent. Makkelijk en inzichtelijk, daarom zijn nft’s heel handig voor tickets.”

Keunen zegt wel dat royalty’s op zich niet via een blockchain moeten, maar dat het wel makkelijk is voor het verhandelen op secundaire markten, zoals OpenSea. Om ticketscalping tegen te gaan, kunnen de tickets waar Guts nu mee bezig is, niet doorverkocht worden via open markten voordat ze gebruikt zijn. Na gebruik kunnen ze wel via open markten verhandeld worden als collectibles.

“Het voordeel van die ERC721-standaard is dat wij zelf geen systeem hoeven te bouwen om dat te verhandelen, wat we wel moesten met ons huidige systeem, dat gebruikmaakt van de ERC20-standaard”, zegt hij. Wel zijn er zijn nog veel uitdagingen voor de start-up, want uiteindelijk kun je niet van iedereen verlangen dat ze met een wallet met ether of stablecoins rondlopen. “Je moet wel met de Adyens van de wereld kunnen samenwerken voor betalingen.”

De ethereumblockchain is niet heilig voor Guts. “We gebruiken verschillende blockchains, afhankelijk van onze wensen. Zo zijn we nu de mogelijkheden van Polygon aan het testen, een plasmachain van ethereum. Ze hebben ethereum geforkt met heel veel bridges naar ethereum. Je kunt dus dezelfde adressen en contracten gebruiken, maar het is wel gecentraliseerd. Dat kan in ons soort markt; we gebruiken wat we nodig hebben.”

Guts Tickets werkt veel in Zuid-Korea en volgens Keunen is de Koreaanse markt met K-Pop helemaal in de ban van digitale tokens. “Ze zijn daar zo digital native, daar wordt echt alles een token. Mensen kijken daar ook heel anders naar bezit, iets wat nu ook hier enigszins lijkt door te dringen.”

Op dit moment is het nog veel experimenteren met de technische aanpak van bepaalde zaken, zoals tokenomics, crowdfunding, artiesten, venues en alles wat er verder bij komt kijken. Op den duur kun je aan een nft-kaartje van alles koppelen, zoals eerder dan de rest toegang krijgen tot een album dat uitkomt. Of een meet-and-greet met de artiest, of korting in de toekomst. Voor de artiest is het fijn dat hij veel directer contact heeft met zijn fanbase.

Ieder maakt zijn eigen tokens

Deze ‘prachtige’ NFT is gemaakt van een Instagram-foto op Rarible.

Door de interoperabiliteit van de tokens kun je ze makkelijk op allerlei plekken verhandelen, terwijl je ze ook rechtstreeks aan elkaar kunt ‘overmaken’, al kun je daar wel paal en perk aan stellen in je smart contracts.

Misschien is het interessantste aan nft’s dat iedereen zonder al te veel problemen z’n eigen tokens kan maken. Dat hebben we echter eerder gehoord met de komst van internet en websites. Het maken van een nft kan dus door zelf een smart contract te maken of door gestandaardiseerde processen te doorlopen bij verschillende marktplaatsen die zelf natuurlijk weer voordeel hebben bij meer tokens. Je merkt al: nft’s zijn lastig te doorgronden, omdat ze op het snijvlak van heel veel verschillende systemen opereren, waaronder iets dat slecht in cijfertjes te vatten is: gevoel. De een vindt voetbalplaatjes heel gaaf, de ander zal zijn neus daarvoor ophalen en zweert bij Pokémon. Was de Amiibo eigenlijk niet een soort fysieke nft als je hem koppelde met je Wii?

Daarnaast kan het een soort van standaardvehikel worden voor het verkopen van normale, alledaagse items in de vorm van – buzzword – digital twins. Daarbij blijft het altijd de vraag: hoe koppel je de digitale wereld aan de fysieke? Als je die auto verkoopt, waarom verplaats je dan niet gewoon de eigenaarstoken naar de wallet van de nieuwe eigenaar? Daar heb je geen tussenhandel meer voor nodig. Koppel ook alle papieren eraan en klaar. Die belofte werd echter ook gedaan bij de vorige blockchainhype. Vergeet ook niet het bezit van bijvoorbeeld virtuele locaties in virtuele werelden of onderdelen daarvan, of musea met virtuele kunst: alles zit als een matroesjka in elkaar.

De eerste serieuze pogingen van de afgelopen tijd om de fysieke en tokenwereld te combineren, leveren lessen op voor de toekomst. De band Kings of Leon verkocht onlangs zijn album ‘When you see yourself’ als nft met als extra dat je dan een fysiek stuk vinyl opgestuurd krijgt. The New York Times verkocht een column voor 350 (!) ether, al gaat dat geld naar een goed doel. Zo zullen er tal van experimenten plaatsvinden waarvan een deel zal falen, een deel verder evolueert tot iets dat beter past en een deel zal bestaan uit speculatie.

Dit artikel verscheen op 9 april 2021 op Tweakers samen met een apart onderdeel om zélf een NFT te maken.

Speelt!

Speelt!

Veel bitcoiners vinden NFT’s maar niks. Shitcoins, daar zijn ze van afgeleid en ze bestaan soms ook nog op vage netwerken die zomaar niet meer kunnen bestaan of waar iets raars mee kan gebeuren. Smart contracts, daar kunnen fouten in zitten en zo zorgen voor pijnlijke taferelen. En hoge fees natuurlijk. Belachelijk hoge gaskosten op het ethereumnetwerk. En dan, heel af en toe, laat iemand het woord RGB vallen in de bitcoincommunity, NFT’s bovenop het Lightning-netwerk. Hoe prachtig het conceptueel klinkt, RGB is die fase nog niet voorbij. Dus gaan we maar lekker verder met klagen en afgeven op al die andere systemen waar van alles geprobeerd wordt. Begrijpelijk? Misschien wel. Handig? Lijkt me niet, volgens mij mis je zo ook heel veel, al is het maar ouderwets met te dure flippo’s bezig zijn om goede of slechte redenen. 

Bitcoin is een prachtige store-of-value en met lightning er bovenop een serieuze concurrent in de dop voor settlementsystemen, maar bitcoin is ook heel veel niet. Logisch, het moet namelijk een supersolide waardelaag op internet zijn waar echt niets mee mis kan gaan. Het moet niet ineens zo zijn dat je niet meer bij je zes jaar oude bitcoin kunt bij wijze van spreken. Je moet er ook over 25 jaar nog bij kunnen. Of 100. Of…

Dat is een heel ander verhaal bij legio vage muntjes die door een protocolwijziging niet meer bereikbaar zijn. Als je het dan aan de ontwikkelaars vraagt, dan boeit het ze niets want dan was je blijkbaar niet betrokken genoeg bij de community. Zo staren 888.888 waardeloze kick me nog steeds aan vanuit een ouwe eth-wallet. ‘Oh ja, protocolwijzigingetje, stond in de roadmap’. Protocollen die wel voor data-beschikbaarheid willen zorgen, zoals ethereum, hebben heel wat moeite om daadwerkelijk belangrijke wijzigingen door te voeren, al zal het over een half jaar… Nee, flauw. 

Hoe ontzettend irritant dat ook allemaal is, ik blijf spelen met die systemen. Niet omdat ik er waarde mee op wil slaan, maar omdat het gewoon spannend is. Het is fascinerend hoe een soort van nieuwe, min of meer gedecentraliseerde vorm van Deviantart ontstaan is. Voor de jongeren onder ons: Deviantart was een van de eerste websites die betrekkelijk mooie plaatjes, kunst zou je soms kunnen zeggen, vanaf augustus 2000 op internet beschikbaar maakte, samen met een actieve community. Alleen zijn het nu plaatjes met een soort van eigendomsbewijsje, ook nog eens technisch gezien de sufste vorm van NFT’s, al zijn het wel de nu visueel meest aansprekende op een plat beeldscherm.

De echte lol is er overigens al wel een tijdje af. Je merkt dat niet alleen doordat het praktisch onmogelijk is geworden om nog voor omgerekend een paar euro of wat tientjes een leuk plaatje aan te schaffen, of een stukje land in een virtueel wereldje. Bovenop die paar euro komen tientallen tot honderden euro’s aan gaskosten of je moet weten hoe je andere netwerken kunt gebruiken die wellicht goedkoper zijn, maar die weer hun bestaansrecht niet bewezen hebben.

Dat is jammer, want waar het voor onze virtuele werelden uiteindelijk om gaat is het creëren van verschillende online leefwerelden, ecosystemen zo je wilt, die verschillen, maar die wel invloed op elkaar kunnen uitoefenen door cryptografische trucjes. 

En ja, het is zo dat het echt een zooitje is. Het is niet alleen Piek Hype, het is ook het moment dat het gros van de mensen interesse gaat verliezen, juist om die totale hausse aan onmogelijke, veel te dure of ingewikkelde systemen. En zo worden ze langzaam in de armen van semi-gecentraliseerde omgevingen geduwd waar het heel makkelijk is om collectibles, want daar gaat het nu meestal om, te verzamelen.

Toch zullen uit al die puinhopen over een aantal jaar mooie, leuke, ingenieuze en praktische dingen tevoorschijn komen. Naast scams, rotzooi en criminaliteit, niets zo menselijk als het internet.

Aan de andere kant ben ik blij dat er een paar verstokte bitcoinmaximalisten te dicht op de rood-groen-blauwe ledjes van hun monitoren zitten. Voor je het weet staat het echte werk toch weer stevig met zijn fundamenten verankert in de bitcoinblockchain. 

Tot die tijd: hou een open blik en verken wat er allemaal aan de hand is op die enorme zooi aan platformen. Ergens ligt een ongepolijste diamant op je te wachten, misschien zit ie nog wel in een steen.

* ps, dit stuk geen beleggingsadvies, handelen is een vak

Dingen maken kost geld, ook digitaal

Of waarom NFT’s kostbare krengen zijn

Na in het verleden wat geëxperimenteerd te hebben met NFT’s in de vorm van kittige katjes en inmiddels bijna anderhalf jaar geleden een collectible kocht van de eigen Blockdam-meetupgroep met het Is It Copernicus?-project had ik wel eens zin wat dingetjes te ver-NFT-en. Vooral ook om te leren wat nu de mogelijkheden zijn.

Het bleek een kostbare grap. Het ging om een gescande polaroidfoto die dan, mocht die ooit geveild worden, in fysiek bezit zou moeten geraken van de gelukkige koper, per briefpost of iets dergelijks. Eerst probeerde ik het platform Rarible. Waarom? Omdat je daar dus hun eigen RARI-tokens krijgt als je dingen op hun platform zet, leuk lokkertje. 

NFT-je-polaroid

Mijn eerste poging: een NFT aanmaken van een plaatje van een polaroidfoto en dan via hun eigen Rarible-platform. Dat lijkt dus gratis, maar kost je 0,075 eth, althans met een gasprijs van rond de 100 gwei. Even voor de duidelijkheid: gwei is een honderd miljoenste ether (de munteenheid van het ethereumnetwerk, ‘eth’), dus 0,075 eth is 75 miljoen gwei. Een aardig kostbaar smart contract om die token aan te maken. Omgerekend zo’n 225 euro. 

De andere optie is om een NFT te maken als echte losse ERC721-token. Ik ga even niet uitleggen hoe dat zit, maar dat is een echte nieuwe eigen niet-fungibele token. Met andere woorden: de NFT zit dan niet in een smart contract van Rarible. Dat mocht 0,71123 ether kosten, als in 2361 euro! 

Oi. Dat is net helemaal wat veel. 

Maar het platform doet daar wat aan. Het verdeelt zo’n 41.000 RARI-tokens per week onder de actieve gebruikers. Zeg, je krijgt er 10 voor een activiteit is dat zo’n 225 euro op moment van schrijven, voldoende om de gaskosten te dekken voor het maken van een token binnen de Rarible-omgeving.

Goed, even kort klagen op Twitter, dat hoort er ook bij. Vervolgens wees @RutgervZ me er terecht op dat een MP3-tje downloaden vroeger ook een uur tijd kostte. Dingen veranderen op den duur. Of het nou de beste vergelijking is, dat is niet eens zo belangrijk. Het zette me wel aan het denken.

Dingen kosten geld. Of tijd. Of materiaal. Of een combinatie van dat alles. In onze analoge wereld is dat zo. “Voor niets gaat de zon op” is ook alleen de komende kleine vijf miljard jaar nog maar waar. 

Zomaar gratis dingen op internet zetten, dat zorgde voor een hoop lol, maar ook een hoop problemen: het is te makkelijk en je betaalt uiteindelijk toch wel, maar dan met data over jezelf. Hou je je spullen in eigen hand, dan kost je dat dus geld. Net zoals wanneer je een eigen website host. Dat kun je thuis in de meterkast doen, dan kost het hardware, tijd, een internetverbinding en energie. Doe je dat elders, dan kost het geld voor de huur van de hardware, verbinding en tijd.

Zo gezien is het helemaal niet zo gek dat een NFT maken geld kost. Het kost immers rekenkracht voor het ethereumnetwerk om het smart contract uit te voeren dat zorgt voor het hele proces van vastleggen op de ethereumblockchain en dat is op dit moment gewoon duur. Ten eerste omdat het redelijk druk is op het netwerk en ten tweede omdat ether, de munteenheid van het netwerk, tegenwoordig ook duur is. 0,1 eth was in juni vorig jaar nog 20 euro. Nu heb je het al over 331 euro. 

Een token maken via OpenSea dan maar, dat leek wel aardig te doen bij relatief lage gasfees, maar nog steeds is het redelijk kostbaar. Dus dat doe je dan niet. Kijken kijken, niet kopen.

Uiteraard proberen mensen allerlei dingen uit om het goedkoper te maken. Een van de opties is naar een ander netwerk gaan of een tweede laag bovenop/gekoppeld aan ethereum, zoals Polygon en dan lijkt het vooralsnog gratis om je item voor de handel neer te zetten. Althans, het plaatsen van de listing ;)

Het laat je in ieder geval over een paar belangrijke zaken nadenken, zoals: wat wil je eigenlijk? Is het belangrijk dat je NFT echt helemaal alleen op z’n eigen contractadres op de ethereumblockchain staat? Of maakt het je misschien niet zoveel uit? In dat laatste geval kun je prima uit de voeten met experimentelere oplossingen of een bijna centralistische oplossing van een tussenpartij als OpenSea, Rarible of een van de vele andere. 

De andere zaak waar je over na moet denken is: het is leuk om ergens even snel iets neer te kwakken en dat ‘kunst’ te noemen, of ‘collectible’ of iets anders. Maar misschien moet je er gewoon eerst eens beter over nadenken. Bouw eerst maar eens een collectie, iets dat misschien wel waarde kan hebben in de toekomst. Voor jezelf met emotionele waarde en wellicht ooit nog een stukje geldelijke waarde. Je weet maar nooit. 

Dat museumidee waar ik samen met iemand anders al een tijdje mee rondloop moet misschien nog maar even wachten tot we daar mensen met verstand van zaken voor hebben…

ps, vraag me niet waarom OpenSea-links doorgestreept weergegeven worden door WordPress…

Piece of Berlin Wall in Verdun

Verdun en de citadel

Het stadje Verdun aan de Maas is bij veel Nederlanders niet veel meer dan ‘iets waar het allemaal heel erg was in de Eerste Wereldoorlog’. Alles draait om dat punt in de geschiedenis met als bekendste blikvanger een groot bolwerk waar veel hoogwaardigheidsbekleders uit de jaren 10 van de 20ste eeuw langskwamen om iets over die vreselijke oorlog te vinden.

De Citadel van Verdun is dan ook een van de belangrijkste gebouwen met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog of la Grande Guerre en tevens de grootste bezienswaardigheid van de stad. Voor ons dus een plek om te bezoeken en een paar geocaches aan de buitenzijde van het verdedigingswerk te zoeken.

Om binnen te mogen was het coronatestbewijs nodig waarvan de QR-code gecheckt werd bij de deur. Een man met slecht gebit, kleine, vierkante bril met Mondriaanachtige kleuren en zittend in een rolstoel mocht niet naar binnen want hij had geen testbewijs. Hij prevelde iets Frans en iets dat veel weg had van ‘ausweis’. Het voelde wat ongepast, ook al heb ik zeker het gevoel dat zo’n testsamenleving onder een constant vergrootglas moet liggen, want als je zo’n samenleving te lang in stand houdt… voor je het weet is het normaal. Waarom dan toch ongepast? Omdat het in niets te vergelijken is met het uitmoorden van miljoenen mannen tussen de 20 en 30 jaar oud om een conflict waar me eigenlijk alle logische redenen nog steeds volstrekt onduidelijk van zijn.

Augmented reality

Terug naar la Citadelle Souterraine ofwel ondergrondse citadel. Eigenlijk hadden we geen idee hoe en wat. Met een soort ‘hoe ging dat vroeger ook al weer?’ volgen we gewoon bordjes naar bezienswaardigheden om daar nog enigszins verrast te worden. De entreeprijs leek relatief hoog voor een dergelijke bezienswaardigheid, 15 euro per volwassene. Maar het wachten op je kaartje heeft dan ook voordelen: je kunt eens rustig lezen wat op de elektronische informatieborden verschijnt. Een uur duurt het bezoek en het is tussen de 7 en 12 graden; neem een trui mee dus. En je beweegt niet, waardoor je ook niet warm blijft. Ah, de reden komt ook langs, het is een réalité augmentée-ervaring, dat verklaart de prijs Je krijgt dus een groot ding op je hoofd dat extra beelden over de werkelijkheid projecteert.

Je volgt de levens van vier soldaten die in de citadel aankomen en daar verschillende zaken beleven. Je loopt niet zelf, maar zit in een karretje dat een bepaald spoor volgt. Het is er koud en vochtig. Je kunt je bijna niet voorstellen dat het ooit een locatie was met stromend water, verwarming en licht, want ja, het is er verder ook pikdonker. Als je bang bent dat het karretje uitvalt, zorg dat je iets zaklamperigs met opgeladen batterij meeneemt. Het ziet er overigens allemaal niet uit alsof er niet nagedacht zou zijn over eventuele calamiteiten en hoe daarmee om te gaan.

Na het volgen van de verschillende verhalen wordt je aan het eind getrakteerd op alle verdragen die gesloten zijn. Het lijkt me toch nog steeds bizar dat je begint met zoiets. Dat daar de Tweede Wereldoorlog nog op volgde voelt helemaal bizar eigenlijk.

Rondje om de citadel

Of je nu wel of niet aan geocaching doet, een rondje om de citadel is zeker een aanrader. Loop ook eens de vaak bijna niet zichtbare paadjes in die richting de hoge muren van het verdedigingswerk gaan. Je komt soms pareltjes van vegetatie tegen die opkruipen tegen de vestingswanden.

Een aanrader dus, als de mussen niet van het dak vallen, want ik kan me voorstellen dat het erg heet kan zijn bij hoge temperaturen in de diepe gracht (heet dat zo, ook zonder water?) rond de citadel.

Centre Mondial de la Paix

Nu wilde ik eigenlijk een stukje schrijven over de deplorabele staat van het Centre Mondial de la Paix. Waar Mitterand en Kohl ooit handjes schudden en waar een stukje Berlijnse muur in de tuin staat. En waar op het voorplein een tentoonstelling over de Weimarrepubliek te zien is, ook nog zo’n knusse periode in de Europese geschiedenis.

Om de hoek de kathedraal van Notre Dame met een crypte, die vrijwel geheel herbouwd is al vind je vast her en der een stukje terug uit de begintijd in 990. Gek genoeg zit er in de kathedraal dan weer een aantal zijkapellen die wel heel oud lijken, ook de interieurs, maar ik vond niet veel informatie in de kerk zelf. Vergeet ook de kloostergang niet met in het gras een bijna barok aandoende beeldgroep van de annunciatie, maar ik geloof dat het paar toch uit de 12de eeuw is.

Aangezien we niet in Verdun verbleven, was even teruggaan en meer informatie opscharrelen of gewoon nog een paar betere foto’s maken helaas geen optie.

Roestige fietsen en de Schinkel

Roestige fietsen en de Schinkel

Een fenomeen waar ik me met enige regelmaat over verbaas, zijn de roestige fietsen en andere metalen onderdelen die schijnbaar lukraak langs en op de kades van verschillende waterwegen liggen in het Amsterdamse. Wellicht gebeurt dit elders ook.

Nooit heb ik mogen waarnemen wanneer iemand of iets deze resten uit de kanalen en grachten vist en ze vervolgens achterlaat. Een momentje om bij stil te staan zo af en toe.

Het eerste wrak. Een fiets met hulpmotor maar zonder accu. Op zich lijkt de staat niet zodanig dat ie ooit weer trapt, met of zonder hulp. Achteloos neergegooid achter wat straatmeubilair, alsof ie gewoon omgevallen is door een windvlaag of zo.

Wrak #1

Noodzaak om dingen vast te zetten, vooral fietsen, om ervoor te zorgen dat ze niet zomaar meegenomen worden. Het mocht niet baten. Wrak #2 is een slot. Met winegums ernaast. Triestig bijna. Het lijnenspel van de betonnen stoeptegels met her en der wat roestvlekjes van niet identificeerbare onderdelen buiten de foto. Dat maakt het af.

Wrak #2

Het geel, het groen, de harde schaduwen. Verwrongen fietswrak tegen een boom gesmeten, alsof ie er onlangs nog gewoon stond. In elkaar getrapt door een boos iemand.

Wrak #3

Tandwiel, stuk kruk, omzoomd met wat leeuwentand, een soort van paardenbloemlookalike, nog wat frame, bagagedrager en deksel van een verpot. Uitgebeten in het harde zonlicht van een julidag in 2021. De derde dag op rij dat de delta-covidvariant stevig huishoudt.

Wrak(stukken) #4

Compositie op stoeptegel met verweerde lachgaspatroon, duidelijk niet gebruikt voor de slagroomspuit. Al weet je het nooit zeker. Merk op de grijze korstmossen die de tegel bevolken.

Wrakkig stuk #5

Als laatste een blik in het water waar je weinig moeite hoeft te doen om te zien wat erin ligt. De tas, weinig magnetisch, maar ze trekt wel aan. Een fles, fietswiel en onmisbare streepjescode.

Wrakstukken #6
Cryptovaluta voor Dummies, door Krijn Soeteman

3de druk ‘Cryptovaluta voor dummies’ klaar

De eerste druk die uitkwam middenin de bear market deed er ruim twee jaar over om uitverkocht te raken. Druk twee deed er een maand over en druk drie is bijna weer uit. Via je lokale boekhandel natuurlijk, óf via deze site via Lightning Bitcoin en Litecoin (LN BTC) of gewone bitcoins, maar dat is wel een kostbare grap qua transactiekosten.

Satoshi’s Blokhut #2

Satoshi’s Blokhut #2

Als gast in de studio: Rik Rapmund – Oprichter van WorkPi; een HR tech start-up die mensen helpt zichzelf opnieuw uit te vinden en door te ontwikkelen richting de banen van morgen om succesvol en maatschappelijk relevant te blijven. Gebruikers krijgen daarbij de mogelijkheid om met behulp van een digitaal paspoort op de blockchain de controle terug te winnen over werkgerelateerde data. WorkPi is daarnaast de winnaar van het Self-Sovereign Identity track bij Odyssey Momentum 2020.