© OpenStreetMap-auteurs

Dokkum, het Wad, Pingjum en scheermessen

Dokkum. Bij gratie van Bonifatius laat het Dokkumer museum zien. De stad had vermoedelijk nooit enig bestaansrecht gehad zonder ‘s mans gewelddadige dood. Een zwaard door de Bijbel, dat is hoe Bonifatius herinnerd wordt. Maar goed, dat was op 5 juni 754 na Christus.

Opvallend aantrekkelijk voor het oog, Dokkum, de historische vorm van de stad is bewaard gebleven omdat de stadswallen nooit zijn geslecht. Op een bepaalde manier doet het geheel bijna Delfts aan voor een westerling, vooral door de lage kades bij de grachten en de kleine huisjes. De vergelijking gaat overigens mank als je het formaat van bijvoorbeeld de Waag of de Grote kerk meeneemt: die zijn gewoon klein.

Het Dokkumer museum is werkelijk aardig. Het personeel ook trouwens, maar dat geheel terzijde. De entree is niet groot en in deze ‘coronatijden’ maakt dat je uiteraard moet reserveren voor een bezoek en dat is maar goed ook. Door de eenrichtingsverkeersmaatregelen moesten we eerst een steeg oversteken en werden we via een zijdeur binnengelaten bij de tentoonstelling. Misschien is dat altijd wel zo, maar nu was het onder begeleiding.

Je begint direct met de Bonifatiusgeschiedenis. Die is aardig opgezet met enkele interessante artefacten. De teksten zijn alleen niet helemaal ideaal voor een museum, namelijk lang en niet erg actief (ik ben zelf niet van de school die vindt dat een tekstbordje nooit meer dan 50 woorden mag bevatten, maar dat terzijde). Enig oppoetswerk en misschien iets betere belichting zouden hier wonderen doen. Na een hoorspel in een ruimte met een tiental poppen die al naar gelang hun belang in het verhaal verlicht worden met een spot, komt je nog langs wat samengebracht antiek. Al met al een heel aardig museum dat bij een eerste bezoek aan Dokkum niet mag ontbreken.

Verder erg gaaf kunstwerk ‘De IJsfontijn‘ op de Markt naast de kerk waar net een kermisattractie opgezet werd. Dat laatste gaf nog een wat treurig gevoel…

Wad

Stop twee: kwelders. Winderig en schapen op de weg. Wandeling van 6 kilometer buitendijks en voornamelijk erg groen. Ik denk dat het geheel een stuk spectaculairder is in de lente of de winter. Ook nog een bunker, de Noard-Fryslân Bûtendyks – Uitkijk ‘bunker’, waar je bovenop met behulp van een draaischijf de omgeving kunt verkennen.

Pingjum is voor pizza

Mijn freelancekantoorgenoot schreef ooit dat je voor pizza naar Pingjum moet. Laat dat nou relatief om de hoek van onze camping liggen. De Bob was van tevoren bepaald en verder: smullen maar. Het lokale zeebanket van kokkel en scheermes als voorgerecht was erg fijn. Interessant vond ik vooral dat het ene scheermes lekkerder was dan de andere. Ik ben overigens niet geheel zeker of ik ooit eerder zoveel scheermessen in een keer verorberde, dus dit was sowieso onderdeel van een kennismakingstraject met dit weekdier.

De pizza, tja, prima pizza. Niks mis mee en inderdaad, de dunne bodem doet het goed. Een bord zonder rand was makkelijker geweest om te snijden met zo’n pizzasnijder. Een schaar had ook gekund.

Dit stukje wijkt af van de normale schrijfsels op dit blog, maar reizen kan ook dichterbij, in Nederland. Ook dat verdient af en toe een tekst en een foto.

© OpenStreetMap-auteurs

De ANWB-paddenstoel en een Romaanse kerk

Hij raakt eruit, de ANWB-paddenstoel. Jammer misschien, maar het fietsroutenetwerk met de bolletjes en nummertjes doet tegenwoordig goede zaken. Interessant is dat de typische bewegwijzering ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog toen het binnenlands toerisme snel toenam en de ANWB meer wegwijzers ging plaatsen. Omdat ijzer schaars was, plaatste de wielrijdersbond betonnen paaltjes. Enfin.

Cornjum of Koarnjum ligt, zoals je ziet, niet heel ver van Leeuwarden, maar je bent er wel direct even uit. Het dorpje heeft ook nog een state, de Martenastate. Die ligt er mooi bij. Een neorenaissancebouwwerk uit het begin van de twintigste eeuw, inclusief torentje, omringd door een slotgracht. Lindebomen, beuken, eiken, je kent het wel. En stinzenplanten, dat zijn sierplanten die alleen bij landgoederen en dergelijke te vinden zijn. Of stinsenplanten trouwens.

Een rondje wandelen in de buurt is geen straf en met de af en toe overscherende straaljagers van de nabijgelegen vliegbasis voelt het bijna als thuis onder een aanvliegroute. In een minuut of twintig ben je van Koarnjum naar Jelsum gestiefeld, al dan niet met behulp van het welbekende wandelroutenetwerk of natuurlijk een ANWB-padden(n)stoel. Niet geheel toevallig ligt in Jelsum ook nog een interessante state met museum, de Dekemastate (die helaas op deze 28ste juli gesloten was in verband met het coronavirus).

Een grote groep platanen op het pleintje midden in het dorp Jelsum hangt vol met stalen vogels, een kunstproject. Een steenworp verderop ligt de Sint Genovevakerk op een grotendeels afgegraven terp. In het verleden werd terpaarde duur verkocht aan het westen van het land omdat het goede grond was, na honderden jaren alle huisvuil en andere zooi erover uitgestrooid te hebben.

Romaanse kerk

De Sint Genovevakerk heeft een lange geschiedenis, zoals bijna alles in Friesland. Dat vergeten je wel eens, maar Groningen en Friesland worden al heel erg lang bewoond. De oudste onderdelen van deze kerk stammen dan ook uit de 12de eeuw, iets dat je mooi kunt zien door de Romaanse elementen van tufsteen in de muren, vooral de noordzijde (die niet op een van mijn twee foto’s staat). Toch al ruim na Bonifatius.

Het koor van de kerk is wat nieuwer, uit de 15de eeuw, met Gotische vensters. Helaas was de kerk zelf dicht en moesten zodoende het interieur van de eenbeukige kerk missen. Op de website Alde Fryske Tsjerken staat te lezen dat het geheel wordt overkapt door een laatgotisch houten tongewelf dat allerlei versieringen heeft, iets dat je niet meer vaak tegenkomt.

De omgeving deed mee een beetje denken aan Zuid-Frankrijk, à la campagne met allemaal van die zandstenen grote boerderijen. In plaats van die typisch Franse hoeves hier natuurlijk vol met kop-hals-romp-boerderijen. Het zandsteen is hier baksteen en de vorm is totaal anders, maar ergens was het voor mij een vergelijkbaar gevoel. Een fijn gevoel en een stuk dichter bij huis.

Om het af te sluiten nog een plaatje van de toegangspoort van de Dekemastate met wapen:

Dekemastate in Jelsum, Friesland

Dit stukje wijkt wat af van de normale schrijfsels op dit blog, maar reizen kan ook dichterbij, in Nederland. Ook dat verdient af en toe een tekst en een foto.

Lieve lachgaslurkers

Lieve lachgaslurkers

Met regelmaat ren ik een rondje langs het Nieuwe Meer, mooi hoor. Soms over het asfalt, soms door het bos. En daar lag het weer, aan het eind van het onverharde pad waar een rood-wit paaltje de toegang tot groot verkeer verhindert en al jaren een geel bord staat “Tijdelijk afgesloten vanwege schade aan de natuur en ter voorkoming van verdere schade”. Daar, daar lag weer wat overbleef van de nacht ervoor. Ballonnetjes, leeg frisdrankflesje, leeg Capri Sonne-pakje.

Lachgas ballonetjes park natuur
Lachgasballonnetjes.

Ballonnetjes in vrolijke kleurtjes, prachtig voor feestjes, binnenkort vermoedelijk verboden. Ze lossen namelijk niet op, vergaan niet. Blijven eeuwig rondslingeren. Tenzij iemand ze opruimt. Gelukkig gebeurt dat vaak, maar niemand weet hoeveel van die plastic rommel, soms samen met lachgaspatronen, uiteindelijk rond blijft slingeren.

En dat terwijl de dichtstbijzijnde prullenbak echt niet heel ver weg is.

Nog bonter is het parkeerplaatsje bij Tennispark Jaagpad: de ballonnetjes naast de prullenbak. Nul erin. Nada. Je krijgt een roesje van zo’n ballon, maar dat mikken zo lastig wordt…

De bottom line is gewoon: gooi je zooi weg. Zo lastig is het niet. Het kan niemand iets schelen als je lekker aan je ballon wil hangen. Het drugsinfoteam geeft je keurig informatie hoe en wat.

Gelukkig rijdt er met grote regelmaat een wagen van Pantar rond, die halen je troep weg, als het niet al weggeblazen is door de wind, ergens in het water ligt of op een plek ligt waar ze niet komen. Gek worden ze ervan, zei een van de mannen van zo’n vuilophaalwagen met een GTA V-parodie-t-shirt aan.

Treinfietsen

Treinfietsen

Geen fiets in de trein. Eerst besef je niet dat het normaal is, zoiets waarvan je pas merkt dat het een gemis is als het niet meer mag. De fiets in de trein.

Misschien is juist dit het moment te bedenken wat aan het fiets-in-de-trein-systeem beter kan. Het moment van bezinning nu iedereen het openbaar vervoer links laat liggen.

Een voorstel: kom met een fietswagon. Een fietsenstalling op wielen. Na de spits enkele keren per dag via de lange intercitytrajecten tijdens de zomermaanden, zo tussen begin maart en half november.

Het geeft autolozen de mogelijkheid makkelijker verder met de fiets in eigen land te gaan. Of naar Duitsland waar fietswagons in bepaalde gebieden al lang standaard zijn. Vroeger zag je ze ook in de intercity naar Berlijn, geen HSL trouwens, gewoon die boemel. Of België, daar zijn ze ook.

Geef autobezitters de mogelijkheid hun rubber te verwisselen voor staal, de ijzeren weg van het ruimtetechnisch efficiëntere OV.

Critici zullen zeggen dat er een prachtig OV-fietsennetwerk is, dat je je eigen fiets niet nodig hebt. Dat is ook zo! De OV-fiets is ideaal in veel gevallen, voor dat korte, kleine stukje in de stad van een kilometer of wat. Ook is ie nog eens bijna de helft goedkoper dan een fietskaartje voor de fiets-in-de-trein. Maar voor de fietsvakantieganger, fietstoerist, vermoeide toerfietser, door slecht weer overvallen fietser-net-te-ver-van-huis en wat nog meer, is de OV-fiets niet toereikend.

Of gewoon voor de niet-tegenwindfietser, de fietser die het “wind-mee systeem” (sic) gebruikt, beschreven door Bob den Uyl in zijn handleiding voor de rusteloze zwerver ‘Wat fietst daar?

Wat fietst daar? Bob den Uyl, eerste druk, 1970

Met tegenwind fietsen doet volgens Den Uyl zoveel af aan het genot van de toerfietser dat het beter is zo lang mogelijk met de wind mee te fietsen, om dan de trein terug te nemen. De ‘handleiding’ staat overigens vol met meer interessante observaties over ons Nederlandse fietsgedrag, zoals dat we zweren bij een zware gietijzeren fiets in plaats van een lichte toervariant, alsof de Nederlander nog niet doorheeft dat er inmiddels ook lichtere materialen bestaan.

Den Uyl heeft wel een bijzondere hoop, in een tijd waarin het fietsen juist sterk afnam door autobezit, dat voor zijn eigen fietsgenot de rest van de mensen in de auto blijft zitten, anders wordt het te druk op ‘s lands wegen.

Het Medusa-hoofd van Gian Lorenzo Bernini (rond 1640), in bruikleen van de Musei Capitolini.

Rijksmuseum na lockdown

Tussen 10:00 en 10:15 konden we het Rijksmuseum betreden. Binnengaan, een voor een, op anderhalve meter afstand. “Hoe voelt u zich vandaag?” vraagt een jonge suppoost. Goed. Prima, niks aan de hand. Treed binnen. Scan je eigen tijdslotkaartje en museumjaarkaart in een apparaat waarin een geprint kaartje eigenlijk niet goed past.

‘s Lands schatkamer van voorbije eeuwen is weer open voor publiek, 2 juni 2020 weer voor het eerst. De tentoonstelling ‘Caravaggio – Bernini, Barok in Rome’ is er nog. Ik wilde er eigenlijk de laatste dag voor de lockdown naartoe, maar besloot niet te gaan omdat ik me niet prettig voelde bij het idee met honderden mensen opgehokt te staan in een tentoonstellingszaal. Grappig dat ik nu een van de eersten ben die weer mag genieten van al dat moois.

Rijksmuseum vlak na 'intelligente lockdown' in Nederland
Rijksmuseum vlak na ‘intelligente lockdown’ in Nederland, foto 31 maart 2020

Ondanks dat we een vroeg tijdslot hebben, staat er toch een rij bij de entree van de tentoonstelling zelf. Een andere suppoost zei al: kijk anders eerst even in de eregalerij! Maar nee, dat is te min hè, dat is voor toeristen. Dus een half uur wachten, want dat is waar we voor kwamen; het beroemde licht van de agressieve Italiaan, het gehak in marmer van de lieveling van meerdere Pausen, hun tijdgenoten en volgelingen.

Onwennig, minstens twee meter afstand houdend staan we in een op het eerste gezicht nog korte rij. Dat bleek bedrog, want voordat je bij de Philipsvleugel bént, ben je nog zeker vijftig meter onderweg.

Het wachten gaf de mogelijkheid eens heel goed naar alles te kijken. Wat voor wandcontactdozen het Rijks nu eigenlijk heeft, maar ook naar de normaal onopvallende ornamentjes tot voor het eerst eens goed bekijken wat voor Renaissancemuur in de Philipsvleugel staat. Of het bestuderen van de houten trap naar de eerste verdieping, het kunstwerk Shylight van Studio Drift, het porselein in de vitrines en uiteindelijk de tentoonstelling zelf.

Velen luchtig gekleed en toch ‘een bepaald type’ dat daar rondstruinde. In doodse stilte bewoog iedereen zich om elkaar heen in een wonderlijke en krampachtig aandoende dans. Toch ben ik er zeker van dat ik anders nooit de kop van Medusa van Bernini zo uitvoerig en langdurig had bestudeerd als nu. En inderdaad, een magistraal beeld dat weergeeft het moment waarop Medusa van mooie blonde vrouw verandert in een monster met slangenhaar.

De tentoonstelling zelf staat vol met extreem uitgewerkte borst- en andere beelden, prachtige barokke schilderijen en veel meer, maar dit is geen recensie van de tentoonstelling, dit is kijken naar de mensen. De werknemers van het Rijks. Allemaal blij, bijna verlicht.

‘Een vat van vluchtende zielen’, Tu Wei-cheng

Zo sprak ik kort met twee medewerkers van de Caravaggio – Bernini-shop en het geluk straalde er vanaf. Gewoon weer bezig zijn met bezoekers, mensen die nog niet helemaal weten hoe ze nou elkaar moeten ontwijken, Hoe lang ze naar een kunstwerk kunnen kijken zonder dat té lang te doen. En gewoon weer een gesprek met andere mensen. Andere individuen.

Nog even via de Waller-collectie gegaan met prachtige prenten (veel meer tijd voor nemen, komt binnenkort), nog een vluchtige blik in het Aziatisch Paviljoen waar ook nieuwe werken te zien zijn, zoals ‘Een vat van vluchtende zielen’ van de Taiwanese kunstenaar Tu Wei-cheng en het begin van fotografie in Indonesië.

En dan, dan naar de eregalerij. Die plek waar je normaal niet komt. Te snobistisch? Te veel toeristen? Nou, nu niet. Praktisch geen ziel te bekennen, behalve de suppoosten en de onderzoekers aan de Nachtwacht in hun glazen kooi, of eigenlijk ‘Operatie Nachtwacht‘.

Voor het eerst kun je zonder mensen die kleine Vermeers op centimeters afstand bekijken. En de Van Steens, die moet je sowieso centimeter voor centimeter langsgaan om alles te zien.

‘t Voelde als een incourante maandagochtend, maar dan de hele dag. Een vreemde gewaarwording, maar een dikke aanrader aan eenieder die nu tijd wil maken om eens de werken te bekijken waar je normaal misschien van denkt: ja, die kennen we wel. Maar ken je ze wel in het echt?

ps, dit geldt natuurlijk voor alle musea in het land die open zijn, pak dat momentje!

Bomen in Amsterdam

Bomen in Amsterdam

Een van de leukere ontdekkingen die ik de afgelopen tijd deed, was de online kaartfunctie van de gemeente Amsterdam. En nee, ‘s lands hoofdstad is niet de enige met zo’n systeem, maar ik woon er nou eenmaal.

Van al die verschillende interessantere kaarten is de bomenkaart op dit moment voor mij het interessantst, ik wandel immers heel wat af. Praktisch elke boom op gemeentegrond is opgetekend in dit systeem met Nederlandse boomnaam, boomnummer, soortnaam, boomtype, boomhoogte, plantjaar, eigenaar en beheerder.

De kaart is te vinden op maps.amsterdam.nl/bomen en zo leer je al snel dat er niet een soort iep in de stad staat, maar heel wat verschillende soorten. In de buurt van mijn kantoor aan de Wibaustraat vinden we al de gewone iep, Hollandse iep, veldiep en Huntindon-iep. Maar ook de gewone plataan, kersen, zomereiken, dubbelbloemige paardenkastanjes, lijsterbessen, Canadese populieren, gewone esdoorns, valse acacia’s. Nou ja, ga zo maar door.

De oude begraafplaats Huis te Vraag vlakbij de Schinkel blijkt ook een verzamelplaats van meer dan overgroeide grafstenen. De vele verschillende kleuren stippen laten al duidelijk zien dat de verscheidenheid aan begroeiing groot is. Niet alleen dubbelbloemige paardenkastanjes, maar ook een witte paardenkastanje, ruwe, papier-, en zachte berk (ik had geen idee van het verschil), taxus’, beuken bruin en groen, lindes. Veel.

Locatie Huis te Vraag, bron: maps.amsterdam.nl

De gemeente heeft uiteraard ook een eigen verhaal. 270.000 bomen staan geregistreerd dus lang niet alles. Het Amsterdamse Bos staat in de Gemeente Amstelveen, dus daar zijn niet alle 150.000 bomen geregistreerd, al zijn de bomen wel weer van Amsterdam. In totaal schat de gemeente dat er één boom per inwoner is.

Rondstruinen met die kaartfunctie op je mobiel maakt ook je directe leefomgeving weer een stukje interessanter. :)

Wibautpark, links dubbelbloemige paardenkastantje, midden is onbekend en rechts een zomereik
STACK and file managers

STACK and file managers

Some time ago I moved from Dropbox to STACK, a file hosting service from Dutch hosting provider TransIP. For a long time I used the two services side by side, meaning to leave Dropbox at a certain point. But before I really took the step, a few years passed because re-syncing half a terabyte takes quite some effort. Eventually Dropbox made it easy a few years ago when it stopped supporting encrypted ext4 filesystems (which it supports again, but that was too late).

I’ve got to admit some collaboration options are not ideal on STACK. You can’t easily share a directory with someone else and collaborate in that directory. Others would have to download and upload files via a web browser to alter files. It works, but it is not ideal. Many request this as an option, and apparently it is native to OwnCloud, on which STACK is based.

On the other hand it supports WebDAV and sftp which gives it a wide range of possibilities. And 2FA, of course. So overall I’m pretty happy with the service. Only it lacked those nice icons on Ubuntu telling you if a file is actually synced or not…

Add icons in GNOME Files (or other file managers)

It turns out there’s more in the STACK repositories than they tell you when you navigate to the Linux installation page. Just a simple

apt search stack-client

tells you there’s an integration for Nautilus (GNOME Files), Caja (Mate), Dolphin (KDE) and Nemo (Cinnamon/Mint).

This gives you those nice little notification icons at the bottom right of the files or directories which are synced to your STACK.

Using a digital camera ( Canon) as webcam – Ask Ubuntu

Source: Using a digital camera ( Canon) as webcam – Ask Ubuntu

Few additions to the original article (I used the beta of Ubuntu 20.04, but it should work on older versions):
– after installing sudo apt install gphoto2 v4l2loopback-utils when your camera mounts, unmount it (in your normal Ubuntu setup you can unmount the camera using right mouse button in file explorer Nautilus when clicking on the camera in the bar on the left)
– after sudo modprobe v4l2loopback you create a video device with the camera, but when you don’t have another active cam (like the internal webcam of your laptop) you have to set the device to /video0 instead of /video1 or /video2:
gphoto2 --stdout --capture-movie | gst-launch-1.0 fdsrc ! decodebin3 name=dec ! queue ! videoconvert ! v4l2sink device=/dev/video1

When you want to use the camera for tethering in applications like Darktable, you should be able to use the camera without any of the additional applications as shown above, but you must make sure your camera is unmounted as well!

Make sure you use the right setting, like the active camera view or the video setting on the camera. Toy around with those settings on the camera when it doesn’t work.

Amsterdam and its empty streets

Well, enough words have been written about empty cities. The experience is strange. Odd. Weird. Sinister. But also: the air ‘smells’ ridiculously fresh, our city is really gorgeous. Etc. etc. These photo’s were shot last Tuesday night, between 20:00 hours and 21:30. Exif data is not correct ;)

Amsterdam during coronavirus

Ook online is een kroeg handig

Ook online is een kroeg handig

Een kroeg, zo’n ruimte met als centrale en meest belangrijke deel de toog. Tapkranen voor het bier, koelkasten voor andere drankjes, misschien een koffiemachine. En natuurlijk de barman of -vrouw die de drankjes verzorgt, een luisterend oor geeft en verder overal verstand van heeft. Een handig systeem zo’n kroeg, je hoeft alleen maar te weten wanneer ie open is, verder niet. Is ie open? Dan kun je naar binnen, een supersysteem.

Alleen nu even niet handig omdat een kroeg ook mensen bij elkaar brengt, dicht bij elkaar. Helemaal niet handig als er een virus rondwaart dat zeer besmettelijk is. Dan moet ie dicht. Een vrij rigoureuze maatregel die misschien een paar dagen wel te doen is, maar daarna wordt het vervelend. 

Velen duiken nu op systemen met videobellen, sommige systemen ondersteunen zelfs tot honderden mensen tegelijk. Maar al die systemen laten je voor een camera zitten, terwijl je misschien wel samen wil zijn, maar niet samen wil praten. Je kunt je niet terugtrekken in een hoekje met een bekende of onbekende om de laatste sores of pleziertjes te delen.

Maar het grootste nadeel van videochatdiensten is: iemand moet het opzetten. Dan pas kun je er naartoe. Of je kunt het zelf opzetten, maar als je dan even geen zin meer hebt en je sluit het af, dan kan niemand er meer naartoe. Oké, naar de kroeg kun je ook niet als ie dicht is, maar je weet wanneer ie dicht is. Of open. En dan weet je dat er in ieder geval één levend wezen aanwezig is in de vorm van een barvrouw of -man. Kastelein, waard. Hoe je het ook noemen wil.

Daarom: de virtuele kroeg. In een systeem waar de Digitale Stad van inmiddels vele decennia her, jaloers op zou zijn. Eventueel zelfs in virtual reality te bezoeken, een kroeg die altijd open is en waar op gezette tijden sowieso een barman of -vrouw is voor een praatje.

Is de kroeg te klein? Dan maak je hem gewoon groter! Muziekje erbij, eventueel een webcammetje aan. Als je dat wil natuurlijk. En als je iemand niet wil horen, dan loop je gewoon weg. 

Klinkt als iets uit de toekomst? Nee hoor, opensourcewebbedrijf Mozilla bouwde er een systeem voor genaamd Hubs. Ik, we, of wie daar in de nabije toekomst aan mee gaan werken, heten je alvast van harte welkom in onze online kroeg. Hoe de openingstijden er precies uit gaan zien, dat weten we nog niet. Van 17:00 tot 19:00? Of van 21:00 tot 23:00? Misschien wil ook iemand de virtuele deur wel voor de ochtendkoffie opengooien. Kan allemaal. Wees welkom in de virtuele kroeg! Of in ‘De Toog’. 

De eigenlijke tapkast ontbreekt nog, maar hier kun je De Toog vinden:

https://hubs.mozilla.com/6eDBzw2/de-toog

Meedoen als kastelein (m/v/a), altijd al eens in een bar willen werken, maar nooit gedurfd? Let me know!