Observaties

De kaping van de deeleconomie

IMG_20140811_171852Delen met anderen voor het grotere goed, het kan. De term werd de afgelopen jaren echter handig gekaapt door bedrijven die heel iets anders voor ogen hebben dan een wereld waarin gelijkheid een rol speelt, namelijk werelddominantie.

Het klinkt zo nobel: wij bieden een platform waardoor u een zakcentje kunt bijverdienen. Wij romen een klein percentage af voor de kosten aan onze kant en dat is het. Alles koek en ei, niks aan de hand.

Dat gaat in redelijke harmonie zolang de schaal ook redelijk blijft, ware het niet dat alles wat met internet te maken heeft, in principe de potentie heeft wereldwijd omarmd te worden.

Daardoor worden de zakken van dergelijke conglomeraten in spe diep. Heel diep, soms zelfs al voor ze werkelijk bestaansrecht hebben. En de macht groot. Heel groot. Geen persoon, geen klein bedrijf, geen gemeente en zelfs hele landen kunnen daar niet tegenop.

Ook dan gaat het in eerste instantie nog wel goed, totdat ergens in de niet eens zo verre toekomst zich een heel ander beeld zal gaan ontvouwen – als we de ingeslagen weg blijven volgen.

Als voorbeeld Airbnb. Ooit begonnen als een soort van alternatief voor couchsurfing. Couchsurfing betekent: ik bied een bank of bed aan waar je gratis op kunt slapen. Daarvoor vraag ik als bank-deler wel een klein stukje van je sociale zelf. Met gesloten beurs kan er zo over de hele wereld geslapen worden.

Veel mensen hebben geen zin in dat sociale deel en zo kregen steeds meer deel-je-extra-slaapkamer-voor-een-klein-bedrag-websites, waaronder het Silicon Valleyneese Airbnb en het Berlijnse Wimdu, steeds meer gebruikers. Voor een klein bedrag koop je de noodzaak de eigenaar van de slaapplek te vermaken, af. Of je huurt gewoon het hele huis, dan ben je ook klaar.

Nog steeds niet een heel groot probleem. Kamerverhuur bestaat al zolang er geld is.

Het verschil zit weer in schaal. Iedereen kan over de hele wereld probleemloos en snel een kamer huren via Airbnb. Die kamer kan van iedereen zijn die een extraatje wil verdienen. Iedereen zonder dat daar heel veel extra moeite voor gedaan hoeft te worden.

Een klein deel van dat extraatje, tussen de zes en twaalf procent voor de huurder en drie procent voor de verhuurder,  gaat naar de paar duizend werknemers die Airbnb heeft en overige bedrijfskosten, zoals het serverpark (op moment van schrijven is het onduidelijk, laatste cijfers zijn van maart 2014, vlak voor een investeringsronde waarmee 475 miljoen dollar werd binnengehaald; toen 1200 werknemers). Daarnaast gaat een deel van de inkomsten van de verhuurder weer op aan kleine bedrijfjes die stads-afhankelijk opereren. Die bedrijfjes regelen dingen als sleuteloverdragers en schoonmakers.

Tot zover ‘gun’ ik de CEO’s, CFO’s en andere Chiefs nog een klein extraatje. Je mag best iets meer verdienen als je chef bent van iets heel groots. Toch?

Terug naar de noemer, de deeleconomie waar betrekkelijk weinig verdeeld wordt. De ‘verdeler’, dat is de eigenlijke winnaar. Door zijn schaal is de verdeler al snel alleenheerser. Voor veel inversteerders natuurlijk een fijn vooruitzicht: ik stop verschillende miljoenen in verschillende mogelijke verdeel-en-heersbedrijven en er hoeft er maar één te zijn die het redt.*

De natte droom voor aanhangers van het libertarisme en sommige bezitters van grootkapitaal. In eerste instantie lijkt daadwerkelijk iedereen te kunnen profiteren, alleen leidt het precies tot de concentratie van alles bij één en de rest prutst wat onderin de marge. Precies waarvoor de voorloper van het spelletje Monopoly ooit werd bedacht, namelijk om te laten zien hoe slecht het was om één iemand te laten ‘winnen’, al werd het spel pas populair toen dat winnen als prettige component werd neergezet.**

Vat krijgen op de totale impact onder invloed van internet en ongebreideld kapitalisme (het schaalprobleem: tot welke schaal werkt een systeem nog goed?) is vooralsnog niet makkelijk, al zijn er wel steeds meer aanwijzingen die een mogelijke toekomst laten formuleren. Helaas is die op deze wijze niet heel rooskleurig: middenklasse verdwijnt en alleen enkele goedbetaalde banen blijven over, verder is de mens niet echt meer nodig, behalve in – heden ten dage – slecht betaalde banen onderaan de ladder en een enkeling helemaal bovenaan: de programmeurs, enkele technici, een uitverkoren creatieveling, managers en bazen.***

Kijk eens rond en zie vrijwel elke actie uitgevoerd worden door machinerie of bedenk welke actie een machine of robot heel goed zou kunnen. Er is niets te gek. Alles waarover geschreven is, bijna alle science fiction, zal zich in de betrekkelijk nabije toekomst waarschijnlijk manifesteren. Alleen de utopische, schijnbaar geldloze wereld op het Starship Enterprise lijkt nog verdomd ver weg. Ondertussen deed de animatieserie The Jetsons uit het begin van de jaren ’60 van de twintigste eeuw ons ook geloven in een toekomst waarin robotica vrijwel alle werk doet (later herhaald in de Pixar-film WALL-E) en iedereen een prettig (?) leven leidt. George Jetson werkt slechts één uur per dag, twee dagen per week.

