Beeld

Tweakers

  • Videoserie over CERN met o.a. Freya Blekman en Ivo van Vulpen, gedraaid op locatie, afl. 1, 2 en 3
    Sinds maart staat ‘s werelds grootste deeltjesversneller weer aan. Al jaren schrijft Tweakers over deze immense, door mensen gebouwde machine. Over de detectoren, de experimenten en de uitkomsten. De meeste lezers zullen toeschouwer zijn, net als wij. Voor sommigen is het de realiteit. De plek waar theorie zich moet bewijzen in de praktijk, zodat die in het standaardmodel van de natuurkunde past. Het is de enige mogelijkheid om te leren wat er plaatsvond rond het ontstaan van het heelal. Of om te leren waarom het grootste deel van de massa die er moet zijn, niet te vinden is. Of om dingen te ontdekken die we niet hadden kunnen bedenken omdat het nog niet bedacht was. Eigenlijk te veel om op te noemen.

    Tweakers gaat in deze eerste aflevering van een serie van drie zelf naar CERN om te kijken hoe de ‘kathedraal van de natuurkunde’ nou eigenlijk overkomt als je er echt bent. Een ding weten we zeker: het onderzoeksgeld wordt niet besteed aan grote gebouwen en James Bond-achtige onderzoekscentra. De plek zindert omdat er duizenden mensen bezig zijn met dingen die leiden tot bijzondere ontdekkingen. Maar CERN is zeker niet de plek van hier en nu, het is de plek van de toekomst. Er moet nu gedacht worden over wat we hopelijk over tien of twintig jaar kunnen, zodat er naartoe gewerkt kan worden.

    Wat er nu allemaal geleerd gaat worden, dat weten we niet. Wel weten we dat CERN een onvergetelijke indruk maakt op twee Tweakers die achter de schermen mochten kijken. Daar hebben we een heel klein stukje van meegenomen, dat nu via het world wide web naar je gestreamd wordt. En dat was er ook niet geweest zonder CERN.

    In de volgende aflevering duiken we echt onder de grond om te kijken hoe de grootste twee detectoren erbij liggen. Ook nemen we een kijkje bij een van de oudste datacentra ter wereld, het CERN Computing Centre uit 1972, nu het centrum van het wereldwijde LHC Computing Grid en nog veel meer.

Labyrint TV (VPRO/NTR)

