Amsterdam Eerder gepubliceerd Kunst en Cultuur Nieuws Portfolio

Museumnacht bij de Bijzondere Collecties van de UvA

AMSTERDAM – Op zaterdag 5 november vindt de twaalfde Amsterdamse Museumnacht plaats. De Universiteit van Amsterdam is goed vertegenwoordigd tijdens dit evenement. De  Bijzonder Collecties van de UvA draagt hier zijn steentje aan bij met een programma rond de tentoonstelling ‘De ontdekking van de mens.Anatomie verbeeld‘. Een gesprek en rondleiding met de directeur van UvA Erfgoed Steph Scholten.

‘Spierenman’, uit: Andreas Vesalius, De humani corporis fabrica, 1543

‘We hebben hier echt een mega-collectie, iets van 25 kilometer plank zeg ik altijd maar, al weten we dat niet helemaal zeker,’ vertelt Scholten  enthousiast. ‘Met zoveel collecties is er altijd wel een nieuwe tentoonstelling in te richten over de meest uiteenlopende onderwerpen. We hebben hier bijvoorbeeld al sinds 1855 een van de belangrijkste medisch historische bibliotheken ter wereld, namelijk die van de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst (KNMG).’

‘Voor dit onderwerp was niet echt een hele concrete aanleiding. We wilden al heel lang een keer iets doen met anatomie en de mens. Toevallig heeft het AMC Museum Vrolik waar nu verbouwd wordt. Zo konden we er een ontzettend interessante en leuke combinatie van maken. De historische medische boeken,, de preparatencollectie (de Vrolik-collectie, red.) en met een laag die ik er zelf aan toegevoegd heb, namelijk de vraag: wat doen mensen nou eigenlijk altijd met dat onderzoek naar het menselijk lichaam en het steeds in kleinere stukjes knippen, de zoektocht naar onszelf?’

‘Tijdens de Museumnacht zijn er ook speedlezingen van een aantal toppers uit de wetenschap. Onder andere van neurobioloog Dick Swaab over de hersenen en kunst en van psychiater Damiaan Denys. Wat die laatste precies gaat vertellen weet ik nog niet.’

Ondertussen is de koffie gearriveerd in het mooie ruime café in het souterrain van het statige pand aan de Oude Turfmarkt. Tijdens de Museumnacht zal het museumcafé de plaats zijn waar het  gezelschapsspel Dokter Bibber gespeeld kan worden worden. Omdat het onderwerp de inwendige mens op bijzondere wijze belicht, zijn er aan de bar vele – gezonde – hapjes en drankjes te krijgen, maar ook gewoon bier van de tap. Later op de avond gaan de tafels aan de kant en komen de DJ’s van The G-Team optreden.

Een rondgang door de tentoonstelling laat heel wat bijzondere boeken zien. Ook zijn er veel potten met lichaamsdelen op sterk water, ‘gewone’ skeletten en ook kunstobjecten. Alles heeft met het lichaam te maken. Na binnenkomst in de tentoonstellingsruimte moeten de ogen even wennen aan hoe donker het is. Als dan eenmaal de opengeslagen historische boeken achter glas goed te zien zijn, lijken sommigen wel van die “pop-up boeken”, maar dan met mensfiguren. De figuren zijn uit meerdere lagen opgebouwd en door het wegvouwen van de verschillende lagen, ‘kruip’ je de figuur in.

‘Door het goed kijken naar het lichaam en door het uit elkaar te halen leerden mensen in de zestiende en in de zeventiende eeuw steeds meer over het menselijk lichaam. Tekenen is heel belangrijk voor het goed observeren, want als je een lijk openmaakt, dan zie je niet veel in en daarom is observeren zo belangrijk.’ Scholten  wijst op heel veel schitterende boeken, onder andere van Vesalius (1514 – 1564) en Aletta Jacobs (1854 – 1929), de bekende eerste Nederlandse vrouwelijke arts. Ook bijzondere drukken van werken van Descartes en Darwin ontbreken niet.

‘Tijdens de Museumnacht is er nog iets bijzonders, want bezoekers kunnen in kleine groepjes mee naar de onderzoekzaal en zelf onder begeleiding boeken van dichtbij bekijken.’ Scholten legt verder uit dat het niet meer gebruikelijk is om met witte stoffen handschoentjes oude werken te bekijken. Goed gewassen handen hebben veel meer gevoel dan met een handschoen er omheen, waardoor er uiteindelijk minder stuk gaat. Overigens mogen de bezoekers in de onderzoekszaal heel dichtbij komen, aanraken zal er niet inzitten.

‘Het is heel frappant hoe de ontlede lichamen lijken te poseren op de prenten. Ze staan netjes in een klassieke houding, terwijl hun huid van het skelet gestroopt is en alle organen zichtbaar zijn. Als je dan iets verder kijkt, staan ze vaak ook nog in een landschappelijke omgeving, zoals toen gebruikelijk was om portretten in te projecteren.’ (denk aan de Mona Lisa, maar dan zonder huid).

Niet alleen tekenen was heel belangrijk. Ontleden van lichamen en het op sterk water zetten was een kunst op zich. Er is ook een kinderhoofdje op alcohol te zien waarvan het vermoeden bestaat dat het door Frederik Ruysch (1638-1731) geprepareerd is. Tsaar Peter de Grote was zo onder de indruk van het werk van deze arts, dat hij vrijwel alle door Ruysch vervaardigde preparaten meenam naar Rusland en die zijn daar nog steeds.

Aan de buitenkant lijkt het niet zo, maar de Bijzondere Collecties zijn binnenin verbonden met het Allard Piersonmuseum, ook een onderdeel van UvA Erfgoed. Het Allard Pierson is ook open tijdens de Museumnacht en zeker de moeite van een bezoek waard. Hier is nu een tentoonstelling over de Etrusken.

Het laatste stukje tentoonstelling bevindt zich buiten de drie ‘normale’ tentoontstellingsruimtes. Hier is plaats voor experiment. ‘Dit is het erfgoedlab. Het is experimenteel en dat hoort ook helemaal bij een instituut als de UvA. We zijn geen museum in de traditionele zin, er moet ruimte zijn voor experiment en dingen hoeven dan ook niet altijd heel gelikt te zijn. Hier bijvoorbeeld, waar je zelf 3D-beelden kunt ‘vasthouden’ in een virtuele ruimte.’

Verscheen donderdag 3 november 2011 in Spits! op de pagina van Museumactueel.nl

Comments are closed.

Powered by: Wordpress
%d bloggers like this: