Boek: Cryptovaluta voor Dummies

Boek: Cryptovaluta voor Dummies

Cryptovaluta voor Dummies, door Krijn Soeteman
Cryptovaluta voor Dummies

Vanaf 23 november is mijn boek ‘Cryptovaluta voor Dummies‘ verkrijgbaar (ook experimenteel via OpenBazaar * en per 12 april 2019 in het Duits als Kryptowährungen für Dummies)!

Voor mij zijn cryptovaluta, en bitcoin in het bijzonder, door het werken aan dit boek nog interessanter geworden dan ze al waren. Toch moeten we niet vergeten dat het nog een groot experiment is, waarvan niemand de uitkomst kan voorspellen.

Waar heb ik het allemaal over in het boek? Natuurlijk komen bekende munten langs, zoals bitcoin, ethereum, litecoin, stellar en wat al niet meer. Daarnaast, of eigenlijk eerst, heb ik het over de geschiedenis van geld en waarom bitcoin zo bijzonder is. Dat heeft meer met goud te maken dan je misschien in eerste instantie zou denken.

Vervolgens duiken we diep in de achterliggende gedachtes achter ethereum en de komst van smart contracts, waarna er een enorme hausse van nieuwe tokens en cryptovaluta opkwam.

Maar ook: hoe gebruik je nou een wallet bij ethereum? Hoe zit dat met al die combinaties van websites, decentrale applicaties, (hardware)-wallets en wat al niet meer. Je zult ook zien dat het er misschien lastig uitziet, maar dat het eigenlijk best meevalt (en ga er vooral zelf mee aan de slag, daar leer je het meest van).

Uiteraard kan ook het kopje ‘geld verdienen met cryptovaluta’ niet ontbreken. En nee, dat is geen beleggingsadvies, slechts een overzicht.

Het is veel te veel om op te noemen in een korte samenvatting, maar binnenkort kun je er zelf doorheen bladeren in de boekhandel!

* OpenBazaar is een p2p-marktplaats, waardoor de verkoper zelf ook online moet zijn. Ik heb het boek erop gezet omdat ik vind dat een boek over cryptovaluta ook met cryptovaluta verkrijgbaar moet zijn (al vraagt het om een omweg).  Nu is er gelukkig heel wat veranderd sinds de laatste paar incarnaties van dit systeem en kun je ook iets kopen als de verkoper offline is. Net als cryptovaluta zelf, is het een experiment, wel een interessant experiment in mijn ogen (al heb ik zelf nog nooit iets via OB gekocht).

Allard Pierson

Allard Pierson in verbouwing

Herinneringen zijn er om te koesteren en soms wil je ze herbeleven, zoals het struinen langs de vitrinekasten in het Allard Pierson met de ontelbare kleine en grote artefacten uit het verre verleden. Dat kan niet meer. Dat is, net als mijn herinneringen, gelukkig verleden tijd.

Allard Pierson
Beeld: via Allard Pierson

Na de perspresentatie over de nieuwe tentoonstelling ‘Bes, kleine god in het Oude Egypte‘, raakte ik nog even in gesprek met Wim Hupperetz, de directeur van het Allard Pierson, over de verbouwing en de andere inzichten rond het tentoonstellen van objecten die inmiddels al in enkele zalen hebben geleid tot een veel toegankelijkere opstelling dan die uit het verleden. We raakten aan de praat over hoe het museum er vroeger uitzag en ook over het feit dat ik niet de enige ben die daar nog steeds prettige herinneringen aan heeft. Herinneringen aan de in schemerlicht gehulde ruimtes, de krakende vloeren, de honderden objecten die overal en nergens opgesteld stonden. De kartonnetjes met daarop kleine, vergeelde papiertjes geplakt waarop met hamertypemachine de naam en overige objectinformatie getikt was. Maar ook de gipszolder, de plek met afgietsels van een paar honderd beelden uit het Oude Egypte, Oude Griekenland en de Romeinse tijd. Beelden die je anders nooit met eigen ogen in hun werkelijke vorm kon aanschouwen omdat ze elders in musea stonden of al lang verdwenen. Je kwam daar overigens niet zonder speciale begeleiding, in mijn geval met mijn docenten tekenen van de middelbare school.

Dat alles is gelukkig veranderd. De gipszolder wordt toegankelijk voor publiek vertelde Hupperetz, en in het verleden gesloten doorgangen en trapopgangen worden weer of zijn al weer geopend. Een kleine blik achter de schermen en een korte rondleiding langs de al vernieuwde zalen op de eerste (of tweede? dat is altijd lastig met souterrain-achtige verdiepingen) verdieping met ramen die niet verduisterd zijn, laten een opstelling zien die veel toegankelijker is dan vroeger en daarmee ook veel interessanter.

Er zijn mensen die zweren bij de oude manier van opstellen, en als je mijn nostalgische gevoelens zou meenemen kun je denken dat ik daar ook naar zou smachten. Toch is dat niet zo. De reden dat ik de oude opstelling leuk vond, kwam omdat ik ooit het museum binnen kwam met mijn docenten als verhalenvertellers. We liepen wel langs al die opstellingen met al die kaartjes, maar zij stonden stil bij slechts enkele objecten en vertelden vervolgens een verhaal. Een verhaal waardoor je daar een extra gevoel bij kreeg en je het daarom tien of twintig jaar later nog steeds leuk vind om langs diezelfde kasten te lopen, maar wat moeten al die mensen dan zonder goede verhalenvertellers of zonder geïnteresseerde medebezoekers? Heel weinig inderdaad.

Van verhalen moeten we het hebben en die verhalen worden gemaakt door wetenschappers met kennis van zaken, kennis over hoe dat verleden vermoedelijk in elkaar zat. Wetenschap die ook steeds weer een beetje bijgesteld wordt bij nieuw vergaarde kennis. Wat dat betreft is het mooi dat die verhalen steeds toegankelijker tentoongesteld worden. Ik ben heel benieuwd hoe het museum in zijn voltooide vorm zal overkomen, maar ook onaf is het nog steeds prettig, zoals de semi-permanente opstelling in het souterrain over de zeventiende eeuw, cartografie en de ontwikkeling van de exacte wetenschappen.

Bes, een Egyptische god voor alledag

Bes, een Egyptische god voor alledag

Een huis-tuin-en-keukengod met een uitgestoken tong, dikke buik, meestal naakt, getooid met verenkroon en soms een luipaardvel, af en toe met grote piemel maar zonder groot verhaal. Daar hoor je over het algemeen weinig over. Dat kan ook anders, dacht het Allard Pierson Museum samen met enkele andere Europese musea.

Dansende Bes, foto: Allard Pierson

We kennen allemaal de Egyptische elitecultuur, de bekende afbeeldingen en standbeelden van farao’s en goden als Re (ook wel Ra), Isis, Osiris en Horus. Statig, onbewogen en strak. De ‘huisgod’ Bes doet hier niet aan mee en laat zien dat het leven van alledag gaat over plezier maken, kinderen krijgen, enge monsters verslaan, de erotiek beschermen, drinkgelagen en wat al niet meer waar je bescherming of ondersteuning voor nodig hebt.

Bes heeft geen groot verhaal en komt in veel verschillende gedaanten voor en is in die zin niet voor een gat te vangen, vandaar dat de Egyptologie al deze op elkaar lijkende figuren Bes genoemd heeft. De vrouwelijke vorm heet Besset.

De tentoonstelling in het Allard Pierson neemt de bezoeker mee langs verschillende gedaanten van de huisgod en geeft er een eigen draai aan door ons direct te verwelkomen met een animatiefilm die laat zien dat het figuur nog steeds prima in te passen is in onze hedendaagse omgeving. Als stripfiguur doet Bes het ook goed.

Een van de grootste objecten in de tentoonstelling is een replica van een kraambed. Dit bed heeft zes poten en de poten zijn allen in de vorm van een Bes-figuur. Dat is niet zo vreemd, want Bes beschermt ook de bevallende vrouw. Het bed is gemaakt naar voorbeeld van bekende afbeeldingen hoe een kraambed er uitzag. Achter het bed staan in een aparte vitrine nog twee echte poten.

Veel van de figuurtjes zijn blauw of laten nog resten zien van blauwe verf, gebruikt om het kwaad af te weren. Niet alleen de blauwe kleur moet het kwaad keren, ook de uitgestoken tong is afschrikwekkend voor demonen.

Zijn dwergvorm is wat vreemd en doet denken aan mensen met dwerggroei. Dit is symbolisch, want baby’s die geboren werden met dwerggroei overleefden het vaak niet. Zij die het wel overleefden kregen in het latere leven over het algemeen een hoge status in de Egyptische maatschappij.

Een veelvoorkomend voorwerp in de tentoonstelling is de zogenaamde stèle, een tablet van steen of hout met een daarin uitgehouwen of uitgesneden voorstelling om speciale plaatsen te markeren. Stèles kwam je ook veel tegen bij de mensen thuis, onder andere om zich te beschermen tegen slangen en schorpioenen. Door het veelvuldig aanraken van de stèle op een specifieke plek, door de god te ‘aaien’, hebben de meeste stèlae een afgesleten plek. Een mooie stèle in de tentoonstelling laat Toetoe als sfinx zien die vecht tegen Bes. De sfinx heeft een rammenkop in zijn nek, een cobra als staart en messen op de poten om aan te geven dat hij zich niet makkelijk gewonnen zal geven. Bes bevecht dit alles met een zwaard.

Een van de tentoonstellingsruimtes is speciaal gericht op het feestbeest Bes. Een bekend verhaal in de Egyptische mythologie gaat bijvoorbeeld over de ‘verwijdering en verzoening’ tussen de zonnegod Re en zijn dochter Hathor. Hathor houdt van muziek, drank en feest en vlucht na een ruzie met Ra naar Nubië. Om haar terug te halen, verleidt Bes haar met drank en muziek, waarna Bes dienaar van Hathor is geworden. Zo zijn er beeltenissen van Bes te vinden met een dubbele fluit en met biervaatjes. Wellicht is het niet zo vreemd dat feesteiland Ibiza heet zoals het heet: Ibiza is afgeleid van Bes.

Na het feestbeest komt de ‘peepshow’ langs. Hier is Bes’ fallus nog een stuk aanweziger dan anders, tot en met kloppende aders toe. Soms moet Bes echter in dubbelvorm de fallus van een ander ondersteunen. De erotische kant van de god en ook van Besset wordt hier in ieder geval niet onder stoelen of banken geschoven.

Maar niet alleen in Egypte was de god populair. Buiten Egypte vind je dus overblijfselen op Ibiza en ook in Soedan, dat vroeger bij Egypte hoorde. Ook in het huidige Italië kom je Bes tegen en dat is niet zo vreemd, aangezeien de Romeinen hem probleemloos omarmden nadat Egypte bij het Rijk ingelijfd was, zo kom je Bes onder andere tegen op de wapenrusting van Romeinse centurio’s.

In totaal gaat de tentoonstelling over meer dan 4000 jaar aan Bes(achtige) afbeeldingen, te beginnen in het Oude Rijk (vanaf 2543 voor Christus) tot de Romeinse periode 284 na Christus. Hiermee krijgen ook wij als gewone mensen een beter beeld van het Egypte van alledag. Misschien vinden sommigen dat jammer en houden ze het liever bij piramides en grote paleizen waar nog wat resten van overeind staan, ik vind dit in ieder geval een welkome aanvulling.

Het is een fijne kleine tentoonstelling waardoor de Egyptenaar van weleer misschien dichter bij de ‘gewone mens’ komt te staan. Een groot deel van de stukken in de tentoonstelling komt uit de collectie van het Allard Pierson, maar ook uit de musea die meewerkten aan de tentoonstelling, namelijk het Museum August Kestner in Hannover en de NY Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. Ook zijn er stukken uit Khartoem in Soedan, uit Aberdeen, uit Leipzig en uit Hildesheim.

Wie al een tijdje niet in het museum is geweest, zal zien dat de oude vitrinekasten met kleine witte kaartjes niet meer op de eerste verdieping staan en dat hier nu de ontvangstruimte is. Boven op de tweede verdieping is al een deel van de collectie uitgestald op andere wijze en de ramen aan de voorzijde zijn open. Volgend jaar juni moet het af zijn, ik ben in ieder geval benieuwd hoe het geheel er uit gaat zien.

De tentoonstelling loopt van 18 oktober 2019 tot en met 8 maart 2020

Alle foto’s, behalve de Dansende Bes, zijn gemaakt door mijzelf

100 kilometer per uur

100 kilometer per uur

De discussie over het terugbrengen van de maximumsnelheid in Nederland neemt bij tijd en wijle rare vormen aan, terwijl mensen inmiddels minder hard rijden dan vroeger. Op een enkeling na.

Vroeger reed ik altijd hard, niet dat ik vaak té hard reed, want dat kon – en kan – mijn klassieke auto vaker niet dan wel. Dat zo hard mogelijk rijden had ook te maken met de snelheid van de andere auto’s die vaak hoog lag en een beetje meekomen is ook niet zo gek. Inmiddels is op een groot deel van de Nederlandse snelwegen 100 km/h de maximum snelheid, in een aantal gevallen is na zeven uur ‘s avonds 130 toegestaan en op een deel van de snelwegen mag je sowieso 130, al komt ook af en toe 120 voor. Volgens Rijkswaterstaat rijdt men over het algemeen langzamer dan 130 als het is toegestaan.

De reden van het terugbrengen van de maximum snelheid heeft in eerste instantie te maken met het terugdringen van de stikstofuitstoot, want blijkbaar wil iedereen altijd vooral zo hard mogelijk rijden. Veilig Verkeer Nederland vindt het in ieder geval ook niet zo gek, het zou wel eens kunnen zorgen voor een stuk minder (dodelijke) ongevallen. Berekeningen laten ook zien dat het tijdsverschil zo nihil is, dat je er op dat vlak waarschijnlijk weinig meer dan enkele minuten op de lange afstand van merkt.

Win-win, toch? Iedereen wat minder opgefokt op de weg en bijkans ook nog minder stikstof, al zou dat laatste over niet al te lange tijd wel eens achterhaald kunnen zijn met de komst van een groter elektriek wagenpark (als de geleverde elektriciteit niet uit een kolencentrale komt bijvoorbeeld).