Of we blij zouden worden van een wereld waarin een levensvervulling vrijwel volledig verdwenen is en alleen entertainment overblijft, dat is een andere discussie. Wel lijkt het zo te zijn dat er steeds minder werkelijk nuttig werk overblijft. In de hogere echelons van het bedrijfsleven lijkt men dat door een overschot aan managers nog te maskeren, daaronder wordt het al steeds meer zichtbaar met voorbeelden te over. Was het voorheen nodig een hoop kennis te hebben van bepaalde processen om een vak uit te oefenen – bankier op een lokaal kantoor bijvoorbeeld, is dat laatste nu vaak niet meer dan het controleren van een handeling, uitgevoerd via een programma. Wat overblijft zijn kantoren vol betrekkelijk slecht betaalde mensen die slechts programmatuur controleren en een enkele keer nog iets moeten invoeren.

De tegenstanders van dergelijke pessimistische gedachten stellen vaak dat ‘creativiteit’ nooit door computers geëvenaard kan worden. Grappig, de werkelijke creativiteit de afgelopen jaren lijkt steeds op een kopie van een kopie van een kopie. Al moet gezegd worden: om al die steeds groter wordende systemen ook echt goed te laten werken, daarvoor is heel wat creativiteit nodig: de onzichtbare techniek áchter de zo ‘gevierde’ bedenkers van ‘nieuwe’ oplossingen. Alleen zet je daar geen miljoenen mensen mee aan het werk. Sowieso wordt vaak vergeten wat er allemaal al kon toen internet min of meer begon door te dringen tot het grote publiek. Streaming VPRO kinderseries kijken kon al in 1999. Ergens in 1998 was iFilm een grote filmpjesdeelsite, al ging daar tijdens de eerste dotcom-bubble al iets mis (toen 100 miljoen nog als een groot bedrag klonk).

Met dat laatste hoef je als start-up niet meer aan te komen. Als je toekomstperspectief niet is dat je binnen een paar jaar toch niet minstens negen nullen kunt schrijven, dan investeert niemand meer in je in Silicon Valley. Dat de meesten überhaupt niets doen dan opbranden voor er ooit iets moois uitkwam, laat maar zien dat er weinig werkelijke creativiteit rondzingt.

Er leeft nu rond de 7 miljard mensen op deze aardkloot. Steeds minder mensen hoeven werkelijk iets te doen. Het is een illusie dat iedereen die heel creatief is iets kan oprichten en daar werkelijk iets mee kan verdienen. De rush in de creatievere steden van (betrekkelijk) jonge mensen om dan maar ‘iets’ ambachtelijks te beginnen, spreekt boekdelen. De meeste creativiteit lijkt zich zelfs niet te kunnen ontstijgen aan het recyclen van nog veel oudere dingen. Vintage heet het dan. Ben benieuwd hoe we web 1.0 gaan hergebruiken en of dat ook ambachtelijke banen oplevert, gezellig je site weer volledig handmatig in elkaar HMTL-en?

Feitelijk hoeven die mensen niets te doen. Er is geen nut. Het is niet dat mensen die oude meuk nodig hebben, nee, ze halen het ter vervanging van eerder voor veel minder geld gekocht Ikea-spul. Zonder eigen vocabulaire wordt alles maar gekopieerd. Ondertussen schreeuwt iedereen over copyright of andere rechten of nieuwe vormen van recht. Nog niet heel lang geleden heette dat ‘onderwijs’ en daarvoor viel dat delen van kennis onder ‘in de leer gaan bij’. Waar blijven de gedeelde algoritmes die nu bepalen hoe we de wereld zien? Nee, daar mag niemand wat van weten.

In die zin klopt het ook wel: er is steeds minder nodig om een leven te leiden, althans, zaken die direct zichtbaar zijn. De datacentra, daar heeft niemand weet van (op een kleine groep mensen die daar iets doet wat onzichtbaar is voor het gros van de mensen).

De vraag die zich opdringt is hoe je dan om moet gaan met bedrijven of onderdelen daarvan die groter zijn dan vele landen bij elkaar. Is het nog te billijken dat het nog een bedrijf is of heet? Wanneer is iets een voorziening? Wanneer is iets te groot om één niet democratisch gekozen bestuur te hebben? Wanneer komt de maat van de mens weer terug in ons leven?

Het is voor al die conglomeraten van belang dat iedereen net voldoende overhoudt om iets uit te kunnen geven. De vraag is: waarmee gaan de meesten dat dan verdienen terwijl we in principe constant gekluisterd moeten zitten aan de verschillende infusen van vermaak? Of is het gebruik van ons als verdienmodel al voldoende? “Wij voeren u een beetje, en u geeft terug.”

 
* Eerste investering Airbnb (2008): 20.000 dollar, laatste investering (2014) 475.000.000 dollar
** Volgens de overlevering zou het in 1903 bedachte spel The Landlord’s Game vooral bedoeld zijn om het morele verval te laten zien
*** Voor het gemak hebben we het maar even niet over 3D printen, iets wat ook begon als iets waarbij enthousiastelingen ontwerpen delen. Iets als Uber(pop) heeft zelfs nooit ontkend direct over te gaan op chauffeurloze auto’s als die toegelaten worden op de weg (interessant genoeg zijn heel veel mensen daar dan weer verbaasd over)

One comment

Leave a Reply

Powered by: Wordpress
%d bloggers like this: