Cryptovaluta voor dummies 2de editie

Cryptovaluta voor dummies, vernieuwde versie

Hij was al een tijdje uit, maar officieel nog niet leverbaar (want eerst moest de vorige batch uitverkocht zijn). Inmiddels is ie er echt: de geüpdatete versie van Cryptovaluta voor dummies, de 2de editie. Hierin ook aandacht voor het Bitcoin Lightning-netwerk en hoe dat dan werkt met die nodes en die kanalen… Je hoeft het allemaal niet te weten om het te gebruiken, maar het is echt leuk!

Dan natuurlijk nog het stukje Web3 (of web 3.0) en NFT’s. In mijn ogen terecht verguisd de afgelopen tijd, want er werd weer veel te veel met dollartekens naar gekeken en niet over nagedacht. Het geluk van een zogenaamde ‘bear market’, de tijd dat de koers van aandelen of cryptovaluta laag staat, is dat er eindelijk weer rust is verder te ontwikkelen. Het grootste deel van de NFT-projecten van de afgelopen 2 jaar zal spoedig het afvoerputje vinden, maar er blijft altijd wat liggen dat uit kan groeien tot iets moois.

De tijd om je in te lezen is dus NU en niet als de markt weer oververhit raakt :)

Japan automaten

IJskoffie

Mijn liefde voor de koele drank begon in Japan. Ongezoet. Puur. Bitter. Zurig. Afhankelijk van het merk en de kwaliteit van de koffie natuurlijk. Eerst blikjes uit een van de ontelbare, altijd werkende automaten die Japan rijk is, later ook in koffiebarretjes in landen als Taiwan. Een heel enkele keer mocht je in Nederland zo’n blikje ontwaren van ongezoete koffie van een van de bekende merken uit Korea of Japan. Natuurlijk alleen in speciaalzaken en slechts eenmalig. 

Ergens op de Kumano Kodo-route

Koude koffie. Langzaam zag je het spul steeds vaker verschijnen in de schappen van de supermarkten en tankstationboutiques. Alleen altijd een gezoete variant met melk(achtig) spul. Eigenlijk hetzelfde probleem als met ijsthee. In Nederland altijd met suiker of een nog viezer smakende vervanger. Waarom is het onmogelijk om een ongezoete ijskoffie te krijgen? 

In etablissementen die ijskoffie serveren in Nederland is het structureel: iets van melk met zoetige stoffen uit onbestemde flessen. Als je eentje zonder wil, kijken ze je raar aan. ‘Gewoon een espresso, blokjes ijs erbij en ik ben blij’ zeg ik dan. Ze doen het hoor, maar het gaat niet echt van harte.

Een van de bekendste koffietentmerken ter wereld verkoopt zijn gekoelde gezoete waar ook graag hier. Je zou toch denken dat… En wat blijkt: aan de andere kant van de plas, in het land van herkomst, hebben ze het wel. Gewoon in flessen van bijna anderhalve liter of 48 FL OZ. Met hun bizarre maatsysteem. Maar goed, bizar of niet, elke supermarkt heeft ze in de schappen staan. Gekoeld en klaar om mee te nemen. Ideaal en ook nog in verschillende kwaliteiten en dito prijzen. 

Ja, zul je nu zeggen, in Nederland kun je ook best her en der ijskoffie krijgen, ingeblikt of in kleine flesjes. Maar dat is vrijwel altijd online en vaak met bergen extra cafeïne als energydrink of zo exclusief dat je er 10 pakken filtermaling van redelijke kwaliteit van kunt kopen en zelf zo honderden liters koffie of ijskoffie kunt maken.. Heel makkelijk. Gewoon zetten, koelkast, blokje ijs en klaar.

Nieuw boek: Ensie Crypto Encyclopedie

Nieuw boek: Ensie Crypto Encyclopedie

Cryptovaluta en aanverwante zaken komen vaak in het nieuws. Vaak klopt niet veel van de berichtgeving. Een fout is zo gemaakt. Het is ook lastig, zo’n nieuwe taal. Nieuwe woorden, andere ideeën. Voor zij die ingevoerd zijn en al jaren meelopen lijkt dit soms raar. Maar dingen hebben tijd nodig om te groeien. Weten we nog dat internet langzaam begon door te dringen tot het grote publiek na jaren een verborgen bestaan te hebben gehad binnen de muren van universiteiten? Een zin als ‘even een filmpje streamen’ had in 1995 vrijwel niemand begrepen. Het kon praktisch ook niet trouwens. Wat wel kon was een e-mail sturen of een webpagina bezoeken. Hoe moest je dat toen uitleggen aan leken? En ook gevorderde gebruikers raakten vaak met jargon in de knoop.

Uiteindelijk gaat het allemaal om taal. Taal leeft. Oude woorden raken in vergetelheid. Nieuwe termen verdringen ze soms onnodig. In geval van bitcoingerelateerde zaken gaat het om veel combinaties van oude(re) technieken en nieuwe toepassingen daarvan. Toepassingen die eerst niet buiten de kamers van cryptografen, speltheoreten en andere minder bekende onderzoeksgebieden kwamen. Daar was het jargon geen probleem. Dat veranderde. Nu ineens was het nodig om ingewikkelde termen te versimpelen voor het grote publiek met de nodige kleine en grote fouten in dergelijke hertalingen.

Daarom is een naslagwerk zo handig. Een encyclopedie zo u wilt. En ook nog eens heel mooi vormgegeven met harde kaft! En een woord vooraf door de in Nederland wereldberoemde gebroeders Slagter. Bert en Peter, dank!

Ook veel dank aan Viktor Baltus die de illustraties verzorgde en de prachtige uitwerking van de omslag met het verborgen bericht uit het eerste blok van de bitcoinblockchain, of het Genesis-blok. Dit kan natuurlijk niet zonder de hulp van iemand die het ook het boek zelf vormgeeft, Valerie Maas.

Als laatste de meelezers, onder andere van de Blockdam-groep, een Meetup-groep die wekelijks samenkomt in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Heren, ja, alleen heren, dank voor de geestelijke ondersteuning en het af en toe meelezen. Het echte meeleeswerk gebeurde uiteindelijk door Marnix Schoorel, een bekende uit de bitcoincommunity.

Een encyclopedie is een mooie vorm van kennisoverdracht. Het moet beknopt zijn en begrijpelijk. Ik hoop dat in ieder geval duidelijk is dat in de papieren versie ‘doorklikken’ werkt met behulp van cursieve woorden in de tekst: is een woord cursief? Dan is er een lemma van!

Zie je dingen waarvan je denkt waar je vraagtekens bij stelt? Laat het weten! Ondanks de zorgvuldige checks kan er wat zijn gemist.

Bestellen of kopen? Dat kan uiteraard via je lokale (offline) boekhandel of via uitgever Ensie.nl met (lightning) BTC!

Het elektrische-fiets-wel-of-niet-dilemma

Het elektrische-fiets-wel-of-niet-dilemma

De stad zonder fiets kan ik mij niet voorstellen. Je bent in no-time van A naar B. Bijna alles is onder de twintig minuten te fietsen en je past overal tussendoor. Dit betekent dat ik vrijwel elke dag in totaal minstens zo’n dertig tot veertig minuten fiets, iets tussen de vijf en acht kilometer per ritje, dus dat maal twee. Dat doe ik vrij rap op een stadsfiets-met-terugtraprem-maar-wel-met-snel-verzet (ik meen 15 in plaats van 16 tandjes achter, dan ga je nét iets sneller dan de rest). Ander voordeel is dat ik niet van sport hou en daar dus praktisch niet aan hoef te denken, fietsen en een verder vrij actieve levensstijl doet zijn werk.

Soms fiets ik verder. Binnen de ring van Amsterdam, maar wel bijna de maximale afstand. Zo’n veertig minuten enkele reis, 35 met alle stoplichten op groen en wind in de rug. Eigenlijk net niet prettig met een versnellingsloze stadsfiets, zeker als je ook nog te veel spullen meesleept op je rug en een onhandig opgehangen tas aan je stuur. Het is niet onoverkomelijk voor een keertje, maar als het dan een paar keer per week wordt. Twijfel. Als het ook nog stevig waait, dan is de lol er snel af.

“Neem een elektrische fiets” zeggen mensen dan. Vaak heb ik eraan getwijfeld, tot ik onlangs vijf minuten op zo’n ding zat. Dat ging wel heel erg makkelijk… zoefvvv… en je bent de brug op. De tegenwind lijkt niet te bestaan. Geniaal. Heerlijk zou ik het zelfs willen noemen. Het gemak. Je ziet jezelf probleemloos 30 kilometer fietsen naar oorden waar je anders OV of een auto naartoe zou nemen. Aan de andere kant doe ik dat net zo makkelijk op de racefiets, die heeft alleen weer andere nadelen. 

Beweeg je eigenlijk wel met zo’n elektrisch apparaat? Daar ben ik nog steeds niet helemaal uit. Sommige ervaren e-bike-berijders zeggen dat het er inderdaad voor zorgt dat je alsnog naar de sportschool moet. Anderen zeggen dat je de trapondersteuning gewoon niet zo hoog moet zetten. Allen zijn het er wel over eens: je beweegt minder. 

Een bijna duivels dilemma, al is het vooral een luxeprobleem. En geld, gratis zijn ze over het algemeen niet.

Hoog tijd eens bij een fietsenmaker naar binnen te stappen, gespecialiseerd in elektrische fietsen en prachtige supersnelle ‘gewone’ fietsen. “Moet ie altijd buiten staan?” vraagt hij, om vervolgens zelf het antwoord al te geven. “Ja zeker hè.”

“Eh, ja inderdaad”, antwoord ik. “Even naar boven tillen is geen optie, behalve als je een keer langer weg bent misschien.” Ik ken mensen in huizen met tuinen en zo, die hebben dan én een racefiets én een gewone fiets (vaak met versnellingen) én een elektrische voor de lange afstand naar de stad of wat dan ook. Dat is voor mij als stadsbewoner op 3-hoog toch anders. Eens in de zoveel tijd sleep ik, niet geheel van harte, mijn racefiets naar beneden. De man van de fietsenwinkel is duidelijk: “Elektrische fietsen zijn niet heel goed in altijd buiten staan. Eigenlijk zijn ze daar niet voor gemaakt.” Ook niet echt een aanbeveling. Ik opper nog Vanmoof, de fiets die ik in de 2011-versie nog steeds rij zonder elektrieke hulpmotor. Die vindt hij eigenlijk maar niks, al worden ze wel langzaam een stukje beter volgens hem. Vooral mijn fiets is totaal uit verhouding. Tja, klopt ook wel, mijn houding is wel wat krommig. Als ik op een fiets zou fietsen met versnellingen en een goede houding, zou ik volgens hem ook helemaal geen elektrische ondersteuning nodig hebben. Omdat ik soms racefiets, weet ik dat dit zomaar eens waar zou kunnen zijn.

Stel, ik zou een tweede fiets overwegen, elektrisch of sport-zonder-elektromotor,dan moet die ook beneden in het rek. Naast de vraag: ‘houdt ie het dan ook jaren uit’? Is het ook een beetje aso, het is hier immers nogal vol in de rekken, tel daar een paar van die onuitstaanbare fietskratten bij op en er past geen fiets meer bij. Dan de gewone stadsfiets eruit? eh, nee, liever niet. En ook steeds dat zeurende stemmetje in mijn achterhoofd over die onontbeerlijke beweging waardoor ik niet hoef te sporten. Een bijna calvinistische luiheidsangst grijpt me aan. Lastig, ik ben van alles, maar religieus kun je me niet noemen. 

Misschien moet ik het probleem anders bekijken. Benoem waar het om gaat: langeafstandsvervoer per fiets binnen de ring van Amsterdam. Dit betekent: vrijwel alleen maar stadswegen, geen lange afstanden waar je goed kunt doortrappen. Veel slecht wegdek, veel wegafsluitingen, veel hobbels. Misschien wel ideaal met een e-bike in verband met optrekken. Een paar kilometer is wel goed genoeg voor hogere snelheid, maar is dat voldoende? Wat rechtvaardigt dat ik een batterij voor mijn gemak moet laten maken om daarmee iets lichter vooruit te komen dan nu? Draag ik zelf niet ineens bij aan iets waar ik een beetje een hekel aan heb? Die vermaledijde snelle e-bikers met als summum-van-haat mijnerzijds de fatbikes? Is er niet een betere oplossing? Gewoon een goede fiets mét versnellingen? Dan blijf je ongemerkt aan je conditie wekken en zul je waarschijnlijk comfortabeler fietsen dan ik nu doe op die 12 jaar oude Vanmoof met enkel (maar snel) verzet.

Inmiddels weer het voorbagagedragertje erop gezet, geheel vergeten dat die nog ergens lag

Begrijp me overigens niet verkeerd, ik denk dat op veel plekken in de wereld e-bikes ideaal zijn. Toen ik in San Francisco ooit op een motorloze huurfiets die bergen in die stad op probeerde te fietsen begreep ik dat mensen op veel plekken op deze wereld echt pas gaan fietsen als ze trapondersteuning hebben. Stuk beter dan de auto. Maar die gebruik ik nu ook al niet voor ritten binnen de stad (daarbuiten ook nauwelijks trouwens).

Lijkt het er nu op dat ik mijzelf toch naar een volledig door menskracht voortbewogen fiets toe beredeneerd heb? Je zou het eigenlijk gewoon eens willen proberen, maar ik zie niet helemaal gebeuren dat ik even een paar fietsen voor de deur zet om dat ook daadwerkelijk te doen. Fietstests van organisaties als de ANWB en Consumentenbond lijken zich alleen maar te richten op oude van dagen, dus daar heb je ook niks aan. Wat wil ik eigenlijk? Oh ja, daar begon ik mee. Ik wil: blijven bewegen en toch comfortabeler fietsen. Daarnaast wil ik ook met minder problemen veel meuk meeslepen, zonder dat je een bakfiets nodig hebt. Maar een fietskrat is uit den boze omdat het een ruimtevreter is in de stad. Een rugtas is prima, maar als het warm is zweet je je de pleuris. Het idee van die ouwe Vanmooffiets van mij was ooit dat het een perfecte stadsfiets zou zijn, nou ja, aangezien ik hem al bijna 12 jaar gebruik laat wel zien dat ie dat wel is. Toch zou ik opteren voor een nieuw soort stadsfiets, eentje die nét iets meer kan maar wel in elk fietsenrek past. Zelf ontwerpen dan maar?

USB-C en laptopladen

USB-C en laptopladen

Ondanks dat USB-C al een tijdje bestaat, blijft het een groot moeras als het gaat om duidelijkheid. Ik kocht inmiddels weer bijna een jaar geleden mijn nieuwe laptop (zie review op Tweakers) en was blij dat ik eindelijk van mijn laadkabels af zou kunnen, want: USB-C-laden! Geen gedoe meer, toch?

Nee, helaas. Het bleek dat een Intel H-processor (in dit geval een Core i7 11370h) minimaal 90-watt aan laadvermogen vereist via USB-C. Wist ik niet, wist niemand niet. Staat nergens. Ik kan het ook niet meer terugvinden trouwens, alleen de tekst van mijn heen-en-weer-mailen met een Tweakers-redacteur over het aangeven van minimale USB-C-power-output van monitoren vlak nadat ik had uitgevonden waarom USB-C-laden niet werkt met een 65-watt Anker-lader en wel met een 95-watt HP-lader (je moet ook altijd alles annoteren blijkt maar weer).

Met die kennis in het achterhoofd kocht ik een Rebelcell Power Rebel 48K Powerbank. Capaciteit: maximaal 153.6Wh. Mooi dacht ik. Maar nee, het blijkt anders te liggen: de USB-C-output is maximaal 20,3 volt bij 3 ampère, ofwel: 60,9 watt. Te weinig, en inderdaad: laden als de laptop aanstaat werkt niet.

Gelukkig kwam ik er vandaag achter dat het wel werkt als de laptop in stand-by of uit staat. Schijnt ook bij nog lagere wattages te werken, dus dat is goed om in het achterhoofd te houden.

Krijn Soeteman Auteur ENSIE

Nieuw boek in de maak: Crypto Encyclopedie

Sinds medio 2021 ben ik bezig met een nieuw boek rond cryptovaluta en dan met name Bitcoin. Het boek behandelt uiteraard ook andere systemen en over het algemeen fungeert Ethereum dan als voorbeeldcryptovaluta. Het boek komt ergens in de komende tijd uit, wanneer precies durf ik nog niet te zeggen, al kan er al wel besteld worden via de uitgever Ensie.

Het is geen ‘gewoon’ boek, maar het is een encyclopedie, een naslagwerk voor als je het even niet meer weet.

In zo’n 200 lemma’s, variërend van waarom er ooit in de verre toekomst bijna 21 miljoen bitcoins zouden moeten zijn tot de zilverstandaard, scheer ik over allerlei termen die op zich kunnen staan, maar vrijwel altijd onderdeel zijn van grotere systemen.

Is een boek over zo’n onderwerp ooit ‘af’? Ja, gelukkig wel. Uiteraard zullen er zaken veranderen in de toekomst, maar de basis van bitcoin en daarmee ook veel andere cryptovaluta is gelukkig weinig aan écht grote verandering onderhevig waardoor de basis niet meer zou kloppen.

Als het uiteindelijk echt uit is, zal ik zorgen dat het boek in ieder geval hier met (lightning)-bitcoins te krijgen is!

De kunst van het nadenken of hoe je karton tot handzame stukjes kunt verwerken

Men neme een moment om de doosvorm te bekijken om te weten hoe het karton bij elkaar gehouden wordt. Is dit a) met plakband? b) met lijm? In geval a: men neme een mes of ander scherp voorwerp en snijdt het plakband door. In geval b: men trekke de doos met de handen bij de plakranden los. Vervolgens bekijkt men het totale formaat en of dit wel of niet goed in de opening van een papier- en kartoncontainer past. Past dit niet goed? Dan maakt men het geheel kleiner door c) vouwen of d) scheuren, knippen of snijden in kleinere stukken. Tijdens het in een container plaatsen van het goed, let men op of het geheel inderdaad goed naar beneden valt. Is dit niet het geval, helpt de verpakkingsmateriaalweggooier het geheel een handje door een combinatie van noeste hersengymnastiek, logisch nadenken en uiteindelijk een korte fysieke handeling om het karton de weg naar beneden te helpen vinden.

Dat waren verdomd veel woorden voor iets heel erg simpels, althans op het eerste gezicht. Hoe vaak is het niet het geval dat de uitpuilende papiercontainer met wat duwen van de voet in de bovenste opening ineens helemaal leeg blijkt te zijn? Vaak. Heel vaak. Net weer een grote lading naar beneden geduwd. Ding verder praktisch helemaal leeg. Gelukkig is het weer zover nu ik een uur later naar buiten kijk: iemand heeft in de onderste zogenaamde ‘kartonklep’ het een en ander naar binnen geduwd en blijkbaar besloten dat het niet meer past. Deze ouwe achter het raam zittende man weet vrij zeker dat dit niet het geval kan zijn (update na schrijven van dit hele verhaal: iemand anders heeft de verleiding niet kunnen weerstaan en het probleem opgelost).

Je zou iedereen verplicht op stage kunnen sturen in een winkel of andere omgeving waar veel met dozen gewerkt wordt om te leren hoe je makkelijk een doos vouwt of uit elkaar haalt. Maar come on, het is echt geen rocket science. Het is gewoon ultieme luiheid en een totaal onbenul als het gaat om het woordje ‘samenleving’.

Het is werkelijk bijzonder om te zien hoe mensen die probleemloos duizenden euro’s voor een joekel van een tv of een elektrische fiets neertellen, die dingen in grote dozen aan de deur afgeleverd krijgen en daarna de doos achteloos op straat slingeren, het liefst voor de bak zonder enige moeite om het erin te krijgen. Als er adressen opstaan, kun je er nog langsgaan en het aldaar voor de deur zetten of aanbellen en eens zien wat voor vlees je eigenlijk in je buurtkuip hebt.

De grote vraag die blijft staan is, waar komt dit gedrag vandaan? Hoe kan het dat niemand verantwoordelijkheid neemt voor het stukje stad waar men woont? En zelfs de mensen die dat wel doen, lijken op dat vlak zeer onverschillig als het om de papiercontainer gaat.

Tot een paar jaar geleden zat er een klein eetcafé vlak naast onze lokale vuilnisbelt. Dat scheelde, want de eigenaar hield structureel een oogje in het zeil. Nadat hij door constant personeelstekort besloot te stoppen, kwam er een 100-in-een-dozijn-koffietent met verder vriendelijk personeel. Het is alleen niet hún tent en hoe de omgeving eruit ziet lijkt ze weinig te interesseren.

Is dit niet anders op te lossen? Je zou schijnoplossingen kunnen gaan gebruiken, zoals vaker schoonmaakwagentjes langssturen of een soort van flitsbedrijf beginnen met een naam waar iets als carton removers in verwerkt zit om het direct lekker internationaal te maken, voor je het weet heb je een unicorn-status.

De rot zit vermoedelijk veel dieper. We weten ons geen raad met de hoeveelheid spullen die we steeds maar willen hebben. We zijn totaal overstuur. Nadenken hoeft bijna nooit meer, apps doen het wel voor je. Je hoeft niets meer zelf te kunnen, laat staan een stukje karton vouwen of kleiner maken. Je zou d’r bijna een professional voor laten langskomen, inclusief handtekeningen om eventuele liabilties af te kopen, ook wel aansprakelijkheid in het Nederlands.

Iets meer samen. Dat zou fijn zijn. En ja, ik geef toe dat het niet heel makkelijk gemaakt wordt met dat afstand houden…

Vrijwel gratis en supersnel: Lightning, de snelle laag  bovenop bitcoin

Vrijwel gratis en supersnel: Lightning, de snelle laag bovenop bitcoin

Dit artikel verscheen eerder op Tweakers

Het Lightning Network, of LN, boven op het bitcoinnetwerk is al jaren de grote belofte om transacties supersnel en praktisch gratis te maken. Inmiddels werkt het systeem al ruim twee jaar naar behoren. Voor de eindgebruiker moet het allemaal heel simpel zijn, maar achter de schermen is het zeer complex om een decentraal, trustless systeem te bouwen. We doken in de techniek achter Lightning. Wat is dat toch met dat decentrale netwerk van nodes dat door echte bitcoins wordt gebruikt boven op de robuuste, maar relatief trage bitcoinblockchain?

Vrijwel direct en bijna gratis

Het LN is een oplossing voor problemen waarmee het bitcoinnetwerk al vanaf het begin te maken heeft: traagheid, een laag maximaal transactievolume en de mogelijkheid van hoge transactiekosten. Dat laatste is afhankelijk van de drukte op het netwerk. Die traagheid van de bitcoinblockchain is er niet voor niets; het is een belangrijk onderdeel van de veiligheid van het systeem. Wil je een snellere blockchain? Kan, maar dan lever je in op veiligheid en foutmarges. Wil je grote blokken van een blockchain? Kan, maar dan lever je onder andere in op de mogelijkheid overal goedkoop en makkelijk nodes te draaien om het netwerk decentraal te houden. We willen hier geen discussie over blokgrootten beginnen, maar in 2017 waren velen het erover eens dat er iets moest gebeuren om snellere, goedkopere en tegelijk kleinere transacties beter te faciliteren. Dit werd later dat jaar mogelijk door de toevoeging van segregated witness, of segwit, aan het bitcoinprotocol.

Transactiefees van ethereum en bitcoin op txstreet.com, visualisatie waarbij transacties als figuurtjes worden voorgesteld en de blokken als bussen die volgeladen worden. Screenshot d.d 4 januari 2022

Segwit kwam niet uit het niets en was al jaren in ontwikkeling. Parallel daaraan werd het LN ontwikkeld naar aanleiding van een whitepaper die in februari 2015 uitkwam. Inmiddels zijn twee Lightning-implementaties leidend: Lightning Labs’ LND-implementatie en Blockstreams c-Lightning-implementatie, maar er zijn meer communityprojecten. Ons verhaal gaat over de basis van Lightning en hoe het werkt.

In de basis werkt Lightning door een peer-to-peernetwerk van betaalkanalen op te zetten in de vorm van smart contracts op de bitcoinblockchain, samen met een communicatieprotocol dat bepaalt hoe deelnemers deze smart contracts moeten opzetten en uitvoeren, schrijft Andreas Antonopoulos in Mastering the Lightning Network. Eigenlijk zet je een tijdelijk transactieboekje op, gekoppeld aan een ander tijdelijk transactieboekje. Dit doe je door een 2-uit-2-multisignaturetransactie uit te voeren vanaf een Lightning-node en daarmee bitcoins of een stukje daarvan in een kanaal vast te zetten met een andere node. Dit betekent simpelweg dat jij de ene sleutel hebt en de kanaalpartner de andere.

Laten we voor het gemak met 1 miljoen satoshi rekenen. 1 satoshi of sat is een honderd miljoenste bitcoin, de kleinste hoeveelheid bitcoin die er is. Je hebt je 1 miljoen sats vastgezet in je kanaal. Om dat te doen, heb je in feite een gewone bitcointransactie uitgevoerd van bitcoinadres A naar een nieuw bitcoinadres B van je multisignaturetransactie. Het verschil is dat die 1 miljoen satoshi niet meer direct op de bitcoinblockchain ‘vaststaat’, maar net zo lang heen en weer geschoven kan worden met behulp van een hash time locked contract, of htlc, in een kanaal totdat het kanaal gesloten wordt. Ofwel: totdat de transactie wordt teruggehaald naar de basis van het netwerk: de bitcoinblockchain.

Stel, je hebt 500.000 sats overgemaakt naar iemand met wie je een kanaal opende. Dan heb je nu 500.000 sats minder. Als het kanaal gesloten wordt, worden de off-chaintransacties gesloten en gesetteld op 500.000 voor jou op een nieuw bitcoinadres en, ervan uitgaande dat de ander ook 1 miljoen had vastgezet, 1,5 miljoen voor de ander.

Dat klinkt leuk, maar je had toch ook gewoon die 500.000 sats on-chain kunnen overmaken naar die ander? Klopt. Alleen dan had de transactie tenminste tien minuten geduurd voordat er één bevestiging binnen was. Omdat iemand in de tussentijd nog kan zorgen voor het terughalen van het geld, moet je daar eigenlijk op wachten, al is dat voor kleine bedragen erg omslachtig. Daarnaast kan het druk zijn op het netwerk en betaal je ineens 10.000 sats om de transactie snel te laten doorgaan. Of je betaalt te weinig en dan moet je misschien wel dagen of weken wachten voordat de transactie rond is.

Daar ben je bij het bijzondere van het LN; zolang je je kanaal met de ander niet sluit, kun je oneindig bedragen heen en weer sturen tegen geen of zeer lage kosten. Het enige dat je steeds doet, is opnieuw een transactie aanmaken en tekenen in zo’n htlc met behulp van je geheime sleutel. Aanmaken en tekenen. Aanmaken en tekenen.

Je kunt een Lightning-kanaal vergelijken met een bar, waar je met de barvrouw een kanaal opent van zeg 50 euro. Bij elke besteding updaten jij en zij de rekening off-chain. Als je vertrekt, gaat de laatste versie van de rekening naar de blockchain. Als je dit in het echt zou doen, zou dit betekenen dat je steeds met iemand een kanaal moet openen en dat openen gaat met die multisig-transactie die… weer on-chain uitgevoerd moet worden, wat dus tenminste tien minuten kan duren en ook nog eens extra transactiekosten met zich meebrengt. Dat wil je dus eigenlijk niet.

Als je niet sluit, ontstaat vanzelf een netwerk van allerlei nodes die met elkaar in contact staan. Het blijkt dus wonderwel te werken als je een groot netwerk hebt waarin iedereen elkaar min of meer kent, of in ieder geval kan vinden, en niemand zijn kanalen met anderen sluit. Dan kun je constant waarde heen en weer schuiven tussen al die kanalen tegen geen of heel lage transactiekosten en vrijwel zonder wachttijd. Iedereen laat zijn kanalen openstaan en leert door gossip op het netwerk welke nodes met wie verbonden zijn. Door de gossip op het netwerk weten nodes routes te verzinnen naar het gekozen eindpunt van de betaling.

De deelnemers in het netwerk houden hun kanalen dus open en het geld wordt via die kanalen heen en weer gestuurd. Als er een transactie langskomt, wordt die met behulp van een htlc eerst vastgezet, totdat de hele cyclus is afgerond. Dan wordt het transactieboekje aan beide kanten van het kanaal geüpdatet met de laatste transactie.

Wat er eigenlijk gebeurt: de gebruiker gaat een rekening, of invoice, betalen. Daarin staat allerlei informatie, bijvoorbeeld over specifieke onderdelen van de route. Na het activeren van de betaling gaat het systeem de kortste en goedkoopste route zoeken naar de tijdelijke invoice. Vervolgens is bekend hoeveel de hele route kost in satoshi’s of zelfs millisatoshi’s. Het hele te betalen bedrag en de transactiekosten worden meegestuurd en op elk onderdeel van de route wordt tijdelijk een htlc vastgezet. Als het hele bedrag aan het eind is, kan die node de betaling claimen doordat hij de juiste sleutel heeft: secret R in het plaatje. Dan gaat er informatie terug, worden de htlc’s afgerond en zijn de waarden in de kanalen verschoven. Bij die verschuivingen blijft de totale waarde van de routingnodes gelijk, alleen de waarde in de kanalen schuift heen en weer. Alleen de eerste en de laatste nodes krijgen daadwerkelijk een andere balans.

Het systeem zorgt ervoor dat niemand elkaar hoeft te kennen om toch betalingen uit te kunnen voeren op een veilige manier binnen een decentraal meshnetwerk.

Voorbeeld van een betalingsroute door een LN waarbij Alice 1,003 btc verstuurt naar Eric en elke node 0,001 btc inhoudt als kosten. Bron: Mastering Bitcoin, Andreas Antonopoulos, CC BY-SA 4.0

Toch blijven er nog heel wat vragen staan bij zo’n simplistische voorstelling van het LN. Om daar meer over te weten, spraken we met Joost Jager, onafhankelijk Lightning-ontwikkelaar. “Dat barvoorbeeld met die 50 euro is mooi, elke partij kan de laatste transactie pakken, naar de blockchain gaan en dan het geld eruit halen waar ze recht op heeft.”