Spraakmakers

Onlangs luisterde ik naar het programma Spraakmakers op Radio 1 en werd om de oren geslagen met een aantal mensen die vond dat ‘de Nederlander’ altijd iets te hard wil rijden. Zeker als de snelweg leeg is. Die ‘de Nederlander’ wilde van alles, maar vooral niet ‘betutteld’ worden. Het was allemaal maar belachelijk en sloeg nergens op. Alleen Ed Nijpels verdedigde het terugbrengen van de snelheid. Een verkeerspsycholoog was bang dat mensen zich lastig aan de maximum snelheid kunnen houden ‘als de A2 leeg voor je ligt’.

Nou kun je natuurlijk gaan schermen met boetes, met dat het allemaal niet zo erg is en binnenkort helemaal niet meer met zuinigere of elektrische auto’s. Of dat je als het rustig is zo hard mogelijk wil rijden. Volgens mij is dit echt allemaal zo achterhaald. Met mijn niet-zo-snelle-auto (een 2CV6) haal ik tegenwoordig vaker mensen in op de snelweg dan vroeger. Niet omdat ik zoveel harder ben gaan rijden, maar omdat de rest langzamer is gaan rijden (ik ook overigens, rijdt zuiniger en een stuk rustiger).

Dat laatste, langzamer en rustiger rijden door andere mensen, lijkt me ook volkomen logisch. Moderne auto’s rijden veel relaxter. Je hebt bijna altijd cruise control en ook de liefde voor handmatig schakelen lijkt bij de meeste mensen inmiddels bekoeld. Als je nu iets langzamer moet rijden, hoef je niet meer terug te schakelen of juist weer op te schakelen als je weer sneller moet. Je laat gewoon je gas los en trapt misschien wat op de rem.

Het rijdt onvoorstelbaar veel zuiniger om iets langzamer te rijden dan 120. Onlangs reed ik, wel met 130 (gps-snelheid), in twee etappes naar Zuid-Frankrijk in een relatief zuinige Volkswagen Up. Gemiddeld iets van 5,9 liter per 100 kilometer of zo. Op de terugweg had ik én geen zin meer in péages én geen zin meer in jakkeren. Een tandje terug, wat in Frankrijk betekent dat je of 90 of 110 kilometer per uur mag. De cruise control op de 90 (gps-snelheid) of iets hoger rond de 100 en een verbruik van 4,3 liter op 100 kilometer. Hmm… En de tijden van de autonavigatie bleven gewoon heel aardig kloppen, ook op plekken waar je 130 mocht en daar met een gangetje van 110 rijden (wat iets minder zuinig is, maar nog steeds ruim onder de 5 l/100km).

Eigenlijk denk ik dat als de auto ook nog adaptive cruise control (waardoor ie automatisch afstand houdt) of gewoon praktisch zelfrijdend is, het me echt geen fluit meer uitmaakt of ik nou 90, 104 of 130 rijd.

Duitsland

In Duitsland valt mij en met mij vele anderen op dat die ‘unlimited speed’ (zoals ik dat vroeger noemde) niet vaak meer gehaald wordt. Een enkele keer knalt een groot slagschip uit het hogere segment van de Mercedes-, Audi of BMW-stal nog wel eens langs je met duidelijk snelheden boven de 150km/h, maar die adviessnelheid van 130 wordt daar ook niet vaak meer overschreden.

Om een heel lang verhaal kort te maken, ik denk dat alle argumenten voor 130 rijden langzaam vanzelf verdwijnen omdat het gevoel van snelheid zo anders is in moderne auto’s met allerhande voordelen zoals cruise control. Als ik dan terugdenk aan auto’s zonder cruisecontrol en ik mag er gens maximaal 80 of 100, dan vind ik dat ook lastig. Die voet blijkt dan ineens zwaar, maar met moderne voordelen, pas de problème.

Als we dan en passant ook nog eens slimmere systemen zouden ontwikkelen waardoor (te) grote auto’s steden niet meer in hoeven en onze mobiliteit naar de toekomst inrichten, nou ja, waarom zou je dan nog moeilijk doen over die schamele, vaak fictieve 30 km/h?

Grootste internationale online privacyschending dreigt door ingewikkeld akkoord

Grootste internationale online privacyschending dreigt door ingewikkeld akkoord

Hoekstra stemt volgende week

Wie leest een verslag aan de Tweede Kamer waar volgende week over wordt gestemd dat begint over “de FATF die de FATF-standaarden aangepast heeft om te verduidelijken hoe deze moeten worden toegepast in verband met ‘virtual assets’? Toch kan deze oersaaie, technische zin leiden tot een van de grootste privacyschendingen van onze tijd.

De grote speler in dit verhaal is de Financial Action Task Force (FATF). Deze instantie regelt op internationaal niveau allerlei zaken rond het bestrijden van witwassen en het financieren van terroristische organisaties. Nederland zit ook in deze task force bij monde van het Ministerie van Financiën. Voorstellen van de FATF worden overgenomen door de G20 waardoor deze voorstellen gelden als mondiale standaarden.

De FATF spreekt ook over aanpassingen rond cryptovaluta en blockchaintechnologie. Op dit moment wordt gesproken over voorstellen van verschillende autoriteiten die al jaren regels willen invoeren “om effectieve regulering van en toezicht op ‘virtual asset service providers’ te waarborgen.” Niet toevallig staan de wijzigingen op de agenda nu de Verenigde Staten dit jaar de voorzittersrol vervullen.

De kern van de privacyschending vormt de aanbeveling waarmee alle VASPs van zogenaamde virtual assets ook informatie moeten verzamelen en uitwisselen over klanten. Het venijn zit hem in de paragraaf die zegt dat alle overdrachtsgegevens van de partijen van de hele keten van transfers of transacties beschikbaar moet zijn. Wanneer dit particulieren zijn, zijn het persoonsgegevens en is de Algemene Verordening Gegevensbescherming of AVG, de strenge Europese privacywet, van toepassing. Wie denkt dat het alleen om digitaal geld of cryptovaluta gaat vergist zich.

Plenaire vergadering

In februari 2019 hield de Financial Action Task Force een plenaire vergadering over de zaak. In het verslag van de vergadering komt naar voren dat de term virtual assets gebruikt wordt om te ‘voorkomen dat de indruk ontstaat dat er sprake is van een wettig betaalmiddel’. Op deze manier hoeft de term ‘virtual currencies’ of ‘cryptocurrencies’ niet gebruikt te worden. Het probleem is alleen dat de term ‘virtual assets’ volledig multi-interpretabel is en daarmee lijkt die term niet afdoende om in de toekomst werkelijke kaders vast te leggen omdat praktisch alles eronder kan vallen.

Een ander problematisch punt bij de rapportage van het Ministerie van Financiën over deze vergadering is de uitleg in een Kamerbrief van 21 maart 2019 dat het zou gaan om ‘het terrein van girale overschrijvingen’, terwijl het juist helemaal niet gaat over financiële transacties in het bekende gebied van ‘ouderwets’ geld. Hiermee is de kamer op onjuiste wijze geïnformeerd en wordt voorbijgegaan aan de brede toepasbaarheid van deze systemen.

Gegevens op straat

De FATF beperkt zijn aanbevelingen dus niet tot cryptovaluta zoals bitcoin, maar spreekt van virtual assets, een niet-gedefinieerde en daardoor erg ruime term. In de meest brede interpretatie is elk digitaal ‘ding’ dat van eigenaar kan wisselen een virtueel goed. Cryptogeld, maar ook een figuur in een game of zogenaamde virtual twins van fysieke goederen in de ‘echte’ wereld. Daarnaast zouden ook air miles en bonuspunten eronder vallen, net als toekomstig te verhandelen andere tokens, zoals energietokens, die een bepaalde waarde vertegenwoordigen.

De brede term virtual asset zal ook de fysieke wereld raken met de eerder genoemde virtual twins. In de nabije toekomst kun je het eigenaarschap van bijvoorbeeld je auto aan een andere eigenaar overdragen met zo’n virtuele ‘tweelingauto’ als eigendomsbewijs. Aan een dergelijk virtueel goed hangen persoonsgegevens die op dit moment niet meegestuurd hoeven te worden. Ze zijn beschikbaar bij de verschillende instanties die te maken hebben met deze overdracht, in Nederland onder andere de RDW. Als het nodig is voor autoriteiten zoals de politie of opsporingsdiensten om deze gegevens te verkrijgen om onderzoek te doen naar witwassen of andere duistere zaken, dan kunnen zij de gegevens bij deze partijen vorderen.

Volgens de aanbeveling van de FATF in paragraaf 7b zullen bij de transfer van virtual assets de herleidbare gegevens van beide partijen die te maken hebben met de transactie of overdracht, met al hun gegevens, in deze hele transactieketen terechtkomen. Die informatie moet volgens de paragraaf voor iedereen in de waardeketen beschikbaar zijn en blijft zichtbaar voor eenieder in die hele transactieketen.

Privacyschending

Door deze aanbeveling worden bij transacties waar een particulier bij betrokken is, persoonsgegevens door de hele keten verspreid, iets dat met heel veel moeite bestreden is met de komst van de AVG.

Het is niet de eerste keer dat de AVG genegeerd lijkt te worden. We hoeven maar te kijken naar de perikelen rond de invoering van het Payment Service Directive 2 of PSD2 om te leren dat het beschermen van de privacy van Europese burgers lastig is. Het eerste voorstel voor de PSD2 stamt uit 2012 en ging in maart 2018 in. Op meerdere punten biedt de PSD2 beperkte en vooral papieren waarborgen, die mogelijk ontstonden doordat de AVG later dan de PSD2 van kracht werd, namelijk mei 2018.

Klantgegevens internationaal opvraagbaar

In het geval van de FATF-regulering leidt het opnemen van persoonsgegevens tot het verzenden van gegevens van klanten of andere persoonsgegevens naar buiten de Europese Unie. Het ongeclausuleerd verzenden van gegevens is juist met veel moeite bestreden nadat aan het licht kwam dat via het internationale bancaire systeem SWIFT klantgegevens probleemloos door de Verenigde Staten uitgelezen konden worden. Verder spraken zowel het Hof van Justitie in Europa (2016) als het Supreme Court in de VS (2018) zich op grond van privacy-overwegingen expliciet uit tegen het vasthouden van soortgelijke gegevens in de telecomsector.

Voor Stichting Privacy First zijn de aanbevelingen van de FATF aanleiding een dringend beroep te doen op de Minister en de aanbevelingen van tafel te halen. Volgens deze onafhankelijke stichting moeten de voorstellen eerst beoordeeld worden door de bril van de AVG en niet alleen door die van Financiën. “Onder het mom van bestrijding van witwassen zet de Minister zijn handtekening onder een ontwikkeling die alleen maar kan leiden tot privacyschendingen. Op dit moment zijn de aanbevelingen zo ruim dat de Minister niet kan weten waar hij  ‘ja’ tegen zegt.”

Privacy First zegt niet alleen geschrokken te zijn van de FATF-aanbevelingen maar ook het proces waarbij kritiek op het voorstel niet gehoord wordt. Stichting Privacy First vat het kort en bondig samen: “Het is weer een voorbeeld dat Fintech en persoonsgegevens zo verweven raken, dat structurele aandacht moet komen voor financiële privacy. Dit voorstel zou niet alleen door Financiën afgehandeld mogen worden.”

Doof voor kritiek

Nederlandse marktpartijen hadden al eerder kritiek geuit op de voorstellen. Ze staan niet alleen in hun kritiek. Over de hele wereld wordt met lede ogen aangezien hoe de voorgestelde regels onder grote druk worden aangenomen. De FATF raadpleegde de visie van de markt en kreeg een lawine van kritiek over zich heen. Daarbij zaten talloze constructieve suggesties die zowel recht doen aan de opsporingsdoelen als aan randvoorwaarden rond privacy. De reacties aan de FATF bleven echter geheim en het debat werd verder achter gesloten deuren gevoerd. De tekst bleef ongewijzigd.

In Nederland ontstond de situatie dat een brandbrief vanuit de marktpartijen en Privacy First is gestuurd aan het Ministerie van Financiën waar vooralsnog niets mee gedaan is. De brief leidde niet tot een verdere uitnodiging van het Ministerie. Het eerstvolgende bericht daarna vanuit Financiën was het persbericht van de G-20 afgelopen weekend. Daarin juichten de Ministers de voorgenomen aanbeveling van de FATF toe. Zowel internationaal als nationaal toont het Ministerie van Financiën zich daarmee doof voor gerechtvaardigde vragen rond de privacybescherming.

Update 12 juni 2019, 16:03: Inmiddels heeft het Ministerie van Justitie de brief die vandaag is verzonden aan Privacy First om 11 uur online gezet.

Desgevraagd reageert Simon Lelieveldt als volgt op de brief:

De Minister gaat nogal karig in op de maatschappelijke vraagpunten die in de originele brief vanuit de markt zijn aangekaart. Het politieke probleem van botsing van internationale regels rond privacy en die rond opsporing komt niet ter sprake. Het Tele2-arrest van het Hof van Justitie blijft onbesproken en we horen ook niet of de Autoriteit Persoonsgegevens hiernaar heeft gekeken.

Ik zie de Minister zeggen dat de uitleg van definities later wordt verduidelijkt. Er komt een evaluatie nadien en contactgroepen voor de uitwerking. Maar de definities zelf worden intussen wel aangenomen en die hebben een brede reikwijdte waar niet op terug te pakken zal zijn. Verder stelt de Minister dat informatie alleen bij Virtual Asset Service Providers terechtkomt terwijl de aan te nemen regel ook spreekt over ‘counterparts (if any).’ Dit strookt niet maar hoe het precies zit komen we niet te weten. De Minister en FATF schermen namelijk alle informatie en precieze teksten af en wat hij doet is stellen: vertrouw me: het komt allemaal goed. De geschiedenis rond Swift laat echter zien dat het een kostbare vergissing kan worden.

De feitelijke oproep aan de Minister was om de discussie breder te trekken en een goede maatschappelijke belangenafweging te organiseren. Hij doet het tegenovergestelde: hij technocratiseert het proces en de inhoud. Wetenschappers noemen dat ‘depolitiseren’ en doorgaans kom je ermee weg. In datzelfde technocratische domein kan hij echter ook weten dat de effectiviteit van de soortgelijke maatregel in de banksector zeer beperkt is. De hele regel leidt dus tot veel kosten, negatieve privacy-impact, mensenrechtschending en geen baten.

Ik verwacht dat het vervolg wordt dat het aan de rechter is om de belangenafweging tussen privacy en opsporing te maken. Het is uit de rechtspraak in EU en VS, alsook mensenrechtverdragen, vrij duidelijk dat je als overheid omwille van criminaliteitsbestrijding niet zomaar iedereens data kan gaan vasthouden en laten rondsturen.

Er is aan het Ministerie van Justitie en het Ministerie van Financiën om een reactie gevraagd, maar tot op heden is hier geen rechtstreeks antwoord op gekomen. De hierboven aangehaalde reactie is op een brief verzonden aan Privacy First en de VBNL.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)

De Biro en twitterhaat

Woensdag 13 maart was er een interessante fittie richting Biro’s (van die kleine elektrische wagentjes) op twitter. Ik snap het wel, het zijn irritante, snelle, kleine, handige, wendbare karretjes die alom op de stoep worden gegooid en zo veel ergernis opwekken. Ook racen ze vaak overal tussendoor, ook op fietspaden, en zorgen zo regelmatig voor dubieuze situaties. Vaak zit er ook nog een jong ding (m/v) in dat waarschijnlijk prima kan fietsen. Een prachtige cocktail om chagrijnig om te worden. Oh ja, ze zijn ook nog eens duur.

Dat waren mobiele telefoons ook ooit lang geleden. Je was een patser als je zo’n ding bij je had, laat staan er ook nog mee belde. Belachelijk. Iedereen herinnert zich het filmpje uit 1999 waar Frans Bromet de ‘normale’ mens vraagt naar zijn mening.

Biro voor Soho House in Amsterdam (heel veel haat!)
Biro voor Soho House in Amsterdam

Nu heeft iedereen een smartphone, op een enkele persoon na die door velen voor zonderling uitgemaakt wordt. Vaste lijnen zijn inmiddels praktisch verdwenen en bestaan alleen nog in getal omdat internetaanbieders vaste aansluitingen koppelverkopen met hun diensten.

Wederom naar de Biro. Laten we een stap terug doen en even afstand nemen. Wat zijn de grootste ruimtevreters op de weg in de stad? Juist. De auto (ook de elektrische), het bestelbusje, de vrachtauto en de touringcar. Die laatste drie daar klagen velen regelmatig over, maar die eerste lijkt er steeds goed vanaf te komen.

Auto’s, in hun huidige vorm, zijn duur. Nieuwe bijna altijd veel duurder dan een Biro of een ander ‘gek’ (elektriek) voertuigje. Ze zijn rete gevaarlijk. De reden dat er stoplichten zijn en andere dwingende verkeersregels hebben vooral te maken met die grote jongens (m/v) op de weg. Door strenge regels racen de meeste auto’s niet overal tussendoor, maar je moet ze de kost geven.

Ze worden overal neergezet. Op de stoep, half op de trambaan, op het (niet)-vrijliggende fietspad. Ook nemen ze idioot veel ruimte in en hoe nieuwer de modellen, hoe groter en grover ze zijn en nemen dus nog meer ruimte in. Het zijn werkelijk meer dan achterlijke apparaten voor in de stad, zeker ons type oude binnenstad (de meeste Europese binnensteden wel te verstaan).

En toch. Toch ben ook ik eerder boos op die nieuwe, kleine, handige apparaatjes. Daar zit misschien een stukje jaloezie bij, maar voor het grootste deel zit ik ook hartstikke vastgeroest in een wereldbeeld dat ruim een halve eeuw oud is, namelijk dat de auto in zijn huidige vorm een vervoermiddel is dat recht heeft in de stad.

Met de komst van allerlei ‘slimme’ vervoersmiddelen zou die heilige koe er ook eens aan moeten geloven. Laat haar buiten de stad in de wei staan en jump in iets dat wel bij de stad past. Dit klinkt als een P+R-verhaal (het idee dat je de auto buiten de stad parkeert en met een bus of iets dergelijks de stad in gaat), iets dat met de huidige techniek extreem goed zou kunnen werken.

Paar zaken die dan nodig zijn: alle vervoersmiddelen die door meerdere mensen te gebruiken zijn moeten te allen tijde locaties doorgeven en bereikbaar zijn. Dit hoeft ook geen privacyprobleem te vormen, want alle datastromen hoeven niet gekoppeld te worden. Daar zouden wetten voor moeten zijn. Vervolgens verban je de grootste ruimtevreter de stad uit.

Uiteraard is en blijft het mogelijk met een vergunning (tijdelijk) de stad met een auto binnen te komen, niemand kan of wil een grote kast verhuizen of een huis verbouwen met een bakfiets.

Voor de rest laten we voortaan de auto aan de rand van de stad en gaan met een tram, bus, metro, kabelbaan of fiets de stad in. Of met een WitBiro natuurlijk.

Hoe maak je een hardwarewallet nog veiliger?

Hoe maak je een hardwarewallet nog veiliger?

Met een extra wachtwoordzin of passphrase

Hardwarewallets zijn voor de meeste gebruikers de veiligste manier om de toegang tot hun cryptovaluta veilig te houden. Ondanks dat dit een zeer veilige manier van bewaren is, zit er een klein addertje onder het gras: de seed.

De seed bestaat uit 12 of 24 woorden die je op moet schrijven bij het instellen van een hardwarewallet. Het advies is deze niet digitaal op te slaan, maar op een stuk papier. Eventueel kun je het papier lamineren om te beschermen tegen waterschade. Vervolgens stop je het papier op een veilige plaats weg en verstop je een kopie van het papier elders. Dat laatste is belangrijk omdat je nooit weet wat er met je eigen huis gebeurt. Een brand kan bijvoorbeeld aardig wat roet in het eten gooien.

Foto van Seed phrase-pagina Bitcoin Wiki (woorden werken niet)

Maar dit systeem heeft één nadeel: als iemand ergens een stuk papier met 12 woorden vindt, weet deze persoon vermoedelijk vrij snel dat deze woorden de toegang kunnen verschaffen tot cryptovaluta. Dan ben je de klos. Om dit te voorkomen, kun je enkele woorden toevoegen aan deze seed die je niet op dezelfde plek bewaart. Op die manier kan iemand niets met die 12 woorden alleen. Je kunt de extra wachtwoordzin bijvoorbeeld bij iemand anders fysiek opslaan, maar deze kun je eventueel in een wachtwoordmanager zetten. Afhankelijk van hoeveel extra veiligheid je nodig denkt te hebben.

Deze extra wachtwoordzin verlengt in feite je seed. Dus in plaats van

witch collapse practice feed shame open despair creek road again ice least 

heb je

witch collapse practice feed shame open despair creek road again ice least extra zinnetje woorden

als seed. Op de bip39-website van Ian Coleman kun je mooi zien wat voor verschil dat maakt: https://iancoleman.io/bip39/

Het instellen van zo’n extra wachtwoord is niet heel moeilijk, maar verschilt per hardwarewallet.

Check de website van je hardwarewalletbouwer om te kijken hoe dat precies werkt! (Trezor of Ledger bijvoorbeeld).

En test je setup voordat je er daadwerkelijk fondsen naartoe stuurt, zodat je zeker weet dat je geen fouten gemaakt hebt. Dit betekent dat je de hardwarewallet helemaal reset naar fabrieksinstellingen en test of je alles goed gedaan hebt (uiteraard voordat je er cryptovaluta naartoe hebt gestuurd).

Vergeet ook niet de mensen die toegang hebben tot je seed te vertellen dat ze nog een stukje nodig hebben. Hoe ze daarbij moeten komen in geval van calamiteiten, daar moet je zelf maar over nadenken.

Wat doet zo’n extra stukje seed nou eigenlijk?

Zoals ik al eerder schreef, maakt het je seed een stukje langer. Seeds bestaan uit specifieke woorden uit bepaalde woordenlijsten, andere woorden kun je daar niet voor gebruiken. De seed phrase kan uit eigen woorden bestaan. Als je nu in die bip39-generator kijkt en je vult willekeurig 12 woorden in uit de Engelse woordenlijst die gebruikt wordt voor de bip39-seed, dan krijg je bitcoinadressen te zien aan het eind van de pagina. Als je ook maar 1 letter toevoegt aan het passphrase-invulveld, dan zie je dat alles verandert, dus de bitcoinadressen én de geheime sleutels.

Ik maakte er ook een korte video over:

Cryptovaluta voor dummies – addendum p. 120

Cryptovaluta voor dummies – addendum p. 120

Of: wijzigingen sinds het boek verscheen

Een boek schrijven is een tijdrovende bezigheid en vervolgens komt het uit op papier (23 november 2018). Dat is op zich niet erg, maar als je over dingen schrijft die met internet te maken hebben, dan loop je snel achter. Het grootste deel van mijn boek ‘Cryptovaluta voor dummies‘ is voor langere tijd ‘houdbaar’, maar dat geldt niet voor alles. Hier volgt een lijst met pagina’s waar zaken inmiddels door de tijd zijn ingehaald (op dit moment 1 pagina):

  • Pagina 120: “Publieke HD-sleutels vinden in Ledger Wallet Bitcoin“. Hier staat dat je met je Ledger Nano S een Legacy-account moet gebruiken (bitcoin-adressen die beginnen met een 1), maar sinds 10 december 2018 is de wallet waarmee we dit uitvoeren (Mycelium, Play Store / App Store) volledig compatibel met SegWit. Ook is het niet meer aan te raden daarvoor de – inmiddels ook legacy – Chrome Ledger-app te gebruiken. Hieronder volgt een nieuwe, betere en veiligere manier:

Publieke HD-sleutels vinden van je hardware-wallet en die importeren in een watch-only-mobiele wallet

De nieuwe titel is mogelijk verwarrend voor niet-bezitters van het boek zelf, maar het komt hierop neer: je kunt de zogenaamde extended public key van bitcoin-wallets (en vergelijkbare munten) gebruiken om op je mobiele telefoon een watch-only-wallet te maken. Dit houdt in dat je nieuwe bitcoinadressen op je telefoon kunt genereren voor je hardwarewallet zonder je deze wallet bij je hoeft te hebben en hier toch nieuwe adressen voor kunt maken (niet verplicht, maar wel verstandig om te doen).

De meeste hardwarewallets werken ook samen met Electrum, de de-facto, open source light-wallet. We gebruiken daarom nu niet de meegeleverde applicatie van de hardwarewallet (Ledger, Trezor, etc.), maar Electrum.

In Electrum gaan we drie verschillende extended public keys exporteren en gebruiken in Mycelium. Namelijk: xpub, ypub en zpub. De eerste, xpub, is de oudste ‘versie’ (BIP32) en is bedoeld voor bitcoinadressen die beginnen met een ‘1’. De tweede is een achterwaarts compatibel (lees: wallets die alleen BIP32 ondersteunen kunnen er ook naartoe sturen) SegWit-formaat. Adressen gegenereerd vanuit ypub beginnen met een ‘3’ en vallen onder BIP49. Dan is er nog zpub en dat is niet achterwaarts compatibel. Die adressen beginnen met ‘bc1’. De adoptie van dit formaat kwam langzaam op gang, maar inmiddels ondersteunen de meeste moderne wallets het.

Electrum xpub exporteren:

  • Start Electrum (als je al een keer een Electrum-wallet aangemaakt hebt, moet je die eerst openen)
  • Maak een nieuwe wallet aan en noem deze XPUB en kies Volgende/Next
  • Kies de bovenste wallet (Standard wallet), Volgende/Next
  • Kies ‘Gebruik een hardwarewallet / Use a hardware device’, Volgende/Next
  • Ontgrendel je hardwarewallet en selecteer de Bitcoin-wallet op de hardwarewallet
  • In Electrum staat iets als: Hardware Keystore en staat één apparaat geselecteerd, kies Volgende/Next (als het niet lukt, ga twee stappen terug naar waar je de Standard Wallet aanmaakte, daarna weer Volgende: kies HW-device/Volgende
  • Script type and Derivation path kies daar ‘legacy (p2pkh)’ en laat het pad met m/44’/0’/0′ ongewijzigd, Volgende/Next
  • Encrypt wallet file is alleen om het lokale bestand op je harde schijf te beveiligen, dit heeft niets te maken met je ledger zelf. Gebruikt het gewoon maar.
  • Electrum genereert een wallet die je alleen met je hardwarewallet kunt ontgrendelen. Je kunt géén geheime sleutels van je hardwarewallet vinden via Electrum.
  • Navigeer naar Wallet –> Information. Er verschijnt een popup met je Master Public Key.
  • Klik rechtsonder vlak boven ‘Close’ op het QR-code-tekentje en de QR-code van je master public key verschijnt
  • Open Mycelium op je mobiele telefoon en ga naar het tabblad Rekeningen/Accounts
  • Klik op het sleutelicoontje met een + ernaast
  • Scroll naar beneden en selecteer Geadvanceerd (sic)/Advanced (voer evt. je pincode in)
  • Selecteer ‘Scan’ en scan de XPUB-sleutel van Electrum
  • Mycelium voegt automatisch het nieuwe account toe

Dit werkt exact hetzelfde voor de ypub en de zpub.

Waarschuwing: vanuit sommige software wordt bij SegWit (beginnend met een ‘3’ of ‘bc1’) in plaats van een ypub een xpub gegenereerd. Dit kan en is technisch geen probleem, maar je kunt de fondsen niet verplaatsen vanuit je mobiele wallet omdat je daar geen geheime sleutels van hebt. Als je denkt slim te zijn en de bij een SegWit-account gegenereerde xpub te kopiëren en te plakken in Electrum heeft het alsnog geen zin: je kunt je fondsen zien, maar je hardwarewallet is niet gekoppeld en dus kun je geen transactie ondertekenen. Om dit te regelen, moet je de geheime sleutels van je publieke sleutels zien te vinden en dat leg ik op Stack Exchange uit.

Nu heb je op je Mycelium-wallet de mogelijkheid Bitcoins te ontvangen zonder dat je die daarmee direct kunt uitgeven. Je kunt ook mooi bijhouden hoeveel Bitcoins je hebt staan op je hardwarewallet.

Hoe geef je deze Bitcoins dan weer uit? Heel simpel: door de software van je hardwarewallet te gebruiken of door je Electrum-wallet te ontgrendelen met je hardwarewallet.

Wanneer gebruik je dit niet? Als je dit doet, betekent het wel dat al je fondsen die aan het specifiek x-, y- of zpub-adres van je hardwarewallet gekoppeld zijn, ook zichtbaar zijn. Stel je hebt een hardwarewallet waar heel veel geld op staat, wil je dat misschien niet voor iedereen zichtbaar hebben (stel je kijkt even snel in de kroeg naar je wallet). Dit staat dan vermoedelijk op je legacy (xpub) of SegWit (ypub) account.

Maak één specifiek account aan dat je aan je mobiel koppelt want dan ontvang je wel cryptovaluta op je hardwarewallet, maar niet op je belangrijkste account. Mocht iemand ooit je telefoon te pakken krijgen en toch op de een of andere manier je publieke x-, y- of zpub weet te kopiëren, dan kan deze persoon alleen kleine transacties zien (met je publieke master keys kun je alle publieke adressen inzien die aan een master key gekoppeld zijn, dus ook alle transacties).

  • Nog niets. Kom je iets tegen? Laat het me weten via Twitter.

Cryptovaluta voor dummies – addendum Bitcoin Cash

Of nieuwe ontwikkelingen sinds het boek verscheen

Het is natuurlijk niet mogelijk om tot in den treure alle wijzigingen bij te houden die sinds 1 oktober 2018 plaatsvinden binnen de cryptovalutawereld, maar enkele zaken zijn wel van belang, zoals een fork van de bekendste fork van bitcoin, namelijk die van bitcoin cash in bitcoin cash ABC en bitcoin SV. Het gaat om pagina 59 t/m 62 met de grootste wijziging op pagina 62:

Bitcoin cash (BCH)

Bitcoin cash forkt zelf in november 2018 in bitcoin cash ABC (bch en soms bchabc) en bitcoin SV (bsv, soms bchsv). Daarbij is de bch-keten technisch gezien de ‘oude’ bitcoin cash-blockchain en bsv de fork. Bij bch worden enkele nieuwe regels toegevoegd aan het protocol, waardoor deze blockchain iets meer kan dan voorheen. De blockgrootte blijft wel 32 MB.

De mensen achter bsv vinden dat ze zich volledig aan de bitcoin whitepaper houden en draaien met hun keten zelfs heel veel veranderingen terug. Niet alles kan makkelijk teruggedraaid worden, anders zijn bepaalde fondsen uit het verleden niet meer toegankelijk. Ze houden van heel grote blokken voor in de blockchain. Hun blockchain krijgt blokken van 128 MB met het idee om altijd door te kunnen groeien met de blokgrootte.

Het gaat te ver om het schisma in de bitcoin cash-community helemaal te behandelen, maar zoeken op “bitcoin cash hash war” of “bitcoin abc vs bitcoin sv” met zoekdatum tweede helft 2018 levert voldoende informatie op.

Cryptovaluta: wie gebruikt ze?

Bijna niemand, maar dat antwoord zag je wel aankomen

Er is een probleem met cryptovaluta, -tokens en andere, op blockchain gebaseerde zaken: wie gebruikt het? Bijna niemand. Is dat vreemd? Nee, dat is niet gek. Als voorbeeld CryptoKitties. Het eerste bekende spel op een blockchain met als bijzonderheid dat elk katje ook daadwerkelijk uniek is. Het was leuk spelen toen het geheel nog op een testnet van Ethereum draaide en alles technisch gezien gratis was (Ethereum is de blockchain waar CryptoKitties op draait, een soort van Bitcoin). Maar toen ging het naar het echte netwerk, mainnet heet dat, en daar ging het mis.

Is ie niet schattig, Son of Lir. Het wil!

CryptoKitties liftte leuk mee op de hype van dat moment en prompt liep het hele hoofdnetwerk vast. Het zorgde voor enorm hoge transactiekosten, want iedereen zou en moest zo’n kat bemachtigen. Of laten paren (siren heet dat), ongeacht sekse, want sekse hebben de katjes niet. Of ruilen. Of iets anders, maar elke actie zorgt voor een transactie en elke transactie kost een beetje geld. Het netwerk zelf kan zo’n 15 transacties per seconde aan. Je begrijpt al waar dat op uitliep: ravage. Om nog transacties te kunnen uitvoeren, ook als die niks met die katten te maken hadden, moest je diep in de buidel tasten: hoe meer je betaalde, hoe groter de kans dat je transactie rap uitgevoerd werd.

Wippen, ruilen, verkopen

Al snel had ik omgerekend 45 euro in ether uitgegeven aan het spelletje. Dat ging naar een katje kopen (5 euro voor een kat + transactiekosten), een katje laten wippen met een ander katje voor een nieuw katje (transactiekosten voor paren, transactiekosten voor het binnenkrijgen van het katje). Ik zette een katje te koop (transactiekosten voor het in de etalage zetten). Ik zette een katje in de etalage om te paren met een ander, mij onbekend katje (transactiekosten voor mijn kat achter het raam zetten). Kortom, elke scheet kost iets, want elke actie op het netwerk kost iets, want je gebruikt namelijk computerkracht in het netwerk.

Technisch gezien klopt het natuurlijk helemaal dat je, als je rekenkracht nodig hebt, je daarvoor betaalt. We zijn alleen ergens bij het begin van het populariseren van internet gaan denken dat alles ‘gratis’ is. Oh nee, je verkoopt je data, maar dat laten we nu even links liggen.

Terug naar die katjes. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom verzamelspelletjes zo populair zijn en ik snap het nog steeds niet. Maar 45 omgerekende eurootjes voor wat spelen met unieke kattenplaatjes vond ik toch net wat ver gaan en omdat het mijn interesse niet is,.

Toch voel je op je klompen aan dat er wel ‘iets’ zit in zo’n systeem. Moet dat met een blockchain? Niet per se. Dat verzamelen gebeurt op grote schaal binnen zogenaamde free to play-games. De spullen die je in-game kunt kopen blijken alleen vaak gejat te worden, zoals in Fortnite.

Het gaat zelfs zover dat niet alleen het Jeugdjournaal onlangs berichtte over phising naar Fortnite-spullen, maar ook het grotemensenjournaal. Zo’n verzamelonderdeel in een game zou best een blockchain kunnen gebruiken om dat soort problemen tegen te gaan. Misschien niet zo’n blockchain als bij CryptoKitties want die is te traag en log, maar een ander type of op andere wijze geïmplementeerd. Misschien eentje die blockchainpuristen als minderwaardig zien, eentje waar minder nodes in het netwerk zitten. Maar dat is erg technisch.

Waardelaag

Dit soort problemen ontstaat doordat er geen waardelaag in internet gebouwd zit. Niemand kan iets unieks aan iemand anders geven met de zekerheid dat dit niet gekopieerd wordt of dat er iets anders oneigenlijke mee gebeurt zonder dat er een derde partij tussen zit. Die derde partij kan een bank zijn, maar ook een game-uitgever of wat voor partij dan ook die als centrale database wil dienen. Dat gaat vaak overigens prima, maar als de firma failliet gaat of je ineens niet meer aardig vindt, kun je van de ene op de andere dag alles kwijt zijn. Soms is dat misschien terecht, maar nog veel vaker is er een stomme fout in het spel.

Nu was er iemand, of iemanden, die een systeem bedacht waarbij geen derde partij nodig is om met zekerheid iets digitaals aan iemand anders te geven. Dat noemde deze persoon met pseudoniem Satoshi Nakamoto ‘Bitcoin’. Hij — het is tenslotte een mannennaam — gebruikte een combinatie van bestaande cryptografische en speltheoretische technieken, maar dan op zo’n manier gecombineerd dat sjoemelen bij voldoende computers in het netwerk praktisch vrijwel onmogelijk wordt.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van.

Het duurde een paar jaar voor dit systeem uit een uithoek van internet meer bekendheid kreeg en steeds meer mensen zagen er wat in. De populariteit steeg en er kwamen steeds meer klonen van Bitcoin en ook nieuwe systemen, soms duidelijk gebaseerd op Bitcoin en soms echte vernieuwers. Grote bedrijven gingen stilletjes aan de slag om handige onderdelen over te nemen en te implementeren zonder het woord ‘blockchain’ in de mond te nemen om later op de grote trom te slaan met namen waar het woord ‘ledger’ in te vinden is. Nog iets later kwam een groter publiek in aanraking met de systemen en de laatste apotheose dateert van december 2017. Hoge bomen vangen veel wind en inmiddels roepen steeds meer mensen dat het maar onzin is, al die blockchains. Je kunt er niks mee en alles is ronduit k*t. Behalve Bitcoin voegen ze er vaak aan toe.

Veel kritiek die gegeven wordt, is al jaren bekend en iedereen die al langer rondloopt in deze scene kent de punten. Helaas zorgt het eens in de zoveel tijd voor iemand die vindt dat hij het allemaal even heeft uitgezocht en zo op geïnformeerde wijze kan zeggen dat het allemaal idioot is waar al die mensen mee bezig zijn. Zo iemand vindt een ict-er die haarfijn uitlegt waarom het een te dure databank is die je niet wil gebruiken. Er wordt wat gestrooid met woorden als ‘merkle-boom’ en de wijsheid is in pacht.¹

Gouden bergen, diepe dalen

Dat laatste is jammer. Ik onderschrijf dat de oplossing die Satoshi Nakamoto bedacht neerkomt op het combineren van oude technologie op een nieuwe manier wat het protocol ‘Bitcoin’ als geheel erg interessant maakt. Dat je dit protocol niet een-op-een moet overnemen om in te zetten op andere plekken waar je denkt dat je een blockchain(achtige) structuur bruikbaar kunt inzetten, lijkt me meer dan logisch. Het is niet óf een database óf een blockchain. Het is altijd en-en. Er zit heel wat interessants in de pijplijn om tot werkelijk nuttige zaken met blockchains te komen, maar dat zal nog even duren. Vijf jaar? Tien jaar? Wie zal zal het zeggen. Net als bij games: geef nooit een datum waarop het product werkelijk af is, want er is altijd uitstel.

Misschien zijn veel zaken die zich op openbare, publieke blockchains zoals die van ethereum en bitcoin afspelen op dit moment wel zeer marginaal te noemen. Ik denk dat we, als ik mezelf tot een enthousiaste community mag rekenen, daar realistisch in moeten zijn. We kunnen niet ontkennen dat ‘even’ wat ether halen om ‘even’ iets te doen, best lastig is. Maar ik zie ook dat er bepaalde zaken zijn die zeker van transparantie en onwrikbaarheid kunnen profiteren. Denk eens aan transparante concertkaartjes of het uitlenen van een boek aan een vriend(in).

Maar het idee dat je dan ook iets functioneels hebt binnen enkele maanden tot een paar jaar met een totaal andere manier van denken, namelijk decentraal denken, lijkt me absurd. ‘Even’ iets met concertkaartjes doen of een systeem opzetten om boeken te lenen aan vrienden is al heel groot en daardoor ook ingewikkeld. Daar ‘even’ een ‘blockchaintje’ achter gooien is niet makkelijk. Dat moet groeien.

Lekker lokaal, dat wereldwijde netwerk

Als je mij vraagt waar nu een grote toekomst ligt voor cryptovaluta en -tokens, is dat in eerste instantie bij veel kleine projecten, heel lokaal. Niks groots en op het eerste gezicht weinig hemelbestormend. Er is niet eens een simpele website waar je zonder kennis van programmeerzaken een tijdelijke token voor je project kunt maken. Je hoort al wel wat er mist: mensen die niet alleen de achterkant begrijpen, maar ook iets met de voorkant kunnen.²

Ik ben dol op it’ers, maar er missen vaak anderen in het hele proces. Niet-it’ers. Mensen die én begrip hebben van de systemen en mee kunnen denken om zo samen tot iets moois kunnen komen, al hoeven ze niet te kunnen programmeren. Beetje van die alfa’s en gamma’s zeg maar.

Geen panacee

Blockchains zijn geen kuur voor alle problemen in digitale netwerken. Het kan een enkel probleem misschien oplossen, maar net zoals bijna alle andere ict-’oplossingen’: het is ook het verplaatsen van problemen. Als je nu niet meer kunt frauderen in je excelletje omdat de toestand in een blockchain is vastgelegd? Dan doe je dat toch lekker elders in de keten, bij de persoon die het in moet voeren bijvoorbeeld.

Een beetje programmeren is uiteindelijk niet zo vreselijk moeilijk. Wat wel moeilijk is, is een cryptografisch veilig systeem verzinnen dat praktisch onkraakbaar is en dat deed de bedenker(s) van Bitcoin: een systeem verzinnen om zonder derde partij een transactie te kunnen doen en er zeker van zijn dat er geen twee transacties met dezelfde bitcoin gedaan kunnen worden.

Alles wat met blockchains te maken heeft is één groot experiment en dat de uitkomst van veel experimenten binnen die systemen al velen teleurgesteld heeft, is daar een onderdeel van. Misschien komen we er ooit achter dat Bitcoin het enige nuttige experiment is, maar om daar achter te komen, moet je wel eerst experimenteren.³

Al met al heeft het in ieder geval gezorgd voor een hausse aan interesse in cryptografie. Dit kan niet anders dan zorgen voor interessante ontwikkelingen. Daar zullen de meesten nooit iets van merken aan de voorkant, maar de achterkant zal daar zeker van profiteren!

¹ Ik verwijs naar een artikel in De Correspondent ‘De blockchain: een oplossing voor bijna niets

² Ooit geprobeerd een betalingsmodule voor fiat geld toe te voegen aan een website? Dat was en is nog steeds geen sinecure.

³ Dit onderschrijf ik niet, ik denk dat er zeker interessante zaken zijn die baat hebben bij zo’n slome, dure databank als een blockchain voor het opslaan van state of de toestand van een actie binnen een smart contract. Misschien gaan we wel toe naar veel tijdelijke side-chains die inprikken op een of twee grote, betrouwbare blockchains voor de veiligheid bij tijdelijke acties. Of.. of…