  • Aflevering ‘Economie en Schuld‘ van 15 februari 2012De ingestorte economie en grote schulden. De berichtgeving over de recessie beheerst ons dagelijkse nieuws. Wij duiken in de economische vraagstukken vanuit verschillende wetenschappen: ecologie, antropologie en complexe economie. De economische wetenschap gebruikt van allemaal wat en geeft antwoord op de vraag: wat is schuld en valt een recessie te voorspellen? Schuld heeft door de eeuwen heen al heel wat verschillende interpretaties gehad.
    Nog niet zo lang geleden was schuld een vies woord in Nederland, terwijl in Amerika de creditcard al lang gemeengoed was. Schuld geeft tegenwoordig status en we praten er zelfs graag over. Totdat het problematisch wordt. Om te kijken hoe het staat met het schuldgevoel in Nederland, duiken studenten van de Universiteit Leiden Wassenaar in om onder leiding van antropoloog Erik Baehre een antropologisch onderzoek uit te voeren naar de perceptie van mensen ten opzichte van schuld en status. Schuld kent vele verschijningsvormen.
    David Graeber, antropoloog van de Londense Goldsmith University vertelt in New York over de eerste 5000 jaar van schuld, het onderwerp van zijn laatste boek waarin hij laat zien dat er altijd anders tegen schuld aangekeken wordt. Als verplichting, als zonde, als aanjager voor economische groei en dan weer als onderdrukker van het volk. De complexiteit van schuld is lastig te vatten, omdat de mens geen rationeel wezen is. Om complexiteit in nieuwe economische formules te vatten, verrichten wetenschappers nu veel onderzoek.
    Voor dit onderzoek wordt ook geput uit inzichten van andere vakgebieden, zoals natuurkunde, wiskunde en ecologie. Ecoloog Marten Scheffer laat met zijn kantelpunttheorie zien dat deze inzichten uit de ecologie ook voor de economie gelden. Een kantelpunt is een situatie in een systeem waarbij de toestand abrupt overgaat van de ene naar de andere stabiele situatie: teruggaan naar de vorige is (bijna) niet mogelijk.
    Bij de Universiteit van Amsterdam en De Nederlandsche Bank gebruikt complexiteitseconoom Cars Hommes laboratoriumexperimenten om te komen tot nieuwe economische formules. De economische wetenschappen, het lijkt wel alsof ze pas in de kinderschoenen staan.
  • Tweede helft aflevering ‘Revoluties op de Behandeltafel‘ van 11 april 2012In Nederland sterven jaarlijks vijfduizend mensen aan de gevolgen van een ernstig ongeluk. Vaak omdat het bloed niet meer stolt, waardoor deze slachtoffers doodbloeden. Door nieuwe inzichten en aanpak zullen meer patiënten kunnen overleven. Karim Brohi, een Engelse trauma-expert van het London Royal Hospital, ontdekte dat het bloed van sommige slachtoffers van ernstige ongevallen direct na het ongeluk niet meer stolt. Ons lichaam heeft volgens Brohi geen evolutionair antwoord op auto-ongelukken ontwikkeld. Het repareren van kleine wondjes gaat meestal goed, maar voor de aanpak van ernstig letsel staat ons systeem te fijn afgesteld. Daarom kan het lichaam grote verwondingen eigenlijk niet aan. Brohi introduceerde een revolutionaire behandeling van slachtoffers met ernstig letsel. Hierbij beginnen de artsen met het ‘repareren’ van het bloed en daarna meteen met het herstellen van de rest van het lichaam. In het AMC te Amsterdam is deze behandeling recent aangepast, onder andere naar aanleiding van gegevens die trauma-artsen verzamelden tijdens de verzorging van gewonde soldaten in Afghanistan en Irak.
    In het andere deel een nieuwe techniek van radiotherapeut Marco van Vulpen uit het UMC Utrecht. Met deze techniek kunnen tumoren in een keer vernietigd worden, bij voorkeur met zo min mogelijk bijwerkingen. Tijdens deze therapie, met de klinkende naam FLAME, wordt de tumor als het ware weggebrand door een hoge, goed gerichte dosis straling. Door gebruik te maken van MRI-scantechniek in combinatie met goudmarkeringen, is bestraling bij prostaatkanker nu al zo nauwkeurig dat de kans op lokale genezing groot is en de bijwerkingen minimaal. Dit in tegenstelling tot de grove bestralingsmethoden van enkele jaren geleden.