Dat kan ook als een van beide partijen verdwijnt, legt hij uit. “Iedereen kan op de blockchain settelen wanneer hij wil. Je kunt wel zonder te betalen weglopen uit de bar, maar dan kan de barman alsnog met de laatste versie van de transactie het tegoed opeisen.” Maar wat als iemand dan met een oudere versie van het transactieboekje naar de blockchain gaat waarin hij meer geld aan zijn kant van het kanaal heeft staan? Jager. “Dan, en dat is het geniale van Lightning, verliest de partij die valsspeelt zijn hele tegoed in dat kanaal. Ze eindigen op nul. Deze penalty zorgt ervoor dat beide partijen eerlijk blijven handelen. Dit geeft het vertrouwen om niet steeds naar de blockchain terug te moeten gaan.” Door deze eigenschappen hoeven mensen hun kanalen dus niet te sluiten en ontstaat er echt een netwerk, waardoor je geen directe kanalen hoeft te hebben met de uiteindelijke ontvanger.

Het hele systeem werkt op simpele hardware, zoals een Raspberry Pi. Dat maakt het aan de ene kant heel bereikbaar, maar vraagt op dit moment nog best een aardige investering aan kennis en wellicht ook geld dat de gebruiker in de node wil vastzetten. Jager: “Er zijn groepen mensen die hobbymatig zelf thuis Lightning-nodes draaien. Dat is natuurlijk fantastisch, maar je moet niet onderschatten wat erbij komt kijken om een routingnode succesvol te maken. Dat is echt een vak apart. De kanalen moeten bijvoorbeeld actief onderhouden worden en ook is het belangrijk om verbindingen te hebben met strategische nodes op het netwerk. Routingnodes beginnen professioneler en groter te worden. Achter sommige van deze nodes zitten bekende bedrijven uit de bitcoinspace, met een goede reputatie. Dit is voor sommige partijen belangrijk. Bijvoorbeeld om in het geval van problemen de mogelijkheid te hebben om contact op te nemen. Ook zou het kunnen dat er op een dag regels komen voor routingnodes. Ik hoop het niet, maar wellicht wordt het ooit verplicht voor bedrijven die op Lightning aangesloten zijn, om enkel gebruik te maken van routingnodes die logfiles bijhouden van het betalingsverkeer.”

Jager wil dat Lightning een succes wordt en zou daar wel wat concessies in willen doen. “Bitcoin heeft een eindige supply. Afrekenen met bitcoin is daarom op zichzelf al revolutionair. Lightning is hierbij essentieel voor schaalvergroting. Tegelijk voegt Lightning privacyeigenschappen toe waarmee overheden het moeilijk kunnen hebben. Ik ben een voorstander van privacy, maar als het uiteindelijk aankomt op adoptie versus privacy, dan kan het lonen om wat water bij de wijn te doen. Eindigen met een betaalnetwerk waar geen enkel bedrijf aan mee mag doen, is ook moeilijk een winnende uitkomst te noemen.”

Andere dingen settelen kan ook. Zo kun je heel snel van Lightning-bitcoins, of LN-btc, naar andere valuta via een wisselkantoor of atomic swaps. Het netwerk blijkt veel meer te zijn dan alleen een systeem om LN-btc’s van A naar B te schuiven. Het blijkt een systeem om alles waarbij zekerheid van de transactie nodig is, te kunnen ondersteunen, dus ook een wisseldienst van LN-btc naar dollar of wisseldiensten tussen welke valuta dan ook. Het bekendste voorbeeld van het gebruik van dit systeem vinden we in El Salvador, waar bitcoin wettig betaalmiddel is geworden, niet in de laatste plaats om het overmaken van geld naar het land makkelijker te maken. Hoe dat er achter de schermen precies uitziet, is niet helemaal duidelijk. Wat wel helder is, is dat er een custodian tussen moet zitten waar, in het geval van een dollartransactie, heel snel dollars in LN-btc worden omgezet en vise versa.

Jager geeft nog een aantal voorbeelden waarbij het praktisch is om Lightning te gebruiken om valutastromen te coördineren, zoals bij bedrijven die verschillende vestigingen in verschillende landen hebben. Die kunnen zo makkelijk binnen het bedrijf geld heen en weer sturen, en de traagheid en kosten van traditionele internationale betalingen omzeilen.

Implementaties

Jager werkte zelf aan Lightning Labs’ implementatie, LND genaamd, maar er zijn meer implementaties. “Wat de basisfunctionaliteit betreft zitten de verschillen vooral in de api, zoals welke informatie je uit een node kunt halen. Dat is dus vooral voor ontwikkelaars van belang. Implementaties onderscheiden zich door de extra functionaliteit die ze bieden. In c-Lightning zijn bijvoorbeeld dualfunded channels toegevoegd. Dan open je een kanaal waarin beide partijen de helft kunnen financieren bijvoorbeeld. Voorheen begon een kanaal altijd met de balans volledig aan één kant en het balanceren van het kanaal was een aparte operatie. LND is met atomic multipath payments gekomen, ofwel amp. Multipath-payments waarbij de betaling uit verschillende kanalen gecombineerd kan worden, bestonden al, maar bij amp kan de ontvanger pas het geld claimen als alle delen zijn binnengekomen: atomic.”

Het belang van de tweede laag boven op het bitcoinnetwerk, die overigens ook op andere systemen toe te passen is, lijkt nu al groter dan iemand zich ooit had kunnen voorstellen. En het begon allemaal met een bètanetwerkje van nodes, ergens begin 2018.

En de toekomst, waar gaat Lightning naar toe? “De complexiteit is groot, het houdt niet op. Er zijn nog veel open einden als je kijkt naar de specrepository, waar protocolwijzigingen worden voorgesteld. Daar zit van alles in dat we nog moeten oplossen. Een eenvoudiger alternatief voor Lightning zou mooi zijn, maar zolang dat er niet is, blijven we verder ontwikkelen op de huidige weg. Mede door El Salvador is Lightning erg in de picture gekomen. Het is nu vooral nodig dat er een andere groep gebruikers wordt aangesproken, niet alleen bitcoinenthousiastelingen”, zegt Jager. “Als meer bedrijven en instellingen Lightning gaan gebruiken, komen daar ook requirements uit die terugvloeien naar de infrastructuurlaag.”

Al met al is Lightning een eerste stap boven on-chain. “Je kunt niet zeven miljard mensen een kanaal op de bitcoinblockchain laten openen. Schaalbaarheid blijft een ding, maar wat we nu hebben met Lightning, is een mooie eerste stap”, zegt Jager.

Uiteindelijk moet er gewoon gebouwd worden door ontwikkelaars die het gaan toepassen. Jorijn Schrijvershof, freelance softwareontwikkelaar en binnen de Nederlandse bitcoingemeenschap een bekende naam, is ervan overtuigd dat het nog erg schort aan de kwaliteit van documentatie. “Je moet alles nog zelf uitvinden en daarom ben je al snel een expert op dit gebied. Dat komt ook doordat er nog geen grote georganiseerde partij is die zaken aanbiedt. De documentatie komt van hobbyisten, zoals ik, en dat maakt het een heel gefragmenteerd landschap.”

Complex en veel potentie

“Je bent wel met geld bezig. Een ontwikkelaar kan het zich allemaal wel in een paar weken eigen maken, maar dan? Je wilt niet een node opzetten en dan ineens je bitcoins kwijtraken. Uiteindelijk zal de markt behoefte hebben aan een nieuwe functie; iets als bitcoinnetwerktechnicus.”

Schrijvershof noemt als voorbeeld Jack Mallers, die met het bedrijf Strike Lightning-betalingen en fiat-geldbetalingen faciliteert en ook in El Salvador een belangrijke functie vervulde. “Mallers heeft heel hard geïnvesteerd in een Lightning-structuur die hij zelf heeft opgezet. Over de hele wereld heeft hij LN-nodes opgetuigd. Die staan allemaal met elkaar in verbinding met privéroutes. Dus hij heeft overal liquiditeit beschikbaar en heeft deals met lokale exchanges om lokale valuta te kunnen gebruiken. Hoe dat achter de schermen zit, is mij niet bekend. Met de basis die hij heeft opgebouwd, kun je heel goed schalen en daarbovenop diensten bouwen.”

Een goede manier om veel te leren over het netwerk, is zelf een node opzetten, iets wat hij ooit deed, maar inmiddels is die node offline. “Zelf een node hebben, is vooral praktisch als je een webshop of iets dergelijks hebt.” In zijn ogen is het een vak apart en zelf een node hebben heeft vooral tot gevolg dat je geld vaststaat en ook nog eens in een hot wallet, die met internet verbonden is met de bijbehorende risico’s.

“Bitcoins zijn programmeerbaar geld en daar kun je heel veel mee doen. Je kunt er data in opslaan. Je kunt je voorstellen dat je in de toekomst gaat betalen voor specifieke data, zoals een weersvoorspelling. Door een LN-node neer te zetten voor de website, gekoppeld met een reverse proxy zoals Aperture, en die vervolgens zo te configureren dat het verzoek alleen wordt doorgelaten als ervoor betaald is. Er is een antwoordcode in het Hypertext Transfer Protocol, of HTTP: 402 Payment Required. Die vraagt om betaling. Dan krijg je een LSAT-token, die lokaal op je computer staat, en na betaling wordt je verzoek doorgelaten. Is je token verlopen, dan moet je weer betalen. Je hebt geen database meer nodig om abonnementen en dergelijke op te slaan, dat zit gewoon allemaal het systeem, dus dat is ook goed voor de privacy. Je hebt geen gegevens meer die op straat kunnen komen te liggen en je hebt er zelf honderd procent controle over. Een ander voorbeeld is een spamfilter op je e-mail, waarbij de zender moet betalen om de mail door te laten gaan. Dat kun je doortrekken naar Twitter DM’s, gaming of eigenlijk alles waarbij betaald kan worden. Laagdrempelig en vrijwel geen transactiekosten. Prachtig toch? Zet een node op en probeer het gewoon eens. Experimenteer!”

Dit artikel verscheen 2 november 2021 op Tweakers

Gamification van lezen

Gamification van lezen

Mijn eerste en vooralsnog enige e-booklezer kocht ik in juli 2013. Het apparaat doet het nog steeds en krijgt zelfs nog regelmatig updates. Wel brak ooit het palletje af om het ding überhaupt aan te zetten, maar een identieke, afgedankte kapotte loste dit probleem op. De mijne, met wat kleine transplantaties, doet het dus nog. En ja, ik was er snel erg blij mee, zeker voor romans. Voor studiemateriaal is het niet handig: ik wil aantekeningen kunnen maken en makkelijk heen en weer bladeren. Eigenlijk wint papier daar nog steeds, al doet het digitale aantekeningenboekje in de vorm van een tablet met e-inkscherm en tekenfunctionaliteit het zeker niet onaardig. Je zou dat ding overigens ook als e-booklezer kunnen bestempelen, maar ik hou werk en plezier liever gescheiden.

Toch is er één ding waar ik nooit helemaal van weet los te komen: de gamification die door de fabrikant van de e-booklezer is toegevoegd. In het begin kon je allerlei badges winnen. Nou is dat gelukkig snel over, maar de statistieke blijven. Leesstatistieken. Hoe lang je gemiddeld leest, hoeveel pagina’s per minuut, de gemiddelde duur van een ‘sessie’, het aantal gelezen uren, het percentage van de boeken die je in je lokale bibliotheek hebt zitten op je e-reader die je ook hebt uitgelezen en uiteraard het totaal aantal leesuren. Heel vermoeiend eigenlijk.

Het is natuurlijk een banaal probleem dat niet veel anders doet dan een stukje leesplezier weghalen. Uiteindelijk heeft best lang geduurd voordat ik niet meer bezig was met strijden tegen mijzelf: sneller lezen, meer lezen, dat soort dingen. Altijd de e-reader op stand-by zetten als je ook maar een minuut wegloopt om iets sufs te doen als naar de wc gaan. Altijd maar die stress om misschien te langzaam te gaan lezen, terwijl het volstrekt oninteressant is.

Inmiddels heb ik er geen echte last meer van, maar het blijft zeuren in je achterhoofd. Een constante competitie met jezelf.

De vraag is wanneer het ook een competitie met anderen wordt? Dat is het natuurlijk al, mensen die elke week een boek gelezen moeten hebben. Waarom? Het mag, echt, je mag er ook twee per week of nog meer. Of geen.

Op den duur wordt het misschien een heel andere competitie. Als het geen spel in de vorm van gamification meer is, maar werk. Elke bladzij die je leest een fractie van een cent verdienen. Elk hoofdstuk een stuiver, zoiets. Het zou toch jammer zijn.

Kapotte e-bike

Geofencing als redding voor de elektrische fiets (in Nederland)

De elektrische fiets maakt het er voor niemand in de stad makkelijker op. Ze zijn, bestuurdersafhankelijk, te snel voor het fietspad en te traag voor de weg waar auto’s rijden. Het maakt iedereen chagrijnig en met de rappe toename van ‘flitsbezorgers’ is het feest helemaal compleet, zoals ook Thijs Niemantsverdriet onlangs concludeerde in NRC.

Uiteraard, de e-fiets of e-bike is een zegen voor velen, zeker buiten de stad. Het maakt ineens fietstochten van 40 kilometer een eitje. Woon je in een stad met échte heuvels en bergen, daar kan geen gewone derailleur tegenop. Alleen is het grote verschil met stedelijke omgevingen met bergen en de onze * dat hier fietsen al vele decennia volstrekt normaal is en elders het veelgebruik van de fiets juist zorgt voor een nieuw dagelijks vervoermiddel of een nieuwe vervoersmodaliteit. 

Wat is dan het probleem in een stad als Amsterdam? Heel veel kleine dingen die allemaal samen te vatten zijn onder de noemer ‘ruimte’. Het komt er simpelweg op neer dat zolang de grootste ruimtevreter zijn plek blijft opeisen, de auto, de komst van andere, sneller-dan-de-fiets-of-voetganger-vervoermiddelen slecht passen.

Laten we het nog een stapje kleiner maken. Het Vondelpark is, naast een mooi park, een belangrijke doorgaande fietsroute in de stad. Er mogen geen auto’s, brommers of snorfietsen doorheen. Dit zorgt ervoor dat het een prettig park is om te fietsen en te wandelen. De enkele racefietser die er fietst, doet dat meestal niet op hoge snelheid: het is vooral een uitvalsweg naar buiten de stad waar de racefietser zich naar hartenlust kan vermaken met hoge snelheden. Alleen sinds enkele jaren suizen steeds meer elektrisch gemotoriseerde apparaten door het park heen. En nee, dat zijn niet voornamelijk oude van dagen die op deze manier nog vooruit komen op de fiets, het zijn vooral snelle VanMoofs, Cowboys en opgevoerde fatbikes, van die dingen die eruit moeten zien als een chopper en vooral een angstaanjagend rolgeluid van de banden produceren. En een enkele flitsberzorger niet te vergeten. 

Zeker nu met het herfstige weer en veel blad op de grond is een beetje controle over de fiets wel prettig. Die controle voel je prima op een fiets waar je zelf trapt, maar als je geholpen wordt, dan verandert dat al snel. Het zorgt voor grote snelheidsverschillen en chagrijn van beide kant: de een gaat te langzaam, de ander te snel. 

Om te voorkomen dat we binnenkort allemaal onszelf in volledig beschermende kleding moeten hullen om nog een beetje rond te kunnen fietsen, lijkt het me handig te gaan zoeken naar oplossingen. De ebike verbieden? De gewone fiets eruit? Helmplicht? De auto eruit? 

Die laatste is natuurlijk de beste: een zee van ruimte komt er vrij en elk gek elektriek vervoermiddel met maten die beduidend kleiner zijn dan de huidige auto kan dan ineens los in de stad. Maar dat is een ijdele hoop. Maximaal 30 km/h in de stad voor de auto lijkt het meest haalbare nu. De andere drie wil je eigenlijk gewoon niet.

E-bikes verbieden is een heilloze weg, al zouden mensen misschien eens twee keer moeten nadenken over zo’n ding: ineens moet je tóch naar de sportschool, want je beweegt natuurlijk nog nauwelijks. Fatbikes zouden gewoon een brommerplaatje moeten krijgen, kunnen ze die tenminste gewoon legit opvoeren, en dan? Al die andere fietsen? De een kan maar tot 20 km/h meehelpen, de ander is opgevoerd en ‘ondersteunt’ makkelijk tot 40 km/h? 

Geofencing

Op een avond tussen allemaal onverlichte hardlopers in een pikdonker deel van het Vondelpark bedacht ik: wat als we nou eens beginnen met geofencing? Een systeem waarbij de motor van een ebike bijvoorbeeld automatisch wordt uitgeschakeld of teruggeschakeld naar maximaal 15 km/h trapondersteuning? Dan weet je een paar dingen zeker: de e-bikes die beduidend sneller gaan dan ‘gewone’ fietsen gaan te hard omdat ze iets gesaboteerd hebben en je hoeft niet te gaan handhaven op het werkelijke vermogen of de maximum snelheid van de e-bikes. 

Geofencing werkt maar een kant op. Er worden geen gegevens uitgewisseld, het is gewoon een gebied dat bestreken wordt door een bepaald signaal en binnen dat gebied doet de motor het gewoon niet of slechts tot max. 15 km/h. Net als bij FM-radio: de zender weet niet dat jij naar het station luistert. Geen privacy in geding dus. Het wordt overigens ook al toegepast in parken in de Verenigde Staten waar vooral deelstepjes een drama zijn: ze komen het park niet in, de motor valt simpelweg gewoon uit.

Er zitten uiteraard nog wat kinks in de kabel qua uitwerking van zo’n idee, voornamelijk: e-bikebouwers moeten het inbouwen en er moet een universeel systeem voor zijn, maar beter nu mee beginnen dan over 10 jaar wanneer het aantal e-bikes vele malen groter is. Om te beginnen lijkt het Vondelpark me een mooi gebied voor een proef.

* behalve dan een enkele stad in het zuiden des lands en een enkele (fiets)brug