  • Aflevering ‘De Vergeten Sekse‘ van 24 oktober 2012Nieuwe geneesmiddelen worden vooral op mannelijke proefdieren en mannen tussen de 18 en 55 jaar getest. Sommige problemen, zoals met het hart, worden bij vrouwen nogal eens aan de overgang toegeschreven en daardoor wordt er een verkeerde diagnose gesteld. Vrouwen verschillen van mannen, dat weet iedereen, maar de echte onderkenning daarvan binnen de medische wetenschap laat op zich wachten. Het tweede deel van deze Labyrint-uitzending gaat over dierproeven.
    Tot 1977 werden medicijnen ook op vrouwen getest. Maar enkele incidenten zorgden ervoor dat de Amerikaanse Food & Drug Administration besloot dat vrouwen in de vruchtbare leeftijd uitgesloten werden van klinische studies. Hun hormooncyclus werkt immers vaak verstorend. Inmiddels zijn de richtlijnen weer aangepast en moeten ook vrouwen zo volledig mogelijk in klinische studies voorkomen, het liefst fifty-fifty.
    Ondanks deze richtlijnen lijkt de dagelijkse praktijk weerbarstig. Vrouwen komen nog steeds minder aan bod in klinische studies of er wordt alleen getest op vrouwen na de overgang, waardoor de hormonale ‘stoorzenders’ er niet meer zijn. Daarnaast worden veel nieuwe medicijnen en behandelingen alleen op mannelijke proefdieren getest en krijgen vrouwen medicijnen die bij hen niet het juiste effect hebben. Antidepressiva bijvoorbeeld werken anders bij vrouwen dan bij mannen en toch schrijven artsen ze nog veelvuldig aan vrouwen voor.
    Maar ook aandoeningen die van oudsher het stempel ‘mannenkwaal’ dragen, zoals hartfalen, krijgen bij vrouwen te weinig aandacht. Hoe een hartinfarct zich bij een vrouw ontwikkelt, is nog weinig onderzocht. Uit recent onderzoek blijkt dat het sterftecijfer na een hartinfarct bij vrouwen twee keer zo hoog is: bij mannen overlijdt zo’n drie procent in de eerste week na het infarct en bij vrouwen is dat zes procent. Dit ontstaat vooral doordat artsen, door het verschil in symptomen, een infarct bij vrouwen te laat herkennen.
    Neurowetenschapper Gert ter Horst en cardioloog Angela Maas belichten in Labyrint een aantal problemen die nog steeds bestaan door het zo lang negeren van de vrouw. Ter Horst laat zien hoe antidepressiva eigenlijk écht werken en Maas legt uit wat de belangrijkste verschillen tussen het mannen- en vrouwenhart zijn en waardoor artsen de ‘mannenkwaal’ – het hartinfarct – nog steeds zo slecht herkennen bij vrouwen.
    Dierproeven
    Het tweede deel van deze Labyrint-uitzending gaat over dierproeven. Het gebruik van proefdieren is al lang onderwerp van discussie. Het testen van cosmetica op dieren is in Europa inmiddels verboden, maar de biomedische wetenschap maakt nog wel gebruik van proefdieren. Tegenstanders vechten tegen deze vorm van onderzoek. Maar kunnen we wel zonder dierproeven?
    Labyrint kijkt naar de inzet van proefdieren en naar de mogelijkheden om het gebruik daarvan te verminderen, het lijden van dieren zoveel mogelijk te beperken of proefdieren zelfs helemaal te vervangen door andere manieren van testen.
    Aan de Universiteit Utrecht spreken we met hoogleraar Alternatieven voor Dierproeven Coenraad Hendriksen, winnaar van een ZonMw-parel voor zijn baanbrekende werk op het gebied van alternatieven voor dierproeven. Met de prijs kreeg de Toxicologie en Farmacologie-divisie van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Utrechtse universiteit een onderzoekssubsidie van 450.000 euro van Technologiesticting STW.
    Aan de Universiteit Leiden is toxicoloog Bob van de Water bezig met het testen van stoffen op menselijke cellen. Omdat hij het grootste deel van de onderzoeken in reageerbuisjes kan doen, wordt het aantal dierproeven tot een minimum beperkt. Aan dezelfde universiteit doet Erik Danen, ook toxicoloog, onderzoek naar tumorontwikkeling met behulp van driedimensionale kweekmodellen. Ook voor vervolgtests die normaal op dieren worden uitgevoerd heeft hij een alternatief gevonden: zebravisembryo’s.
  • Special rond het Groot Nationaal Rekenonderzoek ‘Liefde voor Getallen‘ van 12 december 2012Er blijken vier verschillende rekentypes te bestaan. Dat is een van de belangrijke uitkomsten van het Groot Nationaal Rekenonderzoek (GNRO) uitgevoerd door Wetenschap 24 (VPRO/NTR) in samenwerking met NWO en diverse wetenschappers. Deelnemers aan het Groot Nationaal Onderzoek vulden een aantal vragenlijsten in en maakten allerlei rekensommen en rekentesten. Toen de onderzoekers al deze data analyseerden, ontdekten ze vier duidelijk te onderscheiden types: de rekenhater, de rekenliefhebber, de voorzichtige rekenaar en de pragmatische rekenaar. Op basis van hun originele vragenlijst, hebben we een verkorte zelftest ontwikkeld.
    Sinds enkele jaren vindt de overheid dat het slecht gesteld is met ons rekenniveau. Op internationale lijstjes dalen we. Knappe koppen uit Azië halen ons in. Op de Pabo zakt het merendeel van de studenten voor de rekentoets. Maar wat weten we eigenlijk over het rekenniveau van de gemiddelde Nederlander?
    Labyrint presenteert de eerste opmerkelijke resultaten van het Groot Nationaal Reken Onderzoek dat onder leiding stond van Professor Han van der Maas van de Universiteit van Amsterdam. Vijf duizend mensen deden mee aan het onderzoek.
    De gemiddelde Nederlander is langzamer in hoofdrekenen dan groep 8-ers die naar het VWO gaan. Mannen zijn iets beter in rekenen dan vrouwen, maar erg veel scheelt het niet. Het onderzoek toont aan dat vrouwen zichzelf onderschatten. De verrassendste uitkomst is dat er vier duidelijk te onderscheiden rekentypes blijken te zijn: rekenhaters, rekenliefhebbers, pragmatische rekenaars en voorzichtige rekenaars.
    Volgens Han van der Maas is het nu mogelijk om op basis van dit onderzoek onderwijs aan te bieden speciaal gericht op deze vier typen. Elk type zou via de computer in de klas zijn eigen onderwijs kunnen krijgen waarbij ook rekening gehouden kan worden met zelfbeeld, motivatie en angst. In deze uitzending wordt dieper ingegaan op de uitkomsten van het Groot Nationaal Rekenonderzoek.
    Verder een reportage over de relatief onbekende rekenstoornis dyscalculie. Professor Hans van Luit van de Universiteit Utrecht leidt het onderzoek naar deze stoornis waarbij kinderen fundamentele problemen hebben met rekenen en getallen.
    Het GNRO is uitgevoerd in het kader van het Groot Nationaal Onderzoek en een initiatief van VPRO, NTR en NWO. Het GNRO stelde de vraag “Hoe rekent Nederland?”. De initiatiefnemers werkten samen met onderzoekers van de universiteiten van Leiden, Utrecht (Freudenthal Instituut) en Amsterdam (UvA), het Centrum Wiskunde & Informatica, onderwijsadviesbureau APS en het CITO.
  • Aflevering rond thema Nanotechnologie ‘Embryo on a Chip‘, 31 maart 2013
    Geen reageerbuis maar een chip met daarop een laboratorium ter grootte van een paar millimeter als de broedkamer voor een embryo. Volledig gecontroleerd pas bevruchte eicellen laten groeien. De resultaten met muizenembryo’s zijn veelbelovend.
    IVF wordt sinds 1978 succesvol op mensen toegepast, maar het is eigenlijk een wonder dat het goed gaat. Het hele proces was in beginsel meer een toevalstreffer, dan dat het gebaseerd was op uitgebreid onderzoek. De eicel die uiteindelijk uit kan groeien tot een mens, groeit bij IVF, net als 35 jaar geleden nog steeds eerst op een petrischaaltje in een druppeltje voedingsmedium. Dat gaat opmerkelijk vaak goed. Na de bevruchting, buiten de baarmoeder, groeien de eicellen in drie dagen elk uit tot een klompje van acht cellen, waarna het beste embryo in de baarmoeder wordt geplaatst.
    Uit onderzoek van onder andere Séverine le Gac van de Universiteit Twente, blijkt dat muizenembryo’s zich beter ontwikkelen als ze niet op een petrischaal groeien, maar in een omgeving zitten die meer lijkt op een eileider. Om dit te kunnen onderzoeken, ontwikkelde Le Gac een speciale chip waarin zich eigenlijk een klein laboratorium bevindt. Daarin ontwikkelen de muizenembryo’s zich onder volledig gecontroleerde omstandigheden. Het voordeel van het werken met zo’n speciale chip is dat er ook meetinstrumenten ín de chip zitten, waardoor constant gevolgd kan worden wat er gebeurt in het kleine broedkamertje.
    De ontwikkeling van de chip is nog in volle gang, maar na de veelbelovende resultaten met muizenembryo’s wordt nu begonnen met onderzoek met menselijke embryo’s. Bij het IVF centrum, VUmc in Amsterdam.
    Als dit allemaal al klein klinkt, in dezelfde uitzending duikt Labyrint nog dieper de materie in om op nanoschaal te gaan kijken wat er allemaal mogelijk is met moleculen die zichzelf ordenen tot een soort raketjes. Ooit zullen dat soort systemen een lading medicijnen precies af kunnen leveren op plekken in het lichaam waar en wanneer ze nodig zijn. De Groningse professor Ben Feringa legt uit hoe je autootjes op nanoschaal kunt bouwen en zelfs kunt besturen. Wat dat laatste ooit allemaal mogelijk maakt, laat zich nog raden.
  • CO2, wat moeten we ermee? ‘CO2 als brandstof‘, 24 november 2013
    CO2, ofwel kooldioxide, we willen er niet teveel van uitstoten. Maar de auto aan de kant laten staan, daartoe zijn we ook niet bereid. Wat als we die CO2 nu eens omzetten in brandstof? Dat kan en nog rendabel ook! Er lijkt nu een veelbelovende techniek te zijn om het overschot aan elektriciteit uit duurzame bronnen op te slaan door CO2 te recyclen.
    Het DIFFER-instituut uit Nieuwegein ontwikkelde een manier met plasma’s om CO2 op duurzame wijze om te zetten in koolstofhoudende brandstoffen, zoals methaan.
    Een plasma wordt wel eens de vierde toestand van de materie genoemd, naast vast, vloeibaar en gas. Een plasma is bijvoorbeeld te vinden in een TL-buis. Een iets ander plasma gebruikt het DIFFER-instituut om CO2 uit elkaar te halen en als bouwsteen te gebruiken voor een nieuwe brandstof. De benodigde energie komt uit duurzame bronnen, die nu soms te veel energie leveren.
    “In Duitsland gaan er nu ongeveer 25 elektriciteitscentrales ‘aan’ als de zon opgaat, dat zou je op willen slaan. Dat zou dus kunnen door CO2 op te vangen van kolencentrales of auto’s en dit om te zetten naar bijvoorbeeld methaan. Als dat lukt heb je een mooie kringloop.” zegt Van de Sanden.
    Het systeem werkt als volgt: eerst een brandbaar gas maken van CO2 en dan later het vrijkomende CO2 opvangen en weer een brandbaar gas van maken met energie uit duurzame bron.
    Verder in Labyrint aandacht voor andere kringlopen, zoals die bij een boerderij in Uddel. Daar worden van het gas van koemest de boerderij en huizen in de omgeving verwarmd. En wordt koeienpis gebruikt om kroos en alg te kweken, wat vervolgens weer gebruikt wordt als voer voor de koeien. Ook hier geldt: sluit die kringloop! Volgens de Leidse professor Huub de Groot gaan we nog veel te veel uit van een economie gebaseerd op een lineair systeem waarbij de grondstof erin gaat en het afval het eindproduct is, terwijl dat laatste weer een grondstof moet worden.
    De Amsterdamse hoogleraar Klaas Hellingwerf laat zien dat bewerkte algen in de toekomst misschien allerhande producten voor ons kunnen produceren. Op dit moment komt er uit zijn proefopstelling, alleen nog maar melkzuur, maar het doel is om over niet al te lange tijd een basis te leggen om kerosine te kunnen produceren.
    Waar dit allemaal toe leidt, weet nu nog niemand, maar één ding is zeker: “we moeten van fossiele brandstoffen af en wel zo snel mogelijk,” besluit Van de Sanden.

Music Videos

Overzicht van music videos

Comments are closed.

Powered by: Wordpress